NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • Algerije 1 - Hoe het begon
  • 2 - Op weg naar Khenchela.
  • 3 - De eerste periode in het huis in de stad.
  • 4 - Naar het grote prefab gebouw
  • 5 - De uitrusting van het gebouw, de keuken.
  • 6 - Het leven in de compound
  • 7- Het dagelijkse leven
  • 8 - Toerisme in Algerije
  • 9 - Het einde
  • Korea, hoe het begon!
  • Het vertrek naar Korea
  • Het leven in Korea
  • Sinterklaas
  • Hondensoep
  • Nummer 76 en 78
  • Coco
  • Groot feest
  • Salami of droge worst
  • Uitstapjes
  • Nu het toch over afscheid gaat...
  • Fugu
  • Een Koreaans sprookje
  • Vliegtuigperikelen
  • Afscheid
  • Rwanda Eerst even naar Phoenix
  • Rwanda, Milles Collines
  • Rwanda, Anekdotes
  • Het Amerikaanse avontuur
  • De ontvangst
  • Het nieuwe huis.
  • Onderweg en aankomst in Bandon by the sea
  • Het grote huis in Maple Creek.
  • Zalmen vangen
  • Maple Creek
  • Naar België
  • Naar Spanje
  • Manolo Cortes
  • Bestolen
  • Naar Angola
  • Nog een kikker
  • Separatorvlees
  • Amerikaanse worsten.
  • Nog meer worsten...
  • Gerookte bloedworsten
  • Bloedworst
  • Reebok
  • Nog meer beesten.
  • Nog altijd van den hond..
  • 't Is van den hond.
  • Manolo Cortez
    Zoeken in blog

    Keukenverhaaltjes en weetjes
    Herinneringen uit een lange keukenloopbaan

    16-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Naar België

    De Amerikaanse bankrekening werd geplunderd en naar het reisbureau gedragen, de auto verkocht, enige telefoontjes gepleegd, brieven naar het Belgische thuisfront geschreven dat we in Antwerpen zouden aankomen, ik meen, op 3 januari en zo nog wat regelingen en plichtplegingen en dan kon de terugtocht naar België aanvangen.

    Ron en zijn vrouw Brenda die eveneens toevallig terugkeerden naar Tennesee hebben ons meegenomen tot in San Fransisco.

    Alles bleek in orde; de boot was er !!!

    De “Brittannia”, geregistreerd in Cyprus, Limasol.

    De vier officieren waren Duitsers, de rest van de crew waren allen Filippijnen.

    Er waren inderdaad vijf passagiers : een Amerikaans koppel dat hun dochter in Nederland ging bezoeken en Hedda, een Duitse dame die een beetje de wereld afreisde kwestie van zich thuis niet te vervelen... en wij twee, dat maakt vijf.

    Onze bagage werd netjes aan boord gedragen door twee matrozen die dezelfde bagage er onaangeroerd drie weken later even netjes terug afgehaald hebben. Onkosten : nul dollar....

    We werden gelogeerd in een mooie kamer, excuseer , "kajuit", voor zover dit kan op een vrachtschip, maar er was een douche en een comfortabel groot bed aanwezig!

    We aten met de Duitse kapitein, Wolfgang, en zijn eerste stuurman, chef technicus en nog enkele officieren samen aan één grote tafel allemaal van dezelfde pot, een simpele maar stevige Duitse keuken, klaargemaakt door Filippijnse koks.

    We vertrokken uit Berkeley, de haven van San Francisco, juist op het ogenblik dat de “Golden Gate bridge” haar vijftigste verjaardag vierde.

    Gans de haven was prachtig verlicht en de afvaart was gewoon indrukwekkend. We vaarden langs het eiland Alcatraz ( de gevangenis, weet je?) onder de schitterend verlichte Golden Gate bridge door, richting oceaan.

    Alle passagiers stonden in de stuurruimte mee te genieten. Dat mocht, als we niet te veel lawaai zouden maken of te erg zouden storen.

    Indrukwekkend om te beleven....een 40.000 ton zware machine die zich langzaam in gang trekt en zich zeer voorzichtig een weg baant door de haven, eigenlijk vaart... duidelijk te volgen op de radarschermen.

    Er waren twee loodsen aan boord, maar daar hadden we toen nog geen oog voor omdat we nog niet goed wisten hoe dit alles aan boord in zijn werk ging.

    De volgende morgen, want we waren 's avonds vertrokken, startte onmiddellijk het dagelijkse gewone leventje aan boord. Velen vragen zich nu af of dat niet vervelend werd na een tijdje, zo niets te doen hebben. Antwoord ; neen, geen moment...

    's Morgens was er natuurlijk eerst het ontbijt. We werden telkens door dezelfde Filippijnse steward bediend die als enige Engelse zinnetje, "eggs to order" kon uitbrengen. Na drie dagen kun je uiteraard geen "eggs" meer ruiken. Daarna in de stuurhut gaan checken waar we op dat ogenblik waren, je weet maar nooit. We hadden een verklaring getekend dat we desnoods mee naar Jaccamacca zouden varen als de rederij daar behoefte toe had, maar er volgden geen onvoorziene onregelmatigheden...

    Dan op de boeg van het schip gaan zitten, naar de vliegende vissen kijken. Ik kan nu melden dat het record dat ik gemeten heb 33 seconden is, dus zolang kan een vliegende vis boven water blijven.

    Dan een aperitiefje gaan drinken met een andere dorstige toerist.

    Middagmaal. Schweinesuppe, eintopf mit bohnen, und eis wie nachtisch... ! Zoiets in die aard...

    Slaapje doen...

    Naar de soms voorbijkomende walvissen kijken...

    Avondmaal... Brood met kilo's Duitse worst en andere vleeswaren.

    Praatje slagen en whiskietje drinken in de bar...

    Slapen...

    En dan ‘s anderdaags weer hetzelfde ...

    Eén keer ben ik er in gelukt om in de keuken van het schip voor iedereen wafels te bakken. Belgian Waffles! De scheepskeuken was onverwacht groot. Een enorme ruimte en niet zo een benauwd piepklein kombuisje zoals je die op de zwart-wit films ziet op de oude oorlogsbodems.

    Bij het terugkeren van de States naar België had ik mijn wafelijzer meegenomen en het stak in de "handbagage" met de bedoeling om te proberen dit ijzer eens aan boord te gebruiken, of het toch te proberen... Een avontuurtje is altijd graag meegenomen en het lukte nog ook!

    Grappig is nog het feit dat ditzelfde wafelijzer ooit al eens de bron geweest was van een netelige toestand. Het vliegtuig waarmee we vanuit België naar de US zouden vliegen is opgehouden geweest is door dat onnozel wafelijzer.

    Tijdens de bagagecontrole bleek dat er op de scanner iets verdachts waar te nemen was.

    Een handgranaat ?

    Nee, mijn wafelijzer! Ik heb het dan mogen uitleggen wat er in het valies zat...

    Een wafelijzer, verdomme ... ! Verpakt in een vettige, bruine, papieren zak.

    Het vliegtuig is met twintig minuten vertraging vertrokken en het cabinepersoneel was toen een beetje boos op mij. Ik heb hun nog voorgesteld om een wafeltje te bakken tijdens de vlucht maar ze konden daar niet zo erg mee lachen !

    Dat wafelijzer heeft zelfs de ronde van de aarde gedaan. Ongeveer vijftigduizend kilometer in totaal. Het werd gekocht in Las Vegas door Lois, Lief haar vriendin, en door dezelfde Lois naar Korea gebracht. (Nu ja, in haar bagage) Van daar is het over de Noordpool naar Europa gekomen, naar België. Daarna ging het richting US en nu was het terug op weg naar Europa. (Vandaag ligt het in de kelder te Antwerpen te verpieteren...)

    Op tweede kerstdag in het midden van de oceaan hebben we niet aan de kapiteinstafel gegeten maar bij de Filippijnse crew die een speenvarkentje gebraden hadden in de open lucht op het achterdek van de boot. Eten met de handen en een conversatie voeren zonder mekaar goed te verstaan... maar Tagalog, een Filippijnse taal, klinkt heel muzikaal. Gezellig en lekker was dat en het Filippijnse "San Miguel" bier is best te genieten.

    Als het schip ergens aanlegde, wat regelmatig gebeurde, mochten we aan wal. Alleen moesten we er voor zorgen dat we voor de afgesproken vertrektijd terug aan boord zouden zijn, de boot zou stipt vertrekken en absoluut niet op ons wachten als we te laat zouden zijn !!!

    Een taxi bracht ons dan tot in de stad, we kregen een telefoonnummer, waar we maar hoefden naar te bellen en ze kwamen ons weer halen en voerden ons terug naar de boot... Die uitstapjes in de verschillende steden was de ideale gelegenheid om diverse alcoholische dranken in te slaan om het zware leven aan boord te kunnen overleven... Maar in de bar van de Brittannia was ook wel wat te verkrijgen aan democratische prijzen.

    Een luxe leventje was dat uiteraard...

    Na enkele dagen varen vroeg de Filippijnse stuurman, hij was het eigenlijk die de boot bestuurde, je weet wel, er zijn er die de naam hebben, en er zijn er die het werk doen...

    Vroeg hij dus waar wij naartoe gingen ?

    Ja, naar Antwerpen. Hij bekijkt ons en zegt “ we don’t go to Antwerp ....” Wij gaan niet naar Antwerpen !

    - Ja maar in het reisbureau hebben ze gezegd dat jullie naar Antwerpen zouden varen...

    - Wat weten die op dat reisbureau daarvan ?

    Ja ???

    Kapitein erbij gehaald. Antwerpen... “ mein gott, mein gott...” altijd stakingen, de sluizen die niet werken, ’t is altijd wat, enzovoorts.... Antwerpen, absoluut niet de favoriete haven van Wolfgang, de kapitein en meester na God ...

    Nee, dit keer varen wij niet naar Antwerpen was het verdict.

    De maatschappij deed de reis zes keer per jaar, heen en weer, en slechts om de andere keer werd er aangelegd in Antwerpen. Dit keer spijtig genoeg niet ! Een ommeweggetje zat er niet in!

    Waar legde de boot dan wel aan? Het werd Rotterdam of Hamburg... We kozen voor Rotterdam.

    Gans de familie was verwittigd dat we in Antwerpen zouden aankomen en daar zou een ontvangstcomité staan wachten ...! Die mensen moeten natuurlijk verwittigd worden.

    Ha, ha, dan maar naar “Sparky”, de marconist, ook een Filippijn. ( nu zou dit natuurlijk per satelliettelefoon gaan, maar toen bestond dat nog niet.)Geweldig om mee te maken:

    Sparky checkt op de kaart op welke positie het schip juist ligt, kijkt in een dik boek met welke morse-code hij “Radio Oostende” kan bereiken en richt dan zijn radioantennes richting Oostende en begint dan op een soort nietjesmachine te tikken als gek... het volle vermogen van de zender vonkt in morse richting Oostende !!!

    Enkele seconden later, tuut, tuut , tut , tuut, tut, en zo nog een beetje en dan legt Sparky een radioverbinding via een spraaklijn met radio Oostende. Dan werd het gevraagde Belgische telefoonnummer opgeven en weer enkele seconden later, verbinding !

    Schoonbroertje...wij komen aan in Rotterdam en niet in Antwerpen, enz...

    Alles komt in orde, hij regelt de rest wel...

    Kortom alle dagen was er avontuur of feest, we hebben ons geen seconde verveeld...

    Het meest fantastische was de doortocht van het Panamakanaal. Ook dat verliep niet onopgemerkt. De boot was juist “small” genoeg om door dit Panamakanaal te varen en dergelijke boten moeten wachten tot het daglicht er is. Een ganse nacht hebben we stil gelegen. Voor mij geen probleem hoor, maar Wolfgang, de kapitein, was in alle staten, alhoewel ik het niet goed begrijp, hij wist dat toch... maar ik ben geen scheepskapitein..

    Zo een boot aan de gang houden kost een fortuin per minuut !!! Een nachtje slapen zonder vaart is een ernstige verliespost.

    Om dergelijk schip door het Panamakanaal te loodsen duurt een ganse dag. Het kanaal zelf bestaat uit zes sluizen en is ongeveer 80 kilometer lang. De boot wordt telkenmale vastgemaakt aan een zestal locomotieven, drie rechts, excuseer, stuurboord, en drie aan bakboord. ( Of vergis ik mij weer?)

    Deze locomotieven slepen het schip door de nauwe sluizen.

    De locomotieven worden bestuurd door voluptueuze, bleekbruin gekleurde Panamese matrones. Ze zitten op de locomotief met hun aangezicht naar de boot toe. De matrozen staan op een meter afstand van de vrouwen... maar net zover dat ze er juist niet aan kunnen komen, gelukkig maar, misschien...!

    De schunnigheden die er over en weer geroepen worden tussen de matrozen en de treinamazones zijn absoluut niet vatbaar voor publicatie....alhoewel, ’t is wel in ’t Spaans te doen...

    Ondertussen werd ook een matroos die aan zijn oog gekwetst was per helikopter van boord gehaald. De jongen is naar het hospitaal gebracht, er verzorgd, en ‘ s avonds was hij terug... De helikopter kon gewoon op het dek van de boot landen.

    De overtocht van de Atlantische oceaan verliep rustig, slechts één keer hebben we de zeeziektepilletjes moeten boven halen. Lief , mijn vrouw, heeft maar één keer een voetbeentje gebroken, maar de technische dienst heeft voor haar een kruk gemaakt zodat ze weer kon lopen, zij het een beetje krakkemikkig.

    In het “Kanaal”, the “Channel”, stonden al degenen die vrij waren te turen met verrekijkers naar de kleine vissersbootjes om toch maar geen aanvaringen te veroorzaken... Het was ruw weer en de golven sloegen hoog op maar op een zwaar schip voel je daar weinig van. De mening van de kapitein over het onverantwoorde gedrag van de vissers die toch in zulk weer uitvaarden, zal ik jullie, lezers, maar besparen !

    De laatste haven voor Rotterdam was het Franse Le Havre.

    Toen we ’s morgens aan het ontbijt verschenen, leek iedereen er nogal vermoeid uit te zien. Alsof ze niet uitgeslapen waren... en dat bleek ook zo te zijn.

    Wij waren ons van geen onheil bewust maar het scheen dat de boot gans de nacht stil had gelegen omdat de motor een panne had gekregen !!! Door het ongewone ritme van de boot, vooral het stilliggen op volle zee, had niemand goed geslapen. Wij waren ons van geen kwaad bewust!

    Er had één cilinder van de zeven waarmee de scheepsmotor uitgerust was, verstek gegeven. De grote Duitse chef technicus, had de defecte cilinder uitgeschakeld en de boot kon nu voort varen met zes cilinders maar daardoor kon hij ook niet zo snel meer, alhoewel dat relatief is...de boot haalde normaal 18 knopen dat is amper 30 km per uur.

    Weer een telefoonlijntje uitgooien naar de familie; wij komen één dagje later...

    Heeft er ooit iemand zo een scheepsmotor gezien? Indrukwekkend, drie verdiepingen hoog, een vermogen dat men zich niet kan voorstellen en het maximale toerental : 50 toeren per minuut...( tjoek, tjoek, tjoek.... zo vijftig keer per minuut)

    Zo een motor word opgestart met perslucht, die geproduceerd wordt door een elektrische generator. Eens de motor dan "ijl" draait, wordt er gewone lichte diesel in de cilinders gespoten. Als die “ontploft”, draait de motor enige tijd op die gewone diesel tot de uitlaat warm genoeg wordt en aldus de normale brandstof opwarmt zodat deze vloeibaar genoeg wordt. Dan wordt deze zware stookolie (zeg maar pitch) in de motorcilinders verstoven. De eerste seconden dat de scheepsmotor hiermee draait is één grote verschrikking. Een wolk van roetdeeltjes dwarrelt dan neer op het dek en alles wat men aanraakt plakt van het roet.

    Toen de Brittannia de haven van Rotterdam binnen voer kwamen twee Hollandse loodsen aan boord. Dat is het standaardritueel. De loodsen nemen dan het bevel over van de kapitein. Het was al zeer laat; rond middernacht. In de stuurcabine was het stikdonker op de flikkerende lichtjes van de boordinstrumenten en de oplichtende radarschermen na. De beide loodsen stonden met een zaklampje gebogen over een kaart, die ze waarschijnlijk wel van buiten kenden, maar dat was hun taak... en probeerden om de stilte te breken door aan de kapitein de laatste nieuwe Belgenmop te vertellen... Wolfgang deed alle moeite van de wereld om hun te beletten die mop te vertellen wegens de beide Belgische passagiers die hij aan boord had en in de stuurcabine stonden mee te luisteren... Maar te laat! Hoe de mop ging weet ik niet meer, maar het was een goeie..!

    We zijn een dag later dan gepland in Rotterdam aangekomen. Geen douane, geen bagagecontrole. Het familiekordon stond te wachten.... met een bestelwagen om onze tot een omvangrijk volume aangegroeide bagage te vervoeren.

    We waren terug in België...

    Niet dat het zo geweldig lang geleden was hoor ... maar terug thuis komen is nog altijd even aangenaam als vertrekken.

    16-01-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    15-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Naar Spanje

    Het weerzien met de familie na de aankomst uit Amerika verliep blij en hartelijk. Toch waren we geen jaren weg geweest, hoogstens een zestal maanden.

    Aan de kade waar de "Britannia" aanmeerde wachtte een groot deel van de familie ons op, in het holst van de nacht. Ik gebruik voorgaand gezegde graag om aan te geven dat ik om acht uur 's morgens of daaromtrent heb moeten opstaan, maar nu was het echt. Het moet rond twee of drie uur 's nachts geweest zijn dat we in Rotterdam aanmeerden.

    Zoals afgesproken was de familie met twee auto's gekomen. Ondermeer met een bestelwagen waarmee onze bagage, die in de States aangegroeid was tot een behoorlijk volume, kon meegevoerd worden.  

    Mijn broer was ook meegekomen, zogezegd om te zien of het wel waar was dat we per schip de overtocht gemaakt hadden. Want anders, zegde hij; 'k ken dat, "wij zijn met zo een groot schip de oceaan overgestoken"... Hij wilde het met zijn eigen ogen zien.

     Interessant was dat onze bagage en wijzelf nu zonder de minste formaliteiten Europa binnen gekomen waren. Geen douanecontrole, geen paspoortencontrole, niets. Onze koffers werden zelfs van het schip gedragen door enkele hulpvaardige Filippijnse matrozen die voor de geleverde diensten mijn laatste dollarbiljetten kregen. Nog een welgemeend goodbye van Wolfgang, de kapitein en een knuffel van Hedda, de Duitse dame die stellig beloofde om nog eens langs te komen... Wat ze enige maanden later ook deed.

    Daar stonden we dan op de kade te Rotterdam.

