NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • Algerije 1 - Hoe het begon
  • 2 - Op weg naar Khenchela.
  • 3 - De eerste periode in het huis in de stad.
  • 4 - Naar het grote prefab gebouw
  • 5 - De uitrusting van het gebouw, de keuken.
  • 6 - Het leven in de compound
  • 7- Het dagelijkse leven
  • 8 - Toerisme in Algerije
  • 9 - Het einde
  • Korea, hoe het begon!
  • Het vertrek naar Korea
  • Het leven in Korea
  • Sinterklaas
  • Hondensoep
  • Nummer 76 en 78
  • Coco
  • Groot feest
  • Salami of droge worst
  • Uitstapjes
  • Nu het toch over afscheid gaat...
  • Fugu
  • Een Koreaans sprookje
  • Vliegtuigperikelen
  • Afscheid
  • Rwanda Eerst even naar Phoenix
  • Rwanda, Milles Collines
  • Rwanda, Anekdotes
  • Het Amerikaanse avontuur
  • De ontvangst
  • Het nieuwe huis.
  • Onderweg en aankomst in Bandon by the sea
  • Het grote huis in Maple Creek.
  • Zalmen vangen
  • Maple Creek
  • Naar BelgiĆ«
  • Naar Spanje
  • Manolo Cortes
  • Bestolen
  • Naar Angola
  • Nog een kikker
  • Separatorvlees
  • Amerikaanse worsten.
  • Nog meer worsten...
  • Gerookte bloedworsten
  • Bloedworst
  • Reebok
  • Nog meer beesten.
  • Nog altijd van den hond..
  • 't Is van den hond.
  • Manolo Cortez
    Zoeken in blog

    Keukenverhaaltjes en weetjes
    Herinneringen uit een lange keukenloopbaan

    15-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Korea, hoe het begon!

    Korea

     Deze foto is de enige foto die toegevoegd is bij de volgende 73 pagina's. Lief en ikzelf in onze goede tijd...! De foto is genomen ergens in Korea... ik weet niet meer waar!

    Merkwaardig is dat Lief hier geen hoed draagt! Doorgaans was zij bekend als "The lady with the red hat".

     Het oorspronkelijke Koreaanse schiereiland werd in 1948 opgedeeld in twee onafhankelijke staten; de Republiek Korea, Zuid-Korea en de Democratische Volksrepubliek Korea, Noord-Korea. Beide landen verkeren officieel nog steeds in staat van oorlog, alhoewel er door Zuid-Korea pogingen ondernomen worden tot een hereniging.

     Wij verbleven vanzelfsprekend in Zuid-Korea. Toen was het zelfs niet mogelijk om als westerling Noord-Korea binnen te komen! Verder zal ik gemakshalve, kortweg, het woord, "Korea" gebruiken zonder meer, waarmee ik dan Zuid-Korea bedoel!

     Deze herinneringen aan ons verblijf in Korea zijn geschreven, ongeveer 32 tot 36 jaar na de feiten. Daarom ontstaan regelmatig gaten in de chronologie van het verhaal waar ik dan omheen draai door omschrijvingen te gebruiken zoals "zoiets als" of "lang geleden".

     Ons verblijf begon in de loop van 1979 of 1980, hier zit reeds het eerste gat in mijn geheugen, en duurde tot 1984. In het totaal toch vier jaar. We hebben ginds in twee verschillende steden gewoond, hebben kennis gemaakt met fantastische mensen en hebben prachtige ervaringen opgedaan. Vooral twee missionarissen spelen in dit verhaal een belangrijke rol. (Alhoewel ze geen van beide er in geslaagd zijn om ons te bekeren.)

     Vermits het verslag niet chronologisch verloopt zal ik in aparte stukjes herinneringen ophalen naargelang het onderwerp. Zo zal het, aangezien ik oorspronkelijk kok was, uiteraard nogal dikwijls over voeding en eten gaan en vanzelfsprekend ook over feest vieren. Maar het zal vooral gaan over het leven in dat land, over de kennissen, de vrienden, en ook over Lief, mijn echtgenote, die jammer genoeg sinds 2012 overleden is. Ook voor haar was het verblijf in Korea een uitzonderlijk boeiende ervaring.

     Hoe het begon

     Ons vorige verblijf in Algerije had exact één jaar, plus een dag, geduurd. Het was nu begin 1979 en we stonden terug in het koude en vochtige België.

    Na onze terugkeer was de volgende stap een nieuwe job - een nieuwe uitdaging - vinden, wat vrij snel gelukt is. Ongeveer een jaar later zijn we via die nieuwe betrekking in Korea beland. Dat werd dan werkelijk de grote ervaring, een totale verandering. Ik ben daarvoor compleet veranderd van beroep!

    De eerste zaken die nu moesten georganiseerd worden was het vinden van een woonst, een vervoermiddel en het belangrijkste, een nieuwe job!

    Logeren kon wel voor een tijdje bij één van de twee respectievelijke moeders of schoonmoeders maar zoiets mag niet te lang duren. Maar voor eventjes kan het wel en dat was ook vlug opgelost.

     Een tweedehands auto was ook snel gevonden. Reeds jaren hadden we een goede relatie met garage "Van Looy" in Lier. Toen een Alfa Romeo-garage. Door allerlei omstandigheden was garage "Van Looy" onze "huisgarage" geworden. Lief, mijn vrouw, had nooit een andere garage gekend en zij was er vriend aan huis. !

    Fons en Maurice waren toen de "bazen" en de aankoop van een auto ging ongeveer als volgt:

     - Maurice welke auto heb je staan? Zo iets dat past voor mij!

    - Hij wees een kleine Daihatsu aan... Dat is nog een goeie!...

    - OK, pak maar in. Wanneer kan ik er mee vertrekken?

    En voila, auto was gekocht...

     Maar er lonkte nog iets anders!

    Tijdens ons verblijf in Algerije hadden we kennis gemaakt met Chris, de werfleider van een Belgische constructiefirma. Toevallig was deze werfleider ook de chef van de bende die ons ginds het leven zo zuur maakte dat we er vertrokken maar hij zelf was een vriendelijke kerel. Alleen had hij wat moeite om zijn meute in toom te houden. Hij werkte in België voor de Kortrijkse firma die ook het prefabgebouw geleverd had waarin we in Algerije verbleven. Hij vertelde ons dat zijn firma bezig was met het fabriceren van "mobilhomes" of "motorhome's", want er bestond nogal wat onenigheid over de benaming van dat soort voertuigen. Er zouden reeds een drietal prototypes klaar zijn of toch bijna.

    Deze informatie had ik in mijn oren geknoopt en volgens de gekregen inlichtingen zouden deze prototypes verkocht worden aan zeer redelijke prijzen. Dat zou in één keer twee problemen oplossen. En een woonst, en een voertuig tegelijk.

    Het autootje dat reeds gekocht was mocht ik gelijk wanneer terug naar de garage brengen, dat was dus geen probleem.

     De mobilhomes die, de nu niet meer bestaande Kortrijkse firma bouwde, bleken echte juweeltjes te zijn. We hadden wel een redelijk centje verdiend in Algerije en we hebben ons toen een dergelijke luxueuze mobilhome aangeschaft; een prototype, custom made, zoals men dat noemt. Een jaloerse vriendin van Lief wist op te merken: ’t is precies een bordeel... Zo zag het huis op wielen er inderdaad binnenin ook wel uit, de wanden volledig bekleed met groen fluweel en verder alles in voltapijt. Alle nodige comfort was aan boord, airconditioning, zelfs een centrale stofzuiger. Alleen was er geen open haard...

     Het woongedeelte was gemonteerd op een chassis van een Volkswagen LT 35. Dubbele achterwielen, zes (trage) versnellingen en een 2500 cc zescilinder dieselmotor, 110 per uur, 3,5 ton. 't Was wel een bom op wielen. Onder de wagen waren drie tanks gemonteerd met vijfenzeventig liter diesel, vijftig liter benzine voor de 220 volt generator en een tank met LPG voor de verwarming, het gasvuur en de koelkast. Ook nog een set extra batterijen, maar die konden normaal gesproken niet ontploffen!

     Met die mobilhome hebben we reuzetijden beleefd...

    Jonge neefjes of nichtjes meenemen op uitstap was altijd een feest. De flikken lieten ons soms stoppen, zo maar om eens binnen te kunnen kijken. Ooit ben ik er in geslaagd om een agent een pint aan te bieden. Maar zijn maat mocht het niet weten... Ssttt...

    In Antwerpen kwam zelfs de vuilkar langs om het vuilnis op te halen toen we op de Vlaamse Kaai stonden. In Huy heb ik een kippenkraam (bijna) omvergereden en de postbode bracht er brieven geadresseerd aan : les gens du mobilhome en face de la poste à Huy!….

    Echt waar!…

     Later tijdens ons verblijf in Korea werd de mobilhome gestald in garage Van Looy. De garagisten gingen dan met de mobilhome op braderijen en ander feestelijkheden staan om hun eventuele klanten te ontvangen. Zo konden ze frisse pintjes of jenevertjes aan de klanten aanbieden en hun gasten op een comfortabele manier ontvangen. En ze onderhielden in ruil de machine (gratis) op en top… Zo konden we nadien elke keer, tijdens een latere korte vakantieperiode, in een perfect onderhouden en startensklare mobilhome stappen bij een tussentijdse terugkeer uit Korea…

    En zo hadden we nu ook onze woonst en vervoermiddel tegelijkertijd.

     Nu nog werk vinden, want na het betalen van de mobilhome was de kas bijna leeg. Maar onze respectievelijke moeders staken ons af en toe wel eens een hapje brood toe.

     Mijn jongste zuster werkte op dat ogenblik in het toenmalige Crest-hotel. Het gebouw is nog altijd te zien langs de Antwerpse ring. Nu heet het wel Crowne Plaza Antwerp. Zij deed er een eenvoudige keukenjob om wat centjes bij te verdienen maar ze was het werk beu. Ik mocht onmiddellijk haar job overnemen. Het bracht maar weinig op, maar ik was aan het werk en na een overleg met de personeelschef bleef ik er werken met de bedoeling om via hun zusterhotels de wijde wereld in te trekken, op de internationale toer.

    Een van de weinige dingen die ik mij nog herinner uit die korte periode was dat de Hollandse keukenchef Peter de Grote heette en dat hij graag "Poulet grande merde" klaarmaakte... en vooral het oersaaie, fantasieloze werk! Maar ja, de Crest-hotels zouden mij de wereld insturen!

    Op een mooie dag, want deze dag werd later aanzien als een heuse mooie dag, kreeg ik een krant toegestopt door een collega-kok, met op de laatste bladzijde een paginagrote advertentie van de Antwerpse firma "Bell Telephone". De firma zocht techniekers om naar Korea te gaan.

    Om het kort te houden: ik ben met die Gazet van Antwerpen naar Bell Telephone gestapt, de advertentie getoond aan de dame achter de balie, en een goed half jaar later waren we in Korea!

     De paginagrote advertentie toonde een foto van een deftig uitgedoste jongeman in maatpak met een aktetas aan de hand met daaronder de tekst: "Ik ga naar Korea voor Bell Telephone". Later hoorde ik dat hij Luc Seghers heette. In kleine lettertjes, onderaan de advertentie stond ook te lezen dat je een A2-diploma elektronica of aanverwante nodig had, dat de firma een opleiding zou geven en dat je verondersteld werd te willen werken in het buitenland, in dit geval Korea!

     Ondanks dat ik dit diploma niet had, kon ik toch aangenomen worden op voorwaarde dat ik een test zou afleggen over mijn kennis van de elektronica. Nu was "prutsen" met elektronische circuits altijd mijn hobby geweest. In Algerije had ik uit deze kennis al dikwijls mijn voordeel kunnen halen. Veel toestellen, radiootjes of schakelingen - die nooit gewerkt hebben - had ik ooit wel eens gebouwd, zo wist ik toch wel vrij goed wat er binnen in zo een elektronisch circuit gebeurde.

    De af te leggen test was doodsimpel en ik werd aangenomen. Een dokterscontrole, nog enkele andere toetsen over vreemde talen en een IQ-test kwamen er bij. Het resultaat van deze laatste test heb ik nooit geweten. Misschien best zo! Nog een verdere screening in verband met motivatie, enzovoort. en ik mocht op 1 augustus 1979 bij de firma beginnen.

     Het beginnen bij de firma hield in dat we een opleiding zouden krijgen. Deze lessen werden gegeven door leraars van de firma zelf in hun eigen leslokalen.

    Er waren ongeveer zestien kandidaten meen ik mij te herinneren. De opleiding moest leiden tot het kunnen in werking houden en eventueel terug in dienst stellen van een computergestuurde telefooncentrale. Toen nog iets vrij nieuw in de telefoniewereld! Uiteindelijk zouden de besten van de groep ook de "software" mogen leren en de andere werden ingezet om de "hardware" op poten te zetten en in dienst te houden.

     Het verschil met keukenwerk kon echt niet groter zijn.

     De opleiding

     De opleiding werd gegeven in klaslokalen gelegen langs de Antwerpse Amerikalei. De leraar was en reus van een kerel van meer dan twee meter en hij had lange blonde bakkebaarden. Zijn naam was Boudewijn. 't Ging er in de klas helemaal aan toe zoals vroeger. Niet te laat komen, twee per twee aan een bank zitten, geen flauwe kul vertellen en met twee woorden spreken.

    Boudewijn was een strenge leraar. Straf schrijven was er niet bij. Af en toe een test en wie het niet goed gedaan had kreeg een uitbrander van jewelste! Of we dachten dat de firma ons daarvoor betaalde???

     Voor mij was alles nieuw. Ik had nooit elektronica geleerd op schoolse wijze en moest plotseling een elektronenstroom proberen te volgen op een schema. Ik begreep het wel maar nogal traag en om heel eerlijk te zijn; ik had er veel moeite mee. 's Avonds in de mobilhome, waarmee we toen op de Vlaamse kaai in Antwerpen stonden, op tien minuten wandelafstand van de klaslokalen, werd het dan telkens weer ijverig studeren en proberen te begrijpen wat we die dag geleerd hadden.

    De opleiding voor het "hardware"-gedeelte heeft twee maanden geduurd en aan het einde van de lessenreeks zouden we een praktijkoefening doen in Hoei. Huy en Français...

     In Hoei was een telefooncentrale in aanbouw en zo konden we kijken hoe het systeem werkte "in het echt". Omdat Huy meer dan honderd kilometer verwijderd ligt van Antwerpen zouden we logeren in een hotel in Luik. Telkenmale een treinreis van een half uur 's morgens en 's avonds nog eens. Ik besliste toen om er gewoon met de mobilhome naar toe te rijden!

    Zo hebben we verschillende weken in Hoei gestaan, ergens op een pleintje vlak tegenover de post. Tijdens de weekends reden we terug naar beter bekende oorden.

     Ik voelde wel aan de reacties van Boudewijn dat hij mijn kennis niet al te hoog inschatte. Waarschijnlijk had hij zelfs gelijk! Maar...

    Daar in Hoei veranderde plotseling alles. Nu was de telefooncentrale geen getekend schema meer op een blad papier maar een reële machine waar je kon aan prutsen, die je kon vastnemen, er mee spelen en er aan knoeien. Dat opende een heel ander perspectief en terwijl de meesten er nu met hun mond vol tanden stonden bij te kijken als een koe naar een trein was ik al vrolijk bezig met draden aan te sluiten, de gepaste weerstanden en condensatoren vast te solderen op de plaatsen waar het nodig was, en toen de eerste tuuut, tuuut, uit de kast kwam, barstte een spontaan applaus los.

     Door deze aanpak steeg ik enorm in Boudewijn zijn achting en mocht ik na de hardware-opleiding mee naar de "software". We zouden er tot "programmeur" opgeleid worden. Nogmaals een drietal maanden software studeren. Nu zal ik niet proberen om uit te leggen wat "programmeren" betekent want dat kon ik toen niet en dat kan ik nu nog altijd niet.

     Toch een poging; software is een kunstmatige intelligentie, zijnde een programma, dat door een "programmeur" in een computer gestopt wordt zodat die machine zich intelligent begint te gedragen. Software kan je niet vastnemen. Het is een serie 'binaire' getallen die in een machine gebracht wordt waardoor de machine bepaalde functies kan uitoefenen of berekende commando's geven. Die serie getallen geeft de nodige instructies aan een machine, ook een computer genoemd!

     Indien je hier niets van begrepen hebt; geen nood, er zijn er meerdere die het niet begrijpen.

     Maar ikzelf vond die software razend interessant. Hoe zo een computer, geladen met sofware werkt, aan een snelheid die letterlijk onvoorstelbaar is. Hoe je door de juiste getallen in een computer te "plakken" er een resultaat kan uithalen. Het leek wat op puzzeltjes oplossen. Boeiend, boeiend. Met andere getalstelsels leren werken. Het binaire stelsel begrijpen, logische functies leren, octaal kunnen rekenen ondanks dat de computer een zestien bits hexadecimaal geheugen had. Zie je; Latijn voor de ene, boeiende materie voor de andere!

     Na de cursussen werden we dan overgeplaatst naar het hoofdhuis van de firma. Een enorm groot gebouw dat in de volksmond gewoon "Den Bell" heette. Het gebouw is nu eigendom van de stad Antwerpen en niet toevallig woon ik nu nog altijd in diezelfde buurt.

     Het was toen de enige periode in mijn leven dat ik aan een "bureau" gezeten heb... en er veel geleerd heb. Bijvoorbeeld hoe je de krant kan lezen zonder dat de chef het opmerkt. Hoe je moet zorgen dat je altijd werk hebt, zelfs als er niets te doen is, hoeveel koffie je per dag kan drinken zonder zenuwachtig te worden, enzovoort... Hoogst interessant allemaal.

     Maar nu was het wel "voor echt". Ik kreeg een stapel "programma's" voorgeschoteld (toch nog in de keukensfeer?) die reeds geschreven waren maar die niet functioneerden naar behoren. Mijn taak was dan om de fouten eruit te halen. Het betrof uitsluitend programma's die statistische gegevens verzamelden over de werking van de telefooncentrale.

    Zo heb ik er ook nog een behoorlijke portie gegevensvergaring, scanningprincipes en de interpretatie ervan als cursus bij genomen.

    Zeer boeiend allemaal. "Er bestaan leugens, er bestaan grote leugens en er bestaan statistieken.", was één van de gevleugelde uitspraken toen.

    En ook nog:

     - Sinds de Tipp-Ex is uitgevonden werkt hier niets meer!

    - Schrijven jullie maar met een potlood, zo kan je je stommiteiten weggommen!

    - Je moet niks kennen, alleen weten op welke bladzijde de oplossing van het probleem staat!

     Op een mooie vrijdagnamiddag, net voor het weekend, komt er een telefoontje toe bij René, de afdelingschef

     - Leo? Die is in de Filippijnen.

    - Jan? Die is in Mexico.

    - Ik? Ik kan hier toch niet weg...!

    - Nicolay? Die is nog nieuw (en nog nat achter zijn oren) maar ''k zal het eens vragen...

     Of ik, wij in feite, volgende woensdag konden vertrekken naar Korea?

    En zo geschiedde!

    Alles moest toen razendsnel gebeuren. We hadden een weekend en twee werkdagen de tijd om ons startklaar te maken. Woensdagmorgen rond tien uur vertrok de vlucht richting Korea.

    Lief had reeds lang voorzien dat we wel eens onverwacht snel zouden moeten vertrekken en gelukkig waren al onze bezittingen slechts uit de mobilhome samen te rapen. Maar toch! Paspoorten en al de andere nodige documenten had de firma reeds klaar liggen. De familie veronderstelt op zo een moment toch wel dat je nog even komt afscheid nemen. en overal koffie drinken en taart eten, want in Korea zal je dat niet krijgen hoor!

     Wisten zij veel...!

    15-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    14-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het vertrek naar Korea

    De vlucht ging met Sabena tot Zurich en van daaruit met KAL, Korean Airlines naar Seoul, de hoofdstad van Zuid-Korea. Zo een vlucht duurde ellendig lang. Ongeveer 20 uur. Er was een stop in Dubai maar daar mochten we niet uit het vliegtuig. Er was gelukkig nog een tweede stop in Manilla, de hoofdstad van de Filippijnen. Daar was ook een tussenlanding en konden we eindelijk uit het vliegtuig en de benen even strekken. En een San Miguel, een Spaans biertje drinken aan de bar in de transitzone. Op die luchthaven was het iedere keer gloeiend heet en het waaide er altijd. Maar misschien was dit elke keer toeval? De hitte van de woestijn kenden we nog van in Algerije maar dit hier was een onaangename, vochtige, tropische hitte.! Maar de San Miguel lenigde de ellende.

     Bij de aankomst in Seoul stond een vertegenwoordiger van de firma ons op te wachten in de luchthaven. Hij bleek de lokale personeelschef te zijn. Onderweg van de luchthaven naar het centrum van de stad wist hij al een en ander te vertellen over het leven ter plaatse.

     De eerste weken zouden we logeren in een hotel en de volgende dag moest er niet gewerkt worden. We mochten uitslapen en als eerste taak kennismaken met de leden van het bureau, de "office" genoemd. Dit bureau lag ergens in de stad, zeer hoog in een torengebouw.

    Hier begint zachtjesaan geheugenverlies op te treden. Hetgeen ik nu neerschrijf is ondertussen reeds ettelijke jaren geleden en sommige onbelangrijke of minder interessante zaken zijn geleidelijk uit mijn geheugen verdwenen.

     Het leven in het hotel herinner ik mij nog wel. Het Shilla-hotel was een luxueus hotel van hoge standing. Een authentiek Koreaans hotel en geen internationale tent zoals bijvoorbeeld een Sheraton of een Hilton. Het hotel bevond zich in het centrum van Seoul, had een taxfree winkelgalerij, zes restaurants en een gezellige cafetaria. Er was een "free" shuttle bus waarmee men zich als hotelgast in de stad kon verplaatsen.

    De verblijfskosten kwamen op rekening van de firma. De voeding was voor onze rekening. Gelukkig had het cafetaria van het hotel een uitgebreide menukaart en de prijzen waren heel schappelijk. Bovenop voorzag de firma een maandelijkse "living allowance", een bedrag waarmee je de dagelijkse kosten kon betalen. Dus voorlopig geen financiële zorgen. Er was als vervoer een auto van de firma voorzien voor mij. Die auto werd bestuurd door een Koreaanse chauffeur. Het leek wel een luxeleventje dat er mij te wachten stond?!

     Seoul was en is uiteraard nog, een enorme stad met op dat ogenblik elf miljoen inwoners. Heel wat anders dan Antwerpen!

    Hier in België spreekt men van Seoel, naar de Franse schrijfwijze en uitspraak. De Koreaanse en ook de Engelse uitspraak is : "soul". Zoals de Engelse vertaling van "ziel" en de schrijfwijze is in beide talen Seoul. In het Koreaans is dit wel de "geromaniseerde" schrijfwijze van 서울. In Korea gebruikt men een ander schrift en natuurlijk ook een andere taal: het "Hangul"! Voor Westerlingen een aartsmoeilijke taal om te leren. Er is nergens een verband met een westerse taal te herkennen. Ingewijden weten dat het Fins en het Hongaars op enige manier verwant zijn aan het Koreaans.

    Proberen om de taal aan te leren was onbegonnen werk. Personen die het gedaan hebben weten te vertellen dat je er gemiddeld acht jaar over doet vooraleer je, als een Westerse taal sprekende persoon, een beetje behoorlijk en verstaanbaar Koreaans zou kunnen spreken. Zo vertelde een pater, die hier later nog verschillende keren aan bod zal komen, het volgende ; de eerste keer dat hij een mis in het Koreaans zou opdragen, draaide hij zich om aan het altaar om een of andere liturgische zin uit te spreken, daarbij de klemtoon fout legde en er iets uitkraamde als ; "Laat ons allen onze broek afdoen"... Als het niet waar is, is het wel een mooi verhaaltje. En er wordt toch verondersteld dat paters of pastoors nooit liegen?

     Aan het werk

     Al vlug begon de dag dat er diende gewerkt te worden.

    Hoe die werkzaamheden zouden verlopen zou ik snel genoeg te weten komen.

    De eerste weken zou ik aan de slag gaan tijdens de klassieke kantooruren. Een "nine-to-five" job. 's Morgens kwam een auto van de firma me oppikken aan het hotel. Die auto, met chauffeur, stond te wachten ergens op een centrale parking tussen tientallen andere wagens. Ik noemde dan de nummerplaat van de auto aan de portier van het hotel. Die riep de cijfers van de nummerplaat door een luidsprekersysteem. Het noemen van de cijfers aan de portier kon zowel in het Engels als het Koreaans. Yuk, ku, il ie... zo klonk het in het Koreaans en het stond heel "habitué". Nine, six, one, two, kon ook...

    En dan daagde de gevraagde auto op.!

    De Koreaanse nummerplaten hadden inderdaad maar vier cijfers. In geschreven letters stond er wel een stads- of gebiedsnaam op de nummerborden. Privéwagens waren er (toen) amper en wie er wel een had liet zich rijden door een chauffeur.  

     Bell had toen een veertigtal kleine Koreaanse autootjes. Pony's, van Hyundai. (Een model dat nu niet meer gemaakt wordt) Het bleken legendarisch sterke auto's te zijn. Er wordt beweerd dat ze tot 500.000 kilometer konden afleggen vooraleer ze bezweken.

    Een auto van de firma werd gedeeld door vier personeelsleden. Tijdens de werkuren was het de chauffeur die met de wagen reed en er werd een beurtrol opgesteld zodat iedereen minstens om de vier weekends de beschikking had over de auto. Onderhoud en zorgen dat de benzinetank altijd vol zat was het werk van de chauffeur, in dit geval voor ons, ene Mister Lee. Elke auto had zijn vast verbonden chauffeur. Dus eens er een wagen toegewezen was, kreeg je de chauffeur er bij. Drie verschillende "drivers" heb ik zo van nabij gekend. De eerste, nu in het begin, was Mister Lee. Later kwam er nog een Mr Park en het langst van al reden we met Mister Oh. Met die man was ik na een tijdje echt bevriend. Hij mankte een beetje. Een kwetsuur opgelopen bij het leger. Hij was de vader van vier dochters wat hem erg ongelukkig maakte. Geen zoon hebben in Korea is een droevig lot.

    Dikwijls vertelden we in de auto sprookjes of "vertelseltjes" aan mekaar. Hij vertelde vanzelfsprekend Koreaanse sprookjes en ik de verhaaltjes die wij hier kennen. Hij kwam af en toe zelfs bij ons thuis eten, iets wat weinige collega's van toen kunnen vertellen. Koreanen zijn erg gesteld op hun privacy en respecteren ook streng het privéleven van iemand anders. Ik inviteerde hem af en toe om te testen hoe mijn Koreaanse kookkunst (kunst?) smaakte. Ik kreeg van Mr Oh, een amper voldoende, maar dat was al heel goed vond ik toen, voor een beginneling... voor een "computerhead"... Zo noemde men ons daar.

    Anderzijds was hij de eerste, sinds hij wist dat ik kok geweest was, om samen ergens langs de straat aan een kraampje, een of andere lokale culinaire specialiteit te gaan proeven. Later wel wat meer over het Koreaanse "streetfood" en ik heb ook een mooi verhaaltje over een haas en een schildpad genoteerd, een sprookje dat Mr Oh me verteld heeft.

     Als je 's avonds eens weg wilde met de auto moest je onderling afspreken wie de auto zou houden zodat de chauffeur, die ginds "driver" genoemd werd, wist waar hij de volgende morgen de wagen zou terugvinden. Er werd ons trouwens aangeraden om niet (te veel) zelf met de auto te rijden. Rijden in een miljoenenstad waar de verkeersregels nogal vrij geïnterpreteerd worden, is inderdaad heel gevaarlijk. Maar na enige maanden waren de "Belgen" de schrik van de weg in Seoul!

     Op een keer probeerden we toch om op eigen houtje een uitstapje te maken met de auto... We hadden natuurlijk wel een kaart van Zuid-Korea maar alle steden worden aangeduid in het "Hangul" en in die taal worden andere schrifttekens gebruikt... Dus niet eenvoudig. De namen van de grootste steden kon ik wel ontcijferen. Het Koreaanse schrift bestaat uit groepjes. Elk groepje vormt een "lettergreep". Zo is Se-oul geschreven als = 서울 !

    Maar wij dus met het autootje op weg en wat dacht je? Natuurlijk, verloren gereden! Nog erger : ik was ergens langs een koeienpaadje hopeloos in de modder vast gereden. En uiteraard geen mens te bekennen, zo dacht ik toch.

    Zoals heel dikwijls, wat overal ter wereld gebeurt, van waar ze komen, je weet het niet, maar plotseling stonden er minstens acht inboorlingen rondom ons autootje te lachen en te grappen, daarbij naar onze neuzen wijzend... (long nose, white face.)

     Ze maakten gebaren die er op wezen dat ze ons er wel uit zouden halen. We wilden uitstappen om de auto lichter te maken maar de mannen deden teken dat we moesten blijven zitten. Met acht mannen hebben ze de auto opgepakt, uit het slijk gelicht en even verder op het droge weer neergezet. We hebben allebei iets gepreveld dat als "kamsa hamida" (dank u) zou moeten klinken, hebben eens vrolijk gezwaaid en zijn voorspoedig weer thuis geraakt zonder verdere kleerscheuren.

     Indien je de auto niet kon hebben, nam je een taxi. Een taxi nemen was absoluut geen luxe. Taxi's waren een doodgewoon dagelijks vervoermiddel in Korea en spotgoedkoop. Er reden er dan ook duizenden rond. Bijna altijd groen of geel gekleurde Pony's. De chauffeurs probeerden nooit om je te bedriegen door omwegen te maken of door te veel aan te rekenen. Er was een meter in de taxi en dat bedrag betaalde je ook. Niets meer, niets minder. Soms was je wel eens verplicht om zelf de weg te wijzen. Ook weer omdat de stad zo groot was en niet iedereen het stratenplan van zo een uitgebreide stad uit het hoofd kon kennen. Al heel snel leerden we hoe dit te doen, het uitleggen in het Koreaans waar we heen wilden, want de "taxidrivers" begrepen geen letter Engels. Laat staan Nederlands?!

    Het grappige was dan dat de taxichauffeurs soms dachten dat we Koreaans konden spreken, omdat we de weg konden wijzen. Maar wij zegden gewoon enkele zinnetjes fonetisch na en wisten zelf niet wat we vertelden...! ( Links, rechts, rechtdoor en zo van die dingen...)

     Dan was er het werk zelf.

     Bell Telephone had een tiental telefooncentrales in Korea die door hen zelf, tenminste, door hun werknemers, geïnstalleerd en onderhouden werden. De rest van de honderden centrales die het land nodig had werden onder licentie gebouwd door Samsung, een toen reeds welbekende Koreaanse elektronicagigant. De laatste maanden in Korea heb ik trouwens gewerkt in de gebouwen van Samsung. Bell Telephone had mij "verkocht" aan die firma.

     De Belgische centrales werden permanent onder controle gehouden door de Belgische werknemers van Bell. Eén daarvan was ik dus! Er waren ook Koreaanse bedienden aanwezig die daar hun opleiding kregen om later de hoofdverantwoordelijke te worden voor die centrale, want na een tijd zouden alle centrales overgaan in Koreaanse handen; de KTA, Korean Telephone Authority. De bevindingen die in de Belgische centrales opgedaan waren door ons, werden doorgegeven aan Samsung. Deze tien centrales waren de testcentrales van waaruit gecontroleerd werd of alles naar behoren functioneerde. Officieel werden wij dan ook "testers" genoemd.

     Ik kwam terecht in één van zulke centrales waar ik gewoon doorwerkte aan de taak waar ik in België al mee bezig was; het "updaten" van computerprogramma's die statistische gegevens verzamelden. En heel stilaan werd ik daar specialist in en kon ik door "mijn" programma's aantonen dat er zich bijvoorbeeld fouten voordeden in een centrale of dat de centrale te zwaar belast werd en nog veel meer. Soms konden deze statistieken zelfs fouten ontdekken waar anderen zich reeds maanden "rot" naar gezocht hadden. Uiteindelijk was wat ik deed een gewone kantoorbaan. Ik was een bediende geworden gespecialiseerd in statistieken. Maar het bleef ontzettend boeiend!

     Doorsnee ging het er zo aan toe: een viertal Koreaanse bediendes stond in voor het dagelijkse onderhoud en controle van de centrale. Op het ogenblik dat zij ergens iets raars ontdekten of er zich een fout voordeed, gaven zij dat door aan ons, de Belgische "specialisten". Doorgaans waren we met zes Belgen. Drie softwarekerels en drie hardwaremannen. Veel volk zal je denken voor een telefooncentrale, (als je er al een benul van hebt wat dat juist inhoudt) maar de centrales bevonden zich nog in een testfase. Daarom was er ook meer gespecialiseerd personeel nodig!

    Zo hebben we ooit met zijn zessen gezocht naar één bit, die door een onbegrijpelijke fout in het computergeheugen verkeerd gezet was. Eén bitje, één!

    Het ganse werkgeheugen van de computer, uitgeprint op listings lag verspreid open op de vloer, en ieder met een blad papier in de hand moest dan vergelijken, wat er zou moeten staan met wat er in realiteit in het geheugen stond!

     Verder uitweiden over het werk dat ik daar verrichtte zal ik niet doen. Tenzij het later misschien nog zou nodig blijken. Want voor iemand die geen kennis heeft van techniek en zeker van telefonie zou alles toch maar als Chinees of Latijn klinken.

     Veel interessanter en boeiender was het dagelijkse leven in Korea. Vier jaar wonen en leven en Korea, dat doet wat met een mens. En niet omdat het leven er saai was.

    14-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    13-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het leven in Korea

    Het leven zoals het is?

    Hoelang we juist in het Shilla hotel verbleven weet ik niet meer maar het kan wel een tweetal maanden geweest zijn. De firma zocht ondertussen naar een geschikt appartementje ergens in een buitenwijk van de stad. Dit zoekwerk werd overgelaten aan een "broker", een immobilliënkantoor. Op het ogenblik dat ze een woonst vonden die geschikt was, mochten we zelfs gaan kijken of het ons aanstond. Het probleem was dat er praktisch geen geschikte appartementen te vinden waren in de stad. Er heerste een echt woningtekort. IJverig werden er dan ook overal nieuwe woonblokken opgetrokken.

    Op een dag was het dan toch gelukt. We konden intrekken in een klein net appartementje in een wijk, een "dong", die Shin Banpo heette. Het Nieuwe Banpo, Blok 303, appartement nummer 110. Ik zie de indeling van het appartement nog altijd voor mijn ogen. Ik moet ze er zelfs niet voor sluiten!

    Twee slaapkamers, een ruime woonkamer, een keuken met doorkijk op de leefruimte, badkamer met ligbad en nog een was- of berghok. Opvallend, in elke Koreaanse woning aan de ingang, in ons geval was dit in een klein inkomhalletje, is er een schoenenkast ingebouwd. In die kast zijn altijd verschillende paren aanstekers, slippers of pantoffels te vinden... kies maar.

    Een Koreaanse woning ga je nooit binnen met je schoenen aan. De reden is niet om je op je sloffen onmiddellijk thuis te voelen maar om de vloer niet te beschadigen!

    Traditioneel worden Koreaanse woningen verwarmd door een systeem dat "ondolverwarming" genoemd wordt. “Op de buiten” heb ik dergelijke oorspronkelijke verwarmingssystemen nog gezien. De met steenkool gestookte vuurhaard bevindt zich aan een kant van het huis en de uitlaat van het vuur loopt, door verschillende kanalen, onder het huis door. Deze rook zorgt zo voor de verwarming van de woning. Iets wat men hier nu als zeer modern beschouwt en "vloerverwarming" noemt. De vloer die de verwarmingskanalen afdekt, wordt gemaakt van aangestampte leem of klei om aldus een egale warmteverdeling te bekomen. Daarop legt men dan grote bladen papier gedrenkt in een soort olie die verhardt tijdens het drogen, best te vergelijken met een vernis! Dat glanzende papier is zeer mooi, redelijk slijtvast en decoratief maar het kan uiteraard heel gemakkelijk beschadigd worden, zeker als je er met je lompe schoenen gaat over lopen. Vooral hoge hakken geven letterlijk de doodsteek aan het fragiele papier!

    Daarom, iedereen die een Koreaans huis betreedt ontdoet zich eerst van zijn schoeisel en trekt pantoffels aan, die men van thuis heeft meegebracht, ofwel gebruikt men een paar slippers die in de pantoffelkast van ieder huis te vinden zijn. Wij hadden na enige tijd voor elke kennis die op bezoek kwam "zijn" of "haar" paar "sloefkes" klaar staan. Dus geen gesleep meer met pantoffels in een plastic tasje als je ergens op bezoek ging. In openbare gebouwen zoals hotels of banken, geldt deze regel niet... ook niet in hotelkamers! Die gelegenheden worden aanzien als openbare plaatsen en daar hou je je schoeisel aan.

    Ook nu nog hebben de meeste moderne Koreaanse gebouwen nog altijd de "ondol" verwarmde vloeren. Alleen gebeurt de verwarming nu wel op een modernere manier, namelijk niet met hout of fossiele brandstoffen maar met warm water dat uit een verwarmingscentrale komt die een ganse wijk van warmte kan voorzien. Deze centrales worden wel met (slechte kwaliteit) steenkool gestookt en de hoge wit en rood geschilderde schoorstenen (zoals vroeger bij de barbier) waren overal van ver te zien.

    Dit soort gemeenschappelijk verwarmingssysteem had wel zijn nadelen!

    Vermits de verwarming centraal georganiseerd was had je zelf ook geen controle over de verwarmingstijden. Zo werd er 's morgens slechts gedurende enkele uren verwarmd. Van wanneer tot wanneer weet ik niet juist meer, maar in de loop van de voormiddag koelde het fel af. De Koreaanse overheid redeneerde waarschijnlijk dat je maar moest werken. Zo zou je het wel warm hebben...

    Naargelang de buitentemperatuur, werd af en toe wel een beetje bijverwarmd maar de warmte was in ieder geval duidelijk gerantsoeneerd. 's Avonds kregen we wel en aangename temperatuur.

    Nu moet je weten dat de winters in Korea heel, maar dan ook heel koud, kunnen worden. Zo heb ik ooit om zes uur 's morgens de aanduiding - min 24°C - gezien op de thermometer.

     Zeer belangrijk, hoe was het weer in Korea? Dat is een klassieke vraag en als je dan als antwoord krijgt, min 24°C in de winter, dat schrikt velen nogal af. Maar door de band genomen is het aangenaam leven in Korea. Wel heel vochtig warm in de zomer en soms zeer koud in de winter.

    Seoul kent duidelijk afgetekend vier seizoenen. De beste periode is het voorjaar, van einde maart tot en met juni, ook de nazomer en herfst van half augustus tot en met oktober. De temperatuur is dan zeer aangenaam en er valt weinig regen en 's avonds koelt het af.

    Volgens Mr Oh, verkiezen de vrouwen de lente en de mannen de herfst...

     In de zomermaanden juli en augustus kan het tropisch warm en vochtig worden en het doet soms aan de moessonperiode van het Indische continent denken. Op de meest onverwachte momenten krijg je een plensbui over je hoofd. Wie geen airconditioning in huis had trok naar de grote hotels omdat het daar in de lobby altijd fris en droog was. Of in de supermarkt kon je je hoofd in de koeling bij de groenten steken. Vooral kinderen heb ik dat dikwijls zien doen. Wij zijn ooit eens zonder doel gaan rondrijden met de auto om een beetje af te koelen, want de wagens hadden allemaal een eenvoudige airconditioning.

     In de winter wordt het dan ijzig koud maar is het wel overwegend droog. Zelfs zo droog dat alles knettert door de statische elektriciteit. Er valt zo nu en dan een sneeuwbui en die sneeuw blijft ook liggen. Op de wegen wordt een deel van die sneeuw opgeruimd maar het is onbegonnen werk. Zout strooien helpt niet omdat zout slechts werkt tot min zestien graden. Daarom werden de wegen in de winter bestrooid met een soort grind en zand dat een betere grip gaf aan de wagens op de weg. Toch gebeurden er zeer weinig aanrijdingen. Misschien omdat de meeste chauffeurs beroepschauffeurs zijn.

    Zo belde op een eerste sneeuwdag in december, een werknemer van Bell, naar het bureau om te melden dat hij niet op het werk kon geraken omdat er sneeuw lag. De uitbrander die de kerel toen gekregen heeft, was naar het schijnt, eentje om niet snel te vergeten.

