NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Nukerke
Nukerke aan de voet van een getuigenheuvel
Startpagina !
Inhoud blog
  • Reliëfkaart van Nukerke op 1/10 000
  • Linde langs de Pontstraat.
  • Voorwoord
  • Molens
  • Louise-Marie
  • Dorpskern
  • Nukerke, aan de voet van de getuigenheuvels
  • Opkomst van het protestantisme (vervolg)
  • Vanaf het Oostenrijks Bewind
  • Naar de 20ste eeuw
  • Perikelen over de Tweede Wereldoorlog
  • Schilderspalet
  • Wapenschild van Nukerke
  • 1.Oud-gemeentehuis te Nukerke
  • 4.De snibbemolen
  • 3.Hospice
  • 2.Oude dorpskom
  • 5. Windmolen ten Kruissens
  • 6. Windmolen Ten Hengst
  • 7. Oud-schoolhuis
  • 8. Oud hoevetje
  • 9. Gesloten hoeve
  • 10. Windmolen ter Slepe
  • 11. Kerk te Nukerke
  • 12. Binnenzicht van de kerk
  • 14. Windmolen Ter Geynst
  • 13. Herenwoning te Louise-Marie
  • 15.Kerktoren te Nukerke
  • 16. Louise-Marie - woonhuis
  • 17. Kerk La Salette
  • 18. Huidig dorpszicht
  • 19.Molen ten Hotond
  • 20. De Keizerrei
  • 23. De Paepscheure in Zulzeke
  • 22. Klooster te Nukerke
  • 21- Kerkje van Melden
  • 24. Tijdelijk verblijf van Hugo Claus
  • 25. Leo Piron
  • 26. Watermolen Ten Meulebroecke
  • 33b. Huisjes van de negenkoten
  • 33a. De negenkoten
  • 33. De negenkoten
  • 32. De oude steenweg
  • 31. Hospice en St-Vincentius
  • 3O. De spoorwegtunnel
  • 29. Aan 't lindeke
  • 28. De laatste suisse in de kerk te Nukerke
  • 27. Veldkapelletje langs de Weitstraat
  • 39. Ingang tot het Muziekbos in Louise-Marie
  • 38. Woning van de familie Van Malleghem
  • 34. Het kerkje te Zulzeke
  • 37. Aan Den Engel
  • 36. Molen ten Hengst met bijgebouwen
  • 35.Pastorie te Nukerke
  • 48.Goet ten Broecke met watermolen
  • 47. Goet ten Broecke
  • 46. Boerderij van oud-burgemeester Francis Vander Eecken.
  • 42. Kapel van mere.
  • 41. De site rond het Waterkasteel
  • 40. Kapel de Rode Haan
  • 71. In de sterre
  • Hoevetje van Merke Verbruggen
  • 55. De Nedermolen in Zulzeke
  • Zulzeke dorp
  • 52. Maison de commune de Nukerke
  • 51. Windmolen Ter Geynst
  • Linde aan de Lesborre
  • 43. Hoeve Schoorens
  • 50. Sint-Antonius-abt
  • 49. Lemen schuur op den Dries
  • 45. Veldkruis te Ronse
  • 44. Site met Meulen Ter Gheynst
  • 43. Het Nieuwennest
  • Over de negenkoten en andere anekdoten.
  • Het leven langs de Pontstraat
  • Pittige verhalen
  • Het verhaal van Leontine
  • Gesneuvelde militairen tijdens W.O.-I
  • Een levensverhaal vol anekdotes
  • Mensen schrijven geschiedenis
  • Oorlogsverhalen - Verzamelde opstellen
  • Het monument der gesneuvelden en weggevoerden
  • Oorlogsverhalen
  • 69. Maurice Schoorens
  • 68. Maurice Wyckaert in Nukerke
  • Oude woning langs Steenweg
  • 55. De Paepscheure in Zulzeke
  • Burgemeester André Hubeau
  • Bevolkingspiramide in 1972
  • Nukerke had een 100-jarige
  • Meester Jan
  • Bavo De Weer
  • 67. Pastoor Paul Dutordoir
  • Gemeenteschool: vorige schoolhoofden
  • Meester Theofiel Gilleman
  • Enkele oude frivole liedjes gezongen te Nukerke
  • Geschiedenis van het onderwijs
  • Geschiedenis van het gemeentelijk onderwijs (vervolg)
  • Het gemeentelijk onderwijs
  • Reliëfkaart van Nukerke
  • Tekst bij de tekeningen
  • Tekst bij de tekeningen- vervolg
  • De Nukerkse Breydelszonen
  • Vervolg van de Breydelszonen
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    ha
    blog.seniorennet.be/ha
    Inhoud blog
  • Reliëfkaart van Nukerke op 1/10 000
  • Linde langs de Pontstraat.
  • Voorwoord
  • Molens
  • Louise-Marie
  • Dorpskern
  • Nukerke, aan de voet van de getuigenheuvels
  • Opkomst van het protestantisme (vervolg)
  • Vanaf het Oostenrijks Bewind
  • Naar de 20ste eeuw
  • Perikelen over de Tweede Wereldoorlog
  • Schilderspalet
  • Wapenschild van Nukerke
  • 1.Oud-gemeentehuis te Nukerke
  • 4.De snibbemolen
  • 3.Hospice
  • 2.Oude dorpskom
  • 5. Windmolen ten Kruissens
  • 6. Windmolen Ten Hengst
  • 7. Oud-schoolhuis
  • 8. Oud hoevetje
  • 9. Gesloten hoeve
  • 10. Windmolen ter Slepe
  • 11. Kerk te Nukerke
  • 12. Binnenzicht van de kerk
  • 14. Windmolen Ter Geynst
  • 13. Herenwoning te Louise-Marie
  • 15.Kerktoren te Nukerke
  • 16. Louise-Marie - woonhuis
  • 17. Kerk La Salette
  • 18. Huidig dorpszicht
  • 19.Molen ten Hotond
  • 20. De Keizerrei
  • 23. De Paepscheure in Zulzeke
  • 22. Klooster te Nukerke
  • 21- Kerkje van Melden
  • 24. Tijdelijk verblijf van Hugo Claus
  • 25. Leo Piron
  • 26. Watermolen Ten Meulebroecke
  • 33b. Huisjes van de negenkoten
  • 33a. De negenkoten
  • 33. De negenkoten
  • 32. De oude steenweg
  • 31. Hospice en St-Vincentius
  • 3O. De spoorwegtunnel
  • 29. Aan 't lindeke
  • 28. De laatste suisse in de kerk te Nukerke
  • 27. Veldkapelletje langs de Weitstraat
  • 39. Ingang tot het Muziekbos in Louise-Marie
  • 38. Woning van de familie Van Malleghem
  • 34. Het kerkje te Zulzeke
  • 37. Aan Den Engel
  • 36. Molen ten Hengst met bijgebouwen
  • 35.Pastorie te Nukerke
  • 48.Goet ten Broecke met watermolen
  • 47. Goet ten Broecke
  • 46. Boerderij van oud-burgemeester Francis Vander Eecken.
  • 42. Kapel van mere.
  • 41. De site rond het Waterkasteel
  • 40. Kapel de Rode Haan
  • 71. In de sterre
  • Hoevetje van Merke Verbruggen
  • 55. De Nedermolen in Zulzeke
  • Zulzeke dorp
  • 52. Maison de commune de Nukerke
  • 51. Windmolen Ter Geynst
  • Linde aan de Lesborre
  • 43. Hoeve Schoorens
  • 50. Sint-Antonius-abt
  • 49. Lemen schuur op den Dries
    Zoeken in blog

    01-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.69. Maurice Schoorens
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Schoorens Maurice geboren op het Heidje 18 te Nukerke op 27 juli 1938. Liep lagere school te Nukerke tot het 5de leerjaar. Het 6de leerjaar volgde hij in het Sint-Antoniuscollege te Ronse. Het jaar daarop startte hij in de afdeling Grieks-Latijn. Na zijn humaniora volgde hij de priesteropleiding in het seminarie te Gent. Hij kreeg zijn wijding in 1963. Op 13 januari 1965 werd hij onderpastoor in Oostwinkel. De volgende parochies waren Gentbrugge en Sint-Martinus in Ronse. Van 20 september1986  tot  1 maart 1996 was hij in Aalst pastoor van de Sint-Paulusparochie. Op 23 april 1996 werd hij pastoor in Kluisbergen. Daar droeg hij zijn laatste mis op, nam deel aan een jeugdfuif en kreeg een “Pluim”. Dit alles op 31 augustus 2013. Maurice was 75 ging op rust en  verhuisde van Kwaremont naar  de directeurswoning van de home Sint-Leonardus in Louise-Marie. Zijn dagen vult hij nu met bezoeken aan de bewoners  van de rustoorden in Nukerke en Louise-Marie.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.68. Maurice Wyckaert in Nukerke
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Maurice Wyckaert geboren in Brussel op 15 november 1923 en overleden in Jette op 17 juli 1996 Kunstschilder Op 5 juli 1963 in Nukerke komen wonen in Terbeke nr 17 Tijdens zijn Nukerkse periode “liet hij alle invloeden achter zich en ontwikkelde een eigenzinnige stijl. In die periode schilderde hij zijn bekende abstracte landschappen. Al in Italië had hij de kracht van de landschappen, badend in het mediterrane licht, ontdekt. In de Vlaamse Ardennen vond hij gezichten op bergruggen, landschappen versneden door akkers en bossen, eindeloze wolken. “ MMMV (’t Pallieterke) Maurice Wyckaert kreeg grote aandacht door de tentoonstelling in het KMSKB die liep tot maart 2019.

    Het bijgaande werk lijkt wel een Nukerks landschap met "een eindeloos landschap versneden door akkers en bossen en eindeloze wolken." "De schilder heeft elk realistisch element weggehaald: het water van de beken kan rood zijn, de bomen niet meer dan vlekken."MMMV


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oude woning langs Steenweg
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Oude woning, langs de Steenweg nr 80, van de familie Verscheuren in de volksmond bij "Bietozen Dieken", de vader van Valère Verscheuren. “Bietozen Dieken was de broer van “Bietozen klienen” die de herberg “In den beitel”, aan de overkant van de straat open hield.

    Laatste bewoners waren Suzanne Verscheuren gehuwd met Victor Dekeyser. Deze oude buurt  was eertijds gekend voor zijn stroperij én de weddenschappen bij hanengevechten. In de 3 herbergen in de buurt, Den beitel, Het neerhof en bij Speelders (Speelderenzen zwarten) kwam de volksmens zijn geld verspelen aan weddenschappen. De woning is gedoemd om te verdwijnen bij de aanleg van een nieuwe Rijksweg.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.55. De Paepscheure in Zulzeke

    In “De molens van het arrondissement Oudenaarde” door J. Vandeputte lezen we: “De Kuitholbeek, die op de westelijke flank van de Kruissens ontspringt, krijgt verder de naam Meulebeek, vormt de grens tussen Nukerke en Zulzeke en brengt, aan de eerste grote hoeve die ze aandoet, het grote molenrad in beweging van de molen Paepschuere (of Paepschure, Paepschuere of Raapschure).We weten dat bij telling in 1577ook hier een watermolen was: Hercules sz Coninck houdt in pachte van mejoncvrouwe We van Jacques van Ghersdale, eenen watermeulen voor de somme van 60P.pars. De site werd vroeger Meuleveld genoemd.”

    De site is beschermd sinds 13 november 2003.

    Bijlagen:
    43. Zulzeke (2) (600 x 419).jpg (64.5 KB)   


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Burgemeester André Hubeau
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Potloodtekening 30/40

    Joseph, André Hubeau geboren in een landbouwersgezin te Nukerke op 21 maart 1910 en godvruchtig overleden te Ronse op 19 februari 1995.

    André had het voorrecht dat hij van zijn ouders mocht verder studeren ook al was hij de enige zoon op het erf naast een zus. Hij was zo’n flinke student dat hij volgende academische graden behaalde: Licentiaat in handelswetenschappen, financiële, consulaire en koloniale wetenschappen. Licentiaat in politieke- en sociale wetenschappen. Hij ging prat op zijn vorming maar liet dat niet openlijk blijken. Ook relativeerde hij zijn resem academisch graden. Hij vertelde dat in zijn studietijd sommige van die graden werden bekomen mits het slagen in een paar bijkomende examens.

    André werd reserveofficier en werd gemobiliseerd in 1940. Hij was er compagniecommandant.

    In de jaren 60 tot 80 hadden zijn vrienden uit de studententijd in Leuven belangrijke ministeriële posten in de toenmalige Belgische regeringen.

    Burgemeester van Nukerke van 1953 tot en met 1976 in opvolging van Richard Deschaumes

    Burgemeester van Maarkedal van 1977 tot en met 1983

    Oud-strijder en krijgsgevangene tijdens de oorlog 1940-1945?

    Lees ook zijn oorlogsverhaal.

     


    Verhaal van André Hubeau

     

    Op 15 maart 1984 vertelde André Hubeau zijn oorlogsbelevenissen aan de schooljeugd.

    André Hubeau  werd te Nukerke geboren op 21 maart 1910. Tot voor enkele maanden was hij nog burgemeester van de gemeente Maarkedal en wordt door iedereen nog aangesproken met “burgemeester”. Hij is nu 74 jaar oud en woont nog steeds langs de Weitstraat in zijn grote hoeve, die ondertussen een rust uitstraalt na een eeuwenlange activiteit..

     

    “Tijdens mijn legerdienst volgde ik de opleiding van reserveofficier bij de infanterie. Op 21 september 1939 werd ik gemobiliseerd als jonge luitenant bij het 24 Linieregiment. (Daarop stapte hij naar de schone plaats, opende de deur van een mooie, grote antieke kleerkast en haalde  trots  zijn uniform van officier te voorschijn. Op de kapstok hing tevens zijn officiersmutsje. Op de vest prijkten drie gouden sterren., de graad van kapitein. Nu terug naar het verhaal.)

    Tijdens de mobilisatieperiode werden veel alarmoefeningen gehouden om de stellingen te leren bezetten in de korst mogelijke tijd. Iedereen wist trouwens dat er oorlog dreigde met ons buurland Duitsland.

    In de vroege morgen van 10 mei 1940 was er voor de zoveelste keer alarm. Mijn ordonance schudde mij wakker en riep: “Luitenant , luitenant ’t is alarm, maar nu is het serieus!”  Vliegensvlug werden de soldaten van  mijn peloton gewekt en zoals ze getraind waren kleedden ze zich vlug aan, namen de gevulde ransel, gasmasker en wapen en trokken naar de ingeoefende stelling. Mijn peloton bezette een stelling van mitrailleurs in verschillende tuinen in Hasselt. Reeds van bij zonsopgang maakten wij kennis met de oorlog want Duitse vliegtuigen vlogen over onze hoofden. Bommenwerpers waren op weg om vliegvelden aan te vallen en kruispunten te bombarderen, kwestie van paniek te zaaien onder de angstige burgers. Ons afweergeschut was echter ontoereikend want de vliegers vlogen op een hoogte van 8000 m. Die dag vielen reeds veel slachtoffers, ook onder de burgerbevolking. Duizenden vluchtelingen trokken over het Albertkanaal uit vrees voor de gruwelen. Velen zullen die 10de mei 1940 nooit vergeten. Tegen de avond dan verschenen de eerste Duitse troepen aan de oever van het kanaal. Onze Belgisch mitrailleurs vuurden wel uit volle kracht maar algauw ondervonden wij de grote overmacht van de Duitse troepen die voortdurend hun tankgranaten op onze stellingen afvuurden. Ondertussen dynamiteerden Belgisch genietroepen enkele bruggen over het Albertkanaal. Ik had wel de opdracht gekregen om zo lang mogelijk stand te houden  Maar,…na vier dagen moesten wij echter de verdediging afbreken  De Duitsers waren reeds doorgestoten tot voorbij Sint-Truiden. We moesten achteruit want de Duitsers waren van plan de tactiek van omsingeling uit te voeren. Daardoor zouden wij ingesloten worden en zouden zo hopeloos verloren zijn. Mijn peloton vertrok dan richting Loksbergen waar wij de mitrailleurs tegen vijandelijke vliegtuigen opstelden. Daar hielden wij nog een paar dagen stand... Ten slotte zijn wij voor de overmacht moeten wijken en trokken met onze mobiele mitrailleurposten, getrokken door boerenpaarden, naar Leuven. Dat was een lastige voettocht. Tijdens een van de veldtochten legden wij tot 72 km af in 24 uur. Ons regiment  verhuisde van Leuven via Temse naar Sint-Niklaas. Het was toen reeds de 18de mei. In Sint-Nilklaas gingen we de trein op en reden naar Gent. Hier heb ik ook wat geluk gehad want de trein na ons werd te Lokeren door Duitse eskaders aangevallen. Daar vielen vele slachtoffers.

