De ochtenden zijn wit bestoven
De ochtenden, ze scheuren
nu langs mijn raam voorbij
ze krassen, groeven in arduin
de blauwe stenen, ze stuiven
als ‘t wit zand omhoog
in de verte ronkt een vlieg-
tuigmotor, de vleugels zie ik
niet te voorschijn komen, maar
misschien vliegt hij ook te hoog
Deze nacht had ik ijskoud
een droom, zelfs de lucht
leek wel bevroren en alles
wat ik zag was wit, afgrijselijk wit
zelfs schaduwen liepen verloren
en ze vonden hun oorsprong niet
ik droomde over vandaag op
het plein, totdat de morgen me
wakker riep, het vuur bleek
en de assen wit bestoven


