Naar de inhoud

Zabrila en Konstantijn

en hoe het hun nakomelingen verging...
akke.beakke.be

Archief

Virus


Spijtig, hij kon haar niet helpen, er was geen kruid tegen gewassen. Of het ongelegen kwam? Ach, wat een vraag, bedacht hij zich, het komt immers nooit goed uit. Tot het eind van de week, daar moest ze toch op rekenen. Dat was een minimum, gezien de symptomen. Was het alleen maar wat gesnotter, dan was het rapper voorbij…
Het verdict luidde : griep!

Op zo’n moment schakel ik over op de zorgzame modus. Moederen. Troetelen. Geen last is me te veel.
Gelukkig genieten mijn telgen van een ijzersterke gezondheid en zijn ze uiterst zelden ziek. Ik hou niet van flauwe kul en al helemaal niet van het simuleren van gezondheidsproblemen om iets onaangenaams te ontlopen. Dat betekent geenszins dat ik geen begrip heb dat je soms geen goesting in iets hebt, schrik om te falen, angst voor het nieuwe…

Toen ze die avond thuis kwam barstte ze in tranen uit, het was zo lastig fietsen, ze had geen adem. Bovendien deed haar keel zo’n zeer. De thermometer registreerde 38°70C dus arrangeerde ik een rendez-vous met de huisarts. Het kon gelukkig tussen de andere afspraken in, want eigenlijk was hij volzet. Die nacht stuurde ze me een sms-berichtje.
“05.21 Kheb pyn. En om 20 na vyf adk 38.66. Kb helemaal nie goed gslapen. Wa moek doen? Uit mn bed kome? X Jolien. Zeer aan shoudrs.”
Och Heere. Mijn mobielje zat in mijn handtas. Ik heb de oproep dus niet gehoord. Maar ze heeft de nacht toch overleefd. En hoe!
De volgende dag voelde ze zich kiplekker en was de koorts flink gedaald.
En ondanks de pronostiek was ze na twee dagen capabel om terug naar school te gaan…

Die avond echter kwam mijn oudste thuis van de fitnesstraining. Niet in tranen, want dat is beneden zijn waardigheid. Maar duidelijk niet in conditie, wat resulteerde in een voortijdig opzoeken van de bedstede. Een duidelijk signaal, vrijwillig om acht uur, in de avond, gaan slapen, dat had ik nog nooit meegemaakt. Hij wou fit zijn voor de basketwedstrijd, en fris op het appèl verschijnen de volgende ochtend om 7.30u.

Helaas, na het ontwaken noteerde ik bij hem een lichaamstemperatuur van bijna 39°C. Ik stuurde zijn coach dus prompt een berichtje – voice en sms – dat zoonlief niet van de partij kon zijn… zeer tegen zijn zin. Die ochtend joeg zijn gsm hem meermaals uit zijn bed. Blijkbaar was de boodschap niet overgekomen.
In de loop van de dag liep zijn koorts nog op tot tegen de veertig, mij hiermee de stuipen op het lijf jagend.
Hij genoot van het troetelen, werd een modelkind, bracht bijvoorbeeld zijn PMD zonder aansporen naar beneden…
Hoe dan ook, zelfs de volgende dag wou de temperatuur nauwelijks dalen. Gelukkig voelt hij zich niet vreselijk ziek.

Gelukkig ook had Jolien het doktersbriefje vandaag niet nodig en kon ze deelnemen aan het Vlaams Kampioenschap Indoor Atletiek. En haalde ze dit jaar haar titel binnen…
Geschreven door Lieve om 00:00 10 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Halve eeuw


Een halve eeuw…
Ons Koekske rijdt vanaf vandaag mee met mijn tram. De vijf.

Tram vijf verbond ons indertijd met de buitenwereld. Hij bracht ons bijvoorbeeld naar de hoogmis. De enige herinnering die me voor de geest springt is eigenlijk een zondag dat hij niet reed. Ik was op dat ogenblik nog niet kerkplichtig aangezien mijn eerste communie nog in het verschiet lag. Het was ver stappen naar de halte onder het viaduct, althans voor mijn vierjarige kinderbeentjes. Rijen mensen stonden dwars over de straat en vrij snel werd ons duidelijk dat wachten op de tram vergeefs zou zijn. Ik was erg ongerust dat mijn moeder nu een doodzonde beging nu ze haar zondagsplicht verzaakte. Maar ze tilde er blijkbaar niet zwaar aan. Merkwaardig, vond ik.

Mijn ongemakkelijk gevoel verdween als sneeuw voor de zon toen een mij wildvreemde man me op zijn schouders zwierde en me hierdoor zicht verleende op de praalstoet. Ik genoot met volle teugen…

Mettertijd verdwenen de sporen om plaats te maken voor de bus. De 52 en de 54 openden nieuwe wegen. Zij voerden ons naar het Rooigem Zwembad waar onze vader zijn conditie verstevigde. Turnen en zwemmen. Wij, kinderen, focusten ons vooral op de waterpret. Heerlijk om ondanks het fluitje van de toezichter in het water te kunnen blijven. “We zijn van de ViGe”, klonk het, al hadden we natuurlijk zelf geen visuele handicap.

Na het sportieve uitje kreunden we van de honger. Mama verwelkomde ons toen dikwijls met warme vanillepudding. Maar op zekere avond ontdekten we bij onze bakker de chocoladebol. Papa vond het heerlijk maar meende eerst nog dat de koek gevuld was met chocoladeslagroom. Hij ging louter af op de smaak zonder die extra informatie van het oog…
Zo verdrong de chocoladebol ons zondags ontbijt van pistolets met bruine suiker…

Vijftig jaar.
Een halve eeuw.
Het laat zijn sporen na.
Mijn hoofd wil niet mee met mijn lijf.