    In Gent kreeg ik bevel van hogerhand om mijn luchtafweergeschut in het Gentse stadscentrum op te stellen, maar na een paar dagen was de opdracht daar geëindigd en vertrokken wij via de Pinte naar Tielt , Roeselare en Kortrijk. Daar aan de Leie betrokken wij een nieuwe stelling. Maar de Duitse aanval hield niet op en meermaals werden grote bressen in onze verdedigingslijn geslagen. Op 27 mei 1940 had de grote “slag aan de Leie”plaats. Onze reservetroepen werden ingezet. Maar vruchteloos ! Groepen Belgisch soldaten werden ingesloten, anderen werden tot overgave gedwongen en velen lieten er het leven bij. We werden tot overgave gedwongen. Ook ik liet een witte doek aan een loop van een geweer knopen om boven de loopgrachten te steken. Teken van onverzettelijke overgave. Daarop werd ik met mijn manschappen krijgsgevangen genomen. Alle militaire bezittingen  zoals gasmaskers, wapens, munitie en legerkaarten moesten worden afgegeven  Officieren werden gescheiden van de manschappen. Met een groep van een 40-tal officieren begonnen wij een voettocht naar Zwevegem en Moen. Nadien brachten Duitse vrachtwagens ons via Ronse en Brakel naar Ninove.. Vandaar ging onze reis per trein, in goederenwagens, langs Gembloers, Namen en Maastricht. Enkele dagen later werden wij ondergebracht in een kamp in Soest (Duitsland). Dat krijgsgevangenleven  aldaar woog zwaar wegens de honger, de dorst en … de verveling want gevangen officieren mochten niet te werk worden gesteld.

    Eindelijk op 11 augustus 1940 mochten veel krijgsgevangenen , waar onder ik, naar huis. Via Antwerpen en Gent kwam ik in Oudenaarde aan. De laatste kilometers naar Nukerke legde ik per fiets af. Daar wachtte mij een blij verwelkomen!

    Het werk op de boerderij kon beginnen, maar…helaas korte tijd nadien zouden de Duitsers onze paarden komen opeisen en moesten de velden wachten op betere tijden.”

     

    André Hubeau , Nukerke 15 maart 1984.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bevolkingspiramide in 1972
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     De bevolkingspiramide jaar 1972 betreffende 898 vrouwen en 943 mannen of een totaal van 1841 inwoners.


    Een bevolkingspiramde is een grafische voorstelling van de samenstelling van een bevolking naar leeftijd. Vooraf dit. Een bevolking groeit aan o.a. door geboorten. Diezelfde bevolking sterft of emigreert. De basis van de driehoek stelt de kinderen voor in de leeftijd tot 1 jaar. Bij een normale bevolkingsaangroei zijn de onderste balken de  langste. Deze worden korter naarmate de leeftijd stijgt. De beide benen van de driehoek lopen normalerwijze min of meer symmetrisch naar de top. Wat vertelt ons deze piramide (die er eigenlijk geen is) ? Bij deze piramide wordt links de vrouwelijke bevolkingsgroep weergegeven en rechts de mannelijke. Deze voorstelling heeft echter geen vorm van een piramide. Een brede basis ontbreekt. Dit duidt op een een verouderde bevolking; nl een smalle basis en een breed middenveld wat wijst op een klein geboortecijfer. Wie verder de gegevens ontleedt merkt het lage geboortecijfer tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 (zie leeftijd 29 jaar tot 32 jaar) en een nog meer uitgesproken laag aantal inwoners in de leeftijdsgroep van 50 -55 jarigen. (geboorten tijdens W.O.-I)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nukerke had een 100-jarige
    Klik op de afbeelding om de link te volgen De eeuwelinge van Nukerke was mevrouw Marie-Justine Seghers, geboren te Leupegem den 1 juli 1839
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Meester Jan
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Meester Jan, was oppermeester in de katholieke dorpsschool te Nukerke. Begin negentiende eeuw bepaalde hij mede de gang van zaken in Nukerke samen met de overijverige pastoor Dutordoir. Hun objectief was: de strijd tegen de "liberale, goddeloze" school langs de Pontstraat.

     -Maar er was ook nog de katholieke dorpsschool van Meester Jan Antoon Verlent beginjaren 1900. Hij woonde op de plaatse waar nu de woning staat van Aelvoet-Restiaens. Naar verluidt was "meester Jan" een geëerd figuur, streng en voortvarend. Hij was gehuwd met Irma Jooris

    -Meester Jan was toen de oppermeester. Zuster-overste schreef al eens een briefje en ik moest dat berichtje tijdens de schooluren bij meester Jan brengen Hij woonde op de plaatse en was reeds op pensioen. Irma, zijn vrouw, kwam opendoen, en na een beleefde groet werd het berichtje afgegeven. En negen op tien, die dag kwam meester Jan nog naar school. Hij was een heel goede meester en had na zijn oppensioenstelling nog een grote verbondenheid met zijn school. Op een dag komt mijn moeder meester Jan tegen en deze zegt haar dat mijn broer Georges “ nen rappen” was. “Hij moet naar een andere school want hier kan hij niets meer bijleren. Laat hem naar Ronse gaan.” En zo geschiedde.

    -Meester Jan die toen les gaf in de jongensschool kwam wekelijks de zaterdagvoormiddag naar de meisjesklassen om onze les te komen overhoren. Telkens hij kwam had hij een verrassing in petto. Op het eind van zijn bezoek had hij steeds een verrassing voor ons. Hij hield zijn twee vuisten voor zich.? In een ervan zat een cent. Een leerling die goede antwoorden had gegeven mocht raden in welke hand de cent stak.. Raadde die juist dat mocht het kind de cent aan het negertje geven, aan dat dankbaar knikkende kopje …

    -Meester Jan, met zijn pince-nez was een streng man. Hij was bekend voor zijn uitspraak: "Vooruit gij ,ga van voren op den tree de knieën zitten gij lieleken chudas", en dat met een accent uit het West-Vlaamse Kallo.

     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bavo De Weer
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Bavo De Weer was een vooraanstaande figuur en suisse in de kerk te Nukerke.
    Op zijn doodprentje lezen wij: "Bid voor de ziel van Bavo De Weer Echtgnoot van Clemence Verplanken vereerd met de Herinneringsmedaille 1870-1871  geboren te Sulsique, den 4 Januari 1843 en godvruchtig overleden te Nukerke den 15 Maart 1921. Hij was lid van het Genootschap van den H. Franciscus-Xaverius"

    In Nukerke woonde hij in het koeplekje op de hoek van de Pontstraat en de Potaarde. Hij was lid van het Genootschap van den H. Franciscus-Xaverius. Tot vóór zijn dood was hij suisse in de parochiekerk te Nukerke. “Heer, ik heb bemind den luister van Uw huis en de woonplaats Uwer glorie”, zo luidde de eerste zin op zijn doodprentje.

    Bavo De Weer werd niet gespaard. Zijn zoon Oscar, geboren te Nukerke op 14 oktober 1886, sneuvelde als soldaat van het 1ste Linieregiment in de loopgrachten nabij Diksmuide op 6 juli 1915. Het stoffelijk overschot rust op ’t erepark nabij Diksmuide


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.67. Pastoor Paul Dutordoir
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Paul Dutordoir werd geboren te Sint-Kruis-Brugge op 23 augustus 1861 en werd priester gewijd te Gent op 30 mei 1885. Hij was achtereenvolgens onderpastoor te Aspelaere (1885-1887), onderpastoor te Sint-Pieters-buiten Gent ((1887-1902), onderpastoor te Sint-Stephanus Gent (1902-1907), pastoor te Nukerke (1907-1931). Nadien werd hij Bestuurder van de Zusters der Visitatie te Mariakerke(Gent) van 29 september 1931 tot hij godvruchtig overleed op 16 februari 1946.
    Op zijn "doodsbeeldeke" lezen we:"Wie den eerwaarden overledene van dichtbij heeft gekend weet dat hij, onder eene ietwat ruwe schors een gouden hart droeg, een gevoelige ziel. Zijne rechtschapen gemoed, zijn gulhartig karakter."

     -Pastoor Dutordoir had in het heetst van de schoolstrijd zelfs luid verkondigd dat hij nooit of ter nooit een voet zou zetten in de gemeenteschool en dat hij er zeker geen catechismusles zou onderrichten. Het gemeentebestuur nam dat niet. Arrmand Vandeputte en Henri Van Maelsaeke schreven een klachtbrief naar het bisdom. Enige tijd later moest de pastoor de parochie verlaten om directeur te worden in een klooster.

    -Volgens Leontine Vandeputte speelde de pastoor Dutordoir (pastoor in Nukerke vanaf 1907) een beetje de rol van burgemeester tijdens de ambtsperiode van burgemeester T’Sjoen. Tijdens een bezoek van de pastoor aan Armand Vandeputte zou hij de pastoor geantwoord hebben:"Gij baas in de kerk en ik baas in de gemeente!" Ook toen werd er hier in Nukerke een plaatselijke schoolstrijd tegen een openbare school uitgevochten. De pastoor Dutordoir predikte tegen de liberale school. 

    Nog een anekdote in verband met pastoor Dutrodoir.Dat deze parochieherder een heel bijzondere rol speelde in Nukerke weten we al.Zoals gebruikelijk ging hij regelmatig op klasbezoek in zijn parochieschool. Deze keer was het in de jongensschool. Om te weten te komen hoe graag hij wel gezien is vraagt hij aan de jongens : « Hawel, wat zeggen de mensen van hunne pastoor in Nukerke ? » De ene kijkt naar de andere tot daar een durvertje op de tweede bank zijn vinger opsteekt. Het was ene Devos vanop de Pontstraat en of het nu Achiel was of Joseph of Georges, dat doet er nu niet toe. Nieuwsgierig naar het antwoord zegt de pastoor : « Ja zeg het maar hoe ze me vinden ! » « Awel mijnheer pastoor de mensen zeggen dat hij hier niet rap genoeg kan wegzijn ! » Het verbaast de pastoor wel een beetje. « Ja dat zal wel niet iedereen zeggen ! » En hij droop af. Thuisgekomen vertelt de jongen zijn verhaal. Moeder Marie wreef haar handen schoon aan haar schort. Stroopte die uit, sprong op haar fiets en snelde naar de pastorie. Na het gebruikelijke aanbellen en het open van de deur verscheen daar de pastoor. « Dag mijnheer pastoor , ‘t is om te zeggen dat dat wat onzen kleinen heeft gezegd zéker niet bij ons thuis werd gezegd. Hij zal dat weeral ergens anders hebben opgeraapt. ! » Wat de pastoor daarop heeft geantwoord weten we niet.

     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gemeenteschool: vorige schoolhoofden
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Vorige schoolhoofden












    Theofile Gilleman                              Fedor De Merlier                        Hedwig Vandenabeele
                                                            vanaf 1 mei 1931                         vanaf 1 september 1968
                                                                                                                tot 31 augustus 1994
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Meester Theofiel Gilleman
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    .       Theofile Gilleman, was het eerste schoolhoofd van de gemeenteschool, toen gelegen langs de Capellestraat (nu Pontstraat ) in Nukerke.
    Meester Theofile Gilleman was oppermeester van de eerste gemeenteschool langs de Pontstraat te Nukerke. Hij woonde in het schoolhuis naast de eigenlijke school.
    Gilleman was een strenge meester en ook al kwam de pastoor nooit op bezoek in de gemeenteschool, toch gaf meester Gilleman godsdienstonderricht.
    Een zoon Joseph is gesneuveld in het begin van W.O.-I., nl. op 5 september 1914. Uitzonderlijk voor die tijd was het feit dat meester Gilleman een “spreekmachine” had. (Dat zal een fonograaf geweest zijn, de voorloper van de grammofoon). Hij is driemaal getrouwd geweest; eerst met een zekere Maes, dan met Claus en tenslotte met Gusta Tonneau, de zus van Staf Brugge zijn vrouw. Na het overlijden van de meester is zijn weduwe een tijdje gaan wonen in het huis naast de school (zie nr 14).
    Ook toen werd er hier in Nukerke een plaatselijke schoolstrijd tegen een openbare school uitgevochten. De pastoor Dutordoir predikte tegen de liberale school. Na 1930 begon het mank te lopen met de school, het aantal kinderen verminderde, tot er uiteindelijk maar een paar kinderen overbleven. Nadien werd de school definitief gesloten. Meester Gilleman bleef nog enkele jaren in het leeg schoolgebouw wonen. Na zijn dood werd het schoolgebouw als schrijnwerkerij ingericht. Nadien werd het bewoond door Aloïs Norga die het later doorverkocht aan de familie Hector Van Moorleghem, die in het oude schoolgebouw een mechanische maalderij inrichtte.
    De school langs de Capellestraat werd door sommige een oord van verderf genoemd. Wie daar school liep zou in “d’helle” terecht komen. Op ’t laatst had onderwijzer Gilleman nog 2 leerlingen: Richard De Bisschop en Franske Norga. In die tijd was pastoor Dutordoir pastoor te Nukerke en speelde burgemeester, was baas op ’t kerkhof en chef in ’t hospice. Naar ’t schijnt had hij ook andere activiteiten. Maar de pastoor en de onderpastoor bleven preken tegen die liberale school. De pastoor deed al wat hij kon opdat de katholieken bij een volgende verkiezing zouden boven zijn. Maar de liberalen wonnen en Armand Vandeputte uit ten Abele werd burgemeester. Ondertussen zat de school zonder leerlingen en de oppermeester zonder werk. Bij zijn op ruststelling woonde hij in een woning gelegen tussen de school en het hoevetje van R. Van Coppenolle. 
    Tijdens zijn derde huwelijk met Gusta Tonneau werden na de gesneuvelde zoon Joseph, nog 2 zonen geboren. De oudste, Joseph-Theofiel-Guido, werd geboren op 13 juli 1918. Tijdens zijn beroepleven was deze werkzaam als technisch tekenaar bij New Holland. Joseph heeft tevens een aantal patenten op zijn naam staan onder de naam van Joseph TG Gilleman. Hij woonde destijds in Sint-Denijs-Westrem, was getrouwd en kreeg 6 kinderen en 7 kleinkinderen. De tweede zoon, Marcel, werd geboren op 8 januari 1923. Ook hij was later te werk gesteld bij New Holland. Hij werkte er als human recources medewerker, woonde in Sint-Denijs-Westrem, was getrouwd en kreeg 2 kinderen en 6 kleinkinderen.Hij overleed op 6 april 1986. Gusta is na de dood van Theofile van Nukerke verhuisd naar Sint-Denijs-Westrem nadat ze eerst woonde in het villaatje nr. 14 naast de oude school. Ze is overleden in 1979” (veel gegevens bereikten ons via Sarah Gilleman, een achterkleindochter van Theofile)

    De grootste concurrent van oppermeester Gilleman was de toenmalige pastoor Paul Dutordoir, die dorpsherder was van 1907 tot 1931. Hij overleed godvruchtig te Mariakerke (Gent) op 16 februari 1946. Hij predikte tegen de gemeenteschool en ging zwaar te keer tegen de”goddelozen” maar naar verluidt reed hijzelf niet zo’n fraai parcours. Een afbeelding van deze kan je vinden in de vorige rubriek.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Enkele oude frivole liedjes gezongen te Nukerke

    Enkele oude frivole liedjes gezongen op "den dries" te Nukerke

     

    Het lied van de pensjager

     

    Het was op enen zomeravond

    Toen ik pijn in mijne tanden had

    Ik durfde niet gaan slapen

    Ik ging wandelen al in het veld

    Als ik nog liefhebber was van  het pensjagen

    Nam ik mijne poeder en mijne karabien

    ’t Was om hem mee te dragen

    Nam ik mijne poeder en mijne karabien

    ’t Was om hem mee te dragen

     

    Ik ging langs ene stille dreve

    Alwaar het nachtegaaltje zo liefelijk zong

    Ik legde mij daar wat neder

    Al onder enen groenen tronk

    Daar viel ik lustig in enen slaap

    Mijne tandpijn was genezen

    Maar toen ik eindelijk wakker wierd

    De zon die was aan ’t rijzen.

    Maar toen ik eindelijk wakker wierd

    De zon die was aan ’t rijzen.

