Het einde van de conversatie (vervolg 3)---

|
Het einde van de conversatie (vervolg 3)
Kris Lippeveld, Fantoom van een oude man in het verleden met bloederige vogel en penseel, nevermore (2026) Met dank aan de kunstenaar.
De joodse filosofe Hannah Arendt (1906-1975) was zevenentwintig toen de Gestapo haar oppakte en na acht dagen cel vluchtte ze naar Parijs; toen de oorlog begon, week ze uit naar Amerika en werd Amerikaans staatsburger nadat intussen driekwart eeuw geleden The Origins of Totalitarianism1 verscheen. In de inleiding tot dat werk omschrijft zij het totalitarisme als een regime dat "alle mensen, zonder enige uitzondering en waar ook ter wereld, in alle aspecten van hun leven wil domineren"2 en waarbij de feiten moeten worden ingepast in een ideologie die aldus de complexe werkelijkheid versimpelt en beheersbaar maakt, wat uitmondt in genocide.3 Een totalitair regime vergt “de fabricatie van grote massa's geïsoleerde en verlaten individuen, die niet samengehouden worden door een gemeenschappelijk belang”4, zo schrijft Arendt, aldus profetisch de hedendaagse smartphonegebruiker omschrijvend. Een zij heeft het tevens over de verborgen massamanipulatoren: de staat is de façade waarachter het regime ("een geheime politie") zich verbergt want de fanatieke kern en de leider worden verborgen gehouden.5 Het kapitalisme maakt van de wereld koopwaar en uitbuiting krijgt vrij spel onder het voorwendsel van 'the American dream'6 "De beschaving maakt plaats voor barbarij.”7 Er is almachtswaan ingevolge wetenschap en techniek (...) die slechts afhankelijk maakt. De mens wordt herleid tot een producent-consument en een behoeftenbevrediger, zijn mening bestaat niet meer. De bureaucratie, zo zegt Arendt, is een niemandsbewind: niemand draagt verantwoordelijkheid en zo ontstaat het kwaad als banaliteit.8 De A.I. die ons leven dreigt te domineren, is inderdaad niemand, het is de niet-persoon die sinds oudsher met de duivel wordt geïdentificeerd en het is een ware verschrikking erbovenop dat het Vaticaan de duivel omarmt: de katholieke kerk heeft het internet prompt van een eigen heilige voorzien. Arendt: "Het probleem is dat goed en kwaad in onze tijd zo akelig verweven zijn.”9 "Verdeel en heers": een mensenmenigte kan tot een massa worden herleid middels spreekverbod of met het bemoeilijken van de communicatie: men moet de toelating krijgen van het gezag om anderen te kunnen aanspreken. Een toepassing daarvan is het devies: "Numduam duo, semper tres" ("Nooit met z'n tweeën, altijd met drie"), een regel onder monniken waarmee destijds (gezagsondermijnende) onderonsjes werden voorkomen. Sinds het internet bestaat, verloopt onze communicatie onafwendbaar via een 'centrale' in de V.S. en ook al wordt die meestal niet gecontroleerd: alleen het besef van de mogelijkheid daartoe beïnvloedt de communicatie op verregaande wijze in het voordeel van de toezichthouder. In feite is het nu onmogelijk geworden om vrij met anderen van gedachten te wisselen. Ons doen en laten wordt in de gaten gehouden zoals dat van gevangen in een panopticum. De mensen zeggen niet meer wat ze willen, ze spreken en ze gedragen zich zoals men dat doet als men weet dat iemand aan het meeluisteren is. Men spaart degene die mogelijkerwijze meeluistert of toeziet maar omdat die onbekend is, spaart men iedereen, zodat men eigenlijk niets meer zegt, geen mening meer heeft, omdat men er geen meer durft te