Vijftig jaar.
Gouden jubileum.
Onze mama werd slechts vijftig jaar.

Vijftig jaar.
Ons “Koekske” kan nog heel wat jaren “zeuren”!
Nee… niet zagen!
Maar… ze kan nog vele jaren loochenen, en ziet er minstens een decennium jonger uit…

PROFICIAT aan ons koeketieneke!
Geschreven door Lieve om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Hoor wie...


Radio. Ik kan daar echt van genieten. Alleen ben ik me er niet steeds van bewust dat het binnen handbereik ligt. Welhaast per ongeluk ben ik, telkens ik de contactsleutel omdraai verbonden met de ether en haal ik de wereld in huis, in casu mijn auto.

Vandaag beland ik midden in een dialoog met zo op het eerste gedacht “kledij” als onderwerp. Het moet tot op de voeten vallen, en niet tot juist onder de knie, wat een probleem is als je groot bent. Vervolgens hoort daar een singel op, een wit touw, bij voorkeur iets bij met “flochen”, kwastjes dus. Dan een stola… Hola, een belletje begint te rinkelen, zit ik in een religieus programma? En om het geheel af te maken moet je een mantel om, met een kruis op de rug.

Handschoenen zijn ver-plicht. Een bril of een uurwerk is uit den boze. Pruik en baard moeten uit één stuk zijn… Nu pas ben ik honderd procent zeker over wie het gaat!
Een gezagsvolle, waardige persoon wiens stem een octaaf of twee lager klinkt dan doorsnee, de ogen ietwat toegeknepen, nadenkend, traag zijn zinnen formulerend. Een heilig man die deez’ dagen menig kinderhart sneller doet slaan: Sinterklaas!

Ik krijg nog een paar tips voor het ontwijken van mogelijke valkuilen. Rijd niet op een paard als je het niet in het gareel kan houden. Parkeer je auto om de hoek om te voorkomen dat je afgaat als een gieter indien je je mijter verliest bij een aanvaring met de dakrand. Al deze richtlijnen vind je in het pas verschenen boekje over Hulpsinterklazen, bij leven geschreven door Jos Brink. In feite is deze handleiding niet voor mij bestemd. Ik ben immers een vrouw en de rol van Sinterklaas is me niet op het lijf geschreven…
Zwarte Pieten integendeel kunnen gemakkelijker verdoezelen te behoren tot de vrouwelijke kunne.

Hij roept heel wat herinneringen op, deze heilige man met zijn knecht.
Mijn kleutertijd bijvoorbeeld waarbij ik steevast angstige klasgenootjes buiten naar het toilet mocht begeleiden. Zelf was ik even bang, al werd ik in het geheim ingewijd. Nerveuze rillingen over mijn rug bij het afspeuren van muren en daken. De echte Sinterklaas was reeds ettelijke jaren dood, de plaatsvervangers echter waren springlevend, en je wist maar nooit of ze over magische krachten beschikten! Gedachten lezen bijvoorbeeld. Grote mensen konden dit naar mijn gevoel so wie so. Die waren almachtig en alwetend. Mijn “medeweten” heeft me naar mijn gevoel weinig voordeel geleverd!

Ik denk aan Pieter, één van mijn discipelen uit een ver verleden. Die met zijn “baba-bobo” aangaf dat de valiezen op zolder stonden omdat de vakantie voorbij was. Hij was ook verzot op Sinterklaas. Zo moesten we in onze conversaties deze benaming weren. We vervingen dit door “heilige man”, “de sint”, “6 december”, enzovoort. Het duurde niet lang of hij had ook dit door. Pienter was hij, ondanks zijn verstandelijke beperking! Echte bisschoppen daarentegen brachten maar verwarring, die leken zo op zijn idool! Hij zag ze altijd en overal, die talloze symbolen, een kruis, een kerktoren, een driehoek, de paus... Waar hij kon tekende hij mijters en kruisen, op de aangeslagen ruiten, in het zand, op papier, met zijn vinger op onze rug. Zo leerde hij een aantal woordjes schrijven: PIET, SINT, ZAK, BOOT en werd zijn favoriete thema uitgediept. Steeds was hij op zoek naar een luisterend oor om in onbeholpen klanken, halve woorden en gebaren zijn interesse te delen. Ik ben hem een beetje uit het oog verloren, maar ik denk dat het deze week nog steeds hoogtijdagen zijn voor hem...

Vanavond wordt mijn collega van de nacht geacht clandestien knechtenwerk te leveren, namelijk het vullen van een twintigtal zakjes met snoepgoed. Morgen zal een andere collega ongezien de schoenen voorzien van deze lekkernijen. Wis en zeker staat er dan een keur aan schoeisel aan de deur. Met een klontje voor de ezel, eventueel.
Geschreven door Lieve om 00:00 12 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Ontboezemingen

Het is de periode van het jaar dat het vroeg deemstert. Jongleren met theelichtjes. Lange tafelgesprekken. Spelletjes.
Tijd dat we de aandacht meer naar binnen richten.
Een blauwrood boekje sluipt mijn herinnering binnen. “201 vragen om je ouders beter te leren kennen”. Draaide je het om naar de blauwe zijde dan kreeg je legio kansen om je kind te doorgronden. Niet dat het voor ons drieën een must was, want om gespreksonderwerpen zaten we nooit verlegen. Maar het was eens een andere invalshoek.