     

     

    Ik zat met mijne karabien verlegen

    Voor mij was het verboden jacht

    Ik durfdege mij niet risgieren

    Ik meende dat ‘k ene gendarme zag

    Maar wat geluk mijn ore tuit

    En de stem dat ik daar hoorde

    ’t Was juist enen orgel die daar klonk

    Die mijn jonk hart bekoorde

    ‘t  Was juist enen orgel die daar klonk

    Die mijn jonk hart bekoorde

     

    Ik ging met fiere treden

    Om die overschone maagd

    Een meisje van drie maal zeven

    Die ik daar zo lustig vond.

    Zij sprak Mijnheer gij zijt zo verhaast

    Om op pendars te jagen.

    Gij weet mijne vader is garde-chasse

    En ik zal u overdragen.

    Gij weet mijne vader is garde-chasse

    En ik zal u overdragen.

     

    Zeg meisje roep geen alarm

    Uw vader is mijne beste vriend.

    En ik ben ene gendarm

    Ik doe hier mijne dienst

    Niemand zal mij de jacht verbien.

    Meisje lief waar zijn uwe zinnen.

    ‘k Zal mijne karabien eens laten zien

    En ’t poeder ziet van binnen

    ‘k Zal mijn karabien eens laten zien

    En ’t poeder zit van binnen

     

    Als het meisje had vernomen

    Dat ik enen gendarm was

    Is ze zij bij mij gekomen

    En vroeg vergiffenis

    Zij spreidde zich in het gras

    En sprak lieve gendarm

    Hier is het wild waarop gij jaagt

    Schiet maar zonder pandarm.

    Het gaf een pief, een poef,een, paf

    En ’t kletterde in de bomen..

    ’ t Is juist gepast, mijn hondje bast

    En ‘k zag de stad van Rome.

    ’t Is juist gepast, mijn hondje blaft.

    En ‘k zag de stad van Rome.

     

    Als ik mijn poeder had verschoten

    Deed zij wat

    Uwe karabien moet zijn gebroken

    Want ’t zaad ligt al in het zand.

    Die schoot heeft niet getroffen’t

    Van zo een schoot word ik niet vet.

    ’t Is al in ’t zand gevlogen.

    Van zo een schoot word ik niet vet.

    ’t Is al in ’t zand gevlogen

     

    Pensjagers voor het laatste

    Als ge gij wilt op patrijzenjacht

    Ziet dat ge zijt gendarm

    Voor u is het ook een jacht.

    Schiet maar de vogels klein en groot.

    Alles wat ge kunt vizeren.

    Al gaat het zaad al waar ge wilt.

    En ge moet u niet generen,

    Al gaat het zaad al waar ge wilt.

    En ge moet u niet generen.

     

     

    Germaine

     

     

                    Refrein

    Ach Gemaine mijn hartendief

    Ach ik heb u zo lief

    Al is er met tijds haar smoeltje wat zwart

    Daarom gaat ze nooit uit mijn hart

    Ach ze is er zo lief en fijn

    Ach ze is er de mijn

    Ze zuipt en ze snuift en ze sneukelt er bij

    En toch blijft Germaine aan mij.

     

     

                                   1

     

    Wel vrienden ik heb het u nog niet gezeid

    ‘k Heb kennis met een schone meid.

    Ja ’t is als een beeld als een engel zo schoon

    Ze spant er voor zeker de kroon.
    Men noemt haar Germaine en ’t is hare naam

    Ja tot alles is ze in bekwaam

    Daarom durf ik zeggen voor u hier tevree.

    In ’t kort trouw ik er mee.

     

                    Refrein

    Ach Gemaine mijn hartendief

    Ach ik heb u zo lief

    Al is er met tijds haar smoeltje wat zwart

    Daarom gaat ze nooit uit mijn hart

    Ach ze is er zo lief en fijn

    Ach ze is er de mijn

    Ze zuipt en ze snuift en ze sneukelt er bij

    En toch blijft Germaine aan mij

     

     

                                   2

     

    Z ‘is deftig gekleed  ja dat zeg  ik voorwaar

    Maar spijtig ze heeft niet veel haar.

    Och God op haar rokske die z’heeft aan haar lijf

    Staat er wel een lapken of vijf.

    Haar hemdeke heeft in geen weke of tien

    Voor zeker de waskuip gezien.

    En haar schoenen zijn het hermaken niet weerd.

    Ze zijn er maar goed voor den heerd.

     

                    Refrein

    Ach Gemaine mijn hartendief

    Ach ik heb u zo lief

    Al is er met tijds haar smoeltje wat zwart

    Daarom gaat ze nooit uit mijn hart

    Ach ze is er zo lief en fijn

    Ach ze is er de mijn

    Ze zuipt en ze snuift en ze sneukelt er bij

    En toch blijft Germaine aan mij

     

                                   3

     

    Ja z’is toch zo deftig dat zeg ik tevree.

    Nu onlangs op enen souper.

    D’r zaten we samen te fretten te koen

    Ze had geen ferchetten van doen

    Ze stak mee heur puten her muile zo vol

    Ze zoop haar zo zaat als een mol

    En dan nog besluiten van die is

    Ze spoide al op de plancher

    .

                    Refrein

    Ach Gemaine mijn hartendief

    Ach ik heb u zo lief

    Al is er met tijds haar smoeltje wat zwart

    Daarom gaat ze nooit uit mijn hart

    Ach ze is er zo lief en fijn

    Ach ze is er de mijn

    Ze zuipt en ze snuift en ze sneukelt er bij

    En toch blijft Germaine aan mij

     

     

                                   4

     

    Ja gans haar familie is welstellend en goed,

    ’t Is geeneen die ergens niets doet.

    Haar broeder leurt appels haar zuster met sprot

    Ja zelfs zit een veerkie in’t kot

    Zo dus kunt ge denken dat is ergens fijn

    Ik geloof dat ‘k nie beters kan zijn.

    Daarom durf ik zeggen

    In ’t korte hertrouw ik ermee.

     

                    Refrein

    Ach Gemaine mijn hartendief

    Ach ik heb u zo lief

    Al is er met tijds haar smoeltje wat zwart

    Daarom gaat ze nooit uit mijn hart

    Ach ze is er zo lief en fijn

    Ach ze is er de mijn

    Ze zuipt en ze snuift en ze sneukelt er bij

    En toch blijft Germaine aan mij

     

      

    Daar boven in dat vensterke

     

    Daar boven in dat vensterke daar lag een meisje fijn.

    Daar kwam daar ene boer voorbij. “ Zeg meisje wil je mij ?”

    “Neen,  neen met een boer om te melken aan een koe

    Gij gij gij zijt zo fijn maar mijn man zult gij niet zijn.”

     

    Daar boven in dat vensterke daar lag een meisje fijn.

    Daar kwam daar ene beenhouwer voorbij. “ Zeg meisje wil je mij ?”

    “Neen,  neen rood van bloed, gij die alle moorden doet.

    Gij gij gij zijt zo fijn maar mijn man zult gij niet zijn.”

     

    Daar boven in dat vensterke daar lag een meisje fijn.

    Daar kwam daar ene kleermaker voorbij. “Zeg meisje wil je mij ?”

    “Neen, neen naalden breken ,gij zult in mijn handen steken.

    Gij gij gij zijt zo fijn maar mijne man zult gij niet zijn.”



    Op ienen dertien oêven

     

    Op ienen dertien oeven,

    den baker sloeg zijn wijf,

    Al mee een hiete poeule,

    zu deerlek op heur lijf.

    Wa goeun we den baker geven

    al veur zijn nieuwe jaor;

    Een kind al in de wiege

    mee zwart gekroeseld hoêr.

     

    De meisjes van Nukerke

    De meisjes ja van Nukerke zoals men overal ziet

    Ze zien d’er de jonkmans zu gieren maor jô ze gebôren da niet

    De meisjes voornaam zo lief en zo net

    Het zijn lijk engelkes die maagden zijn

    Als gij  eens goed  op hen let

    Ze lachen u zo zoetjes tegen

    Maar eenieder weet dat wel

    Ze zijn er ja zo verlegen

    Als gij maar eens komt aan hun vel

    En moet gij eens aan het tôten toe gaan

    Tralalalaliere

    ……………………………

    De meisjes ja van Nukerke

    Gelijk men overal zit

    Ze zien d’er de jonkman zu gieren

    Maor jô ze gebôren dat niet!


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geschiedenis van het onderwijs

                           Geschiedenis van het onderwijs
    O
    ude volkeren kenden reeds een vorm van onderwijs. Bij de primitieve volkeren aapten de kinderen na wat de volwassenen deden. Meer georganiseerd was het onderricht bij de Grieken en Romeinen. Kloosters, burchten en abdijen  waren in de middeleeuwen plaatsen waar bevoorrechten enige vorm van onderricht kregen. De laagste klasse van de bevolking bleef steeds uitgesloten.

     

    Nationale voorgeschiedenis 

    Frans Bestuur (1792-1814)

    In 1795 werd het ganse toekomstige België door Frankrijk bezet. Een jaar later, in 1796, werd de universiteit van Leuven afgeschaft en religieuze orden werden ontbonden.Tijdens de Boerenkrijg van 1798 tot 1799 komen de landlieden massaal in het verzet tegen de Franse bezetter.Tijdens het Bewind van Napoleon Bonaparte kwam het concordaat  met de paus tot stand waardoor o.a.de katholieke eredienst werd hersteld en de geestelijkheid werd bezoldigd.Napoleon werd op 18 mei 1804 tot keizer verheven en kwam er zware druk te liggen op de Kerk.Kerk en Staat werden gescheiden waardoor de  Kerk alle voorrechten verliest. De Staat eigende zich het monopolie toe van het onderwijs en zelfs van de opvoeding van de kinderen. Dat was voortaan regeringszaak. Maar de Kerk bleef een grote levenskracht uitstralen zelfs na het verlies van haar goederen. Voortaan is de Kerk van de Staat gescheiden maar ze behoudt zeker nog rechten door het Concordaat gewaarborgd.

    Hollands Bewind (1815-1830)

    30 mei 1814: vereniging van België met Holland.

    Het Openbaar Onderwijs kreeg de volle aandacht van Willem I, immers men had het toen over “onze bedroevende achterlijke bevolking”. Maar Willem nam belangrijke beslissingen want in het Zuiden was het onderwijs niet georganiseerd. We hadden hier geen opgeleide onderwijzers, ingerichte schoollokalen of goede handboeken, noch was er een regelmatig schooltoezicht. Er werden in 10 jaar tijd 1146 schoollokalen bijgebouwd of vernieuwd. De gemeentelijke scholen kenden een grote aangroei van leerlingen.

    De koning besliste in zaken van bestuur en onderwijs dat niet vrij was. Hij schonk dan ook zijn volle aandacht aan het openbaar onderwijs. Vierduizend kosteloze lager scholen kregen gediplomeerde onderwijzers en in 1816 werden zeven athenea door de Staat geopend. Lier kreeg in 1818 een normaalschool. De universiteit van Leuven werd terug uitgebouwd en Gent en Luik kregen een universiteit.

    In 1819 werd het Nederlands, ook in het Vlaamse deel, de officiële en nationale taal.

    De godsdienstpolitiek van de koning zal de oorzaak zijn van de latere scheuring.

    De kloosterorden die voor een vrij onderwijs zorgden werden tegengewerkt en vanaf 1824 eiste Willem I van de onderwijzende orden een officiële vergunning en bekwaamheidsdiploma’s. Hij droomde tevens van een staatskerk.

    Vanaf 1827 waren drie stromingen actief: de liberalen, de liberale katholieken en de katholieken.

    1828 ontstond het katholiek-liberaal verbond. De katholieken deden toegevingen over de gelijkstelling van de godsdiensten en de liberalen erkenden de vrijheid van het onderwijs.

    Belgisch bestuur

    Van 10 november tot 4 juni 1831 had Het Nationaal Congresplaats. De meerderheid bestond uit katholieke voorstanders van de moderne vrijheden. De bijna even grote groep van liberalen beleden toen nog voor het merendeel de katholieke godsdienst, een minderheid waren vrijdenkers.

    De Belgische Grondwet was klaar op 7 februari 1931.

    De Belgische grondwet waarborgde toen reeds de vrijheid van onderwijs (artikel 17) in een geest van ruime tegemoetkoming aan de vrijheid en aan de godsdienstigheid van de school.

    De katholieken wilden in het openbaar leven de leer van de Kerk doen zegevieren.

    Het openbaar onderwijs werd voor het eerst geregeld door de wet van 23 september 1842  “Krachtens de wet van 1842 op het lager onderwijs moest iedere gemeente op haar grondgebied ten minste één school hebben. In de meeste gemeenten werden vanaf dan, met staatstoelagen, nieuwe openbare scholen gebouwd, met als doel openbaar lager onderwijs in te richten.

    Het onderwijs, vooral het lagere, bleef de voornaamste inzet van de partijstrijd. In 1842 hadden beide partijen eendrachtig nog samengewerkt aan de eerste organische wet op het lager onderwijs maar na 1847 werd de liberale schoolpolitiek geleidelijk vijandig tegenover de godsdienst.

    1847: werkelijke onafhankelijkheid van het burgerlijk gezag tegenover de godsdienst én voor de organisatie van het staatsonderwijs in alle graden.

    1879 1augustus: de liberale ongelukswet bepaalt dat elke gemeente een officiële school moest inrichten  en dat godsdienstonderwijs slechts gegeven mocht worden op aanvraag van én buiten de lesuren. Het aannemen van vrije scholen door de gemeenten was voortaan verboden. Daarop volgde in februari van 1879 een “ gezamelijke vastenbulle” die de bisschoppen deden verschijnen als een herderlijke brief, bijzonderlijk tot de huisvaders gericht. De brief eindigde met deze bede, die de priester in ’t vervolg, elken zondag, in alle kerken van ’t land zou voorzeggen na de preek in de mis:van de scholen zonder God en van de meesters zonder geloof, verlos ons, Heer.

    Er volgde een jarenlange schoolstrijd.

    Toen kwam de Wet van 1881 op het middelbaar onderwijs. Gevolg: om het godsdienstonderwijs te redden richtten de katholieken over het hele land vrije scholen op, die zij met de grootste opofferingen in stand hielden… De bisschoppen en de geestelijken wezen de gelovigen op de plicht hun kinderen een godsdienstige opvoeding te geven. De regering verbrak zelfs de betrekkingen met Rome in juni 1880. Ondertussen was de partij van de onafhankelijken ontstaan met als gevolg dat bij de  verkiezingen van 1884 de katholieken zegepraalden en de katholieke reactie kwam die de vrijheid en het godsdienstonderricht weer begunstigde.

    1895: de wet van Woeste-Schollaert  verplichtte op zijn beurt het godsdienstonderricht, behalve wanneer de vader er zich tegen verzette.

    Voortaan kon iedere vrije school die aan de wettelijke voorwaarden voldeed aangenomen worden. Vandaar dat wij destijds al eens school liepen in een Aangenomen  Meisjessschool of in een Aangenomen   Jongensschool.

    Namelijk, de conservatieven(katholieken) en de liberalen streden om de macht ten einde hun programma te verwezenlijken. Onder de katholieken waren dan nog twee stromingen; de liberale katholieken en de ultramontanen. In 1864 werden veel stichtingen opgericht ten voordel van het godsdienstig onderwijs in de officiële scholen. Toen kwam de schoolwet van 1879 , ook “ongelukswet” genoemd, gevolgd door de wet van 1881 op het middelbaar onderwijs. Genoeg om een schoolstrijd te ontketenen. Ten einde het godsdienstig onderwijs te redden richtten de katholieken over her hele land vrije scholen op die ze met de grootste opofferingen in stand hielden. Bovendien wezen de bisschoppen en de geestelijken een zware druk op hun gelovigen hun kinderen een godsdienstige opvoeding te geven. Vanaf februari 1879 werden van op de kansels een herderlijke brief van de Belgisch bisschoppen afgelezen. Die “vastenbulle” was “gericht  tot de huisvaders en tegen het anti-godsdienstig karakter van dit nieuw ontwerp. De brief eindigde met “Van de scholen zonder God en van de meester zonder geloof, verlos ons Heer.” De priester zou voortaan na elke preek deze zin voorzeggen. Het ministerie deed zijn beklag bij de paus van Rome om het gedrag van de bisschoppen te laken. Tevergeefs ! De betrekkingen met Rome werden in 1880 verbroken. Het buitensporig radicalisme deed een nieuwe partij ontstaan nl. de partij der onafhankelijken. Zij verzekerden in 1884 de zegepraal aan de katholieken.