     Het was toen ergens begin januari 1987

     Als ik nu mijn - slordig opgestelde - curriculum bekijk vind ik twee belangrijke evenementen terug in het jaar 1987. Vooreerst een nieuw project in Spanje. En er is ook het krantenknipsel terug te vinden waarin vermeld wordt dat in de maand november een Belgische week georganiseerd werd in Luanda, de hoofdstad van Angola. De Belgische week in Angola was zeker heel interessant maar we gaan eerst naar Spanje!

     Wanneer we in Spanje begonnen zijn aan de nieuwe opdracht weet ik niet exact meer maar we hebben het feest van San Isidro bij de aanvang van het nieuw op te starten restaurant nog meegemaakt. Het feest van San Isidro wordt in Spanje gevierd tijdens de week van 15 mei. Daarom vermoed ik dat we ergens begin of halfweg april vertrokken zijn.

    Ik zou inderdaad beginnen te werken in een nog op te richten Spaans restaurant. De locatie voor het restaurant bestond reeds maar werd toen enkel uitgebaat als hotel. Ook de naam voor het restaurant was gekend; "Al Andalus". Al-Andalus is de oude Moorse naam voor het hele zuidelijke gebied van Spanje tijdens de Moorse overheersing tussen 711 en 1492.

     Van half april tot november bleven we in Spanje. Logischerwijze betekent dit dat het werk er maar iets meer dan een half jaar geduurd heeft. Toch gebeurden er tijdens dit vrij korte verblijf allerlei interessante voorvallen en maakten we kennis met diverse aangename maar ook minder aangename personen. Alles de moeite van het verhalen waard.

     Ik had mij, nadat de mobilhome verkocht was, een aftandse lichtblauwe Opel Kadett aangeschaft bij onze bevriende Lierse garagist. Dit keer zouden we de reis maken per auto.

    Het nieuwe nog te openen restaurant was gesitueerd in Nerja, een toeristisch stadje helemaal in het Zuiden van Spanje, in de provincie Málaga, op het zogenoemde puntje van Europa, "El balcon de Europa".

     Het lange witte gebouw dat reeds bestond en waarin het restaurant zou geïnstalleerd worden, was de eigendom van de Zwitserse Priska Spira. Toen, op dat moment, werd de zaak uitsluitend uitgebaat als hotel.

     Priska

     Priska, zo was haar voornaam, had het gebouw toegewezen gekregen na haar echtscheiding. Haar ex-man baatte in Zwitserland een dierentuin uit en Priska woonde nu in Spanje samen met haar twee jonge kinderen, Boris en Carmen. Zijzelf was van origine een vondelinge en het was zeker dat ze een kind was van zigeuners die haar als baby achter gelaten hadden. Zij was te vinden gelegd in Zwitserland en daardoor had ze de Zwitserse nationaliteit maar ze zag er zeker niet Zwitsers uit. (Hoe ziet een Zwitserse er trouwens uit?)

     Priska was een zeer opvallende en mooie vrouw, dat is het minste dat je van haar kon zeggen... Een keer heb ik meegemaakt toen ik in de supermarkt boodschappen deed, dat plotseling alle geroezemoes in de winkel verstomde. Het werd muisstil en iedereen staarde naar de ingang van het magazijn. Priska was de supermarkt binnen gekomen... !

     Het meest opvallende waren haar wenkbrauwen. Die waren door een ongeluk tijdens haar jeugd verbrand geweest en zij had daardoor geen wenkbrauwen meer. Ze loste dit op door de missende gelaatskenmerken er zelf opnieuw bij te tekenen... Maar ze tekende wel wenkbrauwmodellen zoals ze in de natuur niet dikwijls, of nooit voorkomen. Heel haar verschijning deed wat denken aan een luxe versie van de koningin van onderland uit de Jommeke-albums of aan Cruella uit de 101 Dalmatiërs... Ze was groot, slank, zwartharig... Arghhh!!!

    De mooiste bazin waar ik ooit voor gewerkt heb...

     De exploitant, de gerant, van het toekomstige restaurant, was heel wat minder knap, had de Belgische nationaliteit en hij heette Jean. Hij was een gepensioneerd militair, een oud-commandant of iets in die aard van een afdeling bij het leger die iets met tanks deed. Hij was het die mij aangenomen had als kok voor het toekomstige restaurant. Jean woonde in Ronse of toch ergens in die buurt maar hij had een tweede huis in Nerja en woonde in de onmiddellijke buurt van Priska en zo waren ze op het idee te komen om samen een restaurant te beginnen. Op die manier verkreeg Priska een ruimer inkomen en Jean en zou er zo als jong gepensioneerde nog een centje aan bijverdienden. Of liever nog wat peseta's want dat was de munteenheid die toen in Spanje de gangbare valuta was.

     De rit naar Spanje in mijn gammele Kadett heeft drie dagen geduurd, en de auto heeft stand gehouden en overbrugde zonder problemen de bijna 2.500 kilometer zonder pannes. We waren vroeger al een paar keer in Spanje geweest maar nooit veel verder dan Valencia... om er sinaasappelen te gaan stelen. Nu was het nog een dagreis verder.

     Ooit hadden we samen, Lief en ik, een paar Spaanse lessen gevolgd waar we ondertussen weer alles van kwijt waren... Behalve buonos dias en dos cervezas por favor kende, ik toch, niet al te veel meer. En we zouden ter plaatse gaan werken samen met Spaanssprekend personeel! Maar dat viel zoals verhoopt best mee. Enkele dagen ging het wat moeilijk en daarna liep het al heel wat vlotter. Ik had alle namen van groenten, vlees, fruit en keukengerei met een uitwisbare viltstift op de witte muurtegels geschreven... Dus het woordenboek was van de muren af te lezen. Jean sprak vloeiend vier talen en Priska sprak Frans en Spaans... no hay problemas!

     De keuken moest nog volledig ingericht worden en ook de restaurantzaal was nog niet in orde. Dus voor de eerstvolgende weken werd ik benoemd tot timmerman, schilder en klusjesman in bijberoep...

    We woonden voorlopig bij Jean in de kelderverdieping van zijn huis tot wanneer het grote huis in Maro, een nabijgelegen gemeente, zou klaar zijn. We moesten nog wachten tot de "professor" zou komen, met wie we het huis nadien zouden delen.

    Ook dit tweede huis was eigendom van Priska. (Eigenlijk was zij een rijke dame...!) Dit huis was gesitueerd in Maro een klein dorpje grenzend aan Nerja. Het restaurant lag trouwens juist op de grens van Nerja en Maro langs de toegangsweg naar de "Cuevas de Nerja", de grotten van Nerja.

     De grotten van Nerja

     Deze grotten waren na de rotsige kust, de grootste attractie van de omgeving waar duizenden toeristen en vleermuizenspotters op af kwamen. Ook tijdens het feest van San Isidro trok er een stoet van duizenden zogenaamde bedevaarders langs deze weg naar de grotten en daarom was het belangrijk dat het restaurant operatief zou zijn voor de datum van de San Isidro festiviteiten.

     San Isidro, oftewel Isidorus van Madrid, is de beschermheilige van de boeren en van de stad Madrid. Tijdens zijn leven aan het begin van de 11e eeuw was Isidro een vrome landarbeider. Zijn collega's boeren waren er alleen niet van overtuigd dat hij erg hard werkte. Toen ze zijn meester, een grootgrondbezitter, hierover hadden ingelicht besloot de meester dat hij Isidro in de gaten zou houden. Zo werd de landeigenaar getuige van een wonder. Terwijl San Isidro naast de akker zat te bidden, werd zijn werk verder gedaan door enkele engelen.

    In 1622 werd Isidro door paus Gregorius XV heilig verklaard. Nog altijd gedenken de Madrilenen en ook de inwoners van Nerja en vele andere Spaanse gemeenten, de sterfdag van hun beschermheilige tijdens de San Isidro feesten.

     Dit feest wordt door vele inwoners van Nerja. gezien als hét evenement van het jaar. Dit traditionele evenement staat jaarlijks op 15 mei op het programma, waarbij honderden bewoners van Nerja met ossenkarren, paarden en gekleed in Andalusische klederdracht een ‘bedevaartstocht’ maken naar het feestterrein bij de Grotten van Nerja in Maro. Deze kilometerslange sliert trekt jaarlijks duizenden toeschouwers aan.

    Alles begint reeds op zondagochtend in de kerk met een eredienst opgedragen aan San Isidro. Daarna zet de stoet zich langzaam in beweging waarbij de ganse sliert volgers in processie voorbij het nieuwe hotel, restaurant, "Al Andalus" moet passeren. Aan het einde van de door sinaasappelbomen omzoomde weg liggen de grotten van Nerja. De reden waarom een restaurant op die plaats gegarandeerd rendabel zou zijn.

     "Las Cuevas de Nerja” of otten van Nerja liggen op de uitlopers van de “Sierra Almijara”, een paar kilometer verwijderd van het centrum van Nerja. Deze prachtige druipsteengrot met zijn wonderlijk gevormde stalagmieten en stalactieten wordt ook wel “De kathedraal van het Paleolithicum” genoemd. Vanwege de prachtige akoestiek wordt hier jaarlijks in juli een groot dans- en muziekfestival georganiseerd. - Feest dat ik mij nog levendig herinner -.

     De grot werd op 11 januari 1959 ontdekt door vijf jonge kerels uit Maro en Nerja. Ze gingen in een nabijgelegen mijnschacht vleermuizen jagen en ontdekten zo toevallig de immens uitgestrekte grotten. Niemand besefte toen dat de jongens een van de grootste grotten van Europa en een van de mooiste vondsten uit het Paleolithische tijdperk hadden gevonden want er werden eveneens resten van prehistorische bewoners ontdekt. Een vondst die de geschiedenis van het dorp Nerja voorgoed heeft veranderd.

    De grotten kregen eerst als naam: "Cueva de las Maravillas", “grot van de wonderen” en later haar huidige naam "Cueva de Nerja”.

    De vleermuizen huizen ook nu nog bij duizenden in de grotten waardoor de geur binnenin niet altijd even aangenaam is.

     Stilaan kreeg het restaurant vorm. Een vrij goed uitgeruste keuken werd geïnstalleerd. De koeling kon wat beter, maar het volstond wel. Zo was er een grote koelkast en een even grote diepvriezer. Een niet te groot gasfornuis uitgerust met de typische Spaanse "plancha". Wat niet anders is dan een zware gierijzeren plaat die verhit wordt door een gasbrander. Niet voortvertellen, maar de allereerste "plancha", was simpelweg de ijzeren dekplaat van het vroeger veel gebruikte kolenfornuis... Even met een oude vettige vod erover en daarop kan men dan bakken wat men ook maar wil. Gamba's à la plancha bijvoorbeeld.

     Ook een menukaart werd in samenspraak met Jean opgesteld. Ik mocht helemaal mijn zin doen. Zo weet ik nog dat er kwartels op de kaart stonden met als garnituur een speciale paddenstoel, een lactarius die in het Spaans "robellon" genoemd wordt. En deze paddenstoel werd in blikjes verkocht... Het moet niet altijd moeilijk zijn.

    Ook stond er staartvis op het menu, lotte met prei. "Rape con puerros"... Later veranderde de naam tot "rape con perro"... Lotte met hond! Maar het verhaal over de hond komt verder nog.

    Ook een kalfssteak met een roomsaus met groene kaas stond op de kaart... Queso verde. Tot toen had ik heel mijn leven lang volgehouden dat ik geen groene kaas, type roquefort, lustte. Dat ik zulke onnatuurlijk gekleurde kaas zelfs walgelijk vond... en plotseling, in Spanje, ontdekte ik dat groene kaas wel lekker is. Raar maar waar!

    Asperges stonden ook op het menu... maar dat waren wel asperges uit blik. Spanje is, of was een grote producent van asperges die vooral in blik op de markt gebracht werden. Niet aan te raden want die asperges zijn kompleet "plat" gekookt. Maar voor de toeristen was het een goedkoop voorgerecht.

    Ook maakte ik een bereiding met slakjes in de schelp. De slakken kwamen uit een blik. Een recept dat ik eens terug zou moeten opsporen want het was vrij spectaculair maar de saus was nogal ingewikkeld om te maken.

    Uiteraard was er ook gazpacho en paella voorzien. Deze twee typische gerechten waren vooral bestemd voor de buitenlandse toeristen.

     Tijdens de week dat "San Isidro" gevierd werd hebben we ook nog gans de kaart omgegooid. Er werd zodanig veel volk verwacht dat het anders niet zou mogelijk zijn om de massa hongerigen te spijzen. Voor één week hebben dan alles ingericht als snackbar met omeletten, sandwiches, frieten, hamburgers en meer van dergelijk junk food.

     Vanaf juni draaide de keuken dan in het normale ritme dat in Spanje eigenlijk niet vol te houden is. De Spanjaarden zelf leven drie tot vier uur later dan de rest van Europa. Zij komen hun middagmaal nemen rond drie uur in de namiddag terwijl de Hollanders reeds om half twaalf aan de deur staan. 's Avond gebeurt er juist hetzelfde, dan kon soms nog een tafel met Spaanse gasten rond half twaalf binnen komen om te eten... gevolg; met slechts één persoon in de keuken is dat niet vol te houden...

     Maar uiteindelijk had dat niet zoveel belang, de zaak heeft nooit erg goed "gedraaid"... Ik zou zelfs zeggen dat ze niet echt van de grond gekomen is. Waarom? Dat weet ik niet... De concurrentie in Nerja was zeer groot. En Jean wilde een restaurant met een bepaalde standing opbouwen dus ook van een hogere prijsklasse...

    15-01-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Naar Spanje
    14-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Manolo Cortes

    Om die hogere prijsklasse te rechtvaardigen kwam er elke avond een flamencogitarist "live" muziek en zang brengen. Tenminste als je het flamencogekrijs, gezang kunt noemen? De zigeuner gitarist en zanger heette Manolo Cortes. Manolo vergeleek zich graag met Paco de Lucia, hij vond zich zelfs beter. Iets waar ik niet kan over oordelen... 't Was een knappe kerel en voor zover ik er ook maar iets van afweet denk ik wel hij wel een miskend artiest was.

     Nu kreeg Manolo van Jean niets te eten tijdens zijn optredens; dat was niet voorzien in zijn contract. Maar zoals in alle keukens van vooral kleinere zaken is het personeel zeer solidair onder mekaar en af en toe stak ik Manolo wel eens een hapje te eten toe, stiekem verborgen van achter het gordijn. Op een zeker ogenblik had ik varkenspootjes (manitas de cerdo) bereid, omdat ik dat zelf ook lekker vind en had hem er eentje toegestopt.

    Dat was voor hem een openbaring, dat was, naar eigen zeggen, het lekkerste wat hij ooit gegeten had, en zo werden wij goede vrienden, dank zij die varkenspoten.

    ’s Als hij 's nachts stopte met spelen, wat steeds zeer laat was, want in Spanje leeft men enkele uren later dan in de rest van Europa, en hij lukte er niet meer in om naar huis te gaan met openbaar vervoer of taxi, voerde ik hem wel eens weg in mijn roestige Opel Kadett. Zijn gitaar moest dan steeds heel zorgvuldig vastgemaakt worden, met de gordel, op de zetel van de auto want "mi mujer", mijn vrouw, eigenlijk zijn vrouw, mocht absoluut niet beschadigd worden. Maar buiten zijn gitaar had hij ook een echte “mujer”, een Duitse vriendin. Zita was haar naam. Zij kwam af en toe op bezoek maar met haar heb ik nooit echt veel contact gehad.

     Een drietal jaar later, toen er van het restaurant al lang geen sprake meer was, loop ik samen met Lief en haar vriendin door de Pelgrimsstraat in Antwerpen. De vriendin in kwestie wou nog snel een hapje eten in de “Tapasbar”. Terwijl wij de bar naderen hoor ik ergens gitaargetokkel weerklinken en zeg nog tegen de beide vrouwen dat er blijkbaar een soort Manolo in de buurt zit te spelen.

    Bij het open duwen van de deur van de tapasbar: wie zit er achteraan op het podium te spelen (en zigeunergekrijs uit te stoten) ???.. Juist de enige echte Manolo Cortes! Toen hij mij zag sloeg hij minsten twee akkoorden fout aan en krijste luidkeels : mi amigo Alfonso..!

     Enfin we hebben toen een glaasje gedronken, hij heeft nog eens “El sitio de Zaragoza” voor ons gespeeld en, want hij moest voort spelen van de baas, want bazen kunnen soms moeilijk doen. De week nadien zouden we samenkomen om het allemaal eens te bepraten. Drie dagen later, telefoon: de vriendin van Lief die belt om te zeggen dat Manolo gestorven is !

    Zijn vriendin Zita was van Duitsland gekomen, ze waren samen “in de pijp” gekropen zoals men dat wel eens zegt, Manolo heeft daarbij een hartcrisis of zo wat gekregen en... geen Manolo meer…

     Mooie dood , niet ???

    Wel een beetje triest, gezien zijn leeftijd. Ik weet niet hoe oud hij was maar hoogstens een jaar of veertig denk ik.

    Het personeel van het restaurant heeft een collecte georganiseerd om zijn lichaam naar Spanje te repatriëren, want hij had geen rooie duit aan bezittingen. Zita heeft het tekort bijgepast.

     Gelukkig heb ik nog een zwart wit foto van een oude affiche kunnen ophalen, en ook heb ik nog een paar kleurenfoto's maar van slechte kwaliteit..’t Is het enige wat ik nog heb van hem.

     Grappig was ook het volgende. Als Manolo een vingernagel brak tijdens het gitaarspel en hij daardoor niet verder kon, herstelde hij zijn nagels met een dun reepje katoen en secondenlijm... Dan nam hij tien minuten pauze, de tijd om de nagel te herstellen en om vijf minuten op de herstelde nagel te blazen om die sneller te doen uitharden... Daarna speelde hij verder.

     Andres, Maria en de professor

     Behalve Manolo was er nog een serveerder, een "garçon". Andres was zijn naam. Hij was geen beroeps maar ondanks dat hij geen ervaring had in de horeca deed hij zijn werk zeer naar behoren. Later is er nog een Domingo bijgekomen... Andres was de zoon van de dansleraar van Priska en had zo de job te pakken gekregen. Priska wilde kostte wat kost flamencodanseres worden en was daarvoor onvermoeibaar bezig met het inoefenen van de verschillende soorten en stijlen flamencodansen... Er schijnen nogal was variaties in de flamenco te bestaan, waar ik verder niet veel van ken. "En Sevilla hay que morir", heb ik onthouden, dat is zoiets als Napels zien en dan sterven, maar dan in Sevilla. Een opvallende dans met veel lawaai was de "zapateado". Een zeer snelle dans waarbij luid met de schoenen getrappeld wordt en zo een typisch geluid voortbrengt. Het deed wat denken aan hoefgetrappel. Dagelijks oefende Priska bij haar thuis aangevuurd door haar leraar, de vader van Andres. Ondertussen waren werklieden bezig met het bouwen van een klein openluchttheater waar Priska tijdens de zomermaanden enkele avonden per week zou optreden. Daar danste zij verschillende dansen en voor elke dans kleedde zij zich om. Lief werd tot assistent aankleedster benoemd. De twee vrouwen waren ondertussen natuurlijk goeie vriendinnen geworden.

