Aankomst

De papa van mijn Jojootjes, heeft het thuisfront niet verwittigd dat hij komt. Alleen Mbombo, zijn moeder, weet ervan, zonder precieze aankomstdag weliswaar. Een strategie die hij de laatste tijd wel meer toepast en zijn wortels vindt in mijn eigen bezoek aan de schoonfamilie.
Ondertussen is het ruim veertien jaar geleden dat ik voet zette op Kameroense bodem. We hadden ons goed voorbereid, vaccinaties voor tyfus, paratyfus en gele koorts, voorzorgen tegen malaria, bagage vooruitgestuurd, onze kroonprins op het paspoort van de papa gezet, visum aangevraagd… Als echtgenote van een onderdaan uit Kameroen bleek ik dit helemaal niet nodig te hebben , wist men op de ambassade, de wetgeving was recentelijk gewijzigd, dus kréég ik er ook geen. Mijn vriendin Ariadne, die ons zou vergezellen, diende deze formaliteit wel te vervullen.
In Douala geraakten vader, zoon en Ariadne probleemloos door identiteitscontrole en douane. Bij mij integendeel vielen ze over mijn visum. Eigenlijk over de ontsténtenis aan een visum. Ik had een invoervergunning voor mijzelf nodig dus. Ik mocht soebatten wat ik wou, ze lieten me er niet in, van die gewijzigde wetgeving hadden ze nooit gehoord. Mits het betalen van een veelvoud van de kostprijs van het Belgisch visum kon ik mijn reisgenoten vervoegen. Ik steigerde, was woest, maar uiteindelijk moest ik bakzeil halen en ruim smeergeld betalen.
De vertraging van onze vlucht met het gebakkelei aan de douane hadden heel wat tijd gekost en het was ondertussen aardedonker. De schemering valt daar plots en vroeg in de avond. We ronselden een taxi en het kostte ook veel gepalaver voor er een prijs overeen gekomen werd. Doch het bleef maar duren. Er kwam geen beweging in het voertuig. Er werd mankracht geronseld om ons in gang te duwen, zonder resultaat helaas. Of gelukkig, dacht ik bij mezelf. We moesten dus overstappen naar een collegiale concurrent.
Toen we in het steegje, zelfs in de duisternis gaf het ’t gevoel van iets achteraf, bij de familie arriveerden, was iedereen verrast. Ze hadden ons niet meer verwacht. Met tientallen waren ze uren tevoren naar de luchthaven afgezakt, met een minibusje en een luidspreker om ons te verwelkomen, en onverrichter zake waren ze terug naar huis gekeerd. Tante Hermine had haar zus met veel leedvermaak uitgelachen, de langverwachte zoon kwam toch niet! Ze had het wel gedacht! Veel geblaat en weinig wol!
Magie is in Afrika alomtegenwoordig, had ik uit verscheidene bronnen vernomen, en dit bleek eens te meer waar.
Mbombo was dolgelukkig, we werden meegetroond van het ene huis naar het andere en moesten eten, eten, eten… Het stond zo feestelijk uitgestald! Tot laat in de nacht was er gekwebbel en gehakketak, lang nadat wij ons ter ruste hadden begeven.
Ons onderkomen was een langwerpige studio, twee kamers achter elkaar met op het einde de badkamer, alles heel rudimentair. Het gebouw was opgetrokken uit steen, in tegenstelling met het onderkomen van zijn moeder, dat in hout was. Voor de constructie van dit huis had hij maanden aan een stuk geld opgestuurd. Mbombo kon niet steeds aan de druk van de familie weerstaan, dan had die dit nodig, dan die dat… met het gevolg dat de bouw niet echt opschoot. Voor ons hadden ze twee bedden – twijfelaars - bij elkaar gekregen en zelfs een kinderbedje en een kleerkast! De matrassen waren niet al te proper, maar daar sloten we de ogen voor, een laken erover, en hopelijk hield dit het vuil wat tegen. De intentie telde!













4 reacties op dit bericht
bedankt!
*
En dan zeggen dat er nog zovele zijn die met een zuur smoeltje op straat lopen waarbij een lachje wel een fortuin lijkt te kosten.
Knuffels van
..
Wat een reis!