Naar de inhoud

Aardewaartse poëzie

notities voor een gedicht
seniorennet.beseniorennet.be
Aardewaartse zinnen, een soort inkeer, het zoeken naar een zin en het woord in een zin en de zin van een woord.

Winterlandschap


.

ik heb een sneeuwlandschap
van heel dichtbij bezocht en
de bomen groeiden hagelwit
de takken hingen zwaar en ik
hoorde ze kraken met elkaar

mijn sporen werden toegedekt
en de nachtlucht bleek 
een deken dat een koude vlaag
omhelsde, zo innig leek
haar ijzig beeld dat bij me bleef
deze sneeuw bedekte dagen

.
Geschreven door Verdano om 23:55 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

evolutie


.

het is dat wij van water houden
als het vocht waarin we dreven
het deinen wiegt ons nog in slaap

we droegen schalies en het zilver
op de huid, een bek had scherpe
tanden, ze haken in de prooi vast
om te grijpen, en kieuwen ademen
rood, ze drinken zuurstof, water

we kenden ook geen dagelijks
brood, we hadden niets omhanden

het is dat wij van aarde houden
als de grond waarop we lopen
't beven rukte ons uit een droom

.

Geschreven door Verdano om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Een laatste rustplaats

.

één dezer dagen keer ik aardewaarts
dan zoek ik mij als laatste rustplaats
een linkeroever zonder stenen kade
waar ook geen houten vlonder hoeft

'k laat er wel het schoeisel achterwege
zodat het slib twee naakte voeten kust
in gebed laat ik hier mijn sporen achter
waar je straks bij laagtij de boot aanlegt

daar bouw ik op het droge een stenen
tombe met zwarte letters en de datum
jaren later dan vandaag, zodat de cijfers

zullen blijven hangen, aan de populieren 
eeuwen lang, ze groeien hard, ze ruisen
want de veerman rust nu aan hun voet

(vers des espoirs bientôt anéantis,
l'orgueil au vent, je suis parti.
Emile Verhaeren zegt het goed)


.
Geschreven door Verdano om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De stadsbedelaar

hij verstopt zijn aaibaarheid

achter fronsen en een grimas

zijn stem breekt glas en knarsen

het glazuur van zijn tanden

 

hij bevuilt spijt op zijn hurken

met een bierblik op de grond

een beker aan zijn voeten

 

zijn handen lijken wel gebeten

de koude steekt hij weg

met oude kranten

 

en enkele voorbijgangers

ze werpen, het medelijden

goedkoper op de grond

Geschreven door Verdano om 23:45 Reageer op dit bericht Stuur door

winter vrouwe

zij was in zevenstruiken waar de maan de wacht optrok
een volle, ze droeg er een halo rond en met ijskristallen
bezaaide ze de lucht, en het vijverwater kraakte ijselijk

ze kon plots over de plassen lopen zonder nat te worden
haar adem wolkte en ze stapte alsmaar trager totdat ze
wit bestoven gelijk de dennen werd, ze verdween uit
het zicht, ze was wit, het maagedelijk wit
en de koude winter lachte
Geschreven door Verdano om 09:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Ontmoetingen


Het Peerdsbos

 

misschien

kan je er mij wel ontmoeten

achter zo'n groene bomenrij

 

dicht erbij

aan de rand van mijn bos

aan de kant

van het water

waar treurwilligen in rijen

woordeloos staan

 

dan kom ik wat

later langs en

mag je ook wat mooier

groen verzinnen

 

zoals malachiet

of smaragd liefst

iets mosgroen

uit de bergen

 

daar mag jij ze uitverkiezen en ik

zodat we samen de dag verliezen

.

Geschreven door Verdano om 11:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Metamorfose


.

zelfs ik ben soms een zwerver
die geen onderdak meer hoeft
al de dagen dat het regenwater
de aarde voedt met overmoed

ben ik geen hoge boom, toch?  
ik spreid hier ook vertakking
boven grond en mijn bladeren
zijn ontelbaar, ze ritselen soms

geen wortels malen dieper dan
de bodem waarop ik stoer met
beide voeten aangeplant stand

houd, alsof een stormwind mij
aan het wankelen zou kunnen
brengen, ik die zelfs bergen kan

verzetten en de duinen platvloers
verschuiven, want af en aan ben
ik de zee en zeer warhoofdig dan
lijk ik wel een hoofse boom te zijn

.
Geschreven door Verdano om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Voorspelbaarheid


.