     Het heeft wel niets met het weer te maken maar af en toe voelde je goed dat de aarde trilde. Lichte aardbevingen komen vaak voor in Korea. Denk daarbij maar aan Japan waar het nog veel meer gebeurt. Daarom ook waren alle telefooncentrales "quake-proof" gebouwd. Zo zag ik in ons appartementje op een keer de planten uit zichzelf bewegen. Maar ook de vloer bewoog mee. Dan begrijp je snel dat je een aardbevinkje hebt meegemaakt.

     Tot zover over het weer waar toch altijd graag over gepraat wordt.

     Eens het appartementje toegewezen was kwam de verhuis. Die verhuis was heel eenvoudig; er was niets te verhuizen behalve de valiezen die we vanuit België meegebracht hadden.

     Van de firma kregen we een bepaalde som, hoeveel juist weet ik ook niet meer, maar het was vrij veel, waarvan je "huisgerief" kon kopen. Je mocht het bedrag integraal gebruiken, je kocht wat je wilde en moest daarvoor geen verantwoording afleggen.

    Dus dat werd dan op zoek gaan naar "meubelen en huisgerief", (een Lief had ik al,) samen met de chauffeur die als tolk fungeerde.

    Eerst moest het bedrag dat ons daarvoor toegewezen was, opgehaald worden bij de directie, "den office" van "den Bell"!

     De Zuid-Koreaanse munt is de won. Aangeduid als ₩ . Nu zou ik het equivalent niet meer kennen ten opzichte van de dollar of Belgische frank van toen. Maar het was een kleine munteenheid. Dus je rekende altijd met duizenden won. En de munten en biljetten waren ook vrij klein.

    (Nu is de waarde: voor 1 euro krijg je ongeveer 1.300 won.)

     Toen we de financies voor de meubelen gingen ophalen kregen we een schoenendoos vol Koreaanse bankbiljetten mee om onze aankopen te doen. We hebben daarmee de nodige potten en pannen (zeer belangrijk, voor mij toch...) en een paar zetels en een zitbank gekocht. Ook een wasmachine, een oventje, een gasvuur, een radio en een televisietoestelletje waarvan ik later veel spijt had. Een televisie in een land als Korea, is compleet waardeloos!

    Toen ik het toestel de eerste keer inschakelde was er blijkbaar een Amerikaanse film aan de gang. Het toestel stond dan ook afgesteld op het kanaal van het Amerikaanse leger; het AFKN, American Forces Korean Network. Het eerste beeld dat ik te zien kreeg was dat van een vechtersbaas die een dreun gaf op iemand zijn smoel. Ik heb het toestel afgezet en nooit meer ingeschakeld!

     Al het nog nodige kleine materieel konden we bijkopen in de nabijgelegen lokale supermarkt waar ongeveer dezelfde dingen verkocht werden zoals dat in België het geval is. Algemene voeding, drank, klein keukenmateriaal, onderhoudsproducten... zoiets toch! Ik heb nog altijd een vierkanten aluminium schaal die uit die periode stamt, en die ik nu nog gebruik om cakes in te bakken

     Men had ons aangeraden om naar een bepaalde supermarkt te gaan om de eerste aankopen van voeding te doen. Daar deden veel buitenlanders, vooral Amerikanen, hun aankopen en de keuze was er volgens de ingewijden groter dan elders.

     Ik ben er alleen naar toe geweest, ik was toch nog altijd de specialist in culinaire aangelegenheden. Stiekem hoopte ik dat Lief nu misschien een beetje zou leren koken omdat ik zo veel weg van huis was, maar het is ijdele hoop geweest.

     Met een pak geld waarvan ik absoluut de koopwaarde voor voeding niet kon inschatten ben ik dan naar de supermarkt getrokken. Het ging er juist aan toe zoals hier; karretje nemen, alles stond uitgestald in rekken en neem maar, betalen aan de kassa. Een kind kan de was doen!

    Soms zag de suiker er wel anders uit dan hier en een flesje water bleek nadien een sterke alcoholische drank te zijn... maar het was best haalbaar. Er waren veel, soms onbekende, groenten te verkrijgen. Ook verse, even onbekende, vissen en ook vlees, vooral rundvlees en varkensvlees. Altijd in flinterdunne lapjes gesneden. Later zou ik wel leren wat er mee aan te vangen! Van alles ging een beetje het karretje in. Dat moest toch eens geprobeerd worden!?

     Aan de uitgang van de supermarkt zag ik een astronomisch groot getal verschijnen op het display van de kassa. Een bedrag ongeveer dubbel zo groot dan wat ik aan geld bij me had. En toch had ik ettelijke duizenden won op zak!

    Het is nog positief afgelopen. Eén van de uitbaters sprak wat Engels en begreep wat er gebeurd was. Hij heeft de boodschappen in zijn auto geladen en mij naar "huis" (klonk raar toen) gebracht, om daar de ontbrekende cash te ontvangen. Later ben ik nog dikwijls terug geweest naar die supermarkt maar al vlug ontdekte ik dat er in het supermarktje vlakbij, ook allerlei lekkers te vinden was. Veel goedkoper, en ik kon er te voet naar toe. Men bracht ook de boodschappen naar huis als je dat wou.

    Aan de uitgang van dat kleine supermarktje zat altijd een bloemenvrouwtje waar je los, per stuk, bloemen kon kopen. Ook decoratief materiaal zoals dikke biezen, mos en groene takjes waren te verkrijgen voor enkele centen, excuseer, won! De kleine muntjes die over waren na mijn aankopen in de supermarkt spendeerde ik altijd bij dat vrouwtje en ik leerde "Ikebana", de Japanse bloemensierkunst. Toch de basisprincipes ervan. Eens wilde ik een cursus Ikebana volgen maar er waren alleen vrouwen aanwezig en ik voelde mij er niet echt welkom. Gelijkheid van man en vrouw...vergeet het maar?!

     Ook was in Korea naar de kapper gaan, volgens mij toch, ook een ramp. Ik ben nooit graag naar de kapper geweest maar soms moet het toch eens.

    De kapsalons in Korea worden bemand door jonge vrouwtjes. Er werd ook beweerd dat sommige kapsalons verbloemde bordelen zouden zijn. Best mogelijk. Ik voelde mij er nooit echt op mijn gemak. Zeker niet omdat je niet begrijpt wat die "grietjes" allemaal achter je rug zitten te giechelen en te fezelen. Je wordt er wel goed "gesoigneerd". Koffietje, sigaretje, manicure, terwijl zitten ze aan je haar en lijf te prutsen en elke keer moesten die grieten even komen kijken of ik wel borsthaar heb? Dat schijnt een fenomeen te zijn dat men in Korea niet kent. Of voorzien zijn van borsthaar nu een pluspunt of een minpunt was? Ik weet het nog altijd niet. Als de meisjes even kwamen piepen resulteerde dat telkens weer in een giechelpartij...

     Ik had mijn ongenoegen over het kappersbezoek eens uitgesproken aan Mister Oh, de chauffeur waarmee ik zeer lang heb rondgetoerd, en hij wees mij een sportclub aan. Daar zou ook een kapsalon zijn. Only men, wist hij er nog bij te vertellen. Dus wij daar naartoe. Mr Oh heeft de kapper uitgelegd wat ik wilde en ging in de auto zitten wachten.

    En inderdaad... Opluchting. Een man als kapper. Een netjes uitgerust kapsalon met een reusachtige spiegel aan de wand waarin je heel de achterliggende sporthal kon overzien. Toen de kapper mijn haar gewassen had, ik mij terug recht kon zetten en de handdoek voor mijn ogen verdween, zag ik in de spiegel minstens twintig poedelnaakte mannen staan die mij van achteraan in de zaal stonden aan te staren...

     Het was als kiezen tussen de pest of de cholera!.

     Vrienden en kenissen

     Zo woonden we nu - voor echt - in Korea, in Seoul de hoofdstad van Zuid-Korea. Het leven werd stilaan een routine. Ik had een "nine-to-five" job. Lief ging op verkenning in de stad, leerde er met de taxi haar weg te vinden, en ontdekte al gauw dat er voor niet-werkende vrouwen wel heel wat verstrooiing te vinden was, als je het maar zelf organiseerde.

     Lief had al heel vlug contact, en onderhield relaties, met allerlei personeel, vooral met secretaresses van diverse ambassades. Zowel van de Belgische, als de Nederlandse, als de Engelse ambassade. Zij was dikwijls op stap met een groepje Filippijnse vriendinnen - bloedmooie jonge dames - en op alle societyrecepties werd ze uitgenodigd (of liet ze zich uitnodigen) en elke zaterdag was er wel ergens een tuinfeestje, van de nodige hapjes voorzien, dat opgeluisterd werd door een bekend strijkkwartet bestaande uit vier Koreaanse gehandicapte violisten. Ik mocht dan mee, gelukkig maar. Het leven kon saaier zijn.

     Zo hadden we op een dag thuis een buffetje georganiseerd voor vrienden, kennissen en relaties van toen. Er waren 24 genodigden van 12 verschillende nationaliteiten! Zo was er een Chinees bij met een Luxemburgs paspoort! En allemaal mee-eten!!!

    Engels was de voertaal. Alleen de Fransen begrepen nooit iets... de "Qu' est ce qu'il a dit..." was dan ook constant te horen..

     Lief liet ons aansluiten bij de RAS, de Royal Asiatic Society waarmee we veel uitstapjes gemaakt hebben naar diverse culturele aangelegenheden. Ondermeer naar de grensovergang te Panmunjon, waar in een houten gebouwtje de militaire machten van beide Korea's, Zuid en Noord, met getrokken wapens tegenover mekaar staan en de wacht hielden. Komisch en angstaanjagend tegelijk. De twee Korea's, Noord en Zuid, verkeren officieel nog altijd in staat van oorlog!

     Dit geeft misschien de indruk dat we ons een beetje asociaal gedroegen ten opzichte van de Belgische collega's? Niets is minder waar!

    Ik was wel een van de oudere medewerkers. Ik was toen - even tellen - halfweg de dertig. De meeste anderen waren inderdaad jonger. Maar al heel snel was ik bevriend geworden met een paar collega's van het werk en gingen we bij mekaar thuis op visite en elkaars bier opdrinken. Over het algemeen kwamen heel wat werknemers van de firma bij mekaar over de vloer maar altijd, eerst de schoenen uittrekken voor je binnen gaat!

     De Belgische vrouwen hadden onderling al vlug een "clubje" opgericht. De "klungelclub", van het werkwoord; "klungelen"... knoeien! Er was maar één statuut; elk lid moest iets  kunnen, een handenarbeid bijvoorbeeld, en die kennis of kunde aan de anderen doorgeven. Zo werden er sjaals gehaakt, macramé geknoopt, aan yoga gedaan of cursussen in gelaatsverzorging gegeven. De uitdrukking; "iets nuttigs doen", stamt ook nog uit de deze periode.

     Grappig fait divers! Er was een nieuw pasgetrouwd koppeltje aangekomen. Alleen getrouwde paren mochten samen naar Korea. Niet getrouwd was, niet mee! Wet is wet!

    Maar nu was er een probleemgeval. Het nieuwbakken vrouwtje van een pas aangekomen koppeltje voldeed niet aan de verwachtingen. Wat ze in bed deden, dat weet ik niet, maar de jongedame in kwestie was geen groot genie in keukenaangelegenheden en als manlief 's avonds thuis kwam stond er nooit iets eetbaars voor hem klaar. Het vrouwtje bleek in het geheel niet te kunnen koken. (Waar heb ik dat noch gehoord? Lief was beroemd om het feit dat ze niet kon koken..!) De nieuwelinge haar onkunde was aan de oren van de office gekomen. De personeelschef heeft mij toen gevraagd of het niet zou mogelijk zijn om het pas getrouwde koppeltje eens uit te nodigen en tijdens een gezellig gesprek aan het vrouwtje voor te stellen om haar een paar kookinstructies te geven. Een beetje opleiding te geven... gezien meer leraarservaring kon dat toch niet moeilijk zijn...?!

    Wij hebben toen een gezellig babbeltje gehad, een glaasje gedronken, een hapje erbij... Stilaan deden we dan het gesprek wenden naar het onderwerp "koken". Ik stelde het vrouwtje kwansuis voor dat ik af en toe wel eens wat raad kon geven als dat zou passen in haar kraam...

    Ja, maar... Alle kunstjes die de hond kan, moet hij ook doen. Dat was haar antwoord!

    Hoe het verder met het koppel vergaan is weet ik niet.

     Ook hadden we reeds van in het Shilla-hotel contact met een jong koppeltje uit de Antwerpse Kempen, Pol en Poel waren hun namen! (Zou een merk van kledij kunnen zijn.) Pol werkte eveneens in de softwarebranche en was specialist in taxatie. Poel, was een heel lief, knap en sympathiek vrouwtje afkomstig van Retie. Hoe het juist in mekaar zat, weet ik niet meer maar zij had een familierelatie met een pater die toen ook in Seoul verbleef.

    Al vlug leerden wij die pater-missionaris kennen. Hij bleek Luc te heten en sprak gewoon "Vloms" zoals wij allemaal, met een duidelijk Kempens accent. Ons moeder en ons vader zijn van Tielen!

    Twee jaar later toen we een korte vakantie konden nemen in België, zijn we bij de vader en moeder op bezoek geweest. Het waren toen reeds vrij bejaarde mensen. Het was de bedoeling om hun te overhalen om eens naar Korea te komen om er hun zoon te bezoeken. We zijn er nog in geslaagd ook om hun te overtuigen. We hebben hen uitgelegd hoe zulk een lange vliegtuigreis in mekaar zit en dat het niet echt onoverkomelijk is, ook niet voor onervaren reizigers.

    Toen enkele maanden nadien de ouders in Korea aangekomen waren hebben we hun daar ook nog een bezoekje gebracht. Ze waren uitermate tevreden dat ze de verplaatsing gemaakt hebben.

     Luc was een pater Salesiaan. Een pater van Don Bosco, zeg maar. En niet te vergeten, een Salesiaan laat zich niet op flessen trekken, daarom brouwen de Salesianen ook geen bier. Zo beweren ze zelf. Samen met zijn Vlaamse confrater Marc en nog enkele Italiaanse missionarissen haalden ze dakloze kinderen van de straat (uit de goot) om hun een scholing en een thuis te geven. In de school konden die jongens, want het waren jongens, een vak als metaalbewerker aanleren.

     De herinneringen aan, en de samenwerking met, beide paters maakt een heel aangenaam deel uit van ons verblijf in Korea. Vanaf het ogenblik dat er ergens in de loop van ons verblijf een nieuw gevormd Vlaams-Koreaans koppeltje trouwde en er soms ook kinderen bij kwamen, kwamen de paters er gegarandeerd aan te pas. Gelijk welk feestje dat er gegeven werd, Luc en de Marc moesten er bij zijn. Bovendien waren zij aangename en onderhoudende gasten, en ze fungeerden zowat als huisorkest. Luc bracht altijd zijn accordeon mee en Marc zijn gitaar. Ambiance verzekerd!

    Soms gingen we zo maar voor de lol naar de mis bij de paters. Een mens zou toen voor minder godsdienstig geworden zijn. Zo heb ik ooit stiekem in de sacristie een kliekje rosé opgedronken die eigenlijk moest dienen voor de mis... ! Foei!

     Mudang, pansori en kisaeng!

    Om over de godsdienst en enkele speciale culturele verschijnselen verder te gaan.

    De Koreanen zijn niet heel erg godsdienstig aangelegd. Er bestaan wel veel oude boeddhistische tempels en monumenten maar dat zijn doorgaans relieken uit vroegere tijden. Naast het boeddhisme worden er veel andere godsdiensten aangehangen onder andere het katholicisme...

    Er bestaat daarnaast ook nog een vorm van "animisme" - zoals in animo - een geloofsvorm waarbij nog in geesten en dwalende, soms kwaadaardige zielen geloofd wordt. Dit animisme wordt ook sjamanisme genoemd. In Korea wordt dit sjamanisme nog levendig in stand gehouden. Zo hebben we op een zaterdagnamiddag, dank zij de organisatie en in opdracht van de Royal Asiatic Society, een sjamanistisch ritueel kunnen bijwonen. Normaal worden zulke rituelen gehouden op aanvraag van de familieleden van een persoon, om hopeloze problemen van ondermeer gezondheid, liefde of geldproblemen op te lossen. Het ritueel dat wij mochten meemaken was om de "slechte geesten van de wielen" te verjagen. In de buurt waar het ritueel gehouden werd, gebeurden de laatste weken verschillende auto-ongelukken. Daarom!

    De volgende dag stond in de krant te lezen dat er in die buurt twee accidenten gebeurd waren met auto's.

    In Korea is de sjamaan bijna altijd een vrouw, die mudang genoemd wordt. Er werd toen een ritueel, een vertoning, opgevoerd waarbij de mudang allerlei schorre, krijsende geluiden produceerde, af een toe wat pijlen met een kleine boog wegschoot en tenslotte een kip de kop afhakte... Zij was voor de gelegenheid gekleed zoals een Merlijn op leeftijd, punthoed inbegrepen maar zonder baard. De vertoning heeft meer dan een uur geduurd.

    De meeste mudangs beweren dat ze over het vermogen beschikken om als bemiddelaar op te treden tussen de mens en de geestenwereld. Deze sjamanistische priesteressen treden, tegen vergoeding, ten behoeve van cliënten of familie in contact met goden en geesten. De mudang fungeert als laatste redmiddel bij ziekte, als de dokter of apotheker niet meer kunnen helpen..

    Opmerkelijk was dat tijdens het ritueel de omstanders de mudang regelmatig grote bankbiljetten toestopten. Deze biljetten bevestigde de mudang dan aan haar punthoed. Een komisch gezicht. Ik hoorde nadien dat zo'n ritueel een dure zaak is en daardoor lang niet voor iedereen is weggelegd.

    Iets anders typisch Koreaans, is de heel speciale muziekstijl, de "pansori". Na zes uur 's avonds was er op de radio altijd een uitzending van "pansori" te horen. Eerst komt deze zangstijl over als een zeer primitief ruw hoogtonig gezang maar stilaan, ondanks men er niets van begrijpt (ik toch), begon ik dat soort raar "gekrijs" meer en meer op prijs te stellen.

    Pansori heeft een bijzondere betekenis binnen de volksmuziek van Korea. Het is een lang monotoon episch gezang, waarbij de zanger(es) begeleid wordt door een muzikant met slecht één trommel, de gosu.

    Pansori is een "een-persoons-opera" vooral vanwege de bijzondere, felle gelaatsuitdrukkingen en gebaren die de zangeres daarbij maakt. Soms is er ook een danser in het spel. De pansori-zangeres, meestal een vrouw, behoort net als de sjamanen tot de laagste klasse van de samenleving. Dit veranderde geleidelijk toen pansori ook in adellijke en Koninklijke huizen opgevoerd werd en nu op de nationale radio. Sommige gereputeerde pansorizangeressen behoorden toen tot de "National Treasures".

    De Pansori artieste, de kwangdae, zingt met een waaier in haar hand. De waaier wordt bewogen om de bewegingen van de danser te begeleiden en wordt uitgevouwen om de overgang naar een andere scene aan te geven. De gosu zorgt voor begeleiding met een trom, bespeeld met één trommelstok, maar ook door verbale geluiden (chuimsae, een soort schreeuw). Ook van het publiek wordt chuimsae verwacht tijdens het optreden, vergelijkbaar met het olé tijdens flamenco optredens, waarbij ook een waaier gebruikt wordt. Deze laatste alinea wist Wikipedia mij mede te delen.

    Nog een ander fenomeen zijn de Koreaanse "Kisaeng". Kisaeng zijn vrouwelijke entertainers, in Korea vergelijkbaar met de Japanse geisha of de hetaerae uit het oude Griekenland. Kisaeng zijn geen prostituees, al wordt vaak ten onrecht gedacht dat dit wel het geval is, maar het zijn jonge vrouwen die muziek maken en dansen voor leden uit de hogere of rijke klasse. Toen wij in Korea waren bestond het fenomeen kisaeng nog altijd. Hun reputatie was toen wel een ietsje anders maar het waren zeker geen prostituees. Misschien een beetje te vergelijken met de "entraineuses" in sommige bars in Europa... (Of Antwerpen) Zeer opvallend chic gekleed, glaasje meedrinken, de schouders of de hals masseren. Sigaretje roken... zulke dingen. Pokeren. Ik weet het ook maar van horen zeggen! Ik behoorde niet tot de hogere of de rijke klasse!

    13-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    12-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sinterklaas

    Vanaf het tweede jaar van ons verblijf vormde ik samen met Marc en Luc het vaste Sinterklaasteam en trokken wij het land af om Sint-Niklaas in de Koreaanse cultuur te introduceren. De grootste ketter werd toen tot Sinterklaas aangesteld. Marc was zwarte Piet, Luc speelde accordeon en zong sinterklaasliedjes. Lief was de schminkster van dienst en dan was er ook nog de chauffeur die ons rondreed en een extra hulpje, een vriendin van Lief, om het nodige voedsel, drank en sigaretten aan te halen voor de acteurs. (Stop met whisky drinken! Sinterklaas die naar de whisky stinkt, dat kan toch niet?!)

     Zo trokken we gedurende meer dan een week rond, van hotel naar hotel. Er waren optredens in de Belgische en de Nederlandse ambassade, in een progressief Amerikaans schooltje waar de juf de "echte" Sint wilde leren kennen aan haar kiddies. Twee acts in Seoul voor de kinderen van de werknemers van Bell en nog eens in een privéwoning. Het laatste optreden was verder weg in de stad Gummi, voor een andere afdeling van Bell. Ook daar was het altijd feest bij Jules en Marieke. Na mijn optreden ging ik mij dan snel omkleden en voegde mij tussen de andere gasten. Ik was dan zogezegd te laat gekomen. Waarop de kinderen; Fons, joh... je hebt wat gemist. Sinterklaas is hier juist geweest. Spijtig dat je te laat bent!

    En zeer belangrijk; ik werd de hele week betaald door de firma.

     Op een keer tijdens de voorbereiding van zo een Sinterklaasoptreden, alhoewel er weinig aan voor te bereiden was, reden we op een avond naar de twee paters, samen met de reeds genoemde Paul en Poel... Paul was nu de chauffeur van dienst.

    Om ons reeds in de juiste stemming te brengen had Paul een stuk gekrulde tuinslang op een borstelsteel geschoven, zo had hij een staf voor Sinterklaas. Een rode deken over zijn schouders gedrapeerd en met een uit krantenpapier geplooide mijter op zijn hoofd hadden we een Sinterklaas van den Aldi! Poel had zich helemaal in het zwart gekleed, ook haar gezicht zwart gemaakt en met bloedrode lippenstift rijkelijk de contouren van haar lippen bijgewerkt, duidelijk zwarte piet. Ik was den ezel, bij gebrek aan een paard en moest zwijgen!

     Nu hebben we ons bij de paters een ietsje te rijkelijk bediend van die smerige Koreaanse whisky die gaten in de maag brandt, met als gevolg dat Paul, in het Vlaams gezegd; goe zat was! (Ik voor een keer niet, of toch maar een beetje.)

     Begin 1980 en later ook nog bestond in Korea de "curfew", de avondklok! Een gevolg van de steeds aanwezige oorlogsdreiging door Noord-Korea. Na middernacht mocht er niemand nog op de straat zijn. Er waren wel uitzonderingen; zo mochten buitenlanders wel in een auto rijden. Maar om de paar kilometer stond er een gewapende legerpost waarvoor je dan telkens moest stoppen. Een soldaat scheen dan even met een zaklamp in de auto en als er vreemden in zaten mocht je zo zonder verdere commentaar doorrijden.

    Maar nu zat er een zwart geverfde vrouw met bloedrode lippen aan het stuur, iemand met een papieren hoed op zijn kop die duidelijk dronken op de achterbank lag, en nog twee passagiers die in kennelijke staat verkeerden. (Alcoholcontroles bestonden toen niet...!)

    Bij elke stop scheen een soldaat met zijn zaklamp in de auto, begon dan bulderend te lachen en riep zijn compagnons erbij om ook eens naar die bende gekken te komen kijken.

     Tijdens een Sinterklaasparty, in een groot hotel in Seoul, werden wij geïnstalleerd in een kamer van het hotel. Dat ging altijd zo, we moesten toch een verkleedplaats hebben en een ruimte waar we onze privé-spullen veilig konden achter laten, enzovoort. Eens het team dan perfect beschilderd, geschminkt en aangekleed was, trokken we na het telefoontje dat het startsein gaf, naar de zaal waar het feest doorging. Op een keer komen wij uit de lift, waar een oud vrouwtje stond te wachten tot de lift zou komen. De deur van de lift schoof open, het vrouwtje ziet de kleurrijke vreemde bende, zwart en wit bijgeschilderd en toegetakeld met lange baarden en punthoeden... en zijgt neer voor onze voeten! Flauw gevallen. Gelukkig was er een dokter in de zaal!

     Heb ik al gezegd dat mijn specialiteit kwestie van werk, de statistieken waren?

    Tijdens een ander Sinterklaasfeestje komt er een iets ouder kind naar me toe, installeert zich comfortabel op mijn schoot en haalt een briefje uit zijn jaszak. Mijn papa heeft dit briefje meegegeven zegt hij, en papa vraagt om dit eens te lezen. "Wanneer denkt sinterklaas dat hij nu eindelijk eens de resultaten van zijn statistiekprogramma XYZ, zal binnenbrengen? Papa van "..." en de naam.

     In het Amerikaanse schooltje komt een klein jongetje op mijn schoot zitten en vraagt of het waar is dat ik met een slee, getrokken door rendieren uit de hemel kom? Toen ik positief antwoordde, keek het jongetje mij ongelovig aan, met : "come on man, are you kidding me?" !

    Er is geen jeugd meer zoals vroeger!

     Koreaanse keuken

     De Koreanen zijn zeer fier op hun keuken. Volgens hun is dit de beste keuken ter wereld, of toch minstens die van Azië. De meeste Belgen hadden daar toch andere ideeën over!

    Het is inderdaad een keuken waar men wel even moet aan wennen maar eens zover, kan men heel goed verder leven met dit soort voeding.

    Er waren in het land ook verschillende andere soorten keukens en restaurants te vinden, vooral de Japanse en de Chinese stijl. "Western food" werd in alle grote hotels aangeboden waarbij hamburgers en dergelijke de standaardmaaltijd vormden. Ik denk dat ik in Korea niet één hamburger gegeten heb.

    Eens heb ik een tijdlang samengewerkt met een Chinees uit Taiwan. Hij sprak uiteraard Chinees en hij kende al vlug de allerbeste Chinese restaurantjes waar we niet aten wat er op de kaart stond maar wat "Mister Wong" op speciale aanvraag bestelde... Heerlijk was dat!

    Soms begrepen de Koreanen zijn Chinees "dialect" niet. Dan tekende hij met zijn wijsvinger, een Chinees karakter op de palm van zijn hand, met als resultaat dat er plots een begrijpende grijns op het gelaat van de andere verscheen. Het Koreaanse schrift is dan ook een "verbeterde" versie van het Chinees en er worden ook gewone Chinese karakters gebruikt in het Koreaans. Let wel op want er bestaan een viertal hoofdtalen dacht ik in China, maar de schrifttekens blijven min of meer dezelfde... (Ik ben al tevreden met het feit dat ik een beetje behoorlijk "Vlaams" kan schrijven en spreken... Laat het Chinees maar voor wat het is!).

     De Koreaanse keuken kent als basisvoedsel rijst, groenten, vis, zeewier en tofu. Vlees is een luxe product dat doorgaans alleen bij speciale gelegenheden wordt gegeten. Vis wordt gekookt, rauw of gedroogd gegeten. Een typische maaltijd bestaat uit een hoofdelement zoals vis, tofu of soms vlees en een groot aantal bijgerechten zoals minstens rijst, soep en kimchi. Kimchi komt altijd op tafel. Kimchi van kool, komkommer of daikon, de grote, lange witte, Japanse radijs.

    Rijst werd altijd gemengd met gerst. Dit had te maken met een tekort aan rijst van eigen bodem. De soepen waren altijd zeer eenvoudige groentesoepen, die slechts een heel korte kooktijd kregen.

    Drie, vijf tot soms wel twaalf bijgerechten worden geserveerd, afhankelijk van de gelegenheid. De typische smaakgevers bestaat uit sesamolie, sojasaus, knoflook, gember, suiker en chilipepers, welke de pittige smaak geven.

     Koreanen eten aan een lage tafel, zittend op een kussen met de benen gekruist. Een marteling voor westerlingen.

    De schikking van de maaltijdelementen is bijna even belangrijk als de smaak. Er wordt een kommetje rijst per persoon voorzien. Meestal met een deksel er op om de rijst warm te houden en een klein kommetje soep. Er wordt gegeten met een lepel en met korte dunne metalen chopsticks. Dat is even wennen in het begin.

     Het is ook de gewoonte dat je als gast aan het einde van de maaltijd een liedje zingt... Ook een marteling voor veel westerlingen... (Zoals ik bijvoorbeeld) Het was zelfs een reden om een invitatie af te wimpelen. Als je uitgenodigd werd bij iemand thuis was dat wel een teken van erkenning...

     De Koreaanse keuken is sinds vele jaren bezig aan een internationale doorbraak. In veel grote steden vindt je nu overal Koreaanse restaurants en de principes van het fermenteren van groente zoals de "kimchi" is op dit ogenblik "hot" in vele driesterrenkeukens!

     Enkele gekende gerechten.

     Bulgogi (불고기)

    Zeer populair gerecht waarvoor zelfs speciale restaurants bestonden. Dunne lapjes vrij vet rundvlees, gemarineerd in sojasaus, sesamolie, knoflook, suiker en zwarte peper. Bereid op een grill, vaak aan tafel. Het is een hoofdgerecht en wordt geserveerd met rijst en bijgerechten.

    Bulgogi betekent letterlijk "rund op vuur" en wordt ook wel Koreaanse barbecue genoemd.

     Bibimbap (비빔밥)

    Een goedkoop gerecht en heel geschikt voor een snelle lunch. Het betekent gemengde rijst of gemengde maaltijd. Rijst bedekt met verschillende groenten, rundvlees en ei, geserveerd met een pasta van pepertjes.

     Kalbi (갈비)

    Een tegenhanger van de bulgogi. Ribben van rund, gebakken op een houtskoolvuurtje in het midden van de tafel en vergezeld van rijst en diverse bijgerechten. Het vlees dat hiervoor gebruikt wordt klasseren we hier als "soepvlees". Het vlees op de rib wordt op een speciale manier ingekerfd zodat het een lange dunne lap vormt en wordt ook gemarineerd zoals de bulgogi. Door het marineren wordt het toch mals genoeg.

     Kimbap (김밥)

    Betekent letterlijk zeewierrijst. Rijst met reepjes groenten, ei en ham, opgerold in zeewier en gesneden. Dit is een populaire snack bij kinderen voor bij de lunch. Lijkt op de Japanse sushi.

     Kimchi (김치)

    Gefermenteerde groenten, meestal kool, komkommer of witte radijs. Gewoonlijk ingemaakt in pekel samen met kleine gedroogde visjes of garnaaltjes, gember, knoflook, groene ui en veel chilipepers. Er bestaan ontelbare variaties, zoveel als er koks zijn, wordt gezegd. Kimchi wordt altijd gegeten als bijgerecht bij elke maaltijd, zelfs het ontbijt.

     Naengmyeon (냉면;冷麵)

    Een typisch zomergerecht. Betekent letterlijk koude pasta. Dit gerecht bevat verschillende soorten noedels en wordt geserveerd in een grote kom met ijs, dunne reepjes rauwe groenten en vaak een gekookt ei of koud vlees.

     Songpyeon (송편)

    Een soort taart, geserveerd tijdens Chusok, het traditionele "midden-herfst-feest". Rond één november. Wordt gedecoreerd met sesam, sojabonen en kastanjes en smaakt flauw zoet.

     Speciale gerechten die verkocht werden in restaurants die zich daarin specialiseerden was de "fugu", de zeer giftige kogelvis die een deskundige bereiding nodig heeft indien men er niet wou aan dood gaan. En er gebeurden af en toe ongelukken met deze vis.

     Zo ook kon men hondensoep eten in speciale restaurants. Iets wat we tot twee keer toe geprobeerd hebben maar als westerling laat men je niet binnen in dit soort restaurants. Daarom was het voor ons alleen mogelijk om deze "soep" te eten achter "gesloten deuren" of bij een privé persoon.

     Bij een maaltijd met gasten kan er behoorlijk wat gedronken worden. Liefst bier maar ook een dagelijkse drank gemaakt van geroosterde gerst die gekookt wordt met water. In de winter werd dit drankje warm gegeven, in de zomer koud. Deze drank werd dikwijls aangeboden als verwelkoming als je ergens binnen kwam. In een restaurant of koffiehuisje bijvoorbeeld.
    Tijdens de zomer kreeg je altijd een koud vochtig doekje aangeboden om je aangezicht en handen te verfrissen. In de winter was dit eenzelfde warm doekje. De doekjes stonden dan in een ketel op een vuurtje warm te blijven. Deze geste werd op veel plaatsen herhaald, zo ook bij de kapper.

     Frisdranken zoals cola en dergelijke waren overal verkrijgbaar. Onder andere in de vele straatstalletjes. Er was wijn te koop maar dat was zeker niet de dagelijkse drank voor de Koreaan. Er bestond een witte wijn van behoorlijke kwaliteit maar de rode was echt niet lekker. Met een beetje geluk konden we wijn kopen via het Amerikaanse leger die Californische wijnen hadden, zoals de wijnen van "Gallo". Die was natuurlijk van een heel aanvaardbare kwaliteit.

     En dan, wat aten wij thuis zoal?

     Wat wij exact aten dat weet ik natuurlijk niet meer maar wel kan dat ingedeeld worden in viertal groepen.

    - Gewone dagelijkse kost... Niet die van Jeroen Meus! Maar de mijne! Er waren diverse soorten groenten verkrijgbaar, ook veel voor ons onbekende groenten. Aardappelen, reeds geschild en verpakt per twee stuks in een plastic zakje! Witte of gele. De gele waren de lekkerste. Wij geven de aardappelen aan de varkens en dan eten we het varken op. Zo beweerden de Koreanen. Als vlees was er dus veel varkensvlees. Het had wel een speciaal smaakje, de smaak van de beer..? Er was ook rundvlees dat altijd met de snijmachine flinterdun gesneden werd. Na enige tijd ging ik bij de slager wel uitleggen en vragen, desnoods toonde ik het, wat ik wilde. Biefstuk voor bij een speciale gelegenheid bijvoorbeeld.

    Er was ook gevogelte. Kip, kwartels, heel af en toe konijn... Maar wij zijn visliefhebbers! Dus kwam er ook veel vis op tafel. Vissen die ik niet noodzakelijk kende. Zo herinner ik mij nog de "pomfret", (zilverbraam) een typische vis uit de warme zeeën... Een platgedrukte vis die rechtop zwemt... Niet buitengewoon lekker maar wel spotgoedkoop. Er was ook veel diepgevroren "pollack" verkrijgbaar, een soort grote Arctische wijting. Deze vis werd reeds op voorhand in dunne plakjes gesneden, verkocht. Er was enorm veel vis verkrijgbaar, veel inktvissoorten, ook oesters en mosselen maar ik vond die mosselen niet lekker. Alle andere Belgen wel! Ik vond dat ze naar algen smaakten en ik vond dat niet smakelijk!

     - Dan probeerde ik soms om zelf "Koreaans" te koken. Al vlug had ik mij enkele kookboeken aangeschaft. In het Engels geschreven natuurlijk door Amerikaanse dames die in Seoul gewoond hadden. Het beste boek dat ik heb is van een Koreaanse schrijfster die gevlucht is uit Noord Korea (toen het nog mogelijk was) en nu in de VS woont en daar in het Engels een boek heeft opgesteld. Het Koreaans koken lukte met vallen en opstaan. Maar de Koreaanse keuken is een zeer arbeidsintensieve keuken en daar had ik niet altijd zin in om mij een paar uur bezig te houden om een gewoon potje eten te koken.

     - Af en toe probeerde ik dan om iets typisch Belgisch of Vlaams te maken. Liefst als er gasten kwamen. Dat werd dan iets als een ossentong in maderasaus met champignons en kroketjes... Of een "videeke"! Konijn in biersaus, of stoofvlees en niet te vergeten "echte Vlaamse bloedworst"... Later wel veel meer daarover.

     - Als er een groot internationaal gezelschap op bezoek kwam, en dat gebeurde zeer regelmatig, werd het telkens weer een buffet gevuld met een hele gekookte zalm en een grote paté gemaakt van kippenlevers met de nodige entourage erbij. Zo at ieder wat hem of haar beliefde... Alhoewel er weinig problemen waren op dat punt. Mensen die het internationale leven gewoon zijn doen nooit moeilijk over hun eten... ! Drank vinden ze veel belangrijker!

    12-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    11-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hondensoep

    In een ander avontuur, want zo kan het wel genoemd worden, speelde pater Luc weer een grote rol. In Korea wordt, zoals wel geweten, soms hond gegeten. Hondensoep wordt er aanzien als een krachtig opwekkend voedsel dat nodig is als de krachten beginnen af te nemen. Vooral mannen blijken daar nogal eens last van te hebben, toch volgens de Koreanen. Er bestaan trouwens veel landen waar hond op het menu staat.

     Hond wordt in Korea verwerkt in een soep, hondensoep! Deze hondensoep - want dat is een beetje de vertaling van het Koreaanse woord “poo shin tang” - wordt verkocht in speciale restaurants, die er dan ook hun enige specialiteit van maken.

    Wij werkten nu al drie jaar in Korea en wij wilden ook wel eens een hondensoepje proeven. Het kan toch niet om ergens zo lang te wonen en nooit geproefd te hebben van die lokale specialiteit. Maar... in de speciale restaurants zouden we nooit binnen mogen. Vreemdelingen worden daar geweerd als de pest en we zouden met alle mogelijke argumenten vriendelijk aan de deur gezet worden. Daarbij, onze taalkennis was absoluut onvoldoende om de restauranthouders te overtuigen van onze onschuldige bedoelingen.

     Dus wij hadden een gids nodig die Koreaans kon spreken en die de zaak kon regelen voor ons. Geen enkel probleem, Luc was als gids het meest geschikt, hij kwam veel op straat en kende Seoul als zijn binnenzak en vooral, hij sprak perfect vloeiend Koreaans. (Toch naar eigen zeggen.) Dus wij hebben hem gevraagd om ergens in zo’n restaurant een tafel te reserveren voor een achttal vrienden, langneuzen, hijzelf daarbij inbegrepen.

    Het lukte! Volgende woensdag zou het hondensouper doorgaan.

     Enkele dagen voordien nog even naar Luc gebeld om te vragen of alles in orde zou komen?

    Ja, ja, maar ik heb tegen onze zusters, dat zijn de nonnekes die voor hem en zijn confraters kookten, gezegd dat ik woensdag niet zal komen eten omdat wij “poo shin tang” gaan eten in de stad. Nu stellen de nonnen voor om zelf hondensoep te maken, want zeggen ze, die westerlingen zullen dat toch niet lusten en ’t kost zo veel geld en hun vrouwen mogen niet mee in ‘t restaurant en nog een hoop redenen om er voor te zorgen dat zij die de soep zelf zouden mogen maken. Waarschijnlijk in de hoop om zo de resten te kunnen opeten?

     Akkoord! Het werd dus hondensoep bij de paters en bij de nonnen! Het voordeel was nu dat de vrouwen ook mee mochten komen. In de speciale restaurants werden vrouwen absoluut geweerd. Hond is voor de mannen, daar komt geen vrouw bij te pas!

    Maar onze vrouwen hadden reeds lang andere regelingen getroffen en zij zouden samen ergens pateekes of zoiets gaan eten, koffie drinken en wat kletsen onder mekaar.

     De nonnekes wisten niet dat de vrouwen niet zouden meekomen en hadden voor hen frieten voorzien, ingeval ze de hond (hoogstwaarschijnlijk) niet zouden lusten of willen eten.

    Met zijn achten zaten we aan een lange tafel, elk met zijn kom hondensoep, een kommetje rijst en kimchi... Over die kimchi zal ik het even verder nog wel hebben.

     De soep zelf zag er niet erg uitnodigend uit en lekker was volgens ons ook een ander begrip. Niets om over naar huis te schrijven. Echt slecht was het niet maar het "wringt" in de keel bij het slikken. ’t Probleem schijnt tussen de oren te zitten, maar we hebben er ons dapper, zij het met lange tanden doorheen gezwoegd. En die kom met frieten stond daar nog te lonken. Het werd uiteindelijk hondensoep met frieten…

    Luc heeft ook nog een bokaal mayonaise op de tafel gezet.

