Woensdag 27 december 2006
Ode aan tante Odile

Al heb ik het nog niet met eigen ogen aanschouwd, er is daar veel veranderd sedert ik de Kameroense familie ontmoette. Ergens loopt een klein Lieveke rond, twaalf jaar oud. Tante Hermine, tante Odile, Zorro – de jeugdvriend – en zijn vrouw, zijn er niet meer. De kozijn, familie van vaderskant, met zijn bijzonder sympathieke vrouw en hun schattige kindjes, die recht over ons woonden, verhuisden lang geleden. Ernaast, op de hoek kwam een gezondheidscentrum. Centre de Santé staat er boven een rood kruis op de cementen muur, en het steegje werd nóg smaller…
Nu ik de foto’s herbekijk treft de armoede mij nog meer. Indertijd werd ik zo opgenomen in die familiale ambiance dat het mij niet echt opviel. Ik had ook geen maagdelijke kijk meer op het leven aldaar, aangezien ik voordien reeds in Burkina Faso (toentertijd nog Opper-Volta) en in Senegal verbleef.
Ik herinner mij die eerste cultuurschok bij het aanschouwen van de markt in Ouagadougou: de hompen vlees waaraan ontelbare vliegen zich ongegeneerd tegoed deden, de aasgieren op het dak, de modderige straten met ontelbare putten in het roodaarde wegdek, de scooters, de reclame voor coca cola… Toen we weken later terug in de hoofdstad waren, leek alles pure luxe! Het leven op het platteland in hutten met een strooien dak, wat overigens veel koeler is dan een van zink, stond daarbij in schril contrast.
Ik herinner mij die eerste cultuurschok bij het aanschouwen van de markt in Ouagadougou: de hompen vlees waaraan ontelbare vliegen zich ongegeneerd tegoed deden, de aasgieren op het dak, de modderige straten met ontelbare putten in het roodaarde wegdek, de scooters, de reclame voor coca cola… Toen we weken later terug in de hoofdstad waren, leek alles pure luxe! Het leven op het platteland in hutten met een strooien dak, wat overigens veel koeler is dan een van zink, stond daarbij in schril contrast.
Mbombo’s huis was gemaakt van planken maar voelde ruim aan. In de huiskamer stond een ronde tafel met stoelen, een buffetkast en aan de andere zijde zelfs een heus salon. Plastieken emmertjes vingen in de hoeken het hemels water op dat bij een tropische bui door het dak sijpelde, zeg maar: stroomde. In het keukentje prijkte op enkele schappen het weinige huisgerei: een vijzel, wat kommen, twee potten, borden en lepels. Er waren ook nog twee slaapkamers maar ik heb nooit een duidelijk beeld gehad wie waar sliep. Thérèse, de dochter van Pols zus, en Makon, een zoon van nonkel Jacques, werden door mbombo als haar eigen kinderen grootgebracht.
Speciaal voor ons was ze vanuit Yaounde afgereisd om voor ons te koken. Haar man nam het haar niet echt in dank af. Ze was zijn tweede vrouw en favoriet. Polygamie bestaat daar nog steeds en al hebben velen het reeds afgezworen, wettelijk is het toegestaan. Vroeger had dit ook een sociale functie: het werk op het veld, in de compound, de aandacht en het koken voor de man en de opvoeding van de kinderen werd over allen verdeeld. In theorie lijken daar wat voordelen aan verbonden, maar in de praktijk zou ik nogal steigeren moest mijn echtgenoot op zekere dag met een nieuwe vrouw komen aanzetten! Zo despotisch! Gruwel! Maar dit laatste is natuurlijk utopie want in België is dit een strafbaar feit, bigamie genaamd, en bovendien ben ik manloos, dus valt er ook niets te delen…
Nergens heb ik lekkerder vis gegeten dan diegene die tante Odile op de barbecue klaarmaakte, met veel ajuintjes. Het water loopt me weer in de mond, bij het idee alleen al. Het ongemak van de graten nam ik er met plezier bij. Ze was zo blijmoedig! Ze leerde ons kruiden fijnmalen met een steen. En mijn reisgezellin Ariadne zal nu vast beweren dat ze een betere kok was dan ik!
Behalve koken maakte ze ook graag plezier. Ze was er altijd voor te vinden om ons in het plaatselijke café te vergezellen. En de biertjes gingen er vlot in, en waren meer dan een halve liter groot. Trouwens, Guiness smaakt ginder héél anders!
Nergens heb ik lekkerder vis gegeten dan diegene die tante Odile op de barbecue klaarmaakte, met veel ajuintjes. Het water loopt me weer in de mond, bij het idee alleen al. Het ongemak van de graten nam ik er met plezier bij. Ze was zo blijmoedig! Ze leerde ons kruiden fijnmalen met een steen. En mijn reisgezellin Ariadne zal nu vast beweren dat ze een betere kok was dan ik!
Behalve koken maakte ze ook graag plezier. Ze was er altijd voor te vinden om ons in het plaatselijke café te vergezellen. En de biertjes gingen er vlot in, en waren meer dan een halve liter groot. Trouwens, Guiness smaakt ginder héél anders!
Haar ziekte en dood hebben me diep geraakt. Haar manier van zijn heeft zo’n indruk op me gemaakt, dat ik haar beeld voor altijd in mijn hart meedraag. Ik zal haar nooit vergeten…






