De metafysische grondslag van discriminatie
|
De metafysische grondslag van discriminatie Het grootste bedrog van de hedendaagse pedagogie ligt in het verzwijgen van de dood. De ouderen onder ons die nog in kloosterscholen hun kleutertijd hebben gespendeerd, zullen zich herinneren dat zij daar omstreeks de eerste novemberdagen een grafzerkje mochten ineen knutselen: er werden kartonnetjes uitgedeeld en luciferdoosjes; die moesten worden aaneengeplakt en dan geverfd in grijze tinten. Als het kunstwerk droog was, schilderde de zuster er 'INRI' op en na schooltijd nam men zijn kostbaarheden mee naar huis om ze aan moeder te tonen. Het lijken wel de middeleeuwen maar het geschiedde in negentienhonderdtweeënzestig. Vandaag zou deze pedagogie wellicht ten strengste veroordeeld worden maar wat kwam er in de plaats? In het moderne leven lijkt de dood verdwenen, alle oorlogen ten spijt, de genocides, de hongerlijders. Rampen gebeuren alleen op televisie en niemand weet nog wat ontbering is, dorst, kou, ziekte en pijn. Ons enige contact met de dood geschiedt bij onverwachte calamiteiten zoals in het verkeer waar de slachtoffers dan onmiddellijk letterlijk worden verkapt. Zieken worden behandeld en als zij terminaal zijn, krijgen we alleen het witte ziekenhuisbed te zien met de onherkenbaar geworden bekende over wie ons verzekerd wordt dat die geen pijn voelt met de 'comfortbehandeling' zoals de hedendaagse moordvorm heet. We kunnen de mensen niet laten lijden, zo stellen de artsen en hetzelfde wordt steeds vaker gezegd over het hoofd van de gehandicapten en van hen die nog ongeboren zijn. Op die manier lijkt alles altijd in kannen en in kruiken maar het is niet de pijn van de lijdenden die men weg wil nemen: die smoes dient alleen maar om het wegwerken goed te praten van wat niet langer kan beantwoorden aan de hedendaagse normen. Die normen immers verbieden ten strengste aan de dood de toegang tot het leven. Men kan de mensen doen belijden dat twee opgeteld bij twee gelijk is aan vijf maar wie zo rekenen, ontdekken alras dat hun rekeningen niet meer kloppen. Want wat denkt u dat de dood doet als hem de toegang tot het leven wordt ontzegd? Wordt dan niet het leven de toegang tot de dood ontzegd? En wat gebeurt er met het leven als het niet meer sterven mag? Wat gebeurt er met een mens die niet meer kakken mag? Hoe men het ook draait of keert en wat men ook verplichten of verbieden zal: twee opgeteld bij twee is en blijft voor altijd vier en wie het anders wensen, horen in een onbestaande wereld thuis, in een lugubere sprookjeswereld. Op school wordt over de toekomst geleerd, welke de discipline rechtvaardigt, de studie en de volgzaamheid. De toekomst is wat aan de kinderen beloofd wordt maar zij moeten die ook verdienen. Alle secularisering ten spijt, volgt de voorstelling van het leven nog altijd die van de wereldgeschiedenis in het perspectief van de katholieke eschatologie: het leven kent alleen een opgang en de dood wordt een tijdelijke onderbreking waarvan de Messias alle gelovigen al heeft verlost zodat men reeds in dit leven zelf verrijst en voor altijd wordt herboren. Edoch, die ontkenning van de dood brengt onvermijdelijk een nog grotere narigheid in de plaats want de verrezenen waarvan sprake blazen weliswaar hoog van de toren maar zij doen dat zolang zij zelf niet gestorven zijn. Men vindt hen onder prinsen, koningen, kardinalen en nog andersoortige vorsten, vooraanstaanden en pauserijen. Die veinzen een onsterfelijkheid door een eeuwig leven dat handig wordt getrukeerd door de personaliteiten in kwestie met hun functies te verwisselen: het pausdom leeft eeuwig dankzij het algoritme van de opvolging en zo ook de dynastieën, de vorstenhuizen en de huizen: alle bezitters van materiële of immateriële goederen. Eeuwig wordt de stoel bekleed, eeuwig beheerd de bezittingen, de eeuwigheid boort zich in de sterfelijkheid naar binnen zoals een worm in het hout en in het geweten, waardoor zij nu ook al wat sterfelijk is, gaat aanvreten. Niet alleen de eeuwigheid gaat dan verloren maar tevens zal ook het tijdelijke aan onze greep ontsnappen. Het is de waan van de eeuwigheid die ons ook nog eens van ons eindig bestaan berooft en zo houden wie zich als schepselen niet kunnen bevredigen uiteindelijk helemaal niets meer over van het armzalige bestaan. Want op de keper beschouwd kan men de ziekte en de dood niet wegwerken zonder dat men dit met de zieken en de doden zelf doet. Die kostelijke illusie huldigde ook Adolf Hitler door alles wat niet kon beantwoorden aan de door zijn totalitarisme opgelegde fictie, gewoon de nek om te draaien. Edoch, hoe doet men dat, de dood de nek omdraaien? Opdat die handeling effect kon hebben, moet zij dat met de levenden doen. De hedendaagse cultuur is een fictie van een totalitair systeem dat de toegang tot het leven verbiedt aan wat of wie niet kunnen beantwoorden aan de eisen die zij voortaan aan het leven stelt. Wat niet strookt men haar wanen, wordt eerst genegeerd en als het zich alsnog verzet, wordt het tot fantoom verklaard; het wordt behandeld met pesticiden en met nog andere bestrijdingsmiddelen van Bayer en van nog andere firma's, vestigingen die erover waken dat de omkering van waan en werkelijkheid stand houdt door allen te verplichten om te belijden dat twee opgeteld bij twee gelijk is aan vijf. Het zijn de zwakkeren die het gelag betalen en het hoeft allang geen betoog meer hoe dat dan komt. (J.B., 5 oktober 2026)
|