    Als ik dit hondenverhaal in België vertel kan ik meestal op niet al te veel sympathie rekenen. Dus ik zou zeggen aan de mensen die nu hun hondje knuffelen; sorry! Maar ik beloof niet dat ik het nooit meer zal doen!

     Kimchi

     Behalve frieten en mayonaise kwamen er ook een paar extra kommetjes kimchi op de tafel. Ik herinner het mij niet duidelijk meer, maar toch ben ik er zeker van. Dit omdat een maaltijd zonder kimchi onmogelijk is in Korea. Zoiets als een Vlaming of een Nederlander die geen patatjes krijgt bij zijn vleesje.

     Het woord "kimchi" is op dit ogenblik aan het doordringen in de Westerse keuken sinds hier een paar inventieve chefs begonnen zijn met het fermenteren van diverse groenten. Maar vraag aan de doorsnee Vlaming of Waal wat ‘kimchi” is? Geen reactie of een schouderophalen.

    En toch, doe even de moeite en tik “Kimchi” in een zoekrobot zoals Google en er zullen ettelijke bladzijden te voorschijn komen, handelend over kimchi.

     Bijna alle Vlamingen die voor het eerst in Korea kwamen, zoals ik, vonden die kimchi zo goed als oneetbaar. Gegiste, zeer sterk pikant gekruide stukjes kool!. Bovendien stinkt het goedje.

    Voor iedereen was het aanvankelijk wel erg wennen aan de smaak maar alles went, beweerden ook de dames; alles went, behalve een vent!

    Kimchi went ook..!

     Kimchi is een basisvoedsel uit de Koreaanse keuken. (Hoe arm een Koreaan ook moge wezen, kimchi zal hij eten)

    Rijst en kimchi, daarop kan men principieel in leven blijven.

    Kimchi is te vergelijken met zuurkool, ... maar dan anders.

    Tijdens het najaar, de maanden september, oktober liggen de straten in de Koreaanse dorpen en steden vol met stapels reusachtig grote Chinese kolen. Vier keer groter dan het model van kool dat wij hier kennen.

    Daarnaast liggen kruiwagens vol verse gember, bergen groene lente-uien, ontelbare tressen rode pikante pepertjes en stapels knoflook. Dat is het nodige voor kimchi.

     Elke huismoeder gaat dan de straat op om de vereiste hoeveelheid kool en andere ingrediënten in te slaan. Dit om kimchi te bereiden voor de winter die er staat aan te komen. Een overlevingsrantsoen voor de komende ijskoude maanden. Zo ging het er toch oorspronkelijk aan toe. Maar de tijden zijn veranderd en nu wordt kimchi ook verkocht in alle Koreaanse supermarkten, in een speciale vacuüm verpakking. De stevig gekruide versie van de kimchi - want er bestaan enkele varianten - is ook in België verkrijgbaar in de Aziatische supermarkten.

     In Korea kan het zeer koud worden. Zoals reeds aangehaald, minus 24°C in de maand januari is echt geen uitzondering. Als we toen ’s morgens de auto startten, sloeg de motor doorgaans wel aan maar de olie in de versnellingsbak was door de koude veranderd in een soort margarine en men had twee handen nodig om de versnellingspook te verzetten. Zelfs de bladvering van de Pony lag dan lam tijdens de eerste kilometers. Het metaal was zo koud dat alle vering eruit verdwenen was.

     Het bereiden van de kimchi is een vrouwenaangelegenheid. In Korea koken de mannen niet, behalve in de restaurantkeukens. Raar maar waar, hetzelfde als het hier was, 50 jaar geleden.

     De kool voor kimchi wordt gefermenteerd in een weinig gezouten maar sterk gekruide pekel. Door een melkzuurgisting ontstaat een zuur milieu waarin de kool uit zichzelf bewaart. Het is een vrij ingewikkeld proces maar anderzijds is het doodgemakkelijk om te doen. De kool wordt behandeld met toevoeging van ongeveer drie procent zout, wat weinig is, en daardoor gaat ze spontaan aan het gisten. Zuurkool wordt op identiek dezelfde methode gemaakt en daar is toch ook niets mysterieus aan! Zuurkool wordt in fijne reepjes gesneden, maar voor kimchi worden de koolbladeren in zijn geheel gebruikt.

     Het hierboven beschrevene is enkel het principe. Kimchi zonder rode peper of gember is geen kimchi. Bij kimchi komen daarom nog enkele extra ingrediënten om er smakelijke kimchi van te maken. Gember, reepjes groene ui, veel rode hete peper, soms kleine gedroogde garnaaltjes en dikwijls daikon een soort dikke witte rammenas, ook bekend uit de Japanse keuken

     Van de koolbladeren worden pakketjes gemaakt waarin al die smaakgevers verstopt zitten. Deze pakjes gaan dan in grote bruine geglazuurde kruiken. Er wordt een lichte pekel van drie procent zout, over gegoten, en tijdens de herfst, wanneer het buiten nog lekker warm is, zal de kool nu spontaan aan het gisten gaan. De fermentatie stopt vanzelf als het kouder wordt. Het tijdstip om de kimchi te bereiden is daarom vrij belangrijk. Juist op het kantelmoment; warme zomer, koele herfst.

    Na een week of wat, of zelfs korter, is de kimchi klaar voor consumptie.

     Als je zelf kimchi zou maken of gekocht hebt, bewaar het product dan in een goed sluitende container want de geur kan geweldig penetrant zijn. Wie ooit in de buurt van een zuurkoolfabriekje gewoond heeft, kent daar alles van.

     Kimchi wordt bij elke Koreaanse maaltijd geserveerd. De kool wordt dan in kleinere hapklare stukjes gesneden en is bedoeld als bijgerecht. Koreanen eten met stokjes, zoals de Chinezen en veel andere Aziaten, en dus moet de kool in hapklare stukjes verdeeld worden. Let wel op, die Koreanen hebben blijkbaar een grotere mond dan wij. Toch aan de stukken kimchi te zien!

     Heel opvallend is het hoge gehalte aan vitamine C dat kimchi bevat, afkomstig van de rode pepers. Deze vitamines blijven ook goed intact in het zure pekelvocht.

    Kimchi wordt soms verwerkt in soepen en in stoofgerechten, zeker aan het einde van de winter als de kimchi erg slap en zuur geworden is, zo dat hij niet meer aangenaam smaakt. Kimchi wordt steeds en altijd bij elke maaltijd gegeten, ook bij het ontbijt.

    Eens je de smaak te pakken hebt, ben je zelf ook verloren.

     Af en toe maak ik thuis nog wel eens een lading kimchi. Het product bewaart gedurende weken, maanden zelfs, in de koelkast. (In een goed gesloten bokaal wegens de geur.)

    Volgens Lief is kimchi goed voor de vooruitgang van de achteruitgang... en zij kon het weten.

     Streetfood

     Zoals reeds aangehaald was Mister Oh, gedurende lange tijd onze chauffeur. Behalve dat hij een bekwaam chauffeur was, was hij ook een echte smikkelaar. Hij at graag, en hij kende alle lekkere eetstalletje in de stad. Zoals in veel Aziatische landen kennen de Koreanen ook een brede waaier aan "streetfood" zoals men dat noemt. Hamburgers en hotdogs behoorden daar niet bij. Wel reusachtig grote oesters, octopus, kwal en gedroogde inktvis... Ook allerlei soepjes met daarin gevulde deegkussentjes. 's Avonds bij het vallen van de duisternis vertoonden de straten van Seoul een feeëriek schouwspel. Tientallen karretjes, meestal een soort stootwagens, installeerden zich dan op diverse plaatsen in de stad, deden hun olielantarentjes branden en een wolk van etensgeuren verdreef weldra de walm van de uitlaatgassen.

     Een van die fast food specialiteiten was pindaetok. Een soort pannenkoek gemaakt van een beslag dat bereid werd van fijngemalen mungboontjes.

    Pindaetok was een van de eerste zaken uit de Koreaanse keuken die ik zelf leerde bereiden! In het Koreaans wordt het zo geschreven: 야채빈대떡

    Rijst koken, dat kende ik al van vroeger.

     Als je het woord pindaetok in het zoekvak van Google tikt krijg je heel wat “hits”.

    Geschreven als "bindaetok" lukt het ook. Er is weinig verschil in klank tussen een P en B klank in het Koreaans, evenmin als tussen een R en een L. Net zoals bij de Chinezen! De Koreanen noemen zich trouwens de Han Chinezen. De Chinezen van het zuiden, met als taal het "hangul".

     Samen met Mr Oh ging ik dikwijls een portie pindaetok proeven. We go ... eat? Stelde hij dan voor, met vraagtekens in zijn spleetoogjes ...

     Mister Oh sprak behoorlijk Engels maar niet helemaal perfect, zoals hierboven reeds te lezen staat. Maar we begrepen mekaar, beter dan hier de Limburgers de West-Vlamingen begrijpen.

     Hij heeft eens aan de oude dametjes die pindaetok verkochten gevraagd hoe ze het maakten? Zo ben ik aan het recept gekomen. Het is in feite zeer simpel, zoals zo dikwijls.

     Men neme groene mungbonen en zet deze een nacht te week in water. ‘s Anderendaags zijn de boontjes dan dik gezwollen en kunnen de groene vliesjes er gemakkelijk af gehaald worden. Nog gemakkelijker is het om reeds voorgepelde mungbonen te gebruiken.

    Ik hoor jullie al vragen, wat zijn mungbonen? Simpel: de kleine groene boontjes waaruit de sojascheutjes of taugé ontspruit. Hier te koop in de reformwinkels of Aziatische supermarkten (katjang idjo in het Indonesisch).

     Die boontjes moeten gemalen worden tussen twee molenstenen. Dat is een probleem om dit hier na te doen. In Korea hebben ze daar speciale molens voor. Ik doe het in een krachtige blender en zeef de massa nadien. Het resultaat is dan een dik vloeibaar beslag. Hierbij wordt wat gewone bloem gedaan tot het beslag voldoende dik is, en voor alle veiligheid en voor een beter bakresultaat, doe ik er ook nog een ei bij.

     De pindaetok’s kunnen dan gebakken worden in een gewone anti-kleefpan, zowel natuur, met vlees, met paddenstoelen als met zeevruchten.

     Om te beginnen kun je er best eentje natuur proberen, mocht je het zelf eens willen maken.

    Neem een pan met dikke antikleefbodem, een tefalpan zeg maar, doe er toch maar een beetje olie in en probeer het eerst met een klein lepeltje deeg. Zeker geen grote pannenkoek maken van het begin af. Zo kun je controleren of het bakproces naar behoren verloopt. De pan mag niet te heet zijn, een pindaetokje moet traag bakken. Uitdrogen zelfs. Draai ze om met behulp van een spatel. Omgooien zoals een pannenkoek zal echt niet lukken. Het resultaat is een dikke, een beetje korrelige pannenkoek met een speciale structuur en smaak. Zeer voedzaam, maar dat zoeken we nu niet bepaald in deze tijden!

     Tijdens het bakken kunnen ook reepjes, groenten, vlees of paddenstoelen toegevoegd worden. Zoals in een Limburgse spekpannenkoek. Zoiets! Bij het opdienen mogen ze bestrooid worden met snippers lente-ui.

     Om ze te eten doop je gewoon een afgescheurd stukje van de koek in een klein kommetje met sojasaus en that’s it! Daarom doe je ook geen zout in het beslag!.

    Enne… pindaetok eet je liefst met chopsticks en niet met mes en vork!

     Een andere keer zouden we één van die grote oesters proeven.

    De oesters die aan de eetkarretjes verkocht werden, waren werkelijk gigantisch groot. Eén oester bedekte ruimschoots een dokwerkershand en was zeker zo dik als een Belgische pistolet!

    De verkoper brak de oester dan open met behulp van een grote schroevendraaier waar hij een punt aangeslepen had of met een smalle beitel.

    Eens de oester zichtbaar werd, begon je al spontaan te slikken. Zo een monstrueus weekdier. Nog nooit gezien! Op mijn vraag heeft de oesterman het beestje in zes stukken gesneden. Toen schepte hij er een kwak vies walmende "kochu jang" over en… proef maar! Kochu jang is een saus van gefermenteerde bonen, de geur kan je je er wel bij inbeelden, vrees ik.

     Met de moed der wanhoop slurpten we dan, ieder zijn oester leeg. Plotseling voelde ik iets hards tussen mijn tanden. Voorzichtig uitgespuwd... en wat bleek: het was een kleine maar mooie witte parel. Ook de verkoper beweerde dat hij zoiets nog niet dikwijls gezien had.

    Ik heb het pareltje, want erg groot was het niet, wel van prima kwaliteit, bewaard, en later heb ik het verwerkt in een ringetje voor Lief. (Ik leerde nadien inderdaad om zilveren juwelen te smeden!) Zo heb ik toen reeds geleerd dat zilver en echte parels niet goed samen gaan. Zilver moet af en toe gepoetst worden en een parel verdraagt dat poetsen niet goed. Hij wordt daardoor ofwel dof of kleurt zwart. Dus een lang leven was het pareltje niet beschoren. Maar mocht ik het toevallig ingeslikt hebben, het zou ook niet lang geleefd hebben!

     Op een avond, het begon reeds te schemeren kwamen we zeker een half uur te vroeg aan bij de centrale. Goed op tijd vertrokken, vlot verkeer en zo gebeurde het; te vroeg. Deontologisch ga je geen half uur te vroeg naar je werk toe, dat is verboden door de vakbond... Dus stelde Mr Oh voor om nog snel een hapje te gaan eten. Aan de overkant van de centrale stond sinds een paar dagen een nieuw eetstalletje. Een vrouwtje stond aan de bakplaat en ze verkocht slechts één gerecht; gekookte en dan gebakken darmen met groenten. Ja, dat was wel een afknapper, maar na wat gepalaver met de kokkin en mijn goedkeuring dat ik het wel zou eten, bestelde Mr Oh twee porties gebakken stinkdarmen. Het vrouwtje gooide per persoon een schep reeds voorgekookte ingewanden op een bakplaat, goot er allerlei onbekende vloeistoffen over uit, husselde alles door mekaar en dan gingen er nog allerlei groenten bij... Als allerlaatste nam ze een reusachtige schep van iets dat er uit zag als sambal... en mengde dat met al de rest. Mr Oh keek mij vragend aan en ik haalde mijn schouders even op... "Wait and see... eh... taste"!

     De eerste hap ging nog. Toen sloeg de brand uit... Vreselijk pikant was dat spul... Het voordeel was wel dat je zo de darmen niet proefde. Het vrouwtje die zag dat ze te veel van het vurige rode spul op haar bereiding gekieperd had excuseerde zich, ze was nog maar pas nieuw in de business en ze zocht nog een beetje naar de juiste verhoudingen!

    Maar stelde ze voor, we zouden een glas soju, een inheemse graanalcohol, krijgen om zo de hitte van de pepers te temperen.

    Indachtig dat één, geen is, hebben we er nog een tweede glas soju bij besteld dat betaald werd door Mr Oh. Ik kon toch niet achterblijven en dan hebben we nog maar een derde rondje besteld.

    Mr Oh was de eerste die het opgaf. I can 't eat this, was zijn commentaar. Too hot!

    Ik wilde mijn gezicht niet verliezen en heb moedig nog enkele happen meer genomen maar heb het toen ook moeten opgeven.

    Eens het vuur uit mijn mond verdwenen was begon de alcohol zijn werk te doen.

    Zo kwam het dat ik te laat op het werk verscheen en dat ik van gans de nacht niet veel zinnigs meer uitgespookt heb!

    11-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    10-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nummer 76 en 78

    Nu ik het toch over eten heb, een ander grappig voorval is het volgende.

     Nu kan men hier bij ons, in bijna alle kleine restaurantjes eten afhalen, na het al dan niet besteld te hebben. Dat bestond jaren geleden ook reeds bij de Koreanen. Zij kenden het waarschijnlijk al voor de afhaalchinees hier bekend was. Gewoon een telefoontje naar het restaurant; iets bestellen en dan werd het bestelde in ijltempo afgeleverd door een jongen op een fiets met een soort reuze thermosbox achter op zijn rammelend vehikel.

     Maar wat te doen als je geen Koreaans spreekt???

     Toch lukte het eens. We kwamen in een restaurant waar de “maître” Engels sprak!

    Of toch iets dat er een beetje op leek.

    Hij gaf ons een menukaart, zoals hier bij de Chinees, met elk gerecht genummerd, en zelfs een soort Engelse vertaling er bij. Prachtig was dat natuurlijk! En gemakkelijk voor ons.

     Als we zouden telefoneren moesten we naar “mister Kim” vragen. Hijzelf zou dan de bestelling noteren.

    Enkele weken nadien op een zondagmiddag was het zo ver. Alle supermarkten gesloten en niets of te weinig te eten in huis en geen zin om uit te gaan eten.

    Even proberen om een bestelling door te geven aan mister Kim.

     We hadden snel gekozen, zo iets heel simpels, onnozels, zo wat “flied lice” of dergelijke en een stukje vlees.

     Mister Kim, himself kwam aan de telefoon in ik gaf de bestelling door: één keer nummer 76 en één keer nummer 78. Met plain lice erbij...

     Ok, Ok, we will hully...!

     10 Minuten later ; de telefoon rinkelde! Of ik wel zeker was dat ik “numbel 76 en numbel 78” wou hebben?

    - Ja, zeker, doe maar!

     Weer 10 minuten later, telefoon. Of ik wist dat ik daarvoor zeker 20 minuten zou moeten wachten op het bestelde?

     - Ja, ja, OK, we hebben tijd, ’t is zondag...

     45 Minuten later. Het jongentje op de fiets brengt de bestelling :

     - Varkensmaag, mooi kruisgewijze in ruitjes gesneden, in één of ander donkere, bruine saus.

     - Varkensniertjes, in waarschijnlijk dezelfde bruine soja-achtige saus.

     - Een reuzekom witte “plain lice”.

     De delivery boy begreep geen jota Engels maar had wel een nieuwe spijskaart bij waarop we konden lezen dat het bestelde klopte met de opgegeven nummertjes.

     Alleen was het nu een nieuwe versie van de kaart, een andere dan degene die we enkele weken voordien gekregen hadden. Alle nummers stonden vier plaatsen verschoven..

     Lief en haar vriendinnen

     Terwijl ik aan het werk was, had Lief natuurlijk zeeën van vrije tijd. Er was wel het dagelijkse onderhoud van het appartementje te doen maar toch bleef er voor haar heel wat tijd over.

     Vermits taxi rijden een koud kunstje was in Seoul begon zij snel de weg te vinden naar de vriendinnen. Via de Filippijnse vrouw van een secretaris van de Belgische ambassade kwam ze in contact met de Filippijnse gemeenschap in Seoul. Allemaal bloedmooie vrouwtjes. Die allemaal konden koken... en waarvan ik wel een en ander geleerd heb... Van koken bedoel ik! Want in de Filippijnen is het nog steeds zo dat de vrouw kookt voor haar man en de kinderen... Mij was zo een geluk niet beschoren... Maar dat vond ik niet erg!

     Samen trokken de vriendinnen regelmatig naar "Charity bazaars", liepen theekransjes af, gingen shoppen (onnodig geld uitgeven betekent dat) en gingen lunchen in het cafetaria van het Hyatt hotel want een van de vrouwtje haar man was daar executive chef van de keuken.

    Heel achteraf bleek dat Filippijnse vrouwtje niet zijn echte vrouw te zijn... maar ja?!

    Het belangrijkste is wel dat we via die chef van dat Hyatt hotel in contact gekomen zijn met Geert. Geert was een Belg, maar als Amerikaan genaturaliseerd. Hij oefende de functie van "Food and Beverage Manager" uit in een "Best Western", het "Chosun" hotel. Zodanig kenden de twee chefs mekaar.

     Geert is nadien teruggekeerd naar de VS, naar Phoenix, Arizona, en heeft daar zijn eigen restaurant opgestart, "The white Truffle".

    Die "White Truffle" heeft er ons toe aangezet om naderhand in de VS te gaan werken bij een Amerikaanse familie, ik als kok en Lief als "nanny". Dat verhaal is te lezen in het deel "Het Amerikaanse avontuur".

     Lief is altijd bekend geweest voor haar hoed. Zij droeg die hoed overal en altijd. Zij kwam niet buiten de deur of zij moest een hoofddeksel op hebben. Liefst een hoed en liever nog, een heel grote hoed. Anders voelde zij zich naakt?! Zo beweerde ze toch.

    In Korea droeg zij lang een knalrode breedgerande mannenhoed. Zodanig zelfs dat ze herkend werd door die rode hoed.

    Op een dag werd ze door Luc, de pater, naar een Koreaanse jongedame gestuurd die zilver smeedde en haar werk ergens in de stad tentoonstelde. Geen juwelen, wel gebruiksvoorwerpen zoals kannetjes, schaaltjes en kelken in zilver, speciaal voor de erediensten in de kerk. Toen Lief binnenkwam in de tentoonstellingsruimte werd ze onmiddellijk begroet door de juffrouw die er tentoonstelde met de woorden ; Hello Mrs Nicolay... Waarop Lief verwonderd vroeg; How do you know me? De jongedame wees naar haar rode hoed... Luc had haar komst reeds aangekondigd met als tip; "The lady with the red hat!"

    Lief heeft ongeveer tijdens dezelfde periode van de Filippijnse vriendinnen kennis gemaakt met Lois, een Amerikaanse dame die werkte als assistente bij een dokter in het Amerikaanse leger. Hoe die twee, Lief en Lois, - het klinkt als een merk voor sacochen - met mekaar in contact gekomen zijn, had iets te maken met een facelift die Lois had laten uitvoeren. Een facelift is in werkelijkheid een operatie en had dus heel wat nazorg nodig. Het was Lief die dit deed maar hoe die twee met mekaar in kennis gekomen zijn, 'k zou het niet weten. Maar op een mooie keer was Lois thuis een regelmatige gast.

    Tijdens onze latere ervaringen in de Verenigde Staten kwam Lois ook weer prominent op het toneel.

    Zo bezitten we een wafelijzer (ik heb het nu nog) dat Lois uit de VS - uit Las Vegas, want daar woonde ze - meegebracht heeft naar Korea. Bij ons vertrek later is dat wafelijzer over de Noordpool mee naar België gekomen. Van daaruit vertrok het dan enkele maanden later terug naar de VS en is het per boot terug naar België gekomen. Het wafelijzer heeft meer dan de toer van de aarde gemaakt, minstens 50.000 km.

     Om een of andere reden ben ik toen ook begonnen met het maken van yoghurt. Hoogstwaarschijnlijk op aanvraag van Lief want zij at graag een yoghurtje. Maar yoghurt was in Korea niet verkrijgbaar. Er bestond toen wel de "Yakult" die pas ingevoerd was uit Japan. Maar dat waren dezelfde prutsflesjes als degene die je nu hier ook vindt en de smaak was niet lekker. Bovendien werd Yakult verkocht aan de prijs van kaviaar. Aziaten zijn geen zuivelverbruikers. "Yakult" is trouwens geen echte “yoghurt”, wel een product dat andere melkzuurfermenten bevat, waar niets fout mee is, maar het is niet hetzelfde.

     Ooit geprobeerd om zelf yoghurt te maken?

    Doodsimpel is het! De eenvoudigste methode bestaat er in om te starten met een commerciële yoghurt van goede kwaliteit. Dus ben ik eerst gestart met een potje dure, gekochte yoghurt. Die yoghurt was verkrijgbaar in de grote hotels - of gratis via de keuken van de Hyatt -. Later werkte ik verder met een yoghurtstarter, in poedervorm, die opgezonden was vanuit België. Na enkele proeven had ik de techniek van het yoghurt maken goed onder de knie.

     Nu komt de Amerikaanse vriendin, Lois dus, op bezoek en proeft de homemade yoghurt. Nice, delicious, great, wonderful, enzovoort...

     Of ik voor haar ook yoghurt wou maken?

    Maar, vroeg ze, niet met Koreaanse melk, want daar was ze vies van. Amerikanen, hé ! (Het zijn geen racisten hoor! Oh nee!)

    Lois zou mij Amerikaanse melk bezorgen.

    Goed, zo gezegd, zo gedaan!

     Dan een lading yoghurt opgestart met een brickverpakking Amerikaanse melk van het merk Gloria. Ik herinner het mij nog zeer levendig.

     Het productieproces gestart zoals het hoort en ’s anderendaags zou de yoghurt klaar zijn...

    Dan. Oh, desillusie, de yoghurt was mislukt... Dit was de eerste keer!

    Verdomme toch, wat had ik hier mispeuterd?

     Ik had maar één verpakking van de Amerikaanse Gloria melk. Snel een nieuwe “batch” opgezet maar nu met standaard Koreaanse melk, melk gekocht in de lokale supermarkt. ‘s Anderendaags: een pracht van een yoghurt als resultaat.

     De Amerikaanse vriendin, Lois, was zeer tevreden. You nice guy, enzovoort. Ze zou mij eens een konijntje vangen als het pas gaf... Aan Lois heb ik nooit verteld dat ik daarvoor Koreaanse melk gebruikt had. Laat de 'onnozelen' maar in hun wijsheid.

     Volgende keer; weer hetzelfde scenario. Lois komt met een brick melk van het merk Gloria. Ik maak er yoghurt van en ... weer mislukt.

     Dan beginnen er natuurlijk lampjes te knipperen; hier scheelt entwat!...

     Even gaan kijken op de lege melkverpakking naar de samenstelling van de melk. Het was melk speciaal gecreëerd voor het Amerikaanse leger in het buitenland, aub! Alle natuurlijke vetten waren vervangen door plantaardige vetten, vitaminen zus en zo toegevoegd en een massa bewaarmiddelen er bij gekwakt.

     Mijn arme, moeilijk verkrijgbare, yoghurtbacteriën stierven gewoon in die zogenaamde melk, bij gebrek aan eerlijke voedingstoffen in dat vijandig milieu vol bewaarmiddelen.

     Nadien heb ik geen yoghurt meer voor haar moeten maken. Toch niet van Amerikaanse melk. Ze was het beu, denk ik. De Lactobacillus Bulgaricus en Streptococcus Thermophilus zijn mij er nog altijd dankbaar voor. (Dat zijn de twee fermenten die nodig zijn om gewone yoghurt te bereiden.)

     De vogeltjes

     Het eerste vogeltje dat in huis kwam was "Ping ping", een Japans meeuwtje. Om dezelfde reden waarom later ook Coco, de papegaai, bij ons beland is. Het was het vogeltje van een koppeltje dat terug naar België vertrok en die het vogeltje in veilige handen wilden achterlaten. Waarom wij daarvoor uitverkozen werden, weet ik niet. Zeker niet gezien de reputatie die ik had om nogal ongewone beestjes in de pot te durven draaien!?? (Ik had een supermarkt ontdekt waar ze rijstvogeltjes op spiesjes, en ook konijn, verkochten...)

    Het vogeltje had al een naam: Ping ping... Dus bleef het fladderding zo heten.

    Opmerkelijk; na enkele weken zagen wij regelmatig kleine neusjes van kleine Koreaanse kindjes juist boven de vensterbank uitsteken en maar kwebbelen: pin pin, pin pin... Ik heb ze niet kunnen vragen hoe ze de naam te weten gekomen zijn? Het onoverkomelijke taalprobleem!

     De eerste "ping ping" is op een rare manier aan zijn einde gekomen, en later zijn er nog enkele andere het zelfde lot beschoren geweest.

    Ping ping was heel eigen aan ons en had absoluut geen schrik, hij voelde zich deel van de familie! Hij vloog vrij rond, zat gelukkig altijd op de rand van dezelfde deur met zijn staart in dezelfde richting zodat de schade die hij (zij?) aanrichtte door zijn uitwerpselen niet al te groot was.

    Als ik in de keuken groenten aan het snijden was zat hij op de rand van de snijplank en dan schoof ik af en toe een stukje wortel toe, of een andere groente die hij wel lustte. Als hij te dichtbij kwam waarschuwde ik hem wel; ping ping let op of ik snij je tenen er af. Dan wipte hij weer even achteruit.

    Als Lief de afwas deed zat hij op de rand van de gootsteen tussen het zeepschuim en pikte dan de druppel weg, die altijd wel aan een kraan hangt. Niet omdat hij geen drinken in zijn bakje had maar blijkbaar was hij gefascineerd door de opzwellende druppel die uit de kraan kwam... en pikte die dan op!

    Zo is hij op een keer toen Lief aan de telefoon geroepen was, uitgegleden op het gladde metaal van de afwasbak en in het zeepsop gevallen en daar verdronken... Ik was er niet bij toen het gebeurde. Grote consternatie ten huize Nicolay... Iets wat Lief nooit deed, deed ze toen wel... Ze heeft mij opgebeld op het werk om het vreselijke nieuws te melden: “Ping ping is verdronken... Help!”

    We hebben een periode van drie dagen rouw ingelast...

    10-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    08-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Coco

    We hebben ook lange tijd een klein papegaaitje gehad. De papegaai heette Coco of Jacko naargelang... Welke soort het juist was weet ik niet maar de meeste siervogels in Korea werden ingevoerd uit Australië en in dat land zijn een massa "halsbandparkieten" te vinden die sterk gelijken op de "papegaai" die wij hadden. Ik heb ooit de naam "Noroe" gehoord maar verder weet ik er niets van. Coco of Jacko was wel een reuzegrappig beest!

     De papegaai hadden we geërfd van een pas getrouwd koppeltje dat ook bij Bell werkte maar hun verblijfsperiode was om, en zij moesten - met of zonder spijt - terug naar België. Hetzelfde als gebeurde met de baasjes van de eerste ping ping.

    Zij hadden nog niet zo heel lang daarvoor de papegaai gekregen van iemand, en zo een dier mee naar België nemen, ja, begin daar maar eens aan!

     Enfin, Coco of Jacko kwam bij ons wonen. Hij werd afgeleverd met kooi en al, een klein zakje eten en enkele laatste zoete woordjes.

    Hij kon "yoboseo" in het Koreaans zeggen, dat is gewoon goedendag, en ook enkele Vlaamse woordjes. Zoiets als: “Cocooke, braaf manneke”. Of het een mannetje of een vrouwtje was hebben we nooit geweten.

    Maar belangrijk, Coco moet eten krijgen... anders zou hij niet lang stand houden.

     Dus ik ben even naar de markt geweest om wat zaadjes te kopen. Ook een zak met pinda’s - of apennootjes- meegebracht. Nog in de pel. Dat zou Coco wel lusten, zo dacht ik.

    Mengeling voor zangvogels, stukjes appel, rozijntjes, allemaal goed, zonnebloempitten, gierst... dat lustte hij wel. De apennootjes, dat was andere kost. Die wou hij niet eten!

     Zeer grappig om te zien. Een papegaai kan op één poot op zijn stok zitten en zijn andere poot gebruiken als een hand. Dus Coco nam een apennoot in zijn poot (klauw), beet de bolster eraf, proefde de noot en spuwde dan, met een misprijzend gebaar, de noot ver weg door de tralies van zijn hok.

     Zijn hok, dat diende alleen maar als slaapplaats. Overdag mocht hij vrij rondvliegen, zoals alle andere vogeltjes die we ooit gehad hebben. Hij zat graag boven op zijn kooi. Voor ons was dat een voordeel want papegaaien maken vreselijk veel rommel. In een straal van een meter rondom zijn kooi waren overal zaadjes en pellen te vinden..

    Maar waar Coco het liefst zat, was op Lief haar hoofd. Hij had wel alle moeite om daar in evenwicht te blijven, om niet van haar haar te schuiven, maar vogel zijnde is dat geen groot probleem. Als Lief toevallig aan de telefoon geroepen werd, was Coco er als de kippen (kippen?) bij om op haar hoofd te landen. Ook terwijl Lief de afwas deed zat Coco op haar hoofd, haar haren door zijn bek trekkend, alsof hij het aan het fatsoeneren was.

    Als ik een dutje durfde doen, zat hij op mijn buik. Toen was er al veel plaats op die buik! Als ik mij dan af en toe omdraaide, wipte hij een paar keer omhoog tot ik terug stil lag.

     Als er bezoek kwam en het was een vrouw die toevallig een gouden kettinkje droeg, was ik er als de kippen bij (ik) om haar te vragen dat kettinkje even uit te doen. Anders beet Coco met zijn sterke bek het kettinkje in twee stukken! Nu vraag je je af hoe dat kan? Coco was ervan bezeten om bij de mensen op hun schouder te zitten en de meesten lieten dat ook toe, vonden dat zelfs grappig, tot Coco iets glinsterend zoals een kettinkje te pakken kreeg!

     Op een mooie avond komen we thuis en heb ik onderweg een doosje “Planters Peanuts” gekocht. Kennen jullie die ronde blauwgele doosjes met een pindamannetje erop afgebeeld? Ik ben enkele nootjes, zo uit het doosje, aan het knabbelen.

    Plotseling komt een schril geluid uit de papegaaienkooi. Het klonk erg opgewonden.

     - Enne, Coco, wat is er manneke ???

    Coco maar kijken en reikhalzen naar het doosje. Ah, ha, hij kent dat blijkbaar?!

    Ik geef hem een nootje.

    Nooit heb ik een beestje zo smakelijk een nootje zien opeten.

    Hij moet waarschijnlijk dat soort nootjes al gekregen hebben bij de vorige eigenaar.

    En nog één,.. en nog één...

     Nu had ik toch nog steeds die zak met apennootjes die ik voordien ooit gekocht had in de kast staan. Ikzelf ben ook niet zo verzot op pinda’s en pindasaus is ook niet direct mijn meug.

    Mijn 'spaarzame keukenmeid' reputatie haalde weer de bovenhand.

    Enkele pinda’s gepeld, in het doosje van “Planters” gestopt en dan: kijk eens Cocooke, kijk eens, lekkere nootjes. Coco, kijken, en ja, ja, reikhalzend wacht hij af.

    Hij krijgt een nootje.

    Coco, proeft even, argwanend en... juist, nootje door de tralies... Mij daarbij bekijkend alsof ik hem wou vergiftigen.

     Misschien omdat de geroosterde smaak ontbrak ?

     Daarom, enkele nootjes geroosterd, met een drupje olie, en een weinig zout. Weer de nootjes aangeboden in het doosje, Coco trapt weer in de val, lekker, lekker.

     Maar, wat denk je? Afgekeurd ! Daar ging het nootje weer door de tralies.

     Daarmee denk ik dat het duidelijk is dat dieren, ook vogels, wel degelijk een smaakgevoel hebben. Nadien heb ik een doosje echte “Planters” nootjes voor hem gekocht. Af en toe kreeg ik er ook wel eens eentje. Planters was het enige nootjesmerk dat er in Korea verkrijgbaar was. Het was Amerikaanse import. Daarom heb ik nooit met een ander merk "peanuts" de proef kunnen hernemen.

     Behalve apennootjes at Coco graag zonnebloempitten, gierst, appel en worteltjes. Maar het liefst had hij een "stylo", een balpen!.

    Coco mocht mee aan tafel zitten bij ons als we aten. Indien wij geen aanstalten maakten om een stoel voor hem bij te zetten aan tafel krijste hij gans ons "kot" overhoop! Ook als er bezoek kwam moest en zou hij mee aan tafel zitten... Hij zat dan op de leuning van een stoel, met een stuk papier onder zijn afvoersysteem. - Dat viel wel mee, maar het moest wel voorzien worden... - Terwijl wij dan aten kreeg Coco een oude balpen die hij in 10 seconden tot splinters herleidde. Na de balpen maakte hij lucifers van een houten "chopstick"... Daarna was zijn vernielzucht verzadigd en bleef hij rustig zitten om zijn avonturen die hij die dag beleefd had te vertellen aan het gezelschap aan tafel .

    Soms vertelde Lief mij dan, dat Coco die dag weer een paar ringen of een ander juweeltje afgewerkt had. Het was de periode dat ik leerde om zilveren juwelen te maken. Heel primitief ben ik daarmee begonnen. Er kwamen geluiden aan te pas als het harde getik van een hamertje op metaal, het geluid van schuurpapier en van een draaiende motor, enzovoort. Coco kon elke klank perfect nabootsen.

     De meeuwtjes

     Behalve Coco en de eerste "ping ping" hebben we nog meer kleine vogeltjes gehad. Twee zebravinkjes behoorden ondermeer tot de eerste extra bewoners van onze woonkamer. Ze mochten overdag vrij rondvliegen maar ze hadden een mooie grote bolvormige kooi met daarin een klein gesloten nestje, gemaakt van hooi of iets dergelijks. Zeer schattig om te zien hoe de twee vogeltjes mooi naast mekaar in het nestje zaten juist met hun kopjes buiten, en kwetteren maar.

    In Korea werd elke avond om zes uur stipt de nationale hymne gespeeld op de radio - ze zijn erg patriottistisch in Korea - en dat was het sein voor de vinkjes om op dat signaal naar hun nestje in de kooi te vliegen. Elke dag opnieuw. Wij sloten dan het deurtje en de volgende morgen maakten we het deurtje weer open en dan vlogen ze weer rond in de woonkamer of ze zaten ergens op een deurrand... altijd samen.

     Na de zebravinkjes, die gewoon gestorven zijn zonder reden op te geven, hebben we nog een hele serie "Japanse meeuwtjes" gehad. Dat zou de juiste naam geweest zijn van dit soort vogeltjes. Toen ik later een foto toonde aan een "specialist" in vogelen, werd dit ook bevestigd. Het internet heeft nu, veel later, nogmaals bevestigd dat het inderdaad Japanse meeuwtjes waren. Om het simpel te houden noemden we ze allemaal "ping ping. Zo werd "ping ping" bijna synoniem voor "Japans Meeuwtje". De vogeltjes hadden wel de onhebbelijke gewoonte om elke keer met veel gespat van water een badje te nemen op het ogenblik dat er bezoek kwam. Dit was echt opvallend want het gebeurde elke keer opnieuw.

    Hun kooi stond achter de zitbank. Als er een "vreemd" iemand, of meerdere personen met ons aan het praten waren op die bank, kwam één van de vogeltjes in het drinkbakje zitten om met veel vleugelgewapper het water uit het drinkbakje over de gasten heen te spatten, ondertussen zelf luid kwetterend. Als je dan wat aandacht aan hem (haar) schonk ging de bui over.

     Zoals de zebravinkjes de nationale Koreaanse hymne herkenden, herkenden de meeuwtjes de "speelgoedsymfonie" van Leopold Mozart. Wij luisterden altijd naar één van de twee Koreaanse klassieke zenders op de radio omdat de lokale popmuziek niet direct onze smaak was. En de Koreanen zijn zeer sterk in klassieke muziek. Dat kan je hier in België wel bemerken aan het aantal Koreaanse deelnemers aan de Koningin Elizabeth wedstrijd. (Maulice Label, Beldi, Malia Callas... )

     De speelgoedsymfonie is een kort muziekstuk waarin een assortiment kinderfluitjes en ander speelgoed te horen is, vooral fluitjes. Zo ook een fluitje, gevuld met water dat een vogelgeluid nabootst. Als de "ping ping's" dat hoorden begonnen ze mee te kwetteren dat het een lieve lust was... Alleen bij de speelgoedsymfonie gebeurde dat. Bij een ander muziekstuk deden ze het nooit. Toen heb ik een cassette gekocht met dezelfde symfonie, en toen gebeurde er niets. Waarschijnlijk omdat de hoge tonen die op een cassette opgenomen zijn, veel minder hoog weergegeven worden dan via een radiozender. Natuurlijk afhankelijk van de kwaliteit van de cassette en van de versterker!

     Een ander grappig voorval met de vogeltjes ging zo: er was een lek ontstaan in een aanvoerbuis van het warme water van de vloerverwarming. Om het lek te herstellen, kwamen er twee werklieden met een paar enorm dikke laskabels die aangesloten waren op een centrale laspost... (Onlogisch, maar dat was hun probleem...)

    Toen Lief de deur opende zagen de werklieden de vogeltjes in huis rondfladderen waarop zij teken deden dat ze zouden ontsnappen als de deur zou openblijven, door hun zware kabels...! Lief heeft toen de magische woorden uitgesproken: Ping ping, allée, naar uw kot... ondertussen een wijds armgebaar makend. De vogeltjes vlogen naar hun kooi en gingen daar op hun stokje zitten... Die twee werklieden zijn dit voorval misschien nu nog aan hun kleinkinderen aan het navertellen...