hebben. Praten wordt banaal. Edoch, wat gebeurt er als de communicatie oneigenlijk geworden is? Wat gebeurt er dan met de mensen? Want oneigenlijke gesprekken of schijngesprekken zijn in feite helemaal geen gesprekken meer, het zijn nog louter vertoningen. Dat wil zeggen dat de eigenlijke communicatie niet langer bestaat, dat men ervan beroofd is. En als men zodoende niet langer communiceert, gaat men anderen wantrouwen omdat vertrouwen herhaaldelijk om bevestiging verzoekt; men zondert zich af en men belandt aldus in een vicieuze cirkel. Vereenzaming kan een gevolg zijn van mentale overbelasting en van stress maar veroorzaakt die tegelijk. Sociale activiteit vergt enorm veel energie maar tegelijk geeft ze ook energie en of men in zijn contacten met anderen energie zal stoppen ofwel of men er energie uit wint, hangt uiteraard af van de sociale positie die men inneemt en terecht zal men hier denken aan de pikorde: mensen op wie gepikt wordt, zullen anderen schuwen terwijl mensen die denken een licentie te hebben op het pikken van anderen, het sociale zullen opzoeken. Burn-out en depressie en uiteraard ook de daaruit voortkomende suïcidale neigingen en daden zijn de onafwendbare gevolgen van het internetgebruik dat in wezen immers alle intermenselijke communicatie bant. Instellingen voor de opvoeding van kinderen worden om die reden met hoogdringendheid verzocht om het internet te bannen. (J.B., 27 september 2026) 1Hannah Arendt, Totalitarisme, Boom, Amsterdam, vijfde oplage 2021 (eerste druk 2014), in het Nederlands vertaald door Remi Peeters en Dirk De Schutter. Oorspronkelijk: Totalitarianism, deel III, alsook (in een appendix) een gedeeltelijksamengevat negende hoofdstuk uit deel II, getiteld: The Decline of the Nation-State and the End of the Rights of Man. Voor een synthese van dit werk, zie: Jan Bauwens, Hannah Arendt over Totalitarisme, Serskamp 27 mei tot 28 juni 2021. Cf.: https://blogimages.seniorennet.be/tisallemaiet/attach/173915.pdf 2Hannah Arendt, o.c., pag. 14. 3Hannah Arendt, o.c., pp. 14-15. “[Arendt] begrijpt dat in totalitaire regimes de inhoud van ideologieën er nauwelijks toe doet en uitgevreten wordt door (…) de logiciteit als handelingsprincipe: elke ideologie (…) leent zich tot een totalitair gebruik. (…) als een passe-partout om alles (…) logisch uit te leggen. (…) De veelzijdige, altijd meerduidige ervaring van de complexe werkelijkheid wordt ingeruild voor de logische zekerheid van een idee. Ofwel worden feiten ontkend tot ze passen binnen het keurslijf van een tot in het absurde uitgewerkte, volkomen fictieve ideologische consistentie (…). Ofwel worden feiten gecreëerd zodat ze passen binnen het keurslijf van de ideologie: aanvaarden dat er 'inferieure rassen' of 'uitstervende klassen' bestaan en niets doen om ze daadwerkelijk uit te roeien, is inconsequent”. En de vertalers citeren Arendt: “'Je kunt niet A zeggen zonder B en C te zeggen, enzovoort, het rijtje af tot aan het einde van het moorddadige alfabet' (Totalitarisme, p. 340).” 4Hannah Arendt, o.c., pag. 18. 5 Hannah Arendt, o.c., pp. 18-19. En verder: Niet 'vijanden' doch 'vermoedelijke vijanden' worden vervolgd. De grenzen van het mogelijke worden experimenteel opgezocht in de kampen. Hannah Arendt ontmaskert de grootheidswaan van het totalitarisme. 6Hannah Arendt, o.c., pp. 21-23. 7Hannah Arendt, o.c., pag. 23. 8Hannah Arendt, o.c., pp. 23-29. 9Hannah Arendt, o.c., pp. 39-42. |