     Ook was er nog een Maria, een vrouw die in de buurt woonde en die een beetje alle werk deed maar vooral serveerwerk achter de bar. Behalve dat Maria niet erg snugger was valt er weinig over haar te melden. Het was een goedlachse vrouw dus geen problemen. Mocht iedereen zo zijn ... 't zou soms heel wat gemakkelijker gaan in 't leven.

    Zij had al zes mislukte pogingen ondernomen om een rijbewijs te halen. Toen wij aankwamen was ze net die dag voor de zevende keer gefaald. Eens heb ik geprobeerd om haar aan te leren, hoe behoorlijk achteruit te rijden, waarbij ze er in geslaagd is om twee vijgenstruiken om zeep te helpen en om zich daarna muurvast te rijden tegen de gevel van het hotel...

    Dan was er nog een Anita... Mijn zogezegd hulpje in de keuken. In feite deed ze enkel de afwas en schilde wat aardappelen enzovoort. Zij was lid van de "Testigos de Jehová ", dus getuige van Jehova... maar deed gelukkig geen moeite om mij te bekeren... Wel wist ze elke maandag te vertellen dat ze op zondag allemaal samen geweest waren en dan samen de "vogeltjesdans" hadden gedanst... rare jongens die Spaanse getuigen!

     Toen kwam de "professor" toe. Zijn naam was, Ramon Garcia Garcia. Spaanser kan niet. Hij zou de privéleraar worden van Carmen en Boris, Priska's kinderen. Waarom de kinderen een leraar apart kregen weet ik eigenlijk niet... Ik had toch niet de indruk dat zij speciaal onderwijs nodig hadden.

    Het doet er ook niet toe. "Profesor" Ramon en wij zouden vanaf toen gaan wonen in Maro in een enorm groot huis, dat eigendom was van Priska. Dit huis was gelegen in de "Calle de las Maravillas"... De straat van de wonderen, zoals ook de grotten eerst heetten. Juist naast de dorpskroeg. Elk kreeg zijn eigen deel van het huis. Het huis was gebouwd in Moorse stijl, zoals nu ook nog in de Magreb-landen met een grote binnenkoer waarrond de vele kamers opgetrokken zijn. De vensters aan de buitenzijde van het huis waren voorzien van een traliewerk maar ook versierd met bloembakken gevuld met roze geraniums. Mijn lichtblauwe Kadett harmonieerde mooi met de bloemen...

    Een paar bloembakken met palmboompjes, oleanders en vijgenstruiken op de ruime binnenkoer versterkten nog sterk dit Moorse aspect. Alleen een klaterend fonteintje ontbrak nog.

     Tijdens de zomermaanden werd er in de grotten van Nerja wegens de schitterende akoestiek, jaarlijks in juli een groot dans- en muziekfestival georganiseerd. Op uitnodiging van Priska kwamen de daarop volgende nachten een hele bende dansers verder dansen en zingen in de binnenkoer van het huis waar we toen woonden. Dit ging uiteraard gepaard met luid gitaargetokkel en de nodige onvermijdelijke olé's en het typische flamenco handengeklap in tegenritme... Van gans de week heb ik geen oog dicht gedaan.. maar wel een onaards mooi spektakel meegemaakt! Weet je nog? Het huis lag in de "Calle de las Maravillas"... De straat van de wonderen!

     Pepe Rubio en Trini

     Misschien heette de straat zo omdat twee huizen verder de bar van Pepé Rubio en Trini gevestigd was... Pepé Rubio heette zo omdat hij blond was en Trini, dat is de afkorting van Trinidad. Erg jong waren die mensen toen niet meer, ik schat zo ergens een eind in de zestig...

    Dit is misschien de enige periode in mijn leven geweest dat ik meer in het café zat dan thuis... Maar Lief ging wel altijd mee. Trini werd als een extra moeder voor ons. Ze maakte ons wat te eten, want ik zou na een dag koken wel zin hebben in wat anders dan wat ik zelf elke dag bereidde? (Lief kon nog altijd niet koken) En koele rode wijn was altijd in voldoende grote vaten aanwezig...

    Als ik ooit Spaans geleerd heb was het daar wel tussen de vissers aan de toog.

    Na een tijd werden we zodanig aanvaard door de dorpelingen dat we toehoorder mochten zijn bij de wekelijkse "cante jondo", een speciale zangstijl binnen de flamencomuziek, gekenmerkt door de diepe klanken en door het dramatische en de aard van de vertolking, die vaak zeer expressief overkwam...

    Hierbij mogen aanwezig zijn als gast is een grote eer. Normaal is dit alleen bestemd voor de ingewijden.

    De zangers zetten zich in een kring rond een grote, liefst een ronde tafel. Ieder legt zijn armen op de schouder van de buurman, op die manier een grote kring vormend, waardoor de vibraties van buurman's stem te voelen zijn.

    Tijdens het daarop volgende diepe gezang werden heel wat dorpsroddels opgehaald en doorverteld...of liever gezongen. ..!

     Trini leerde mij ook typische Spaanse huiselijke kost bereiden, zoals rauwe ansjovisfilets gemarineerd in citroensap met peterselie en knoflook. Iets wat ik nu thuis nog regelmatig bereid als hapje bij het aperitief. Maar ook "costillas con lentejas", ranzige gezouten varkensribbetjes met linzen... niet direct mijn meug...! Ook leerde ik dat groene tomaten voor salade gebruikt worden en de rijpe tomaten voor de gazpacho...! Zo koop je ook de tomaten in de dorpswinkel, tomates para gazpacho of tomates para ensalada... Rijpe of groene. In dezelfde dorpswinkel werd ook een gelig, ranzig geworden spek verkocht voor de amateurs... Andere volkeren, andere smaken, wat weer maar eens bewijst dat er over smaken en over kleuren niet te redetwisten valt.

     Miguel was een van de stamgasten van Trini's bar. Hij was een genre dorpsoverste, zoiets als een niet benoemde burgemeester. Hij baatte een visrestaurant uit op het strand van Maro... Heel simpele dingen zoals gebakken zeebaarsjes of pijlinktvissen... calamares... werden er verkocht maar alle gerechten waren er om ter smakelijkst. Op een nacht aan de bar bij Trini beloofde Miguel mij om enkel voor ons een portie chanquetes te bereiden; te laten bereiden, want hijzelf gaf enkel de commando's, zoals het een echte chef past!

    De belofte en de bereiding moest stiekem gebeuren want "chanquetes" zijn verboden voedsel. Toen waren chanquetes nog niet echt verboden maar het was toch al erg risicovol om de visjes nog te verkopen... voor eigen gebruik mocht het nog amper.

    Deze kleine visjes zie je al lang nergens meer op de menukaart staan, de Junta de Andalucía wil overbevissing van deze zeer kleine visjes tegengaan. De chanquetes krijgen door de visvangst namelijk niet de kans om te volgroeien. Maar af en toe werden ze toen nog stiekem aangeboden in restaurants.

    De chanquete of in het Nederlands glasgrondel is een zout- en brakwatervis die voorkomt in de ondiepe wateren dicht bij de kust van de provincie Málaga en dan vooral tussen Torre del Mar en Fuengirola. De visjes worden, eens volgroeid, niet groter dan zeven centimeter maar vanaf vier centimeter zijn ze al volgroeid... Zoiets als stekelbaarsjes. Ze komen niet alleen in Spanje voor, je vindt ze in het hele Middellandse Zeegebied. In 1988 werd de vangst in Spanje volledig verboden maar er zijn nog steeds vissers die het erop wagen en toch voor de vangst gaan en een boete riskeren.

    Gefrituurde 'chanquetes', is een eenvoudig maar lekker gerecht dat je met de vingers eet. De chanquetes worden voor het frituren door de bloem gehaald, gefruit en worden met kop en staart gegeten. Een partje citroen er bij en de karaf met frisse witte wijn binnen handbereik!

     Dat hadden we weer gehad. De laatste (semi verboden) chanquetes lagen op ons bord...

     De aankopen van verse vis voor het restaurant deed ik liefst zelf. In Nerja bestond een overdekte vismarkt waar de vissers zelf, elk zijn klein verkoopspunt had. Vissen die 's nachts gevangen waren kon je de daarop volgende morgen reeds kopen. Natuurlijk kocht ik allerlei zeegedrochten die je alleen maar bij dergelijke vissers kan verkrijgen. Onder andere de koppen van de lotte (zeeduivel) om visbouillon van te bereiden voor de "sopa de pescado" en zo leerde ik dat "vliegende vissen" zeer goed eetbaar zijn, lekker zelfs. Pez volador, heetten deze vissen in Spanje. Toen we terug kwamen van de Verenigde Staten lagen er dagelijks zulke vliegende vissen op het dek van het schip maar daar had ik toen geen kans om ze zelf te bereiden, maar nu wel!

    Ook allerhande, mij toen onbekende schelpdieren, leerde ik kennen, ondermeer de "vernis" of "barniz"? Letterlijk, "geverniste schelpen". Vooral zeer mooi maar een beetje taai. Mijn geliefkoosde vis was de rode mul. Salmonetes in het Spaans, salmon wegens de mooie rozerode kleur van de vis... Ideaal om te barbecueën met de schubben er nog aan die daarna in één beweging kunnen verwijderd worden. Dus gans de vis op de barbecue zonder ook maar een ingewand te verwijderen. Als de vis levend vers is kan je ook de lever gebruiken om te prakken en in een saus of in de eventuele bakboter te verwerken. De Romeinse Apicius wist dit al in de vierde eeuw na Christus... Ik nu ook!

    14-01-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Zigeuner gitarist Manolo Cortes
    13-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bestolen

    In het hotel logeerde op een dag een koppel uit Zuid Afrika. Vriendelijk mensen en het hotelletje was zodanig klein dat we mekaar af en toe wel eens tegen het lijf liepen. Van het een kwam het ander en we maakten af en toe ook wel eens een praatje.

    Op een mooie namiddag nodigde ik hen uit om thuis, in Maro, koffie te komen drinken.

    Eens daar, praatten we wat over koetje en kalfjes, lieten hen het huis zien, want het was zoals gezegd een zeer mooi huis, hoog boven op een rotswand met uitzicht over de Middellandse zee, wat wil je nog meer?

     Het Zuid-Afrikaanse stel logeerde reeds lang in het hotel en op een mooie dag inviteerden zij ons om ergens in een restaurantje “cabrita”, een jong geitje, te gaan eten. Dit omdat ik hen verteld had dat geit nu niet bepaald mijn lievelingskost is. Ik hou niet van geiten...!

    De man kende een restaurant waar ze subliem jong geitje klaar maakten en we zouden er samen eens naar toe gaan.

    Goed, ik wou wel eens proberen, “cabrita” klinkt al heel wat exotischer en smakelijker dan “geit”...

    Dus op een dinsdag- of woensdagmiddag, mijn vrije dag, ik weet het niet meer, zouden we naar het afgesproken restaurant gaan. De Afrikaan had alles reeds geregeld, de plaatsen waren gereserveerd.

     Een uur voor we samen zouden vertrekken komt hij me melden dat er iets met zijn paspoort niet in orde is en dat hij dringend naar de “guardia civil”, de politie moet om enkele zaken te regelen maar dat er van op restaurant gaan nu voor hem niets in huis kan komen.

    Spijtig, een andere keer dan. Maar, zegt hij, de plaatsen zijn toch gereserveerd, ik heb reeds afgebeld maar ga jij er toch maar naar toe, alles is geregeld, je hebt vrij en alles is voorzien...

     Ja, natuurlijk, overmacht noemt men zoiets en inderdaad wij, Lief en ik stonden toch klaar om uit te gaan eten, die kans deed zich niet zo dikwijls voor.

    Dus, wij weg..!

     Eerlijk waar, de “cabrita” heeft lekker gesmaakt. Een jong geitje gestoofd in een bruine saus met jonge artisjokken daarbij. Een weelderige serveerster die ons bediende en het zonnetje scheen op ons hoofd door het lover van de moerbeiboom waaronder we zaten... De fles rosé onder de hand!

     ’s Anderdaags was er het Eurovisie songfestival. Dat herinner ik mij nog zeer goed.

    Later toen alle stukjes van de puzzel in mekaar klikten werd alles duidelijk of toch duidelijker, waarom het songfestival ook bij het verhaal hoort.

     De Zuid-Afrikaanse hotelgast had zich nogmaals verontschuldigd om niet mee te kunnen gaan maar er zou wel eens andere dag komen en vroeg hij tussen zijn tanden door of we die avond ook naar het songfestival zouden kijken op TV..?

    Het was het songfestival van het jaar nadat Sandra Kim gewonnen had. Het festival werd uitgezonden vanuit Brussel met de bloedmooie Viktor Lazlo als presentatrice. Als je op dat ogenblik in Spanje zit, dan moet je dat toch gezien hebben... Vooral die Viktor Lazlo!

     Tot daar heel de enscenering...

     Enkele dagen later komt Lief zo wat zenuwachtig uit de slaapkamer en vraagt mij of ik weet waar haar halssnoer met robijnen naartoe is.

    Weet ik veel, ik draag nooit halssnoeren!

    Ja maar, zij vindt het nergens...

    Nadien bleken vele juwelen te ontbreken, allemaal verdwenen... alle echt mooie dure stukken waren weg... De meeste juwelen waren nog souvenirs uit Korea. Alles foetsie !

     Geween en tandengeknars weerklonk alom....

     Iemand moet die spullen dus gestolen hebben!

    Ja maar ik ben hier toch altijd, hoe kan hier nu iemand iets stelen ???

    Niemand komt hier ooit binnen... Tenzij...?

     Onze fameuze hotelgast had intussen reeds een slechte reputatie verkregen, zijn rekeningen van zowel het hotel als het restaurant bleven onbetaald en stilaan begon hij verdacht te worden van allerlei ander wangedrag.

    Mijnheer de Zuid-Afrikaan, als zijn nationaliteit al de ware was, had ons weg gestuurd naar het restaurant. Ondertussen heeft hij ingebroken, binnengedrongen langs het venstertje van de badkamer, dat hebben we later ontdekt en heeft toen eerst een verkenningsronde gemaakt of toen reeds een deel gestolen.

    ’s Anderdaags, tijdens het songfestival, heeft hij dan zijn grote slag geslagen of heeft nog meer gestolen, wie weet...

     Het ergste aan het verhaal is dat dit alles niet te bewijzen is.

    We hebben samen met Priska nog hun kamer doorzocht maar niets te vinden natuurlijk.

    We hebben wel wat vreemde voetafdrukken gevonden in het stof, maar van wie waren die ?

    Volgens de politie spelen die toeristen ook altijd alles kwijt..! Dat was toch hun visie daarover!

    Toen dacht ik er aan dat ik ooit eens mijn auto geleend had aan mijnheer. Veronderstel dat de boef ergens bij een obscure slotenmaker een kopie van de autosleutel zou laten maken hebben, dan kon ik mijn auto nog kwijtspelen ook... Ondanks dat de Opel Kadett stilaan de status van wrak had aangenomen wou ik mijn "bakske" toch liever niet kwijt... Vanaf toen haalde ik elke avond de hoofdkabel van de "bougies" uit de auto zodat er zelfs met een sleutel geen beweging meer in het voertuig te krijgen was.

    Toen zij, de Zuid-Afrikaanders uiteindelijk vertrokken, heeft hij mij zijn foto gegeven. Zo zou ik hem nog lang herinneren...

    Ook zonder foto ben ik hem nog lang niet vergeten!

    Ik ben wel zijn naam vergeten, ik dacht dat het John was...

     Later in het jaar kreeg ik plotseling een vreselijke "goesting" in zuurkool. Ja, zuurkool in Spanje, en dat midden in de zomer toen de buitentemperatuur rondom de veertig graden schommelde. Ik had witte kolen zien liggen bij een groenteverkoper op de markt en dat was de aanleiding... Of er zuurkool in conserve verkrijgbaar was, toen in Spanje, ik zou het niet weten. Misschien in Benidorm wel, maar in Nerja? Ik twijfel er aan.

    Daarom heb ik dan zelf een groot vat vol zuurkool gemaakt. Toen de kool begon te gisten, en bij die warmte ging dat razend snel, produceerde de in wording zijnde zuurkool natuurlijk een geweldige stank! Dat is heel normaal... Toen heb ik geprobeerde om Lief te troosten bij het verlies van haar juwelen door te vertellen dat ik het vat met stinkende zuurkool onder het vensterraampje langs waar de dief binnen gekomen was, zou zetten. Als hij, of een andere, nog eens wou komen, zou hij zeker en vast in het vat zuurkool vallen en zo konden we hem aan de hand van de stank opsporen... Maar Lief kon niet lachen met mijn stomme praat!

     Toen we nog bij Jean inwoonden in zijn kelder had ik als taak op mij genomen om met de hond te gaan wandelen. Eigenlijk kwam het er meestal op neer dat de hond met mij op wandel ging. "Bronco" heette het beest, een Duitse herder, en hij was inderdaad zo sterk als een stier. Tijdens die wandeltochten speurde ik altijd de omgeving af op zoek naar planten die ik misschien zou kunnen gebruiken, al dan niet in de keuken. Sommige wilde planten leveren een goede smaakmaker op voor salades of kunnen dienen als kruiderij. Wilde venkel bijvoorbeeld. Zo heb ik eens geprobeerd of wilde venkel bruikbaar zou kunnen zijn als groente. De plantjes waren toen nog maar een twintigtal centimeter hoog en ik heb zo een bundeltje geplukt en er de jonge bleke hartjes uitgepeuterd. Deze hartjes nadien gestoomd of gekookt en ze opgediend met een botersausje... Niet te vreten... De smaak was zodanig sterk dat het echt niet lekker was. Maar gedroogde wilde venkel is wel ideaal om op de barbecue te leggen en zo een lekker smaakje te geven aan gegrilde vissen. Aan gegrilde langoest of dikke gamba's bijvoorbeeld. Als je tijdens de vakantiemaanden met zo een bos droge venkel terug naar België keert ruikt je auto in september nog altijd naar de venkel als de lucht een beetje vochtig wordt. (Als het hier toevallig eens regent.) Met lavendel gebeurt er juist hetzelfde...