     Onze dagelijkse routine zag er zo uit: Lief stond altijd als eerste op en ging daarop naar de badkamer. Daarvoor moest ze voorbij de vogelkooien, want op een zeker ogenblik stonden er twee kooien. Eén kooi met de papegaai, en één met de meeuwtjes. Lief zei dan altijd: "Dag mijn klein engeltje" tegen de ping ping's... en als tweede: "Dag Coco", tegen de papegaai... De "pingen" kwetterden dan even en Coco liet een gegrom horen... Elke dag hetzelfde scenario.

    Op een zekere morgen staat Lief op en ik hoor Coco met een fijn stemmetje als eerste zeggen: "Dag mijn klein engelke"! Vanaf toen leerde Coco enorm snel bij.

     Zo waren er de yogalessen!

    Ene Mister Kim kwam yogales geven aan een viertal dames, vriendinnen van Lief. De dames waren daarvoor uitgedost in een kleurrijke "bodysuit". De vertoning ging door in een vrije kamer in ons appartement.

    Mister Kim begon dan:

     - Hands up, palms down...

    - Bend your knees

    - Sit down

     De man sprak op zo een lijzige toon en herhaalde elke zin drie, vier keer, zodanig dat de papegaai er bij in slaap viel. Niet per toeval, maar telkens weer. (Dus yoga werkt!)

    Eén van de jongedames, Marie-Paule, had altijd moeite om haar evenwicht te bewaren tijdens de oefeningen, zeker als ze op één been moest staan. Als ze dan dreigde te vallen, slaakte ze spontaan een gilletje en dat was het sein voor Coco om wakker te worden. Hij begon dan te lachen en te krijsen als wilde hij zeggen: hou alsjeblief op!

    Waarop Marie-Paule dan weer: laat die papegaai zijn bakkes houden... gevolgd door enige scheldwoorden die hier niet geschikt zijn voor publicatie. ...

      Deze en andere vogeltjes, zoals de zebravinkjes konden heel eenvoudig gekocht worden van een ambulante "vogelhandelaar"... (Mozart?). Een man die regelmatig zijn toer deed tussen de huizenblokken en met een vogelfluitje klanten lokte. Zoals een roomijsverkoper. Ook kooien, voedsel en dergelijk was bij hem te koop...

     En niet te vergeten... Twee goudvissen hebben we ook nog gehad... Kim en Lee. Die woonden in een grote ronde vissenkom... maar die konden niet vliegen of ook niet spreken.

     En een roodwangschildpadje! Die leefde in een grote, met water gevulde, platte schaal die op de kast stond en ze heette Bertha! Maar Bertha heeft op een keer het hazenpad gekozen, zij het zeer traag.

     Zilver smeden

     Zoals reeds aangehaald ben ik in Korea begonnen met het maken van zilveren juwelen. Dat kwam stomweg tot stand wegens allerlei omstandigheden.

    De belangrijkste reden waarom ik het wou doen was omdat ik een hobby zocht. Iets om mij bezig te houden tijdens mijn vrije tijd. Postzegels verzamelen was daarbij niet direct de hoofdbetrachting.

    Ook heb ik reeds aangehaald dat wij een "living allowance" kregen, een bepaalde som per maand om de dagelijkse levenskosten te dekken. Sommigen hadden daarmee niet genoeg. Wij hielden er geld aan over.

    Lief was altijd al een liefhebster van edelstenen geweest en mij boeide het ook wel. Er was toen, en nu misschien nog wel, een reusachtig grote edelstenenmarkt, ondergronds gelegen, in Seoul. Allerhande edelstenen lagen daar zo maar te koop net als bij de kruidenier waar je naar toe kon gaan om een paar snoepjes te kopen. Als ik nu als hobby zou leren om zelf juwelen te maken kon ik daarin de ter plaatse gekochte edelstenen verwerken.

     De Koreaanse valuta was waardeloos eens ze buiten het land gebracht werd. Geen enkel land aanvaardde de Koreaanse won. Daar bestonden twee oplossingen voor: ofwel kon je met die won dollars kopen op de zwarte markt en die dollars op een Koreaanse bankrekening plaatsen, als buitenlander kon dat. Op een zeker moment kreeg je voor die buitenlandse valuta 13% interest. Dat is heel wat anders dan nu! Maar dan was het natuurlijk geweten dat je geld had op een bankrekening. Misschien is dat in zulke landen niet echt veilig. (Ik heb een keer de veiligheidsdienst zonder mijn medeweten in huis gehad toen we met vakantie waren in België!!! Mogelijk omdat mijn familienaam hun niet echt zinde. Klinkt nogal Russisch)

     Maar je kon ook edelstenen kopen met je teveel aan geld, die stenen dan in je broekzak naar Europa brengen en ze daar (proberen te) verkopen. Dat laatste hebben we dikwijls gedaan, zodanig zelfs dat ik later, zoals wel geweten is, een mineralen- en edelstenenhandeltje opgezet heb hier in België. Wel eerst een cursus edelsteenkunde gevolgd aan de ACAM - ACED, (Academie voor mineralogie en edelsteenkunde). Zelf heb ik daar ook nog enkele jaren les gegeven. Als onderwerp : Lichtbreking in edelstenen! 't Kan verkeren zei Bredero!

     Lief had relaties aangeknoopt met een Amerikaanse familie. Waar zij al die contacten vandaan haalde, ik weet het niet, maar daar was Lief ongelooflijk sterk in.

    Alle Amerikanen in Korea werkten voor het Amerikaanse leger. Korea heeft ook nu nog een grote Amerikaanse troepenmacht op zijn grondgebied, het AFK , American Forces Korea, als bescherming tegen een eventuele aanval van Noord-Korea. De Amerikanen hebben er zelfs hun eigen radio- en televisiezenders. Het AFKN... American Forces Korea Network.

    Maar zo hadden ze ook een uitgebreide bibliotheek waar iedereen kon uit putten zonder al te veel formaliteiten te vervullen. Via die relatie van Lief ben ik lid geworden van de Amerikaanse legerbibliotheek en vond daar de eerste boeken over "How to make your own silver jewelery".

     Het idee om zelf juwelen te maken was eigenlijk niet zo uitzonderlijk. Alles was aanwezig. Een edelstenenmarkt en Seoul had verschillende zilversmeden, iets wat je hier bij ons niet vindt. De eerste leerboeken over smeden vond ik in de bibliotheek van het Amerikaanse leger. De nodige werktuigen voor edelmetaalverwerking heb ik op een originele manier verkregen. De taal speelde daarin een rol. Een zilversmid in de stad die wat Engels kon spreken beloofde mij om de elementaire werktuigen te kopen als ik hem 100 dollar gaf. Dus twee mogelijkheden: ofwel zou ik voor 100 dollar "tools" verkregen hebben zonder te zoeken, ofwel zou ik honderd dollar kwijt zijn. De man bleek eerlijk te zijn.

     Later in België ben ik dan uitgebreide lessen "goudsmederij" gaan volgen en beide leraars daar waren bijna jaloers op mijn mooie handgemaakte werktuigen uit de prehistorie. Zo noemden zij mijn "gerief"... Ik heb die tangetjes en schaartjes en ringstaken nog altijd, al beginnen ze nu wel sporen van vermoeidheid te vertonen. Later leerde ik dan een "winkel" kennen waar ik meer werktuigen en aanverwante zaken kon verkrijgen. Met een chauffeur als tolk er bij, lukte dat wel.

    Zilver was ook te koop zoals je hier aardappelen kan kopen. Met goud heb ik ginds nooit gewerkt, tenzij één keer. Toen heb ik een afgedankte gouden tand van Lief en een van mij samen gesmolten en er een gouden ring van gemaakt voor Lief. Als steen heb ik er een druppelvormige lapis lazuli in gezet. "Den duvel en z'n moer"... Dat ringetje is nu verdwenen, ik weet niet meer waar het is... iemand heeft het, maar ik weet niet meer wie!

     Mijn zilversmidatelier heb ik dan in het eerste appartementje geïnstalleerd in een heel klein kamertje. Ik denk dat het kamertje voorzien was als kinderkamer, maar wij noemden het de meidenkamer. Nu werd het mijn atelier! Maar als ik er aan terug denk, het was echt zo primitief als het maar kon zijn. Toch heb ik daar achteraf beschouwd op mijn eentje heel veel geleerd.

    In het totaal denk ik dat wij in drie verschillende appartementen gewoond hebben en de laatste zes maanden in een hotel. Een groot "resorthotel". 't Was alleen een beetje afgeleefd maar het was er rustig. Zelfs daar had ik mijn ateliertje opgezet in een hoekje van de kamer.

    De eerste juwelen die ik maakte, verkocht ik ginds aan de verschillende jonge vrouwtjes die er verbleven en die graag wel iets van mij wilden kopen.

    08-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    07-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Groot feest

    Dan was er ook nog het grote evenement: een Vlaamse kermis, die we eens opgezet hebben.

    Waarom we daar aan begonnen zijn, weet ik niet meer maar de bedoeling was om voor de paters Luc en Marc wat extra financies bijeen te sprokkelen. (En gewoon om eens een feestje te bouwen.)

    We waren overeengekomen dat het feest - want dat moest het worden - op de paters hun terreinen zou doorgaan. Zij leefden in een afgesloten "compound" waar men alleen in kon komen via een enige poort. Dus controleren wie er zou binnenkomen, kon op die manier heel gemakkelijk gebeuren.

    Het feest zou iets worden als een Vlaamse kermis. Er kwam een Koreaanse meisjesgroep een folkloristische dans opvoeren. Er was een ballengooikraam, een viskraam, een mini-rommelmarkt waar ieder zijn overbodige spullen kwijt kon, een Koreaanse paardenmolen, een poppenkast, maar het belangrijkste was toch de organisatie van:

     - Een frietkraam

    - Een biertent

    - Een voetbalmatch België - Korea...

     Hoe de voorbereidingen hiervoor verlopen zijn, daar weet ik ook niet alles van want we hebben het slim gespeeld en alle werk "gedelegeerd". Met een tiental, denk ik, waren we, en ieder had zijn taak en als ieder zijn taak naar behoren uitvoerde kwam alles tip-top in orde. En zo gebeurde ook!

     In de biertent zijn, ik weet het niet meer juist, maar het was zoiets als drieëntwintig vaten van 30 liter bier verkocht... en heel de entourage die erbij hoort zoals frisdrank, chips, nootjes, enzovoort.

     Frieten, dat weet ik nog wel, want dat was mijn verantwoordelijkheid. Honderd kilo geschilde aardappelen zijn erdoor gegaan. Mochten er driehonderd kilo geweest zijn, ze zouden ook verdwenen zijn. Op een zeker ogenblik stond er een rij gegadigden van hier tot in Tokio aan te schuiven voor een frietje. De twee frietketels, wat eigenlijk omgebouwde elektrische rijstkokers waren, konden die overmacht natuurlijk niet de baas. Er was mayonaise, pickles, ketchup, pekelharing en zure mosselen. De mammoetsaus en de andalouse moesten toen nog uitgevonden worden.

     De voetbalmatch is verlopen in het voordeel van de Koreanen! Maar dat was zo afgesproken. De Koreanen moesten winnen. Zij waren de gasten, dus ze mochten winnen, zo simpel is het soms. Als scheidsrechter hadden we een Duitser opgescharreld. Het voordeel hiervan was dat niemand iets begreep van zijn bemerkingen. De rode en de gele kaarten hebben gediend om de biertent te versieren...

     In het totaal zijn er ongeveer driehonderd gasten geweest en de winst, het exacte cijfer weet ik ook niet, maar het was iets meer dan ongeveer 20.000 frank van toen, dat is nu ongeveer 500 euro. Maar die waarde (de koopkracht) toen lag veel hoger dan nu!

     Een spijtig maar tegelijk grappig incident deed zich voor toen, ik zal hem maar Jos noemen, een serie luidsprekers voor het omroepsysteem aan het installeren was. Jos wordt weggeroepen voor iets, en zo staat zijn ladder en een haspel met luidsprekerkabel te wachten. Toen hij terug kwam, was een Koreaan bezig verder te werken aan de montage van de luidsprekers. Jos, nogal kort van stof, en de Koreaanse kunde niet erg hoog inschattend, roept reeds van ver: "Dat hij daar met zijn poten afblijft want ze kennen er geen kl...ten van!" De Koreaan, van op de ladder, antwoordt hem in een perfect Nederlands maar met een duidelijk West-Vlaams accent: "Dat zou ik zo maar niet durven zeggen!".

    De man bleek een confrater, ook een Salesiaan, te zijn van de Belgische paters, die Nederlands geleerd had in Kortrijk! De Jos is er nog altijd niet goed van!

     Een ander groot feest werd het nogmaals toen de ambassade een "Belgische week" zou organiseren in Seoul. Daarbij inbegrepen was er in het restaurant van het Best Western, "Chosun hotel" een speciale menukaart ter beschikking met enkel en alleen typisch Belgische gerechten. Allemaal Belgische specialiteiten zoals Noordzeegarnalen, witloof, gerechten met bier, paling, konijn, waterzooi en zeetong. Het bereiden van die gerechten zou overgelaten worden aan Herman Meeus, toen de voorzitter van de "Dertig Meester-koks van België". Dus niet de eerste de beste. De man was ooit nog leraar geweest bij ons in de hotelschool toen ik daar het laatste leerjaar volgde.

    Dit festijn zou doorgaan een paar weken nadat we zouden teruggekeerd zijn van onze vakantie in België. We zijn één keer samen naar België geweest op verlof. Lief heeft dat meerdere keren gedaan.

    De ambassadeur had ons gevraagd, eens in België, om Herman een beetje voor te lichten over hetgeen hij kon verwachten in Korea. Ik kende zogezegd toch een ietsje meer van de Koreaanse markt, wat er ter beschikking was, en wat niet. Voor mij was het belangrijkste dat we zo in België ergens naartoe konden gaan met een speciaal doel, bijvoorbeeld een bezoekje brengen aan een oude bekende! Want ik kende Herman Meeus nog goed!

    We werden in zijn restaurant "Alta Ripa" prinselijk ontvangen en zijn er een hele dag blijven plakken. Er waren asperges op het menu. We hebben over Korea gepraat en de conclusie was dat er geen enkel probleem zou zijn; alle grondstoffen werden vanuit België per vliegtuig verzonden, zo kon men ook nooit voor verrassingen staan.

     Tijdens die Belgische week bevonden wij ons in Gummi, 250 kilometer van Seoul vandaan, dus hebben we ook niet veel meegemaakt van die week. Ik heb nog een menukaart met een massa handtekeningen erop want we zijn blijkbaar toch ergens samengekomen: Geert, de man die naar Amerika zou verhuizen, Herman Meeus, wij twee, een paar vrienden en de mensen van de ambassade…

     Er stond onder andere konijn gestoofd in Liefmansbier op de menukaart. Blijkbaar werd er niet al te veel van verkocht want er is een massa van dat bier verhuisd naar Gummi, tot in onze kamer van het hotel waar we toen woonden. Elke avond kraakten we een grote fles Liefmans voor we gingen slapen en er waren veel flessen te kraken!

    Ook was er een vracht kaas over. Onder andere kaas van Wijnendale, een halfharde kaas met "wreed" stinkende, gewassen korst... ongelooflijk lekker, zeker als je in een land zoals Korea nergens kaas kan vinden.

     We hadden die kaas gestockeerd in de minibar. Je kent dat soort kastjes wel met een assortiment (te betalen) drankjes voor de gasten. Maar wij gebruikten de minibar als koelkast(je). Toch kwam er elke morgen een meisje kijken of er iets uit dat kastje gebruikt was. Nooit dus!

    Maar de keer dat zij het kastje openende toen die kaas erin lag is ze kokhalzend en walgend weggelopen en we hebben haar nooit meer terug gezien.

     Aziaten lusten absoluut geen gegiste melkproducten zoals kaas. Wel eten ze hond, bebroede eendeneieren, gefruite kakkerlakken en schorpioenen, slangensoep, duizendjarige eieren, enzovoort. Ieder zijn meug. Wij aten kaas en dronken er Liefmans bij.

    Zo is Liefmans lange tijd mijn favoriet bier gebleven.

     Ook zijn we toen met de hele "Belgische week-bende" een boottochtje gaan maken. Mijn geheugen vertoont hier weer eens grote gaten. Het is dan ook allemaal zo lang geleden. Lief had toen, aan het gips op een foto te zien, haar voet gebroken. Dat was gebeurd door op een ongelukkige manier uit de bus te stappen en zo de hiel van haar schoen te breken, plus een voetbeentje.

    Ik steun mij nu op foto's waarin een vrolijke bende op een platbodemschuit te zien is. Er staan ook een paar mensen bij die ik absoluut niet meer herken. Of hadden we toen al te veel Liefmans binnen, wie weet?

     Wat ik me nog wel goed herinner is dat er van op die boot kon gevist worden. Het water waarover we vaarden was kristalhelder en hoogstens een meter diep. Je kon de vissen zo zien zwemmen.

    Als vislijn kreeg je een rol visdraad met een haakje aan en het enige dat je moest doen was dat haakje in het water hangen en even wachten. De vissen hapten zo naar de lege haak! De visjes bleken een soort kleine baarsjes te zijn, hoogstens een hand groot. Vooraan op de boot stond een Koreaan te vissen maar wel met een echte vislijn.

    Hij haalde een vis binnen. Bekeek die goed. Beet de kop er af. Doopte de vis dan in stinkende, walmende, gegiste rode bonensaus en... ziezo: sashimi op zijn Koreaans... met graten en al. Ik heb die man zeker vier of vijf van die vissen zo zien binnenspelen. Als je dan weet dat baarzen heel venijnige scherpe vinnen en graten hebben.

     Iets minder feestelijk, maar nu we het toch hadden over Lief haar gebroken voet! Haar gebroken voet is niet het enige "accident" dat ze daar aan de hand heeft gehad. Op een voormiddag komt Mister Oh mij opzoeken in de centrale op een abnormaal uur. Het was in de late voormiddag. Niemand gaat op zo een moment naar huis of komt er pas aan.

    Toevallig was het juist 1 april. Ook de Koreanen kennen die onnozele grappen die er wel eens per 1 april uitgehaald worden dus begon Mr Oh maar met me te verzekeren dat wat hij nu zou vertellen geen aprilgrap was.

     Lief ligt in het hospitaal!

    Ik moest daarom mee, want blijkbaar moest ik iets tekenen in het hospitaal. Mr Oh was thuis langsgekomen om Lief op te halen. Zij bleek zich ziek en ellendig te voelen en heeft dan gevraagd om haar naar een kliniek te voeren en dat had de brave man dan ook ogenblikkelijk gedaan.

     Alles bij mekaar was het erg en niet erg. Lief had een longontsteking opgelopen. Vermoedelijke dader was de schone lucht van de door uitlaatgassen zwaar gepolueerde stad, Seoul. In het hospitaal had men haar in de materniteit moeten leggen bij gebrek aan andere kamers. Niet erg, zo had ze dat ook eens meegemaakt, maar het nadeel was dan wel dat ze een week lang alle dagen zeewiersoep te eten kreeg. Want zeewiersoep zou zeer goed geweest zijn om het "zog" te stimuleren. Ook heeft ze daar met haar linkerhand leren eten met chopsticks, iets waar ik niet in slaag. Haar rechterarm lag vast aan allerlei buisjes en kabeltjes van diverse toestellen en baxters.

    Alles is later snel goed gekomen. !

     Pensen maken

     Helmut was een Duitser en hij was vriend aan huis geworden. Hij werkte voor een Britse elektronicafirma die geluidsapparatuur fabriceerde. Hij was een echte Duitser in hart en nieren en woonde in Düsseldorf. Hij kreeg regelmatig heimwee, vooral naar de Duitse keuken. Zo kreeg hij soms visioenen van cafés waar grote potten bier geserveerd werden met gebakken bloedworst erbij. Dat deed bij mij een lichtje knipperen, bloedworst, ja dat was een idee!

    Bloedworst maken in Korea!

     Bloedworst maken, dat kende ik. Ik had vroeger thuis dikwijls gezien hoe mijn moeder het deed en de samenstelling was geen probleem. Die kende ik ook. Alleen, de nodige grondstoffen vinden in Korea, dat was een ander paar mouwen.

     Dus op jacht, met “mister Oh”, onze chauffeur, gids en tolk.

    Eerst en vooral moest er een slachthuis gevonden worden. Dat was er, een verschrikkelijke vieze bedoening, maar ’t was een slachthuis. Ze hadden er zelfs varkensbloed, maar het bloed was gestold. Normaal moet het bloed vers zijn en geroerd worden om de fibrinevezels eruit te halen en dan bewaard te worden met een scheutje azijn erin om het vloeibaar te houden. Nu, ik zou dan maar proberen om het bloed te mixen in de bekermixer. Brood was te vinden bij de Zwitserse bakkerij en al de andere ingrediënten waren vlot te vinden, alleen de darmen waar de worsten moeten in afgevuld worden, hoe daar aan te komen?!

     Dus weer naar het slachthuis en met handen en voeten proberen uit te leggen wat ik nodig had. Maar het product “worst” is in Korea totaal onbekend.

    Toch was er één verkoper die varkensdarmen had... recht uit het varken komend, met de inhoud er nog in. Een kinderbadje vol blubberige darmen…

    Dus van de nood een deugd gemaakt en ik met die darmen naar huis. Toen ik ze uitkieperde in de gootsteen is er een ernstige echtelijke ruzie ontstaan...

    Darmen ruiken niet bepaald fris en de smurrie die er uit komt ziet er nog minder appetijtelijk uit. De rest van de dag heb ik Lief niet meer gezien. Ze kwam heel laat al snuffelend terug binnen... Ze bleef, ze zal waarschijnlijk honger gehad hebben?!

    Later heb ik gezouten, geprepareerde darmen laten opsturen vanuit België.

     Alle grondstoffen verzamelen, heeft vele dagen in beslag genomen. Eerst alles zoeken, later alles ophalen maar dan kon de bereiding ook echt beginnen.

    Dat leverde geen enkel te vermelden probleem op. Natuurlijk was het een redelijk bloederige bedoening. Door de primitieve apparatuur die ik had, was het ook een werk van lange adem.

    Ik herinner mij nog dat de worsten gewoon via een trechter gevuld moesten worden. Een "worstenhoorn" om op een vleesmolen te zetten was er niet te vinden. Nadien heb ik zelf een "teutje" gemaakt uit blik, want eens ik wist hoe het pensen maken te realiseren was, heb ik het nog verscheidene keren herhaald.

     Toen de bloedworsten dan eindelijk gekookt waren, wat een feest jongens en meisjes!

    Er bestaat een mooie foto van Helmut die triomfantelijk een bezemsteel, vol hangend met worsten, omhoog steekt van op het terras. Helmut heeft bij het eerste maaksel geholpen. We plakten beiden van het bloed.

     Later heb ik nog massa’s bloedworsten gemaakt en iedereen die op bezoek kwam kreeg steevast bloedworst met appelmoes te eten. Sommigen kwamen juist daarom.

     Toen dan de darmen uit België toekwamen bij de douane moest ik aan de douanier gaan uitleggen wat er in dat pakje zat.

     - What is this?

    - Eh,… intestines, bowels, to make sausage… Eh…

    - This no drugs ?

    - No.

     Toen stak hij zijn wijsvinger in het pakje en likte er eens aan... Europeans, all crazy... you know… !

     Hij heeft mij dan maar laten gaan!

    Met dezelfde Helmut ben ik later eens in een netelige situatie terecht gekomen.

    Helmut werkte zoals reeds vermeld eveneens in de elektronicabranche maar wel in de geluidsversterking, audio apparatuur dus. Hij werkte bij een mij onbekende Britse firma.

    Graag had hij eens gezien hoe een telefooncentrale werkt. Zo een centrale produceert geen muziek maar ondanks dat is het interessant om te begrijpen en te zien, hoe zo een gigantische elektronische machine werkt.

    Op een avond had ik Helmut de centrale binnen gesmokkeld. Moeilijk was dat niet want niemand controleerde ons.

    Maar zoals reeds een paar keer vermeld; Zuid Korea was en is nog steeds in oorlog met Noord Korea.

    Regelmatig werd dan een aanval van de Noord Koreanen gesimuleerd. Ook op onverwachte momenten. De bevolking moest dan zo snel mogelijk van de straten verdwijnen in een soort ondergrondse stad.

    Het verkeer viel stil en de radio gaf de nodige instructies aan de bevolking.

    Vrij akelig was dat wel... gelukkig was het nooit voor echt.

    Tot....!

    Op de avond dat Helmut onaangekondigd in de centrale aanwezig is dringt er een Noord Koreaans vliegtuig het luchtruim van Zuid Korea binnen... Direct groot alarm... Voor echt dit keer. Het was een piloot die met een militair vliegtuig weg vluchtte uit Noord Korea... zo bleek later.

    Overal geloei van sirenes, alles in de stad en in de centrale wordt verduisterd en alle Koreaanse personeelsleden en bediendes stormden gewapend het dak van de centrale op...

     Na afloop heeft men ons gelukkig ongemoeid gelaten want hoe ik anders de aanwezigheid van een onbekende Duitser in de centrale zou moeten verklaren. Ik weet het niet!

     Kaas

     Na enig verblijf in het buitenland, nu in Korea, krijgt een mens nogal eens visioenen over het “lekkere” eten van het moederland. Voor een doorsnee Belg gaan die dromen doorgaans over frieten en bier. Chocolade voor de vrouwen. Kaas en wijn behoort ook tot deze groep, zuurkool en bloedworst speciaal voor mij.

     Aan alles is een mouw te passen. Veel zaken zijn op te lossen door het ontbeerde product zelf te maken. Zo kan, mits enige kennis, ook kaas zelf gemaakt worden.

    Kaas is in Azië niet zo gekend, kaas is er niet inheems. Wel is er tofu, een sojakaas maar dat is iets heel anders dan "echte" kaas. Aziaten hebben bovendien problemen met de vertering van zuivelproducten. Ze mankeren een bepaald enzym, of iets dergelijks, om melkeiwitten te verteren. Of hapert er wat aan hun chromosomen, wie weet?

     Een oude pater benedictijn heeft op een mooie keer uitgelegd hoe zij kaas maken en zij wisten ook waar ik de geschikte melk ervoor zou kunnen vinden. Die Duitse paters hadden hun eigen Holsteiner koeien, maar logeer maar eens je eigen koe in een klein Koreaans appartementje op de derde verdieping.

     Vijfenveertig kilometer reed ik om de melk te halen. Tot bijna aan de grens met Noord-Korea. Akelig was dat, de Zuid-Koreaanse stoorzenders stonden daar opgesteld om radio-ontvangst uit Noord-Korea onmogelijk te maken. Dergelijke stoorzender produceert een hevig knetterend geluid in de luidsprekers van de radio in de auto. Het geknetter hoorde je altijd, gelijk welke zender je ook maar probeerde te kiezen! (Veel later heb ik hetzelfde fenomeen meegemaakt toen we in de Provençe kampeerden, in de buurt van de krachtige middengolf zendmasten van radio Monte Carlo.)

     De melk was te verkrijgen in een soort modelboerderij waar ook iets educatiefs aan verbonden was. Een soort school of iets dergelijks. De melk was gegarandeerd zuiver... en mocht zo rauw verbruikt worden.

    Twintig liter verse onbehandelde volle melk van echte koeien, bracht ik dan elke keer mee, geen rommel uit brickverpakking. Daarmee konden dan twee kazen van ongeveer één kilogram gemaakt worden.

     Soms viel het wat tegen maar we - we, want er was nog een tweede gegadigde in het spel - hebben dikwijls mooie kaasjes gemaakt, zacht smeuïg en zonder al te veel zweetvoetengeur. Soms ook te droog of te zout. Maar zoiets leer je met vallen en opstaan.

     Later, terug in België wilde ik zelfs een heuse kleine kaasmakerij opzetten. Gelukkig heeft Lief me toen weer tijdig met beide voeten op de aarde gebracht. Ga jij maar terug “software” plegen of weer koken of les geven. Dat laatste heb ik dan ook gedaan maar pas vijf jaar later… (Ik heb ook een kwekerij van tropische vissen willen opstarten, en een brouwerij, een reisbureau, een productie van gezondheidsstenen en een goudsmederij. Die laatste twee zijn wel gelukt!)

     Toch ben iker ook nog in geslaagd om bij mijn moeder thuis een poging te doen om een soort camembert in mekaar te knutselen. En dat lukte. Als schimmelstarter gebruikte ik de korst van een gekochte camembert. Dat was in Korea niet mogelijk want daar hadden ze geen camembert of brie te koop. Behalve gepasteuriseerde camembert uit een blikje aan de prijs van goud.

    07-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    06-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Salami of droge worst

    Na mijn succesvolle experimenten met bloedworst was het “zot mij in de kop geslagen”.

    Nu wilde ik “salami” maken.

     Voor zij die absoluut niet weten hoe worst gemaakt wordt: om een worst te maken heb je zuiver gemaakte darmen van een varken nodig. In Korea vond ik die niet, tenzij darmen die levend uit de buik van het varken kwamen. Maar daar mocht ik thuis niet mee binnenkomen of het zou er nog geen klein beetje stuiven... Darmen ruiken inderdaad walgelijk.

    Een bevriende slager uit België heeft mij toen een pakje gezouten darmen opgezonden. Ook dikkere darmen die geschikt zijn om er worsten van het type “salami” van te maken. Darmen zijn hier in Europa te koop voor een prikje en bij een bevriende slager soms wel te koop, alhoewel ze nooit zullen tentoongesteld liggen in de koeltoog tussen de hamburgers en de cordon bleu’s.

     Goed, ik had nu dikke darmen geschikt om als vel te dienen voor “salami”, want zo bleef ik mijn project noemen.

    Totaal gespeend van welke kennis dan ook over het maken van droge worst, ben ik dan aan de slag gegaan. Wat gaat er in droge worst of salami, want uiteindelijk is dat bijna hetzelfde?!

    Vlees, varkensvet, zout, salpeter, kruiden, een klein beetje suiker. Zoiets ongeveer.

    Als vlees: varkensvlees of rundvlees.

    Ergens moet ik dan toch een boekje gevonden hebben met als titel: hoe zelf droge worst maken?!

    Vooral zeer hygiënisch werken blijkt belangrijk te zijn.

     Ook nu was het probleem weer om de juiste grondstoffen te vinden.

    Gehakt rundvlees was wel te vinden in de supermarkten maar dat vlees zag er altijd verdacht rood uit, tot daar aan toe, maar het was ook veel te fijn gemalen.

    Dan geprobeerd om te vragen of grover gemalen rundvlees zou te verkrijgen zijn.

    Onbegrijpende blikken waren dan het resultaat ...

    Have no - This meat, very good, you make hamburger!

     Eerst geprobeerd om zelf rundvlees tot een aanvaardbare gehaktmassa om te toveren. Gewoon met een hakmes. Paardenwerk, niet voor herhaling vatbaar!

     Dan op zoek naar een gewone slager. Niet een uit de supermarkt. Maar kleine slagerijen zijn in een grootstad amper te vinden. Een van hen had wel het juiste vlees maar het woord "hygiëne" kwam niet voor in zijn woordenboek.

     Kortom het werd een mislukte zoektocht maar toch bleef ik geduldig experimenteren. Elke keer ik een worst gestopt kreeg, want zo noemt men dat: “worst stoppen”, was het toch weer hoopvol afwachten of het dit keer misschien zou lukken.

    En, nee hoor!

     Ik had opzettelijk gewacht tot het winter werd om aan het experiment te beginnen, zo had ik geen problemen met koeling. In Korea kan het ’s nachts vriezen tot min 24°C maar de lucht wordt daardoor ook knetterdroog, veel te droog bleek achteraf. (Nu weet ik dat wel!)

     De eerste dagen is er niet veel bijzonders te bemerken aan een drogende worst en pas na nog enkele dagen begint de worst op een droge worst te gelijken.

    Eens aaiend over de worst wrijven, er tegen praten, de beste wensen van ’t vrouwtje overbrengen, dat zijn allemaal goede hulpmiddelen maar die leiden niet noodzakelijk tot een beter resultaat.

    Bij mij toch niet. Een schietgebedje tot de heilige Rita hielp ook niet.

     De worst werd altijd te droog aan de buitenkant maar bleef binnenin vochtig en klef.

    Dan papieren kapjes over de worsten gehangen en alle dagen de ronde gemaakt met de bloemenspuit. Kwestie van een vochtige atmosfeer te creëren. Daardoor zou de worst minder snel uitdrogen. Het hielp allemaal niets.

     Een keer hebben we eens van dergelijke worst gegeten. De gasten vonden de "salami" lekker, misschien uit beleefdheid gezegd, maar ik was niet tevreden. Daarbij aan de gasten; als je vier jaar in Korea woont en in die vier jaar tijd geen droge worst meer gegeten hebt, dan vind je nadien alles lekker!

    Het probleem loste uiteindelijk zichzelf op: er waren geen darmen meer!

    Ik had geen zin om nog eens een honderdtal dollar te betalen om een pakje darmen naar Korea te laten opzenden en daar strandde dan het project.

     Toch kan droge worst maken niet zo moeilijk zijn.

     (En dat is helemaal juist want nu anno 2016 maak ik droge worst alsof ik nooit iets anders gedaan heb...)

     Bibliotheek en tweedehands verkoop

    Wij onderhielden zeer goede relaties met de ambassade, zowel met de bediendes als met de ambassadeur persoonlijk en met zijn echtgenote.

    Men had in de ambassade een massa boeken die daar ooit toegekomen waren met de bedoeling om daarmee een bibliotheek op te richten voor de Belgen in Korea. Voordat Bell in Korea arriveerde zullen er wel niet erg veel landgenoten in Korea gewoond hebben en zo was van dat project niet veel in huis gekomen. Maar de boeken waren er nog.

     Zo kwam het idee tot stand om die boeken in de handen van Lief te geven om een bibliotheek te beginnen, bij ons, in ons (eigen) appartement. Door omstandigheden woonden we toen in een appartement dat in feite te groot was. Dus plaats genoeg. De boeken werden uitgestald, niet in een aparte ruimte maar gewoon in onze woonkamer. We hadden daar toevallig een perfect geschikte kast voor.

    Vooral in het begin kwamen er nogal wat gegadigden naar de boeken kijken of lenen. Of om naar het gekwebbel van Coco te luisteren. En allemaal mee koffie drinken! Meestal was het gewoon uit nieuwsgierigheid dat men langskwam maar er was nu toch een echte bibliotheek ter beschikking voor de Belgen. Er waren boeken in alle (verstaanbare) talen en wij zorgden er zelf ook nog voor dat alle tijdschriften en de Vlaamse kranten van onze collega's-landgenoten niet meer in de vuilnisbak terecht kwamen maar dat ze werden bewaard als lectuur. Via de Amerikanen hadden we zelfs een stapel Playboys en Penthouses. Een aanwinst waar ik geen bezwaar tegen had.

     Toen alle playboys uitgekeken waren, ben ik begonnen met de serie verzamelde werken van Cyriel Buysse tot de laatste letter uit te lezen. Heerlijke literatuur was dat, van "den bourgeois van Nevele". Doorgaans las ik die boeken als ik nachtdienst had. Het was dan zalig rustig en niemand die kwam storen. (Ik werkte een tijdlang in "shiften". Zo heb ik dat ook eens meegemaakt!)

    Om een boek uit te lenen moest er niet betaald worden. Er was wel een boete voorzien voor wie zijn boeken te laat terug bracht! Een boete die steeg naargelang het aantal dagen dat men te laat was. Het waren zoals te verwachten, altijd dezelfden die te laat hun lectuur terug brachten... Maar rijk is Lief van haar bibliotheekwerk niet geworden, integendeel!

     Iedere werknemer van Bell die in Korea toekwam kreeg bij zijn aankomst een schoenendoos vol lokale munt om daarmee "meubelen en huisgerief" te kopen. Daardoor dook er na een drietal jaar een nieuw probleem op. Als die werknemers terugkeerden naar België was er niet een die er aan dacht om ook maar iets van de meubelen mee te nemen naar België! Ik meen ook dat het eigenlijk niet mocht, de aangekochte meubelen werden dan eigendom van de firma! Een beetje logisch ook!?

    Als er het laatste jaar nog nieuwe medewerkers toekwamen, kregen zij die tweedehands meubelen van hun voorgangers, en minder geld in de schoenendoos.

     Werknemers die lang in Korea gewoond hebben, zoals wij, hadden zich natuurlijk ook heel wat persoonlijke spullen aangeschaft, kwestie van het leven zo comfortabel en aangenaam mogelijk te maken. Maar als die werknemers dan uiteindelijk toch vertrokken, dan stond men daar met bijvoorbeeld een fiets, of fitnesstoestellen, ski's of een opblaasbare rubberboot. Ik noem zo maar wat, maar dergelijke zaken zijn daar ooit aangekocht geweest door medewerkers. Die spullen naar België sturen of meenemen per vliegtuig was niet te betalen of het loonde de moeite niet. (Alhoewel er de mogelijkheid bestond om eigen goederen per container naar België terug te sturen.)

    Zo ontstond een tweede dienst waar iemand die vertrok - alhoewel men daarvoor niet echt moest vertrekken - zijn persoonlijke spullen kon achterlaten of brengen, met de bedoeling om die te verkopen.

    Een soort "Opnieuw &Co", "Kringloopwinkel" of een tweedehandswinkeltje... geëxploiteerd door Lief!

     Daarvoor hadden we een kamer ingericht waar alle spullen - want dit initiatief had heel veel succes - tentoongesteld werden. Alleen Lief wist van wie, welk voorwerp was. Zij noteerde de minimumprijs die de verkoper er voor wou en zijn adres, telefoon en eventuele bankrekeningnummer. Wij verdienden er niets aan maar hadden zeer snel door dat er toch voordelen aan verbonden waren.

    Het volgende voorval zal dit duidelijk illustreren.

     Ook ambassadeurs vertrekken na een vastgestelde periode terug naar België of worden overgeplaatst. We hebben zo in het totaal drie ambassadeurs gekend.

    Ambassades hebben een apart kanaal waarlangs allerlei speciale of luxe voedingswaren binnen kunnen komen. Een diplomatiek kanaal. Zij hebben - of kunnen hebben - de beschikking over de beste wijnen, diepgevroren kwaliteitsvlees uit Argentinië, kaviaar, foie gras, sommige Belgische specialiteiten, noem het maar op.

    Toen de voorlaatste ambassadeur vertrok, vond hij het blijkbaar jammer om zijn blikjes lekkere Chatka-krab achter te laten voor zijn opvolger en zo kregen wij zes blikjes krab van topkwaliteit aangeboden voor de verkoop.

     Al wie de volgend dagen en weken bij ons op bezoek kwam heeft lekkere krabcocktail gegeten als voorgerecht. En succes dat wij daar mee hadden!

    Dat was dus het voordeel. Wij zelf hadden de eerste keuze. De verkoper wist ook niet wie zijn spullen gekocht had. (Of eventueel opgegeten.)

     Ontspanning

     Ieder zal ginds wel voor de ontspanning gezorgd hebben aangepast aan zijn eigen wensen. Een restaurantje meepikken gebeurde wel eens maar wat wij gewoon zijn, een beetje natafelen met een koffietje en een drankje of andere toestanden, dat bestond daar niet. Het was eten, betalen, en buiten! Wat wel mocht, en dat is eigenlijk fantastisch: men mocht zijn eigen wijn meebrengen naar een restaurant. Korea had wel eigen geproduceerde wijnen maar slechts enkele soorten en zeker geen wijn van hoge kwaliteit. Men bracht dus zijn eigen fles - lekkere - wijn van thuis mee en die fles werd aan de bediening gegeven. Men betaalde dan een kleine som voor de dienst. Iets wat hier bij sommige traiteurs ook bestaat of toch bestaan heeft. Wat men dan betaalt, wordt het flessengeld of stopgeld genoemd.

     Een echte belevenis was wel die keer dat we de originele "Peking duck" zouden eten in een authentiek Chinees restaurant, gevestigd in het luxueuze Shilla-hotel.

    De eend was bereid zoals ik verwacht had, de huid was zeer "crispy", knapperig bruin gebraden. De eend werd op zijn geheel aan tafel gebracht. Het vel werd er eerst in dunne schijfjes afgesneden door een ober die daar blijkbaar in gespecialiseerd was. De sneetjes knapperig vel werden dan in kleine pannenkoekjes gerold samen met een waaiertje gesneden uit lente-ui. Dan bestreken met een likje pruimensaus en met de hand gegeten. Als tweede "gang" werd het vlees in plakjes gesneden en opgediend met fijn gerapte of gesneden groenten en terwijl we aten bracht men het overblijvende eendenkarkas terug naar de keuken. Daar zou er een soep van gekookt worden die als laatste gerecht gegeten wordt, om de gaatjes te vullen!

