Naar de inhoud

Aardewaartse poëzie

notities voor een gedicht
seniorennet.beseniorennet.be
Aardewaartse zinnen, een soort inkeer, het zoeken naar een zin en het woord in een zin en de zin van een woord.

intervieuw

ik ben de derde man, de vragensteller
de andere twee, ze versieren slechts
zij zijn decorum, dus een ontvankelijk
stel ze strelen, je ego lang genoeg om
je argwaan, je oververhitte zinnen af
te koelen, ik stel hier dus de vragen



Geschreven door Verdano om 22:25 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Voorspelbaarheid


.

zelfs de vissen zwermen neerslachtig vandaag
ze drijven te traag in regenboogkleurig water

op het voorhoofd groeit een derde en zelfs een
kwalijk oog, een merkbaar teken zoals onheil
een 'mene tekel' aan de wand genoemd wordt
het vergif vergeeft de schoonheid tot een ver-
warrend kleurenspel en de zon speelt ermee

een vage man, een traag geworden overlever
heeft genoeg gezien, hij kan of liever hij weet
het einde nader en weerstreven
hoeft voor hem niet meer

hij heeft het derde oog
het kan de toekomst zien

Geschreven door Verdano om 21:50 Reageer op dit bericht Stuur door

kalme waters

wat is berusting anders dan
een rivier die zich omarmen
laat door zijn bedding, zelfs
de dijken aanvaardt tot aan
zijn gulzige monding toe
tot de vloed op komt

het deinen is zoals het wiegen
tot de slaap komt
en de regens, de stormen
de overvloed

dan is het onze beurt
om te berusten


Geschreven door Verdano om 11:52 Reageer op dit bericht Stuur door

zandbanken


.

vandaag is het grijs, de hoofdtoon
een scheepshoorn klaagt gedempt
hij zoekt een haven, een ligplaats
een versteende waterkant, diepte

het gebeurt wel meer dat walvissen
stranden bedenk ik, de zandbanken
ze kruipen, een verraderlijke weg
ze wentelen het land zo dronken

een kustvaarder roept, omdat hij
nooit landinwaarts verder reizen
durft, want als de stroom wegebt 
dan heeft modder de bodem toe
gedekt, dan heerst de twijfel en

het stranden wordt werkelijkheid

.
Geschreven door Verdano om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De formele taal in de poëzie

En toch vind ik persoonlijk dat elk goed gedicht voordraagbaar moet blijven. Er is tot nu toe nog niemand geweest die mij echt kon overtuigen van het tegendeel.

Misschien beschouw ik het ook als het uitspreken van een toverspreuk, om een magisch effect te bekomen. Het theatrale kan misschien wel beter een luisterpubliek bekoren, maar het is niet dat wat ik zoek. Ik sta nooit te springen en te bulderen op een podium, hooguit één keer en dan nog om de toehoorders tot orde te roepen, afhankelijk van de stemming. Daarvoor heb ik een paar gedichten geschreven die dat heel goed doen.

Al ooit eens aan gedacht dat een voordrager eerst het publiek dient te bewerken alvorens hij kan overgaan tot het echte voorlezen? Je bouwt een spanningsveld op, gradueel sleur je het publiek mee over de schreef. Een voordracht verloopt wat mij betreft ook volgens een scenario, dat je zorgvuldig opbouwt.

Gedichten worden geschreven in een formele taal, waarbij ik vooral duid op de specifieke betrekkelijkheid van “formeel” schrijven. De lezer en/of de toehoorder wordt aangesproken. De dichter roept een lees-/luisterhouding op, er is dus een intense wisselwerking die alleen kan teweeg gebracht worden door iets ‘vormelijk’. Een gedicht heeft immers altijd met vorm te maken, elke roep naar de ‘vrije vorm’ ten spijt. De zogenaamde ‘vrije vorm’ bestaat immers niet, de schrijver maakt zijn eigen vorm, hij schrijft vormelijk en dus formeel de taal.