     De hond

     Op een dag tijdens zo een zoektocht vond ik een plantje dat ik niet kende. Ik vermoedde dat het belladonna zou kunnen zijn. Na controle bleek mijn idee ook juist te zijn. Belladonna is een zeer giftige plant uit de familie van de nachtschaden. De hele plant bevat zeer giftige alkaloïden. Bijzonder gevaarlijk zijn de bessen, die het uiterst giftige atropine bevatten. Het eten van een handvol bessen kan dodelijk zijn voor een mens. Een aftreksel van de bessen werd vroeger gebruikt door de adellijke vrouwen. Als een aftreksel van belladonna in de ogen gedruppeld wordt vergroten de pupillen waardoor de ogen groter en dus mooier lijken... Vandaar ook het woord "bella donna" mooie dame. In de keuken kon ik met dergelijke plant niet veel aanvangen... maar het was toch wel interessant om te weten over zijn bestaan.

     Mijn keuken was langs buiten bereikbaar via een achterdeur. Op zeker ogenblik lag er elke dag weer een vreemde schurftige hond aan die deur te wachten tot er hem misschien eens een hapje te eten zou toegeworpen worden. Ik had de stommiteit begaan om een stukje vlees naar het beestje te gooien. Sindsdien wou hij niet meer weg... Hij had besloten om voor de rest van zijn leven mijn vriend te blijven.

    Het was tijdens die periode dat er plotseling "rape con perro" (staartvis met hond) op het menu stond... (In plaats van "rape con puerros", staartvis met prei.) Andres en ikzelf maakten nogal wat grapjes over "hond in de pot" of over "hot dogs". Zeker nadat ik verteld had dat men in Korea zulke honden graag in de soep draait.

     Na een tijd was ik het zo beu dat die hond daar elke dag opnieuw aan de deur lag dat ik besloot om hem weg te brengen. Ik lokte hem in de auto door een stukje vlees in de kofferbak te gooien en onmiddellijk, nadat "perro" er achterna gesprongen was, het deksel dicht te klappen. Ik wilde de hond naar het strand voeren. Daar waren altijd massa's toeristen te vinden en dus dacht ik, een van hen zal zich wel over het beestje ontfermen en "perro" mee naar huis nemen. De hond stond eerst wat verdwaasd te kijken, met de ogen knipperend tegen het hevige licht, en liep dan in de richting van de eetkraampjes...

     Het mooie zandstand van Maro ligt aan de voet van een zeer steile klif. De rit naar het strand en terug verliep over een zeer bochtige en hobbelige bergweg, enkele honderden meter naar beneden en daarna evenveel terug naar boven.

    Toen ik terug boven bij het hotel kwam en mij weer naar de keuken begaf... Wie lag er aan de achterdeur van de keuken op wacht? Juist!

     Toen heb ik een heel stoute streek uitgehaald en een handvol van de gevonden belladonnabessen in een bolletje gemalen vlees gestopt en deze gehaktbal naar "perro" toe gegooid.

    In één hap was de bal verdwenen.

     Gedurende twee weken hebben we de hond niet meer gezien. Ik kreeg eerlijk waar wel enige wroeging over mijn daad... maar ja? Ieder verdedigt zijn territorium op zijn manier, niet waar?

    Op een morgen komt Andres in de keuken en weet mij te vertellen dat hij de hond gezien heeft in Nerja... wel een eindje daar vandaan. Hij was zeker dat het dezelfde hond was. Maar voegde hij er aan toe; hij lag nu aan de keukendeur van een ander restaurant. Hij zal hoogstwaarschijnlijk niet meer terug komen want hij herinnert het zich zeker nog; zo een slechte hamburger als ik ginds in Maro eens gegeten heb... Nooit meer!

     Tot aan het einde van het toeristisch seizoen danste Priska zich op het podium van haar eigen openluchttheatertje de ziel uit het lijf en trappelde de zolen van onder haar hooggehakte flamencoschoenen. Ze danste sierlijk en vurig verscheidene alegrías, rondeñas en de verschillende zapateados. Manolo krijste en tokkelde de hele buurt ondersteboven met diverse "cante grandes" en met eigen nummers, brak daarbij elke nagel van zijn rechterhand, maar het hielp allemaal niet veel. De zaak draaide vierkant. Het ging niet goed met "Restaurante Al Andalus".

     Er werd een reddingsplan in werking gesteld.

    Een paar personeelsleden werden op non actief gezet of werden een andere functie toebedeeld. Zo mocht Anita nu elke dag op bezoek bij de getuigen van Jehova en in haar plaats kwam Maria als hulpje in de keuken.

    Priska, haar twee kinderen en de professor zouden nu elke middag een maaltijd voorgezet krijgen waarin allerlei restanten en onverkochte grondstoffen zouden verwerkt worden... En vooral; het moest goedkoop blijven...

     Als kok moet men alle situaties de baas kunnen..!

     Zo kwam het dat Maria nu de kook deed voor "het personeel", in dit geval ook de eigenares.

    Een voordeel voor mij was dat ik daarbij nog een paar typische Spaanse gerechten meer heb leren kennen. Zo maakte Maria "Ajo blanco". Een koude soep met amandelen. Duur, dacht je? Nee, de amandelen vielen van de eigen boom.

    Ajo blanco is een populaire Spaanse koude soep typisch van de streken rond Granada en Malaga. De soep wordt gemaakt van in water geweekt oud brood, gestampte amandelen, knoflook, koud water en olijfolie. Een klein scheutje wittewijnazijn om de soep af te werken. Soms wordt de soep ook "witte gazpacho" genoemd en er worden witte druiven of schijven meloen bij gegeten.

    De hoofdbedoeling was hier om het oude brood te verwerken en de nog verse amandelen op te gebruiken, amandelen die toch gratis van de boom vielen.

     Van meer oud brood maakte Maria ook een heerlijke knoflooksoep. Daarvoor bakte ze brokjes brood bruin in een pan met veel olijfolie. Daar ging een karrenvracht gehakte knoflook bij die enkele seconden mocht mee fruiten. Daarna ging er water over en de nodige zwarte peper en zout. De soep mocht dan vijf minuutjes zachtjes koken. Daarna werd ze in vuurvaste kommen gegoten en brak Maria er per persoon een ei in, of ze nam enkel het eiwit als er toevallig over was. Als het ei(wit) dan gestold was kon de soep opgediend worden. Hoe eenvoudig deze soep ook is, het is een heerlijke soep... ( misschien ook omdat ik er zelf niets moest voor doen...?

     Het volgende werd niet uit zuinigheidsoverwegingen gedaan maar Maria maakte toen van de afgedankte frituurolie een soort zeep. Toch iets dat er op moest op gelijken. De friteuse die we gebruikten was een van het elektrische type. Hetzelfde model als velen wel in huis hebben maar dan een beetje groter. Vijftien liter olie kon er in als ik mij niet vergis. (Waarschijnlijk wel...)

    Dan werd er een deel heet water bij de koude olie gedaan en een pak sodakristallen. De friteuse werd dan ingeschakeld met de thermostaat op negentig graden en stilaan veranderde het water, olie en sodamengsel in een grijze, schuimende zeepachtige substantie die inderdaad als antieke "bruine" zeep geurde... Maria voegde daarna nog olie bij... wat er exact daarna gebeurde weet ik niet maar dit is inderdaad het principe van "zeep zieden"...

     De grote Zohara, mijn keukenmeid in Algerije, deed hetzelfde met het schapenvet dat ze mee naar huis mocht nemen... Omdat Zohara het zeep maken thuis deed heb ik daar nooit gezien hoe het systeem werkte maar het moet iets gelijkaardig geweest zijn... Op de aller-primitiefste manier kan het zeep maken zelfs met houtas gedaan worden... (Met het vet van een beer. De beer roosteren boven een vuurtje en zijn vet dan verwerken tot zeep met behulp van de as van het gedoofde vuurtje...!?)

    Nu reinig ik thuis mijn eigen frituurpan ook op die manier. De pan vol met water, als het water aan de kook komt, dan giet ik er een flinke scheut gootsteenontstopper bij... Met sodakristallen kan het ook maar soda vindt je niet zo gemakkelijk meer... De friteuse komt na een tijdje wachten als nieuw uit de behandeling... Pas wel op want aluminium wordt sterk aangetast door dit soort behandeling! En je vingers ook!!!

     Het einde

     Het einde kwam dan toch nog heel abrupt.

    Priska, in overleg met Jean, besloot om te stoppen met het restaurant. Er waren toen nog geen financiële potten gebroken.

    Iedereen mocht naar huis.

    Daarna is het zeer snel gegaan. Zelfs zo snel dat ik mij er nu niets meer van herinner.

    Sommige vertrekmomenten uit vorige periodes staan mij nog zeer helder voor de geest. Zoals het afscheid van Korea toen we nog een laatste wandeling over een lokale markt maakten. Het sneeuwde die dag alhoewel het reeds één mei was en dat de sneeuw een feeëriek wit tapijt uitspreidde over de eerste mandjes met aardbeien.

     Of tijdens de terugkeer uit de Verenigde Staten gedurende de moeilijke rit door San Francisco, met twee auto's die mekaar niet mochten kwijtspelen, zoekend naar de juiste pier waar de "Brittania" aangemeerd lag... en mekaar toch kwijtspeelden natuurlijk!

     Het vertrek uit Rwanda... Het vliegtuig dat echt, alleen op ons, stond te wachtten... omdat we te laat kwamen. Ik zie het nog helemaal voor mij...

     Maar het vertrek uit Spanje is één groot zwart gat in mijn geheugen... Met de auto, dat wel... Maar verder? Wanneer, hoe, afscheid genomen van? Alleen vraagtekens blijven???

    Wel weet ik nog dat we al zigzaggend door Spanje terug noordwaarts gereden zijn... en dat we ook nog ergens in de Franse Pyreneeën zijn blijven hangen. We zijn terug gaan zoeken naar een plaatsje waar we vijftien jaar voordien ooit eens gewerkt hadden... Enkel een ruïne vonden we nog terug. Verwonderlijk was dat niet want toen wij er werkten was het gebouw reeds een ruïne. Maar in het nabijgelegen stadje Maury verkocht men nog altijd een van mijn favoriete zoete wijnen... Le vin doux naturel de Maury.

     Ook nu nog is deze wijn hier in de handel verkrijgbaar. De productie van de Maury wijnen is wel vrij klein zodat men in België misschien wel wat moet zoeken...

    Dit maar om te vermelden dat we nog een voorraadje "Grenache" uit Maury meegebracht hebben.

     Gelukkig was bij onze terugkomst ons eigen appartementje terug ter beschikking. Mijn zuster en haar "husband" waren ondertussen naar Hong Kong of ergens in die buurt verhuisd...

     Het moet toen einde september of begin oktober 1987 geweest zijn. Eerst twee weken platte rust en toen gebeurde het weer; naar Angola! Zij het maar voor één week.

    Maar wat voor een week zou dat worden!?

    13-01-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Bestolen in Spanje
    12-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Naar Angola

    Op uitnodiging van de Belgische ambassadeur in Angola en via bemiddeling van Kris Bouchard trok het bekende Antwerpse zangersduo Serge en Rita eind november naar Luanda, hoofdstad van de nu twaalf jaar onafhankelijke volksrepubliek Angola.

    Van het gezelschap maakten ook twee meester-koks deel uit ; Fons Nicolai (!) en Roger Demanet uit Nieuwpoort. Zij moesten de Belgische week, georganiseerd in het luxueuze hotel Méridien, smaak en sfeer geven.

     Bovenstaande is een knipsel uit een Antwerpse krant van november 1987. Welke krant, weet ik niet, de naam ervan is verloren gegaan na al die jaren...

     Mijn eigen versie van het verhaal klinkt enigszins anders. Roger Demanet, die ik in Koksijde nog vaag gekend heb als zijnde een praktijkleraar en die tijdens de weekends een eigen restaurant uitbaatte te Nieuwpoort zocht iemand om met hem mee te gaan naar Angola. Liefst een pasteibakker. Of een kok die ook "pateekes" kon bakken. In feite, gewoon een tweede persoon om mee te gaan. Roger was via de hotelschool in contact gekomen met de Belgische ambassade in Angola. De toenmalige ambassadeur wilde de Belgische keuken letterlijk op de Angolese (menu)kaart zetten en zocht daarvoor een Belgische kok. Dat werd Roger Demanet en ik werd de tweede man.

    Over de twee hierboven genoemde zangers heb ik niets gehoord tot we samen op de luchthaven van Kinshasa stonden.

     We vertrokken te Zaventem met Sabena en ik weet nog heel goed dat ik een beige kostuum droeg en dat mijn (te) nieuwe schoenen knelden en me pijn deden.

    Dit weet ik nog heel goed want ik heb alle dagen van de daarop volgende week met diezelfde schoenen in de keuken gestaan want het klassieke grapje had zich weer eens voorgedaan; onze bagage kwam niet toe.

    Maar vooraleer ik dat te weten kwam gebeurde er nog heel wat.

     De vlucht van Brussel naar Kinshasa verliep ongestoord. Ik heb gans de nacht geslapen, want het was een nachtvlucht... Er was één stop onderweg. Ik weet zelfs niet meer waar, want ik ben gewoon de slaap der gelukzaligen blijven doorslapen... (Nigeria denk ik nu...)

     Vanuit Kinshasa werd er dan verder gevlogen naar Luanda. Een vlucht van nog enkele uren.

    Dat werd dan een van de meest memorabele vluchten die ik ooit beleefd heb... Of we in gevaar geweest zijn, ik weet het niet, maar wat er tijdens die vlucht gebeurde is wel onvoorstelbaar.

     We maakten pas in de luchthaven van Kinshasa kennis met Serge en Rita, inderdaad een Antwerps zingend koppel uit Merksem die op dat ogenblik een bescheiden nationaal hitje hadden met een in het Antwerps gezongen nummer, getiteld... Da zijde gij nie zekers... of toch zoiets in de aard.

    Iemand ooit van gehoord?

    Toch zijn er, ook nu nog, op het internet vrij veel nummertjes van hen terug te vinden ook een filmpje op You Tube met als titel; "Belgische week in Luanda" met Serge en Rita in Angola. Zowel Rita als Serge zijn ondertussen reeds, vrij jong, overleden.

     Vanuit Kinshasa ging de vlucht verder naar Luanda. Die vlucht zou gemaakt worden met een “kleine” Fokker... Waarschijnlijk een Fokker Friendship. Een turbopropvliegtuig dat ongeveer vijftig passagiers kan vervoeren.

    In het vliegtuig zaten de meeste passagiers reeds klaar, vastgeriemd op een primitief zitje, wachtend op het vertrek.

    Stel je even de situatie voor: de achterdeur van het vliegtuig staat open. Te laat komende passagiers stappen nog snel in via een laddertje en zoeken hun zitje op...Twee zwarte, zwaargewicht matrones die als hostess dienst doen wijzen de reizigers hun stoeltje aan.

    Een indringende geur van ranzige, gezouten kabeljauw parfumeert de lucht in het vliegtuig. En dat ‘s morgens op je nuchtere maag.

    Achteraan in het vliegtuig, bij de open deur, ontstond plotseling tumult... Helemaal duidelijk was het niet maar ik begreep dat het vliegtuig te zwaar geladen was en dat er bagage uit moest want dat men anders niet zou kunnen vertrekken. Een deel van de bagage was geladen, achteraan in de staart van het vliegtuig en bediendes begonnen doodgemoederd, lukraak gekozen stukken bagage door de deur van het vliegtuig naar beneden te gooien. Enkele passagiers begonnen zich te bemoeien en wilden niet dat hun bagage uit het vliegtuig geslingerd werd. Zeer begrijpelijk. Nog meer tumult als gevolg.

     De deur van de stuurcabine vliegt plotseling open, de captain, de grote chef, kwam de passagiersruimte binnen gestapt en begon zich eveneens te bemoeien in het krakeel en beveelt dat er ondanks alle protest, nog meer bagage uit het vliegtuig moet... De bediendes begonnen inderdaad nog meer kleurrijke pakken en zakken vanuit de staart van het vliegtuig naar beneden te gooien, wel drie, vier meter diep de tarmac op...

    Tot er plotseling ook een gitaar uit het vliegtuig naar buiten gegooid wordt... boiink, op het harde asfalt...

     Serge, de zanger, herkent zijn gitaar, veert recht uit zijn stoeltje en begint een kabaal te maken van jewelste, dat die gitaar, zijn gitaar is en dat hij die nodig heeft om op te treden, en er ontstaat nog meer herrie. Trouwens hoeveel weegt een gitaar...???

     De imposante zwarte commandant, trekt zijn schouders op en gaat ongeïnteresseerd terug naar de stuurcabine en zet zich naast de tweede piloot. We kunnen hen zien zitten achter de flikkerende controlelampjes want de deur van de stuurhut staat wagenwijd open.... De commandant drijft het toerental van de turboprops op en het vliegtuig begint te taxiën... Serge in alle staten, rent naar voor, naar de piloten... Mijn gitaar moet mee, mijn gitaar moet mee en een hele scheldtirade volgt nog, het vliegtuig taxiet gewoon verder...

    We horen de motoren luider en luider grommen, teken dat het vliegtuig zal opstijgen.. Het vliegtuig versnelt en versnelt...

    Serge wordt woest en grijpt de commandant bij zijn strot... Mijn gitaar!!!

    Het vliegtuig stijgt op, bestuurd door een piloot die zich heftig, met zijn volle honderd en twintig kilo verzet, zo hopend aan een wurgingsdood te ontsnappen...

     De vliegtuigen van Fokker zijn zoals geweten degelijke machines, het toestel is ondanks de moordpoging normaal opgestegen, met een naar adem snakkende piloot aan de handles... Verder hebben we een aangename vlucht gehad boven de uitgestrekte tropische wouden van Zaïre en Angola...

    Wat de term ‘luchtzakken”, betekent hebben we toen opnieuw ervaren... Telkens het vliegtuig een duik maakte door de luchtturbulenties boven het Zaïrese oerwoud, klapten de lege zitjes in het vliegtuig naar voor en als het vliegtuig dan weer zijn de normale positie aan nam, klapten de stoeltjes weer rechtop in hun oorspronkelijke stand.

    Bij elke duik ontsnapte er een frisse wolk stokvislucht uit de laadruimte van de Fokker... Gedroogde en gezouten kabeljauw of "labberdaan", "bacalao", is dan ook het volksvoedsel in Angola. Nog een erfenis van de Portugese kolonisten.

     Eens aangekomen in Luanda was onze bagage, ook de mijne, er niet bij. De klassieke historie. Werden ook onze valiezen er in Kinshasa uitgegooid, wie weet?

    Over een week komt de volgende vlucht toe. Die zal jullie bagage ten stelligste mee brengen wist een vertegenwoordiger van de luchtvaartmaatschappij ons te verzekeren! Dat was een hele troost want zo konden we onze spullen onaangeroerd mee terug naar huis nemen.