zelfs de vissen zwermen neerslachtig vandaag
ze drijven te traag in regenboogkleurig water

op het voorhoofd groeit een derde en zelfs een
kwalijk oog, een merkbaar teken zoals onheil
een 'mene tekel' aan de wand genoemd wordt
het vergif vergeeft de schoonheid tot een ver-
warrend kleurenspel en de zon speelt ermee

een vage man, een traag geworden overlever
heeft genoeg gezien, hij kan of liever hij weet
het einde nader en weerstreven
hoeft voor hem niet meer

hij heeft het derde oog
het kan de toekomst zien

Geschreven door Verdano om 21:50 Reageer op dit bericht Stuur door

kalme waters

wat is berusting anders dan
een rivier die zich omarmen
laat door zijn bedding, zelfs
de dijken aanvaardt tot aan
zijn gulzige monding toe
tot de vloed op komt

het deinen is zoals het wiegen
tot de slaap komt
en de regens, de stormen
de overvloed

dan is het onze beurt
om te berusten


Geschreven door Verdano om 11:52 Reageer op dit bericht Stuur door

zandbanken


.

vandaag is het grijs, de hoofdtoon
een scheepshoorn klaagt gedempt
hij zoekt een haven, een ligplaats
een versteende waterkant, diepte

het gebeurt wel meer dat walvissen
stranden bedenk ik, de zandbanken
ze kruipen, een verraderlijke weg
ze wentelen het land zo dronken

een kustvaarder roept, omdat hij
nooit landinwaarts verder reizen
durft, want als de stroom wegebt 
dan heeft modder de bodem toe
gedekt, dan heerst de twijfel en

het stranden wordt werkelijkheid

.
Geschreven door Verdano om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De formele taal in de poëzie

En toch vind ik persoonlijk dat elk goed gedicht voordraagbaar moet blijven. Er is tot nu toe nog niemand geweest die mij echt kon overtuigen van het tegendeel.

Misschien beschouw ik het ook als het uitspreken van een toverspreuk, om een magisch effect te bekomen. Het theatrale kan misschien wel beter een luisterpubliek bekoren, maar het is niet dat wat ik zoek. Ik sta nooit te springen en te bulderen op een podium, hooguit één keer en dan nog om de toehoorders tot orde te roepen, afhankelijk van de stemming. Daarvoor heb ik een paar gedichten geschreven die dat heel goed doen.

Al ooit eens aan gedacht dat een voordrager eerst het publiek dient te bewerken alvorens hij kan overgaan tot het echte voorlezen? Je bouwt een spanningsveld op, gradueel sleur je het publiek mee over de schreef. Een voordracht verloopt wat mij betreft ook volgens een scenario, dat je zorgvuldig opbouwt.

Gedichten worden geschreven in een formele taal, waarbij ik vooral duid op de specifieke betrekkelijkheid van “formeel” schrijven. De lezer en/of de toehoorder wordt aangesproken. De dichter roept een lees-/luisterhouding op, er is dus een intense wisselwerking die alleen kan teweeg gebracht worden door iets ‘vormelijk’. Een gedicht heeft immers altijd met vorm te maken, elke roep naar de ‘vrije vorm’ ten spijt. De zogenaamde ‘vrije vorm’ bestaat immers niet, de schrijver maakt zijn eigen vorm, hij schrijft vormelijk en dus formeel de taal.

Lees proza, een verhaal, een essay en daarna enkele gedichten. Eigenaardig genoeg herkennen we onmiddellijk het verschil met de gedichten. We gaan in eerste instantie op de uiterlijke vorm af, aan een gedicht bemerken we de afgebroken regels, witregels en soms ook het ontbreken van leestekens en hoofdletters. Deze eerste vaststelling bepaalt echter niet alles, bij lezing van een gedicht valt ons nog meer op. Bijna elke zin op een regel, staat op zichzelf. Het lijkt alsof de schrijver zijn bedachte zinnen stapelt, en soms lees je een interessante wending, zoals een blad dat zich plots omdraait omdat de volgende zin een heel andere betekenis toevoegt. Als een gedicht bezield wordt voorgedragen, dan hoor je pas echt de formaliteit van de zinnen, de woorden, de klanken tot zelfs de haperingen toe.

Een formele taal spreken is gebruik maken van een zekere aanspreekvorm, het gebruik van een vormelijke taal.

Klank is slechts één facet, weliswaar niet onbelangrijk, vermits taal het beste overkomt als ze welluidend gebruikt wordt.

De vergelijking met schilderkunst gaat in zoverre op, dat 'beschrijven' meestal het doel voorbij schiet. Men verkrijgt dan slechts een statisch beeld, waarmee ik bedoel dat het geheel oppervlakkig blijft. Het is immers niet voldoende om de dingen aan te duiden, maar eerder ze op te wekken in de verbeelding.

Je ontkomt nooit aan het vormelijk gebruik van de taal, zelfs SMS-taal kan in die zin als een vormgeving beschouwd worden.

Als dichter kan je altijd wel één of ander element benadrukken, maar het gebruik van een formele taal is iets dat onvermijdelijk is, daarom is dichtkunst ook zo herkenbaar. Hoe graag je het ook zou willen, aan het gebruik van een formele taal ontkom je niet wil je poëzie/dichtkunst schrijven. De taal blijft nog altijd het instrument om te schrijven.