    De soep zag er niet erg smakelijk uit, de kleur was vuilwit want dat soort soep wordt afgewerkt met melk, iets wat volgens mij zeer "on-Chinees" is. Nu was het een dienster die de soep ronddeelde uit een terrine. Ik werd eerst bediend, volgens ons is dat fout, maar volgens de Koreaanse normen helemaal juist!

    Ooit hoorde ik een ober zich verontschuldigen met - het doordenkertje - ; "Sorry sir, but we have to serve the ladies first!"

    Dus ik werd eerst bediend, toen was het de beurt aan Lief. Het jonge dienstertje was zo zenuwachtig dat ze de terrine met hete soep in Lief haar nek liet vallen om dan gillend weg te vluchten!

    Lief had altijd dergelijke pech. Dit moet de derde keer geweest zijn dat ze de soep over haar hoofd en kleren heen kreeg. De twee vorige keren was telkens in een hotelschool.

     Iets helemaal anders.

    Wij hebben in Seoul bijna elke week een prachtig klassiek concert meegemaakt met optredens van de grootste meesters en dirigenten. Er waren twee grote culturele centra in Seoul. Het "Sejong Cultural Center" was het centrum dat wij doorgaans bezochten. Een concertje meepikken was ook heel eenvoudig. Lief zorgde in de loop van de week voor tickets en dikwijls kwam ik recht van het werk naar de concertzaal. Omkleden was niet nodig! Dus zeer laagdrempelig en de kaartjes waren niet duur.

    Dirigenten zoals Willy Boskovski, Eugene Ormandy, Lorin Maazel, Herbert Von Karajan, Sir Neville Marriner, Maxim Sjostakovitsj, passeerden de revue. Er waren er meer, maar dit zijn de belangrijkste die ik mij nog herinner.

    Opera's als Madame Butterfly, La Bohème, de musical Evita, het ballet "Copelia" uitgevoerd door "The Royal Welsh Saddler Ballet", zijn enkele voorstellingen die nog fris in mijn geheugen liggen.

     Korea had twee klassieke radiozenders van zeer hoge kwaliteit. Elke zender had ook zijn eigen symfonisch orkest. Het waren dikwijls deze zenders die voor de organisatie van de klassieke concerten zorgden.

     Zo zou dirigent Maxim Sjostakovitsj ook een optreden verzorgen. Er was in het begin wat herrie omdat hij eerst in Japan optrad en de Koreanen haten de Jappen hartsgrondig, en met reden. En er was ook nog wat strubbeling omdat Sjostakovitsj van oorsprong een Rus is, en Rusland is ook niet de meest bevriende natie van de Koreanen.

     Grootvader, Dmitri Sjostakovitsj kwam niet zelf dirigeren om de eenvoudige reden dat hij reeds in 1975 overleden is. Maxim, zijn zoon en dirigent zou het optreden verzorgen in het “Sejong Cultural Center”, samen met zijn zoon, ook een Dmitri Sjostakovits Junior, die pianist is en tevens de jongste van de drie! Dus de kleinzoon van de oude Dmtri.

     Vader en zoon speelden de muziek gecomponeerd door hun overleden vader, respectievelijk grootvader. Onder andere zijn vijfde symfonie en het tweede pianoconcerto. Maxim dirigeerde het orkest en de jonge Dmitri zat aan de vleugel als solist. Geweldig, drie keer Sjostakovitsj op één podium.

     Muziek beschrijven is moeilijk maar laat ons maar zeggen dat het een puik concert was. Dat is het minste wat er van te zeggen valt. Na afloop ging vader Maxim naar zijn zoon toe om hem te feliciteren en gaf hen daarbij de “accolade”. De vaderlijke of broederlijke kus. Daarbij mekaar een schouderklopje gevend. Hugging zouden de Amerikanen dit noemen.

     De koele Koreanen hadden zoiets nog niet dikwijls meegemaakt en barstten in een luid applaus los, stampend met de voeten op de grond. Encore, encore. Hoeveel bisnummertjes de Sjostakovitsjen gegeven hebben weet ik niet, maar de belevenis was wel onvergetelijk...

     De Zwitserse Eugene Ormandy hebben we nog zien optreden toen hij al stokoud was. Aan het schavotje waar de dirigent op staat tijdens het dirigeren, had men twee extra trapjes moeten bouwen omdat Ormandy anders het dertig centimeter hoge verhoogje niet op kon...

     Het meest indrukwekkende was de uitvoering van de negende symfonie van Ludwig van Beethoven. Op een gigantisch podium waren twee symfonische orkesten opgesteld... Samen ongeveer 120 uitvoerders. Achteraan twee koren, samen ook meer dan 100 zwartharige zangers, mannen en vrouwen, gekleed in het zwart en het wit...

    Vooraan de vier zangers, solisten... Twee mannen, twee vrouwen!

    Fantastisch, om nooit te vergeten, dat is het enige dat ik hierover kan zeggen!...

     Wij waren de enigen die klassieke concerten bezochten.

    Maar een bevriend koppel had een Koreaanse poetsvrouw in dienst genomen. Deze vrienden hadden op een dag van de poetsvouw een paar tickets gekregen voor een klassiek concert. Het Koreaanse vrouwtje had de kaartjes ook gekregen van haar broer, die bij één van de grote KBS orkesten speelde. Vrijkaartjes dus.

    Onze vrienden waren absoluut niet geïnteresseerd in dergelijke muziek en zijn zo vriendelijk geweest om ons de kaartjes te schenken. We zouden in de zaal juist naast het Koreaanse poetsvrouwtje zitten. Wij moesten dan maar "liegen" dat haar werkgevers niet konden komen omdat hun konijn plotseling ziek geworden was of iets in die aard!

     In de zaal zitten wij naast het meisje, ze was nog vrij jong, en we vertellen dus het leugentje om bestwil. Het orkest begint te spelen en wij vragen welke muzikant haar broer is? Maar die zou pas tijdens het tweede gedeelte opkomen. Pauze, de stoelen voor het orkest worden verplaatst en de stoelenzetter bleek de broer in kwestie te zijn. Welk muziekstuk er daarna gespeeld werd, ben ik vergeten maar het eindigde op drie "kletsen" met de cimbalen. Het vrouwtje naast ons roept triomfantelijk; there is my brother... wijzend naar de cimbalenkletser...

     We hebben ooit zelf opgetreden voor een publiek bestaande uit een paar duizend toeschouwers! Wij, dat was een groepje vrijwilligers van divers pluimage. Walen, Vlamingen, mannen, vrouwen, jongens, meisjes en kinderen.

    Dit optreden kaderde in een project waarbij elk land dat voldoende vertegenwoordigers had in Seoul (of Korea) één of meerdere folkloristische nummertjes zou brengen, typisch voor hun land.

    Voor België werd er een muzikaal begeleidingsgroepje samengesteld bestaande uit twee gitaren en een tamboerijn (typisch Belgisch toch?). Toevallig waren er nogal wat Waalse medeburgers in het groepje en zij brachten een Waals liedje; "Nos estans firs di nosse pitite patreye". Nous sommes fiers de notre petite patrie, wat ook enthousiast door de Vlamingen meegekweeld werd. Dan werd door de Vlamingen gezongen over dat hutje op de purperen hei met een boom erbij, en Lief heeft kwezelmanieren getoond en aan de Koreanen gedemonstreerd hoe je een sjaal moet haken, ofte "crocheteren". Zij weigerde te dansen, ook niet in ruil voor een ei of voor een koe, maar ons kwezelke liet zich op het einde toch verleiden tot een danske... met mij!...

    06-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    05-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Uitstapjes

    Behalve concerten bezoeken en zelf optreden maakten we ook wel eens een uitstapje zoals elke zondagstoerist. Heel dikwijls werd dat gedaan samen met Madame Kim, de Belgische echtgenote van Mister Kim, een authentieke Koreaan. Madame Kim, die eigenlijk Claire heet, was de senior secretaresse van de Belgische ambassade. Ze had twee zonen die toen voorzichtig teenager konden genoemd worden. Een Il Yong en een Billy! En ze hadden een poes als huisdier. Dikwijls mocht Coco mee naar Madame Kim. De poes probeerde dan elke keer om Coco te pakken te krijgen en de stomme papegaai wist duidelijk niet dat een kat een levensbedreigend dier is voor domme vogels. Als Coco dan probeerde om met zijn klauw de neus van de poes te aaien, brak elke keer weer herrie los. Een onmogelijke strijd waar nooit verliezers of winnaars uitkwamen, want Coco zat altijd, voor alle veiligheid, in zijn kooi!

    Ok, ja, Coco ging dikwijls mee op bezoek bij de kennissen. Dat deed hij graag. Hij zat dan in zijn kooi, achteraan in de auto, rond zijn stokje te draaien. Dat was een teken dat hij in zijn nopjes was.

     's Zondags reed de familie Kim regelmatig, samen met ons en met nog een gemengd koppel, Duits - Koreaans, ergens naar den buiten en organiseerden daar een picknick op Koreaanse wijze. Mr Kim bracht zijn typisch Koreaans kacheltje mee waarin een aangepast soort steenkoolbriketten brandde. Volgens hem was dat een geschikte brandstof om vlees op te roosteren. Dat vlees was ofwel varkensvlees of rundvlees, in flinterdunne plakjes gesneden. Dit vlees werd eerst gemarineerd in sojasaus, sesamolie, suiker, gehakte gember en gehakte knoflook en ten slotte werd er rijkelijk zwarte peper over gestrooid. Het vlees mocht daar minstens enkele uren in trekken!

    Ter plaatse, waar de picknick gehouden werd, stookte Mr Kim zijn vuurtje op, tot het lekker gloeide en de plakjes vlees gingen dan gedurende enkele seconden op het rooster boven het gloeiende blok. Dus enkele tellen roosteren aan een kant en nog een paar tellen roosteren aan de andere kant. Zo bakte Mr Kim het vlees voor iedereen. Om de minuut kregen we een dun lapje vlees op ons bord geschoven, waar al wat rijst opgeschept was, en een portie sla die van thuis was meegebracht... en de kimchi, niet te vergeten! Rijst was voordien reeds op het kacheltje gekookt terwijl de steenkoolbriket opwarmde. Mr Kim zelf, at als laatste en zorgde er voor dat er geen kruimeltje meer overbleef.

    Dan kwamen de flessen whisky of dergelijke, of koele flessen bier te voorschijn.

    Nooit heb ik geweten dat er bloednuchter terug naar huis gereden werd. Madame Kim werd wel elke keer gepromoveerd tot bestuurster van dienst. Gelukkig maar!

     Een andere keer zouden we naar zee trekken om te picknicken. Een tentje opzetten vlak aan de waterlijn, een vuurtje stoken van wrakhout en dan op zoek gaan naar iets om te eten want aan zee eet je geen vlees, maar... juist ; vis! Al snel hadden we door dat als je je blote voet zo ongeveer een halve meter diep in het natte zand wurmde, je af en toe iets hards voelde, iets als een steen... Maar dat waren geen stenen maar een soort schelpdieren... die wij gemakshalve "clams" noemden. Clams eten is eenvoudig. Je neemt je zakmes en breekt de schelp open en slurpt het beest eruit.

    Iets wat je je hier niet kan voorstellen; maar er kwam net een visser uit zee in een klein bootje, en die manoeuvreerde moeizaam zijn boot het strand op. De visser had een paar grote kanjers van mij onbekende vissen bij, maar Mr Kim - hij was de baas van de keuken - koos voor de drie grote pijlinktvissen die de visser gevangen had. Inktvis is zeer geliefd bij de Koreanen. Ook octopus, die rauw gegeten wordt. Misschien onder invloed van de Japanse keuken?

    De pijlinktvis, of calmar, zou een lekker hapje worden. Met een paar flesjes soju er bij om alles door te spoelen.

    Nu stond er een klein pannetje gevuld met water plus een scheut zeewater op een gasvuurtje. De inktvis werd in stukjes gesneden, de tentakels bewogen hierbij nog een beetje. Er ging wat sojasaus in een kommetje met een scheut azijn erbij. En nu soppen maar. Een stukje inktvis met behulp van je chopsticks gedurende een paar seconden in het pannetje met kokend water dopen, daarna in de sojasaus, en hop. Als je een stukje van de tentakels nam kleefde dat zich met zijn zuignappen vast aan de binnenkant van je kaak. Als alle inktvis op was kreeg ieder nog een slok van het ondertussen wel zeer zout geworden kooknat als afrondend soepje. Maar dat was dan weer een goede aanleiding om nog maar eens een fles soju open te maken.

     Iets gelijkaardigs overkwam me toen we een eiland zouden bezoeken dat juist zoals de Mont-Saint-Michel in Normandië een eiland was bij hoog water, maar waar je te voet kon naar toe wandelen bij eb. Op het eiland was een oud klooster of kasteel om te bezoeken, ik weet het niet meer, want ik ben nooit tot daar geraakt. 's Morgens zeer vroeg reeds moesten we opstaan om zo op het droge al wandelend tot aan het eiland te kunnen gaan en toch nog tijdig terug te zijn voor de lunch, voor het tij weer te hoog zou opkomen.

    Na een paar honderd meter lopen zag ik dat er Koreaanse vrouwtjes iets aan zoeken waren op de nu droog liggende zeebodem. Ik wist direct wat ze zochten: oesters!.

    Zodanig ben ik nooit aan de andere kant geraakt want ik bleef plakken aan een oesterbank. Toevallig had ik een Zwitsers zakmes bij me, en meer heb je in zo een geval niet nodig.

     Gekookte ham en zalmen maken

     Behalve pensen, salami en kaas heb ik ook geleerd om gekookte ham te maken.

    Er waren wel blikken ham verkrijgbaar, ingevoerd door de Amerikanen, “SPAM” genaamd. Omdat dit product uit blik amper eetbaar is, vind ik het woord SPAM perfect gekozen om er de ongewenste rommel op je PC mee aan te duiden. Want rommel was het, die SPAM uit blik. Er bestond nog een tweede kwaliteit, een Koreaans namaakproduct dat helemaal niet te vreten was.

     Dus zelf ham koken was toen de enige oplossing om iets te bekomen dat wel lekker was! Eigenlijk is het zelfs niet zo moeilijk, toch niet als je in Korea woont en als de omstandigheden daar wel een beetje anders zijn dan in België op een appartementje. Maar er stelt zich de vraag of het wel de moeite loont om ook zelf ham te maken?

    Als de mogelijkheid bestaat: doen!

     Maar voor het koken van ham en het roken van zalm moet ik mijn verhaal beginnen op het ogenblik dat we in de stad Gummi, aankwamen en daar resident zouden worden in een hotel.

     Tijdens het vierde jaar dat we in Korea woonden werd ik door Bell overgeplaatst naar de fabriek van Samsung die gelegen was in Gummi. Een middelgrote stad op ongeveer 250 kilometer ten zuiden van Seoul.

    Gummi was en is nu nog de stad waar alle elektronische en andere industrieën samen gegroepeerd zijn. De Koreanen noemden de stad daarom ook Korean Silicon Valley.

    Samsung, Daewoo, Huyndai, SsangYong, zijn enkele van de gekende concerns die er gevestigd zijn.

     Wij werden er gelogeerd in een groot hotel, gelegen midden in een bosrijke omgeving. Tijdens de weekends was het er altijd druk door de vele toeristen die er kwamen om te genieten van de rust, van de mooie natuur en om te wandelen. De firma wilde ons niet in een lokaal huisje logeren omdat het risico op koolmonoxidevergiftiging niet denkbeeldig is als je ondeskundig een huis verwarmt met "ondol", een verwarmingssysteem met steenkool. En wij waren inderdaad geen deskundigen want het systeem dat "ondol" heet, bestaat in Europa niet. Jaarlijks gebeurden er in Korea trouwens heel veel ongelukken door koolmonoxide-uitwasemingen. De kranten stonden er telkens weer vol van.

     Dus we verhuisden naar een hotel waar we gelogeerd werden in een grote "suite". Alles in het hotel was een beetje aftands maar het was er best aangenaam leven. Geen onderhoud te doen en het eten staat altijd klaar in het restaurant. Ik werd gebracht en opgehaald, van en naar het werk bij Samsung, en dat door een vrouwelijke autobestuurster, iets ongewoons in Korea. Haar naam was miss Lee. Er was maar één probleem. Miss Lee kon "haar poten" niet thuis houden en gedroeg zich dikwijls vrij handtastelijk in de auto. In een personenauto ga je dan als passagier achteraan zitten, maar dan wilde zij niet vertrekken. Miserie, miserie, zou Jaak Van Assche nu zeggen. Gelukkig was de personenwagen dikwijls bezet en dan voerde zij mij weg met een heuse toerautobus waarin plaats is voor veertig passagiers. Daar was ik dan veilig voor haar klauwen!

     Ondanks de kapsones van Miss Lee begint na een tijdje toch de verveling lichtjes toe te slaan!.

     Ik had wel mijn zilversmidatelier geïnstalleerd en Lief kon lange wandelingen maken langs klaterende bergriviertjes, maar in het stadje zelf was niets bijzonders te beleven. Gummi was een "slaapstad".

    In de onmiddellijke buurt was ik voordien reeds een paar keer geweest, goed vermomd als Sinterklaas, bij Jules en Marieke Loontiens. Jules behoorde tot de staf van Bell en beiden waren reuzegezellige en sympathieke mensen. Zij hebben ons ook in contact gebracht met weer een missionaris, maar deze keer was het geen Belg maar een Duitser. Hij heette Herbert en behoorde tot de orde van de Benedictijnen. De voertaal was Engels... en af een toe een woordje Duits.

    We waren nu voor de tweede keer bevriend geworden met een missionaris en of alle missionarissen zo zijn, ik weet het niet, maar het resultaat was wel dat we nu nog altijd niet bekeerd zijn, maar we hebben met en door Herbert veel dolle pret beleefd!!!

     Herbert was de pastor van een kleine parochie. Die parochie was een paar kilometer verwijderd van het hotel waar wij logeerden. Met de bus en gedeeltelijk met een taxi was die afstand vlot te overbruggen. Een half uurtje of zowat.

    Herbert woonde in een klein huisje en had een jong meisje in dienst dat voor hem wat huishoudelijk werk deed, onder andere de kook. Er was ook een oude man, hij zag er toch oud uit, die in de dag betonnen snelbouwblokken maakte. Dat bleek de bron te zijn van Herbert's inkomsten. Van de giften van zijn parochianen kon hij amper nieuwe knopen kopen om aan zijn broek te zetten. Zo beweerde hij toch. Ook heeft hij geprobeerd om aardappelen te kweken op een lapje grond dicht tegen zijn huisje. En wist hij te vertellen: ik heb de aardappelen in de lente geplant en toen ze geoogst werden zijn er evenveel uit de grond gekomen als ik er in gestopt heb. Dus aardappelen kweken deed hij niet meer.

     Al vlug waren we goed bevriend met Herbert. Het meisje dat voor hem kookte vroeg of ik haar niet een beetje kon helpen, of tips geven, om gerechten te koken die Herbert speciaal lekker zou vinden. Zo viel de eerste keer het Duitse woord "schinken", gekookte ham.

     Volgens mij moet een gekookte ham een lichte rooksmaak hebben, (mijn smaak zeg ik wel...).

    Zo ontstond het idee om een rookschouw te bouwen. Dat ging perfect op Herbert's domein. Er waren de nodige betonblokken om in een paar tellen een klein hokje te bouwen waarin kon gerookt worden en ik zag mezelf daar ook al zalmen in roken. Dat was het begin!

     Voordien in Seoul had ik al een poging ondernomen om zalm te roken maar dat lukte niet goed omdat het kastje waarin ik rookte te klein was en dus te warm werd binnenin. Makrelen roken daarentegen ging dan weer heel goed. Dat eerste metalen rookkastje werd gemaakt op de school van Don Bosco maar nadien is het in de vergetelheid geraakt en verdwenen.

     Het rookhok werd nu gebouwd met betonblokken. Er bovenop kwam een schuin liggend dak, een zinken golfplaat die dienst deed als afdekking en er werd een houten balk in gemonteerd waar het te roken materiaal kon aan opgehangen worden. Een rokend vuurtje werd aangemaakt in het speciaal type Koreaans kacheltje en de rook die daar uitkwam werd door een brede afvoerbuis naar het rookhokje geleid. Het kacheltje kon van plaats verwisseld worden naargelang van waar de wind kwam en zo hadden we een pracht van een rookinstallatie gebouwd!. De oude man was de "watchman". Hij lette op het vuur zodat er niets te heet werd en dat de vuurhaard constant bleef roken... en hij deed dat goed!

     Om een gekookte ham te maken moet de ham eerst gepekeld worden. Dat heb ik gedaan in een sterke pekel die gemaakt was van water met zeezout en daar allerlei kruiden bijgegooid. Wat ik toen juist gebruikt heb aan kruiden weet ik niet meer, er was nogal wat lokaal spul verkrijgbaar. Een echte ham ofte "hesp" zouden we niet maken, dat zou veel te veel zijn en ook te moeilijk om te verwerken. Dus heb ik een groot stuk vlees gekocht, gesneden uit een varkensham, een groot stuk varkensgebraad zouden we nu zeggen, en dat stuk werd gebruikt als zijnde een ham. Er lag nog wel een stevige laag vet op het vlees. Nu een ramp voor de doorsnee consument maar dat betekent wel dat zulk vlees ook veel smaak heeft. Moderne ham van nu smaakt naar niets. Mr Herta?

     Het vlees heeft ongeveer 24 uur in de pekel gelegen en daarna nog een paar dagen, zelfs een week lang in de koelkast, om het zout gelijkmatig in gans het stuk vlees te laten doordringen. Dan ging de "ham" in de "rookkamer" voor 24 uur en daarna heb ik ze "gekookt" in een kruidenbouillon gedurende een tweetal uur. Dergelijk stuk vlees mag niet echt koken. Het kookvocht mag niet warmer worden dan ongeveer 80° C, anders droogt het vlees uit omdat de vleessappen er dan uit lopen.

     Ten slotte wilde ik de ham persen om ze nadien vlot te kunnen snijden maar ik vond niets dat zwaar genoeg was om als pers te fungeren en dan hebben we de "ham" in een metalen kom gelegd met een plankje daarop en de ham onder de poot van ons bed geschoven in het hotel.

    Prachtig geperst was die hesp de volgende morgen en wij hadden goed geslapen met de voeten lichtjes omhoog.

     De volgende dag konden we reeds ondervinden dat het een lekkere ham was. Herbert was tevreden over mijn kookkunsten.

     Toen ben ik begonnen met het roken van zalmen ...

     In Korea waren zalmen vrij gemakkelijk verkrijgbaar. Maar altijd als hele vis. Om gerookte zalm te maken was dat geen probleem, daarvoor heeft men de hele filets van zalm nodig. Het soort zalm dat in Korea verkrijgbaar was, is dezelfde soort als die in de VS voor komt. Een andere soort als de Atlantische zalm. Minder vet en dus een ietsje droger. Maar om te roken was die zalm perfect.

    Na enig zoekwerk hadden we ergens in de stad een grote openbare vismarkt ontdekt en daar kon je gemakkelijk zalmen krijgen. Na een tijdje ging Lief zelfs helemaal alleen (met chauffeur) zelf zalmen kopen. Iets wat ze nog nooit gedaan had en nadien ook nooit meer gedaan heeft!

     Ik fileerde die zalmen dan in de keuken bij Herbert en bestrooide de filets daar met fijn zout. Dat zout mocht dan een hele namiddag intrekken en 's avonds gingen de zalmfilets mee naar het hotel om daar bestrooid te worden met grof zeezout, om zo een nachtje in de badkuip uit te lekken. Het zout trekt vocht uit het visvlees! Dit uitlekken was niet te riskeren bij Herbert thuis want het liep daar vol verwilderde honden en katten die alles kwamen stelen wat er ook maar te vinden, en liefst ook te eten was. Ook moeten de filets regelmatig gedraaid worden. 's Morgens gingen de zalmen dan uit het bad, en wij er in! In het eerste appartement heb ik ook eens levende forellen in de badkuip gehouden, toch voor twee dagen, tot er heftige ruzie ontstond met Lief. De forellen verloren de strijd en zijn dan de diepvriezer in gegaan.

     De volgende dag gingen de zalmfilets dan weer naar Herbert, naar de rookkamer. Vierentwintig uur roken in "koude" rook leverde een prachtige, lichtjes gekleurde, niet zoute zalm op. De oude man verstond de kunst van het roken, ondanks het geen techniek is die zij in Korea kennen. Eens het systeem perfect werkte, verkocht ik ook zalmen aan de kok van het hotel. Wat die er mee deed weet ik niet maar op de menukaart van het hotel was geen gerookte zalm te vinden. Trouwens gerookte zalm was een onbekend product bij de Koreanen.

     Dit maar om aan te geven dat we ook met het hotelpersoneel goed overeen kwamen. Als ik bijvoorbeeld een auto wou hebben moest ik het maar vragen en dan kreeg ik een minibusje. Een "Bongo", een model van Hyundai dat hier in België nooit ingevoerd werd.

    Met die Bongo-bus stond ik eens ergens geparkeerd in Gummi, te wachten op iemand. De radio stond aan en ik probeerde om een zender te vinden die een beetje aanvaardbaar muziek uitzond. Plotseling vond ik een zender waar perfect Frans gesproken werd. Na aandachtig luisteren bleek het pure communistische propaganda te zijn. Toen ik probeerde om dit voorval aan een paar Koreanen bij Samsung te vertellen werd ten stelligste beweerd dat zoiets onmogelijk kon zijn!

    Wat daar toen gebeurde, is nog steeds een mysterie.

     Maar we waren zalmen aan het roken...

    Voorts diende die zalm als presentje als we ergens uitgenodigd werden. En dat werd meer op prijs gesteld dan een bosje bloemen. Ook ten tijde van de bloedworsten nam ik dikwijls enkele bloedworsten mee als cadeautje voor de gastvrouw of -heer.

     Wijzelf en Herbert aten ook regelmatig zalm, uiteraard! Wij waren stilaan het voedsel van het hotel beu geworden, het was ten andere niet van echt goede kwaliteit, en ik kookte nu dikwijls in de kamer ons eigen potje. Met als enige kookapparatuur een elektrische braadpan met deksel en thermostaat. Dus als ik wat maakte waren het eenpansgerechtjes of koude schoteltjes.

     Lief moest daarvoor in de loop van de dag naar de markt om het nodige aan te kopen want ik was bezet in de fabriek. Boodschappen doen, iets wat ze nog nooit gedaan had en ook niet graag deed omdat ze, eerlijk waar, van de basisgrondstoffen niet al te veel af kende. Mijn schuld, ik heb het haar ook nooit geleerd! Maar zalm kon ze reeds perfect aankopen.

     Dan wou ze op zekere dag op de markt een fazant kopen. (Dat kon in Korea) De verkoper probeerde om haar een mooie kleurrijke fazantenhaan te verkopen maar Lief moet mij ooit horen zeggen hebben dat de fazantenvrouwtjes beter zijn omdat ze malser vlees hebben en ze wilde dus geen mooie mannetjesfazant maar een "smakelijke" vrouwtjesfazant. Er moet zich daar op de markt een heroïsche strijd afgespeeld hebben tussen de verkoper en Lief. Zij wou een vrouwtje en de verkoper wilde alleen een haan afstaan. Ik had er willen bij zijn... en we hebben fazantenhen gegeten!

     Een andere keer wilde ze een levend konijn kopen voor Herbert, zo maar als geschenk, zodat hij er later kon mee kweken. Het was enkele dagen voor ons definitief vertrek naar België en dat zou dan een mooi afscheidscadeau geweest zijn... Een konijnenmoer!

     Om voort te kweken heb je een vrouwtje nodig, dat is ook zo bij de konijnen! Lief gaat dus een vrouwelijk konijn kopen. Maar eens op de markt wist ze niet hoe een vrouwtje te vragen. De verkoper verstond wel het woord "rabbit" en dus vroeg Lief dan maar een "mama rabbit"!. De verkoper gaf haar een konijn, maar was dat nu wel een vrouwtje??? Ze twijfelde aan de eerlijkheid van de verkoper. Daarop heeft ze gevraagd: show me if it is a mama! Ik zou zelf het verschil niet zien tussen een mannetjes- en een vrouwtjeskonijn denk ik! Weken nadien kregen we een brief van Herbert met de mededeling dat "mama rabbit" perfect haar taak volbracht had!.

    05-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    04-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nu het toch over afscheid gaat...

    Op zekere dag vraagt Herbert of ik een maaltijd zou willen bereiden, een feestmaaltijd, voor zijn verjaardag omdat die in aantocht was. Zo kon hij zijn "confraters" eens uitnodigen, iets wat hij voordien niet kon wegens financiële redenen en wegens het vele werk dat daaraan verbonden is. We spraken een datum af. Er zouden een twaalftal personen aanzitten, aan het banket... zoals Toon Hermans het zegde.

     Een week of zowat voor het feestje bij Herbert zou doorgaan krijg ik een bericht van Bell dat mijn termijn in Korea erop zat en dat het nakende vertrek voorzien was op... de datum weet ik niet meer maar het was wel vóór het feestje bij Herbert gepland was!

     Ik heb me toen in allerlei bochten gewrongen om de firma te overtuigen dat ik op het spoor was van een ernstige softwarefout. Dat was wel (gedeeltelijk) waar. Dat ik daar een week zou voor nodig hebben om dit probleem op te lossen... en dat was een beetje gelogen! Ik kende de oplossing al lang... maar ik had het verslag daarvan nog niet doorgegeven.

    Maar mijn plan lukte, het vertrek werd een week uitgesteld en het verjaardagsfeestje bij Herbert kon nog tijdig doorgaan en tegelijk werd het ook een beetje ons afscheidsmaal.

    Toen het verjaardagsfeest doorging, het was een middagmaal, zaten er dus twaalf paters (ik wilde al apostelen schrijven) aan tafel. Ook de Koreaanse keukenmeid en de oude man; de specialist in betonblokken maken en zalmen roken. Lief zou op professionele wijze de bediening van de gasten verzorgen... en ik stond weer in de keuken!...

     Aan tafel zat ondermeer de oude "father Thomas". Of hij een "ongelovige Thomas" was, is niet geweten maar hij werd dikwijls door zijn confraters geplaagd wegens zijn naam.

    Speciaal voor hem had ik een heldere kippenbouillon gemaakt... op aanvraag van Herbert, welteverstaan! Die bouillon was gemaakt van kippenpoten. De looppoten van de kip, niet de billen!!! Die poten had ik ontdekt op een heel klein buurtmarktje. Herbert had aan zijn medepaters reeds verteld dat de soep gemaakt was van kippenpoten, waarop allen ongelovig reageerden. Maar dat alles was opgezette poppenkast.

    Toen Lief de soep ging uitscheppen, kreeg elke pater zijn kommetje gevuld, en puur toevallig kwam er een gekookte kippenpoot in het kommetje van father Thomas terecht. Elf paters zaten schuddebuikend te lachen. De twee Koreanen begrepen er niets van.

     Nog even terzijde vermelden dat op het marktje waar de kippenpoten verkocht werden ook hanentestikels te koop waren en het grootste spektakels was een verkoper die een opengesneden beer (je leest juist, een beer) voor zich liggen had, en stukjes vet verkocht, gesneden uit de buik van de beer. Blijkbaar een kwakzalver. Op zo een moment is het echt jammer dat je de taal niet spreekt en geen fototoestel bij hebt. Maar misschien ook gelukkig, want foto's van dergelijke zaken worden niet altijd geapprecieerd. !

     En of de drank tijdens de feestmaaltijd overvloedig vloeide? Zeker en vast wel.

     Korea produceert een behoorlijk lekkere witte wijn maar de rode wijn was spijtig genoeg niet te "zuipen". Er was ook een lokale "whisky" verkrijgbaar maar als je daar wat te veel van dronk begon je hoofd drie dagen nadien spontaan opnieuw te bonken als je er alleen nog maar aan dacht. De volksdrank was "soju" een heldere drank, doorzichtig als water. Het spul was trouwens verpakt in flesjes als ware het mineraal water. In het begin waren er vele die "soju" gekocht hebben in de supermarkt in de waan dat ze mineraal water bij hadden. Soju is een gedistilleerde drank die meestal gemaakt wordt van rijst maar vaak ook met zoete aardappel, gerst en maniokwortel. Het alcoholgehalte van het goedje bedroeg ongeveer 25 tot 40 procent.

    Je werd er wel stomdronken van en je kreeg er ook garanti een "king size headache" van! De drank van het laagste allooi was "makkolli", een melkkleurige rijstwijn. Het alcoholgehalte zou maar vier à vijf procent geweest zijn maar de Koreanen werden er toch behoorlijk dronken van. Aziaten verdragen veel minder goed alcohol dan Westerlingen, dat is bewezen!

     Als een groep Koreanen op uitstap ging in een huurautobus werd eerst en vooral de bus volgestouwd met grote kruiken "makkolli". Die werd tijdens de rit dan soldaat gemaakt. Als je toevallig tussen zo een bende zatte feestvierders terecht kwam was je gezegend, dat kan ik je verzekeren!

    En bier, hoor ik sommige nu denken. Wel dat was er. Zeer aanvaardbaar bier zelfs dat in 1920 voor het eerst in het land gebracht werd door Duitse brouwers. Crown was één van de merken, maar vooral populair en misschien ook wel het beste bier was OB. De afkorting van Oriental Breweries. Bier werd altijd gedronken uit de fles. De flesjes moesten op de tafel blijven staan tijdens het gelag, zodat iedereen kon zien hoeveel de feestvierders wel gedronken hadden!

    Een toevallige driver vroeg mij eens, wat ik liefst drink; whisky of bier? Waarop ik in alle eerlijkheid antwoordde dat in dat geval bier mijn voorkeur geniet.

    Maar repliceerde de chauffeur daarop; van whisky wordt je toch veel sneller dronken?!

    Dat is Koreaanse logica! Rare jongens die Koreanen!

     Op zekere dag vertelde Herbert ook eens dat hij soms gegeneerd was. Sinds hij die Belgen kende lagen er altijd stapels lege flessen tegen de achtergevel van zijn huisje. Wat moesten zijn medebroeders daar wel van denken?

     De reebok

     Ook mag ik zeker niet vergeten om de historie te vertellen van de handel in reebokvlees die we opgezet hebben. Weer met hetzelfde doel: de kas van Herbert spijzen.

     Herbert wist mij op een keer te melden dat hij zeer gemakkelijk een soort reebok kon verkrijgen. Het zou niet om een echte reebok gaan maar om een beestje dat er sterk op lijkt, zo wist hij er nog aan toe te voegen.

    Zijn parochianen jaagden op die beesten met de enige bedoeling om het bloed van het dier te drinken omdat ze er van overtuigd waren dat ze daardoor ook heel snel zouden kunnen lopen. Met het vlees deden ze niets. Dit soort bijgeloof wordt signatuurleer genoemd.  - De signatuurleer is een theorie die inhoudt dat uiterlijke kenmerken van bijvoorbeeld planten die overeenkomsten vertonen met delen van het menselijk lichaam, ook een gunstige invloed op dit deel van het menselijk lichaam zouden hebben. De keren dat het toevallig klopt, berust op louter toeval. Hier was het dus de kracht van het dier vervat in zijn bloed. Dus als ik het bloed van het dier zal opdrinken zal dit bloed er voor zorgen dat de kracht in mij overgaat. Kannibalen eten hun medemens op wegens dezelfde manier van denken -.

     Het diertje waar het hier over ging, bleek bij nader toezien geen reebok maar een “muntjak” te zijn, een kleine hertachtige, origineel een in Zuid-China voorkomende hertensoort. Nu vindt men ze zelfs verwilderd in de Nederlandse Veluwe naar het schijnt. In Engeland worden ze al lang gekweekt voor de jacht. Het is een klein hertje, ongeveer zo groot als een uit de kluiten gewassen hond en vooral opvallend zijn de twee scherpe lange tanden die uit hun onderkaak omhoog steken.

     Goed, elke zondagmorgen werd een gevangen muntjak binnen gebracht bij Herbert. Het dier werd gevangen in een strik zodat het lichaam onbeschadigd was. Maar wel perfect leeg gebloed. Ik ontdeed het dan van de huid en verwijderde de ingewanden... In het buitenland moet je één en ander kennen en kunnen om te overleven! Het vlees mocht daarna de hele nacht "besterven". Dat gebeurde in de slaapkamer van Herbert, want de buitenwereld was erg belust op vers vlees. De naam van de roofachtige, op vlees beluste onverlaat, was hond of kat!

     ’s Anderendaags probeerde ik dan het hertje te verkopen. Dat was vrij eenvoudig. Ik werkte toch in de telefooncentrale!? En ik kende de software van die telefooncentrales, bij manier van spreken, toch van buiten? Het was dus voor mij een eenvoudig klusje om Herbert’s telefoonlijn taksvrij te zetten zonder sporen na te laten. (Op een slinkse manier door enkele bits te wijzigen in het computergeheugen!) Zo belde ik de dames van alle “notabelen” van Bell Telephone en de secretaresses van diverse ambassades op om porties van de “reebok” te verkopen.

     Een boutje voor mevrouw zus en een stukje van de rug voor mevrouw zo, en een kilootje ragout voor die knappe secretaresse van den ambassadeur, plus enkele koteletjes voor de meid, enzovoort. Ik noteerde nauwgezet de bestellingen en ging dan op maandagavond het beest versnijden in de gewenste porties.

    Alles werd dan netjes verpakt in boterpapier dat we speciaal voor dit doel gekocht hadden, en de bestellingen werden in een reistas gestopt. ('t Was een groene tas van de BBL, de toenmalige Bank van Brussel Lambert, nu ING geworden) Deze reistas ging ‘s nachts in een koelkast van het hotel waar wij woonden. Aan de receptie van het hotel vertelde ik elke keer dat er mensenvlees (yang gogi) in de tas stak. Ze hebben het nooit gecontroleerd!

     Dinsdagmorgen vertrok Lief dan met de langeafstandsbus naar Seoul om alle pakjes af te leveren aan de juiste bestemmeling. Aan de busterminal in Seoul stond de auto van de Belgische ambassade haar op te wachten en met dezelfde auto werd alle vlees netjes afgeleverd op de juiste bestemming.

    De ambassade stelde die auto ter beschikking van Lief omdat er nog altijd een regeltje bestaat dat zegt: voor wat, hoort wat! Daar kom ik later nog wel op terug, maar de ambassadeur die er toen was, was ons, vooral Lief, heel goed gezind. In een auto van de ambassade was Lief ook veilig tegen eventuele ongewenste nieuwsgierigheid. Want illegaal geslacht vlees verkopen was ook in Korea niet toegelaten!

     Hoeveel winst de verkoop van het dier opleverde weet ik niet meer maar het was een zeer rendabele bezigheid, dat kan ik met zekerheid vertellen. Neem maar aan dat de aankoopwaarde van het beestje minstens verhonderdvoudigde! Een mens mag tien procent verdienen, niet waar? Lief trok haar gemaakte onkosten van bus en eventuele taxi er af en het resterende bedrag ging in de parochiekas van Herbert. Voor Lief was het een gezellig dagje uit geweest en de volgende dag aten we, als er waren, samen met Herbert de restjes van het vlees op!

    En ik kan je verzekeren, muntjak is lekker, heel lekker, net reebok!

     Het tweede hondenbanket

     Ook was er nog het legendarische tweede hondenbanket.

     Na de eerste hondensoep bij de paters in Seoul is er nog een tweede sessie gekomen, nu bij Herbert in Gummi.

     Weer hetzelfde scenario als vorige keer. Nu had de oude man, - die van de betonblokken -, een restaurant gespecialiseerd in hondensoep, "poo shin tang", gereserveerd. We waren met een twintigtal personen die hondensoep wilden proeven en het restaurant was voor alle andere bezoekers gesloten. Herbert en de oude man waren natuurlijk ook uitgenodigd.

    Ongeveer driekwart van de gasten waren daarvoor speciaal uit Seoul gekomen. (250 km daar vandaan). Een paar vrienden van vroeger en een groot deel van het personeel van de Belgische ambassade. Ook Helmut Schmidt en zijn vrouwtje waren aanwezig. Helmut is de Duitser die mij het idee bezorgde om bloedworst te fabriceren. Iedereen kon overnachten in hetzelfde hotel waar wij reeds lang voordien onze intrek genomen hadden.