Nu kreeg ik enkele dagen geleden een soortgelijk vragenlijstje toegestuurd, volledig ingevuld zelfs. En al zijn zo’n vragen doorgaans niet aan mij besteed, naarmate ik verder las, kon het me meer en meer bekoren waardoor ik voldeed aan het verzoek. De grootste verrassing waren de binnensijpelende verhaaltjes, dikwijls grappig, soms ontroerend.

Ariadne gaf me carte-blanche, ik mocht ervan profiteren, een buitenkans dus, en meer aansporing heb ik niet nodig…

Wat ze wilde worden toen ze klein was?
Tja, ze dierf het nauwelijks op te schrijven … nonneke bij de zwartjes en dan nog het liefste bij de melaatsen. Dat was in haar prille periode voor ze zich bewust werd van het mannelijke geslacht.
Daarna wou ze eigenlijk spraaktherapeute worden, maar dan liefst zo eentje die wonderen verrichtte met kinderen die rechtstreeks uit de jungle kwamen, en er zou dan een schone, ontroerende film over gemaakt worden.
Dokter sprak haar ook aan, maar dan in ongure gebieden, omgeven door gesluierde mannen. Ze zou dan opereren onder barre omstandigheden en al die schone mannen zouden verliefd op haar worden.

… Alle ingezonden toekomstdromen zijn eigenlijk verrukkelijk…

“Als kleuter en lagere schoolkind was ik een bekend gynaecoloog in de straat.”

“- eerst (mij ingelepeld door mijn moeder): huishoudkundige regentes
- dan: (mij lichtjes aangeraden door de zusterkes) non
- toen: (onder invloed van de boekskes) binnenhuisarchitecte
- helaas of gelukkig heb ik al die dromen opgegeven ;-)”

“Ik moet één keer gezegd hebben dokter en dat hebben ze bij ons zo dikwijls herhaald dat ik niets anders meer durfde worden, eigenlijk zou ik archeoloog of bibliothecaris en enig personeelslid van een enorme bibliotheek op een onbewoond eiland willen geweest zijn.”

“In mijn kleinte was ik timmerman, sportman, genekoloog (na een tijdje huisdokter geweest te zijn), maar eigenlijk wou ik schoolmeester worden. Maar op mijn achttiende heb ik getwijfeld tussen pedagogiek en textiel ...”

De herinneringen aan de kindertijd moeten hiervoor niet onderdoen.

“Buiten mijn bloeiende dokterspraktijk (zie vraag 29) heb ik heerlijke herinneringen aan de ongedwongen SPEELtijd van toen. Heelder dagen ravotten op het pleintje in het midden van onze sociale woonwijk met een massa kinderen. De verhaaltjes die onze va vertelde. Hij zat in de gang op de pispot en vertelde terwijl de drie kamerdeuren open stonden zodat iedereen kon meeluisteren.”

“Ik heb zoveel goede herinneringen want ik had een zeer mooie jeugd, omringd door fantastische mensen. Ik kan echt geen keuze maken...
Misschien toch ééntje: in de winter kroop ik soms in bed bij mijn papa en ik vroeg dan steeds om hetzelfde verhaaltje te vertellen... over een paardje dat verloren liep in het bos, gevangen genomen werd door gevaarlijke mannen (veedieven dus maar dat was toen een moeilijk woord) maar op het nippertje gered werd door zijn papa en zijn mama; ik kon daar eindeloos naar luisteren...”

“Moeilijk uit te leggen aan stadsmensen : het spelen in ons zandkot in het bos. Of een spannend boek uitlezen: zalig!“

“Toen ik aan ons buurvrouw wijsmaakte op zevenjarige leeftijd dat ik van thuis een “export” mocht drinken, die ik dan nog kreeg ook en waarbij ik steenzat naar huis kwam.”

“Mijn naarste, walgelijkste herinnering komt onmiddellijk naar boven, maar de leukste is moeilijk. Ik herinner me wel de geboorte van mijn jongste broer. Vader kwam ons wakker maken en ik zag broertje in bed liggen in de arm van mijn moeder en ik was op slag verliefd. Hij werd 'mijn' baby alhoewel ik nog geen vijf jaar oud was en dat is altijd zo gebleven.”

“Die onbezorgde ongelooflijk gewone jeugd ... spelen, vallen, opstaan, blijten, lachen, vechten, naar verhalen luisteren, verliefd worden op de non in de kakschool, ...”

Ook de auto-ongelukken doen veel schrijfstof opdwarrelen.

“In 1988 werd ik in Gent aangereden door de persattaché van toenmalig premier Wilfried Martens in een dikke Volvo. Achteraf bleken de vakken A en B op de ingevulde papieren op mysterieuze wijze verwisseld te zijn. Ikke voor de rechtbank. Alles werd daar geseponeerd. Raar hé ? In 1991 reed aan de lichten van de Makro in de dichte mist een vrachtwagen in het gat van mijn Skodaatje. De bumper van de vrachtwagen zat net achter mijn rug. Veel geluk gehad toen en mijn Skodaatje rijp voor de sloop. In 2001 reed ik een fietser omver en in 2004 deed ik dat nog eens over. Beide keren was de fietser (gelukkig niet ernstig) gewond.”

“Mijn beste prestatie was het in prak rijden met een Toyotaatje (ingedeukte motorbehuizing) van een Ferrari (perte totale) met alleen al een geluidsinstallatie van 200.000 bfr. Die snotneus die dat masjien bestuurde kwam dan nog van rechts.”