    Pas in juni 1914 werd in België de schoolplicht ingevoerd.

    Richtlijnen voor leerkrachten uit het jaar des heren 1872

    De leerkrachten moeten iedere dag de lampen bijvullen en de schoorsteen vegen.

    Iedere leerkracht moet een emmer water meebrengen en een bak kolen voor de behoeften van de schooldag.

    Besteed veel zorg aan het maken van de pennen.

    Men kan de pennen aanpunten op de manier die het meest gewenst is voor iedere leerling afzonderlijk.

    Mannelijke leerkrachten mogen per week één avond besteden aan het werven van een echtgenote, of twee avonden per week indien ze geregeld ter kerke gaan.

    Na tien uur aanwezigheid in de school mogen de leerkrachten de resterende tijd besteden aan de lectuur van de Bijbel of andere nuttige boekwerken.

    Vrouwelijke leerkrachten die huwen of zich op het slechte pad begeven dienen ontslagen te worden.

    Iedere leerkracht, zal bij elke uitbetaling een behoorlijk deel van zijn verdiensten opzij leggen om ervan te genieten in de jaren dat hij aftakelt: zo wordt hij geen last van de gemeenschap.

    Iedere leerkracht die rookt, alcohol in enigerlei vorm tot zich neemt, kansspelen bijwoont, herbergen bezoekt of zich laat scheren in een barbierswinkel, zal terecht aanleiding geven tot argwanende bedenkingen over onkreukbaarheid en rechtschapenheid.

    De leerkracht die vijf jaar plichtsgetrouw en zonder fouten zijn taak heeft vervuld, kan een loonsverhoging van 25 cent per week ontvangen, mits akkoord van het Ministerie van Onderwijs.

    Plaatselijke strijd

    “Ten gevolge van de wet  van 1842 werd langs de Capellestraat (nu Pontstraat) een school met bijhorend schoolhuis opgericht. Er liepen meisjes en jongens vanaf de leeftijd van 6 jaar school. Beschrijving van het schoolgebouw: er was één grote klas voor de jongens en een kleinere klas voor de meisjes. Het plafon was heel hoog en op de noordenmuur van de jongensklas was een grote platte grond van Nukerke geschilderd. De speelplaats met sanitair lag langs de Capellestraat waar ook de toegang tot de school was. De meisjes moesten zich tevreden stellen met een klein klaslokaal en een kleine speelplaats achter het gebouw, aan de kant van de Mere. Over de eerste gemeentelijke dorpsonderwijzer én oppermeester weten we het volgende. Pieter Amandus Germonprez oud 47 jaren gemeenteonderwijzer geboren te Kerkhove en wonende te Nukerke ten gehuchte Pontsstraet , gehuwd met Barbara Vanhoutte oud 39 jaar en geboren te Anseghem, komt de geboorte van hun kind Guido aangeven dat geboren werd op 11 september 1850. In 1853 werd in het gezin Ivo Bonifacius geboren.

    Het volgende schoolhoofd was Theofiel Gilleman.

    “ Theophiel Gilleman, was het eerste schoolhoofd van de gemeenteschool langs de Capellestraat (nu Pontstraat ) in Nukerke. Een zoon, Joseph, sneuvelde in het begin van W.O.I. De familie Gilleman was afkomstig van Petegem. De eerste vrouw van Theophiel was Marie Melanie Van Lancker. Op haar doodsprentje lezen we: ”Heden is de mensch, en morgen is hij verdwenen * bid voor de Ziel van Marie Melanie Van Lancker, echtgenoote van Theophiel Gilleman, lid der Kruiswegvereeniging geboren te Peteghem den 16 October 1856, en te Nukerke schielijk overleden den 22 Mei 1890.” Bidprentje gedrukt te “ Ronsse, sneldruk van Van den Daele.”

    Een zekere Marie, Chlotilde De Zaeytyd echtgenote van Theofphile Holderbeke gaf aan de meisjes handwerk. Chlotilde woonde iets verderop, nu woning met huisnummer 45. Daar had haar man Theophile een schrijnwerkerij en er was zelfs een herberg ondergebracht. Vooraan stonden drie grote, mooie linden, die gerooid werden bij de heraanleg van de Pontstraat in de 197O. In de volksmond heette het daar “aan kloaten fieli”. In een officiële akte lezen we ondermeer: “Het jaar negentien honderd, den twintigsten December om twee ure namiddag voor ons, Charles,Francis Van der Eecken, Burgemeester ambtenaar van den burgerlijken stand van de gemeente Nukerke zijn verschenen Theophile Holderbeke oud drij en dertig jaren timmerman en Hippoliet Van Lancker oud zeven en dertig jaren hoefsmid alhier beide alhier wonende en zijnde de eerste vader, de tweede gebuur van den overleden, dewelke ons hebben verklaard dat heden om negen en half ure voormiddag ten huize van eersten verschijneren ten gehuchte Capellestraat overleden is Holderbeke Urbain-Leopold oud zeventien maanden, alhier geboren en hier wonende, zoontje van eersten verschijner en van zijne huisvrouw Marie, Clothilde De Zaeytyd oud vier en dertig jaren kleermaakster alhier wonende.”

     Ook toen werd er een plaatselijke schoolstrijd tegen een openbare school uitgevochten. De pastoor Dutordoir predikte tegen de liberale school. Om de toestand van die tijd goed te begrijpen moet men zich kunnen inleven in de politiek-sociale toestand van die periode. Na 1930 begon het mank te lopen met de school, het aantal kinderen verminderde, tot er uiteindelijk maar één kind (Florent Brugge) overbleef en de school definitief werd gesloten. Meester Gilleman  bleef nog enkele jaren in het leeg schoolgebouw wonen. Na zijn dood werd het schoolgebouw als schrijnwerkerij ingericht. Nadien werd het  bewoond door Aloïs Norga  die het goed later doorverkocht aan de familie Hector Van Moorleghem, die in het schoolgebouw een mechanische maalderij  inrichtte. We weten verder van meester Gilleman dat zijn zoon is gesneuveld op de eerste dag van W.O.-I. Uitzonderlijk voor die tijd was het feit dat meester Gilleman een “spreekmachine” had. Dat zou wel eens een fonograaf zijn geweest. Die werd uitgevonden in 1877 en wordt beschouwd als de voorlopers van de grammofoon. De meester zou driemaal getrouwd zijn: met een zekere Maes, een Claus en met Gusta Tonneau. Na zijn overlijden is zijn weduwe gaan wonen in het huis naast de  school (zie nr 14). Ze is gestorven in Sint-Denijs-Westrem in 1978. Onder het burgemeestersschap van Armand Vandeputte, dienstdoende burgemeester in de plaats van burgemeester T'Sjoen (buiten strijd wegens ziekte), werd in 1930-1931 langs de Holandstraat een nieuwe gemeenteschool gebouwd door een zekere Van Coppenolle uit Etikhove. Deze school omvatte naast het schoolhuis  twee  klaslokalen. Dit project kon verwezenlijkt worden door het feit dat Armand Vandeputte zich aansloot bij de liberalen. De tegenstanders dreven het zó ver te verkondigen dat het een “goddeloze school” was. In oktober 1986, werd dit gebouw, dat jarenlang en danig was verwaarloosd afgebroken en vervangen door een moderne constructie. De onverdraagzaamheid stak terug de kop op. Maar dat is weer een ander, lang verhaal. Tenslotte werd het nieuwe project op 17 september 1988 officieel ingehuldigd door burgemeester Michel Langie, die zich  volledig had ingezet voor de verwezenlijking van het project.

    Lees verder onder de rubriek " Geschiedenis van het gemeentelijk onderwijs"

    Het ontstaan van het katholiek onderwijs.

    Het katholiek onderwijs werd opgericht in 1879.

    De schoolstrijd van 1879 tot 1884 ging om het veroveren van de kinderzieltjes, zo kon men toentertijd lezen in bepaalde politieke pamfletten. De grondwet schreef “vrijheid van onderwijs” voor . Dit wil zeggen dat de staat moet instaan voor het openbaar onderwijs, in rechte, dat was althans het standpunt van de liberalen. Daar tegenover stond het standpunt van de katholieken die als standpunt hadden; “de Staat is volslagen onbevoegd om een nationaal onderwijs te leiden”. Na toegevingen vroegen ze in ruil dat de opvoeding en onderwijs in de openbare scholen op “den Godsdienst” zouden gesteund zijn. Uit een vergelijk tussen de twee partijen ontstond de wet van 1842.

    “Krachtens die wet behoorde het zedelijk en godsdienstig onderricht verplichtend tot het programma der lagere gemeentescholen. Dit onderricht werd in iedere school door de onderwijzer zelf gegeven, overeenkomstig den eredienst waartoe de meerderheid der leerlingen behoorde, en onder de waakzaamheid en leiding der bedienaars van dien godsdienst……

    In die tijd was het pover met de opleiding die de mensen hadden genoten. Immers, amper 49% van de kinderen kon lezen en schrijven.

    In 1840 telde België nochtans 5189 scholen waarvan 2284 vrije (katholiek) scholen.

    Vanaf 1875 schenen de katholieke weg te kwijnen want hun aantal daalde tot 958 terwijl het aantal gemeentescholen steeg tot 4157.

    In 1845 waren er lagere gemeentescholen, aangenomen scholen en vrije scholen.

    Ontstaan en evolutie van het katholiek onderwijs te Nukerke

    Tekst uit een oude brochure

    In 1877 deden de Z.E.H. Kan. Désiré Van Malleghem en zijn zuster Clémence, een klooster en een school bouwen te Nukerke. DE.H. Pastoor De Groote vroeg Zusters van Barmhartigheid om klooster en bewaarschool te bedienen.

    “In de buitenparochiën was ’t eene heele zaak, de katholieke school op te richten. Met groote plechtigheid werd er de eerste steen van gelegd onder de zegeningen der Kerk; dan droeg elk zijn offer bij en dikwijls zijnen arbeid. De gespannen der pachters en der eigenaars deden het vervoer; de materialen werden kosteloos geleverd; in menige plaats werkten metsers, timmerlieden en dekkers zonder loon; de armsten stelden zich om een drankje dienstbaar. De schoolplans, de bestekken, de indeling der klassen, de keus der meubileering waren het voorwerp van veelvuldige studiën in de schoolkomiteiten en in de drukpers. De beste bouwmeesters van het land hadden meêgewerkt om modelgebouwen op te richten. Vele zulke gebouwen, opgericht in den eenvoudigen en slanken gotische stijl, die alsdan in België, dank aan de beroemden baron Bethune, begon terug te komen, hadden een waarlijk aanvallig uitzicht; sommigen waren dusdanig geschikt, dat zij eens of morgen, mits eene geringe verandering, kleine landelijke godshuizen konden worden.” Uit “De schoolstrijd in België”.

    De eerste Zusters: Moeder Raphaël, Zuster Felicitas en Zuster Birgitta kwamen er den 8ste  Juli 1877 toe, en werden er aan de goede zorgen van den E.H. Pastoor toevertrouwd., die aan de Zusters het aller nodigste bezorgde en 100fr per Zuster aan het Moederhuis zou uitbetalen. De Zusters van de Bewaarschool kenden groten bijval: na 8 dagen waren er reeds 81 kinderen. In 1879 werd een jongensklas naast het klooster gebouwd, waar een onderwijzer fungeerde. Tijdens de schoolstrijd 1879-1884 stond het klooster twee lokalen af voor de school. In een dier klassen gaf Zuster Reinilde, later Algemene Overste, het onderricht. In 1884 worden Lagere- en Bewaarschool aangenomen.

    Het leven der school heeft nu zijn normaal verloop: uitbreiding en verbeteringen naarmate de schoolbevolkingtoeneemt of de eisen der hygiëne en gereiflijkheid zich deden gelden.

    Mei 1940 bracht over ’t klooster degrote beroerte. Reeds den 12 Mei kwamen de eerste vluchtelingen. De scholen werden ontruimd en ingericht als nachtverblijf. Den 20ste Mei warende Duitsers daar. Zij eisen gans het gelijkvloers van ’t klooster voor hun gekwetsen; de Zusters met de weesjes werden naar den kelder verwezen, waar ze een akeligen nacht doorbrachten.  s ‘ Morgens, na herhaaldelijk kloppen op de deur mochten een paar Zusters er uit om bij een gebuur koffie en brood te halen. Ze moesten weer de kelder in om 8 u. Als ze boven kwamen lag alles vol soldaten. Dan maar naar de klas van den 4den graad om wat eten voor te bereiden. Ondertussen brachten ze maar gedurig gekwetsten en bij ‘t vallen van den avond verhuisden de Zusters naar ’t hospice en namen in der haast alles mee wat ze konden. ‘s Anderendaags gingen ze vlug een kijkje nemen; alle klassen waren open gebroken en veel was geroofd. Den 30ste Mei werden de klassen ontruimd. Nu konden de Zusters een groot deel van hun inboedel onderbrengen en er met de kinderen slaapgelegenheid vinden. Den 1ste  Juni vertrokken alle soldaten , en nu werd er van alle kanten bijgesprongen: Zusters, schrijnwerkers, kinderen, sjouwden, droegen, kuisten, timmerden met een koortsige bedrijvigheid, zodat op één dag het klooster weer bewoonbaar werd.

    Enkele dagen later kwam nog eens een groep soldaten de rust storen voor enkele uren. Gauw werd echter weer alles in orde gebracht. Verder verliep alles rustig.(uit een kroniek van toen)

    Geschiedenis van de school op het Holand.

    Eerste onderwijsvorm in Nukerke

    Het volksonderwijs in Nukerke nam een aanvang in de 18de eeuw. De parochie Melden-Nukerke kreeg z’n eerste onderwijsvorm in 1713 toen een zekere Piet Spileers een beurs stichtte om de arme kinderen te leren lezen en schrijven. De hoofdzaak was de jongeren in de katholieke godsdienst op te voeden. De eerste onderwijzer zou ene Jan Georges Signor zijn geweest. Een “Duitschman hier toegekomen met het duitsche leger”. Hij gaf onderricht van 1719 tot 1729. Veel moet je je van dat onderricht niet bij voorstellen; de dames en heren voor de klas waren in die tijd gewone “goede zielen” van de parochie die soms zelf met moeite konden lezen en schrijven. Ze hadden geen diploma. Kwamen in aanmerking om te onderrichten: “een juffrouw”, de koster, de onderpastoor…

    Nukerke wordt vanaf heden, sinds de Franse Revolutie, op de kaart gezet. Een belangrijke beslissing van het gemeentebestuur was de aanstelling van een dorpsonderwijzer. In de annalen vinden we een zekere Pieter Amandus Germonprez die in 1833 naar Nukerke verhuisde. Aangezien er toen nog geen schoolgebouw voor handen was gaf hij waarschijnlijk onderricht afwisselend in groepjes en waarom niet bij hem thuis. We stellen ons voor dat de kinderen toen in zeer beperkte mate de lessen volgden. Veel plattelandsmensen zagen daar de behoefte nog niet van in. En… het was toen voor de onderwijzer van de gemeenteschool nog de “goeden ouden tijd”! Er was immers nog geen concurrentie; het katholiek onderwijs was nog in wording ! Maar eerst enkele richtlijnen die de leerkrachten in opdracht van het ministerie moesten in acht nemen.

