Het eeuwige leven...
“Ach, hij heeft je vast wel gehoord, bolleke. Waar wil je je tekening hangen?”
De bloempot geven we een ereplaats.
Ik draag zus op mijn heup en vertel over vroeger. Hoe opa, mijn papa dus, met ons speelde. Diefke en agent in onze tuin. De eerste die hij ving, belandde in de gevangenis en wij moesten die dan trachten te bevrijden. Spannend, want hij was een alerte, watervlugge agent.
Hoe hij zich ooit verstopte onder mijn matras waardoor ik een vreemd, hoog bed bekwam en hij zich daardoor natuurlijk verraadde.
Ik haal herinneringen op aan oma, mijn mama toen ikzelf klein was, die voor ons warme vanillepap klaarmaakte als we ’s avonds van de zwemclub thuis kwamen. Het was eigenlijk opa’s zwemclub, maar wij mochten mee. Eerst was er een soort turnles en daarna mochten we het rimpelloze water in. Soms sloegen wij, kinderen, de turnles over en doken meteen in het zwembad. Wanneer de redder iedereen eruit floot, deelden we mee dat we van de ViGe waren; wat een heerlijk moment, die hele plas, voor ons alleen!
“Moet iek nog meer naar lienks?” stootte mijn broer met samengeperste lippen uit terwijl hij krampachtig schoolslag zwom. Uiteraard stak hij de draak met een madame uit de club en gaf hij zijn vertolking enkel in ons beperkte kinderkringetje.
Zo vertellend wandelen we terug naar de wereld der levenden…
In de rust van het kerkhof kan ik mijn gedachten de vrije loop laten, meermaals kwam ik hier mijn verdriet stillen en vond ik troost. Ik ben eerder een onregelmatig kerkhofbezoeker, maar rond Allerheiligen kom ik zeker langs. Het is er dan zo kleurrijk! Ik dwaal ook graag rond langs onbekende graven en familiekelders, lees de opschriften, fantaseer hun geschiedenis… De plakkaten had ik al lang zien staan. Ze meldden dat de vervallen concessies zouden hergebruikt worden. Maar ik sla er geen acht op, we hebben nog niet zo lang geleden voor een nieuwe termijn betaald.
Gewapend met een schoffel en een harkje kom ik een hele tijd later, in de late namiddag, samen met de kinderen, de graven een beetje onderhouden. Groot is mijn ontsteltenis als ik het graf van mijn moeder niet meer vind. Ze liggen niet ver van elkaar, mijn vader aan een hoofdweg, mijn moeder een beetje verder aan een zijweggetje. Ik loop alle graven in de buurt af. Op den duur als een kieken zonder kop. Maar waar ik ook kijk, mijn moeder is er niet.
Ik ben mijn kluts kwijt, het lijkt zo onwezenlijk! Rijd naar mijn broer, ik heb immers nog geen GSM. Samen keren we terug, maar de poort is ondertussen gesloten. We kunnen er niet meer in.
De volgende dag vernemen we dat het graf verwijderd is, de steen is onherroepelijk weg. Hoe kan dat nu?
Een hele tijd geleden vroegen we of beide concessies niet samen konden genomen en gelijktijdig betaald worden. We leefden in de veronderstelling dat dit in orde was. Toen we laatst betaalden, dachten we dat dit voor beide ouders was. En helaas stuurt men geen uitnodiging, we moeten dit zelf opvolgen. En doordat mijn ene zus het papierwerk aan mijn broer overdroeg, ging er informatie verloren… Het had zo’n vaart niet gelopen indien het bewuste terrein in betere staat was geweest. Nu wil men ontruimen, omdat de grond slecht is, graven verzakken daar gemakkelijk. De meningen blijken ook verdeeld in de familie, niet iedereen gaat naar het kerkhof, niet iedereen hecht belang aan een zerk. Maar toch besluiten we unaniem de concessie aan te houden.
Nagedachtenis koester je natuurlijk niet enkel op een begraafplaats…
Door die verzakkingen raakte het graf van mijn vader gehavend. Kristus, de Weg, de Waarheid en het Leven, staat er, in navolging van het opschrift bij mijn moeder, nog altijd. Ze hebben daar steeds, mijn moeder vooral, proberen naar leven.
Ondertussen ben ik dit ontgroeid, het kerkelijke. De wààrden die ze ons meegaven echter, blijf ik met me meedragen.
Af en toe kom ik nog langs om te tuinieren. Ik nam een stukje van mijn tuin - mijn paradijs - mee en verplant het daar. Dat schept een band. En troost.
Maar het liefst van al zou ik een stukje van mijn vader en mijn moeder willen meenemen naar mijn tuin, dicht bij mij...