“Een plots overlopende boom deed mijn spiegel eens vliegen. En een geparkeerde auto (ook niet gezien) en een mens die plots achteruit reed aan een kruispunt. (was uiteindelijk het einde van mijn vorig Opelleke)”

“Ik vermeld er ééntje: ik reed met mijn tweepeekaatje naar een tante. Plots zag ik iets groot en zwart, hoorde een harde knal en kwam tot stilstand... Ik was tegen een loslopende bouvier gereden. De viervoeter liep met veel gejank weg en ik belde naar mijn pa om me te depanneren.”

“Een tiental keer ben ik genomen, zowel langs voor en achter en je gelooft het of niet, op 1 keer na lag ik niet aan de basis. Hout vasthouden.”

Toegegeven, allemaal reacties om van te snoepen, hé!
Geschreven door Lieve om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Allerzielen

“Heeei… da’s precies familie van Noewi!” De zwarte kat met witte sokjes heeft wel wat weg van die van ons, alleen is hij wat voluptueuzer.
“En ’t is een brave, zenne…”
De frèle witharige dame in lange jas merken we nu pas op.
“Ik kom hier zeker twee keer per dag. ’s Morgens krijgt ze vlees en ’s middags korrels. En ze wéét het h酔
Ze maakt een vage beweging met haar hoofd.
“Ik kom hier voor mijn zoon hé, ’s morgens en ’s middags. Ik kan het niet laten… En een beetje verder ligt mijn man, hij was maar tweeënvijftig…”

We hebben tijd en we luisteren. We krijgen een inkijkje in haar leven dat zich in verscheidene landen afspeelde, van Zaïre naar Joegoslavië, via Frankrijk en wat al meer. Voor de overplaatsing naar India vroegen ze even respijt, hij voelde zich niet goed. Vier maanden ziekenhuis in Utrecht, het leerde haar veel over die verschrikkelijke kanker. Van hoop op genezing, hervallen en uitzichtloosheid.

Ze vertelt over haar vaders ziekte en haar moeder die met hem afgleed. Hoe zij enkele dagen na diens overlijden na een banale verkoudheid het leven liet. Te voorspellen en te aanvaarden bij de ene, onbegrijpelijk bij de ander.

Maar alle pijn valt in het niets bij het verlies van haar zoon. Vijftig was hij. Haar enige kind. Geen kleinkinderen. Na eenentwintig jaar gescheiden. Zijn laatste jaren bij haar doorgebracht. Haar helblauwe ogen ijlen in het niets…
Het geeft haar een doel, hier dagelijks te passeren.

De katers worden hier gesneden, weet ze nog te vertellen; de poezen gesteriliseerd. Dat is een maatregel van de gemeente. Ze kent ze allemaal, ze wonen hier, zijn hier geboren. In haar handtas ontwaar ik een zak kattenvoer. Op een zerk een hoopje korrels waaraan de robuuste uitgave van Noewi zich te goed doet.
“’t Is een goestendoener den dezen…”
Of ze dat niet allemaal zijn, denk ik luidop, met in mijn hoofd, het thuisfront…
Nee dus, volgens haar…

Zo kabbelt het gesprek verder. Ook mijn dochter is een heel bereidwillig luisteraar. Waar ze vandaan komt, polst ze?
Dochter: ik ben Belgisch!
Nee, haar roots?
Dochter: mijn papa komt uit Kameroen.
Ze is hier geboren, zeg ik ten overvloede.
Maar het ontgaat haar dat ze mijn eigenste dochter is. Ik duid het haar niet ten euvel.
Mijn koffie met melkje, velen denken dat ze geïmporteerd werd, terwijl ze toch mijn vlees en bloed is…

We nemen afscheid en hervatten onze speurtocht naar het verleden.
Het voelt doods aan, onze weg langs de muur. Somber, kil, kaal, verlaten. Nochtans ademde de hoofdweg een andere sfeer uit. Majestueus, rijkelijk, herdacht. Wie zich hier een monument kon veroorloven was niet min, vermoed ik.

Op zoek naar aanbieders van bloeiende planten bevinden we ons een beetje uit onze normale route. Eens Allerheiligen voorbij is het voor de nering blijkbaar oninteressant nog aanwezig te zijn. Noch aan het hoofdportaal, noch aan de zijingang staan chrysanten te koop. Zelfs in de aanpalende straten is geen winkel open.
“’t Is de intentie die telt,” vindt dochterlief, dus rest me niets anders dan het graf van mijn vader van ongewenste grashalmpjes te ontdoen. Ooit herplantte ik hier een stukje van mijn tuin. Het doet deugd te zien dat het ook hier groeit en bloeit.
Het graf van mijn moeder verdween een tijdje geleden.
De dag dat ik dit ontdekte was een schok. Als een kieken zonder kop liep ik in ’t rond op zoek naar haar zerk. Het leek zo onwerkelijk maar ze was weg!