    Helmut maar vooral zijn vrouwtje dachten dat de uitnodiging als grap bedoeld was, hond eten, grapje zeker?! Zij zijn verontwaardigd terug naar het hotel gegaan en eens terug thuis hebben ze hun poedeltje nog eens extra vertroeteld. Maar we zijn vrienden gebleven!.

     Bij deze gelegenheid mochten ook de vrouwen meekomen, het restaurant was toch gesloten voor het gewone publiek en daarom mocht het voor één keer. Maar de vrouwen kregen geen hondensoep, voor hen was er ragout van geit voorzien. De regels zijn zeer strikt. Hondensoep is niet voor vrouwen, zo simpel is dat. Een vrouw eet geen hond! (Hond voor de bokken en geit voor de geiten???)

     Het was weer dezelfde ervaring als d e eerste keer: lekker is anders! Misschien zit het toch tussen de oren, maar we hebben het weer eens meegemaakt en een memorabele avond beleefd. De vrouwen waren gelukkiger, zij vonden de geitenstoverij best smakelijk.

    Herbert en de oude Koreaan hebben er zeker en vast van genoten. Wij ook en vermoedelijk had de alcohol daar wat mee te maken!

    Volgens de baas van het restaurant moet er bij hondensoep een speciale witte alcoholische drank geserveerd worden, een drank van Chinese origine, die je in één teug moet opdrinken. Kaoliang voor de Chinezen, Gaoliangjiu in het Koreaans, in een verstaanbare taal; sorghumwijn, met een alcoholgehalte van 58°. Ad fundum!

     Raar aan het drankje was dat het afschuwelijk slecht smaakte, maar des te meer je er van dronk, des te beter begon het te smaken. Na elke slok moest je luid "kampei" roepen... en er zijn nogal wat "kampeis" gepasseerd.

     Op een zeker ogenblik komt de serveerster, of was het de eigenares, de zaal binnen met een klein schaaltje met daarop een langwerpig stukje vlees, iets als een worstje. Zij vroeg wie de eregast was ! Ogenblikkelijk ging er bij iedereen een alarmlampje knipperen, die Koreanen eten dan ook alles… alarm!

    Na een korte beraadslaging hebben we de oude Koreaan tot eregast gepromoveerd, wat zeker geen slechte keuze was. Hij was de oudste van het gezelschap en had toch het feestje geregeld en zo paste dit perfect in de Koreaanse geplogenheden.

    De man kreeg dus het lekkere hapje. Ik zie nog altijd het beeld voor mijn ogen van de man die het verdacht stukje vlees tussen zijn chopsticks smakelijk zit af te knagen. Er bleek een beentje in het worstje te zitten. Was het dan toch niet wat we dachten dat het was?

    Toch! Het was de penis van de hond maar er was een beentje ingestopt om het stukje vlees recht te houden. Grote hilariteit bij de vrouwen die nu naar eigen zeggen, eindelijk begrepen hoe de grote truc in mekaar zit.

    Ik heb het beentje later meegenomen naar België en daar door een slager laten controleren op de oorsprong. Hij wist het niet onmiddellijk maar dacht dat het om het scheenbeen van een geit kon gaan, waarschijnlijk juist gedacht. Ik heb dit "penisbeen" nog lang in mijn bezit gehad maar ben het nadien kwijtgespeeld.

     Jaren later toen het internet algemeen toegankelijk werd en steeds meer informatie vrijgaf, ontdekte ik plotseling dat een "penisbeen" werkelijk bestaat! Maar in "onze" penis (die van de hond bedoel ik) zat wel degelijk een geitenscheenbeen. Het was niet het natuurlijke bot.

     Dit zegt Wikipedia : Het penisbot of penisbeen (baculum, os penis) is een bot dat wordt aangetroffen in de penis van veel zoogdiersoorten, waaronder een groot deel van de roofdieren en knaagdieren en enkele soorten primaten. Bij andere zoogdieren, waaronder buideldieren, hyena's, haasachtigen en de mens, ontbreekt het penisbot.

     Sommige diersoorten, bijvoorbeeld verschillende soorten galago's, zijn enkel goed van elkaar te onderscheiden door de vorm van het penisbot. De walrus heeft het langste penisbot, met een lengte van rond de zestig centimeter.

     Hoe iedereen na de braspartij in het hotel gesukkeld is, ik zou het niet weten. Wel weet ik dat er 's morgens één, op de trap van het hotel gevonden is!

    Wat sommigen nog wel wisten, was dat we aan tafel afgesproken hadden dat we de volgende morgen, op zondag, met zijn allen, naar de mis bij Herbert zouden gaan.

    Herbert had zijn "kriegsbemahlung" aangetrokken, zo noemde hij zijn bruine pij, en hij celebreerde zelf de mis.

    Bijna iedereen van de groep was aanwezig en we hadden heel wat bekijks van de Koreanen... Een bende nog duidelijk niet nuchtere bleekneuzen achteraan in de kerk. Half staand, half liggend! White face, long nose!... Misschien nog een walm van alcohol verspreidend.

     In Koreaanse katholieke kerken komt men ook rond met de schaal... vreemd! Een universeel verschijnsel blijkbaar! Herbert wist na de mis te vertellen dat de opbrengst van de "schaal" die zondag wonderbaarlijk gestegen was. Er lagen nu ook briefjes in, veel zelfs, en geen rosse muntjes zoals gewoonlijk.

    04-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    03-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fugu

    Als het over straffe kost gaat… wat nu komt is straffe kost, letterlijk. De fugu!

    Het is die vis, de kogelvis, waar vele Japanners verlekkerd op zijn en deze rare “goesting” af en toe met de dood mogen bekopen.

     Deze vis wordt eveneens verkocht in speciale restaurants die alleen deze vis op het menu hebben staan. De eethuizen zijn van buitenaf zeer gemakkelijk herkenbaar. Zij hebben de opgeblazen “kogelvis” als logo. Een groene bol, bezet met grove stekels.

    De fugu is een vis die zich razendsnel kan volzuigen met water en daardoor de vorm van een grote bol aanneemt. De aanvaller schrikt er zo van dat hij het beestje dan met rust laat. Mocht hij toch opgegeten worden, dan was het ook voor de agressor de laatste aanval geweest.

    De fugu bevat een enorm sterk gif!

     Over de bereiding valt er niet veel te vertellen. De vis wordt in de regel even in een hete bouillon gedoopt maar vooral rauw gegeten als sushi of als sashimi. De lever (of milt) zou het beste stukje zijn maar ook het gevaarlijkste.

    Mister “Oh” onze chauffeur, sprak altijd over fugu als zijnde, danger fish.

    De vis bevat een vergif dat honderden malen sterker is dan cyaankali. (Het vergif dat Agatha Christie met kwistige hand door haar geesteskinderen liet rondstrooien.)

    Enkele milligrammen van dit fugu-gif zijn voldoende om een mens te doden. Een hoeveelheid die de kop van een speld nog niet eens kan bedekken.

    Dit gif bevindt zich vooral in het bloed, de ingewanden en in de geslachtsorganen van de vis. De koks die dergelijke vissen verwerken krijgen een opleiding van enkele jaren vooraleer zij bekwaam genoeg zijn om de vis op de juiste manier voor te bereiden. Vooral het reinigen moet zeer minutieus gebeuren.

    Als de kok faalt bij zijn werkzaamheden dan wordt het een drama. Het klantenbestand van het restaurant daalt daardoor spectaculair. Vooral omdat ’s anderendaags in grote letters in de krant staat hoeveel doden er weer gevallen zijn. Bijna elke dag lazen wij artikelen over restaurant zus of zo, gesloten wegens klanten gestorven na het eten van “blowfish”.

    En die klanten betaalden uiteraard de rekening niet meer! Naar het schijnt zou een portie fugu tussen de honderd en de tweehonderd US dollar kosten. (Nu).

     Voor de kok bleef er maar één oplossing over: hara kiri! In een land als Korea was het verliezen van klanten omdat ze stierven in jouw restaurant een schande die alleen maar kon uitgewist worden door ze zelf in de dood te volgen. Schande over de familie brengen was een ernstige zaak. Zelfs bij een gewone aanrijding tussen twee personenwagens was de eerste taak een doek over de nummerplaat hangen zodat ze onherkenbaar werd!

     Hoe fugu smaakt weet ik niet, ik heb de vis spijtig genoeg nooit gegeten! Ik wilde wel maar het is nooit gelukt. Anders hadden jullie misschien onze avonturen nu ook niet kunnen lezen! Fugu eten heb ik nooit gedaan maar zoals dikwijls, als het gerecht peperduur is en zeker hier, als men het overleefd heeft, dan kan het alleen maar lekker geweest zijn.

    Te vergelijken met truffels. 't Is duur, dus het is lekker. Maar van truffels kan je niet dood gaan.

     De fugu zelf op zijn geheel heb ik dikwijls gezien. De vissen lagen te koop op de centrale grote vismarkt van Seoul. Geel en groen gevlekt, een kilo of vier, vijf per stuk. De twee konijnentandjes in hun muil duidelijk zichtbaar. Ik heb ze zelfs aangeraakt maar daarna voor alle veiligheid toch maar zo goed en kwaad als het ging mijn handen afgeveegd. Je weet maar nooit. Naar het schijnt kan het gif zelfs door de huid dringen.

     Als ik 's morgens juist na zes uur terug kwam van een nachtshift, dat gebeurde af en toe wel eens, ging ik altijd even langs die grote vismarkt die zo 's morgens vroeg in volle activiteit was. Gewoon kijken was al voldoende, de creaturen die daar uitgestald lagen tartten soms elke verbeelding.

    Op een keer wou ik een zalm hebben. Dit was wel helemaal in het begin dat we in Seoul woonden. Zalm heet in het Koreaans zoiets dat als Oooh klinkt. Zoals Mister Oh! Het was 's morgens vroeg en nog schemerdonker. Een verkoper toonde een mooie grote vis en ik begreep iets dat klonk als Oooh...  

    Thuis gekomen bleek ik een heel andere vis gekocht te hebben... Welke soort het was weet ik niet maar we hebben de vis wel smakelijk opgegeten...

     In de telefooncentrale

    Mijn werk in de telefooncentrale zal voor de meesten niet zo erg interessant klinken, maar om de nerds of de techneuten een indruk te geven.

    De centrale was van het type 10 CN. Gestuurd door twee processors die onderling via een "bus" gekoppeld waren. Dus één computer controleerde de andere... maar ze verdeelden het werk onderling. De computers hadden heel originele namen: "A" en "B".

    Het werkgeheugen van de computers was amper 256 K per computer... en een kloksnelheid die draaide rond het miljard. Gans het systeem werkte in "real time", tekens in periodes van 20 milliseconden. Er was geen "harddisk" maar een "drum" wat in feite hetzelfde is. De capaciteit daarvan ben ik vergeten maar dat was zeker niet enorm veel. Nu, tegenwoordig zit een even groot geheugen in een zakrekenmachientje van 5 euro. Maar de software die de machine toen bestuurde was geschreven in "assembler". Dat is een ongelooflijk krachtige programmeertaal waarmee met een minimum aan geheugen een maximum aan snelheid en vermogen kan gehaald worden. Maar... waar ook veel fouten kunnen insluipen! Denkfouten van menselijke oorsprong!

     Nochtans gebruiken alle huidige programmeertalen nog altijd dezelfde principes van de originele assembler. In de software rekenden we 'octaal, dat is rekenen volgens een achtdelig stelsel... Ondanks dat het geheugen van de computer een zestien-bits geheugen was, uitgerust met chips van Intel. Normaal rekenen we in de wiskunde "decimaal", met een tiendelig stelsel.

     Wij schreven de software-instructies in assembler en vormden die dan zelf om tot bits, en die bits werden dan weer omgezet tot 'octale' getallen. Die konden we rechtstreeks in het geheugen van de computer "typen" om zo correcties aan te brengen terwijl de processor "liep". Als alle rode lampjes onmiddellijk aanfloepten, betekende dit doorgaans dat de "correctie" fout was! Fout gedacht!

     Het systeem kon 20.000 telefoonabonnees de baas. Afhankelijk van de hardwarecapaciteit van de centrale kon iedereen gedurende 10 of 15 minuten telefoneren zonder het overbelastingsignaal te krijgen. Die capaciteit werd uitgedrukt in "Erlang". 0,2 Erlang, dat was een krachtige centrale. 0,1 Erlang was normaler. Maar nu ben ik waarschijnlijk Latijn aan het vertellen?

     Over één incident zou ik nog graag verhalen... of twee!

     De eerste stommiteit is snel verteld. Door een foute "input" ben ik er ooit in geslaagd om ongeveer twee en een half miljoen Koreanen zonder telefoon te zetten. Twintig minuten heeft het geduurd vooraleer de noodkreten van het volk ons in de centrale bereikten. Toch is deze blunder afgelopen zonder uitbranders om de eenvoudige reden dat de opdracht mij gegeven was door iemand die hoger in rangorde stond dan ik, de baas zeg maar. Hij moest eigenlijk zelf die aanpassingen uitvoeren maar had geen zin. Daarom mocht ik het doen! Op de koop toe had hij nogal slordig de instructies gegevens. Toen het dan fout liep, kon hij mij niets verwijten want ik had het werk gedaan dat hij eigenlijk hoorde te doen! Daarom hield hij ook zijn mond.

     Een tweede incident was heel wat spectaculairder.

    Een telefooncentrale werkt op een spanning van 48 volt. Altijd en overal! Achtenveertig volt gelijkspanning. Dat is een spanning die ongevaarlijk is, men kan die aanraken zonder dat er iets van gevoeld wordt. Die spanning wordt aangevoerd langs dikke koperen staven van tien centimeter hoog en zeker een centimeter dik, omdat er een enorm grote stroom, dus het vermogen door die "baren" moet kunnen stromen.

    Op een keer waren techniekers van de "hardware" bezig met zulke nieuwe koperen "baar" aan te sluiten. Toen liep er wat fout. Eén kant van de "baar" was al vastgemaakt aan de positieve spanning en het andere einde viel op de tegenpool, de minpool, waardoor er een gigantische kortsluiting ontstond waarin een vermogen ontwikkeld werd dat men zich moeilijk kan voorstellen. Het resultaat was wel te zien. Een enorme rosse steekvlam en er bestond geen koperen baar meer, ze was "opgebrand", gesmolten en in damp vervlogen. In de centrale verspreidde zich een donkere rosse rookwolk en na enkele seconden zag men geen hand voor ogen meer.

     De beide computers knipperden even, eentje viel uit maar startte onmiddellijk weer op. Maar er steeg een rookpluim op uit de computer die nog werkte.

    Men had ons geleerd dat in geval van brand in een centrale er nooit brandweer aan te pas mocht komen want dat die nog meer schade zouden aanrichten dan dat er al was. (water op elektronica!)

    Toen heb ik voor alle veiligheid de centrale afgeschakeld. Dus niemand in de omgeving kon nog bellen. Het roken in de computer stopte en toen heb ik het systeem na een paar minuten opnieuw opgestart. Na vijf minuten draaide alles terug als voordien.

     Enkele dagen later kwam er een "onderzoekscommissie" uit België om te controleren wat er juist gebeurd was. Toen vroegen ze me waarom ik die centrale gestopt had?

    Daarop heb ik in alle eerlijkheid geantwoord dat er ons tijdens de opleiding nooit verteld was, wat er in zo een geval moet gedaan worden. Ik heb er niets meer van gehoord.

     Ietwat grappiger nu. Op een nacht zit ik moederziel alleen in de centrale en was waarschijnlijk een boek aan het lezen (van Cyriel Buysse.) Ik droeg toen altijd een grote lederen tas bij mij, een met een schouderriem, zeg maar een "sacoche". Ik begon zo wat rare streken te krijgen, zie je?!... Daarin stak allerlei varia zoals sigaretten en een aansteker. Ik rookte toen nog. Ook een zakdoek, portefeuille, een notaboekje, nog wat rommel en mijn nachtboterhammetje...

    Mijn tas staat voor mij op de tafel en plotseling begint de tas uit zichzelf te bewegen...

    Even nadenken! Ik had niet gedronken, geen druppel, dus ik zag alles helder. En een tas kan niet uit zichzelf bewegen. Toen ik tot die conclusie gekomen was, kwam er plotseling een rat uit de tas gesprongen...

    Ik heb dan maar honger geleden die nacht want mijn "boke" moest ik niet meer hebben en de tas heb ik grondig ontsmet met Dettol!

     Enkele dagen later begon één van de computers heel rare dingen te doen. Vermits de tweede computer, "B", dat onmiddellijk ontdekte, deed deze de foute computer dadelijk stoppen. Maar dat betekende wel dat er iets heel erg mis aan het lopen was.

    Gelukkig was het mogelijk om de slecht functionerende computer uit te schakelen, de andere deed dan het werk wel alleen.

    Een snelle controle gaf onmiddellijk de verklaring: één of ander knaagdier had zijn woonkamer geïnstalleerd boven op de printplaten waarop het geheugen van de computer gemonteerd was. De resten van het beest zijn ontbijt waren nog duidelijk terug te vinden. Stukjes brood, een halve appel, snippers zilverpapier van de chocolade die mijn collega gisteren kwijt gespeeld was. Het beest had wel nette toiletmanieren want al zijn keutels lagen mooi in een hoekje bijeen en zijn gele pipi kleurde het computergeheugen kanariekleurig.

    De boef in kwestie was kennelijk een rat!

     Enkele uren later zagen we inderdaad een rat door de centrale lopen... mogelijk op zoek naar de chocolade die wij als eerste hadden weggehaald uit het geteisterde computergeheugen.

    Iemand heeft een foto van de rat gemaakt, juist toen hij kwam piepen van onder de computer. De fotograaf heeft er ook er een naam bij verzonnen. 't Werd Freddy, Freddy de Rat! Ik herkende onmiddellijk het beest als zijnde de snoodaard die aan mijn boterham gebeten had.

    Een familieverpakking rattengif heeft de wandaden van Freddy vroegtijdig gestopt.

    De schade die het mormel aangericht had, beliep rond het miljoen Belgische frank zo wist de firma nadien te melden.

     Nog eentje. Op een andere nacht hoorde ik een raar gestommel in de centrale. Hoogst ongewoon want ik was daar helemaal alleen... dacht ik toch.

    Even gekeken en het bleek een persoon te zijn van Koreaanse origine en hij stond blijkbaar niet erg stevig op zijn benen.

    Aan zijn uniform te zien was hij de "watchman", een nachtwaker die misschien zijn verplichte ronde aan het doen was maar onder invloed van de alcohol zijn weg verloren was in het gebouw.

    Hij had een fles in de ene hand en een glas in de andere. Hij lalde wat en zelfs mocht hij perfect Koreaans gesproken hebben, ik zou er evenveel van begrepen hebben als nu, niets dus!

    Hij vertrok zijn mond in een grimas en probeerde iets uit te brengen dat op "drink" moest lijken. Hij plofte het glas, waar duidelijk alle vierentwintig zijn collega's al eens uit gedronken hadden, voor mijn neus en vulde het met een heldere drank uit de fles. En zonder te morsen.

    Drink, commandeerde hij weer. Het goedje was, denk ik, een Chinese alcohol, kaoliang genoemd, iets wat afschuwelijk smaakt en waar je direct paardendronken van wordt.

    Hij nam zelf ook nog een slok en is dan zwijmelend verder getrokken.

     Nog een laatste!

    De avond voordien was het weer ergens feest geweest en de volgende morgen waren onder mijn schedeldak twee kameeltjes een strijd op leven en dood aan het uitvechten. Het hotste en botste langs alle kanten. En elke bots deed me vreselijk pijn.

    In de centrale besloten de kerels van de hardware dan maar om mij bij hen in dienst te nemen omdat ik toch niet in staat zou zijn om "nuchter" te denken. Hier! Zegde een van de kerels; hou die twee draadjes vast terwijl wij iets uittesten. Ik kreeg ook een hoofdtelefoon opgezet en als ik een bericht zou horen moest ik hen verwittigen. Jullie kennen die berichten wel, zoals: "Het nummer dat u gekozen heeft is niet in dienst"... Zulke berichten zijn natuurlijk op voorhand opgenomen en worden niet gesproken door een juffrouwtje dat speciaal daarvoor is ingehuurd! Maar ginds waren die boodschappen ingesproken in het Koreaans, waar wij geen jota van begrepen! We konden wel aan een nummer uitzoeken welke boodschap het was. Die keer, tijdens de simulatie van een langeafstandsverbinding, die morgen met de zere kop, hoorde ik zo een mededeling, voor mij en ook voor de anderen totaal onbekend!

    Na wat zoekwerk bleek het te gaan om een bericht dat zegde dat de gevraagde verbinding onmogelijk kon tot stand gebracht worden omdat alle mogelijke lijnen overbezet waren.

     Het komt hier op neer; je probeert te bellen van Antwerpen naar Leuven. Veronderstel dat alle verbindingen naar Leuven bezet zijn dan zal de centrale, zonder dat je dat weet, een andere richting kiezen en proberen via Brussel naar Leuven te gaan. Desnoods nog eens via Hasselt, enzovoorts... Als dat allemaal mislukt, dan krijg je dergelijke boodschap... (In Korea toch)

    En laat dat nu juist de oorzaak zijn waarom één van mijn statistische "tellers" nooit terug keerde naar nul. En die teller moest normaal gesproken altijd op nul staan! Een fout waar ik reeds maanden naar gezocht had en niet vond.

     Hiermee is het bewijs geleverd dat je met een glas te veel op, ook succesvol werk kunt afleveren! Het leven in een telefooncentrale hoeft absoluut niet droog of saai te zijn. Zo herinner ik mij ook nog een nacht dat een collega het mandolineconcerto van Antonio Vivaldi keihard vanuit zijn "gettoblaster" door de centrale gejaagd heeft. Onvergetelijk, zou Eddy gezegd hebben...

    03-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    02-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een Koreaans sprookje

    Over een zeemeermin, een haas en een schildpad.

     Rijdend in de auto met Mister Oh aan het stuur, vertelden we regelmatig sprookjes aan mekaar. Ik vertelde zo van "Hansje en Grietje" of van "De zeven geitjes" en Mr Oh vertelde over de "De schildpad en de haas".

     Niet over die haas die eerst een slaapje ging doen omdat hij dacht dat hij tijd genoeg had om de koers te winnen van de landschildpad, maar over een zeeschildpad en een haas. (The turtle and the hare). Bemerk dat "turtle" staat voor zeeschildpad. Een landschildpad is een 'tortoise" in het Engels!

     Zoals de meeste sprookjes beginnen: er was eens een haas! Die was een uiltje aan het vangen aan de rand van de zee. De zee kabbelde rustig, het zonnetje scheen en alles was peis en vree. Plotseling ontstond er onrust in het water en een grote zeeschildpad dook op uit de golven en klauterde log en moeizaam het strand op.

     De schildpad keek naar de haas, en de haas bekeek de schildpad.

    Daarop vroeg de schildpad:

    - Ben jij een haas?

    - Ja, dat zie je toch antwoordde de haas.

    - Ik woon in de zee en heb nog nooit een haas gezien, antwoordde daarop de schildpad.

    - Ik heb nog nooit een schildpad gezien repliceerde de haas.

    - Zo onder water leven dat moet toch wel een wonderlijk leven zijn vroeg de haas zich luidop af.

    - Zou je het eens willen meemaken vroeg de schildpad?

    - Ja, maar ik kan niet onder water leven wist de haas. Ik zal verdrinken.

     Maar neen, de schildpad kende een toverspreuk waardoor de haas onder water zou kunnen ademen. Indien dat mogelijk zou zijn, dan wou de haas zeker eens een kijkje nemen op de bodem van de zee. Zeker omdat de schildpad naar eigen zeggen in het paleis van de zeekoning leefde.

     De schildpad omschreef het paleis van de zeekoning als iets adembenemend prachtig, iets wat de haas zeker nog nooit gezien zou hebben. Een waterpaleis met doorzichtige wanden, met honderden kleurige vissen, zeemeerminnen, zeesterren en borrelende luchtbelletje te allen kante.

     Ja, dat wou de haas wel eens meemaken.

    Hij klampte zich vast aan de hals van de schildpad. Die sprak een toverspreuk uit en hop, daar gingen ze onder water.

    Reeds de duik naar beneden was fantastisch. Overal felgekleurde vissen, wonderlijke octopussen, knoestige kreeften en flitsende vissen.

    Zij kwamen al vrij snel aan bij het paleis, nog een stevige duik en daar arriveerden ze in een ongeëvenaard prachtig onderwaterpaleis. Zoiets moois had de haas nog nooit gezien.

     Alle tinten azuurblauw en smaragdgroen glinsterden in de wanden. Het paleis was gevormd uit een reusachtige luchtbel waarin iedereen gemakkelijk kon rondwandelen of zwemmen, de vissen konden naar binnen en weer naar buiten door de wanden. Door kleine watervalletjes was de ruimte verdeeld in verschillende kamers en zalen.

     - En? Vroeg de schildpad. Wat vind je hiervan?

    - Zoiets prachtigs had de haas nog nooit gezien, moest hij toegeven.

     Daarna werd hij voorgesteld aan de zeekoning, een statige figuur met lange grijze haren en een warrige  baard, een brede mantel en een drietand in de hand. Hij had iets triests in zijn blik, zo leek het toch.

    - Wees welkom in mijn paleis, sprak de zeekoning. Kijk maar rond, je mag overal rondlopen, straks zien we mekaar weer.

     Ondertussen leek het of er meer bezoekers in het paleis aankwamen en langzamerhand zag de haas meer en meer sprookjesachtige creaturen rondlopen, zwemmen of kruipen. Grote, kleine, met schubben, zonder schubben, met tentakels, met scharen, sommigen met een staart andere met een bovenlichaam als een mens. De haas dwaalde met grote verwonderde ogen door het paleis, overal was er wel wat te bewonderen, allemaal even onwerkelijk en overweldigend mooi.

    Zijn aandacht werd getrokken door twee zeemeerminnen die achter een watermuurtje klaarblijkelijk een vertrouwelijk gesprekje voerden. Hazen zijn ook nieuwsgierig.

    Toen hoorde hij het!

    “Dit is toch wel erg van het prinsesje dat zij nu reeds zo jong zal sterven". De zeekoning ziet er toch zo triest uit. Alleen de lever van een haas kan haar redden. De vissenmedicijnman heeft gezegd dat alleen het eten van een hazenlever haar leven kan redden". (Dat had de koning gelezen in het grote Piet Huysentruyt kookboek)

    Laat ons maar hopen dat de schildpad snel een haas te pakken kan krijgen.

     Ohlala, de haas kreeg snel het plannetje door. Hij, hij was de haas die ze nodig hadden om de lever te leveren. (Wat een toevallige woordspeling!)

     Hazen zijn ook slim en een ontsnappingsplannetje had de haas dan ook snel klaar.

    Hij ging terug naar de schildpad en vertelde dat hij per toeval het gesprek van de twee zeemeerminnen gehoord had en dat hij waarschijnlijk de haas was die ze nodig hadden voor de lever?

    De schildpad bekende zijn snode en euvele daad om de haas naar de zeebodem te lokken maar er was toch geen weg terug. Niemand zou de haas ooit weer buiten laten. Zonder nieuwe toverspreuk zou hij toch niet terug kunnen en alleen de schildpad kende die spreuk!

     - Ja, maar... Het was nu weer aan de haas.

     Jullie weten blijkbaar niet dat hazen hun lever uit hun lichaam kunnen halen? Als wij een beetje moe zijn of we hebben wat teveel gegist berkensap gedronken, dan halen we onze lever uit onze buik en wassen hem even in de zee. Daarna moet de lever een uurtje drogen in het zonnetje en dan is ie weer goed en fris voor een poosje! Toen jij, schildpad, uit het water opdook was ik net een uiltje aan het vangen terwijl mijn lever lag te drogen op het strand. Ik heb mijn lever niet bij me!

     De schildpad wist niet wat hem overkwam. Zijn mooie plannetje, waarvoor hij door de zeekoning bevorderd zou worden met een gouden streep tot schildpad, eerste klasse, viel in duigen.

     Maar, zei de haas. Er is toch geen enkel probleem. We gaan eventjes mijn lever halen. Die ligt daar vast en zeker nog op het strand. Dus breng mij vlug terug naar boven, we halen mijn lever, en ik blijf daarna hier tot de prinses weer beter is.

     Het plan werd goedgekeurd. De toverspreuk om door het water te kunnen reizen werd weer opnieuw uitgesproken en weg waren ze... naar de oppervlakte van de zee. De schildpad was een goede navigator en ze kwamen terug boven water op dezelfde plaats waar ze vertrokken waren.

     De haas sprong nu, als een haas, van de schildpad zijn rug en rende weg in ijltempo. Hij koos het hazenpad!

     Wat er nadien met de prinses en de schildpad gebeurde, wist Mister Oh niet te vertellen. En er komt ook geen varken met een lange snuit.

     Mister Oh kende veel van dit soort sprookjes. Hij had vier dochters, misschien juist daarom.

    Elke keer als het weer eens sinterklaastijd was, bakte ik voor alle kindjes van Bell een speculaasje, dat ging dan in een roze sok samen met een mandarijntje en nog een of andere prul, een kinderhand is gauw gevuld! Voor de dochters van Mister Oh bakte ik dan wel vier grotere mooi met de hand geboetseerde of gemodelleerde "speculaasmannekens" en voor zijn "madam" die ik nooit gezien heb, ondanks dat Mr Oh en ikzelf, mekaar zeker twee jaar gekend hebben, bakte ik dan een grote sinterklaaspop. Dit alles werd bij mij thuis gebakken in een mini-oventje waar hoogstens acht speculaasjes tegelijk in konden.

     Tijdens een weekend hadden we een uitstap gemaakt in de buurt van de stad Gummi en we hadden daar enkele zeer oude tempels bezocht, ondermeer de "Hein sa" waar een bibliotheek te bezoeken is die reeds bestond voor Gütenberg de boekdrukkunst had uitgebonden. De Koreanen zijn daar zeer fier op en zij beweren daarom dat zij de uitvinders zijn van de drukkunst. Het verschil is dat bij hen telkens een volledige "pagina" uit hout gesneden was. Gütenberg drukte letter per letter en dat was bijgevolg een veel soepelere methode om mee te werken!

    Dit terzijde. Maar tijdens onze uitstap zat ergens langs een straat een oude Koreaan met lange grijze puntbaard voor een kooitje waarin een drietal langharige cavia's opgesloten zaten. Op een of andere manier konden die beestjes de toekomst voorspellen. Hoe de voorspelling juist verliep, weet ik niet want als "computerhead" geloof(de) ik niets van dergelijke flauwekul!

     Na het weekend moest er weer gewerkt worden en Mister Oh bracht mij weer naar het werk. Ik wilde hem vertellen over die cavia's die we gezien hadden tijdens onze uitstap. Maar hij begreep niet over welk diertje ik het had. Ik kende het Engelse woord voor dergelijk schepsel wel, maar het wou mij niet te binnen schieten op dat moment. Je praat nu ook niet alle dagen over cavia's als je in de computerbusiness zit. Dan maar het beestje beschreven; bruin, wit gevlekt, grote oogjes, korte ronde oortjes, konijnentanden, schattige beestjes. Niets! Hij wist niet waarover ik het had. De volgende dag herinnerde ik mij het woordje wel. Guinea pig, zo heet dat soort knaagdier in het Engels.

    Mr Oh keek in zijn Engels - Koreaans woordenboek... en toen een, ahhh, we call it mallemotte! Naar het Nederlands vertaald: marmot!

    Juist het woord waarvoor men ons in de middelbare school waarschuwde dat dit een foute benaming is. Een cavia is geen marmot, maar heet een Guinees biggetje of een cavia. Lief werd er later ook nog eens aan herinnerd toen ze in Mongolië een echte vette marmot in haar eetkom voorgeschoteld kreeg!

     Met verlof naar België

     Om de twee jaar mochten we met verlof naar België of naar ergens anders, desgewenst naar Benidorm. Toen het aan ons was om ook eens vakantie te nemen konden we het zodanig plannen dat we tijdig in België zouden zijn om de trouw van mijn zuster Linda mee te maken. Dus even met de firma overleg gepleegd en we konden naar België vertrekken, op het juiste ogenblik, om goed op tijd aan te komen voor het huwelijk.

     We mochten zelf kiezen met welke luchtvaartmaatschappij we zouden vliegen en zelfs langs waar we zouden vliegen. Zo waren er collega's die via de VS naar Europa gingen. Dat kon allemaal. Alleen het grootste gedeelte van de trip moest met Sabena (zaliger) gebeuren, maar dat doet hier verder niets terzake. Wij wilden gewoon rechtstreeks naar Europa met een korte tussenstop in Bombay. Nu Mumbai in India.

     We waren nog nooit in Bombay geweest en dit was nu het juiste moment, gewoon even een stop van een drie- of viertal dagen in Bombay en dan verder naar België, op naar het trouwfeest.

     De tickets werden besteld, maar in Korea dook steeds hetzelfde probleem op: er waren te weinig vluchten om het land vlot te kunnen verlaten. Er waren nooit genoeg zitjes ter beschikking op de vliegtuigen! En vooral te weinig vluchten naar Japan en daar lag de uitvalsbasis van waaruit men kon vertrekken naar "gelijk waar".

     Dus afwachten, we stonden stand-by, valiezen gepakt en op het ogenblik dat er ook maar twee zitjes zouden vrij komen op gelijk welk vliegtuig, op naar Japan, GO !

    Waarom nu al dit bovenstaand geleuter? Gewoon om aan te duiden dat we op een totaal onverwacht, niet geprogrammeerd moment, vertrokken zijn.

     Toch zijn we kunnen vertrekken zonder al te veel moeilijkheden. Op een vliegtuig van "Pan Am" naar Japan hadden we niet eens twee zeteltjes naast mekaar maar na 20 jaar huwelijk maakt men zich daar niet zoveel zorgen meer over. Na ettelijke uren vliegen met drie verschillende luchtvaartmaatschappijen landden we, midden in de nacht, in Bombay.

     Ik weet niet of jullie ooit in India geweest zijn maar gelijk waar en op gelijk welk ogenblik van de dag of nacht staat daar steeds een “ontvangstcomité” klaar. Vooral aan de luchthavens. Schoenenpoetsers, ambulante handelaars, slangenbezweerders, riksha-drivers, bedelaars en uiteraard taxichauffeurs die hun vehikel aanprijzen als zijnde zeer betrouwbaar en vooral, uitgerust met een meter, wat ginds zeer belangrijk is.

     Dus zo een taxichauffeur gecharterd en hem als opdracht gegeven: breng ons naar een hotel!

    ’t Was intussen drie uur ’s nachts geworden, lokale tijd. Natuurlijk brengt die taxichauffeur ons naar een Sheratonhotel, daar kreeg hij waarschijnlijk de hoogste commissie. Maar ja, iedereen moet leven.

    Geld kon mij op dat ogenblik toch niet zo veel schelen (met de zakken vol edelstenen!) maar we beslisten dat we maar één nacht in die dure tent zouden blijven en dan ’s anderendaags naar een ander hotel zouden zoeken, een hotel met meer modeste prijzen.

     Dus na een korte nacht volgde een mooi ontbijt, 't personeel was vriendelijk, dat waren we niet gewoon in India, want we kenden India nog heel goed van de tijden dat we met de bus door India naar Kathmandu in Nepal reden. Toch maar op zoek naar een ander hotel.

     De shuttlebus van het hotel bracht ons naar het centrum van de immens grote, vuile en drukke stad en dan, als eerste, een plan van de stad kopen... zo moet dat !

     Terwijl we over één of andere laan lopen, ik liep zoals elke rechtgeaarde boerenbuitenste echtgenoot als eerste, hoor ik achter mij een kreet van verbazing en nog wat herrie in het Engels, zoiets als “how are you? “, “fine, thank you!“ en zo nog wat, en dan een luide kreet: MARC .!   Die laatste gil kwam van Lief !

     Mijn broer!!! Hij stond daar gewoon, zo maar, vlak voor onze neus. Midden in Bombay, op een zonnige voormiddag op het trottoir, voor een kraampje waar er stadskaarten en andere prullaria te koop lagen!

     Marc, zo heet mijn broer, kwam op dat ogenblik puur toevallig voorbij in een taxi, zag ons lopen en liet de taxi gewapenderhand stoppen en kwam ons achterna.

     De rest van het verhaal:

     Mijn broer was op een soort wereldreis, alhoewel hij het zo nooit genoemd heeft, hij was voordien al bij ons op bezoek geweest in Korea en is nadien verder gereisd naar Japan, nog even terug geweest, en verder hoorden wij er niets meer van. We hebben nog een kaartje toegestuurd gekregen uit New York en ook nog eentje uit Nepal.

     Marc wou ook naar het trouwfeest van onze zuster gaan maar hij vloog met een “budgetticket”. Hij was enige tijd voordien in India aangekomen en door zijn goedkope ticket was hij verplicht om weer vanuit New Delhi te vertrekken. Hij had vier dagen de tijd te veel en dacht; in Bombay, daar ben ik nog nooit geweest... toen heeft hij een treinticket gekocht, enzovoort.

    In een stad, van toen, acht miljoen inwoners, zijn we mekaar, puur toevallig, gewoon op het lijf gelopen!!! Nog maar eens het bewijs dat de wereld zeer klein is.

     Oh, ja, we zijn in het Sheraton gebleven. We hebben samen in onze kamer de ganse namiddag bier uit de fles zitten drinken en scrabble gespeeld. Zeer boeiend was dat. Wij reizen om te leren zongen we lang geleden in de lagere school.

    De volgende dag hebben we toch nog een mooie wandeling in de stad gemaakt waarbij we een kleurrijke optocht gezien hebben waar de hindoegod "Ganesha" merkelijk de gevierde was en terwijl heeft een overvliegende grote meeuw op Lief haar hoofd "gesch...en". Toen we even nadien konden uitrusten op een bank kwam een wilde aap onze lunch, bestaande uit een pak koekjes, wegpikken!

     Maar we kwamen op tijd voor het trouwfeest.

    02-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    01-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vliegtuigperikelen

    Lief is er in geslaagd om wel twee of drie keer naar Europa terug te vliegen... zonder er een dollar voor te betalen.

    Maar voor wat, hoort wat natuurlijk.

    Zij was via een Belgische non in contact gekomen met een Internationale organisatie die de adoptie van Koreaanse weeskinderen regelde. Verder weet ik daar niet veel van maar ik heb de indruk dat die organisatie, die HOLT heet, mogelijk een twijfelachtige reputatie heeft.

    Nochtans, om die kinderen van Korea naar Europa te brengen werkte HOLT samen met KLM, zeker toen, een zeer gereputeerde Nederlandse luchtvaartmaatschappij. Het was KLM die het overbrengen van de adoptiekinderen verzorgde.

     Per vlucht naar Europa, gingen er een zestal kinderen mee, variërend in leeftijd van baby's tot kinderen van ongeveer tien jaar. Zij werden begeleid door twee volwassenen die de kinderen in de diverse landen door de immigratiediensten en de douanecontroles moesten loodsen. Er werden altijd één Europese en een Koreaanse dame gekozen als begeleidsters. Een Koreaanse die kon praten met de kinderen en een Europese die in Europa de taalperikelen kon oplossen. Zo konden zij zich samen vlot en snel bewegen door de diverse luchthavens. Op het vliegtuig tijdens de vlucht was het aan de begeleidsters, om te zorgen dat de kinderen tijdig sliepen, aten, verzorgd en getroost werden, want er vloeiden nogal wat traantjes hoorde ik later. Zijzelf kregen de status van hostess en ze werden, zo hoorde ik ook, zeer goed bijgestaan door de "echte" hostesses van KLM.

    De vluchten gingen vanuit Korea via Tokio, over de Noordpool naar Schiphol en van daaruit werden de kinderen nog eens verder verdeeld over diverse landen in Europa. Lief is zo drie keer in een Scandinavisch land terecht gekomen. Noorwegen en Zweden meen ik mij te herinneren. Na een geslaagde missie ging zij dan in België bij familie en kennissen even goedendag zeggen. En dan weer naar Schiphol.

    Ik hoorde ook maar wat Lief bij haar terugkomst, na twee weken of zoiets, mij wist te vertellen. De overtochten bleken vooral mentaal zeer vermoeiend te zijn. Maar ook gebrek aan slaap en telkenmale het enorme tijdsverschil van acht uur, dat moest overbrugd worden, eiste wel wat van de lichamelijke conditie.

    Vliegtuigen hebben tijdens onze Koreaanse periode voor nogal wat beroering gezorgd.

     Het gebeurde af en toe wel eens dat er in een telefooncentrale rare dingen gebeurden of dat er dringend "updates" moesten uitgevoerd worden. Het gebeurde soms ook dat daarvoor een "specialist" opgetrommeld werd. Zo werd ik op een keer opgeroepen om naar een centrale in "Pusan" iets te gaan bijsturen.