     Ondertussen was het een kwestie van zich behelpen, te roeien met de riemen die we hadden. Kokskledij kregen we van het hotel maar gans de week heb ik het wel met mijn knellende schoenen moeten verder doen. En in gans Luanda was niets verkrijgbaar. De uitstalramen van alle winkels waren met planken dichtgetimmerd. Er heerste een oorlogstoestand tussen Zuid-Afrika en Angola terwijl het land in een burgeroorlog verwikkeld was.

    Het land kreeg daarbij steun van zowel Cuba als een beetje van de Russen. Dat was duidelijk te merken aan het cliënteel van het hotel Méridien waar de Belgische week zou doorgaan.

    Het hotel zorgde er wel voor dat we elke avond gratis een fles whisky op onze kamer kregen om het leed van ons bagageverlies een beetje te verzachten....

    Hoofdpijn dat ik daar toen gehad heb, en ik was zeker niet de enige!

    Over de poging tot het wurgen van een piloot in volle actie was er verder niets meer te horen! Behalve misschien het feit dat Serge een pilotenbrevet bezat... Dat vertelde hij nadien. Achteraf bleek dit ook de echte waarheid te zijn, geen bluf. Desnoods zou hij zelf verder gevlogen hebben beweerde hij... maar dat zal wel een beetje overdreven geweest zijn!

     Serge en Rita traden de volgende dagen op, zichzelf begeleidend op een geleende Cubaanse gitaar. Ze hadden zelfs een optreden voor de Angolese televisie. Het nummer, "Goede vrienden" dat ze toen zongen is te vinden op You tube.

     Wat Roger Demanet en Fons Nicolay terwijl in de keuken uitspookten daar weet ik niet veel meer van. Gelukkig vond ik in mijn documenten nog een menukaart terug van die Belgische week in Luanda.

    Op de kaart stonden ondermeer "Waterzooi" en "Paling in het groen". Behalve die twee klassiekers was de rest van het aanbod wel indrukwekkend, een heel assortiment aan Belgische gerechten.

    Op die kaart vond ik ook dat het aanbod elke dag varieerde. Demanet heeft daar werkelijk heel goed zijn best gedaan!

     De Belgische ambassadeur, die wilde dat er een "Belgische week" zou doorgaan in Luanda, was een vriendelijk man. Courtois was zijn naam en zijn vrouw was afkomstig van Westmalle. Welk bier denk je nu dat in overvloed, speciaal voor de Belgische week ingevoerd werd?

    Juist, dubbel en tripel van Westmalle! Of er ook veel van dat bier gedronken werd in het restaurant daar twijfel ik aan want toen de lading met kratten bier in de keuken opgestapeld stond, was er in een mum van tijd een heel deel van de flesjes verdwenen. Zeer opvallend was ook dat er nadien een hele bende zatte zwarten in en rondom de keuken rondliepen of ergens hun roes lagen uit te slapen...

     Om de "paling in het groen" te bereiden had ik witte wijn nodig. De wijn werd aangevoerd in een grote "dame Jeanne", een mandfles. De man van het economaat die de fles bracht bleef wachten tot ik de nodige wijn genomen had en vertrok dan terug met de fles...

    Wat dacht je nu? Natuurlijk wou ik ook wel eens proeven van die wijn, waarschijnlijk een Portugese witte wijn.

    Grote desillusie. De wijn was ondrinkbaar gemaakt, er was zout bijgevoegd... Waarom dat gedaan was, werd duidelijk toen ik de onmiskenbaar dronken hotelbediendes zag rondzwalpen na de aankomst van de Westmalle tripel!

     Een lokale specialiteit van het restaurant was langoest. Waarschijnlijk zullen langoesten in de buurt van de Angolese kusten in groten getale aanwezig geweest zijn vermoed ik zo... De langoesten werden in de lengte in de helft doorgesneden en gegrild. Een heel beest per persoon... de prijs weet ik niet.

    Op een morgen hebben we, Roger en ik een langoest gedeeld als ontbijt. De ene eet spek en ei en de andere eet gegrilde langoest, waarom niet? Maar het was de taaiste langoest die ik ooit gegeten heb.

    Veel heb ik van de lokale keuken niet opgemerkt, het hotel Méridien is een internationaal hotel, daar krijg je ook de internationale gerechten voorgeschoteld maar wat ik gezien heb deed heel sterk aan de keuken van Portugal denken. Heel wat gegrilde vissen en ook de specialiteit bij uitstek van Portugal stond op het menu; de "bacalao", gezouten stokvis, in water gekookt en overgoten met een plas olijfolie.

     Een van de punten die in mijn geheugen is blijven hangen is het bezoekje dat we gebracht hebben aan de Belgische ambassadeur, mijnheer Courtois. Een bezoekje dat we brachten aan hemzelf en zijn vrouw in hun residentie, zoals de ambtswoning van een ambassadeur heet. Zij woonden in een vrij eenvoudig huis maar gezien de omstandigheden, het was oorlog in het land, was dat misschien één van de beste woningen die er nog te vinden was in Luanda. Opmerkelijk was ook dat ze vier personeelsleden hadden... Een chauffeur, een kok, een poetsvrouw en iemand die de tuin onderhield. In dergelijke landen waar de lonen zeer laag zijn is dat heel normaal. Veel later hoorde ik in Vietnam een Belgische eigenaar van een restaurant vertellen dat hij voor de prijs van één kok in België er in Vietnam bijna twintig kon in dienst nemen... Zo zie je maar dat alles zeer relatief is.

    En ondertussen waren er vier mensen aan het werk, die zo hun kost verdienden en dat in een land waar geen werk te vinden was...

     Dan was er nog het taalprobleem. Portugees is de officiële taal in Angola. Ook de inheemse Afrikaanse bevolking spreekt die taal wel min of meer... Maar ik niet! Slechts heel weinigen in Europa, behalve de Portugezen zelf, spreken die taal denk ik... Jammer genoeg was ook de voertaal in het hotel voornamelijk het Portugees. Zelfs de directeur en de receptioniste aan de balie van het hotel waren amper een beetje Engels en/of Frans machtig. (De Méridien hotels zijn van oorsprong een Franse hotelketen)

     Aangezien ik daar officieel de banketbakker ofte patissier was werkte ik veel in de bakkerij. Daar ondervond ik, dat ik met een klein zwart bakkerinnetje wel een gesprek kon voeren in een soort "koeterspaans", dat is iets als "koeterwaals" of "steenkolen Engels". Maar zo had ik voor de rest van de week een tolk en gesprekspartner gevonden. Zodanig zelfs dat de drie andere Vlamingen mij er van verdachten meer dan een vriendschappelijke omgang te onderhouden met..? Ik ben verdorie haar naam vergeten...!

     Dan moest er toch ook een bezoekje gebracht worden aan de bar van het hotel waar Serge en Rita elke avond optraden. Eén keer ben ik er geweest... Serge was net bezig aan een "Blues jam session", omringd door een paar Cubaanse militaire muzikanten... net kopieën van Fidel Castro. Een beeld dat zo leek geknipt te zijn uit een overjaarse Amerikaanse film. (Angola werd gesteund in zijn veldslagen tegen Zuid- Afrika door Cubaanse militairen....)

    Overal zag je Cubaanse officieren pronken, getooid in afgeborstelde uniformen versierd met veel goud. Met zwarte mutsen, getaand gelaat, dikke havanna's rokend... en in de bar vloeide de Amerikaanse whisky bij beken.

     Na het barbezoek, eens terug in de kamer kwam dan de ontnuchtering... Geen bagage mee, dus ook geen zuivere, frisse kledij... Het ondergoed dan maar wassen in het wasbakje van het hotel want aan de wasserij van het hotel geven, zelfs dat ging niet... Ik had maar één setje bij, datgene wat ik aan had en nieuw ondergoed kopen was niet mogelijk! De winkels waren dichtgetimmerd.

    Maar zoals reeds vermeld; elke avond stond er een nieuwe, volle fles whisky op de kamer te wachten... Maar zonder gezelschap van het zwarte bakkerinnetje was ook daar niet veel lol aan te beleven...!

     Een week is snel voorbij, zo ook het werk in het hotel Méridien... Bij het afscheid vroeg Mario Monteiro, de directeur van het hotel ons hoeveel we wilden verdienen voor onze prestaties... Er was daarover nergens een afspraak gemaakt. Roger Demanet heeft het ter plekke geregeld voor ons beide en de cheque die ik nadien in mijn handen gestopt kreeg was van dien aard dat het geleden ongemak, wegens het niet hebben van bagage, snel vergeten werd.

     Bij de terugvlucht waren er dan nog maar eens strubbelingen op de luchthaven van Kinsjasa... Wat er juist fout ging weet ik niet meer maar we hebben nog een onvoorzien nachtje mogen doorbrengen in Kinsjasa... In het Memling hotel, een hotel dat toen al "eeuwenoud" was en dat nu nog altijd bestaat. Ook een hotel dat opgericht werd door het toenmalige Sabena...

     Om te eindigen

     Hier ga ik er mee stoppen.

    Na Angola ben ik nog voor een korte periode naar Parijs geweest en heb daar gedurende een maand gewerkt voor de Belgische ambassadeur in zijn residentie. Dat werd een van de meest trieste ervaringen die ik ooit opgedaan heb. Dus zal ik er ook niet verder over uitwijden.

     Lief is een keer voor een week mee gegaan, ik kwam elke week voor een dag terug naar Antwerpen... Driehonderdvijftig kilometer heen en nog eens evenveel kilometer terug... En dat gebeurde nog steeds met de gammele Opel Kadett waarmee we voordien naar Spanje reisden.

    Gedurende de week dat Lief in Parijs verbleef kreeg ze weer bijna een longontsteking. Ze had blijkbaar weke longetjes... Dus bleef ze nadien maar liever thuis in Antwerpen... Daar was de lucht, al was het daar ook niet ideaal, toch heel wat zuiverder.

    Aan haar vriendinnen wist ze te vertellen dat ze in Parijs heel slecht sliep omdat ze elke nacht wakker gehouden werd door het gehoest van de vogeltjes...

     Ikzelf heb veel later nog een opdracht uitgevoerd in Turkije, waar ik meeging met een ploeg archeologen van de universiteit van Gent, die in "Pesimus", een honderd kilometer ten zuidwesten van Ankara, archeologische opgravingen deden. Ik kreeg van de Turkse staat een werkvergunning als zijnde "archeoloog" maar in werkelijkheid was ik de kok van de ploeg archeologen...

     Na de ervaring in Parijs, het was toen het voorjaar van 1988, kwam er vanuit een school in Zwijndrecht de vraag om gedurende een trimester, de laatste trimester van het schooljaar 1988, een leraar keukenpraktijk te vervangen. De te vervangen leraar wou het in Spanje proberen... Puur toeval! De derde trimester duurt iets meer dan twee maanden en in afwachting was dat een prima job, want een mens leeft niet van de hemelse dauw alleen. Ik had alle nodige kwalificaties en kon zo onmiddellijk zonder formaliteiten aan de slag.

     Toen sloeg het noodlot toe...! Dat beweren sommigen toch, ondermeer Lief!

     Binnen de kortste keren kreeg ik van de directie van de school een vaste benoeming aangeboden en kon zo het volgende schooljaar verder blijven les geven. Ik kon die benoeming ook weigeren natuurlijk maar ik heb ze aanvaard.

     Het "Immaculata Instituut" was oorspronkelijk een meisjesschool. De directrice was een kloosterlinge, een non, Zuster Elza. Een lastige, onberekenbare vrouw maar ik kon best met haar overweg. We zijn zelfs samen, juist op Valentijnsdag, naar de Villa Lorraine geweest, toen een driesterren restaurant in Brussel. Wat er toen achter onze ruggen gefluisterd werd... ik had het willen horen.

     De school in kwestie was gesitueerd in Zwijndrecht. Voor wie de omgeving van Antwerpen niet kent; de gemeente Zwijndrecht ligt pal aan de overkant van de Schelde. Van thuis uit kon ik bijna het schoolgebouw zien.... (maar dat is wel een beetje overdreven)

    Ik moest wel dagelijks tot twee keer door de beruchte Antwerpse Kennedytunnel maar na een tijdje leer je de "trukken van de foor" om daar elke keer vlot door te raken. Na een tiental minuutjes was ik in de school...

     Ik ben zeven jaar in die school gebleven en ben er weg gegaan omdat de school volledig afgebouwd werd. Elk jaar was er een schooljaar minder tot er tenslotte alleen een allerlaatste leerjaar overbleef. Dat laatste jaar dat ik les gaf in Zwijndrecht had ik nog vier leerlingen in dit laatste, het zevende jaar, opleiding tot grootkeukenkok. Dat schooljaar stopte ik de leerlingen, twee jongens en twee meisjes, in mijn Opel Kadett en zo gingen we tot drie keer toe op schoolreis...

     Van de gebouwen werd later een rusthuis voor bejaarden gemaakt.

     Behalve het kleine uitstapje naar Turkije stopt hier mijn buitenlandse periode. Nog een keer ben ik naar Vietnam geweest... Gewoon als toerist maar speciaal om de Vietnamese keuken te leren kennen, wat trouwens zeer goed meeviel.

     Het reizen interesseert mij nu niet meer. Na tien of elf jaar omzwervingen was het voor mij genoeg geweest. Maar wat niet is, kan terug komen.

     Lief is blijven verder reizen als gewoon toerist. Zij is nog enkele keren naar Mongolië gereisd, naar Vietnam, Mali en werd tenslotte verliefd op Egypte.

    Ik ben al jaren lid van een Antwerpse vereniging, ACAM genoemd; "Academie voor Mineralogie". Een vereniging die zich bezig houdt met de studie van mineralen, fossielen en edelstenen. ACAM organiseert regelmatig avontuurlijke "studiereizen" naar Egypte. Ik was lid van de vereniging, maar Lief ging mee op reis... Zo gaat dat in een goed huwelijk. Het waren telkens weer zeer avontuurlijke reizen. Met hoogstens een viertal jeeps trok een groep reizigers onder de deskundige leiding van Ayam, de reisleider, door de Egyptische woestijnen op zoek naar mineralen of edelstenen maar ook naar lokale culturen, eeuwenoude rotstekenigen en andere artefacten... Vermits Egypte een zeer groot land is, kon er dikwijls naar Egypte gereisd worden en toch telkens wat anders te zien krijgen.

     Hoeveel keren Lief naar Egypte geweest is? Ik weet het niet meer maar minstens tien keer.

    Na haar overlijden in het jaar 2012 werd een deel van haar as, want haar lichaam werd gecremeerd, begraven in het Antwerpse Schoonselhof, maar het andere deel van de as werd overgevlogen naar Egypte en werd daar in een desolaat woestijngebied, Gilf-el-Kebir genoemd, door haar vrienden uitgestrooid. Diezelfde vrienden hebben op die plaats het jaar nadien een herdenkingsmonument gebouwd. Ik ken de coördinaten van de plaats... maar op Google Earth is er nog geen beeld van te zien... Zulke locaties zijn compleet onbewoond en voor niemand echt interessant.

     Lief droomde er altijd van om een mausoleum te krijgen na haar dood, liefst een mausoleum opgetrokken uit rode jaspis. (Jaspis is een soort roodbruine siersteen die ook wel als edelsteen gebruikt wordt.) Dat onzinnig idee kreeg ze tijdens ons verblijf in de Verenigde Staten waar er enorme rotsblokken uit jaspis in het nabije riviertje lagen en waar we dikwijls bovenop klommen om het riviertje te overschouwen, op uitkijk naar zalmen.

    De constructie die Lief in Egypte postuum kreeg is versierd met allerlei rolkeien ontstaan uit de verschillende mineralen die in de buurt te vinden zijn. Hopelijk zitten er ook enkele stukjes jaspis tussen, ik weet het niet want ik ben er zelf nog nooit geweest maar van "haar" mausoleum hangt er nu wel een grote afbeelding in de woonkamer.... ter harer nagedachtenis...

     





    12-01-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Angola, Luanda
    15-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nog een kikker
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Nu het toch over kikkers gaat…

    Toen ik naar de hotelschool ging, hadden we daar een paar serieuze kleppers van leraars.

    Ik zal hun namen niet vernoemen, maar ze zijn later bijna wereldberoemd geworden.

    De zaalleraar had de gewoonte om ’s namiddags als hij naar huis reed een kannetje met resterende soep mee te nemen. Hij zette die aluminium kruik met soep dan buiten naast de keukendeur om af te koelen. Zulke kruiken werden vroeger veel gebruikt om melk in te transporteren maar nu was het een soepkruik... en de leraar had thuis ook nog een klein pensionnetje, begrijpt u ?

    Op een mooie namiddag komen wij, de leerlingen, van het klaslokaal dat ver verwijderd lag van het hoofdgebouw. Onderweg hadden we in de duinen (aan zee dus) een pracht van een kikker gevonden en men weet maar nooit wat er met een kikker aan te vangen is, niet…?

    Stond daar toch wel die ketel met soep, die ondertussen al helemaal koud geworden was, naast de keukendeur!

    Wie kan er zich nu een prachtiger badje voor een kikker voorstellen dan zo een ketel soep ??

    We hebben er nooit iets van gehoord, maar ik zou graag het gezicht van de leraar gezien hebben als hij zijn emmertje met soep thuis opende en dan een frisse kikker zag die zo een beetje naar hem keek met grote ogen en “kwaak” deed!

    Of erger nog veronderstel dat hij in het bord van één van zijn gasten terecht zou gekomen zijn …?

    15-01-2015 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    13-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Separatorvlees

    Dit bericht werd voor het eerst opgesteld op 13 oktober 2006.

    Nu mijn vrouw weer eens weg is naar de "Grote zandbak", profiteer ik ervan om allerhande junk food te kopen. Zo van die dingen waar ik anders nog niet moet aan denken om dat thuis binnen te brengen, tenzij om een echtelijk conflict uit te lokken.

    Zuurkool of cassoulet met worstje en spek is zo een voorbeeld. Van de zuurkook krijg je het brandend maaguur en van de cassoulet krijg ik bijverschijnselen als dat mannetje van Michelin.

    Bonen in tomatensaus is, voor mij tenminste, ook zo een delicatesse.

    De maagkrampen en de gasvorming in de ingewanden neem ik er graag bij...

    Ach, echt lekker is dat niet maar ’het is het enige moment dat ik eens kan van profiteren van mijn "guilty pleasure" ...

    Zwezeriken en tournedos met bearnaise kan ik alle dagen eten en dat verveelt ook wel na een tijdje... Ik heb mijn leerlingen gisteren kaaskroketten laten maken, met veel van de olie druipende gefruite peterselie. Lekker. Chips en nootjes staan ook regelmatig op het boodschappenlijstje. Een doos pralines heb ik ondertussen ook soldaat gemaakt.

    Gisteren naar de Colruyt geweest op speurtocht naar junkfood en ongelooflijk maar waar, ik heb daar een bokaaltje Weense worstjes gevonden voor amper zestig eurocent. Vroeger was dat 25 Belgische frankses. Vijf dikke worstjes in een bokaaltje. Zestig cent 't alst je blieft....