Lees proza, een verhaal, een essay en daarna enkele gedichten. Eigenaardig genoeg herkennen we onmiddellijk het verschil met de gedichten. We gaan in eerste instantie op de uiterlijke vorm af, aan een gedicht bemerken we de afgebroken regels, witregels en soms ook het ontbreken van leestekens en hoofdletters. Deze eerste vaststelling bepaalt echter niet alles, bij lezing van een gedicht valt ons nog meer op. Bijna elke zin op een regel, staat op zichzelf. Het lijkt alsof de schrijver zijn bedachte zinnen stapelt, en soms lees je een interessante wending, zoals een blad dat zich plots omdraait omdat de volgende zin een heel andere betekenis toevoegt. Als een gedicht bezield wordt voorgedragen, dan hoor je pas echt de formaliteit van de zinnen, de woorden, de klanken tot zelfs de haperingen toe.

Een formele taal spreken is gebruik maken van een zekere aanspreekvorm, het gebruik van een vormelijke taal.

Klank is slechts één facet, weliswaar niet onbelangrijk, vermits taal het beste overkomt als ze welluidend gebruikt wordt.

De vergelijking met schilderkunst gaat in zoverre op, dat 'beschrijven' meestal het doel voorbij schiet. Men verkrijgt dan slechts een statisch beeld, waarmee ik bedoel dat het geheel oppervlakkig blijft. Het is immers niet voldoende om de dingen aan te duiden, maar eerder ze op te wekken in de verbeelding.

Je ontkomt nooit aan het vormelijk gebruik van de taal, zelfs SMS-taal kan in die zin als een vormgeving beschouwd worden.

Als dichter kan je altijd wel één of ander element benadrukken, maar het gebruik van een formele taal is iets dat onvermijdelijk is, daarom is dichtkunst ook zo herkenbaar. Hoe graag je het ook zou willen, aan het gebruik van een formele taal ontkom je niet wil je poëzie/dichtkunst schrijven. De taal blijft nog altijd het instrument om te schrijven.

Bovendien "totale vrijheid" bestaat niet in de literatuur. De zo geroemde dichterlijke vrijheid is ook geen absoluut gegeven, je dient nog altijd rekening te houden met de taal.

Om het helemaal imperatief te maken, jijzelf bepaalt nooit wat dichtkunst of poëzie is, je kan het enkel trachten te benaderen. De tijd zal hier over oordelen, als je werk ooit in boekvorm verschijnt en de recencies beamen dat het voldoet aan universeel geldende esthetische normen.

Je kan enkel trachten door studie proberen te vatten wat de dichtkunst universeel maakt, hoe meer je je erin verdiept hoe minder geneigd je bent om zomaar iets als een gedicht te accepteren, het 'herkennen' is ook iets wat geleerd moet worden, zoals alles in het leven.

Het gebruik van de specifieke formele taal in de dichtkunst, onderscheid deze van andere disciplines in de literatuur.

Geschreven door Verdano om 16:42 Reageer op dit bericht Stuur door

Zo hou ik stilstaand van het water


.

Hier wast haar aardse water
langs mij heen, ze tekent lang

gerekte benen rond de houten
palen van een aanlegsteiger

en op haar rechterboezem zijn
de blauwe stenen altijd glad

ze glanzen nat, vol wrevel deint
haar donker bloed, het dansen

het gorgelen en het bruisen
van de Schelde dwingt het krijsen
van vogels naar de achtergrond

het lijkt alsof ik hier de eeuwen
heb verloren, ik adem traag
en diep tot aan de bodem toe

want hier is geen rivier vol leven
meer, slechts een zee van hier
tot daar zover mijn blik reikt

als ik mijn hoofd laat hangen
vult het water al de gangen
van mijn gehoor en luiden er
slechts waterklanken

ik hoor haar beiaard in de verte
zij stemt mij droef genoeg

.
Geschreven door Verdano om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Ze roept tegen de wind in

ach, roept ze moedeloos tegen de wind 
en hartsgrondig haat ze elke verwaaide 
zin die hij omkeert en dan anders klinkt

 

zij had toch een lange bomenrij rechtop 
fier de stammen nog jong en groen aan-
geplant, met zwarte aarde aangestampt

 

om ze de wind te laten breken, maar zelf
niet, ze buigen wel haar woorden zachter

met spijt blijkbaar, want ze maken haar
onverstaanbaar

 

want haar taal is de hunne niet, zij fluisteren
het liefst en hun enige verweer is buigzaam
ze schudden ook hun hoofden in de wind

Geschreven door Verdano om 19:13 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

De stadsbedelaar

 

.

hij verstopt zijn aaibaarheid

achter fronsen en een grimas

zijn stem breekt glas en knarsen

het glazuur van zijn tanden

 

hij bevuilt spijt op zijn hurken

met een bierblik op de grond

een beker aan zijn voeten

 

zijn handen lijken wel gebeten

de koude steekt hij weg

met oude kranten

 

en enkele voorbijgangers

ze werpen, het medelijden

goedkoper op de grond

.

