Servië

Servië, een onontgonnen fietsparadijs
Ik ging ervan uit dat er nog een gefrustreerd en achterdochtig oorlogssfeertje zou hangen, maar niets is minder waar, aldus Vincent Verelst.
De eerste tussenstop op Vincents tocht is het klooster van Vojlovica. 'Het is een kloostertje dat op zich weinig opvallend is, alleen staat het tussen zeven schoorstenen van een aanpalende olieraffinaderij geprangd. Hallucinant om te zien, echt waar! Het klooster lag er al lang tot men ernaast plots, uit het niets, in de jaren 60 een olieraffinaderij neerpootte. Vroeger woonden er vele monniken, vandaag blijft er maar eentje over. Hij is blijkbaar gewoon geraakt aan de verschrikkelijke stank die hier in de lucht hangt en ruikt het zelfs niet meer. Je moet je het eens voorstellen: je staat in een orthodox kerkje voor een of ander heiligenschrijn, tot je uit het raam kijkt en je zomaar even een gigantische schoorsteen van een oliebedrijf te zien krijgt.' 'Wat me onderweg echter enorm opvalt, is dat de Serviërs zo vriendelijk en gastvrij zijn. Ik kreeg op een gegeven moment een platte band en moest hulp zoeken in een nabijgelegen stad, Ivanovo. De man die mijn fiets herstelde en me uitlegde hoe het moest, wilde geen geld aanvaarden. Hij deed het voor niets, omdat hij al blij was dat er buitenlanders naar zijn land waren gekomen om het te ontdekken. Voor mijn vertrek naar Servië ging ik ervan uit dat er nog een gefrustreerd en achterdochtig oorlogssfeertje zou hangen, maar niets is minder waar.'
Dwars door het fort
Na 107 kilometer te hebben gefietst, neemt Vincent de ferry Stara Palanka, die hem naar de andere oever van de Donau leidt. Hier begint Sectie 6 van het traject, met schitterende zichten op onder meer Srebrno lake of het zilveren meer, en het pittoreske Romeinse dorpje Divici op de achtergrond. 'Dé bezienswaardigheid van Servië is ongetwijfeld het fort van Golubac (www.golubac.rs), een voormalige Hongaarse burcht daterend uit de 14de eeuw. Noem het een soort Gravensteen van Servië. Je kunt er trouwens gewoon zo doorfietsen, wat best wel spectaculair is.'
Dit stuk van het traject is niet voor angsthazen of mensen met claustrofobie weggelegd, want het is bezaaid met lange, pikzwarte tunnels. 'Je merkt dat Europa nog geen geld heeft uitgegeven aan het Servische wegennet; in de tunnels heb je bijvoorbeeld geen verlichting. En dat is voor een kleine onbeduidende fietser op momenten zeer angstaanjagend, zeker als er een tientonner achter je aanrijdt (lacht)!' 'Het wegennet van Kroatië is bijvoorbeeld veel beter uitgerust, maar daar heb je dan weer veel meer toeristen. Ik neem de donkere tunnels er met plezier bij hoor, als het betekent dat ik in een authentieke sfeer kan reizen!'
De natuur wordt in deze contreien mooier en mooier en Vincent rijdt het nationaal park van Djerdap binnen. Dit park werd in 1983 bestempeld als een van de belangrijkste nationale parken in Europa en vormt ook vandaag de groene long van Servië. 'De Serviërs zijn er dan ook heel trots op. Je kunt er de mooiste uitzichten op de Donau vinden.' Dat uitzicht vind je bij de samensmelting van Mali en Veliki Kazan, de twee smalste delen van de Straat van Djerdap.
Over het water van de Donau gesproken: Vincents volgende halte houdt opnieuw apocalyptische beelden in. 'Tekija is een dorp dat vandaag volledig onder water staat. In de jaren 60 en 70 besliste de regering om de Donau te kanaliseren en een dam te bouwen. Tekija werd het slachtoffer van die dam en liep heel geleidelijk onder water. Ik heb er met voormalige bewoners gepraat en het zit hen tot op vandaag nog heel hoog wat er met hun dorp is gebeurd. Vanuit het water steekt trouwens nog een stuk van de fundamenten van de voormalige kerk boven. De mensen zijn niet bij de pakken blijven zitten en hebben hun dorp opnieuw opgebouwd, maar het zindert toch nog altijd na.'
Dichtbij het eindpunt van zijn reis ontdekt Vincent nog het dorp Rogljevo, waar wijn wordt geteeld. 'Je vindt er in de buurt een aantal van die wijndorpjes die zo uit de achttiende eeuw lijken te komen. Men woont niet meer in de huizen en er is sinds de 18de eeuw niets meer aan veranderd. Vandaag gebruiken de wijnboeren die huizen als opslagplaatsen en kunnen toeristen er een wijntje komen proeven. Ze maken er witte en rode wijn en ik moet zeggen dat hij best goed was. Ook het eten was tijdens de hele reis enorm lekker. De Servische keuken kun je een beetje met die van Spanje vergelijken; men zet ook hier de tafel vol met allemaal kleine tapas. De smaken zijn zoet en zoetzuur, heel lekker.' En de prijzen? 'Die zijn hilarisch goedkoop! Een koffie kost er bijna niets.'
Omdat er in Servië zo weinig toerisme is, gebeurt het logeren nog in iets primitievere hostels, op campings of gewoon bij de mensen thuis. 'Men is er zo gastvrij dat je in hoge nood altijd wel ergens terecht kunt. Maar wie hier op vakantie komt, moet dus wel beseffen dat hij zijn reis goed moet plannen en elke dag moet uitzoeken waar hij zal logeren.'
Vincents fietsavontuur eindigt bij de Bulgaarse grens. 'Het einde van de route moet je echt wel heel letterlijk opvatten: daar stopt het echt (lacht). Wie aan deze route begint, moet dus ook beseffen dat hij krek dezelfde route weer terug moet fietsen. Maar wij konden alvast op de goodwill van een vriendelijke vrachtwagenchauffeur rekenen om ons terug naar Belgrado te brengen.' Wie houdt van een authentiek avontuur, kan daarvoor zeker terecht in Servië. Vincent is alvast overtuigd. 'Dit was mijn beste reis ooit!', besluit hij.
Praktisch
De afgelegde route vormt een onderdeel van een groter traject dwars door Europa en loopt van Wenen naar Praag. Algemene info over de fietsroute langs de Donau vind je op de website. www.donau-info.org Meer info over reizen naar Servië:
www.serbia.travel VOS Travel is voorlopig de enige Belgische touroperator die de Donau-fietsreis aanbiedt. VOS Travel België, Westlaan 415, Roeselare, 051-240.340.
www.vostravel.be Vincent overnachtte onder meer op Camping Jabukov Cvet en op de boerderij van Zeleni dvor
www.kampjabukovcvet.com
www.zelenidvor.vodic.net
























