|
Onderstaande tekst heb ik al eerder gepost in 2011 en na zoveel mogelijk verkeerd geplaatste komma’s op andere verkeerde plaatsen neergezet te hebben en wat spaties heb verwijderd vind ik dat het nog steeds kan.
Ondertussen zijn er de moeders met hun smartphone bijgekomen. Hun kinderen zitten smekend om aandacht in hun kinderwagentjes, hun speeltje ligt op de grond, maar moeders is bezig. Moeders scrollt met haar lange, lelijke, onpraktische, fluonagels en deelt haar drukke leven op het internet.
Er stapt een vrouw in de bus. Ma Flodder in hoogsteigen persoon vergezeld door een stel kleine flodders.
Een van de kinderen, een jochie van een jaar of zes naar ik schat aan de ontbrekende voortanden, doet het waarschijnlijk nog in zijn broek te horen aan de honende opmerkingen, die zijn twee broertjes, zusje en zijn moeder maken. De laatste zou toch beter moeten weten, denk ik dan. Hij wordt bespot, uitgelachen, uitgescholden en vernederd en moeders doet mee. Het kind kijkt schuw naar beneden, alsof hij zich kleiner probeert te maken dan hij al is. Ik heb met het ventje te doen. En ik erger mij aan het wijf dat voor zijn moeder moet doorgaan.
Tegenwoordig heb je voor alles een diploma nodig. Zelfs indien je een carrière als schoonmaakster ambieert moeten er testen afgelegd worden. Hoe belangrijk is het immers om te weten of je beneden begint, ergens in het midden, van boven of toch maar ergens van onderen. Ik ken trouwens iemand met een hogeschoolopleiding die voor dit examen gezakt is. Dit even terzijde.
Maar ik ben laf, zoals de andere mede busreizigers die voor zich uitkijken en niks horen.
Bang voor een grote bek van het lelijke wijf met haar lelijke smoel. Zo van: “Waar bemoei jij je mee, trut “Et de quoi je me mêle?”
Ik hou lafhartig mijn mond.
|