    Een Duits merk, een soort Europese eenheidsworst....

    De smaak was lekker, dit is natuurlijk geen objectief oordeel vermits ik alle worsten, hoe gemmen ook, lekker vind. ( Het zeldzame of moeilijk bereikbare voedsel is altijd lekkerder...)

    Dan even op het etiket, naar de samenstelling gekeken;

    - 30% kalkoenvlees ( mechanisch gescheiden)

    - 15% kippenvlees (mechanisch gescheiden)

    - 15% varkensvlees.

    - Water en zo nog wat rommel zoals emulgatoren, verdikkingsmiddelen en zo verder...

    Dus uiteindelijk toch 60% vlees!

    De woorden,” mechanisch gescheiden” vlees, riep beelden op van een televisieprogramma dat ik ooit gezien heb op het internet. Op de TV kan ik het niet gezien hebben want ik heb geen TV, nooit gehad ten andere. (Zoek maar bij de filmpjes van de "Keuringsdienst van Waarde", ergens op een Nederlandse TV - zender.)

    Het vlees dat gebruikt wordt om dit soort worsten te maken wordt gefabriceerd bij een  Nederland firma: Polskamp ! De enige in Europa.

    Alle poeliers, groot of klein die kippen of kalkoenen versnijden sturen de resterende karkassen van die vogels naar Polskamp en daar worden de geraamtes met behulp van indrukwekkende, gigantische machines uit mekaar gehaald. Lees maar op hun website.

    http://www.polskamp.nl/index.php?language=Dutch

    Er komen als resultaat kalkoengehakt, kippengehakt en gevogeltevet te voorschijn uit de "separator". Dit vlees word “separatorvlees” genoemd. Mechanisch gescheiden. Dat is de basisgrondstof voor al die goedkope worstjes en ander junkfood zoals, frankfurters,  curryworsten, berenpoten, gehaktballetjes...

    De firma heeft, of had, een grote vrachtwagen, een Volvo van 40 ton die rijdt op kippenvet... Polskamp had wat problemen met de Nederlandse staat omdat er op kippenvet geen accijns kon geheven worden.... (Nu wel !)

    Soms word er wel eens verteld dat dit soort goedkope worsten gemaakt wordt van paardenvlees, varkensingewanden, kamelenvlees, koeienuier of zagemeel... Laat het nu duidelijk zijn dat dit niet waar is!

    13-01-2015 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Grondstoffen
    09-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Amerikaanse worsten.

    We waren toen in Amerika, in de staat Oregon. We hadden Vic ontmoet en na een lekkere maaltijd kwamen we overeen dat we in zijn (immens) groot huis zouden verblijven en het tegelijkertijd een beetje zouden opkalefateren.

    Als tegenprestatie konden we er wonen en alles gebruiken wat in en om het huis te vinden was. Zo was er een vijver vol met forellen en een rivier met zalmen, een moestuin en een grote boomgaard. Als klap op de vuurpijl, drie diepvriezers vol met diverse voedingswaren.

     

    Goed, eens even gaan controleren wat er zoal in de diepvriezer te vinden was. Het zag er allemaal veelbelovend uit. Eigenlijk ben ik vergeten wat er juist in zat maar twee zaken weet ik nog zeer goed: vlees van “elk”; na lang zoeken de vertaling gevonden: wapitihert…! Zeer lekker. Ergens ver weg in een hoekje zat een plastic zak met worsten. De worsten zagen er niet erg Amerikaans uit, vrij dik en nogal bleek van kleur, vet dus.

    Er waren betere dingen om eerst aan te beginnen dus de worsten maar wat laten liggen.

    Toen Vic enkele dagen later eens langs kwam vroeg ik hem wat voor een soort rare worsten daar  in de diepvriezer zaten.

    Hij werd eventjes wat witjes rond zijn neus en zegde toen dat ik daar maar beter zou afblijven want dat er strychnine in verwerkt was om de coyotes te vergiftigen want die durfden zijn schapen aanvallen!

    Lamme worst!

    09-01-2015 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    08-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nog meer worsten...

    Het was tijdens mijn legerdienst.

    Bij het leger wordt men niet verondersteld te denken, het leger denkt voor u !

    Zo had het leger ook tabellen waarin de samenstelling van een rund of varken vermeld stond.

    Zoveel procent vlees van eerste kwaliteit voor gebraad en om te bakken.

    Zoveel procent vlees van tweede keuze, enz…...   zoveel beenderen en zoveel vet.

    Nu was er een runderkwartier binnen gekomen dat niet beantwoorde aan de reglementen van het leger want er zaten te veel beenderen en vet in en te weinig vlees.

    De arme milicien slager, moest braadworsten maken voor zaterdagmiddag en hij zag in zijn koelkast nog een hoopje vet, wat pezen en een heel klein stukje vlees liggen.

    In de keuken hadden we gelukkig nog veel oud brood op overschot.

    Dus, van wat er nog in de koelkast lag en veel brood, dan maar worsten gedraaid, nog een paar eieren erdoor en toen de worsten klaar waren zagen ze er zelfs vrij behoorlijk uit, zij het een beetje bleekjes.

    De worsten werden nadat ze gebakken waren  in een braadslee gelegd om ze warm te houden in de oven.  ’t Ging hier over een middagmaal voor slechts een dertigtal personen, en voila, de maaltijd kon beginnen. De worst was klaar!

     

    Toen de worsten naar de eetzaal mochten, haalde ik de braadslee uit de oven en wat zag ik?  Eén grote plas vet met daarin zo een soort miniworstjes. ( gebruikte condooms) Als men de worsten bij een uiteinde vast nam en schudde viel de inhoud er in korreltjes uit.

    De vogels zijn er gelukkig mee geweest en de slager had volgens de miliciens het zagemeel opnieuw uitgevonden.

     

    In dezelfde kazerne, ’t was in ’t fortje van Merksem, waren we met vier pas gediplomeerde koks aanwezig in de keuken, al dan niet met frisse tegenzin... . Dus te veel personeel voor slechts een honderdtal militairen.

    Nu had het leger in Kallo tijdelijk een kok nodig die ook kon uitbenen. Ik had ooit wel eens het heupbeen uit een lamsbout gesneden en dus gaf ik mij aan. Persoonlijk initiatief wordt in het leger normaal niet erg op prijs gesteld maar nu wel.

    In de keuken te Kallo zwierde men mij daar een enorm voorkwartier van een rund voor mijn neus… met de mededeling ; begin er maar aan!

    Gelukkig bevat een voorkwartier veel vlees van tweede en derde keuze, want na mijn uitbeen-experimenten waren er niet veel rosbiefjes of biefstukken meer te herkennen…... Stoofvlees is ook heel lekker!

    08-01-2015 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    07-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gerookte bloedworsten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Nu het toch over bloedworst gaat…

    Alle vorige verhalen spelen zich af in het buitenland. Nu gaan we naar België.

    Ik werkte toen in een zeer bekende traiteurszaak in Lier. De zaak bestaat nu nog maar onder een heel andere vorm.

    Op een zondagnamiddag was er een soort “Vlaamse kermismaaltijd” georganiseerd door één of andere organisatie, welke organisatie, dat ben ik al lang vergeten .

    Het was een groot gezelschap, een tachtigtal personen.

    Iedereen zit aan tafel, het feest kan beginnen…

    Ik had een “pak” margarine ( godbetert, margarine) in een grote braadslede in de oven gezet om ze te laten smelten om er nadien de bloedworsten in te bakken. Dit is in de huis en tuinkeuken niet de gewone manier van doen maar in grootkeuken wordt deze manier van bakken of braden veel toegepast.

    En plotseling: alle licht valt uit, ook in de keuken. Zondagnamiddag, dus nergens geen elektricien te vinden, die zitten 's zondagsnamiddags allemaal voor de TV!

    Er werkte toen een kelner in de zaak, Frans, hij is later nog technicus bij de VRT geworden, en die gaat op zoek naar de oorzaak van de panne en inderdaad een tiental minuten later :  fiat lux!  Het werd weer licht!

    Ondertussen begon in de oven de klomp margarine veel te heet te worden, maar ik had het niet bemerkt omdat het donker was !

    Op het ogenblik dat het licht terug aanfloefte, zie ik blauwe rook uit de oven komen. Bij het openen van de oven om te kijken wat er gebeurde vliegt de braadslede met de verbrande margarine erin met een steekvlam in brand!!!

    Onmiddellijk volgt er een hevige, smerige zwarte rookontwikkeling. Ik sluit  de oven weer om de zuurstoftoevoer te verminderen maar de boel begon toen nog erger te roken. …Een kelner liep vlug naar zijn auto, die voor de deur stond, en haalt er een blusapparaat uit. Deur van de oven open: weer een vlammenzee en Bob, zo heette de man, spuit het blusapparaat leeg in de brandende braadslede.

    De vlammen doven maar er ontstaat nu een witte rook die blijkbaar zwaarder is dan de lucht en die zich verspreidt over de vloer en stilaan hoger en hoger stijgt en een waar mistgordijn vormt in de keuken. Stilaan waadden we door een zee van witgrijze rook en de rook steeg maar en bleef maar stijgen...  Stilaan komen alleen nog onze hoofden boven de rook uit…. Klein Mieke, de afwasvrouw, was al onzichtbaar geworden. …Toen hebben we alle deuren en vensters opengegooid en stilaan zakte de rook weer weg….

    De braadslee die ondertussen niet meer brandde, snel naar buiten gekieperd en of er nadien nog bloedworst is opgediend herinner ik mij niet meer!

    07-01-2015 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    06-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bloedworst

    Op de foto : Helmut met de bloedworsten.


    Onze vriend Helmut, degene die niet mee naar de hondenparty wou gaan, was een echte Duitser in hart en nieren. Hij was van Düsseldorf en hij kreeg in Korea heimwee naar de Duitse keuken. Hij kreeg visioenen van cafés waar grote potten bier geserveerd werden en gebakken bloedworst daarbij…. Dat deed bij mij een lichtje knipperen, bloedworst, ja dat was nog eens een idee !

    Bloedworst maken in Korea!

    De worst maken dat wist ik wel hoe dat moet.  Ik had vroeger dikwijls gezien hoe mijn moeder het deed en de samenstelling kende ik ook, alleen de nodige grondstoffen vinden in Korea, dat was een ander paar mouwen.

    Dus op zoek, met “mister Oh” onze chauffeur, gids en tolk.

    Dus eerste punt een slachthuis vinden. Dat was er, een verschrikkelijke bedoening, maar ’t was een slachthuis. Ze hadden er varkensbloed maar dat bloed was gestold. Normaal moet het bloed geroerd worden om de fibrinevezels er uit te halen en dan bewaard worden met een scheutje azijn om het vloeibaar te houden. Dan zou ik maar proberen om het bloed fijn te mixen in de bekermixer.

    Brood was te koop in een Zwitserse bakkerij en al de andere ingrediënten waren vlot te vinden, alleen de darmen waar de worsten moeten in afgevuld worden, hoe daar aan te komen ???

    Dus weer naar het slachthuis en met handen en voeten proberen uit te leggen wat ik nodig had maar het product, worst is Korea absoluut onbekend.

    Toch was er één verkoper die varkensdarmen had, met de inhoud er nog in, een emmervol blubberige darmen…

    Dus van de nood een deugd gemaakt en ik met de stinkende darmen naar huis. Toen ik ze uitkieperde in de gootsteen is er een ernstige echtelijk meningsverschil  ontstaan…

    Darmen ruiken niet bepaald fris en de smurrie die er uit komt ziet er zeker niet al te appetijtelijk uit. Na een fikse ruzie en een vrouw die dreigde terug naar haar moeder te gaan, had ik tenslotte toch een bundeltje zuiver gemaakt darmen in voorraad. Ons huisje rook een week nadien nog steeds naar varkensingewanden..!

    Later heb ik geprepareerde darmen laten opzenden vanuit België om ruzie te vermijden.

    Toen alle grondstoffen verzameld waren, dit heeft dus ettelijke dagen in beslag genomen; eerst alles zoeken, later ophalen maar dan begon de bereiding. Het aangename deel van het feest.

    Dat leverde geen enkel noembaar probleem op. Natuurlijk is het een redelijk bloederige bedoening. Door de primitieve apparatuur die ik had was het ook een langdurige bewerking.

    Ik herinner mij nog dat de worsten gewoon via een trechter gevuld heb.

     

    Toen de bloedworsten dan eindelijk gekookt waren, wat een feest jongens.

    Later heb ik nog dikwijls bloedworsten gemaakt en iedereen die op de maaltijd kwam kreeg steevast bloedworst met appelmoes.

     

    Toen dan de darmen uit België toekwamen bij de douane moest ik aan de douanier gaan uitleggen war er in dat pakje zat. Hij heeft het nooit gesnapt. Ik zie nog dat hij zijn vinger in het pak stak om even te proeven….  Hij heeft mij dan maar laten gaan !

     

    Weet u dat het woord voor pudding en bloedworst dezelfde stam heeft ?

    Het Franse “boudin” en het oud Nederlandse woord “bodding” zullen dit wel duidelijk maken denk ik. De Engelsen spreken nog steeds van “ blackpudding als ze bloedworst bedoelen”.

    06-01-2015 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Maak het zelf
    05-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Reebok
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Diezelfde Herbert van onderstaand verhaaltje vertelde mij op een keer dat hij zeer gemakkelijk aan een soort reebok kon komen. Het is wel geen echte reebok doch het gelijkt er sterk op wist hij. Zijn parochianen pakten die beesten alleen maar om het bloed er van op te drinken omdat ze er van overtuigd zijn dat ze daardoor ook snel zouden kunnen lopen. Met het vlees deden ze niets.

    Bij nader toezien bleek het om een “muntjak” te gaan, een kleine hertachtige, een origineel in  Zuid-China voorkomende hertensoort. Nu vindt men ze zelfs in de Nederlandse Veluwe naar het schijnt.

    De muntjak is een klein hertje, ongeveer zo groot als een uit de kluiten gewassen hond. ( Daar is ie weer.)

    Goed, elke zondagmorgen werd het gedode dier vanaf toen binnen gebracht bij Herbert en  ik vilde het dan.

    ’'s Anderendaags probeerde ik dan het beest te verkopen. Dit was vrij eenvoudig. Ik werkte toen voor een wereldberoemde firma die telefonie produceert met een zetel in Antwerpen maar deze firma had mij 'doorverkocht' aan het Koreaanse Samsung. (’'t Was Bell Telephone)

    Ik kende de software van die telefooncentrales, bij manier van spreken, van buiten en het was dus een eenvoudig klusje om Herbert’s telefoonlijn  taxvrij te zetten en zo belde ik alle “notabelen” van de firma en van diverse ambassades op om delen van de “reebok” te verkopen.

    Een boutje voor mevrouw zus en een stukje van de rug voor mevrouw zo en een kilootje ragout voor de meid van den ambassadeur, plus enkele koteletjes , enz... …Ik noteerde de bestellingen en ging dan op maandagavond bij Herbert het beest versnijden in de gewenste porties.

    Alles werd dan netjes verpakt en in een reistas gestopt. Deze tas ging overnacht in de koelkast van het hotel waar wij resideerden. We hadden daar “een suite”, zeer chic..Aan de receptie van het hotel vertelde ik dat er mensenvlees (yang gogi) in de tas stak. Niemand heeft het ooit gecontroleerd maar iedereen vond het een goeie grap...

    Dinsdags ging mijn vrouw dan met de bus naar Seoul om alle pakjes netjes af te leveren bij de bestemmelingen.

    Het beest werd aangekocht voor ongeveer 5000 won, dat was toen zoiets als 6,5 € € en als alles geleverd had bracht mijn vrouw 50 000 won mee naar huis. Een mens mag tien procent verdienen, nietwaar. Ze trok er haar onkosten van bus en taxi af en het resterende, nog zo een 40 000 won ging in de parochiekas van Herbert.

    ’'s Anderendaags aten we dan zelf de restjes op, als er waren.

    En ik kan u verzekeren, muntjak is lekker, net reebok !

    05-01-2015 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Grondstoffen
    04-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nog meer beesten.

    Ik was toen chef in het ondertussen berucht geworden "Hotel des Milles Colines"”in Kigali, Rwanda.

    Op een vrije voormiddag was ik eens naar een lokale markt geweest met een chauffeur van het hotel, die dienst deed als begeleider en gids.

    Links en rechts waren kleine pakjes met sprinkhanen te koop. Ze waren per 12 stuks of zowat samengebonden met een grassprietje. Dat had ik nog nooit gezien, laat staan gegeten en wou dat dus wel eens proberen, gezien ik toch genoeg lokale koks onder mijn bevel had, die wisten wat ze er mee moesten aanvangen.

    De chauffeur raadde mij af om die sprinkhanen te kopen, ze zouden niet vers zijn, te duur en nog vele andere slechte eigenschappen hebben, hij zou mij wel betere sprinkhanen bezorgen.
    ( Afrika hé ! )

    Enfin, goed, we gaan terug naar het hotel en alles gaat verder zijn gewone gangetje.

     

    Enkele dagen later op een avond komt de piccolo van het hotel de keuken binnen, waar hij normaal nooit komt, met een klein valiesje in de hand. Hij vroeg mij: chef tu veux toujours des sauterelles ?... of ik nog steeds sprinkhanen wil hebben ?

    Ik wist niet onmiddellijk waarover hij het had en een beetje verstrooid antwoordde ik ; oui, oui, ja, ja..

    Hij opende zijn valiesje en enkele honderden sprinkhanen vlogen als een wolk de keuken in.

    De zwarte koks van dienst vlogen als gekken achter de sprinkhanen aan, klopten ze met handdoeken van het plafond, waarbij onder andere een TL-lamp sneuvelde en hadden op een mum van tijd alle sprinkhanen weer te pakken. De grillardin”had zijn grill reeds aanstaan en begon onmiddellijk te grillen, de sprinkhanen dan toch: chef comment tu les veux, bleu ou saignant ? Was zijn amusante vraag. Een andere kok had onmiddellijk een grote ketel met deksel op het vuur gezet waar de sprinkhanen in verdwenen om ze te doden.

    Nadien braken ze er de achterpoten de vleugels er af, te hard waarschijnlijk, en de sprinkhanen werden snel gebakken in palmolie en bestrooid met zout.

     

    ’'t Smaakte zowat naar ongepelde garnalen maar een ietsje flauwer van smaak.

     

    04-01-2015 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    03-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nog altijd van den hond..
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vele maanden later, na de eerste hondensoep bij de paters is er nog een vervolg gekomen.

    We woonden toen in Gummi een stad ongeveer 250 kilometer ten zuiden van Seoul.

    We hadden er al vlug kennis gemaakt met Herbert, een Duitse pater benedictijn.