De plakkaten met de mededeling dat de concessie beëindigd was had ik wel gezien. Daar maakte ik me geen zorgen om. We hadden immers net betaald. Jaren geleden hadden we gevraagd om de concessie van moeder en vader, die met zeventien maanden verschil overleden waren, tezamen te mogen vernieuwen. Op de een of andere manier was daar iets fout gelopen. De grafsteen van mijn moeder ging onherroepelijk naar de sloper…

We lopen ook even aan bij Ebenezer, de vriend van papa. Eenenveertig was hij. Elk jaar opnieuw lopen we tussen de bijenkorven. Zo noemen we ze, die zeshoekige urnen. We lezen de opschriften, genieten van de bloemen en de kleine attenties. Dit keer ben ik opmerkzaam voor mensen van mijn geboortejaar, of daar omtrent. Schrikbarend hoeveel ik er reeds heb overleefd. Mijn missie is nog niet voleindigd, dat gevoel heb ik toch. Ik hoop dus dat ik nog vele jaren tegoed heb...
Geschreven door Lieve om 00:00 15 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Giebelend griezelen


Smoelen trekken. Ik krijg het niet afgeleerd. Ontiegelijke jaren geleden met zus Sesje voor de spiegel: “Al goed dat we zo niet geboren zijn, … of zo…, of zó…”
Heden ten dage kan ik me nog steeds uitleven met mijn telgen: mijn partners in crime, steeds te vinden voor een of andere zotte performance…


pt.gifpt2.gif



Na mijn gekkebekkentrekkerij ben ik nog een halve nacht zoet met pogingen deze foto’s te uploaden en op dit blog te krijgen. Het is muisstil in huis op het gesnurk van onze Noewi na. Die kan nogal een zaag spannen, daar is een volwassen man klein bier naast. Somtijds slagen we er niet in naar het Journaal te luisteren als onze kater in dromenland vertoeft.

Om halfnegen word ik 's ochtends uit bed gebeld en uiteraard ben ik niet uitgeslapen. Mijn wekdienst bestaat uit een drietal buren die met een zorgelijk gezicht vragen of ik het al gezien heb. Nee dus, ik kijk er naar en ik zie het niet. Toch niet van de eerste keer.

Maar nadat ik beter kijk vallen mijn ogen bijna uit mijn kassen. Daar waar normaal een ruit moet zitten bevinden zich enkel brokkelige randen vergruisd glas. Het portier is nog op slot. De radio is intact alsook de ingeplugde USB-stick. Ook de parkeermunten en mijn sleutels aan het rode koord liggen er nog steeds voor het grijpen.
Niemand had wat gehoord. En ik, occasionele nachtbraker, had ook niets opgemerkt.

Er zit niets anders op dan de politie, mijn vriend, nog maar eens te contacteren. Binnen de kortste keren staan ze voor de deur, twee inspectrices, heel accuraat en vriendelijk, ze bellen nadien zelfs uit zichzelf het PV-nummer door.
Aan de autodokter heb ik momenteel ook niet veel, het is hoogdag en hij zit onbereikbaar ver en warm in Spanje. Bovendien blijken mijn boordpapieren, op het groene formulier van de verzekeringen na, onvindbaar. Gestolen? Weinig aannemelijk, denk ik, gezien de rest van het mapje intact is. Misschien zijn ze na de technische keuring vorige week in de garage blijven liggen? De speurtocht aldaar levert niets op. Na veel vijven en zessen ontdek ik ze in een van de vele, niet voor de hand liggende geheime bergplaatsen die mijn Berlingo rijk is.

Achiel, mijn zesentachtigjarige buurman, had gisterennacht last van belleketrekkers. Een vijftal jongeren, naar zijn schatting veertien à vijftien jaar, eisten een snoep of zijn leven. Hij kon daar niet mee lachen en vermits ze niet meteen wilden opkrassen dreigde hij de gendarmen op te trommelen maar ze lachten hem vierkant uit. Het was wel Halloween, maar zo te horen waren ze daar niet op gekleed en niemand anders had ze aan de deur…
Hopelijk namen die gasten geen wraak op mijn auto in de veronderstelling dat ’t de zijne was…
Enkele hondenliefhebbende wandelaars delen ons mee dat dergelijke vandalenstreken de laatste week ook de belendende straten teisterden.

Yves, de jonge buurman, helpt me met het afplakken met plastiek. Uiteindelijk omzwachtelen we het hele portier maar met folie waardoor we stom genoeg niet meer bij de klink kunnen!
Dochterlief gaat de brokken te lijf met de stofzuiger en ik het voetpad met een bezem. Nu nog duimen voor een wolkenloze lucht, want honderd procent waterdicht is onze oplossing niet…

Uren later vind ik niet meteen mijn gee-es-em. Waar heb ik die nu laatst gebruikt? Als vanouds probeer ik hem via een telefonische oproep te lokaliseren. Dringgg dringgg dringgg toetert het in mijn oor, maar daarbuiten hoor ik niets. Ik dweil het hele huis af, in verwachting van een auditieve respons. Noppes, nada, niemendal. Ijdele hoop vervliegt naarmate ik van kamer naar kamer struin.
Dan begint het me te dagen. Ik liet het toestel in de wagen. Open en bloot. Naast het klokje. Grijpklaar. En vergat het eruit te halen… Want gisteren droeg ik een zakloze broek… grmbl….