    Pusan ligt op minstens driehonderdvijftig kilometer verwijderd van Seoul, dus dat werd een vliegtuig nemen.

    Bij het terugkeren maakte de piloot een fout manoeuvre en het vliegtuig kreeg een stoot van een opstijgende wind tegen één vleugel waardoor het vliegtuig negentig graden kantelde. De vleugels stonden nu rechtop! Het gebeurde eventjes voor de landing, de meeste passagiers hadden zich reeds vastgegespt want wie het niet gedaan had viel uit zijn zeteltje helemaal naar beneden, boven op de passagiers aan de andere zijde van de gang, en even daarna tuimelde ook de bagage uit de "bin's" naar beneden.

    Behalve veel gegil, enige kneuzingen en open gevlogen valiezen was er niet al te veel schade. maar zoiets zou ik zeker niet graag een tweede keer meemaken.

     - Er zouden een vijftal vrienden op bezoek komen. Twee vrienden en een gehuwd paar met hun zoontje. We kenden hen reeds van toen we samen in een minibusje over land naar Nepal reisden. Zij kwamen helemaal, speciaal van België naar Korea om ons een bezoekje te brengen. Anderzijds zorgden wij er dan wel voor dat ze gelogeerd werden en af en toe wat te eten (en te drinken) toegestoken kregen.

     Hun vlucht, die een tussenlanding gemaakt had in Anchorage, Alaska, moest op weg naar Japan, halfweg rechtsomkeer maken omdat het vliegtuig motorpech kreeg. Naar het schijnt was het in het vliegtuig ijzingwekkend stil toen ze de terugkeer naar Alaska inzetten. Datzelfde toestel is enige maanden nadien door de Russen "per vergissing" neergeschoten.

     Op 1 september 1983 kwam Korean Air - vlucht 007 - door een navigatiefout in een verboden deel van het luchtruim van de Sovjet-Unie terecht. Hierop werd het vliegtuig iets ten westen van het eiland Sachalin door vier Russische straaljagers gevolgd en met een K-5-raket neergeschoten, op 55 kilometer van het eiland Moneron. Het toestel, een Boeing 747, vervoerde 269 passagiers en bemanningsleden. Er waren geen overlevenden.

    Zo weet Wikipedia!

     De vrienden zagen nog een beetje wit rond hun neus toen ze arriveerden in de luchthaven van Seoul. Ze zijn enkele weken gebleven en maakten terwijl toeristische uitstapjes naar de typische Koreaanse bezienswaardigheden.

    De belangrijkste toeristische attracties bevonden zich in Seoul zelf, dat was dus gemakkelijk, op stadsbezoek per taxi. Waarschijnlijk zijn ze wel met een bus naar het "Korean Folk Village" geweest. Dat was een soort Bokrijk op zijn Koreaans. Best interessant. Er werden traditionele volksdansen, zoals de "farmer dance" opgevoerd en er was een ginseng plantage te zien. Korea is een grote producent en exporteur van ginseng. In hoeverre de plant een extra werking op de gezondheid heeft, ik weet het niet, er is wel iets maar door mijn scepticisme ten overstaan van dergelijke zaken klasseer ik dit graag onder de titel "bijgeloof", "placebo-effect" of "suggestie". Maar toch kostte een theetje met ginseng in het Shilla-hotel zoveel als een hele fles wijn.

     Het zoontje van het bevriende koppel heette Luc. Hij moet toen ongeveer zeven of acht jaar geweest zijn. Een klein hoogblond jongetje. Als hij met zijn ouders ergens naartoe ging stond hij altijd in het middelpunt van de belangstelling. De Koreaanse buitenvrouwen, noem ze maar boerinnen, hadden zo'n westerlingetje met blonde haren, een "Jommeke", nog niet dikwijls gezien en moesten altijd even over zijn hoofdje wrijven om dat blonde haar te kunnen aanraken. Iets wat na een tijdje vreselijk op het kind zijn - jonge - zenuwen werkte.

    Toen klaagde hij bij zijn moeder, hoe vervelend hij het wel vond en hij kon er toch niets aan doen; ik ben zo geboren, concludeerde hij!

    Koreaanse vrouwen durfden soms zelfs een kind zijn broekje naar beneden trekken om te kijken of het nu wel een jongetje of een meisje was.

     De slagzin; "Ik kan er niets aan doen, ik ben zo geboren", heeft nog zeer lang dienst gedaan als excuus voor van alles en nog wat!

     Tijdens het weekend trokken we samen met de vrienden naar een eilandje, Incheon, dat toen een kalm rustig, ik zou zelfs zeggen, een idyllisch eilandje was, niet ver weg van Seoul en dat gemakkelijk per wagen bereikbaar was. Wij kwamen daar voordien reeds regelmatig omdat het er zo rustig was, een heel verschil met Seoul. Er waren prehistorische overblijfselen te zien. Zo konden we er picknicken in de schaduw van enige "hunebedden" of "dolmen" zoals ze ook genoemd worden.

    Maar Incheon is ondertussen uitgegroeid tot de tweede grootste stad van Korea. Spijtig.

    01-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Krea
    31-05-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Afscheid

    Aan alles komt ooit wel eens een einde. Zo ook aan de opdracht in Korea.

    Enkele weken voor dit vertrek gebeurde er nog iets waarvan de "bazen" van Bell zich nu misschien nog altijd afvragen wat er toen juist gebeurd is. Waarom ze de uitnodiging kregen om naar een receptie te komen die gegeven werd in de Belgische ambassade? Waarom?

     Zoals reeds dikwijls vermeld leefden we op goede voet met de ambassade, zijnde de ambassadeur zelf, zijn echtgenote en al het personeel. Lief speelde daar een grote rol in. Zij zorgde voor de werking van de bibliotheek, voor de verkoop van tweedehands goederen en was goed bevriend met de verschillende bediendes van de ambassade. Maar ook ik had reeds een paar keer geholpen bij het organiseren van een receptie, kwam als sinterklaas bij hen en bracht af en toe wat bloedworst mee. Ook was ik eens de anonieme chauffeur geweest die "madame de ambassadeur" rond gidste op een Koreaanse markt om haar een en ander, bijvoorbeeld geslachte hond aan te wijzen. Iets wat ze anders nooit zou gedaan krijgen omdat diplomaten permanent bewaakt werden en ze nooit geen toelating zouden krijgen om zo maar over een markt te wandelen zonder bewaking. Mijn auto, die van de firma tenminste, was een anoniem voertuig en zo konden we de omheining van de ambassade ongezien verlaten. Madame met haar gezicht verstopt achter een sjaal.

    Ook hadden we beloofd om in mijn naam, stiekem een kastje uit hun persoonlijk bezit, mee naar België te laten zenden in een container van Bell. Bij het vertrek uit Korea had men als werknemer de mogelijkheid om persoonlijke spullen per gezamenlijke container naar België te laten verschepen. Men had wel wat geduld nodig maar de spullen kwamen wel toe en werden zelfs tot aan huis gebracht zonder allerhande ingewikkelde douaneformaliteiten te vervullen...

    Als "beloning" voor deze geleverde prestaties, stelde de ambassadeur voor, om als erkenning, een receptie te organiseren waarbij we onze vrienden en kennissen mochten uitnodigen bij hem in de ambassade.

    Dat hebben we dan ook prompt gedaan. Er kwamen een veertigtal personen op af. Ik had alle bonzen van de firma en uiteraard al onze vrienden geïnviteerd. Iedereen kwam, dikwijls alleen maar om te weten wat de reden was, waarom die receptie georganiseerd werd. Dat was de vraag die toen op ieders lippen brandde?!

    Omdat wij Korea verlaten was dan het nietszeggende antwoord...

    Het ongeloof stond wel op ieders gezicht te lezen.

    Grandioos was dat!

     Zoals reeds een paar keer aangehaald, had de firma twee van zijn laatste werknemers, waarvan ik er één was, "uitgeleend" of "verkocht" aan Samsung, de Koreaanse elektronicagigant. Deze laatste maanden werkte ik dan in Gummi, waar de fabrieken van Samsung gevestigd zijn.

     Wij waren met twee, ene Paul en ik. Paul was de hardwarespecialist. Ik nam de software onder mijn hoede. De opdracht bestond er in om het geheugen van de bestaande computers dubbel zo groot te maken. Oorspronkelijk was dat 256 K, na de aanpassingen zou dat 512 K moeten worden. Dat vroeg natuurlijk allerhande aanpassingen zowel aan de hardware als aan de software.

    Nog een opvallend technisch detail. De tekst van dit artikel werd geschreven met het Office programma, "Word 97". De volledige omvang van de tekst bedraagt ongeveer 268 kB. Dat is meer dan het geheugen van de computers waar we toen mee werkten kon bevatten!

     Als je het nagaat... Begonnen van nul en na vier jaar tot één van de laatste twee softwarespecialisten gepromoveerd! We waren nog met twee software-nerds over, Gilbert die de telefonie voor zijn rekening nam en ikzelf die de, wat wij toen noemden; de "man machine communications" beheerste.

    Tijdens onze opleiding maakte, Boudewijn één van de leraars altijd de opmerking; één persoon zal nooit in staat zijn om de werking van gans het systeem te begrijpen. We waren nu toch al zover dat we met twee het hele systeem door en door kenden.

     Werken in de fabriek van Samsung was helemaal een zaligheid. Niemand die op onze vingers keek. Niemand die commando's gaf. We kenden onze opdracht en we wisten ook dat als die opdracht uitgevoerd was, het afgelopen zou zijn. Dus echt haasten deden we ons zeker niet. Paul was getrouwd met een Koreaanse en had een dochtertje. Zowel Lief als ik voelden ons daar goed... So, why hurry?

     Enkele exploten uit die periode in de fabriek zijn toch het vermelden waard.

    Ten eerste dat ik daar gestopt ben met roken. Om tien uur in de voormiddag heb ik mijn laatste "Johnson", meegebracht uit België, uitgedrukt in de asbak. Nadien heb ik nooit nog een sigaret aangeraakt. Eén van de beste dingen die ik ooit in mijn leven gedaan heb.

     Een keer werd ik opgeroepen door de Koreaanse telefoonmaatschappij. De KTA, de "Korean Telephone Authority". Daarvoor moest ik naar Seoul. Het enige wat ik wist, was dat het iets met statistieken te maken had, waarover het zou gaan. Ik mocht naar Seoul voor drie dagen, Lief mocht mee. We zouden logeren in het Shilla hotel en de vergadering ging ergens door... ik zou begot niet meer weten waar.

    Tijdens de vergadering die zo ongeveer drie uur geduurd heeft werd er uitsluitend Koreaans gesproken, niet abnormaal in Korea, tot iemand mij een vraag stelde in het Engels... waar ik in alle eerlijkheid op geantwoord heb: "I don’t know" Dat was het dan! Terug naar Gummi.

     Op vraag van de handelsattaché van de Belgische ambassade heb ik dan ook nog eens een beetje aan industriële spionage gedaan. Hij wilde weten welke fotofilm er gebruikt werd bij Samsung. Het bleek de film van Eastman, dus Kodak te zijn. België zou graag film van Agfa binnen gebracht hebben.

    Die films moeten niet dienen om kiekjes te nemen van de mooiste werkneemsters, maar de printplaten van elektronische toestellen verbruiken heel wat fotografisch papier vooraleer dergelijke print perfect afgewerkt is, en in productie kan genomen worden!

     Dit akkefietje dat ik hier dramatisch spionage noem, eindigde toch vrij raar, zeer raar zelfs.

    De persoon die mij de vraag stelde om uit te vissen welke film er gebruikt werd bij Samsung werd later in België aangehouden wegens spionage voor Rusland!!

    Er bleek een netwerk te bestaan van KGB-agenten, die tijdens recepties allerhande, consulaire of diplomatieke medewerkers van ambassades benaderden om op die manier aan informatie te komen. Of iets in die aard, ik ken verder niets van spionage!

    De persoon die ik hier bedoel werd ongeveer een jaar na onze terugkeer, in België aangehouden en veroordeeld wegens spionage en werd opgesloten in de gevangenis van Vorst.

    De man is tijdens zijn verblijf in de gevangenis getrouwd met een Thaise vrouw die hij meegebracht had uit Bangkok. Hoe die vrouw heette zal ik hier ook niet vermelden maar zij zou na het huwelijk een restaurant uitbaten ergens in Oost-Vlaanderen.

    Voor de officiële trouw zocht het koppel in spe getuigen. Lief werd door de man in de gevangenis gevraagd om als getuige op te treden voor zijn toekomstige Thaise vrouw. Lief is op zijn vraag ingegaan. Omdat de twee vrouwen mekaar nog nooit gezien hadden werd de eerste afspraak gemaakt in Antwerpen op een perron van het centraal station. Zwartharige vrouw met Chinese gelaatstrekken zoekt Belgische vrouw met hoed en gekleed in een roze mantelpakje! Ze vonden mekaar zonder problemen.

    Lief was na de kille huwelijksplechtigheid in de gevangenis wel eventjes,"van haar melk"!

    Het verhaal verscheen toen in alle Belgische kranten en kwam ook op het radio- en televisienieuws.

     Om naar de fabriek terug te keren.

    Zo hebben we, Paul en ik, ook eens geprobeerd om in de "refter" van de Koreaanse werknemers van Samsung te gaan lunchen. We wilden eens kijken wat zo een doorsnee Koreaanse werkmens te eten krijgt.

    Door de band gingen wij ergens in een kleine snackbaar of Chinees restaurant de lunch gebruiken. Snackbars waren er genoeg te vinden in alle steden, dus ook in Gummi. We aten dikwijls een kommetje gebakken rijst met een gefruit ei; "flied lice", je kreeg er een kommetje groentesoep bij en stukken rauwe ui en schijfjes gefermenteerde daikon; een soort lange, witte radijs. Als drank nam je gerstewater. Dat kreeg je doorgaans gratis. Een drank zoals thee of koffie maar gemaakt van geroosterde gerst die gekookt werd in water en heet of koud geserveerd werd.

     In de refter bij Samsung ging er aan toe zoals bij ons in het leger. Een metalen schotel, verdeeld in zes vakjes nemen, dan passeren langs diverse "uitschepposten". Die stelden af en toe wel eens een vraag waarop we dan maar ja, knikten. (dan kregen we misschien meer.)

     Onze soepkom was nog niet half leeg toen de eerste personeelsleden reeds opstonden en weg gingen. De Koreanen krijgen, van horen zeggen, zeer veel maagklachten. Men beweert dat het komt door te veel pikantigheid te eten, de andere beweren dat het is door te snel te eten. 't Zal dat laatste wel zijn.

    En die soep eet je ook niet als eerste gerecht, die eet je terwijl je van alle andere delicatessen een hapje neemt, de soep spoelt de rijst door. We hebben nog geproefd van de kimchi en ook een schepje rijst gegeten.

    We werden verondersteld om onze schotel nadien af te spoelen maar dat mochten we niet doen van het keukenpersoneel. Eentje probeerde te vragen of we nog terug kwamen. We hebben dan maar geantwoord: tomorrow!

    Maar de volgende dag zijn we in een Japans restaurant gaan lunchen want daar had men zeer lekkere gelakte paling!

    Over snel eten gesproken; tijdens de lange busreizen stopte de bus een of meerdere keren bij een wegrestaurant. Alle veertig de passagiers lukten er dan in om in tien minuten tijd naar het toilet te gaan en een kommetje soep te eten. Langer dan tien minuten wachtte de bus niet!

    Deze restaurants waren wel speciaal ingericht om zeer veel mensen snel te kunnen bedienen en de keuze aan gerechten was ook zeer beperkt. Meestal at men er noedelsoepjes.

     In de bus mocht er niet gepraat worden. Het was er altijd muisstil. Misschien om het geluid van de film op televisie niet te verstoren. Op een nacht zijn we eens in een bus, gestrand op de beijzelde snelweg. Het was er één chaos en niemand kon nog verder, noch vooruit, noch achteruit. Drie films hebben we die nacht gezien. Koreaanse films waar we niets van begrepen.

     Er was ook nog die demonstratie, ‘hoe een brand te bestrijden’! Iedereen was verplicht om de demonstratie bij te wonen. Wij Belgen niet, maar we gingen toch. Je ziet niet alle dagen een aangestoken brandje geblust worden. Op een groot binnenplein had men een soort brandstapel gemaakt, opgebouwd met allerlei kratten en kartonnen dozen. De chef brandweer stak er de fik in. Zijn blusapparaat lag klaar in de aanslag. Een mooie, prachtige vlam cirkelde op uit de brandstapel. Toen stak er een licht briesje op, die nam een paar brandende dozen mee de lucht in en toen ook nog wat brandende houten kratten, die dreigden op het dak van een naastliggend gebouw te vliegen. Toen kwam de interne brandweer er aan te pas, maar het was al te laat, zij konden er niets meer aan verhelpen. Met loeiende sirene is dan de echte brandweer gekomen, maar alle dozen en kratten waren reed opgebrand. Geen grote ongelukken waren gebeurd. Eind goed, al goed!

     Toen was het zover. Het werk was afgelopen, alles stond nu op punt... zo hoopten we toch.

    Het laatste feestje bij Herbert werd nog vlug afgehandeld. Dat feestje met de kippenpoot in de soep van father Thomas!

    Nu herinner ik mij dat we ook nog tegen het einde van ons verblijf, bij Herbert een buffet gegeven hebben voor al de kennissen en vrienden. Er stond ondermeer paling in het groen op het buffet en uiteraard gerookte zalm "à volonté". Ook dat is een memorabele braspartij geworden waar ik behoorlijk boven mijn theewater uit gekomen ben. Op foto's ben ik nog te zien met een luizige hond in mijn armen. Hond waarmee ik gans de dag rondgezeuld heb, terwijl het beestje verzekerend dat hij in de soep zou belanden als hij zijn manieren niet zou houden.

     Het was me wat bij die Herbert!

     Het vertrek uit Korea was voorzien op de eerste mei, dat weet ik nog goed. De valiezen en wijzelf stonden startklaar, op dezelfde plaats waar we vier jaar geleden voor het eerst aangekomen waren, in een kamer van het Shilla-hotel. We hebben in de voormiddag nog een mooie wandeling gemaakt over de "dong dae moon", de markt aan de Noordelijke poort...

    Verkoopsters boden grote schalen pasgeplukte aardbeien aan, aardbeien die bepoederd waren met fijne sneeuw. Het sneeuwde uitzonderlijk op de eerste mei!

    Red strawberries in the snow, een mooie titel voor een zeemzoete song?

    Korea is een grote producent van lekkere aardbeien. Zo was "strawberry wine" een Koreaanse specialiteit. Maar het was niet mijn meug, veel te zoet en veel te flauw van smaak.

     Finaal kwam dan de lange saaie vlucht over de Noordpool naar België met de toen nog bestaande Sabena... Tijdens zo een vlucht over de pool maakte je het mee om het twee keer nacht te zien worden op twaalf uur tijd en tussen de nachten in, nog even goeiedag gaan zeggen aan de reusachtige, opgezette Kodiakbeer in de luchthaven van Anchorage!

     Het echte einde komt meer dan een jaar nadien.

    We kregen een nieuwe opleiding, nu in de fabriek van Bell in Geel. We zouden een nieuw type centrale leren kennen en "bestuderen". Dit werd het "System 12", de voorloper van de huidige moderne centrales die werken met duizenden mini processoren.

    Maar ik vond die software maar niets. Die werkte als een soort "black box" waar je iets in stak en waar er weer iets uit kwam. Maar het hoe en waarom, daar wist je niks van! Ook de manier van programmeren was te eenvoudig naar mijn zin. Kortom, er was niets boeiends meer aan.

     Ik wilde iets avontuurlijks. Daar bestond maar een oplossing voor; een nieuwe boeiende uitdaging zoeken en die heb ik een paar maanden later gevonden in Rwanda.

     Maar misschien heb ik toch een afslag gemist! Op een keer hoorde ik spreken over "packet switching", waaraan we zouden kunnen meewerken. Toen een nietszeggende term. Nu is packet switching één van de allernoodzakelijkste vereisten om een computernetwerk op te bouwen. Een netwerk zoals het internet bijvoorbeeld, om het duidelijker uit te drukken!

    Maar gedane zaken nemen geen keer en de toekomst is nooit te voorspellen.

     Het allerlaatste kwam ik pas te weten een paar weken na het geven van mijn ontslag. Een vertegenwoordiger van de firma is tijdens mijn afwezigheid bij Lief geweest, en heeft haar gevraagd mij zou bepraten zodat ik bij de firma Bell zou blijven!

    Zoiets te weten komen streelt je ego, dat kan ik je verzekeren... maar het was toen wel te laat!

    Trouwens, Lief heeft mij hiervan op dat moment geen woord verteld. Dus?

     De volgende stap werd Rwanda... Opnieuw naar Afrika, maar nu werd het zwart Afrika!

    31-05-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    21-05-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rwanda Eerst even naar Phoenix

    Eerst even naar Phoenix

    De periode na mijn ontslag bij Bell Telephone wordt gekenmerkt door grote zwarte gaten in mijn geheugen. Volgens een verloren gewaand, maar terug gevonden document, zou de eerste opdracht na Korea in Phoenix, Arizona geweest zijn. Dit was bij Geert in "The White Truffle", een French restaurant dat toen ongeveer een jaar bestond.

    Geert hadden wij leren kennen in Seoul waar hij Food & Beveragemanager was in het Best Western, Chosun hotel. Hoe hij mij gecontacteerd heeft weet ik niet meer, vermoedelijk per brief. Dat was toen de klassieke weg om met iemand in contact te komen. Waarom hij mij opgespoord heeft weet ik wel. De keukenchef van de White Truffle was een Fransman en die brave jongen wou ook wel eens met vakantie naar huis. Ik zou hem gaan vervangen. Slechts voor één maand.

    Waar wij toen in België woonden en leefden ben ik volledig kwijt. Waarschijnlijk ergens ten velde in de mobilhome. Maar wel hadden wij permanent toegang tot de woningen van onze respectievelijke moeders waar we voor allerlei terecht konden. Voor de telefoon bijvoorbeeld en om een officieel adres in België te hebben.

    Ik ben toen alleen naar Phoenix getrokken, het was toch maar voor een maand. Ik schrijf hier telkens Phoenix maar eigenlijk was het naar Scottsdale, een satellietstad van Phoenix, ook het Beverly Hills van Phoenix genoemd. Uiteraard in de Verenigde Staten.

    The White Truffle was een bijzonder restaurant, chic en standingvol. De enige “kleuren” die gebruikt werden in het restaurantdecor waren wit en zwart. Behalve de vele groene planten! Groen, zoals de meeste planten doorgaans gekleurd zijn. Ook de vloer bestond uit zwarte en witte tegels. De piano was wit en werd bespeeld door ‘Leroy’, en Leroy was zwart... De klanten en het voedsel op de borden vormden het enige kleurencontrast...

    Wat er op de menukaart stond was van hoge kwaliteit. Veel visgerechten, sommige bereid met vissen waar ik nog nooit van gehoord had zoals de mahi mahi, goudmakreel in het Nederlands en Orange roughy, een keizersbaars. Ook kreeft, rechtstreeks ingevlogen uit Boston. Veel grillades. De VS heeft prachtig rundvlees van hoge kwaliteit maar wordt of werd toen in Europa niet toegelaten omdat er hormonen gebruikt worden bij de vetmesting... Volgens de Amerikanen was daar niets fout mee... Weet ik veel?! Als hoge instanties zoiets beweren, wie of wat ben ik om dat tegen te spreken... Ik heb toch geen borsten of een piepstemmetje gekregen na het eten van Amerikaanse biefstuk!?

    De gewoontes in de US zijn wel enigszins anders dan bij ons. Op een keer wilde ik een gerecht voor een 'dagmenu' doorgeven dat afgewerkt was met een portie kruidenboter. Geert greep in! Zoiets mocht niet op de kaart gezet worden. De Amerikanen en boter eten? Never! Ofwel moest ik de gemengde boter een andere naam geven, ofwel de boter smelten zodat ze als boter onherkenbaar werd ofwel moest er iets anders van gemaakt worden... bijvoorbeeld een bearnaise. Daar was geen bezwaar tegen! Amerikaanse verkoopstechnieken aangepast aan hun onwetendheid.

    Ook lachwekkend was de prijs van kreeft. In Phoenix, dus op duizenden kilometer verwijderd van Boston, waren de kreeften goedkoper dan de kreeften die op de luchthaven van Boston aan de reizigers verkocht werden. Het was zelfs geen klein verschil! Toevallig viel mij dit op omdat ik de rekeningen van de vis en schaaldieren in Phoenix controleerde en nadien toevallig langs Boston terug naar Europa gevlogen ben. In de luchthaven stonden de prijzen van alle leveranciers in grote letters geafficheerd. Boston lobster; bijna dubbel zo duur als in Phoenix... in de woestijn.

    Ook leerde ik een wijn kennen waar ik nog nooit van gehoord had, de Zinfandel. Een typische en in de US veel gebruikte "cépage", een druivenras, uit Californië.

    Ook het systeem van grondstoffen bestellen was perfect georganiseerd. 's Nachts na de service werd aan de diverse leveranciers de bestelling voor de volgende dag doorgegeven ofwel telefonisch ofwel per fax. De morgen die volgde rond tien uur als de keuken weer startte stond alles klaar. Sneldienst!

    Alle keukenhulpjes waren Mexicanen... Allen illegaal over de grens gekomen. Als er eentje door de politie terug over de grens gezet werd stond hij of zij twee dagen later opnieuw daar. De meesten van hen sliepen en woonden in een auto, een wrak van een auto dat ze in de States gekocht hadden. Van hen heb ik geleerd hoe een authentieke guacamole op zijn Mexicaans te bereiden. In zoverre dat er een authentieke Mexicaanse guacamole bestaat. Kortom, De keuken van The White Truffle was een heel interessante en leerrijke ervaring.

    Ik logeerde in het huis van Geert, in dezelfde kamer als Justin, zijn zoontje en mijn "roommate"!... Van het verdere leven in Phoenix heb ik heel weinig gezien. Ik was daar om te werken en niet om uit te gaan. En een maand duurde daar dertig dagen. Zeven op zeven, non stop.

    21-05-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Keukentheorie
    Tags:Phoenix, Scottsdale, The White Truffle
    20-05-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rwanda, Milles Collines

    Rwanda

    Het volgende avontuur werd dan Rwanda...

    Waarom ik daar terecht gekomen ben, ben ik compleet vergeten... Maar ik vermoed dat het gebeurd is via de hotelschool. Door een zoekertje in het maandblad van de hotelschool van Koksijde. Dit denk ik omdat de verantwoordelijke waarmee we in Brussel in contact kwamen ook een oud leerling van Koksijde was.

    Er werd een keukenchef gezocht voor een internationaal hotel in Rwanda. Het hotel behoorde tot de Sabenagroep. Behalve de luchtvaartmaatschappij had Sabena nog andere activiteiten waar ik niet al te veel van af weet, maar de exploitatie van minstens twee hotels behoorde zeker tot die andere activiteiten.

    De sollicitatie en aanwerving gebeurde ergens in Brussel, ik denk in het Rogiercentrum, ook de Martinitoren genoemd. Ik werd aangenomen als "chef de cuisine" in het ondertussen beruchte en kwaad gereputeerde Hôtel des Milles Collines te Kigali, de hoofdstad van Rwanda. Lief mocht mee maar voor haar was er geen taak weggelegd. Die slechte reputatie is nu verdwenen, maar destijds tijdens de genocide in 1994werden er permanent haatberichten uitgezonden door radio Mille Collines... Maar die radio had geen band met het hotel.

    Op dat ogenblik van mijn aanwerving was er een nieuw hotel in aanbouw, naast het oude. Maar de bouw daarvan zou nog enkele jaren duren en terwijl moest de keuken in het oude hotel verder draaien. Het hotel was een internationaal hotel dat ondermeer door het personeel, de crew, van de Sabena vliegtuigen gebruikt werd als standplaats.

    Het volgende weet Wikipedia (ingekort) over het hotel.

    Het hotel werd in 1973 opgericht en behoorde tot de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena. Na het faillissement van Sabena werd het in 2005 verkocht aan een Congolese zakenman. Het hotel is bekend voor de rol die het speelde tijdens de Rwandese genocide in 1994. Het fungeerde toen als schuilplaats voor meer dan duizend voornamelijk gegoede Tutsi's. De toenmalige manager, Paul Rusesabagina, had contacten met het leger en kocht het leger en de Hutu-milities om met de fijne kazen en drank uit de kelders. Zo voorkwam hij dat de gasten werden uitgemoord, zoals op vele plaatsen elders in de stad gebeurde. Over dit gebeuren werd in 2004 de film, "Hotel Rwanda" gemaakt.

    Toen wij daar waren was alles er rustig en kalm. Maar het land had toen reeds een zeer woelige geschiedenis achter de rug van opstanden en moordpartijen tussen vooral de twee etnische groepen, de Hutu's en de Tutsi's. Op dat ogenblik wist ik daar helemaal niets van... Zelfs nooit van gehoord. Later merkte ik wel dat er tussen het keukenpersoneel onderling snel spanningen en hoogoplopende ruzies ontstonden... Zelfs uitingen van haat kon ik dagelijks waarnemen. Zo leerde ik ook dat er op de identiteitskaart van elke Rwandees zijn etnische groep genoteerd stond. Uiterlijk waren er zogezegd geen etnische kenmerken te bemerken... alhoewel ik heb daar mijn twijfels bij heb.

    Veronderstel eens dat er in België op onze identiteitskaart zou aangegeven staan of we Vlaming of Waal zijn? Of Limburger of West-Vlaming? Dan gebeurt hier misschien hetzelfde.

     Ruzie en spanningen bestonden er niet alleen tussen de etnische groepen. Ook de directie van het hotel aanvaarde mij niet... Met het risico om nu belachelijk over te komen, maar er was geen aanvaarding, gewoon omdat ik Vlaming ben. Een jong Waals koppel uit Charleroi dirigeerde toen het hotel. De vorige directeur bleek nog niet zo lang voordien overleden te zijn en zij zelf waren dus ook nog vrij nieuw. Maar dat wist ik allemaal niet. Hoe hun naam was weet ik ook niet meer, gewoon vergeten! Zij deden wel alle moeite om mij het leven zo moeilijk en onaangenaam mogelijk te maken... De Waals - Vlaamse verhoudingen waren zeker niet optimaal... Had ik dat maar op voorhand geweten...!?

    Als voorbeeld, in Kigali werkte in een of andere organisatie een bediende, een oud-leraar van de hotelschool van Koksijde. Natuurlijk gingen we de man een bezoekje brengen in het bureau waar hij werkte... Het werd een blij weerziens, maar vroeg de leraar ons om niet te luid te spreken want zijn Franstalige collega werd daardoor nogal vlug verstoord... zeker omdat we Nederlands praatten!

    De man die voor mij chef was in het hotel werkte nog altijd in Kigali en wat bleek? Hij was weggegaan wegens de nieuwe directeurs. Toch was hij Franssprekend.

    Het kan niet altijd perfect zijn. Achteraf beschouwd, vanaf het ogenblik dat je begint met diverse uitdagingen aan te gaan is het niet meer dan normaal dat er ook wel eens iets verkeerd afloopt. Dat was het geval hier.

     Maar geen nood, geen geklaag, geen gezaag.

    Iets wat ik ook al heel lang weet is dat men slechte ervaringen zeer snel vergeet en alleen de aangename herinneringen overhoudt. Zo ook hier. Daarom, van de vier jaar in Korea weet ik nog enorm veel, van de vier maanden in Rwanda weet ik bijna niets meer, behalve misschien over het werk en de moeilijke situatie in de keuken!

     De keuken was oud en afgeleefd... maar daarvan was ik op voorhand verwittigd. De koelkasten werkten amper en vielen om de haverklap uit en geen enkele keukentoestel werkte nog naar behoren. Het fornuis werkte op elektriciteit maar de potten en pannen waarin gekookt werd waren niet aangepast aan de kromgetrokken verwarmingsplaten... De elektrische gril werkte wel perfect... dat mag ook gezegd worden.

    Vele geleverde grondstoffen waren van miserabele kwaliteit. Bovendien was de aanvoer van de voedingswaren onregelmatig en dus onbetrouwbaar.

    Het vlees was taai. Zelfs de rundsfilet, de filet pur, was taai en hoogstens zo dik als een kinderarmpje waardoor een mooie tournedos uit zulke dunne filet snijden bijna onmogelijk was. Het Rwandeese rundvlees was afkomstig van het soort koeien met die lange hoorns en de hoge bult in de nek. Een soort kweekvorm van de zeboe. Er was wel een beetje kwaliteitsvlees verkrijgbaar via een Belgische slagerij maar die voorraad was heel beperkt.

    Room was altijd zuur en dus waren er dagelijks klachten van de klanten. Azijn werd gemaakt door azijnzuur, gekocht in de apotheek, aan te lengen met water...

     Frituren was een ramp. De olie werd gemengd met varkensvet... Na enkele bakbeurten begon de boel zo te schuimen dat het niet meer mooi was en elk gerecht dat uit deze frituur kwam had zich propvol gezogen met dit vettig mengsel dat niet voldoende heet kon verwarmd worden zonder het te verbranden.

    Maar er was een kwekerij van mooie witte konijntjes. Maar eens de beestjes in de pot zaten bemerkte je niets meer van dat mooie witte pelsje. De konijnen werden ten andere gekweekt voor de pels. Het vlees was bijzaak.

    Als vissen waren er tilapia's en capitaine. Twee zoetwatervissen. De tilapia was best aanvaardbaar, die kwam rechtstreeks uit het Kivumeer en was mooi vers en werd ter plekke tot filets verwerkt. De capitaine, in feite weet ik nog altijd niet juist welk soort vis dit is, werd diepgevroren aangevoerd uit Tanzania en was reeds half ontdooid als die toekwam, werd daarna weer ingevroren, enz... Die capitaine is vermoedelijk een zeer grote nijlbaars. Nijlbaarzen, ook victoriabaars genoemd, kunnen enorm groot uitgroeien en ze komen veelvuldig voor in het Kivumeer en worden daar ook gekweekt. Alleen de kleinere baarzen worden naar Europa gevlogen.

    Ook interessant waren de kikkerbilletjes. De kikkers werden gevangen in Congo. De grens met Congo, het immens grote land dat toen Zaïre heette, lag vlakbij en een Congolees, duidelijk met een storing in zijn hersen-DNA, was de specialist kikkervanger. Hij bracht de kikkers levend mee en haalde de billetjes er ter plaatse af... Dus verser kon niet!

    Ook speciaal waren de kleine visjes. Een soort kleine zoetwaterharinkjes. Ndagala werden deze visjes genoemd, maar die naam wordt gebruikt voor alle kleine visjes. Deze ndagala werden gefruit en geserveerd als aperitiefhapje. Wat er ook speciaal gemaakt werd waren de "samosas". Driekoekjes in deeg gevuld met een pikante vleesvulling. Deze samosas werden vooral verkocht als vettige hap voor bij de whisky in de bar... !

     De groenten en fruit dat viel nogal mee.

    Er waren heel wat tropische vruchten. Physalis, ananaskers, in overvloed, zodanig veel dat we er taarten van bakten zoals hier de Limburgse vlaaien. Ananaskers groeide daar werkelijk als onkruid. Massa's passievruchten die men "maracuja's" noemde. (Niet helemaal juist) Kleine babybanaantjes. Zeer lekker.

    Tamarillo's of boomtomaten. Die werden verwerkt tot compote. Verder waren er nog goyaves, ananassen, grote papaja's met roze vlees en veel dikke avocado's... De papaja's werden vooral gebruikt bij het ontbijt of als vervanging voor meloen.

    Er werden ook bergpapaja's gebruikt. "Papaye de montagne"... Dat waren kleine zeer aromatische papaja's en deze werden uitsluitend gekookt gebruikt als vulling voor taarten. Rauw waren ze oneetbaar omdat ze direct de tong en slijmvliezen in de mond zouden aantasten. Zoals soms ananas ook doet als men er veel van eet.

    Om deze papaja's te schillen moesten er rubber handschoenen gedragen worden omdat het eiwitafbrekend enzym dat de vrucht bevat, zo sterk is dat het ook de levende huid van de mens aantast.

    Anderzijds waren appelen en peren of andere vruchten uit de gematigde klimaatzone dan weer duur en moeilijk verkrijgbaar. Ook sinaasappelen en citroenen. Die moesten ingevlogen worden. Soms kwam er wel eens een appel uit het vliegtuig maar meestal hadden de koks die al opgegeten voor de appel het hotel bereikt had.

     De kleine banaantjes groeiden massaal in Rwanda. Logisch, het is er heel warm en vochtig, dat is het ideale klimaat voor bananen. In de keuken was er een speciaal hok voorzien om de bananen te stockeren en altijd was er ellende omdat bij elke manipulatie de bananen beschadigd werden en daardoor zwarte vlekken kregen. Niet dat ze dan onbruikbaar werden maar mooi is anders. Toen heb ik een installatie laten bouwen bestaande uit een soort galgjes, stropjes gemaakt van dunne kabeltjes, waaraan de zware "regimes" gemakkelijk konden omhoog gehangen worden. Zo ontstonden er geen gekneusde plekken meer op de bananen. Op een avond was een kok bezig met de trossen bananen omhoog te hijsen. Hij was vreselijk aan het knoeien en slaagde er maar niet in om de steel van de tros bananen door het lusje van de galg te wriemelen. Toen deed ik het hem voor hoe het moest en hij verontschuldigende zich; ja maar, ik woon hoog op de heuvels en daar groeien geen bananen... daarom weet ik niet hoe het moet..!

    Alle groenten en fruit moest eerst gewassen worden in water met een ontsmettingsmiddel. Kaliumpermanganaat denk ik... een paarse vloeistof die je handen irriteerde maar zeker ook alle wormen, slakken en insecten doodde.

     Behalve de gewone groenten zoals sla en tomaten, venkel, wortelen en uien werd er tijdens het vochtige seizoen een soort paddenstoel aangevoerd die op termietenheuvels groeide. Dat laatste wist ik toen nog niet want het is pas veel later dat ik dat te weten gekomen ben. Die paddenstoelen leverden trouwens een heel mooi verhaal op dat ik als paddenstoelamateur al dikwijls verteld heb en dus hier, even verder, nogmaals zal doen.

     Echt speciale gerechten stonden er niet op de kaart. Enkele soorten wild... Waterbuffel herinner ik mij nog. Ook werd er nogal wat "filet americain" verkocht. Een gerecht dat ik in het buitenland nooit zou eten...! Als je wil ziek worden, eet dan maar americain die bereid is in een onbekende keuken. In Algerije maakte ik het regelmatig, maar daar had ik heel de keuken onder controle en de koelkasten werkten daar perfect. Daar is niemand ooit ziek geworden door de voeding. - Speekmedaille voor mij! -

    In Rwanda ben ik twee keer 's nachts vreselijk ziek geworden. Ik dacht toen dat mijn ingewanden er zouden uit komen, tegelijk langs boven als langs onder... Ellendig was dat! Lief heeft me toen een inspuiting met Buscopan gegeven... (Voor zij die het niet weten, Lief was of is een verpleegster!)

    Wat vrij veel verkocht werd was moambe, begeleid door tsombé, rijst, ananas, pindas en banaantjes. Een kommetje met gemalen pili pili in azijn kwam daar ook bij. Vloeibaar vuur was dat laatste. Als je er nog maar met je vingers aanraakte deed het al pijn.

    Tsombé, zijn de gehakte en gestoofde bladeren van de maniokplant. In Rwanda heette deze groente,tsombé maar meer bekend is de Congolese naam saka saka... Het smaakt wat als spinazie maar laat een ruwe, bittere toets na op de tong. De saus voor moambe wordt gemaakt van palmnoten waar tegelijk de palmolie uit gehaald wordt. De palmnoten worden eerst gekookt en vervolgens fijngestampt. Daarna wordt de pulp vermengd met water, gezeefd en nogmaals gekookt. Het eindresultaat is een vettige bruingroene brij en een vat vol rode palmolie. Deze oranjerode olie wordt veel gebruikt in de lokale voeding een heeft een weeïge smaak en geur.

    Rwanda produceert heel wat koffie. Ik moet hier steeds opletten want wat ik weet van het land was de toestand in 1985. Daar zal intussen wel heel wat veranderd zijn... en meestal niet in positieve zin. Daarom; Rwanda produceerde toen, heel wat koffie. Een zeer krachtige robusta variëteit. Dat is een sterke, een ietsje bittere koffie die ondermeer in Frankrijk zeer veel gebruikt wordt. Deze robusta wordt vooral gebruikt in allerlei koffiemengsels.

