Nuttige Handwerken

Juffrouw Paula noemde ons haar apostelen. We zaten immers met twaalven in de eerstegraadsklas. Ze troonde aan een grote lessenaar op een verhoog, de tree. Wie wat mispeuterd had, moest vooraan in de klas met de handen op het hoofd op die tree knielen. En oh gruwel, wie echt héél stout was, riskeerde in de schuif van die tree terecht te komen…
We leerden schrijven met een griffel op een lei. Met een vochtig sponsje begon je zó met een nieuwe lei! Aan de muur hing een leesplank met de woorden Aap Noot Mies…
Ik was meteen verknocht aan lezen!
Ook breien stond op het leerprogramma. De juf deed het voor met heel dikke breinaalden. Het begon met een sjaal, daarna kwamen de washandjes, de wanten, de sokken, de babysokjes, de kousen, de onderbroeken met schuine pijpen en met gaatjes voor een rekker, de babyhemdjes, handschoenen met vingers... Met twee priemen, of met vier. Met hulpnaalden, met een ronde pen. Ierse kabels, enkele en dubbele gerstekorrel, tricot – recht en averecht -, ajour, boordsteek, luie wijvensteek, patent- en pauwensteek…
Maar vóór ik zover was, heb ik heel wat afgebreid. Waag het niet “afgebreeën” te zeggen, want dat bracht één frank voor de missies op die jij moest ophoesten!
Zweet en tranen vergoten, gepriegeld, gesukkeld, mijn breiwerk door de kamer gezwierd toen het afzetten na ùren proberen algelijk niet lukte. Ik was er nochtans van overtuigd dat ik het kon!
Mijn moeder, weliswaar blind, kon prachtig en gelijkmatig breien. Ze breide washandjes voor de melaatsen, in ongebleekte katoen. Nadat ze gestorven was, heb ik haar laatste werk afgemaakt, mijn onregelmatige ribbels staken onbeholpen af tegen haar egale, strakke rijen…
Het was ook onontbeerlijk dat we leerden naaien. Ik had absoluut een hartsgrondige hekel aan stukjes inzetten, iets waar ze behoorlijk streng op waren. Een goede huisvrouw moest immers alles kunnen verstellen! Men noemde dit Nuttige Handwerken.
Veel leuker vond ik de Fraaie Handwerken, een bezigheid voor Dames! De rijg-, halve kruis-, en rechte steek, de ketting- en de festonsteek, de cordonsteek, mijn naailapje werd smoezelig van het intensief broddelen…
Toen ik laatst naar de bakker ging en 4,20€ neertelde voor twee broden, een zesgranen van 600 gr en een wit met maanzaadjes van 400 gr, moest ik even naar adem happen. Ik bedacht dat ik misschien best die oude schoolse vaardigheden nog eens oprakel. Binnenkort zit ik hier misschien noodgedwongen kousen te stoppen…











6 reacties op dit bericht
Recht van antwoord
Nu snap ik het.
Overigens een heerlijk stukje nostalgie. Ik ruik weer de smerige walgelijke geur van het sponsje dat in het doosje zat om die lei af te vegen.
Rein
tja, die tijd van toen ...
hihi
..
Dikke knuffel,
Bojako
Handwerk
Ik ben een jaar ouder dan jij, en ik heb nooit een lei gekend.
Wij leerden schrijven op een lijntjesblad (hele dikke lijnen en ver uit mekaar, en een potlood.
Wel heb ik met schoonschrift nog wel geschreven met pen en inkt, waarbij de inktpot standaard in de houten schoolbank zat.
De juf vulde hem bij uit een grote fles.
Handwerk was echt mijn ding, maar bij gebrek aan het nodige materiaal was ik reeds 15 toen ik het echt onder de knie kreeg, dat was in het internaat.
Maar ik kon, en kan het heel goed.
Maar aan sokken stoppen heb ik een hekel.
Doch als alles zo blijft opslagen, dan kom ik met je meedoen.
Liefs,