Bovendien "totale vrijheid" bestaat niet in de literatuur. De zo geroemde dichterlijke vrijheid is ook geen absoluut gegeven, je dient nog altijd rekening te houden met de taal.

Om het helemaal imperatief te maken, jijzelf bepaalt nooit wat dichtkunst of poëzie is, je kan het enkel trachten te benaderen. De tijd zal hier over oordelen, als je werk ooit in boekvorm verschijnt en de recencies beamen dat het voldoet aan universeel geldende esthetische normen.

Je kan enkel trachten door studie proberen te vatten wat de dichtkunst universeel maakt, hoe meer je je erin verdiept hoe minder geneigd je bent om zomaar iets als een gedicht te accepteren, het 'herkennen' is ook iets wat geleerd moet worden, zoals alles in het leven.

Het gebruik van de specifieke formele taal in de dichtkunst, onderscheid deze van andere disciplines in de literatuur.

Geschreven door Verdano om 16:42 Reageer op dit bericht Stuur door

Zo hou ik stilstaand van het water


.

Hier wast haar aardse water
langs mij heen, ze tekent lang

gerekte benen rond de houten
palen van een aanlegsteiger

en op haar rechterboezem zijn
de blauwe stenen altijd glad

ze glanzen nat, vol wrevel deint
haar donker bloed, het dansen

het gorgelen en het bruisen
van de Schelde dwingt het krijsen
van vogels naar de achtergrond

het lijkt alsof ik hier de eeuwen
heb verloren, ik adem traag
en diep tot aan de bodem toe

want hier is geen rivier vol leven
meer, slechts een zee van hier
tot daar zover mijn blik reikt

als ik mijn hoofd laat hangen
vult het water al de gangen
van mijn gehoor en luiden er
slechts waterklanken

ik hoor haar beiaard in de verte
zij stemt mij droef genoeg

.
Geschreven door Verdano om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Ze roept tegen de wind in

ach, roept ze moedeloos tegen de wind 
en hartsgrondig haat ze elke verwaaide 
zin die hij omkeert en dan anders klinkt

 

zij had toch een lange bomenrij rechtop 
fier de stammen nog jong en groen aan-
geplant, met zwarte aarde aangestampt

 

om ze de wind te laten breken, maar zelf
niet, ze buigen wel haar woorden zachter

met spijt blijkbaar, want ze maken haar
onverstaanbaar

 

want haar taal is de hunne niet, zij fluisteren
het liefst en hun enige verweer is buigzaam
ze schudden ook hun hoofden in de wind

Geschreven door Verdano om 19:13 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

De stadsbedelaar

 

.

hij verstopt zijn aaibaarheid

achter fronsen en een grimas

zijn stem breekt glas en knarsen

het glazuur van zijn tanden

 

hij bevuilt spijt op zijn hurken

met een bierblik op de grond

een beker aan zijn voeten

 

zijn handen lijken wel gebeten

de koude steekt hij weg

met oude kranten

 

en enkele voorbijgangers

ze werpen, het medelijden

goedkoper op de grond

.

Geschreven door Verdano om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Een schaamteloos krot

.
 

er

kruipen bruine mieren langs

de muur omhoog de deur zit

vast en klem, het hout is rot

en een vergeten slot is groen

 

het heeft de sleutel en zijn glans

verloren mieren kruipen tussen

de kieren en de vele spleten door

zo kunnen ze wel het hele huis

 

veroveren

 

de man die laatst nog

binnen kwam, hoe lang

geleden weet ik niet

is er te kort

een tijd verbleven

 

want de muren zijn nog kaal

de vensters hebben nog geen

gordijn gezien, slechts vegen

 

het is zonde van het huis

met van die schaamteloze ramen

 

en ik heb zelfs geen huis

om het te beschamen

Geschreven door Verdano om 23:44 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Scheldezicht

Een wandeling aan de Sint Aldegondiskade


hier roept geen meermin vrouw noch man
maar langs zonder het boeien, waar rustig
de logge schepen hun kettingen rammelen

in diep water klinkt hun dof geluid getijde-
loos op een zanderig zachte bodem, achter
de sluizen wachten ze, al de jaren langdurig

'we houden hier ook van hoge masten' zei ik

kijk hoe ze hun schors te barsten schudden
al lanen lang noemt men ze hier platanen en
de zeewind heeft ook hen met schuimgeweld
schuin te kijk gezet, maar ach ze buigen wel

al wat hier aanligt trotseerde ooit de zee
door scha en schande hoeven ze echt geen
namen meer, voor deze schepen slechts
de landstormen en een uitroestig sterven

.

Geschreven door Verdano om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Aardewaartse poëzie

↑ Terug naar de berichten