    Eind 19de begin 20ste eeuw: er woedt een plaatselijke schoolstrijd

           “Ten gevolge van de wet  van 1842 werd langs de Capellestraat (nu Pontstraat) een school met bijhorend schoolhuis opgericht. In 1834 telde men in Nukerke 447gebouwen waaronder 402 huizen, 43 hoeven, een kerk en een gemeenteschool. (Annalen Ronse) 

    Er liepen meisjes en jongens vanaf de leeftijd van 6 jaar school. Beschrijving van het schoolgebouw: er was één grote klas voor de jongens en een kleinere klas voor de meisjes. Het plafon was heel hoog en op de noordenmuur van de jongensklas was een grote platte grond van Nukerke geschilderd. De speelplaats met sanitair lag langs de Capellestraat waar ook de toegang tot de school was. De meisjes moesten zich tevreden stellen met een klein klaslokaal en een kleine speelplaats achter het gebouw, aan de kant van de Mere.  Het schoolhoofd was Theofiel Gilleman. Een zekere Marie, Chlotilde De Zaeytyd echtgenote van Theophile Holderbeke gaf aan de meisjes handwerk.  Chlotilde woonde iets verderop, nu woning met huisnummer 45. Daar had haar man Theophile een schrijnwerkerij en er was zelfs een herberg ondergebracht. Vooraan stonden drie grote, mooie linden, die gerooid werden bij de heraanleg van de Pontstraat in de 1970. In de volksmond heette het daar “aan kloaten fieli”. In een officiële akte lezen we ondermeer: “Het jaar negentien honderd, den twintigsten December om twee ure namiddag voor ons, Charles,Francis Van der Eecken, Burgemeester ambtenaar van den burgerlijken stand van de gemeente Nukerke zijn verschenen Theophile Holderbeke oud drij en dertig jaren timmerman en Hippoliet Van Lancker oud zeven en dertig jaren hoefsmid alhier beide alhier wonende en zijnde de eerste vader, de tweede gebuur van den overleden, dewelke ons hebben verklaard dat heden om negen en half ure voormiddag ten huize van eersten verschijner en wonende ten gehuchte Capellestraat overleden is Holderbeke Urbain-Leopold oud zeventien maanden, alhier geboren en hier wonende, zoontje van eersten verschijner en van zijne huisvrouw Marie, Clothilde De Zaeytyd oud vier en dertig jaren kleermaakster alhier wonende.”

     Ook toen werd er een plaatselijke schoolstrijd tegen een openbare school uitgevochten. De pastoor Dutordoir predikte tegen de liberale school. Om de toestand van die tijd goed te begrijpen moet men zich kunnen inleven in de politiek-sociale toestand van die periode. Na 1930 begon het mank te lopen met de school, het aantal kinderen verminderde tot er uiteindelijk maar één kind (Florent Brugge) overbleef en de school definitief werd gesloten. Meester Gilleman  bleef nog enkele jaren wonen in het schoolhuis naast het lege schoolgebouw wonen. Na zijn dood werd het schoolgebouw als schrijnwerkerij ingericht. Nadien werd het  bewoond door Aloïs Norga  die het goed later doorverkocht aan de familie Hector Van Moorleghem, die in het schoolgebouw een mechanische maalderij  inrichtte. We weten verder van meester Gilleman dat zijn zoon is gesneuveld op de eerste dag van W.O.-I. Uitzonderlijk voor die tijd was het feit dat meester Gilleman een “spreekmachine” had. Hij zou ook driemaal getrouwd zijn, met een zekere Maes, een Claus en met Gusta Tonneau. Na zijn overlijden is zijn weduwe gaan wonen in het huis naast de school (nu huisnummer 14). “

    “Theophiel Gilleman, was het eerste schoolhoofd van de gemeenteschool langs de Capellestraat (nu Pontstraat ) in Nukerke. Een zoon, Joseph, sneuvelde in het begin van W.O.I. De familie Gilleman was afkomstig van Petegem. De eerste vrouw van Theophiel was Marie Melanie Van Lancker. Op haar doodsprentje lezen we: ”Heden is de mensch, en morgen is hij verdwenen * bid voor de Ziel van Marie Melanie Van Lancker, echtgenoote van Theophiel Gilleman, lid der Kruiswegvereeniging geboren te Peteghem den 16 October 1856, en te Nukerke schielijk overleden den 22 Mei 1890.” Bidprentje gedrukt te “ Ronsse, sneldruk van Van den Daele.”

    Hij huwde drie maal. Tijdens zijn derde huwelijk met Gusta Tonneau werden 2 zonen geboren. De oudste, Joseph-Theofiel-Guido, werd geboren op 13 juli 1918. Tijdens zijn beroepleven was hij werkzaam als technisch tekenaar bij New Holland. Deze heeft tevens een aantal patenten op zijn naam staan onder de naam van Joseph TG Gilleman. Hij woonde destijds in Sint-Denijs-Westrem, was getrouwd en kreeg 6 kinderen en 7 kleinkinderen. De tweede zoon, Marcel, werd geboren op 8januari 1923. Ook hij was later te werk gesteld bij New Holland. Hij werkte er als human recources medewerker, woonde in Sint-Denijs-Westrem, was getrouwd en kreeg 2 kinderen en 6 kleinkinderen. Hij overleed op 6 april 1986. Gusta is na de dood van Theofiel van Nukerke verhuisd naar Sint-Denijs-Westrem nadat ze eerst woonde in het villaatje nr. 14 naast de oude school. Ze is overleden in 1978.”(veel gegevens bereikten ons via Sarah Gilleman, een achterkleindochter van Theofiel)

    Jaren 30 met bouw van een nieuwe gemeenteschool

    Onder het burgemeestersschap van Armand Vandeputte, dienstdoende burgemeester in de plaats van burgemeester ‘T Sjoen (buiten strijd wegens ziekte), werd in 1930-1931 langs de Holandstraat een nieuwe gemeenteschool gebouwd door een zekere Fedor Vancoppenolle uit Etikhove. Deze school omvatte naast het schoolhuis twee klaslokalen. Dit project kon verwezenlijkt worden door het feit dat Armand Vandeputte (katholieke partij) zich aansloot bij de liberalen. De tegenstanders dreven het zó ver te verkondigen dat het een “goddeloze school” was. In oktober 1986, werd dit gebouw, dat jarenlang zodanig was verwaarloosd, afgebroken en vervangen door een moderne constructie gebouwd door BBC. De onverdraagzaamheid stak terug de kop op. Maar dat is weer een ander, lang verhaal. Ten slotte werd het nieuwe project op 17 september 1988 officieel ingehuldigd door burgemeester Michel Langie, die zich volledig had ingezet voor de verwezenlijking van het project.

    Periode 1930-1968

    Na de teloorgang van het gemeenteschooltje, gelegen langs de Pontstraat,  plande het gemeentebestuur in 1930 een nieuwe school. Om alle polemiek te vermijden met de parochiale scholen werd geopteerd de school ver van de dorpskern te bouwen. De nieuwe gemeenteschool zou op ’t Holand komen, centraal gelegen wel is waar,  in een heel dun bevolkt gehucht dat hoofdzakelijk bestond uit landbouwbedrijven. Met de nieuwe inplanting op “Den Dries” wou het bestuur ook een oplossing bieden voor de bewoners die tegen het Nukerkes bos woonde op het gehucht Louise-Marie. In oorsprong werd een lap grond voorzien aan de hoek Hoolandstraat-Weystraat. Daar werd na wat gepalaver echter vanaf gezien en werd er gekozen voor een afhellend stuk weiland van Richard Vanderbeke. Deze lap grond grensde aan diens woning (nu Holandstraat 20) . Daar baatte zijn vrouw een winkeltje uit van kruidenierswaren. Kwatongen beweerden dat die hele beslissing een politieke koehandel was.

     In de lente van 1931 was de firma Fedor Vancoppenolle uit het Bakkerbos te Nukerke,  klaar met het gebouw, bestaande uit 2 klassen, een klein lokaal dat dienst deed als keuken, twee speelplaatsen gescheiden door een muur van betonplaten, een klein afdak, een toiletgebouw (zeg maar “vertrekken”) en een kolenhok.  Op 1 mei werd gestart met 2 leerkrachten: De Merlier Fedor werd schoolhoofd en Gremonprez Cécile werd als kleuterleidster aangesteld. Ze werd tevens belast met het vak vrouwelijke handwerken aan de meisjes van de lagere klas. 20 kleuters en 39 leerplichtige kinderen werden die eerste meidag ingeschreven. Tegen het einde van het schooljaar was het aantal leerlingen opgelopen tot respectievelijk 29 en 42. Het aantal leerlingen bleef echter stijgen zodat op 29 november 1932 mevrouw De Ronne-Herregat Julia benoemd werd tot kleuteronderwijzeres, terwijl Gremonprez Cécile werd benoemd tot lagere onderwijzeres. De volksvertegenwoordiger A.Amelot uit Zingem zou een grote rol hebben gespeeld bij de benoeming van sommige leerkrachten. Gedurende de periode april-juni 1937 werd een kleuterklas aan de zuidkant van het bestaande gebouw toegevoegd. Ook het schoolhuis werd dat jaar gebouwd en was op 1 juni 1938 beschikbaar.

    De speelplaats die oorspronkelijk bestond uit grind werd in 1952 verhard met betonstenen. Een fietsenbergplaats  kwam er in 1961. Na de schooluren deed dit gebouwtje dienst als garage. De steenkoolkachels werden pas in 1967 vervangen door  stookoliekachels. Deze verbetering kwam er onder druk van de hogere overheid omdat het gemeentebestuur voordien subsidies, die aan de school toekwamen, voor andere doeleinden had gebruikt. De stookolie tank lag in het vroegere kolenhok, naast de garage. Drinkwater (leidingwater) kwam er pas in 1975. Voordien was er een “steenput”  in de boomgaard . Vanuit de keuken werd het water met een handpompje naar boven gepompt. In dat zelfde keukentje kregen de meisjes van de 4de graad kookles. Er waren geen voorzieningen; enkel een arduinen pompsteen met een zware handpomp en in de hoek een fornuis waarop werd gekookt. Dit antiek kolenfornuis ging in 1968 naar de ijzerhandelaar. Bij de afbraak van de school bleek dat men er niet beter op had gevonden het regenwater van de speelplaats op te vangen in een regenput. Met het handpompje, tegen de muur van het afdak, pompte men dat water op om er de klaslokalen mee te kuisen.

    Tijd voor een anekdote

    Pastoor Dutordoir had in het heetst van de schoolstrijd zelfs luid verkondigd dat hij nooit of ter nooit een voet zou zetten in de gemeenteschool en dat hij er zeker geen catechismusles zou onderrichten. Het gemeentebestuur nam dat niet. Armand Vandeputte en Henri Van Maelsaeke schreven een klachtbrief naar het bisdom. Enige tijd later moest de pastoor de parochie verlaten om directeur te worden in een klooster.

    De nieuwe pastoor werd Reyns. De maandag na zijn inhuldiging stapte daar halfweg  in de voormiddag toch wel die nieuwe pastoor en zijn zus ’t Holand op richting gemeenteschool  met twee maanden boterkoeken. Daar werden alle leerlingen getrakteerd op boterkoeken en chocolademelk. Op die wijze wou pastoor Reyns de relatie met de gemeenteschool weer goed maken.

    Vanaf 1937 waren de drie klassen als volgt verdeeld: een kleuterklas, de klas met 1ste, 2de en 3de leerjaar en de klas vanaf het 4de tot en met het 8ste leerjaar. De meeste leerlingen waren kinderen uit het landbouwmilieu. Talrijk waren toen nog de “koeplekjes” met enkele “bunders” (ha) land. Terwijl de meisjes van de hoogste klas handwerk of huishoudkunde leerden, trokken de jongens met de meester naar de boomgaard met kippenhok of naar de moestuin waar ze leerden zaaien en oogsten. Alles moest worden onderhouden. Er was zelfs een duivenhok op de zolder van het schoolgebouw. Ook daar leerden de kinderen de liefde voor het vak. Voor die tijd een praktijk-gericht-onderwijs. Immers tot de jaren vijftig genoten praktisch alle kinderen enkel lager onderwijs; ze verlieten op 14 jarige leeftijd de school om aan het beroepsleven te beginnen. Enkele vooruitstrevende, begoede  ouders, veelal landbouwers,  lieten hun zonen het middelbaar onderwijs aanvangen. Meisjes moesten niet verder studeren want die werden sowieso in het huishouden ingeschakeld of gingen “dienen” bij een rijke familie in de stad. Na de W.O.-II veranderde de tijdsgeest en kreeg de school meer aandacht.

    De oorlogsjaren met hun armoede en honger waren nog maar pas voorbij maar de noodzaak bleef om de kinderen te leren hoe ze in hun basisbehoeften konden voorzien.  Een andere reden waarom tuinbouw in het lessenpakket paste was het feit dat de school een plattelandsschooltje was, midden de velden en weiden. Landbouw was immers de grootste activiteit van de bewoners en minstens één zoon zou later vader opvolgen op het erf. De meeste landbouwerskinderen hielpen de ouders op het erf voor én na de schooltijd.

    De meisjes van de vierde graad kregen een totaal ander programma. Natuurlijk de gemeenschappelijke lessen als rekenen , taal,  godsdienst en de andere kennisvakken waren gemeenschappelijk. De expressievakken kwamen wekelijks aan de orde. De meisjes werden voorbereid op het huishouden. Het leerplan voorzag voor de meisjes een rubriek “ huishoudelijke vakken” zoals koken en bakken, wassen en plassen, breien , naaien en haken en al van dies meer. Ook het kuisen was een onderdeel van het programma. Zo gaven de jongens en de meisjes met regelmaat de klassen een grondige beurt. Een kuisploeg was er nog niet. Voor al die kook- en breikunst  beschikte de school over heel weinig infrastructuur.  In het schoolgebouw met drie klassen was er een lokaaltje van amper 3 op 4 dat men de keuken noemde. De schooldokter kreeg dit lokaaltje toegewezen als kabinet voor het onderzoek van de leerlingen. Landkaarten werden toen gebruikt om de half ontklede kinderen van privacy te voorzien.

    De steenput in de boomgaard, amper 6 m diep, voorzag de school van water, al of niet drinkbaar. Er was één tafel en een paar stoelen met biezen zittingen. Naar verluidt zou ook  keuken (soms noemde men dat schotelhuis) van het schoolhuis dienst hebben gedaan als verlengstuk van de school. Daar leerden de oudste meisjes soep koken. De kinderen die op school hun boterhammetjes verorberden konden nadien tegen betaling een kom soep bekomen. Jaren gingen  voorbij .. de schoolbevolking groeide langzaam aan. De stadsscholen wenkten en sommige ouders vonden dat hun kinderen Frans moesten kennen om door het leven te gaan. Reeds vóór W.O.-11  werden veel boerenzonen naar Ronse, Leuze, Ath, Lessen, Celles, Pecq… gestuurd. In de jaren 30 was er in Berchem, aan de Schelde, in de Kloosterstraat een technisch instituut voor meisjes waar Frans de voertaal was.(zie verhaal bij Leontine)

    Het schoolmeubilair in de twee lagere klassen stelde toen niet zó veel voor. Onder het bord lag een “trede”, u weet wel, dat verhoogd houten podium waarop de pupiter van de juffrouw of de meester stond. Daarop heeft menig kind wel eens op zijn knieën gezeten. De duur van die straf stond in verhouding tot de zwaarte van de fout. Aan de muur vooraan hing een houten bord dat om het jaar met bordverf moest overschilderd worden want die verf versleet of pelde af . Onderaan het bord hing een houten passer, een meetlat, een houten graadboog en een stokmeter met metalen uiteinden.

    De leerlingen namen plaats op die fameuze zware, houten schoolbanken. De laatste bankjes werden verkocht in 1971 aan 50 fr het stuk. Het waren banken  met een vast schrijfpaneel en te midden  een porseleinen inktpotje, met een dekseltje (meestal  afgebroken). Wie herinnert zich nog de lessen “schoonschrift” ? In een dun schriftje  moest worden met inkt geschreven. Een gedichtje én de nieuwjaarsbrieven werden met heel veel aandacht geschreven. Plots gebeurde een onheil! Plets! Een inktvlek midden op het grauwkleurige blad. Paniek bij het kind. Bij bevel :”Pennen neer!” werd de pen of griffel naast het potlood in de uitsparing aan de bovenrand van het schrijfplaat gelegd. Om vier uur werden de pennen opgeborgen in een houten pennendoos.  Tot halfweg de jaren 60 gebeurden veel schrijfoefeningen op “den buiten” nog met lei en griffel.

    En dat belangrijkste schrift, noemde dat niet “ Kladschrift” met die vervelende tafels op de achterflap. Als je het waagde in dat kladschrift met inkt te schrijven dan moest je flink oppassen of de uitlopende inkt zorgde algauw voor een klein schilderijtje. Gelukkig was de bic in aantocht. We waren gered. Geen boze blikken of uitbranders meer! Precies af we konden daaraan wat verhelpen. Wie herinnert zich nog de schriftjes “de zaaier”? Die waren van betere kwaliteit.