Geschreven door Verdano om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Een schaamteloos krot

.
 

er

kruipen bruine mieren langs

de muur omhoog de deur zit

vast en klem, het hout is rot

en een vergeten slot is groen

 

het heeft de sleutel en zijn glans

verloren mieren kruipen tussen

de kieren en de vele spleten door

zo kunnen ze wel het hele huis

 

veroveren

 

de man die laatst nog

binnen kwam, hoe lang

geleden weet ik niet

is er te kort

een tijd verbleven

 

want de muren zijn nog kaal

de vensters hebben nog geen

gordijn gezien, slechts vegen

 

het is zonde van het huis

met van die schaamteloze ramen

 

en ik heb zelfs geen huis

om het te beschamen

Geschreven door Verdano om 23:44 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Scheldezicht

Een wandeling aan de Sint Aldegondiskade


hier roept geen meermin vrouw noch man
maar langs zonder het boeien, waar rustig
de logge schepen hun kettingen rammelen

in diep water klinkt hun dof geluid getijde-
loos op een zanderig zachte bodem, achter
de sluizen wachten ze, al de jaren langdurig

'we houden hier ook van hoge masten' zei ik

kijk hoe ze hun schors te barsten schudden
al lanen lang noemt men ze hier platanen en
de zeewind heeft ook hen met schuimgeweld
schuin te kijk gezet, maar ach ze buigen wel

al wat hier aanligt trotseerde ooit de zee
door scha en schande hoeven ze echt geen
namen meer, voor deze schepen slechts
de landstormen en een uitroestig sterven

.

Geschreven door Verdano om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De ochtenden zijn wit bestoven

De ochtenden, ze scheuren

nu langs mijn raam voorbij

ze krassen, groeven in arduin

de blauwe stenen, ze stuiven

als ‘t wit zand omhoog

 

in de verte ronkt een vlieg-

tuigmotor, de vleugels zie ik

niet te voorschijn komen, maar

misschien vliegt hij ook te hoog

 

Deze nacht had ik ijskoud

een droom, zelfs de lucht

leek wel bevroren en alles

 

wat ik zag was wit, afgrijselijk wit

zelfs schaduwen liepen verloren

en ze vonden hun oorsprong niet

 

ik droomde over vandaag op
het plein, totdat de morgen me
wakker riep, het vuur bleek
en de assen wit bestoven

Geschreven door Verdano om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Pleinvrees

vanaf een betonnen balkon

zie ik een plein heel het jaar

door groen, kunstig het gras

hier en daar een wandelaar

zijn hond moet aan de lijn

 

ik zie een blokkendoos naast

een enkele boom, snoeihard

een getralied voetbalveld, ze

roepen er allemaal opzichtig

mijn hond moet aan de lijn

 

het eigen volk houdt het wel

heel erg kort, met blauw en

met lange messen dreigen ze

zelfzeker het warkruid weg

 

ze hebben hun eigenbelang

al veel te lang gekoesterd en

ze komen nu huis aan huis de

vol gemeste tuinen wieden

 

tot zelfs een bedelaar heel

vreemd zingt in zijn eigen

stad, om van te kotsen want

zijn gekraakte huis werd
afgeslacht

Geschreven door Verdano om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Voorspraak

Dit is in wezen een betoog, ook een voorspraak
hier neem ik het woord en werp mijn oordeel in
de weegschaal.

Het is inderdaad mijn bedoeling om uw beslissing
te beïnvloeden, niets meer en niets minder, ik kom
er openlijk voor uit dat ik Uw onvermurwbaarheid
aan het wankelen wil brengen.

Hier schroom ik mij dus niet om op te komen voor
mijn vriend AQ, duizend maal meer indringend dan
mijn verwoording, is zijn levensverhaal.

Daarvan onthou ik dat hij hals over kop vluchtte,
zonder voorbereiding, ook geen voorbedachtheid
daar had hij de tijd niet voor.