Ik consulteer mijn belwaarde op het internet en mijn hart maakt een ferme roffel: van 38,45 euro zakt het naar 34,51 euro en nu rest me nog 32,06 euro. Die domme dief zit gewoon mijn krediet op te souperen en ik kan daar niets aan verhelpen! Mijn aanvraag tot blokkade van mijn nummer heeft dus duidelijk nog niets uitgehaald! Sapperdenondebollekens!
Doe ik zo mijn best om zuinig te wezen! Die gladjanus belt alleszins niet naar Mobistar, want mijn gratis belwaarde is nog intact. En mijn honderdtwintig sms-jes, daar kan ik nu naar fluiten, al verstuurde ik er slechts een handvol per dag met meldingen als “Het eten is klaar” of “Zet je muziek ne keer wat stiller”… Decadent, ik weet het, maar nu een gemis! Tandengeknars en geweeklaag…
Geschreven door Lieve om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Huisruil


“Huisruil, is dat geen idee voor een vakantie?” oppert mijn jongste. Ze staat ervan te watertanden bij het visioen alleen al: een tropisch oord, een kast van een huis met een park van een tuin, een zwembad, … Ze meent zelfs dat je de plaatselijke vriendenkring erbij krijgt. Zo leer je nog eens wat mensen kennen.
Ik laat het denkbeeld langzaam tot mij doordringen. Tja… mmm… misschien… De andere kant van de medaille: wat hebben wij te bieden? Gentse Feesten om te beginnen, al zit ik daar natuurlijk persoonlijk voor geen millimeter tussen. Onze woonst bevindt zich enkel binnen wandelbereik van deze wereldvermaarde – mag ik wel met enig chauvinisme zeggen – jaarlijkse festiviteiten. Los hiervan bezit onze stad uiteraard heel wat andere aantrekkelijkheden en bezienswaardigheden.

Verder sta ik wat huiverachtig bij de wetenschap dat vreemde pottenkijkers in mijn heiligste der heiligen zouden rondwaren en alzo mijn diepste geheimen uit mijn boeken, notities, peecee enzoverder kunnen puren. Of, mij opzadelen met een torenhoge telefoonrekening.
Mijn benauwdheden staan mijn gastvrijheid overduidelijk in de weg…

Ooit was het anders en trok ik onbezorgd en welgemoed op reis, zo ver en zo lang mogelijk.
Dat mijn buurvrouw ondertussen vol goede bedoelingen wat aanpassingen in mijn huisje had doorgevoerd, nam ik er dan maar bij.
Of dat er een mij onbekende zwarte vis rondjes in mijn aquarium zwom, ter vervanging van mijn tijdens mijn afwezigheid blijkbaar schielijk overleden vertrouwde exemplaar, so what? Hij was een beetje mismaakt, had maar één bol oog, so what?
Of dat mijn zus met haar toenmalig vriendje grote sier maakte met mijn blauwe geit, so wh… daar kon ik al iets minder mijn schouders voor ophalen… maar allé, hij stond er nog zonder blutsen of builen, so what!
Dat mijn voorplaats in het grijs geschilderd werd terwijl ik bij wit en nog eens wit zwoor… Ach, peanuts…

Tegenwoordig zijn de rollen omgedraaid en dweilt mijn zusje twee, drie keer per jaar de continenten af.
Maar wat met de poes, de planten, het huis, de honden?
Daar heeft ze wat op gevonden!
In plaats van van huis te ruilen, doet ze beroep op een woningoppas. Die verblijft tijdens haar afwezigheid in haar huis en verzorgt fauna en flora.

Dit jaar kwam een bejaard koppel. Meneer zou continu blijven, madame pendelde over en weer om hem te foerageren. Aangezien meneer niet goed overweg kon met de terrasdeuren, bleven deze aanvankelijk openstaan. Tja, dat ging ze misschien wel voelen aan haar energiefactuur, vreesde hij.
De ventilator aan het plafond draaide overuren, het was niet duidelijk hoe hem te stoppen.
Toen de combinatie hor- / terrasdeur duidelijk werd, bleken de honden twee nachten buitengesloten. Het hield enkel de buren - en de viervoeters - uit hun slaap. Gevolg: beschadigde ruiten door nagelgekras.
Ook de lichtschakelaars waren een onoplosbare puzzel. Door de bewegingsmelder was het een hele sinecure om uit te vissen welke schakelaar bij welke lamp hoorde. “Ja! Nee! Ja!” klonk het door de nacht tijdens het detecterend lichtspel…

Pluche en Silco zullen er desalniettemin van genoten hebben: de hele voorraad hondensnoepjes was erdoor gedraaid…
Geschreven door Lieve om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Educatie

“Het ruikt hier naar Kerstmis”, vindt zoonlief.
“Maar zonder dat knusse, dat behaaglijke… De chauffage staat niet aan, hé!”
Of hij het koud heeft misschien?
Nee, dat niet. Alleen ontbreekt nu die zalige kamervullende gloed die dan de snerpende kilte buitensluit.

Als vanouds staat hij aan mijn kamerdeur, een plaats die zich leent tot filosofische uitlatingen. Een beetje in de hoogte, want mijn domein bevindt zich twee treetjes lager. Het is avond, slaaptijd eigenlijk, en zijn ontboezemingen winnen het steeds van mijn computerscherm. Bijna dagelijks speelt zich dit scenario af, en het is een te koesteren moment. Welhaast een ritueel, waarbij hij afscheid neemt van de dag en welgemoed de nacht ingaat.