    Het weinige schoolgerief werd op het einde van de schooldag opgeborgen in het vak onder het schrijfvlak. Wie niet moest “schoolblijven” kon naar huis. Een boekentas hadden we niet. Dat was niet nodig, toch niet  om enkel de catechismus mee te nemen. Dat was zo’n half versleten boekje dat al jaren de tour van de klassen deed. En om een modern woord te gebruiken weet je nog welk didactisch materiaal de juffrouw of de meester gebruikte? Ja, die kartonnen wandplaten over de bijbel, de liturgie, de bij, de delen van de plant,…Tegen de achterwand  hing  die vergeelde kaart van Nukerke;  gewoon het stratenplan en de namen van de buurgemeenten, zoals Sulsique, Ronse … De school in Nukerke beschikte zelfs over tinnen inhoudsmaten. Wat een luxe! In het eerste leerjaar leerden de kinderen lezen d.m.v. die fameuze leeskaartjes die behoorden tot de leesmethode. Eerst de lettertjes leren en daarmee dan woorden vormen. De klassen waren gemengd terwijl de jongens en de meisjes op de speelplaats gescheiden werden.  Seksuele opvoeding kwam er pas via de Schooltelevisie van de beginjaren 70, ten tijde van Roland Verstraelen. De enige kleuterklas was bemeubeld met lage houten tafeltjes waarrond de stoeltjes stonden.

    In ’t midden van elk van de drie klassen stond een kolenkachel; zo’n zwarte cilindervormige ijzeren mantel op vier pootjes. s’ Winters mochten de kinderen er hun drinkbus (pul) op zetten.  

    Bij verstrooidheid of vergetelheid is menig pul bijna ontploft en spatte soms de inhoud tot op het plafond.Niet v


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    01-11-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    31-10-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geschiedenis van het gemeentelijk onderwijs (vervolg)

    Het schoolteam heeft vanaf september 1968 steeds het been  stijf gehouden tegenover de I.M. Het begon al met het kuisen van de klaslokalen. Het Schepencollege stond erop dat de kinderen en de leerkrachten maar zelf de school moesten onderhouden. Wekenlang bleven de klaslokalen ongekuist, tot eindelijk het gemeentebestuur gemeentewerkman René op pad stuurde om de lokalen en de speelplaats een grondige beurt te geven. Pas maanden later werd een “kuisvrouw” aangesteld met een wekelijkse opdracht van een zestal uren. Ondertussen was het leerkrachtenteam uitgebreid met een leraar niet-confessionele zedenleer -– een doorn in het oog van sommigen- – en een lerares manuele expressie. Daardoor kwamen er twee leergroepen bij. Maar waar die geplaatst? De lerares zedenleer heeft nog in de schoolgang cursus gegeven. Dat was niet vol te houden. Iemand van de I.M.  had de idee uit te wijken naar de woning van Georges Verhellen en wetende dat vrouwe Anna een goed jonk was werd de zitplaats dé uitverkoren plaats om de les niet-confessionele zedenleer te laten doorgaan.  Kosten van verlichting, verwarming en “ambras” zouden vergoed worden. Die mensen wachten echter nog steeds op hun geld… ! Om te voorzien in eigen beheer werd in november 1974 de eerste manillenkaarting ingericht. Een groot deel van de opbrengst ging naar educatieve activiteiten maar o.a. ook naar de betaling voor de middagbewaking. De school kon zich voortaan vrijer ontwikkelen. Een van de eerste zaken die werden aangekocht was een frigo, tafelmodel. Toen dit langs de pers om aan de oren kwam van de schepen van onderwijs J.R. was deze niet te spreken.

    '’t Was niet al ellende dat de klok sloeg. Het schoolteam en de ouders beleefden ook heerlijke momenten. Het kleuteraantal groeide gestadig zodat op 2 oktober 1981 een tweede kleuterklas kon worden opgericht. Weer een groot probleem. Plaatsgebrek. Dankzij een grote inzet groeide, “tot spijt voor wie ' ‘t benijdt!”,  het aantal leerlingen jaar na jaar aan. Het ontbrak de school aan infrastructuur; geen stromend water, geen telefoon, er was plaatsgebrek, de verwarming deed het niet bij hevige vorst (de mazout stolde in de leidingen) … bovendien verkommerde het gebouw. Er vielen stukken plaaster naar beneden in een klaslokaal. Een klapvenster viel beneden op 20 cm van een leerling…. Bij een bezoek van de hoofdinspecteur Van Istendael werd het schoolgebouw omzeggens afgekeurd. De inspecteur stuurde het schoolhoofd met een brief naar de burgemeester waarop werd medegedeeld dat de school haar subsidies zou verliezen indien er geen verbeteringswerken zouden worden uitgevoerd. Het laconieke antwoord van burgemeester Hubeau was: ”"Ze kunnen ons toch niets doen zolang als wij met plannen bezig zijn!"” Welke plannen dat waren weten we nog niet.

    Vanaf de jaren 1973 groeide het besef dat het schoolteam het niet  alleen zou halen. Dus werd er een beroep gedaan op de ouders. Dát waren immers de “kiezers”. Een ouderraad werd opgericht in 1972. Doel: druk te zetten op de I.M. De ouders streden voor een volwaardig onderwijs in hun eigen dorp. In die periode werd er ook contact opgenomen met de toenmalige voorzitter van de CVP, Henri Gottigny, om zijn CVP- groep in de gemeenteraad op andere gedachten te brengen. Hij verzekerde ons daarover te praten want “zo zei hij: "Een goed gemeentelijk onderwijs is de vlag van de gemeente”!" Aldus de woorden van een ex-schepen van onderwijs in Ganshoren. Achteraf gezien hebben zijn wijze woorden niet te veel indruk gemaakt op zijn discipelen.

    Ontstaan van de ouderraad in 1976 en zijn werking

    Daar onze inrichtende macht, in casus het gemeentebestuur, niet al te zeer inschikkelijk was om de noden van hun school op te lossen werd na rijp beraad tussen het schoolteam en ouders beslist een ouderraad op te richten. Begin jaren 70 was een ouderraad reeds volop in opgang in vele Nederlandse basisscholen.

    Op woensdag 19 mei om 19u45 werden de ouders uitgenodigd om aanwezig te zijn op een vergadering met als doel een ouderraad op te richten. Na een inleidend gesprek door de heer Eugeen Verhellen assistent RUG, lic. Psychologie en pedagogische wetenschappen werd o.a. bepaald op 26 mei 1976 over te gaan tot de verkiezing van de leden van de ouderraad. Het werden Moreau M., Ovaere G., Schiettecatte A., Smeets P., Spileers R. Vandenabeele Her., Van Hoecke M., Verplancken A. en Ysebaert M.. Deze negen ouders verkozen nadien de heer Marcel Moreau tot voorzitter. Deze nam zijn functie heel ernstig, voegde de daad bij het woord en klaagde in een aangetekend schrijven aan de inrichtende macht op 14 juni de grootste pijnpunten aan o.a. de onvoorstelbare toestand van de toiletten. Op 1 juni vertrok een schrijven naar Herman De Croo, Minister van Nationale Opvoeding waarin de ouderraad aanklaagde dat het gemeentebestuur van Nukerke geen enkel initiatief nam om de materiële toestand van de school te verbeteren. Op 8 juni ontving de voorzitter een schrijven van de minister waarin hij schreef :”"Ik vraag aanstonds aan mijn diensten na te zien hoe het verslag van onze inspectie hieromtrent is. In de mate van de mogelijkheden en op basis van de inspanningen die de inrichtende macht zich ter zake zal willen getroosten, volg ik het geheel van uw bemerkingen met bijzondere aandacht.”

    Op 26 oktober ontving de ouderraad nogmaals een schrijven van de minister waarin werd medegedeeld dat door de inspectie werd vastgesteld dat “de toiletten verbeterd werden tijdens het schoolverlof 1976…” Verder meldt de brief dat de “de inspectie bij het Gemeentebestuur meermaals heeft aangedrongen om de toestand te verbeteren. Het gemeentebestuur werd verder aangemaand al het nodige te doen om de materiële inrichting van haar school, inzonderheid van de toiletten, volledig in orde te brengen zodat de veiligheid en de gezondheid van de leerlingen niet in gevaar zouden gebracht worden. Inmiddels wens ik mijn waardering uit te drukken voor de inspanningen die U en het Oudercomité zich ten bate van de gemeentelijke school getroost hebben.”

    Al dat schrijven én de aanmaning van een (liberale) minister viel natuurlijk niet in goede aarde bij de cvp-meerderheid.

    Op 20 oktober schrijft Minister De Croo volgende nota naar de Directeur-Generaal van het bestuur ven het Basisonderwijs. “ Overeenkomstig Uw in rubriek gemelde nota gelieve het U de gemeente uit te nodigen om de materiële toestand van de school, inzonderheid van de toiletten, volledig in orde te brengen zodat deze voldoet aan de voorwaarden inzake hygiëne en bewoonbaarheid.(zie art.24 § 2-6° van de wet van 29.5.1959)

    De ouderraad van de schoolgemeenschap had niet vermoed dat het al zijn energie zou moeten steken in vervelende onderhandelingen met de gemeente en haar pedagogisch opdracht maar de tweede plaats kwam . Toch werden alle hens aan dek gezet om haar rol goed te vervullen.  Vooral nu mocht de moed niet worden opgegeven aangezien de school de aandacht kreeg van de hogere overheid.

    Tussendoor hadden de leden van de ouderraad de handen vol met het opstellen van haar statuten, het mede organiseren van de jaarlijkse kaarting in november, helpen bij het sinterklaasfeest of bij de leeruitstappen. Tot de jaren 85 was de jaarlijkse schoolreis van eind juni een grootse bedoening. Leerlingen, leerkrachten, schoolhoofd, ouders, grootouders trokken er op uit. Was dat in de jaren 68-70 met één bus, al gauw werden dat er 2 en was “de schoolreis” een aangename én leerrijke dag voor de hele schoolgemeenschap. Zulke gebeurtenissen staken een hart onder de soms strakke riem.

    Op de ouderraad van 9 maart 1977 werd de Schepen van Onderwijs uitgenodigd. Het enige punt op de dagorde was “de verbeteringswerken aan de school.” Het verslag meldt “een vergadering welke volgende positieve punten gaf: nieuwe ramen, verbouwingswerken eetzaal, centrale verwarming, nieuwe aansluiting toiletten, toilet voor kleuters.

    De vergaderingen  van 5 oktober en 19 oktober ‘77 werden resp. gewijd aan de organisatie van de kaarting en aan de verkiezing van een nieuwe ouderraad.

    Op woensdag 16 november ’77 organiseerde de voorzitter in afspraak met de hoofdonderwijzer een leeruitstap naar de suikerfabriek in Frasnes (Sucrerie de Frasnes-les-Buissenal).

    Over de titel “schoolhoofd”. De verslaggever meldde toen nog “hoofdonderwijzer”, ook “schoolhoofd” werd veel gebruikt;Na verloop van jaren werd de algemene aanspraaktitel “directeur”. Eind 1900 was dat nog “oppermeester”.

    Nog over leeruitstappen: wie herinnert zich nog het bezoek aan de ”Melkerij” van Horekebeke, aan de Centrale te Ruien, aan de Melkinrichting in Kruishoutem, aan de toneeluitvoering in de Beursschouwburg in Brussel (18 mei ’77), aan de Straalbronnen, aan de Brouwerij Roman, aan de Efteling…. Het was nog de tijd dat de inrichtende macht geen heil zag in het bekostigen van de zwemlessen voor de leerlingen van de gemeenteschool. Dan maar met eigen middelen verder roeien want ondertussen was er een schoolkas waaruit zorgvuldig werd geput. Om een idee te geven; de kaarting van 18 november 1978 bracht netto 28 200,5 Bfr op. Een busrit naar het zwembad kostte de school toen 300 Bfr en het inkomgeld voor het gebruik van het zwembad bedroeg 10 Bfr per kind. Dankzij de schoolkas bezat de school  een zekere vrijheid en kon zich verder zelfstanden ontplooien.

    De ouderraad van woensdag 18 januari 1978 handelde o.a. over lessen "Vernieuwde wiskunde voor de ouders" en over lessen seksuele opvoeding. (Ja, toen moesten de ouders daartoe nog hun toestemming geven)

    Een van de hoogtepunten voor de school was de uitstap met 2 volle bussen naar de Efteling op 1 mei 1979. Bewijs van goede sfeer en verstandhouding tussen ouders en schoolteam.

    Tijdens de ouderraad van 28 februari 1979 werd in het kader van “"Het jaar van het Kind”" een sportraad opgericht en werd de schepen van onderwijs verwacht om uitleg te geven over de stand van zaken betreffende de verbeteringswerken. De schepen stuurde echter zijn kat, zo meldt het verslag, en na een telefoontje van het schoolhoofd naar de schepen bleek dat deze plots wegens beroepsreden niet aanwezig kon zijn.

    Nochtans lag er weer een belangrijke vraag op tafel. Namelijk, wegens het feit dat de speelplaats een hellend vlak was en ongeschikt was om veilig aan sport te doen, stelden de ouders en het schoolteam voor om de boomgaard achter het schoolgebouw in te palmen om het als sportterrein te kunnen inrichten. Er moest eerst worden uitgevist of de boomgaard bij de school of bij het schoolhuis hoorde. Het schoolhoofd kon meedelen dat na lang aandringen er eindelijk een zandbankje werd aangelegd op het grasveldje vóór de kleuterklas. De paar schommeltjes op dat pleintje had de school zelf bekostigd. De toestellen werden geplaatst door het schoolhoofd. Ja, zo ging dat toen nog.

    Op 28 juni nam de voorzitter van de ouderraad afscheid van de school. “Dit gebeurde in een aangename natte sfeer”, als je begrijpt wat ik bedoel. In het dagboek van de ouderraad schreef Marcel Moreau het volgende mooi verslag. Het lijkt wel een hommage aan de school.

    ”Werking gedurende de drie voorbije jaren.”

    “De Ouderraad werd gesticht op 26 maart ’76. Na drie jaar kan worden gesproken van zeer positieve resultaten, van een nauwe samenwerking met de leerkrachten en van een zekere positieve weerslag tot ver buiten de grenzen (van de gemeente, sic). Onze gemeenteschool is nu gekend. Van de Heer Vanderlinden , Schepen van Onderwijs, mag worden gezegd dat hij nauw samenwerkte met de leerkrachten en de ouderraad. Dankzij een goede samenwerking tussen deze drie organen mag worden gesproken van een echte bloei van deze school. Er is nog veel te doen ! Samen met de leerkrachten kan de ouderraad er voor zorgen dat de school tot een modelschool groeit. De ouderraad kan er toe bijdragen dat dit doel wordt bereikt.”

    Tijdens deze bijeenkomst werd de datum van de kaarting vastgelegd op 17 november 1979 en met een streefdoel om  2000 kaarten aan 10fr aan de man de brengen.

    Ouderraad van 30 oktober 1979. Een nieuwe ploeg start met als voorzitter Dany Provost onder het motto: “Wij hopen met onze nieuwe ploeg evenveel prestaties te kunnen leveren als onze voorgangers.” Het steeds weerkerend punt op de dagorde is de hygiëne (toiletten). “Na veel beloftes schijnt er niets of weinig gerealiseerd. Hierop wordt terug gekomen en we zullen niet nalaten voldoende hardnekkigheid aan de dag te leggen om tot een billijke oplossing te komen.”

     

    Tijdens de vergadering van 11 december 1979 werden volgende punten behandeld: balans kaarting met netto-inkomen van 29 423,25 Bfr, leeruitstappen en nabespreking van de beperkte bijeenkomst met de leerkrachten en schoolhoofd, vertegenwoordigers van de ouders, schepen Vanderlinden en de uitgenodigde gast Urbain Heysse pastoor te Nukerke.

    Onderwerp: tweestrijd tussen de twee scholen en de rol van de pastoor die een bedenkelijke rol speelde. Een debat met ouders, leerkrachten én Urbain Heysse over de onenigheid tussen het schoolhoofd en de pastoor (die een politieke rol speelde).

    De schepen werd herinnerd aan zijn belofte de sanitaire uitrusting op te nemen in het budget van 1981 en dit voor te leggen aan het schepencollege.

    Ouderraad van woensdag 23 april 1980 met gesprek over leeruitstap naar de drukkerij in Nukerke en een bezoek aan het museum/archief, de materiële toestand van de school, parking vóór de school.

    Knelpunt. De afdeling Maarke-Kerkem en Etikhove tellen minder leerlingen zodat in september a.s. een klas minder kan worden gesubsidieerd. De bloeiende afdeling Nukerke zou zo een klastitularis, de jongste in de rij, kwijt spelen. Dat zou een ware ramp voor de Nukerkse school zijn. De schepen van onderwijs werd op de vergadering uitgenodigd. Er zou gezocht worden om een uitzondering op de regel aan te vragen aan het Ministerie van Nationale Opvoeding. De technische uitleg door de schepen gaf eigenlijk niet veel licht in de zaak. Na het inwinnen van info bij de bevoegde instanties zou na 16 april meer klaarheid brengen. “En nu maar duimen!” Er werd nogmaals beloofd iets te doen aan de toestand van de toiletten.