    Hij woonde in een klein huisje, dicht bij de kerk, en hij was een echte missionaris in hart en nieren maar ook een levensgenieter, later nog wel wat meer hierover.

    Om in zijn levensbehoeften te voorzien had hij een klein “fabriekje” waar cementen snelbouwblokken werden gemaakt. Doch deze job liet hij over aan een oude Koreaanse man.

    Ondanks wij daar maar een goed half jaar gewoond hebben wij daar echt dolle avonturen meegemaakt.

    Onder andere, het hondensoupeetje nummer twee.

     

    Hetzelfde scenario als vorige keer, maar nu had de oude man het restaurant gereserveerd. We waren met een twintigtal personen en het restaurant was voor alle andere bezoekers gesloten. Herbert en de oude man waren er natuurlijk bij.

    Bij de gasten was er één Duits koppel die dachten dat de uitnodiging een grap was; hond eten, grapje zeker ! Toen alles bleek echt waar te zijn, zijn ze verontwaardigd terug naar huis gekeerd en hebben er hun poedeltje nog eens extra vertroeteld.

    Dit maal mochten zelfs de vrouwen meekomen, het restaurant was toch gesloten voor de Koreanen. Maar zij kregen toch geen hondensoep, voor hen was er geit klaargemaakt. Vrouwen mogen echt geen hond eten volgens de Koreaanse traditie. Hond is voor mannen!!!

     

    Weer hetzelfde; 'delicieus' is anders, maar we hadden het toch weer eens meegemaakt.

    De vrouwen waren gelukkiger, zij vonden de geit best lekker.

    Misschien zit het dus toch tussen de oren, Herbert en de Koreaan hebben van de soep genoten.

     

    Met de nodige “ kaoling”, een sterke witte alcohol, ging de hondensoep er wel in.

    Op een zeker ogenblik komt de serveerster, of was het de eigenares, het restaurant binnen met een klein schoteltje met daarop een langwerpig stukje vlees, een beetje worstvormig.

    Zij vroeg wie de eregast was !

    Ogenblikkelijk ging er een alarmlampje knipperen, die Koreanen eten dan ook alles! Alarm !

    Na een korte beraadslaging hebben we de oude Koreaan tot eregast gepromoveerd, wat zeker geen slechte keuze was; hij was de oudste en hij had toch het feestje geregeld.

    Hij kreeg dus het speciale lekkere hapje. Ik zie nog altijd duidelijk voor mijn ogen hoe hij het brokje smakelijk zat af te knagen, want er zat een beentje in. Was het dan toch niet wat we dachten dat het was ?

     

    Toch, het was de penis van de hond maar er was een beentje ingestopt om het stukje recht te houden. Grote hilariteit bij de vrouwen die nu eindelijk, naar eigen zeggen, begrepen hoe alles in mekaar zat.

    Ik heb het beentje later meegenomen naar België en daar door een slager laten controleren.

    Hij wist het niet onmiddellijk maar dacht dat het om het scheenbeen van een geit ging, waarschijnlijk juist dus.

    Ik heb dit penisbeen nog lang gehad maar ben het nu kwijt.

    Dit was het laatste hondeneten verhaal. '’t Zal verder over andere beesten gaan.

    03-01-2015 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    02-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.'t Is van den hond.

    Hondenliefhebbers raad ik aan om niet verder te lezen. Het gaat hier over keukenverhalen, zie je ?  Het gaat niet over hot-dogs… !

     

    In Korea wordt hond gegeten en hond wordt er aanzien als een speciaal gerecht dat nodig is bij gebrek aan krachten, vooral mannen hebben hier nogal eens last van blijkt, volgens de Koreanen toch.

    Er zijn trouwens veel landen waar hond op het menu komt.

    De Koreaanse gezondheids hondensoep, want dat is een beetje de vertaling van het woord “ poo shin tang” wordt verkocht in speciale restaurants, die er  hun enige specialiteit van maken.

    Wij werkten nu al drie jaar in Korea en wij wilden ook wel eens een hondensoepje proeven. Het kan toch niet om ergens zo lang te wonen en nooit geproefd te hebben van een authentieke  lokale specialiteit. Maar... in die speciale restaurants zouden we als buitenlander nooit binnen mogen. Vreemdelingen worden daar geweerd als de pest en met alle mogelijke argumenten vriendelijk aan de deur gezet.

    Daarbij, onze taalkennis was absoluut onvoldoende om de restauranthouders te overtuigen van onze onschuldige bedoelingen.

    Dus wij moesten een gids hebben die verstaanbaar Koreaans kon spreken en die de zaak kon regelen voor ons.
    Geen enkel probleem, we kenden reeds lang twee Belgische missionarissen, paters Salesianen. Eén daarvan, Luc was het meest geschikt, hij kwam veel op straat en kende Seoul, de hoofdstad van Korea zoals zijn binnenzak en hij sprak vloeiend Koreaans.

    Dus wij hebben hem gevraagd om ergens in zo ee’n restaurant een tafel te reserveren voor een achttal bleekneuzen en hijzelf natuurlijk ook.

    Het lukte; volgende woensdag zou het hondenfeestje doorgaan!

     

    Enkele dagen voordien nog even naar Luc gebeld om te vragen dat alles in orde zou komen ?

    Ja, ja , maar ik heb tegen onze zusters, dat zijn de nonnekens die voor hem en zijn confrators kookten, gezegd dat ik woensdag niet zal komen eten omdat wij dan “poo shin tang” gaan eten in ’de stad. De nonnen hebben voorgesteld om zelf hondensoep te maken, want zeggen ze, die westerlingen die zullen dat toch niet lusten en ’'t kost zo veel geld en hun vrouwen mogen niet mee in ‘'t restaurant en nog een hoop redenen om ervoor te zorgen dat zij die de soep zouden mogen maken. (Misschien in de hoop om zelf de resten te mogen opeten ?)

     

    Akkoord; dus hondensoep bij de paters en bij de nonnen! Maar onze vrouwen hadden reeds lang andere regelingen getroffen en zij zouden ergens, pateekes of zo wat gaan eten, gezellig kletsen onder vrouwen.

     

    De nonnekens wisten niet dat de vrouwen niet zouden meekomen en hadden voor hen frieten voorzien, ingeval ze de hond ( waarschijnlijk) niet zouden lusten of wilden eten.

     

    De hondensoep zelf was niet denderend; ’het probleem schijnt tussen de oren te zitten, maar we hebben er ons dapper doorheen gezwoegd. Hond met frieten en een pint bier…. Luc heeft ook nog de pot mayonaise op tafel gezet. Kan het nog Belgischer ?

     

    Deze Luc is Luc Van Looy, nu bisschop van Gent ! Rechts op de foto.

    De linkse, goed vermomd ben ik ! Dan ook maar erbij vermelden dat die zwarte in het midden Marc Cuvelier is, afkomstig van Gullegem.

    02-01-2015 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    01-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Manolo Cortez
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het is moeilijk om te starten; welk verhaaltje komt als eerste ?

     

    Laten we maar starten met het droevige verhaal van Manolo.

     

    Ik werkte destijds in een restaurant in Nerja, Spanje. ‘'s Avonds kwam er een

    zigeunergitarist wat flamencomuziek spelen om het publiek te verpozen. Die gitarist was Manolo Cortez.

    Nu kreeg Manolo van de baas niets te eten; dat was niet voorzien in zijn contract. Maar zoals in alle keukens van vooral kleinere zaken is het personeel zeer solidair en af en toe stak ik hem wel eens een hapje toe, stiekem verborgen achter het gordijn. Op een zeker ogenblik had ik varkenspootjes (manitas de cerdo) gemaakt, omdat ik dat zelf ook wel lekker vind en had hem er daar ééntje van toegestopt.

    Jongens; dat was voor hem een openbaring dat was het lekkerste wat hij ooit gegeten had en wij werden echte goede vrienden, dank zij die varkenspoten.

    ’Als hij gedaan had met spelen, wat steeds zeer laat was, want in Spanje leeft men steeds enkele uren later dan hier bij ons en hij lukte er niet in om naar huis te komen, voerde ik hem wel eens weg in mijn gammele Opel Kadett. Zijn gitaar moest dan steeds zeer zorgvuldig vastgemaakt worden op de zetel van de wagen want “ mi mujer”, mijn  vrouw, mocht absoluut niet beschadigd worden. Maar buiten zijn gitaar had hij ook een echte “mujer”, een Duitse nog wel, Zita genaamd. Zij kwam af en toe op bezoek maar met haar heb ik nooit echt veel kontakt gehad.

    Nu, het restaurant gaat op de fles en iedereen gaat verder zijn eigen weg…

     

    Minstens drie jaar later loop ik met mijn vrouw en een vriendin van haar door de Pelgrimsstraat in Antwerpen want de vriendin in kwestie wou een hapje eten in de “Tapasbar”. Terwijl wij naderen hoor ik gitaarklanken en zeg nog tegen de beide vrouwen dat er blijkbaar een "soort Manolo" zit te spelen in de buurt.

    Bij het open duwen van de deur : wie zit er achteraan op het podium te spelen (en zigeunerklanken te krijsen) ???.. Juist de enige echte Manolo ! Toen hij mij zag binnenkomen sloeg hij minsten twee akkoorden verkeerd aan en krijste luidkeels : mi amigo Alfonso…!

    Enfin we hebben toen een glaasje gedronken, hij heeft nog eens “ "El sitio de Zaragoza”" voor ons gespeeld en, want hij moest natuurlijk voort spelen van de baas, want bazen kunnen soms moeilijk doen. De …volgende week zouden we weer samenkomen om het allemaal eens te bepraten.

    Drie dagen later, telefoon: de vriendin van mijn vrouw die belt om te zeggen dat Manolo dood is !

    Manolo's vriendin, Zita, was van Duitsland gekomen, ze waren samen “ in de pijp” gekropen zoals men dat wel eens zegt, Manolo heeft daarbij een hartcrisis of zo wat gekregen en… geen Manolo meer….

    Mooie dood, niet ???

    Toch een beetje triest.

    Het personeel van het restaurant heeft een collecte georganiseerd om zijn lichaam naar Spanje te repatriëren, want hij had geen rooie duit aan bezittingen. Zita heeft de rest bijgepast.

     

    Na wat moeite nog een foto van hem van een oude affiche kunnen halen, zwart wit, maar '’t is het enige wat ik nog heb.

    01-01-2015 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    13-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pauze
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    Ik voel mij verplicht om een tijdje te stoppen met dit blog.


    Mijn vrouw is reeds lang ziek en is hervallen in een kritieke fase...

    Ik hoop voor haar dat ze er zich weer eens zal doorslaan, daarna kom ik wel terug...

    Maar tijd voor culinaire grapjes is er nu echt niet meer.

    Fons

    13-05-2012 om 00:48 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    07-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Meer asperges
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ik heb er zin in gekregen...

     

    Het hier onderstaande stukje en nog een ander schrijfsel op ‘Keukenweetjes’ handelt over asperges en ik wil hier volharden in de boosheid en verder doordrammen over asperges....

     

    In de logische volgorde van een menu komt eerst de soep, of toch is dit dikwijls zo. 

    Als jeugdige snotaap van amper twintig jaar werkte ik vroeger bij een traiteur die zeer populair was in zijn natuurlijke habitat.

    Hoe we daar aspergesoep maakten herinner ik mij nog alsof het gisteren was ondanks dat dit zich afspeelde in de jaren zestig.

    Het hoofdgerecht was toen meestal ossentong in maderasaus... nu ook een voorbijgestreefd gerecht. Na het koken van de tongen bleef er dan een redelijk sterke bouillon over...

    Dan nam je een groot blik aspergestukken, zo een blik van ongeveer drie kilo, ingevoerd uit Taiwan, Formosa heette dat toen nog denk ik..  Die aspergestukken, de laagste kwaliteit die er bestond en dus ook belachelijk goedkoop was, draaide je door de passe-vite... de roerzeef.

    De vellen en vliezen die overbleven gooide je weg. Dan nam je voor veertig personen, een pakje Solo, smolt dat in een ketel van twintig liter en maakte daar een roux van door bloem toe te voegen tot je een vettig papje bekwam... Daarbij kwamen dan de nodige scheppen ossentongbouillon, ongeveer vijftien liter voor veertig personen, ik heb het nooit afgemeten,  bracht dat aan de kook en de basis was daarbij gereed.

    Nu nog de aspergepuree, die met veel moeite bekomen was, er aan toegevoegd en een grote brok kippenbouillon van Knorr! Deze bouillon van  Knorr gaf de uiteindelijke fijne smaak. Om aan te tonen dat het echt over aspergesoep ging sneden we ook nog de inhoud van enkele blikjes platgekookte asperges, ingevoerd uit hetzelfde Formosa, in stukjes, als garnituur.

    Room was nogal duur, dus gebruikten we gecondenseerde melk in de plaats van...!

    Deze melk emulgeerde ook het te veel gebruikte vet (Solo) en vet van de bouillon zodat de soep er mooi glad en smakelijk uit zag... Nog een greepje gehakte peterselie er over...

    Lekker chef, lekker...!

     

    Zoals ik dat nu neerschrijf klinkt dit bijna als een moordaanslag op de goede smaak en toch hebben we dit jaren volgehouden... en iedereen vond dat toen lekker... Toen er geen asperges meer ingevoerd werden uit Formosa moest er een ander recept gezocht worden...

    Toen was ik al lang verdwenen van het toneel en opereerde op andere podia...!

     

    De kleine fijne Taiwanese asperges hebben nog jaren nadien, zelfs nu nog, als vulling voor de  alom gewaarde ‘hespenrolletjes met asperges’ gediend.  Vier of vijf dunne asperges in een half sneetje gekookt ham gerold, hesp in Vlaanderen, opgediend op een beetje sla met een dikke klodder mayonaise er bij, een sneetje tomaat en een kwartje hardgekookt ei...!

     

    Nog erger, maar dat heeft niets met asperges te maken is de halve perzik uit blik, gevuld met tonijnsalade... ooit heb ik geweigerd om dit klaar te maken... maar mijn gezin  lag toen op sterven na dood van de honger, - mijn vrouw die weer op regime was..- en wat doe je dan?

     

    Een ander, tussen aanhalingtekens, walgelijk gerecht heb ik nog niet zo lang geleden gevonden op een Nederlandse site, waar anders dacht je?

    Een verlichte Nederlandse kookschrijver die volgens eigen zeggen Belgische roots heeft pootte hier het volgende neer ;

     

    Een recept van sint-jakobsschelpen met groene en witte asperges. Beetgaar gebakken.

     

    Rooster de sesamzaadjes in een hete oven. Meng de sojasaus, vissaus en azijn. Snijd de rode peper in smalle ringetjes. Snipper het sjalotje en het teentje knoflook. Rasp de gemberwortel. Schil de witte asperges en maak de groene asperges schoon. Verwijder van zowel de witte als de groene asperges de houtachtige onderste stukjes. Snijd de asperges schuin in stukken van 2 à 2,5 cm. Giet ze af en dep ze droog. Verhit 2 eetlepels bakolie in een grote koekenpan, wok of hapjespan. Bak de sjalotsnipper glazig. Laat de ringetjes peper, de knoflooksnippers en de gemberwortelrasp even mee fruiten. Voeg de aspergestukjes toe. Roerbak ze een minuut of drie. Blus ze af met tweederde van het sojasausmengsel en laat ze al omscheppend beetgaar worden. Voeg zo nodig nog een paar eetlepels water toe.

     

    Bak ondertussen in een andere pan in 1 eetlepel bakolie de met peper een zout bestrooide sint-jakobsschelpen twee minuten aan elke kant. Het mag er heftig aan toe gaan. Blus af met de rest van het sojasausmengsel.

     

    Verdeel de asperges over de borden. Bestrooi ze met het geroosterde sesamzaad. Schik de sint-jakobsschelpen ernaast. Druppel er eventueel nog wat sesamolie over, maar vooral niet te veel want die heeft een nogal dominant karakter.

     

    De hoeveelheden geef ik niet op, er moest eens iemand op het idee komen om dit na te maken...!

     

    Dit artikel verscheen in NRC... de Nederlandse Rotterdamse Courant. Hoofdredacteur is daar de Belgische Peter Vandermeersch, hoe deze hoofdredacteur dergelijke aanslagen op de goede smaak kan toelaten in zijn krant... Ik begrijp het niet.

     

    Dan nu een recept van mijn goede vriend Ben die ik in geen jaren meer gezien heb, met een ietsje meer klasse:

     

    Slaatje van gebakken langoustines met Mechelse asperges en een kervelbotersaus

     

    Bereidingswijze:

     

    -           IJsbergsla op onreinheden nakijken en grof versnijden.

    -           Asperges schillen ( groene en witte ),  de onderzijde afbreken of snijden en gedurende 

                ongeveer 6 minuten in kokend gezouten water beetgaar koken.

    -           In het kooknat laten afkoelen en de asperges in drieën snijden.

    -           De langoustinestaartjes pellen, darmpje uithalen, en indien ze te groot zijn doormidden

                snijden.

    -           Tomaten pellen, het vruchtvlees uithalen en de tomaten in blokjes snijden.

    -           Een toastbrood ontkorsten en in zéér fijne dobbelsteentjes snijden.

    -           De korstjes in arachideolie goudbruin bakken en op bakpapier ontvetten.

     

    Kervelbotersaus:

     

    -           Malse boter op kamertemperatuur met gehakte kervel mengen.

    -           De boter in de koelkast laten opstijven.

    -           Visfumet met room ( 2/3 fumet, 1/3 room ) laten inkoken en met ijskoude kervelboter

                opwerken. ( saus mag niet te dik zijn )

    -           Met peper en zout kruiden.

     

    Afwerking:

     

    -           De sla in het midden van een groot bord schikken.

    -           Met de tomatenblokjes bestrooien.

    -           De asperges laten uitlekken en willekeurig op het bord schikken.

    -           De langoustinestaartjes in heldere boter goudbruin bakken, met peper en zout kruiden.

    -           Willekeurig op de sla schikken en met kervelboter overgieten.

    -           Met de broodkorstjes en enkele kervelpluksels bestrooien.

    -           Met drie mooie gefruite uiringen ( door gekruide melk en de bloem gehaald ) het

                gerecht afwerken.

     

    Een nadeel bij langoustines is het feit dat er maar hoogstens een twintig procent vlees overblijft... De resten, de koppen, de scharen, de lege karkassen kunnen, en moeten, gebruikt worden om er een ‘bisque’ van te maken. Het zou anders zonde zijn  van de centen die je er voor betaald hebt.

    Een bisque is een beetje moeilijker om te maken, maar zo moeilijk is het nu ook weer niet.

     

    Je hebt er schaaldieren voor nodig. Kreeft, voor de kapitaalkrachtigen, langoustineafval in ons geval, gamba’s, ongepelde garnalen, naargelang de capaciteit van je portemonnee ...

