Hoe wenselijk/menselijk is A.I.?
|
Hoe wenselijk/menselijk is A.I.? Artificiële Intelligentie: is de robot de alomtegenwoordige, alwetende godheid? Is hij de duivel? Is hij de golem van een bende samenzweerders? Als de gebruiker die dingen daar in zoekt, zal hij ze ook vinden omdat A.I. een 'neutraal' brein is dat toestaat dat men zijn eigen weg zoekt. Wie zoekt, die vindt maar nog meer dan dat geldt ook: wie wit zoekt, zal wit vinden en wie zwart zoekt, zal zwart vinden. Wil men een samenzwering ontdekken of een list van de duivel, dan zal men die ook vinden. Wil men een goede god zoeken, men vindt die eveneens. Maar zoekt men naar de waarheid, dan blijft die uiteraard verborgen want de robot kent de waarheid niet, voor de robot is de waarheid nog veel raadselachtiger en mysterieuzer dan dat de robot dat voor zijn gebruikers is. De robot presenteert zichzelf om die reden als een spiegel, een encyclopedie, altijd op maat van de gebruiker. Het naslagwerk bevat de waarheid niet maar wel de vele 'waarheden' die elkaar vaak tegenspreken, waarbij een scheidsrechter ontbreekt, of beter: de gebruiker zelf is de scheidsrechter van het spektakel. Wat hij te zien krijgt, zijn waarschijnlijkheden, met andere woorden: dingen die op de waarheid zouden kunnen gelijken. Het probleem met A.I. is analoog aan dat met elk ander menselijk instrument: het wordt weliswaar gebouwd met het oog op de vergemakkelijking van de menselijke arbeid en indien aldus aangewend kan het een zegen zijn maar voor haar misbruik of haar gebruik in functie van door de gebruiker gestelde doeleinden, zijn de ontwikkelaars van de robot niet verantwoordelijk. Dat misbruik kan reeds het geval zijn voordat de robot de gebruiker bereikt namelijk waar het gepleegd wordt door zijn bouwmeesters. De bouw van een indrukwekkend plastisch pseudobrein kan pas tot stand komen met een gigantisch fortuin en aangezien de geldschieters voor die kermis met onbekende afloop mensen zijn, zullen ook de menselijke gebreken zich daarin openbaren. In de voor een groot stuk neoliberale samenleving van vandaag valt de betekenis van die waarschuwing niet ver te zoeken en ligt ook hier de zwakke plek in de corrumpering van de machine onder de druk van het winstbejag. Het gaat om informatie maar koppelt men daaraan het begrip winst, dan is het zonneklaar dat er geld zal rollen om de waarheid een heel klein beetje te verwringen en soms een heel klein beetje veel. Hoe dat allemaal in zijn werk gaat, hebben Chomsky en Herman quasi wiskundig uitgelegd in hun in 1988 verschenen Manufacturing Consent over het tot stand komen van desinformatie die er als informatie uitziet en die dankzij dat waarheidsmasker een onoplettende en makkelijk te misleiden massa mee krijgt in haar fabeltjes. Het verschil met het verleden zit in het geëvolueerd zijn van zowel de informatie als het misbruik daarvan: de activiteit van het desinformeren lijkt die van het informeren zelfs te overtreffen als men zich blind staart op het gedrag van de tirannen die momenteel aan het roer van de wereld staan. De leugen schuwt het licht totdat zij zich heeft gelegitimeerd want dan wordt zij beschermd, wat een totalitair systeem kenmerkt dat dan de realiteit met haar ficties weet te verwisselen, waarna het de waarheid is die zich moet verbergen. Precies omdat het onderhavige instrument behalve encyclopedisch ook van retorische aard is en derhalve gestuurd kan worden zonder dat men een zicht krijgt op wie in de cockpit zitten, zijn waarschuwingen maar ook voorzorgsmaatregelen noodzakelijk. Zeker en vast vooraleer men het ding in scholen aan kinderen voorschotelt als speelgoed want onschuldig blijkt dit speelgoed allerminst. (J.B., 10 oktober 2026)
|


