Naar de inhoud

Zabrila en Konstantijn

en hoe het hun nakomelingen verging...
akke.beakke.be

Berichten van 1 juni 2007 tot 30 juni 2007

Jakkes, slakken...

De avond is zacht en noodt tot natafelen. Uit een rijke waaier aan ervaringen diept hij herinneringen aan zijn eerste schoolse jaren op. Hij kan zo boeiend en kleurrijk vertellen dat het me geen enkele moeite kost me de branievolle kleuter met zijn donkere deugnietogen voor de geest te halen.
Het is grootouderfeest en meester Leonardus splitst de klas met weidse gebaren in twee groepen: die mèt oma of opa en diegenen zònder. Hij hoort bij de laatste groep en mag naar de speelplaats. De anderen worden naar de eetzaal geloodst. Met de neus tegen de ruit probeert hij te ontwaren wat daar binnen gebeurt. Hij ziet tafels overladen met cake en wanneer die verorberd is wordt er een nieuwe lading aangevoerd. Hij wou dat hij met zijn ogen kon eten. Voor zijn smachtende blik worden de gordijnen met een snok dichtgetrokken. Op naar een ander venster. Daar voltrekt zich hetzelfde scenario. Zjoef, gordijnen dicht. De jaren hebben de belevenissen gekleurd, maar het gevoel was toendertijd wel echt: buitengesloten van iets leuk. Nu hij erop terugblikt beseft hij dat het de Kosovaartjes, de Kongoleesjes, de vreemde nationaliteiten waren die het zonder grootouders moesten stellen…
Ooit heb ik een surogaat-oma opgetrommeld… Ze bewaart nog steeds het geknutselde geschenkje.

Wat later worden de warme maaltijden plastisch omschreven. Ze worden unaniem als walgelijk en oneetbaar bestempeld. De soep, om en om gewalst, blijft aan de rand van de kom kleven en verliest zo volume. Lekkernijen van bij de bakker verhuizen naar de leraarskamer terwijl de kinderen kleffe aardappelen naar binnen werken. Op de speelplaats nipt de juf van haar Fanta… ooo wat wekt dit goesting op!

In het derde leerjaar rijgt hij straf na straf aan elkaar. Hij pijnigt zijn hersenen op zoek naar een niet voor de hand liggend antwoord op de vraag wat er zoal in de dierentuin te bezichtigen valt. “Dinausaurussen!” Het wordt hem niet in dank afgenomen. Een dier uit het bos. Een olifant! In Azië toch, ja? De echtgenote van koning Boudewijn? Euhm… hij twijfelt… Koningin Philadelphia? De klas is te klein, juffrouw Ilse is heel boos, als sanctie vliegt hij naar het vierde leerjaar. Of deze juf weet wat haar volgend jaar te wachten staat: zo’n dommerik? En zo voelt hij zich ook: ontstellend dom.

Herinnering na herinnering passeert de revue. Om zijn verhaal kracht bij te zetten veert hij recht.
Met een kreet vol weerzin hipt hij omhoog. Bwakkes, eikes… Vol afgrijzen kijkt hij van de half geplette slijmerige naaktslak naar zijn blote voet. “Wacht maar, die moet er aan…” en hij stevent naar de keuken. Gewapend met het zoutvat gaat hij zijn belager te lijf. Het laat het weekdier onberoerd, het geeft geen krimp, het is immuun.
Hiermee komt er een abrupt einde aan het gezellig gekeuvel op het terras.

Uren later, de avond heeft plaats gemaakt voor de nacht, zit ik weer aan de tuintafel, onder mijn gele parasol. Hij heeft zijn beste tijd reeds gehad, de zonnige kleur is verschoten, het katrolkoord gebroken, het hout staat krom van de reumatiek. De buitenverlichting verkeert nog in een embryonaal stadium, de opgerolde draad bungelt in drievoud doelloos boven de dubbel openslaande deur. Ik behelp me met een stijlloze functionele looplamp die desondanks, in de nok van het scherm gehaakt, een warm feeëriek licht verspreidt.
Ik zit hier graag, omringd door bloemen en planten, half in het mysterieuze duister, met het geruis van de autoweg op de achtergrond. Het stoort me niet, geluiden klinken gedempter in de nacht.
Toch kan ik me nu moeilijk concentreren. Mijn ogen dwalen telkens weer over de witte muur en speuren naar glimmende sporen of donker afstekende silhouetten van die slijmerige veelvraten. Ze zijn dol op mijn lelies en dat heb ik helaas veel te laat in de gaten. Ik betrap ze op heterdaad terwijl ze met zijn vieren bloemknoppen consumeren. Ze laten zich niet zonder slag of stoot hun maaltje ontnemen, taai en onwrikbaar zuigen ze zich vast. Op veel sympathie van mijn kant kunnen ze niet rekenen, zonder mededogen pulk ik ze los, linea recta de slakkenhemel in…
Mijn zout is op, maar de slakken niet...
Geschreven door Lieve om 00:00 11 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Zabrila en Konstantijn

↑ Terug naar de berichten