     

    Zorg er eerst en vooral voor dat je een deel van het inwendige vlees achterhoudt, de staartje in dit geval die je bijvoorbeeld kapot geprutst hebt, dat zal later de garnituur worden.

     

    Neem je grootste koksmes en hak de langoustines, de karkasjes,  in kleine stukken... bak deze stukken in een braadpan, in zeer hete olie, dat hoeft geen olijfolie te zijn maar het mag. Als ze mooi rood geworden zijn voeg er dan in stukjes gesneden uien en wortelen bij, bak verder tot alles een zongebruind kleurtje heeft en blus met cognac. Dat resulteert in een prachtig vuurwerk, let dus op voor de gordijnen... Blussen met een fles, een goed deel toch, witte wijn en visfumet. Doe er een schepje tomatenpuree bij. De soep moet rood kleuren ! Die kleur komt niet van de schaaldieren maar van de tomaat..! Nog tijm, laurier en een greepje peperbollen, een goede snuif cayennepeper erbij, maar overdrijf niet, en laat dit nu een twintigtal minuten koken. Ook weer binden op de klassieke manier. Alles daarna door een fijne zeef steken en op smaak brengen.

     

    Het achtergehouden vlees van de beestjes maken we ook weer apart gaar in een beetje visfumet of een beetje van de soep en voegen dit bij de soep, juist voor het opdienen.

     

    Een scheut room en een drupje cognac of whisky, werken de soep af...

     

    Zo dat op dit ogenblik alles wat ik over asperges, en langoustines, te vertellen had!

     

     

    07-05-2012 om 01:29 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Keukentheorie
    Tags:Asperges, aspergesoep, langoustines, slechte recepten...
    29-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aspergeverhalen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Over asperges bestaan er minstens twee bekende verhalen. Het zijn verhaaltjes die stammen uit de negentiende eeuw en dus vrij ‘lullig’ klinken in onze moderne oren... maar als je wat culinaire kennis  wil opdoen, verder lezen...!

     

    Een eerste verhaal uit lang vervlogen tijden (18e eeuw) gaat over de Franse schrijver, Fontenelle, die verzot was op asperges, vooral als ze opgediend werden in olie. Abbé Terrasson daarentegen was verzot op asperges in boter. Asperges waren in die tijd een zeer exclusieve en dus ook dure groente.

     

    Op een dag werd abbé Terrasson uitgenodigd door Fontenelle om bij hem te komen dineren. Terrasson zou zelfs zijn dure bussel asperges (die hij gekregen had...!) in twee verdelen en de helft laten klaarmaken in  boter door zijn keukenpersoneel, voor de abbé.

    Even voor de twee aan tafel zouden gaan wordt de abbé echter onwel, krijgt een beroerte en valt in zwijm. Fontenelle rept zich daarop naar de keuken en schreeuwt : " tout à l'huile maintenant, tout à l'huile! ".

    Alles in olie, alles in olie .... Spijtig detail is dat de abbé enkele dagen nadien sterft.

    Beide personen waren schrijvers aan de académie Française.

     

    Dit is een gekend verhaal, ik dacht dat het in het werk van Brillat-Savarin, La Physiologie du Goût,  terug te vinden is, maar daarin kan ik mij sterk vergissen.

    De Nederlandse schrijvers of vertalers van de nieuwe Nederlandstalige Larousse Gastronomique zijn er in geslaagd om het verhaal totaal verkeerd te publiceren. Ze hebben de namen omgewisseld. Zo zie je maar weer dat vertalingen niet altijd betrouwbaar zijn.

     

    Het tweede verhaal gaat over de karakteristieke geur die vrijkomt bij het maken van een plasje nadat men  asperges gegeten heeft…

    Asperges kunnen een speciaal luchtje nalaten bij het plassen. Deze typische geur komt door de aanwezigheid van zwavelhoudende sporen (aspergine) in de aspergeplant. Onze lever zet deze stof om in zogeheten methylmercaptanen, vluchtige zwavelverbindingen die via de urine ons lichaam verlaten. En dat ruiken we dan op het toilet.

    Het woord asperge is trouwens afkomstig van het Latijnse werkwoord ‘aspergare’ wat zoveel betekent als besproeien... plassen! Asperges werken licht diuretisch.

     

    Maar ik dacht aan een verhaaltje dat ik na lang zoeken teruggevonden heb in één van mijn oude boeken.

    Het verhaal speelt zich af in Parijs, waarschijnlijk ergens in de jaren 1800.

     

    Een baron die niet bij naam genoemd wordt maar die met een buitengewoon mooie Spaanse vrouw gehuwd was, wandelt door Parijs en ziet in de etalage van een chique en dure groentewinkel,  Maison Chevet, een pracht van een bussel asperges liggen. Het waren de eerste van het seizoen. Hij gaat binnen en vraagt de prijs. Drie “louis” vraagt de verkoper er voor. Hoeveel dit nu is; geen flauw idee, maar asperges waren toen zoals reeds aangehaald zeer duur. Het zal wel echt heel duur geweest zijn want de baron koopt ze niet, hij zal wel wachten tot het seizoen wat verder gezet is. Ja, voegt de verkoper er nog aan toe, u moet ook niet verder zoeken, dit is de enige bot asperges die nu in heel Parijs te koop is.

     

    Daarbij, de baron moet ’s avonds toch gaan souperen in zijn club.

     

     

     

    Hij komt ’s nachts lichtjes beneveld thuis, zo rond vijf uur en zijn vrouw is in een diepe slaap verzonken. Hij legt zich naast haar in bed neer en wordt na enige tijd wakker om aan enige sanitaire behoeftes te voldoen en wordt daarbij geïntrigeerd door de eigenaardige geur die daarbij uit de ‘pispot’ van zijn nachtkastje komt…

    Had hij die bot asperges nu toch gekocht, of niet .. ???

     

    De volgende morgen keert hij terug naar de groentewinkel en vraagt de patron wie die fameuze  bot asperges wel gekocht heeft. Restaurant “Le Grand Véfour”, was het antwoord, een luxerestaurant.

    De baron begreep onmiddellijk wat er tijdens zijn aanwezigheid in de club gebeurd was…

     

    * Een nachtkastje dient nu om er een wekker op te zetten, of een radio, condooms, pillen, of om er ongelezen boeken op te stapelen, maar in de 17e, 18e eeuw diende dat kastje om er de nachtspiegel, de po, de pispot... in op te bergen.

     

    Asperges worden dikwijls in verband gebracht met de liefde.

    De vorm van de asperge heeft hier wel iets met te maken, vooral de dikke witte asperges bieden een nogal wellustige aanblik voor sommige personen...

    In vroegere tijden was men niet zo goed in staat om asperges te schillen zoals wij dat nu kennen. Met een goede dunschiller is dat nu een fluitje (daar gaan we weer) van een cent. Met de roestige niet zo scherpe messen van destijds lukte dat niet zo goed. Daarom werden asperges ongeschild gekookt en aan tafel werden ze leeggezogen...

    Je ziet het wel gebeuren; een bloedmooie deerne die demonstratief een asperge naar haar mond brengt en die traag leegzuigt... terwijl met omfloerste blik glurend naar de aanbedene...

     

    Tot in de jaren vijftig, zestig van vorige eeuw werd dit zo vermeld in de boeken die de ‘etiquette aan tafel’ beschreven. Men mocht asperges met de handen eten. Eventueel mocht je met een vork de punt van de asperge naar de mond dirigeren... met de ander hand nam je de asperge vast aan de voet. Het harde gedeelte, de voet,  van de asperge werd op het bord terug neergelegd.

    Dit verklaart ook waarom de asperges vroeger veel langer waren dan nu. Het onderste harde stuk werd niet gegeten. Het verklaart ook waarom nu nog dikwijls vermeld wordt dat je het onderste harde stuk van de asperge moet afbreken...

    Welk hard stuk?

    Dat is er reeds lang afgesneden door de kweker tijdens het verpakken van de asperges.

     

    Dan heb ik nog een receptje gevonden voor roomijs met gekonfijte asperges... 

     

    Avocadoroomijs met groene asperges

     

    Benodigdheden :

     

              300 g goed rijpe avocado, alleen het vruchtvlees

              150 g suiker

              500 g melk

                   4 eierdooiers

                   1dl room

                   vanille indien gewenst

                   1dl suikersiroop van 100 g suiker en 50 g water voor het konfijten van de asperges

     

     Bereiding :

     

              Kook het avocadovlees gaar in suikersiroop en maak er puree van.

     

              Kook de aspergepunten even in de suikersiroop en laat 2  dagen trekken.

                 ( Konfijten ) Kook desgewenst nog even in.

     

              Klop de dooiers en suiker tot een lint. Giet de kokende melk bij de eierdooiers en laat

                 verdikken. Voeg dan de avocadopuree toe. Eventueel de vanille.

     

              Draai af in de ijsmachine.

     

              Dien op met de gekonfijte asperges en een beetje van de  siroop.

     

    Ik heb dit recept nooit zelf gemaakt maar het stond destijds op de kaart van een restaurant met een zeer goede reputatie.

    Ik zou dus zeggen, wie een ijsroomturbine heeft, probeer eens.

    Kennissen van mij beweren trouwens altijd dat ze in Brazilië avocado’s eten besprenkeld met het sap van limoen een bestrooid met suiker...

    Alleen heb ik een beetje mijn twijfels bij het koken van de avocado. Avocado wordt snel bitter bij het verhitten, ik zou de vruchtenpulp hoogstens een beetje verwarmen zonder echt te koken. Dit gaat ook het zwart worden tegen.

     

    Over het konfijten van de asperges in suiker. Dit kan perfect met fijne groene asperges.

    Er bestaan nog ander manieren om asperges te bewaren, zoals in Italië waar men wilde asperges bewaart in grappa. Deze asperges kunnen ook gebruikt worden bij het asperge-ijs.  

     

    Indien je ooit de kans krijgt om wilde asperges te proeven, niet nalaten om dit te doen. Dit is de stamvorm van alle gekweekte asperges. In Italië, Spanje of in Noord Afrika worden ze soms in kleine busseltjes langs de weg of op marktjes aangeboden. Niet dat ze zo buitengewoon lekker smaken maar dan heb je de echte pure brute smaak van de asperge, vooral bitter komt op de voorgrond.

    Zo zie je het verdere verloop van de ontwikkeling. De groene asperge groeit uit boven de grond tot de groene stengel. De witte asperge blijft onder de grond en heeft nooit geen licht gezien waardoor ze ook wit blijft. De asperge met blauwe toppen heeft even licht gezien waardoor de punten verkleuren.

     

    Straks zou ik toch maar even de geur in de pispot controleren... je weet maar nooit!

    29-04-2012 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Etymologie
    Tags:Aspergeverhalen, Fontenelle, Terrasson, avocado en groene asperges
    22-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vettig fornuis
    .

    Eerst en vooral, dit blogje bestaat sinds vorige week reeds zeven jaar! Als-‘t-u-belieft...!

     

    Het zal wel geen wereldrecord zijn maar velen houden het toch niet zo lang vol... vrees ik zo een beetje. 

    Om dit te vieren zal ik het vandaag kort houden.

     

    Een paar dagen terug wou ik ‘wraps’ maken en schreef er dan maar ineens een stukje over. Wat wraps zijn weet je wel hoop ik, het stukje is geschreven op het andere blog, dat trouwens maar twee weken jonger is dan Keukenverhalen, hier te lezen.

     

    Dus van twee kalkoenlapjes had ik mooie fijne reepje gesneden, die werden goed gekruid met kerriepoeder en er nog een extra snufje cayennepeper er over  gewuifd, en toen wilde ik de reepjes vlees bakken in mijn beste zondagse tefalpan. Een royale geut arachideolie in de pan gegoten, goed warm gemaakt en dan het vlees er in...

    Na juist geteld drie seconden lag gans het gasvuur onder de oliespetters... van links naar rechts en van boven tot onder.

    Is dat erg? Neen maar ik mocht de boel nadien toch maar opvegen... zelfs de keukenvloer lag onder een olielaag.

     

    Ik herinner mij nog goed dat een dame mij vroeger tijdens een les eens vroeg; hoe bak je nu eigenlijk een goede biefstuk? Hoe doe je dat? Zij bedoelde dus: hoe bak je goed een biefstuk!

    Ik heb haar dan alles uitgelegd over de bijtjes en de bl... de pan en de boter, eerst de pan goed heet maken, dan een klont boter er in doen en wachten tot die boter begint te bruinen en dan leg je de gekruide biefstuk er in...

    Ah, ja, maar dan spat mijn gasvuur (stoof zegde ze ...) helemaal onder...!

    Volgens haar dus liever een gekookte biefstuk dan een vuil fornuis...

     

    Nu ik toch bezig ben met mij van alles te herinneren... toen we, mijn vrouw en ik, nog in Korea woonden en werkten, had ik daar ooit de pech om te mogen of te moeten verhuizen naar een appartement waar voordien een Chinees echtpaar gewoond had... Dat de zin van de Chinezen voor hygiëne niet van topniveau is, is terwijl reeds lang geweten,  maar daar...! We hebben twee weken geveegd en geschrobd met Spic&Span om alle oliedampen van de muren  en de zoldering te wassen. 

    Chinezen kennen geen boter of margarine in hun keuken... ze gebruiken alleen olie... welke olie, dat doet er niet toe, als het maar olie is.

     

    Zien jullie de vraag al aankomen, hoe komt het dat olie zo spat en boter dat niet doet?

     

    Olie is een zuivere vetstof. Olie bestaat uit 100 % vetstoffen...

    Boter daarentegen bevat slechts, slechts... ongeveer 85 % vetstoffen, de andere 15 % bestaat uit water, eiwitten, zouten en nog zo wat van één en ander... Dat botervet is geëmulgeerd met het vocht... dit wil zeggen, vetstof en vloeistof zijn innig verbonden tot één geheel.

    Daardoor lukt boter er ook in om extra vocht op te nemen, op te slorpen.

    Neem een klont zachte boter, doe er een greepje gehakte peterselie in, citroensap, peper en zout en meng goed. Na enkele minuten verwerken zal het citroensap en de vochtige peterselie compleet in de boter opgenomen zijn. Probeer dat eens met olie en dan sta je na een week nog te roeren en er zal nog steeds olie met peterselie, peper en zout en citroensap in de kom zitten en geen ‘hofmeesterboter’ wat het zou moeten worden. Anderzijds kan boter ook extra olie opnemen, geen probleem, maar dit alles binnen de perken natuurlijk.... een eetlepel boter kan geen liter water opslorpen... maar zoiets rond de 10 % moet wel lukken.

     

    Waarom spat je biefstuk, visfilet of kipfilet zo hevig als je die in hete olie legt?  Omdat het vocht uit dit vlees of vis zich niet mengt met de hete olie en dus als waterdamp wegspat, de hete olie als kleine druppeltjes meesleurend in de vlucht...

    Die druppels olie belanden dan op je fornuis dat net zo mooi opgeblonken was...

     

    Leg je diezelfde biefstuk, kipfilet of vis in hete boter.. dan zal de boter het vocht opnemen en waaruit het vocht nadien traag verdampt...

     

    Daarom ook krijgt iets dat gebakken is in olie een krokanter korstje dan hetzelfde product dat gebakken werd in boter. In boter zit vocht, olie is vochtloos... Uiteraard verschilt de smaak nadien ook.

     

    Dan is er nog een ander verschil. Olie kan verwarmd tot worden tot een hoge temperatuur, zeg maar zoiets rond de 180 tot 190°C vooraleer ze begint te roken. Dit is slechts een algemene regel... sommige oliën kan je beter niet al te hevig verwarmen... notenolie bijvoorbeeld en toch zijn er nog altijd van die ‘slimme’ koks die durven bakken in notenolie...

    Boter begint reeds te verbranden rond de 160°C. Het zijn eerst de vocht- en eiwitbestanddelen die verbranden en nadien ook de vetdelen die in rook opgaan.

    Bakken in geklaarde boter, dus boter waaruit de vochtdeeltjes verwijderd zijn zal minder snel verbranden maar kan best ook niet al te warm gemaakt worden.

     

    Voor margarine gelden dezelfde regels als voor boter... Margarine is in theorie hetzelfde product als boter maar dan samengesteld in de fabriek en niet in de koe...

     

    Op dit ogenblik bestaan er zoveel soorten margarine dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Er bestaan een tweetal groepen, de bakmargarine en de smeermargarine.... Deze laatste is samengesteld uit olie die opgebouwd uit veel meervoudig onverzadigde vetzuren en die kunnen dus beter niet verhit worden. (Zoals ook de notenolie).

    In minarine en halvarine zit op de koop toe nog eens water en gelatine, als je dat mengseltje gaat verhitten krijg je een prachtig spetterend en dampend spektakel...!

     

    Dus wil je bakken in olie en het spatten vermijden, voeg dan een klontje boter of margarine toe... het zal iets helpen maar niet gans het probleem oplossen.

    Wil je boter kunnen verwarmen tot hogere temperaturen, klaar dan eerst de boter en voeg een scheutje olie toe.

    Klaren van boter doe je als volgt: zet twee pannetjes in mekaar met water in het onderste pan, je hebt nu een bain-marie gebouwd. Plaats in de lege pan de nodige boter, zet je structuur op het vuur  en wacht tot de boter volledig gesmolten is. Na een tijd zie je heel goed dat een wit vocht op de bodem van het pannetje bijeen gevloeid is. Giet nu het heldere botervet dat boven drijft in een andere  recipiënt. Het witte gedeelte is verloren... Als je niets wil laten verloren gaan; het kan nog in de soep gebruikt worden.

     

    Als je boter klaart kan je dat best doen met een grote hoeveelheid tegelijk. De geklaarde boter blijft lang goed in de koelkast. Er bestaat ook zoiets als ‘ghee’, dat is ook botervet maar van Indiase origine en wordt daar veel gebruikt maar is hier moeilijk te vinden en het smaakt ook anders.

     

    Wil je absoluut in olie bakken, droog het te bakken element dan eerst goed om alle vocht te verwijderen en gebruik zoiets als een spatscherm dat voor enkele centen in de keukenwinkels te koop is. Een beetje zout in de pan strooien schijnt ook te helpen maar dat heb ik nooit geprobeerd...

    En leg een dweil voor je fornuis want met rubber zolen onder je schoenen wordt het al vlug een smeerboel...!

     

     

     

    22-04-2012 om 15:48 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Tags:Spatten van olie, boter, margarine, hoe te verhinderen


    Foto

    Hoofdpunten blog keukenweetjes
  • Kapoenen
  • Menu van het paard
  • Paardenvlees

    Blog als favoriet !

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Categorieën
  • Etymologie (6)
  • Grondstoffen (32)
  • Keukentheorie (35)
  • Maak het zelf (35)
  • Paddenstoelen (15)
  • Reisverhalen (53)




  • Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!