Vroeger lagen de rollen enigszins anders. Toen stopte ik hem onder met een nachtzoen en bleef ik dralen bij zijn stapelbed. De ideale hoogte voor een intiem tête-à-tête, hij genietend onder zijn donsdeken, ik comfortabel leunend aan zijn hoofdeinde, zijn wedervaardigheden en bedenksels tot mij nemend. Er was zo veel waarvan hij me deelgenoot wou maken…

Hij heeft ergens wel gelijk met zijn geuren.
Gebraad gevuld met cognac en champignons. Het klinkt feestelijk. Het is dan ook zondag.
In de oven bereid en de dampkap ontsprongen.
Een verrukkelijk kant en bijna klaar gerecht na de tweedaagse provinciale zeskamp met dochterlief.
Zij blikt terug op een heerlijk weekend.
Ik ook.
Het stralende weer heeft daar veel toe bijgedragen. En het plezier en het enthousiasme waarbij ze van de ene naar de andere atletiekproef dartelde ook…

Welke gedachtesprongen het gesprek in het deurgat naar het onderwerp Afrikaanse kinderen met dito moeder leidden, weet ik niet meer. Wat ik me wèl nog herinner is dat hij vindt dat kinderen als hij dit nodig hebben. En hij geeft een plastische voorstelling van de Afrikaanse moederlijke opvoeding. Zijn grappige performance kan ik niet in woorden vatten.
Directief, tot de orde roepend, vermanend, kijvend, luidruchtig…
Maar ik moet zijn educatie niet meer in die zin aanpassen, dat zal niet veel meer uithalen, denkt hij. Want hij doorziet dit alles nu immers.
Ik had daar véél vroeger moeten mee beginnen, geeft hij me nog mee…
Geschreven door Lieve om 00:00 12 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Rompslomp


Er zijn erger dingen in de wereld dan een in de prak gereden auto, maar toch hangt dit gebeuren als een donkere wolk boven mijn leven. Het is vooral de onzekerheid die me parten speelt, al vermoed ik dat vroeg of laat (en ik vréés eerder lààt dan vroeg) mijn schade wel zal vergoed worden. Ga een lening aan, werd me ingefluisterd. Maar dat vind ik een héél onzalige gedachte!

Meer dan drie weken reeds toer ik rond in een afgeschreven vervangwagen waarmee ik hopelijk niet in panne val! Mijn lidmaatschap bij de pechverhelping zegde ik namelijk enkele maanden geleden op als zoveelste bezuinigingsmaatregel. Met een nieuwe auto kon ik wel een jaartje zonder, meende ik.
Het neemt niet weg dat ik tevreden ben dat ik nog mobiel ben. Dat het me geen hoofdbrekens kost om me van punt A naar punt B te begeven. Maar, shame on me, ik begin mijn comfort te missen. Nu moet ik zelf zingen bijvoorbeeld wil ik een vrolijke noot in de wagen brengen, want met enkel het frontje van mijn radio kan ik niet veel aanvangen. Maar eureka! Ik bedenk net dat mijn GPS - als opbouwsysteem eenvoudig te verhuizen - ook over een MP3-speler beschikt!

Ook moet ik opletten dat ik, wanneer ik de kofferbak open, het deksel niet meteen op mijn hoofd krijg, de gasveer is blijkbaar stuk. Ik dien eveneens attent te zijn alles manueel op slot te doen, maar gelukkig heb ik slechts twee portieren. Mijn zetel krijg ik niet meer in de gewenste stand, ik stuur namelijk graag rechtop, nu mag ik het ervan nemen en lekker languit gaan liggen. Màg! Dat doe ik niet, ik hou graag nog wat overzicht. Dat resulteert in een verkrampte rijhouding.
Het is een oude onverzadigbare zuipschuit en ik kan hem natuurlijk niet op water en brood zetten want dan zou hij dienst weigeren…
Aangezien we blijkbaar noodgedwongen een hele poos in elkaars gezelschap zullen toeven, zal ik de verzamelde takjes, blaadjes en stof eerstdaags maar eens opzuigen. Ikzelf niet, natuurlijk! Mijn stofzuiger. Ook de buitenkant heeft een sopje nodig…

Mijn verzekeraar nam contact op met de tegenpartij. Helaas, ze schreven de verkeerde aan, namelijk één van de vier gedupeerden! Van de dader, géén gegevens, al noteerde de politie deze. Aan mij willen ze niets doorgeven, dat is een taak voor de verzekering, maken ze me duidelijk. Die mannen mogen ook wat doen voor de premie die ik betaal, voegen ze er ten overvloede aan toe. Daar ben ik vet mee! Ten langen leste geven ze me toch het PV-nummer.
Eigenlijk ben ik overgeleverd aan de goodwill van de personen aan de andere kant van de lijn. Assertief èn vriendelijk, dat wil ik zijn… een waar oefenterrein!

Ik benijd mensen die rustig en onverstoord problemen aanpakken, zij denken in oplossingen, zij zien meerdere uitwegen. Ik daarentegen sta dikwijls te dicht bij de kommer en kwel waardoor mijn uitzicht op een creatief en doeltreffend resultaat belemmerd wordt. Ik dien wat afstand te nemen om alles in de juiste proporties te kunnen zien. Dan verandert een tragedie wellicht in een blijspel, of komt alles op zijn minst in balans…
Geschreven door Lieve om 00:00 9 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Sarah of Abraham

Nulla calamitas sola. Een ongeluk komt nooit alleen. Zegt men.
De verpleegster bevrijdde mijn arm uit de plaaster, de dokter duwde drie keer op mijn pols. Of het pijn deed? Neen dus, dààr toch niet, en hij verklaarde me genezen.
Ik geloofde dat grif, wèg beperkingen! Dàcht ik.
Blauw, rood, bruin, geel, broos, dun, krachteloos. Spieren geslonken als sneeuw voor de zon…

Mijn Berlingootje verwelkomde me met open portieren en verbeet zich om niet in luid claxongeschal uit te barsten. Maar hij moest nog een beetje geduld oefenen, pas de volgende dag zou ik hem mee uit nemen.