De feiten zijn U welbekend, U beschikt immers
over een volledig dossier, met naam en toenaam
met allerlei verklaringen die waarschijnlijk wel
niet helemaal sluitend zijn.

Maar U hoeft enkel de paniek erbij te bedenken,
en een wereld die in elkaar stortte

Geschreven door Verdano om 22:07 Reageer op dit bericht Stuur door

De vrouwentoren

.

met haar stenen, haar
slanke lijf praalt ze hoog
boven de grijze stad
de zielen, de zinken
de rode pannen, daken
telt ze met zware slagen
telkens de lange uren
het vertragen van dagen
waar kristallen glazen
in de verte klinken

maar af en toe is zij frivool
genoeg om de tonen lief te kozen
die ik haar verlegen vroeg

dan laat ze klanken uitverkoren
boven doffe lagen stadslawaai

haar beiaard in de klokkentoren
vervaagt mijn roezemoes
dan in een handomdraai

.
Geschreven door Verdano om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De Schelde kaaien

.

midzomer avond laat
de oude kaaien lonken
traag de wandelaar

de terrassen stapelen
loom de laatste gasten
het avondrood bestijgt

hun dronken hoofd
ze praten er roestig
met gedoofde stemmen

want de hitte heeft
hun keel geschraapt
ze blazen af en toe

nog heel gewichtig
de hoofden knikken
naar de wandelaar

ze zijn als bomen
die aardig wuiven
met hun kroon

.
Geschreven door Verdano om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Nog een oudje voor de kerst (herwerkt)

Om nog een beetje stemming te scheppen, plaats ik vandaag een oud (herwerkt) kerstgedicht van mezelf:

Kerstglans

'k zie er glazen bellen in felle kleuren
een glitter glans de verse dennegeuren
en tussen groene naalden danst katoen
gepluis, sneeuwt het nu ook al in huis?

'k zie een kinderwens in flinterdun glas
flits, fliksem flonker lichten aan en uit
pinken in de donkerte totdat de nacht-
wacht galmt en als de glazen dronken

stemmen hun twaalf slagen klinken laten
dan hoor ik papier geritsel het scheuren
't gefrutsel, en verblindend flits, flits het
kiekjes monster verzamelt ogen wonder
en ah's en oh's

.
Geschreven door Verdano om 22:15 Reageer op dit bericht Stuur door

de hangende tuinen



hier kruipen de tuinen langs de wind omhoog
ze vormen lange rijen, en stapelen tevergeefs 
de bruine aarde, het gehelmde gras heeft hier
zijn wortels al ontbloot, het  maakt zich klaar
vertrekkensklaar

een storm is niet behulpzaam, verre van want
alleen een lichte regenval houdt dit alles tezamen

misschien zal een ijstijd ons met verstarring raken
en wordt het landschap nog eens vriesdroog kaal

en kruipt zelfs het water langs de wind omhoog
Geschreven door Verdano om 11:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Een winterhart

.

Vroeger
braakte hij
de woorden als
een ware waterval
tot hij opeens begon
te haperen omdat het ijs
hier om zich heen gegrepen
had, enkele druppels druipen
nog, om het allerlaatste zuchten
weer te geven, hij is nu winterhard

toen zelfs de tijd verloren, bleek
liet men onaangedaan de korte dagen
langer lopen, want zolang het vriezen en
de vorst geen uren kennen, hij als de zon zo
laag gezonken is, blijft hij het liefst een ijzig beeld

heeft hij een winterhart

.

Geschreven door Verdano om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

De trage schelde


.

mijn haven is een pleisterplaats
voor traagheid, voor de logge
schepen en de Schelde zelf een
blinkend pad dat kronkelt langs
haar lage landerijen en de dijken
hoeven slechts het springtij t'rug

naar zee te laten streven, hier is
geen mond meer die haar brakke
water lust, enkel nog wat oudere
grachten, ze liggen talrijk onder
grond te wachten op een metro
koker, het graafwerk en de tram

wij raken hier altijd doorweekt
door regen, en de klei houdt alle
botten vast, 't slijk blijft eerloos
kleven aan mijn landerigheid met
bruine vegen, maar zelfs de zee

heeft, lang geleden dit land gekust
de walvis ooit nog vaart gekregen
hij zocht toen landinwaarts
zijn laatste rust

.
Geschreven door Verdano om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Aardewaartse poëzie

↑ Terug naar de berichten