    Ook honing! Naar het schijnt zeer lekkere donkerbruine honing. Ik ben zelf niet zo een fan van honing, daarom kan ik er ook geen oordeel over uitspreken maar iedereen beweerde dat de Rwandese honing een lekkere honing was.

    Sommige avocado's waren buitengewoon lekker. De allerbeste avocado hebben we ooit, want Lief was er bij, gegeten in Rwanda. Zittend op de 'poep' onder de avocadoboom, een halve avocado in de ene hand en het zoutvaatje in de andere... en zo de avocado leeg lepelend... Voor zover een avocado heerlijk kan zijn, dat was hij dan...!

    Het was een grote paarse avocado die al een paar dagen op de grond gelegen had, want avocado's rijpen niet aan de boom, maar pas nadat ze afgevallen of geplukt zijn. Deze soort waarvan ik de naam niet ken heb ik maar één keer terug gevonden in een luxe groentewinkel in Antwerpen, hier in de buurt. Jammer, maar ik heb die avocado toen niet gekocht. Wegens welke reden weet ik nu niet meer, maar misschien wegens de prijs want het was in een dure groentewinkel!

    Toch waren ginds de groenten nooit van prima kwaliteit. Naar het schijnt zaaiden of plantten de boeren niet de juiste variëteiten om kwaliteitsgroenten te bekomen. Of ze konden niet de juiste kwaliteitszaden kopen omdat die er niet waren of te duur waren, zoiets...! Eens wou ik venkel bereiden. Na een uur koken was de venkel nog steeds niet gaar en was zo draderig dat ie niet echt eetbaar was. Ook waren er verse erwtjes verkrijgbaar, maar hetzelfde, goed om er soep van te koken maar daar bleef het dan ook bij. Op een keer bracht een leverancier een kist vol tomaten... De kist was één meter bij één meter en nog eens op een meter, dus een kubieke meter groot. Dit betekent een inhoud van duizend liter... Duizend kilo tomaten op een stapel. De rest laat ik aan je verbeelding over.

    Eens heb ik gevraagd aan een groentekweker of het niet mogelijk zou zijn om zijn bedrijf te bezoeken. Dat kon! Op een morgen komt hij ons ophalen want Lief ging mee. Een prachtige auto had hij wel, een krachtige Toyota pick-up. We konden juist met drie vooraan in de cabine. De Congo pop loeide uit de luidsprekers..! Aan een rotvaart stoof de groenteboer over de Rwandese heuvels waarbij we dooreen geschud werden als de bonen in de maracas die we uit de radio hoorden klinken... Omhoog en omlaag schokten we over de heuvels, les milles collines, en elke keer na een nieuwe afdaling ontplooide zich weer een ander prachtig landschap voor onze ogen... Onwezenlijk. Toen realiseerde ik mij; "this is Africa"... Dit heb je weer gehad...

    Laat de boeren maar dorsen zegde men vroeger altijd.

    20-05-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Rwanda, Hotel de Milles Collines
    19-05-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rwanda, Anekdotes

    Anekdotes

     Als ik mij niet vergis had ik een vrije dag per week. Zo wilde ik op een vrije dag eens naar de kapper gaan, 't was echt nodig. Maar ik ben niet geweest. Boven de deur van het "kapperssalon" hing een bord; "Ici on coupe toutes les têtes".

     Ci vous avez envie d'acheter une camionnette? Pensez à la marque Daihatsu!

     Sluikreclame?

    Nee, maar blijkbaar een goede reclame want ik herinner mij de slogan nog alsof het gisteren was. Zelfs zodanig dat als ik nu nog een (zeldzame) Daihatsu zie rijden er moet aan terug denken. Deze reclameboodschap werd honderd keer per dag uitgezonden op de nationale radio, Radio Rwanda!

     Op een andere vrije voormiddag ben ik ook naar een lokale markt geweest met een chauffeur van het hotel als gids.

    Links en rechts lagen kleine pakjes met sprinkhanen te koop. Ze waren per 12 stuks of zowat samengebonden met een grassprietje. Dat had ik nog nooit gezien, laat staan gegeten en wou dat wel eens proberen, gezien ik toch genoeg lokale koks onder mijn bevel had, die wisten wat ze er mee moesten aanvangen.

    De chauffeur raadde mij af om die sprinkhanen te kopen, ze zouden niet vers zijn, te duur en nog vele andere slechte eigenschappen hebben, hij zou mij wel goede sprinkhanen bezorgen. (Afrika hé ! )

    Enfin, goed, we gaan terug naar het hotel en alles gaat gewoon verder zijn gang.

    Enkele dagen later op een avond komt de piccolo van het hotel de keuken binnen, waar hij normaal zelfs niet mag komen, met een klein valiesje in de hand. Hij vroeg mij van ver: “chef tu veux toujours des sauterelles? “, of ik nog steeds sprinkhanen wou hebben?

    Ik wist niet onmiddellijk waarover hij het had en een beetje verstrooid antwoordde ik ; oui, oui, ja, ja..

    Hij opende het valiesje en enkele honderden sprinkhanen, hoeveel weet ik niet precies, 'k heb ze niet geteld, vlogen de keuken in.

    De koks schoten als gekken achter de sprinkhanen aan, klopten ze met handdoeken van het plafond, waarbij onder andere een TL-lamp sneuvelde en hadden op een mum van tijd alle sprinkhanen terug te pakken. Een kok had onmiddellijk een grote pot met deksel op het vuur gezet waar de sprinkhanen in verdwenen om ze zo te doden. De “grillardin” had zijn grill reeds aanstaan en begon onmiddellijk de sprinkhanen te grillen: chef comment tu les veux, bleu ou saignant?, was zijn amusante vraag.

    Nadien braken ze er de achterpoten en de vleugels er af, te hard waarschijnlijk, en de sprinkhanen werden snel gebakken in palmolie. ’t Smaakte zowat naar ongepelde garnalen maar dan met minder smaak. De flauwe smaak van de palmolie haalde de bovenhand... want na het grillen hadden ze de sprinkhanen nog even door hete palmolie gewenteld en bestrooid met fijn zout. Het uiteindelijke oordeel was dat de sprinkhanen best eetbaar zijn, maar een delicatesse is anders... en 't schuurt in de keel. Lief heeft er niet willen van proeven...

    Waar Lief wel wilde van eten was van de ettelijke bokaaltjes en potjes foie gras en kaviaar die op een slinkse manier in onze persoonlijke koelkast terecht kwamen.

    Elk inkomend vliegtuig van Sabena, had toen kaviaar aan boord voor de eerste klas passagiers. Het was wel geen topkwaliteit, het was gepasteuriseerde kaviaar, maar een gekregen paard mag men niet in de bek kijken! Die potjes mochten niet in het land ingevoerd worden...Wet is wet, en in het vliegtuig zelf mochten ze ook niet opnieuw gebruikt worden tijdens de terugvlucht ! Hygiënereglementering...!

    Daarom werd alle kaviaar en foie gras die na de landing uit het vliegtuig kwam in een zwarte plastieken vuilniszak gestopt en uiteindelijk kwam die zak dan in mijn privé koelkast terecht. Ik moest daar zelfs niets voor doen. In het leven moet men de juiste relaties hebben ...! Ik vermoed dat dit nog een tactiek was van de vorige directeur van het hotel, want wij woonden nu in dezelfde kamers als die waar die overleden directeur voordien ook gewoond had!

    Ik heb nooit aan iemand gevraagd wat er met die kaviaar moest gebeuren... Wij aten 's morgens regelmatig een 'boke' met foie gras en 's avonds een slokje witte wijn met daarbij een toastje met een schepje kaviaar... Indachtig ; "c'est moi le chef "!

    Op een dag toont een van de koks mij een fles, half gevuld met een gele vloeistof. Hijzelf had blijkbaar al een ietsje teveel van dat gele sap geproefd. Het bleek om een drank te gaan die door de dorpelingen gebrouwen werd op een wel heel speciale manier... Men liet bananen door oude tandeloze vrouwtjes fijnkauwen. Die bananenpulp werd in een groot vat bijeen gespuwd en dan ging de massa spontaan aan het gisten. Gevolg; het zetmeel uit de bananen zette zich stilaan om tot alcohol... Na een paar dagen schepte men het heldere gele vocht er af... en dan was het feest, volgens hen.

    Hij vroeg of ik wou proeven... en dat heb ik gedaan. 't Smaakte niet eens slecht maar alleen al het idee dat er een bende ouwe wijven... laat maar! Hoe het drankje heet heb ik wel drie keer gevraagd maar ik zou niet weten hoe ik zo een woord zou moeten schrijven en het staat ook niet in de spellingsgids!

    Dan was er ook nog de toevallige ontmoeting met François. De man is ondertussen overleden.

    Op een morgen ruimt Lief de ontbijttafel af in ons studiootje en schud het tafelkleed uit over de balustrade van het terras. We hadden een reuze groot terras aan de kamer. 's Avonds net voor het donker worden, stonden we van op dit terras dikwijls te kijken naar de naderende onweerswolken... Je zag de wolken mekaar naderen en je zag hoe de bliksems zich ontwikkelden tussen de wolken of tussen de wolken en de aarde. De kiekendieven, enorme rosse roofvogels speelden letterlijk op die warrelende winden. Af en toe ging er wel eens eentje over kop maar ze herpakten zich razendsnel. Ongelooflijk boeiend en machtig om te zien.

    Toen Lief dus het tafelkleed uitschudde om het van de kruimeltjes te ontdoen, realiseerde ze zich dat de sleutel van de kamerdeur nog op de tafel lag en dat die sleutel nu vier verdiepingen lager in een diepe put van de aanliggende bouwwerf gevallen was...

    Ja, of ik naar beneden wou gaan om aan de werfleider te vragen of hij die sleutel als 't u belieft uit die put wou halen, enzovoorts..?

    Die werfleider hadden we al dikwijls bezig gezien en gehoord. Hij bleek het type bullebak en slavendrijver te zijn... Gans de dag in het Frans roepend en tierend tegen de werklieden en hij zag er zelf ook woest en vervaarlijk uit. Dus, ik met een klein hartje naar beneden.

    - Monsieur, est-ce que...

    - Hé, manneke, sprekt mor Vloms hé... 'k Ken a wel zelle!

    François, zo heette hij, bleek van Lier te zijn. Dezelfde geboortestad als waar Lief van afkomstig is. Hij had misschien wel een bruut uiterlijk maar in de grond was hij een gewone brave man. Hij moest ook zijn werk op tijd gedaan krijgen en de werkijver van de Afrikaan is nu eenmaal niet dezelfde als die van een Europeaan. (Spijtig, maar dat is zo!) We zijn snel bevriend geworden en zijn na onze terugkeer nog ettelijk keren bij hem thuis op bezoek geweest. Hij had toen uit Rwanda een jonge vrouw, wiens naam ik nu vergeten ben, meegebracht. Ongelukkigerwijs is dat vrouwtje in België vrij vlug daarna aan aids gestorven... Dat was voor mij de eerste keer dat ik met aids rechtstreeks in contact kwam... om koud bij te worden. (Toen toch, aids was toen onherroepelijk dodelijk!)

    Lief heeft zich nog bezig gehouden om Franse les te geven aan... ik denk dat ze Myriam heette. Lief heeft haar eerst moeten uitleggen wat een trein is vooraleer ze haar het Franse woord "train" kon aanleren... Er bestaan geen spoorwegen in Rwanda.

    Op een avond zijn we eens bij François in zijn huisje op bezoek geweest. We zouden moambe eten die hij zelf zou bereiden... Aan de stapel lege whiskyflessen te zien die buiten aan de gevel opgestapeld lagen zou het 'straffe" saus worden. Maar nee toch, whisky is de medicijn tegen malaria...! Ik moest spontaan terug denken aan Korea... daar kreeg ik ook regelmatig hetzelfde soort hoofdpijn als die ik nu de volgende dag had.

    Waar ik ook hoofdpijn van kreeg was door het incident met een vliegtuigcommandant. Op een avond zat zoals gewoonlijk de crew van Sabena aan een tafel en mijnheer de commandant had blijkbaar al wat te veel gedronken. Dat wisten de "garçons" mij toch te vertellen. Mijnheer was niet tevreden over de kwaliteit van een van de gerechten. Waarover het ging weet ik al lang niet meer. Eerlijk gezegd had ik geen zin had om naar een klant toe te gaan die al te veel op had en zogezegd klachten had... Na tien minuten ben ik dan toch gegaan maar de heer kapitein was toen al zo kwaad geworden dat hij mij de huid vol schold voor alles wat mooi en vooral niet mooi was.

    Daarna, na het werk heb ik aan Lief verzekerd dat, als ik ooit nog eens zou vliegen met Sabena, en als die "klootzak" de commandant van het vliegtuig zou zijn, dat ik dan niet zou mee gaan.

    Effectief een tijd later, ik ben vergeten naar waar, wie stond er aan de deur van het vliegtuig te wachten om de passagiers te begroeten? Juist... ! We herkenden mekaar ogenblikkelijk!

    Ik ben toch maar meegevlogen, het zou anders teveel problemen opgeleverd hebben.  

     Dan was er ook nog het mysterieuze vrachtvliegtuig, de "Santa Monica" dat elke vrijdag kwam. Destijds werden alle vliegtuigen die lange vluchten maakten bestuurd door twee piloten en een boordmecanicien. Drie personen dus. De maaltijden voor die drie personen moeten drie keer verschillend zijn. Ook krijgen zij nooit hetzelfde te eten als de eventuele passagiers. Dit voor het geval er iemand zou ziek worden door het voedsel. Heel dikwijls mogen zij zelf vragen wat ze zouden willen eten tijdens de vlucht.

    In het hotel werd ook de catering voor de vliegtuigen verzorgd. Dat gebeurde wel in een andere keuken waar ik geen bevel over had maar ik kwam daar wel af en toe. Bijvoorbeeld ging ik daar patés afbakken omdat hun ovens veel beter functioneerden dan die in mijn keuken. Zo vernam ik dat de drie piloten van de "Santa Monica" telkenmale drie flessen sterke alcoholische dranken zoals whisky en cognac meenamen op de vlucht... Voor elk een fles. Eerst dacht ik dat zij die flessen onderweg soldaat maakten maar het bleek gewoon om smokkel te gaan... De alcohol was vermoedelijk door henzelf ingevlogen vanuit België en in het terug keren namen ze elk een fles mee, zogezegd als drank voor persoonlijk gebruik.

    Dan was er ook nog die commandant die bij het opstijgen zich waarschijnlijk een beetje misrekend had en dusdanig dicht over het hotel opsteeg dat er stukken van de schouw naar beneden vielen. Toen hij de volgende keer terug keerde werd er nogal vrolijk gedaan over zijn foute manoeuvre... Ce n'était que pour dire au revoir, wist hij daarop te repliceren. 't Was maar om goeiedag te zeggen bij het vertrek.

    Dan is er nog het onverwachte en niet geplande voorval met de paddenstoelen van de termietenheuvels. Zoals velen weten ben ik een fervent eetbare paddenstoelenzoeker. Lange tijd was ik ook lid van de Antwerpse Mycologische Kring. Ook toen nog.

    Wij waren in Rwanda tijdens het najaar en men bracht regelmatig een soort tropische paddenstoelen naar de keuken. Een soort die ik niet kende maar ze waren uiteraard eetbaar. Die champignons verkochten als zoete broodjes aan de klanten van het restaurant als “Toast aux champignons”. De paddenstoelen werden gebakken, afgewerkt met wat (zure) room en een greepje peterselie en voila!

    Zoals reeds een paar keer vermeld logeerde de crew van Sabena in het hotel. Tijdens hun driedaags verblijf kwamen zij dikwijls in de keuken bij mij om tropische vruchten te bestellen die ze dan bij hun vertrek mee naar huis namen. Juist voor het vertrek van het vliegtuig kwamen zij dan hun pakketje ophalen. Dan kwam dikwijls de vraag: kan ik wat voor jou doen als we terug komen, iets meebrengen of zo…?

    Ik heb daar nooit geen gebruik van gemaakt tot ik aan de paddenstoelen dacht. Dit was de ideale manier om een lading van die paddenstoeltjes met een briefje naar België te sturen op een ideale, snelle en vooral kostenloze manier.

    Op een avond kwam er een steward van Sabena zijn pakje tropische vruchten ophalen. Aan zijn accent te horen was hij een Antwerpenaar. Bovendien woonde hij dicht bij de persoon die ik juist nodig had. Hij wou met plezier een pakje met paddenstoelen meenemen en het ’s anderendaags bij aankomst in de brievenbus van de secretaris van de Mycologische Kring gaan stoppen die op wandelafstand van bij hem woonde. De bedoeling was om die paddenstoelen aan de kring te geven om ze te onderzeken, te determineren, en zo. Daarom weet ik nu dat het termietenheuvelpaddenstoelen waren. (28 letters)

    Het vliegtuig vertrok op vrijdagavond en ’s zaterdagsmorgens om 9 uur lag het pakje reeds in Antwerpen in de brievenbus van de secretaris.

    Lang heb ik niets meer gehoord van de paddenstoelen tot er met de post een grote omslag toe kwam met daarin een krantenknipsel uit de “Gazet van Antwerpen” en een briefje.

    De paddenstoelen waren op zaterdagmorgen toegekomen juist op de dag dat de AMK een paddenstoelententoonstelling had georganiseerd in het Tropisch Instituut, eveneens in Antwerpen.

    De paddenstoelen hadden op de tentoonstelling een ereplaats gekregen. Men kan niet zo maar alle dagen kersverse tropische paddenstoelen tentoonstellen, opgestuurd door hun speciale gezant in Rwanda!. Komt daar een fotograaf van de “frut” ( GVA) voorbij die er een foto van schiet en deze foto ’s maandags in zijn krant plaatst. Ik was mij totaal onbewust van die tentoonstelling, het was louter toevallig dat het zo uitdraaide.

    Voor de specialisten; het gaat over de soorten van het geslacht Termitomyces.

    We zijn een viertal maanden in Rwanda geweest tot er, niet echt verassend, aangekondigd werd dat ik mocht gaan... Ik was zelfs tevreden!

    De ergste shock kwam nadien, thuis toen ik mijn loonfiches eens grondig ging bestuderen. De boeven hebben mij voor de ganse periode betaald in Rwandese frank... Die frank was toen exact de helft waard van de Belgische... Op een slinkse manier hebben ze mij er in geluisd... Vergeten de kleine lettertjes te lezen.

     Van het keukenpersoneel heb ik nog een "djembé" gekregen als souvenir. Tof cadeau vond ik dat. Toen wij nadien in Antwerpen woonden heb ik de djembé met een relatie uit de buurt verwisseld voor een houten mortier uit Zaïre zoals dat land toen heette. Die houten vijzel, die diende om maniok te stampen, bleek achteraf vol houtworm te zitten zodat ik het ding ijlings weggedaan heb vooraleer de Afrikaanse kevers de nieuwe kasten in ons nieuwe appartement begonnen op te vreten...

    Hoe het exacte tijdsverloop van toen juist in mekaar zat ben ik nog maar eens vergeten maar het moet ongeveer rond die tijd geweest zijn dat we in Antwerpen een appartement gekocht hebben. De mobilhome hebben we weg gedaan, moeten weg doen, want een nieuw appartement kost nog altijd meer dan een huis op wielen. Met spijt in het hart hebben we het voertuig ergens in het Leuvense afgeleverd bij een Italiaanse diplomaat die verbonden was aan de Europese gemeenschap. Als enige troost, we kregen er een mooie prijs voor!

    Het appartementje was nog in opbouw in een huizenblok die evenmin afgewerkt was en het heeft nog een hele tijd geduurd vooraleer we er ook werkelijk konden in wonen. In afwachting zijn we toen bij Lief haar moeder ingetrokken. Daar ben ik zeker van want het is daar het dat het fameuze telefoontje toekwam met de vraag om naar de United States te komen! Het moet toen ongeveer 28 april 1986 geweest zijn.

    Op 5 mei, 1986 begonnen we opnieuw in Phoenix, Arizona. Nu bij een familie met vier kinderen, ik als kok. Lief als nany.

    19-05-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Rwanda, Milles collines, anekdotes
    23-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Amerikaanse avontuur

    Om te beginnen, het Amerikaanse avontuur.

    Om het even kort te herhalen het volgende: Voordien had ik al eens gewerkt in de USA, in de stad Phoenix ( AZ) in een exclusief klasserestaurant: The White Truffle. Het restaurant was gesitueerd in Scottsdale, een satellietstad van Phoenix, ook het Beverly Hills van Phoenix genoemd.

    De uitbater was een tot Amerikaan genaturaliseerde Vlaming die ik had leren kennen in Korea. Toen was Geert, dat was zijn naam, Food & Beveragemanager in het Chosun hotel te Seoul, een hotel dat deel uitmaakte van de "Best Western" hotelketen.

    De chef van de White Truffle was een Fransman en die jongen wou ook wel eens met vakantie. Ik zou hem vervangen. Slechts voor één maand.

    The White Truffle was een bijzonder restaurant. De enige “kleuren” die gebruikt werden in het restaurantdecor waren wit en zwart. Behalve de planten, die waren groen zoals de meeste planten doorgaans gekleurd zijn. De piano was wit en werd bespeeld door ‘Leroy’, en die was zwart... De klanten en het voedsel op de borden vormden het kleurencontrast...

    Het werken in de VS beviel me wel. Zeer zakelijk en prima georganiseerd. Geen verassingen.

    Tussen het werk bij Geert in "The White Truffle" en hetgeen nu zou volgen hadden we nog, Lief en ikzelf, nog een tijdlang in Rwanda gewerkt en gewoond. Vrij vlug na die opdracht in Rwanda kwam de vraag om naar Phoenix te komen.

    Zover staan we nu.

    Na mijn terugkeer in België had ik op een onbenullig klein zoekertje in de krant geantwoord. Er werd een kok gezocht bij een Amerikaanse familie. Je weet het maar nooit, dus snel een antwoordje gestuurd naar de krant waarin de advertentie te lezen stond. Verder alles vergeten.

    Ik had zelfs een nieuwe job aanvaard in België, weer in het onderwijs. De locatie was ergens in West Vlaanderen. Alleen het contract moest nog getekend worden.

    Terug thuisgekomen, dit wil zeggen bij mijn schoonmoeder, waar we toen tijdelijk inwoonden, lag een briefje met daarop een in hanenpoten genoteerd geheimschrift ; JOE HRUDKA en een reeks cijfers...

    Schoonmoeder had een telefoontje gekregen uit Amerika. Ze had alles genoteerd; het woord Hrudka en een telefoonnummer. Schoonma begrijpt geen greintje Engels dacht ik altijd?! Twijfel ontstond nu...

    Het nummer even bestudeerd en inderdaad, het was een Amerikaans telefoonnummer. Een reactie op de door mij vergeten werkaanbieding...

    Ik had maar te bellen....

    Even de tijd berekend, opdat ik de mensen in de States niet ’s nachts uit hun bed zou halen.

    Hello ... aan de andere kant van de lijn, ik zoek een “French Cook”... De vorige eigenaar van het huis waar wij zullen gaan wonen had Chinese koks. Zij, de dame die ik opgebeld had, wilde ook een kok maar geen Chinees...!

    Een French cook! België en Frankrijk, da’s toch hetzelfde, niet ???

    Ja, ja natuurlijk... of ik French kon koken? Ja, of course....

    Wanneer ik zou kunnen beginnen ?

    Ja, ze had een feestje gepland voor een dertigtal gasten op 5 mei... ( 1986 )

    Het was toen 28 april. Of ik kon komen voor die datum?

    Als je het avontuur zoekt mag je geen enkele kans laten voorbijgaan en snel reageren!

    "OK, I’ll be there".. was het laatste wat ik nog kon uitbrengen!

    Het contract met de school dat (gelukkig) nog niet getekend was, weer opgezegd, tot grote ergernis van de directeur. Daar zal ik mij geen tweede keer moeten aanbieden vrees ik.

    Voor de VS had men toen een visum nodig, maar eens men het had mocht dat verder 'eeuwig' gebruikt worden, zelfs al stond het in een ander, oud en vervallen paspoort.

    Nog even een visum voor mijn vrouw versierd, dat was toen mogelijk in één dag.

    (Dat is nu wel even anders!!!)

    Wat kledij in enkele valiezen gegooid, de goedkoopste vliegtuigtickets gezocht en gevonden en, hop weg wezen... America, here we come...!!!

    Wat ik mij nog perfect herinner is dat de vlucht in de lucht zat op 3 mei 1986, juist op het ogenblik dat Sandra Kim het Eurovisiesongfestival aan het winnen was en Tchernobyl reeds in brand stond...

    In het vliegtuig gaf de “captain” regelmatig commentaar bij de baseballmatch van de “White Socks” tegen de “ Weet ik veel”. Het interesseerde mij geen barst maar de Amerikanen brulden als leeuwen bij elk punt dat er gescoord werd. Gelukkig zijn er geen supporters op de vuist gegaan tussen de zetels....

    Wij hadden enkele cadeautjes meegebracht voor onze nieuwe bazen.

    Een fles Bols jenever voor de baas, dat is typisch Belgisch of niet soms, en een doos Leonidas pralines voor “madame”.

    Joe Hrudka, Hrudka was zijn familienaam, bleek nog nooit in zijn leven één druppel alcohol gedronken te hebben en was dat ook niet van plan. Ik mocht de fles Bols bij de verzameling zetten en vond daar een hele merkwaardige collectie vintage flessen alcoholische dranken met verbleekte etiketten...

    Zij, de bazin, heette Denise; ... Belgian chocolates... oh my dear, I am on a diet....

    We mochten ze zelf opeten… zet ze maar in de koelkast.

    Verder, wat was onze nieuwe taak ?

    Ik zou de “French cook” worden en mijn vrouw, Lief, de “nanny”, de kinderoppas. Joe en Denise hadden vier kinderen. Denise, Nathalie, Jacqueline en Michelle, uitsluitend Franse namen. Moeder heette ook Denise, zij was van Italiaanse origine en zij was een ex-miss Ohio. Knappe madam uiteraard, niet onaardig om naar te kijken.

    Joe, was een klein donker manneke. Hij ging er prat op dat hij van Boheemse afkomst was. Goede manieren kende hij in het geheel niet, tenzij ....   I’ am a Bohemian !!!! In tegenstelling tot zijn grootte was zijn kapitaal immens... Hij stond als nummer 53 op de lijst van het Forbes Magazine...

    Voor het feestje op 5 mei waren er ongeveer dertig gasten uitgenodigd. Of ik een buffet kon maken?

    Of mijn vrouw de service kon doen ?

    Want zij zelf zouden zich met de gasten moeten bezig houden... Natuurlijk, als goede gastheer en -vrouw!

    Ik had dus één dag tijd om aankopen te doen, de keuken te leren kennen, naar onbekende Amerikaanse supermarkten te gaan en verder mijn plan te trekken.... en te zorgen dat ik eten, drank en hapjes zou hebben tegen de volgende dag voor dertig personen.

    Wat vreten die Amerikanen eigenlijk graag ? Die vraag stelde ik mij toen... Ik kende hun keuken alleen maar vanuit het restaurant waar ik voordien gewerkt had en dat was zeker niet het standaard Amerikaanse menu.

    23-01-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    22-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De ontvangst

    Op 5 mei hebben wij ondanks alles toch een mooi buffetje klaar gekregen in sneltreintempo en in een zaaltje opgesteld.
    Het huis waar de Hrudka's toen woonden had 23 kamers en 14 telefoons. Badkamers en berghokken niet meegeteld. Dus dertig mensen ergens neerpoten was absoluut geen probleem.

    Wijzelf woonden in één van die 23 kamers, juist boven de keuken. Het was eigenlijk een kleine suite met minikeuken en met een kast van een TV, met een scherm van 65 inch of zoiets met, toen in 1986, keuze uit 60 televisiekanalen. Ik heb alle Disneyfilmpjes gezien...

    De receptie zelf is goed vergelopen. Iedereen was present! Alleen de gastheer en vrouw waren er niet. Zij waren in het gezelschap van een obscure Oosterling tapijten aan het kiezen voor in het nieuwe huis.

    Wij hebben goed ons best gedaan, drankjes en hapjes geserveerd en met iedereen een praatje gemaakt en de gastheren waardig vervangen.

    In het gezelschap was een dwerg aanwezig met een sympathiek 'smoeltje'. De man sprak prima Frans... Ik heb nooit veel van TV- programma's gekend maar hij bleek Hervé Villechaize te heten. Hij speelde in de jaren tachtig één van de hoofdrollen in een soap; "Fantasy Island" genoemd... Hij was, op TV, altijd gekleed in een wit smokingpak en loste elk probleem op met één vingerknip...

    Kate en Anna McGarrigle bleken ook op het feestje aanwezig te zijn. Dat zijn de Canadese zangeressen van onder andere “Complainte Pour Ste. Catherine”, ondertussen ook al lang vergeten maar het waren, en zijn nog steeds, grote dames.

    Alles verder OK, de bazen waren tevreden over ons optreden van die de dag...

    Toen volgde stilaan de routine.

    Mijn vrouw zorgde voor de kinderen, alle vier. Het waren echte schatjes maar soms duiveltjes, dat hing er van af....

    De jongste, Michelle, Chelley genoemd, was amper negen maanden oud en kon nog niet lopen... en evenmin praten. ’t Kind droeg nog pampers.

    Na enige tijd kon ze uiteraard wel lopen en kon ze bijna “perfect” Vloms klappen!

    Alle Hrudka kindjes waren trouwens zeer mooie kindjes... Later leerde ik dat drie kinderen van Joe waren uit een eerste huwelijk. Alleen Michelle was van hun beide...

    Ik deed onder andere de boodschappen:

    - Naar de supermarkt.

    - Kinderen naar ‘t school brengen en terug ophalen...

    - Kinderen naar de cinema brengen... en halen...

    - Telefoon beantwoorden: Hi, Faaans.... is Joe there?

    - Mij gedragen als de butler van de "Hrudka Residence"...

    - Werknemers van Joe over de telefoon ontslaan... Fire him...! (Echt waar: ooit gaf Joe mij die 

    opdracht, maar waar ik mij gelukkig heb kunnen van ontdoen...)

    - Kortom ik was de meid voor alle werk. Maar ik deed het graag!

    Ah, ja , soms kon ik ook eens koken...voor de kiddies... Maar zij wilden mijn eten niet...

    Het enige wat ze echt lustten waren peanutbutter and jelly sandwiches; een kleffe boterham, besmeerd met margarine, zoute pindakaas en daarop een dun laagje frambozenjam.

    Ook “Jello”. Jello is een gifkleurig commercieel gelatinepuddinkje, hun geliefkoosd nagerechtje... En taart, liefst gemaakt van pakjes en poedertoestanden.

    Kippenboutjes van de barbecue besmeerd met abrikozengelei dat lustten ze ook wel.

    Ook “plain spaghetti”, dat was gekookte spaghetti met pesto en kaas, dat wilden ze soms wel eten.

    Verder was het steevast : I just dont want it... daarbij een armgebaar makend, als om alles van de tafel te vegen...

    Maar we hebben wel veel lol gehad met de kiddies.

    Faans !, you want to see my boobies ? Jacqueline sjorde dan haar T-shirt omhoog en ik kreeg haar twee muggenbeten te zien…

    Mijn vrouw, Lief heette ondertussen; “Leaf”, like a leaf of a tree...

    Over de Hrudka's zelf kunnen boeken geschreven worden... maar doorgaans zonder positieve berichten. Rijke mensen doen raar zegt men wel eens.

    Na een aantal jaren is het koppel gescheiden en toen stond in de krant te lezen hoe Denise een diamanten ring van 13 karaat gekregen had van Joe. Dat ze de goede medewerkers ontsloeg en de foute liet blijven. Dat kan ik wel beamen... Ze heeft mij niet ontslagen, ik ben er zelf weg gegaan voor de herrie kon beginnen!

    Wat er niet in het krantenartikel stond ; ze had ook nog een platina halssnoer met zeven kanjers van smaragden omringd met diamanten. Ik ben dat halssnoer dikwijls gaan halen naar de bank en het ’s anderendaags ook weer terug gebracht. Zover was ik wel te vertrouwen. Wat het snoer waard was, geen flauw idee maar ze was er zeer trots op. Ze voelde zich dan als een "movie star" vertelde zij mij eens...

    Ooit moest ik met een auto, één van de honderd auto's die ze hadden, (in de krant stond dat Joe honderd en dertien auto's had), naar de garage gaan om een klein onderhoud te laten uitvoeren. Joe kon mij geen servicepunt aanraden maar ik had hem gezegd dat ik er wel een kende. Dit op aanraden van mijn Belgische vriend Geert.

    De rekening bedroeg 85 dollar. Heb ik daar een uitbrander gekregen! Zo veel dollar om wat olie te vervangen en wielen te wisselen, enz...! ’t Was alsof het spook van het faillissement reeds boven hu hoofd zweefde!

    Als ik de kinderen naar de cinema moest voeren hoorde ik moeder Denise, de oudste dochter op het hart drukken om te zeggen dat ze nog geen zes jaar was, anders koste het drie dollar voor een ticket, voor de kleintjes onder de zes jaar was het maar één dollar.

    Nu ik toch aan het roddelen ben...!

    In het huis was een installatie, waarvan ik eigenlijk nooit goed begrepen heb hoe het werkte, maar het was een luidsprekersysteem gecombineerd met een soort "intercom". De meeste kamers hadden dit systeem ingebouwd. Men kom dus van de ene naar de andere kamer spreken of luisteren, als er op de juiste knoppen gedrukt werd. Maar er was nergens een gebruiksaanwijzing te vinden. Waarvoor het toestellen meestal gebruikt werden, was om te proberen of er geen aangenaam muziekje uit de radio te halen was.

    's Morgens gebruikt ik dat ding graag, voor het muziekje. Maar al prutsend aan het toestel ontdekte ik ook dat het toestel in de keuken blijkbaar de hoofdpost was van waaruit elke kamer bereikbaar was. Zo was ik op een ochtend getuige, door lukraak op een knop te drukken, van een geweldige scheldpartij tussen Joe en Denise terwijl ze nog in hun slaapkamer waren.... Ook de kinderen kenden blijkbaar dit verschijnsel want hun enige reactie toen ze het hoorden, was een giechelgeluidje voortbrengen... De kleine Jacqueline wist zelfs op te merken; Joe is still in his bedroom, and he is showing his 'ding-dong'...!

    Op een avond, iedereen had al gegeten, hoor ik in de keuken waar ik toevallig iets kwam halen, een raar gemurmel uit een ingebouwde keukenkast komen. Toen ik eens ging kijken bleek het Nathalie te zijn die in de kast een speech aan houden was tegen een stapel blikken asperges en de dozen corn flakes... Toen ik haar vroeg wat dat betekende wist ze mij laconiek te vertellen: "I am shouting at my husband...!"   Ik ben mijn man aan het uitschelden... !

    Vijf jaar. Jong geleerd is oud gedaan, is een oud Vlaams spreekwoord!.

    Joe Hrudka zijn naam stond ook in verband met "drag races". Hij sponsorde enthousiast dergelijke races. Wij zijn trouwens enkele keren kunnen gaan kijken naar zulke races.... met de van hem gekregen vrijkaartjes!

    Dragraces zijn een typisch Amerikaans spektakel. Een 'auto' moet vanuit stilstand zo snel mogelijk een kwart mijl afleggen...( Ong. 400 m)

    Daarvoor worden wonderlijke vehikels gebruikt, die daarbij een lawaai des duivels en een kwalijke benzinestank produceren, dit alles in de overtreffende trap...!!!

    De naam van Joe's firma was "Mister Gasket”. Hij had een groothandelsnetwerk in auto-onderdelen. Een gasket is hetgeen wij in het Vlaams een “joint de culasse” noemen. Daarom sponsorde hij ook de dragraces, want daar was hij in begonnen om zodoende stilaan steenrijk te worden.

    Hij was een “highschool drop-out” en daar was hij fier op... Hij begon te prutsen met auto’s waar dragraces mee konden gereden werden. Een probleem scheen te zijn dat de dichting tussen het kleppendeksel en het motorblok, de koppakking of gasket dus, dikwijls doorbrandde tijdens dergelijke race. Deze speciale motoren hebben geen koeling en worden daardoor letterlijk gloeiend heet. Hij kwam op het idee om die dichting te vervaardigen uit asbest. Asbest kan niet verbranden en zo kon hij dikwijls de race winnen... Vandaar ook zijn bijnaam : Mister Gasket.

    Iedereen die de eerste keer bij hem op bezoek kwam werd verplicht om eerst te kijken naar een video over zijn leven, hoe hij van niets, iets geworden was...en wat voor iets... (vraagteken)

    Mijnheer en Madame Hrudka waren nooit thuis. Joe was ondermeer ook de eigenaar van enkele hamburgerketens en moest daar af en toe eens naartoe.

    Soms kreeg ik de opdracht om dit of dat voor hun te bereiden maar heel dikwijls belande dit nadien onaangeroerd in de vuilnisbak omdat ze gewoon niet kwamen opdagen.

    Dus een echte genoegdoening gaf het werk niet meer...

    Verder was het “the American way of life”. We hadden redelijk wat vrije tijd en hebben verscheidene bezienswaardigheden uit de omgeving kunnen zien of bezoeken. Trouwens de natuur in Arizona is ongelooflijk prachtig..., onmogelijk te beschrijven...

    Vooral de saguaro’s, de reusachtige kandelaarcactussen, maar ook de ander woestijnflora en fauna zijn indrukwekkend. In de krant stond eens te lezen: "vliegtuigje maakt perfecte noodlanding, piloot overleden, gedood door een saguaro!" Het vliegtuigje was tijdens de noodlanding gebotst tegen een saguaro, de cactus brak en viel boven op de piloot...

    Om uitstapjes te maken mochten we altijd een van hun auto’s gebruiken, ik kon (soms) zelfs kiezen uit drie exemplaren...

    Om boodschappen te doen had ik een GMC pick-up met een 6.2 liter diesel motor.

    Automatisch geschakeld natuurlijk en met een geïntegreerde kwaliteitsstereo-installatie. Deze pick-up diende normaal uitsluitend om de zware vuilniscontainer te trekken op maandagnamiddag. Het verbruik per mile??? Joe had een eigen privé benzinepomp!

    Om wat luxueuzer ritjes te doen mocht ik de “Voyager” van Denise nemen. Waarschijnlijk bestond dat soort auto nog niet in Europa op dat ogenblik. Om de kinderen naar school te brengen of om bijvoorbeeld naar de bank te rijden nam ik de Voyager. Dit was om Denise's fameuze halssnoer, met de enorme smaragden omringd met diamanten, in de bank te gaan ophalen of het de volgende dag terug te brengen...

    Als een of andere onverlaat “mijn" pick-up gepikt had, dat gebeurde regelmatig, iedereen reed graag met die krachtige wagen, was er nog een roestige handgeschakelde Chevrolet pick-up op overschot. Daar konden die Amerikaanse jonge nichtjes van de bazin niet mee overweg.

    Op het domein waren steeds 100 auto’s aanwezig. De baas wou dat zo ! Honderd stuks, niet meer, niet minder! Joe had onder andere zes zwarte, antieke Mercedessen, gebouwd tijdens de Hitler periode. Gemiddeld 500 of 600 kilometer op de teller. Dus nooit gereden. Ze stonden in een daarvoor speciaal gebouwde loods, zes op een rij, met onder de wagens een plasje onbezoedelde olie...

    Hijzelf reed uiteraard in een Cadillac, maar als het echt chic moest zijn nam hij een BMW 760 of één of andere grote Volvo. In 1986 !

    Denise reed vooral met die Voyager, die ik ook mocht gebruiken om boodschappen te doen maar om naar de vriendinnen op koffieklets te gaan reed ze met haar “Corvette”. Een blitse sportkar waar velen alleen maar durven van dromen...

    Ook de “cell-phone” bestond toen reeds, de huidige GSM. Het waren toen wel loodzware dingen die amper in een dameshandtas pasten. De rekening voor het verbruik heb ik ook gezien en die was zeker zo zwaar als de toestellen.

    22-01-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen


    Foto

    Hoofdpunten blog keukenweetjes
  • Kapoenen
  • Menu van het paard
  • Paardenvlees

    Blog als favoriet !

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Categorieën
  • Etymologie (6)
  • Grondstoffen (32)
  • Keukentheorie (35)
  • Maak het zelf (35)
  • Paddenstoelen (15)
  • Reisverhalen (53)




  • Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!