    Vergadering van 25 september 1980

    Op 22 september kregen de ouders volgende mededeling:

    Beste Ouders,

    Sinds geruime tijd doen allerhanden ongegronde, misplaatste en soms kwaadwillige geruchten de ronde over het wel en wee van onze gemeenteschool. Het is onze plicht klaarheid te brengen in deze toestand. Daartoe nodigen wij ALLE ouders uit op een uitzonderlijke informatievergadering op donderdag 25 september om 17u30 stipt. Wij dringen aan op een GROTE OPKOMST: het gaat tenslotte over belangrijke functies, nl. de opvoeding en het onderwijs van onze eigen kinderen in een eigen gemeenteschool…

    Namens de ouderraad en de leerkrachten van de school.

    Er werd door het schoolhoofd verslag uitgebracht over de vergadering die blijkbaar bij hoogdringendheid werd gepland door …(weten wij niet) in het gemeentehuis te Etikhove op 16 september in aanwezigheid van de E.H. R. Windey, hoofdinspecteur van het katholiek onderwijs. Er was sprake van “overname” van de gemeentescholen aan de Vrije school. Na deze ontstellende voorstellen werden de leden (12 in aantal) van de ouderraad verkozen.

    Nadien ging de vergadering door en werden allerlei voorstellen naar voor gebracht. “ Ten gevolge van de bekende feiten werden de ouders uitgenodigd tot het voorstellen van acties. Volgende initiatieven zullen worden uitgewerkt: beleggen van een vergadering met de school van Etikhove, een petitie, een onderhoud met het schepencollege. “De algemene indruk was vrij positief”. Voortaan zouden de leden van de ouderraad een verslag ontvangen van elke vergadering.

    Vergadering op 3 oktober in de gemeenteschool te Etikhove.

    Die avond werden het schoolhoofd van Nukerke, Hedwig Vandenabeele, samen met de voorzitter van de ouderraad , Dany Provost, uitgenodigd op de start van de ouderraad voor de school te Etikhove. Ideeën werden uitgewisseld, besluiten medegedeeld en werd besproken welke actie er zouden gevoerd worden. Er werd besloten een brief te sturen naar het schepencollege. Er leek een goede samenwerking tussen beide scholen in ’t verschiet. De gemeenteschool van Ethikove, die niet over een kleuterafdeling beschikte, kan geen toekomst meer hebben vanaf het ogenblik dat de vrije katholieke school van Ethikove eenzijdig een jarenlange overeenkomst verbrak.

    Het werd 1 september 1976. Wegens verhuis van het schoolhoofd kwam  het schoolhuis vrij. En wat denk je? Ruimte voor de schooluitbreiding? Jawel!? Het bestuur verhuurde de woning onder de neus van de schoolgemeenschap aan een inwoner die zijn kinderen naar de vrije school stuurde. Zuivere provocatie! Toen het gezin in 1987 verhuisde werd het schoolhuis na veel poespas eindelijk ter beschikking gesteld  van de school . Zo werd de grote slaapkamer vooraan het klaslokaal van de derde graad terwijl de 2de kleuterklas in de vroegere woonkamer onderricht kreeg. Wat een luxe... een klaslokaal van 3 op 4 ! Ondertussen bleef het bestuur hardnekkig weigeren te investeren in HUN school. Hun leidmotief bleef: ”eerder vroeg dan laat verdwijnt die school toch!”

    Een jaar na de fusie van de 3 gemeentescholen kregen ook de  kinderen  van de  Gemeenteschool te Nukerke het recht op een schoolbus. De leerlingen van de vrije school werden vervoerd met particuliere wagens. Op de smalle Nukerkse wegen gebeurde het al eens dat zo’'n particuliere wagen midden op de weg bleef staan om zo de doorgang van de bus te verhinderen. Daarbij klonk al eens verbaal geweld vanwege de buschauffeur. Zo te zien geen stichtende voorbeelden in aanwezigheid van kinderen. Of niet soms?

    De turbulente jaren 80

    We werden slachtoffer van ons eigen succes. De school trok meer en meer kleuters aan. Op 1 oktober 1980 werd zelfs een tweede kleuterklas opgericht. Een kleuterleidster werd aangesteld vanaf 2 oktober 1980. Een lokaal was er niet. Dus alle kleuters in één klas met 2 kleuterleidsters of met een groepje kleuters in het keukentje van nog geen 4 op 4, op grote houten zitbanken. Niet te begrijpen in de 20ste eeuw! Na veel getalm werd het "afdak" afgesloten en werd er een primitief klaslokaal in ondergebracht. Al die voorlopige verbeteringswerken lagen niet zó maar voor de hand. De minste beslissing of zaak had veel voeten in de aarde. Neen, niet alles liep van een leien dakje. Ook in deze zaak nam het schepencollege nooit spontaan enig initiatief. Alle ideeën moesten vanuit de school komen. Ondertussen waren het schoolteam én de ouders het beu vast te stellen hoe weinig interesse het gemeentebestuur had in hun school. Daarop werd door de ouderraad beslist op 5 februari 1981, tijdens de gemeenteraad, een grote protestactie te voeren onder de CVP-slogan "“Omdat mensen belangrijk zijn”!" Grote paniek natuurlijk!

    Enkele anekdotes .

    Zaterdag 4 september 1982 beslist het schepencollege om de bus van het leerlingenvervoer die voor Nukerke rijdt vanaf 6 september niet meer tot op het dorpsplein van Etikhove te laten rijden. Reden ? De bus zou eventueel Etikhoofse kinderen meebrengen naar de gemeenteschool en dat wou men vermijden.

    De  toenmalige schepen van openbare werken liet in de Zakstraat het verkeersbord (C3)  plaatsen zodat de schoolbus geen doorgang meer had en een grote omweg moest maken. Dat verkeersbord werd na protest bij het gemeentebestuur na enkele dagen weggenomen.

    In de Turkyestraat woonde een huisgezin waarvan de kinderen naar de gemeenteschool gingen. Om daar te geraken moesten de kinderen de "los" nemen om tenslotte de Tenholeweg te bereiken. In natte seizoenen ploeterden de kinderen tot over hun enkels door de modder. De brave huisvader Georges trok naar burgemeester Hubeau om te vragen daar in de "los een “camionske gravie” te storten." De burgemeester kon dat natuurlijk niet weigeren. Maar, die “gravie” kwam er nooit. Op de vraag van het schoolhoofd waarom dat niet doorging antwoordde de goede burgervader: "”Mijne schepen van openbare werken wil dat niet uitvoeren”."” "Maar daar kunt gij toch wel iets aan doen zeker?" "“ “Ja, maar ge kunt toch niet altijd ruzie maken!"” En de zaak was af. Tussen haakjes, die brave huisvader was niet bij dezelfde ziekenbond als die van de schepen.

    Het moet toch wel lukken zeker dat de leerlingen van het 6de jaar jaarlijks in de prijzen viel t.g.v. een opstelwedstrijd uitgeschreven door de NSB-Oost-Vlaanderen. Het werd gebruikelijk dat tijdens de herdenkingsviering op 11 november aan '“’t steen” de laureaten een geschenkje ontvingen uit de handen van de voorzitter van de Nukerkse oudstrijdersbond. Na een paar jaar stak dat natuurlijk de ogen uit en was dat een héél pijnlijke doorn in het oog van de opposanten van de gemeenteschool. Het werd 11 november 1987. Van zodra de voorzitter het woord richtte tot de flinke leerlingen hadden het Nukerks cvp-gemeenteraadslid (M.B) én de vertegenwoordiger (N.V.M.) van de ouders van de vrije school het lef om aan de aanwezige kinderen van die school de richtlijn te geven uit protest deze officiële vaderlandlievende plechtigheid in groep én onder leiding van de twee eerstgenoemde te verlaten. Weliswaar een weinig stichtend voorbeeld!


    Het werd september 1984. Er waren voldoende leerlingen om een derde lagere klas op  te richten. Nu barstte de school echt uit  haar voegen. Weer bleek de school te lijden onder haar succes. Nog meer plaatsgebrek en te weinig lokalen,  een deftige refter ontbrak, middeleeuwse toiletten, geen comfort…. . Er was zelfs geen afdak voor  de 100-tal kinderen. Niemand van het gemeentebestuur die er om maalde. De oppositie sprong bij om een oplossing te zoeken. Er moest héél dringend een oplossing komen. Bijbouwen, nieuwbouw, containers, een keet….Voorlopig kwam daar niets van in huis. Ouders namen het initiatief. Iemand wist een keet te koop staan en belde er heen. Toen moet het wel eens gestoven hebben in het schepencollege want half september schoten de burgemeester Michel Langhie en de schepen van onderwijs Richard Vanderlinden uit de startblokken. Wie nam ook al weer het initiatief om bij boer Marc Devenijns te vragen of daar soms de “schone” plaats kon ter beschikking gesteld worden als uitwijkplaats voor de school. Uit pure compassie met de kinderen heeft Marie-Claire op 17 september vlug toegestemd. Bij een bezoek van de burgemeester en schepenen Vanderlinden en Desmet aan de “boerderijklas” op dinsdag 18 september werd de financiële en praktische kant van de zaak besproken. Om 15uur  kwam de kantonnale inspecteur poolshoogte nemen en die zelfde avond nog werd een vergadering belegd met het schepencollege en de inspectie over de aanstelling van een leerkracht én over de spoedoperatie om tot een nieuwbouw over te gaan.

    Op woensdag 26 september komt de burgemeester persoonlijk met een elektricien om bijkomende verlichting te plaatsen. Verder werd besproken: de veiligheid (hoge treden aan de voordeur), verven en behangen, verwarming. Die werken zouden worden uitgevoerd met eigen personeel. Bovendien moesten nog dringend nog nieuwe stoeltjes en kasten  worden aangekocht.

    Sommige kringen zagen met lede ogen aan hoe het gemeentelijk onderwijs bleef groeien en goed lag bij de bevolking. Dan maar wat  politieke onzin vertellen. De cvp-raadsleden waren plots allen onderwijsspecialisten. (Tussen haakjes, op één uitzondering na, verkozen de raadsleden én het gemeentepersoneel hun kinderen naar het katholiek onderwijs te sturen). Cvp-leden waren niet verlegen te pas en te onpas hun gemeenteschool in Nukerke in het verkeerde daglicht te stellen.Maar de schoolgemeenschap stelde zich zeer hard op. De ouderraad organiseerde zelfs een protestmeeting, voor en tijdens de gemeenteraad van februari 1981. De slogan luidde “omdat mensen belangrijk zijn”. Ondertussen ontving het bestuur een petitie met 150 handtekeningen.
     Toen vanaf 03 januari 1982 een bijzondere lerares catechese werd aangesteld was het dorp te klein om te gaan verkondigen: “Ge moet nu eens weten, ze geven zelfs geen godsdienst meer in de gemeenteschool!” Dé figuur die grotendeels verantwoordelijk was voor al die rotzooi was M. B., een oud-leerling van de gemeenteschool. “Neen, mijnheer gij en uw kompanen zullen uit ander hout moeten gesneden zijn om te school ten gronde te richten! ”Wat ook een heel pijnlijke doorn in het oog was van de tegenstaanders was het feit dat er in de school een cursus niet-confessionele zedenleer liep. Een normale cursus die op aanvraag moet ingericht worden in een school van het Officieel Neutraal Onderwijs.

    Nieuw gemeentebestuur vanaf 1983

    De cvp verloor de volstrekte meerderheid en ging op 1 januari noodgedwongen in zee met de enige verkozen socialist Michel Langie die burgemeester werd. Zou het gemeentelijk onderwijs eindelijk de wind in de zeilen krijgen. Toen in 1983 het schoolhuis  vrij kwam  werden de ruimten  na veel overleg eindelijk aan de school ter beschikking gesteld. Zo werd de grote slaapkamer vooraan het klaslokaal van de derde graad. Wat een luxe... een lokaal van 3 op 4 ! Dit na jarenlang “gepalaber”, politiek “gemaneuvreer”  en getalm van cvp-raadsleden . Er werd immers hard op de rem gestaan door sommigen. Ze waren de grote oorzaak van veel onverdraagzaamheid en afgunst t.o. de gemeentelijke basisschool. Men wilde ze laten verdwijnen,  laten overnemen, laten doodbloeden... Maar de schoolgemeenschap stelde zich zeer hard op. Men was niet bang om een protestmeeting te organiseren vlak voor en in het gemeentehuis te Etikhove. Ondertussen werden nieuwe plannen getekend voor een mogelijke nieuwbouw. De oude school werd leeggemaakt.
    De 3 lagere klassen verhuisden naar de lokalen van de vorig jaar teloorgegane gemeenteschool achter het gemeentehuis. Voor de kleuters kon onze Inrichtende Macht geen betere locatie vinden dan de leegstaande,half verkommerde boerderij van A. Antrop langs de Mellinckstraat te Nukerke. Daar kregen dus een 35-tal kleuters hun eerste en zo belangrijke pedagogische opvoeding in de vroegere woonkamer van nog geen 4 op 4. Het eerste kleuterklasje zat nog meer gekneld in een slaapkamer van amper 3 op 4. In een andere slaapkamer deed dienst als “refter”. Verder was er een gelukkig een telefoonaansluiting, 1 toilet, een “schotelhuis”, een speelplaats op het neerhof geplaveid met kasseikoppen … voldoende luxe en comfort voor onze jonge Maarkedalers.   In oktober 1986, werd  gans het schoolcomplex, dat jarenlang en danig was verwaarloosd, met de grond gelijk gemaakt en vervangen door een moderne constructie. De constructeur was Bekaert Construct. De onverdraagzaamheid stak terug de kop op. Tegenwerking alom. Tegenstanders haalden de tactiek van de jaren 30 boven. Maar ze beten in ‘t zand.  Tenslotte werd het nieuwe project op 17 september 1988 officieel ingehuldigd door burgemeester Michel Langie, die zich  volledig had ingezet voor de verwezenlijking ervan. Een doorn in het oog van zijn coalitieleden. Het ging zelfs zo ver dat leden van het schepencollege  moeilijk deden over de procedure van de inhuldiging van de nieuwe gemeenteschool. Sommigen wilden het gebouw eerst laten inzegenen vóór de officiële inhuldiging. Niet te verwonderen dat de pers op die toestanden gretig inpikte.Ondertussen werden nieuwe plannen getekend voor een mogelijke nieuwbouw.. Daar waar andere scholen een decennia moesten wachten om subsidies te krijgen, werd het dossier van de Gemeentelijke Basisschool met voorrang behandeld. De nood was immers héél groot. Burgemeester M. Langie wist de weg te vinden via Marc Galle, Vlaams minister.  In oktober 1986, werd een begin gemaakt met de afbraak van de oude school. Er komt een volledige, nieuwe en moderne constructie. De constructeur was Bekaert Construct. Tenslotte werd het nieuwe project op 17 september 1988 officieel ingehuldigd door burgemeester Michel Langie, die zich  volledig had ingezet voor de verwezenlijking ervan. De oude school werd leeggemaakt. De 3 lagere klassen verhuisden naar de lokalen van de vorig jaar teloorgegane gemeenteschool achter het gemeentehuis. Voor de kleuters kon onze Inrichtende Macht geen betere locatie vinden dan de leegstaande,half verkommerde boerderij van Antrop langs de Mellinckstraat te Nukerke. Daar kregen dus een 35-tal kleuters hun eerste en zo belangrijke pedagogische opvoeding in de vroegere woonkamer van nog geen 4 op 4. Het eerste kleuterklasje zat nog meer gekneld in een slaapkamer van amper 3 op 4. In een andere slaapkamer deed dienst als “refter”. Verder was er godzijdank een telefoonaansluiting, 1 toilet, een “schotelhuis”, een speelplaats op het neerhof geplaveid met kasseikoppen. Zo te zien voldoende luxe en comfort voor onze jonge Maarkedalers. Geluk dat het schoolteam en de ouderraad aan één zeel bleven trekken. Van de tegenstanders kwam niet veel fraais.

     

     

     

     

     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    31-10-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het gemeentelijk onderwijs
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Geschiedenis van het gemeentelijk onderwijs- vervolg 2


    Evolutie van de schoolbevolking in de school op 't Holand.

