Woensdag 28 maart 2007
De maan
De maan schijnt. Voor driekwart toch…
Het is kwart over tien en ik zit aan mijn PC. Zij slaapt al. Hij rommelt nog wat op zijn kamer. Plots gaat het alarm van mijn firewall af en in de volgende seconde flitst mijn beeldscherm uit, valt de computer stil, de lichten gaan uit… Stroompanne!
Op de tast stommel ik naar beneden, naar de kelder waar mijn zaklamp voor noodgevallen ligt. De eerste die ik in handen krijg is plat en de volgende geeft een flauw schijnsel.
Van op het terras tuur ik naar de buren. Stilte. Nergens een glimpje activiteit. Ik kan niet onmiddellijk dedecteren of we lotgenoten zijn.
Ik stessel naar de voordeur, de straat is leeg. De overkant van de Schelde baadt in een luxueus licht van straatlantaarns en uitstalramen. Mijn kant ligt in de donkerte. Een eindje verder tekent een raam zich duidelijk af. Daar is automatische noodverlichting. Dat ken ik van op ’t werk. Daaraan kan je zelfs op klaarlichte dag zien dat de lichten het niet doen, omdat de noodexemplaren branden…
Ik wandel op mijn binnenhuissandalen naar de hoek van de straat, ook daar heerst relatieve duisternis. Mijn bejaarde buurman komt in kamerjas poolshoogte nemen, zijn tanden heeft hij thuis gelaten. Het waren geen echte en hij heeft ze bij zijn verkenning van de situatie niet nodig. Hij neemt het filosofisch op, al goed dat hij nog bougies heeft. Dat zijn kaarsen en geen ontstekingsattributen voor in de auto, hé!
Mijn theelichtjes werken niet goed mee, de helft is ondertussen al uitgedoofd, de wiekjes zijn te kort. De vlammetjes geven een grillig licht maar het is best gezellig.
Mijn zoon speurt de lucht af en merkt op dat onze stad lijdt aan lichtvervuiling. We besluiten samen een ommetje te maken om het getroffen gebied te verkennen. Het doet me aan iets denken. Aan de Afrikaanse nachten die zo plotseling kunnen vallen, al om zes uur ’s avonds. En hoeveel leven er dan nog is op straat.
Ook hier zijn er opvallend meer mensen op straat. We worden achtervolgd door een rood lichtpuntje. Spooky. Een plezanterik met een laserstraal, ergens boven ons hoofd. We moeten uitwijken voor een bouwwerf die het hele voetpad inneemt, het silhouet van een half afgebroken huis kijkt ons met lege ogen aan.
We slaan de tweede hoek om en even later speelt het licht van een zaklamp op ons hoofd. Een dame op leeftijd leunt door haar raam op de eerste etage en spreekt ons aan. Haar telefoon doet het niet. En ze had graag haar zoon gebeld. Maar ja, de panne zal zo wel opgelost zijn, hé!, troost ze zichzelf.
We vervolgen onze tocht, passeren mensen met zaklantaarns in alle formaten. We vinden het eigenlijk wel grappig.
Hij slaat de kap van zijn zwarte sweater over zijn hoofd, steekt de straat over om te testen hoe onzichtbaar hij wel is. Helaas steken zijn lichte broek en schoenen duidelijk tegen de rest af. Hij vindt het spijtig dat hij zonder zijn zwarte Reeboks en dito broek vertrokken is.
Een paar straten verder bouwen enkele studenten een feestje op straat. Een draagbare radio op een stoel en een fles drank binnen bereik, lachen en dansen…
Vóór we terug thuiskomen staan we even stil. Hij vindt het jammer dat het niet pikkedonker is. Zo’n gelegenheid en dan schijnt de maan. Al is het maar voor driekwart…


