Ze roept tegen de wind in
ach, roept ze moedeloos tegen de wind
en hartsgrondig haat ze elke verwaaide
zin die hij omkeert en dan anders klinkt
zij had toch een lange bomenrij rechtop
fier de stammen nog jong en groen aan-
geplant, met zwarte aarde aangestampt
om ze de wind te laten breken, maar zelf
niet, ze buigen wel haar woorden zachter
met spijt blijkbaar, want ze maken haar
onverstaanbaar
want haar taal is de hunne niet, zij fluisteren
het liefst en hun enige verweer is buigzaam
ze schudden ook hun hoofden in de wind



1 reactie op dit bericht
ze roept tegen de wind in