Zo kwam het dat hij zijn favoriete plaatsje voor mijn voordeur verspeelde.
Geen nood, mijn buren hielpen me met het uitladen van mijn boodschappen.
Eens het nieuwtje eraf – en dat was reeds na één dag – kon ik binnenshuis geen beroep meer doen op mededogen van mijn troonopvolgers. “Mama, ge zijt veel te zelfstandig”, klonk het. Of onbarmhartig: “Ge moet zo geen aandacht vragen. Dat is zielig.”

Mijn onvrijwillige immobiliteit blies mijn sociale netwerk echter nieuw leven in. Boodschappen met Steentje, samen met Bietje naar de garage, door vrienden naar den Turk gevoerd, met Jolien en haar papa mee naar het Belgisch Kampioenschap Atletiek… Mijn rechtshandige vaardigheden groeiden.
Routinehandelingen kregen een creatieve vertaling. Verfrissend.

Die avond mocht ik naar een feestje. “Een nieuwe Voordeur. Het vet is van de soep. Over de helft zijn. Met tram 5 rijden. Abraham/Sarah zien…” , las ik op de uitnodiging. Verrassing, ongeloof, herkenning, leedvermaak, plezier, streden om voorrang, want Anita zag er stukken jonger uit… Onze oudsten deelden bijna tien jaar lang dezelfde klas, voetbalden samen en volgden ook samen muziekschool.
Mieke en Peter kwamen me ophalen, dat bespaarde me een eenzame entrée. Niet dat ik daar mijn hand voor omdraai, maar het is toch plezanter…

Aperitief. Warme beenhesp. Ludieke zangstonde.
De eerste danspasjes zijn gezet wanneer mijn broekzak begint te vibreren. Het is elf voor één. Mijn GSM. Te laat. Ik toets 5555 en beluister het bericht. Ik verwittig mijn tafelgenoten en neem afscheid van de feesteling. Mijn buren Vera en José vergezellen me.
Vera ontdekt dat haar thuisfront ook gepoogd heeft om haar te bereiken. “’t Is niet waar, hé!” roept ze en we zetten er stevig de pas in. Even later gaan we over in lichte looppas.

Onze straat is versperd door een politiewagen. In het blauwe zwaailicht zien de verhakkelde voertuigen er naargeestig en mistroostig uit. Jolien komt me tegemoet en omarmt me. Mijn zoon meldt me dat de politie-inspecteur een verklaring wil afnemen en mijn boorddocumenten nodig heeft.
Vijf auto’s als een harmonica in en op elkaar.

Aan een waanzinnig tempo haalde hij haar in op de verkeersdrempel. Zij had net haar dochter afgezet aan de Overpoort, merkte de snelheidsduivel op in haar achteruitkijkspiegel en zette zich in angst aan de kant. Hij schampte de linker boordsteen, verloor de controle over het stuur en ramde met een immense klap Yves’ auto linksachter. Deze botste met grote kracht tegen mijn wagen die op zijn beurt op zijn voorganger vloog, over diens trekhaak en die raakte dan weer Katriens auto. Vier meter ver is mijn Berlingo gecatapulteerd.
De chauffeur is amper vierentwintig jaar. Zijn passagier levensgevaarlijk gewond.
Hij had nochtans niet veel gedronken, vond hij. Slechts vier keer een halve liter pils. In shock drinkt hij anderhalve liter water in de gang bij mijn buur, in de hoop de ademproef positief te kunnen beïnvloeden. Het mag niet baten.

Ik ben geschokt. Mijn nieuw autooke, nog vier jaar af te betalen. Ik weet het, mij treft slechts materiële schade en dat verzinkt in het niets bij het lot van die andere jongen die voor zijn leven vecht.
Het geoefende oog van de takeldienst ziet een “perte totale” waar volgens mij mijn voertuig enkel erg gehavend lijkt: voor- en achterkant ingedeukt en rechts sluit de schuifdeur niet meer. Het chassis is beschadigd.
Ik onthaal de politie in mijn huiskamer om proces verbaal op te maken. Ik moet eraan denken binnen de drie weken een schadebestek in te dienen, anders verlies ik al mijn rechten.
Om kwart voor drie in de nacht komen ze mijn citroentje ophalen.

De volgende ochtend regel ik een vervangwagen. Mijn verzekering voorziet dit voor twee dagen. Ik krijg een C-eentje, schattig, klein maar desalniettemin ruim. Nieuw bovendien. Een positief kantje.
Mijn garage belooft mij me uit de brand te helpen voor de volgende dagen.
Ik krijg een CZ van Joliens leeftijd. Een gegeven paard kijk je echter niet in de bek. Mijn pijnlijke linkerhand mist het vertrouwde servostuur. Ik moet het stellen zonder centrale vergrendeling en automatische ruiten. Mensen, wat waren we verwend! En zeggen dat ik jàren met dergelijke wrakken rondreed!

Verzekeringen, je moet je assertief opstellen. Ik heb het al helemaal verkorven. Toen men me plompverloren meedeelde dat ik alle kosten diende voor te schieten - met een omnium had ik dit kunnen voorkomen - zetten de sluisdeuren zich open. Dàg welbespraaktheid. Ik voelde me een zielig hoopje mens.
Het warm (!) onthaal bij de politie bij het opvragen van het PV-nummer, bracht niet meteen soelaas. Zij vonden dat dit het werk was van de verzekeringsmaatschappij. En de verzekeringsmaatschappij vond dat ìk die gegevens moest ronselen, anders konden zij geen dossier opstarten…

Eén ding is zeker: ik moet mijn haar laten groeien. Hoe, moet ik nog uitzoeken. Waar?
Op mijn tanden…
Geschreven door Lieve om 00:00 10 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Zabrila en Konstantijn

↑ Terug naar de berichten