    Niet te verwonderen dat de pers  aan al het geklungel van het gemeentebestuur een dikke kluif had en niet naliet alles in kranten uitgebreid aan bod te laten komen. En de gemeenteschool van Nukerke kreeg zo waar meer en meer steun van een groot deel van de bevolking. De school kwam ook in de actualiteit dankzij de strijd én dankzij de goede pedagogisch resultaten. Volg even de onderstaande opsomming van persartikelen  mee, doorspekt met anekdoten van alle slag.

     

    1978

    Februari:         de gemeenteschool haalt de Diggiekrant

    1 en 2 juli:       Nukerke heeft flinke leerlingen

    12 november:  Oud-strijders zijn Nukerkse jeugd  dankbaar

                              Nieuwe school verdeelt meerderheid te Maarkedal

     

    1979:

    korte uitleg over de school te Nukerke

    Interpellatie van de schepen van openbare werken (sanitair en het verven van de lokalen zonder het schoolhoofd vooraf te verwittigen voor mogelijke hinder)

    Artikel met besluit “het botert niet te goed tussen het onderwijzend personeel en de schepen van openbare werken.

    Juni:           flinke leerlingen te Nukerke

    Augustus:   annonce in een plaatselijke krant

     

    1980

    Juni:                In de Nukerke gemeenteschool zitten flinke leerlingen

    Augustus:     Onder zware druk van het schoolteam publiceert de I.M. een annonce in de gemeentelijke uitgave

    1 september:  Schepen van onderwijs met vragen bestookt te Maarkedal (Laatste Nieuws)

    16 oktober:    Strijden voor gemeentelijk onderwijs te Nukerke

                            Oudercomité bezorgd te Nukerke

    November:    Verslag over de kaarting met 80 deelnemers en 200 sympathisanten

     

    1981:

    4 februari:   Geen liquidatie van het gemeentelijk onderwijs

    7 februari:   Schoolkinderen eisen hun juf en hun school

    27 februari: Gemeentelijk onderwijs in Nukerke door CVP-GB te koop aangeboden (De Volksvrijheid)

    9 februari :  Schoolperikelen in Maarkedal. Manifestatie door de schoolgemeenschap gemeenteschool Nukerke

    11 februari: Betogen tegen schoolpolitiek te Maarkedal – Nukerke vecht voor gemeenteschool

    Februari :     Maarkedal “school” probleem te Nukerke

    14 maart:     Ouderraad bijt door te Nukerke(Laatste Nieuws)

    30 april:       Viering 50 jaar gemeenteschool Nukerke (AZ)

    April:           Volkssporten in Nukerkse gemeenteschool

    Mei:             50 jaar Gemeenteschool Nukerke op ’t Holand. 
                         Deze reclamebrochure werd over Nukerke verspreid met

                         aankondiging van het feestprogramma van 10 mei én de aankondiging van de kleinkunstavond met Willem Vermanderen op zaterdag  16 mei

    16 mei:        Sfeer, volk en zon in de  Nukerkse gemeenteschool

    6 mei:          Een halve eeuw gemeenteschool te Nukerke (Het Nieuwsblad)

    22 mei:        Gemeentelijk onderwijs redden te Maarkedal (Het Laatste Nieuws)

    11 juni:        Maarkedalse raad wil dorpsscholen redden (Het Nieuwsblad)

    Juni:             Heibel om lerares in raad Maarkedal (Het Nieuwsblad)

    September:   Samen strijden voor gemeentelijk onderwijs te Maarkedal Laatste Nieuws)

    2 oktober:    2de kleuterklas wordt ingericht

    5 oktober:    Nieuwe kleuterleidster te Nukerke (Het Nieuwsblad)

    7 oktober:    Ouders ten strijde voor Nukerke gemeenteschool(Het Volk)

    28 oktober:  Eigen mensen genegeerd te Maarkedal (Het Laatste Nieuws)

    23 oktober:  Onveilig leerlingenvervoer te Maarkedal

     

    1983

    25 juni:       Eerste barbecue van de gemeenteschool in de parochiezaal te Nukerke

    Juni:            Jeugdig schrijverstalent te Nukerke (Het Nieuwsblad)

    Juli:             Barbecue voor de gemeentelijke Basisschool van Nukerke (De Ronsenaar)

    8 september: mogelijk opheffing van de zesde klas LO

    8 september: Maarkedal kort (Het Nieuwsblad)

    November:   2de lustrum  kaarting met 88 kaarters

    November:   Nukerkse oud-strijders zijn schooljeugd genegen (De Ronsenaar)

    December:   2de lustrum kaarting in Nukerkse gemeenteschool (Plus)

    27 december: princiepsbeslissing omtrent het bijbouwen van 2 klaslokalen alsook voor de aankoop van stoelen voor   de Gemeentelijke Basisschool in de Holandstraat. Nog beslissingen uit Maarkedal. Verbeteringswerken aan                      de school te Nukerke voor 5 miljoen BFr  (Pl.Krant)
                     Drie jaar gemeentebeleid in Nukerke (repliek van de CVP). Al of niet bouwen van een                    centrale gemeenteschool.
                      Problemen met het leerlingenvervoer gemeentelijk en vrij onderwijs.
                      (IM vrij onderwijs geeft niet de juiste aantal meerijdende leerlingen op)

     

    1984

    3 januari:      Gemeenteschool Nukerke breidt uit.
                          Broederlijk akkoord tussen meerderheid en oppositie om 2 klassen  bij te bouwen in Nukerke                                                  project waarover men al 2,5 jaar spreekt

    24 mei:         foto (Plus)

    24 mei:         Maarkedalse politici moeten 100 X schrijven: “Ik zal voor nieuwe gebouwen zorgen” (Plus)

    24 mei:         Wat met school in Nukerke ? (het Volk)

    Augustus:     Voor het eerst laat het gemeentebestuur in haar uitgave een aankondiging verschijnen het 
                         gemeentelijk onderwijs wordt aangeprezen.(Info-Maarkedal)

    September:     Nukerkse gemeenteschool huurt tijdelijk noodlokaal vanaf 1 oktober 1984 (Het Nieuwsblad)

    September:     Interpellatie van de oppositie Maarkedal (Het Nieuwsblad)

    11 september: Er is wel plaats voor een extra ambt in Nukerke (Het Volk)

    September:     Er is weer alarm, maar nu is het serieus (Plus)

                          Herstellingswerken Nukerkse gemeenteschool “School” voorbeeld voor trage administratieve molen. 
                         (NB)

    27 september:   Raar maar waar, Maarkedal heeft zijn kinderboerderij, een origineel en goedkope oplossing om de schoonste plaats te huren in de boerderij van M. Devenijns voor het nijpend ruimtetekort  in de gemeenteschool van Nukerke. (Plus)

    23 september: Herstellingswerken gemeenteschool Nukerke, eerst voorlopig dan definitief(Plus)

                            De kogel zit nog steeds in Nukerkse gemeenteschool (Plus)

    27 september: Nukerke gemeenteschool huurt tijdelijk noodlokaal (het Nieuwsblad)

    23 oktober     : Vereniging ter bevordering van het Vlaamse Boekwezen vzw stuurt een uitnodiging om aanwezig te    zijn. op woensdag 31 oktober om 17 uur  op de Boekenbeurs van Vlaanderen in Antwerpen (Plus)

    10 november :Kaarting in de Gemeentelijke Basisschool te Nukerke(De Ronsenaar)

    1984 : Maarkedal: Raad verdeeld over bouwplannen gemeenteschool (De Ronsenaar)

    December 1984: Op 1 januari 1985 wil Richard Vanderlinden, schepen van Onderwijs, van start gaan met gemeen

    schappelijk leerlingenvervoer (Plus)

     

    1985

    28 januari:     Gemeenteschool Nukerke

                          Komt er schot in de zaak?

    28 februari:   College opteert voor nieuwbouw.

                          Gemeenteschool Nukerke blijft brandend actueel

                          Een lang verhaal (Het Nieuwsblad)

                          Aangepast bouwprogramma uitgewerkt

                          Nieuwbouw voor gemeenteschool te Nukerke (Laatste Nieuws)

                          Gemeenteschool Nukerke werd bekroond

                          Nieuwe gemeenteschool verdeeld meerderheid

                          Bauwens wil CVP-sommen niet oplossen (Plus)

                          Nieuwe gebouwen in september 1986 (Plus)

    Juni:              Oorlog en vrede in Nukerkse gemeenteschool

                         Eerste barbecue met 300 sympathisanten

                         Nieuwe school

                         Maarkedal gaf zegen aan vierde voorontwerp

    Juli :              Nukerke: Project wordt uitgevoerd in vier fasen

                          Raakt nieuwbouw gemeenteschool Nukerke af in september 1986 ? (Het Nieuwsblad)

    November:    Ook plaats voor bibliotheek? Nukerke naar nieuwe school

    November:    Nieuws van de Gemeentelijke Basisschool te Nukerke (Info-Maarkedal)

    December:     idem

    21 november: Een ongeluksgetal ? 13 ja-stemmen voor Nukerkse gemeenteschool (Plus)

    14 november: Maarkedal stemt verdeeld over nieuwe school

                           Kostprijs: 33 miljoen (Het Volk)

                           Gemeenteschool Nukerke: volgend jaar in de lente eerste steen ?

    16 november:  Zowel oppositie als meerderheidsleden uiten kritiek op miljoenenproject

                           Maarkedal beslist toch tot bouw gemeenteschool (Het Nieuwsblad)

    1986

    18 april:          Maarkedalse gemeenteschool wordt gesubsidieerd (Weekblad Vlaamse Ardennen)

                            “Gemeenteschool  Nukerke” niet in koelkast.
                            De eerste steen van het nieuwe gebouw zal gelegd worden

                           vóór 1 september 1986  (Het Volk)

                           Ondanks aangekondigde overheidsbesparingen

    2 september:   Etikhoofse gemeenteschool mist nieuwe schoolstart (Het Volk)

                           Nukerke krijgt zeker nieuwe gemeenteschool (Het Nieuwsblad)

    3 september:   Geen aannemer voor gemeenteschool Nukerke

    9 september:   Nog (onbeantwoorde) vragen rond gemeenteschool Nukerke

                           Zal Maarkedal financieel opdraaien,

                           Schepen van onderwijs. School was gedoemd om te verdwijnen

                           Nukerke schreef 102 leerlingen in (Het Volk)

    Oktober:            Nieuws uit de Gemeentelijk Basisschool

                              Wateroverlast op bouwterrein

                              Gemeenteschool Nukerke zorgt voor extra-uitgaven (Het Nieuwsblad)

    2 oktober;          Maarkedals onderwijs blijft het hangijzer (Het Nieuwsblad)

                              Aangepast bouwprogramma uitgewerkt

                             Nieuwbouw voor gemeenteschool Nukerke

     

    1987

    27 mei:         Een school zonder eerste steen

                         Nukerkse gemeenteschool kant en klaar in de vorm van een maquette (Plus)

    13 augustus: Tweede keer, goede keer ?

                         Nukerkse gemeenteschool stuit op procedurefout

    27 mei:          Nukerke gemeenteschool in impasse

                          Aannemer eist half miljhoen schadevergoeding per maand (Het Volk)

    27 augustus:   Kritiek op studiebureau (het Volk)

    27 augustus:   Maarkedalse gemeenteschool in de slop

                          Gemeentebestuur en aannemer met getrokken messen (Plus)

     

    1988

    7 januari:     De blijde en bange verwachting van 1988 (Plus)

    13 januari:   Nukerke wacht af

                        Nieuwe school als paasgeschenk? (Het Volk)

    28 april:        Als ik eens burgemeester was.

                        Nukerke 2de op 13622 onzendingen 6de jaar (Gazet van Antwerpen)

    April:           Als ik eens burgemeester was… (Info-Maarkedal)

    23 mei:        Nukerke heeft zijn schoolwerk af

    17 mei:        Problemen rond de oplevering

                        Nukerke heeft zijn gemeenteschool (Het Nieuwsblad)

    25 mei         Deuren blijven nog dicht van Nukerkse gemeenteschool (Het Volk)

    21 juni:        Nukerke school opent de deuren (Het Volk)

                      “Als ik eens burgemeester was” (Info Maarkedal)

    30 juni:        Nukerke beleeft sprookje met happy end (Het Nieuwsblad)

    September:   School in de nieuwe Nukerkse school (Plus)

                        Drie nieuwe gezichten in gemeentelijk onderwijs

    3 september: Inhuldiging gemeenteschool op 17 september

    15 december: Aannemer vordert ruim 9 miljoen op voor Nukerkse gemeenteschool (Het Nieuwsblad)

    1990

    September:  Nukerkse gemeenteschool wuift kleuterjuf uit (Plus)

                       Magda De Voet met pensioen (Plus)

    1994

    28 juni:           Schooldirecteur weet meer dan de burgemeester (Het Laatste Nieuws)

                           Van schoolbank naar archief (Plus)

    28 november: Liever geen ontvangst in Maarkedalse gemeentehuis. (het Volk)

    8 december:    Schooldirecteur weigert ontvangst op gemeentehuis (Plus)

    15 december:  Gemeentebestuur bedreigde schooldirecteur (Plus)

     2010

    23 oktober:   Gemeente moet 148 000 euro extra kosten ophoesten.

                         Rechter veroordeelt Maarkedal 23 jaar na bouw gemeenteschool

                         Sommige CVP-verkozenen treffen hier schuld wegens slecht opvolgen van het bouwdossier.
                         (Was het  uit
     onwil of uit onkunde?)

    Ontstaan van de ouderraad in 1976

    Daar onze inrichtende macht, in casus het gemeentebestuur, niet al te zeer inschikkelijk was om de noden van hun school op te lossen werd na rijp beraad tussen het schoolteam en ouders beslist een ouderraad op te richten. Begin jaren 70 was een ouderraad reeds volop in opgang in vele Nederlandse basisscholen.

    Op woensdag 19 mei om 19u45 werden de ouders uitgenodigd om aanwezig te zijn op een vergadering met als doel een ouderraad op te richten. Na een inleidend gesprek door de heer Eugeen Verhellen assistent RUG, lic. Psychologie en pedagogische wetenschappen werd o.a. bepaald op 26 mei 1976 over te gaan tot de verkiezing van de leden van de ouderraad. Het werden Moreau M., Ovaere G., Schiettecatte A., Smeets P., Spileers R. Vandenabeele Her., Van Hoecke M., Verplancken A. en Ysebaert M.. Deze negen ouders verkozen nadien de heer Marcel Moreau tot voorzitter. Deze nam zijn functie heel ernstig, voegde de daad bij het woord en klaagde in een aangetekend schrijven naar de inrichtende macht op 14 juni de grootste pijnpunten aan o.a. de onvoorstelbare toestand van de toiletten. Op 1 juni vertrok een schrijven naar Herman De Croo, Minister van Nationale Opvoeding waarin de ouderraad aanklaagde dat het gemeentebestuur van Nukerke geen enkel initiatief nam om de materiële toestand van de school te verbeteren. Op 8 juni ontving de voorzitter een schrijven van de minister waarin hij schreef :”Ik vraag aanstonds aan mijn diensten n            a te zien hoe het verslag van onze inspectie hieromtrent is. In de mate van de mogelijkheden en op basis van de inspanningen die de inrichtende macht zich ter zake zal willen getroosten, volg ik het geheel van uw bemerkingen met bijzondere aandacht.”

    Op 26 oktober ontving de ouderraad nogmaals een schrijven van de minister waarin werd medegedeeld dat door de inspectie werd vastgesteld dat “de toiletten verbeterd werden tijdens het schoolverlof 1976…” Verder meldt de brief dat de “de inspectie bij het Gemeentebestuur meermaals heeft aangedrongen om de toestand te verbeteren. Het gemeentebestuur werd verder aangemaand al het nodige te doen om de materiële inrichting van haar school, inzonderheid van de toiletten, volledig in orde te brengen zodat de veiligheid en de gezondheid van de leerlingen niet in gevaar zouden gebracht worden. Inmiddels wens ik mijn waardering uit te drukken voor de inspanningen die U en het Oudercomité zich ten bate van de gemeentelijke school getroost hebben.”

    Al dat schrijven én de aanmaning van een (liberale) minister viel natuurlijk niet in goede aarde bij de cvp-meerderheid.

    Op 20 oktober schrijft Minister De Croo volgende nota naar de Directeur-Generaal van het bestuur ven het Basisonderwijs. “ Overeenkomstig Uw in rubriek gemelde nota gelieve het U de gemeente uit te nodigen om de materiële toestand van de school, inzonderheid van de toiletten, volledig in orde te brengen zodat deze voldoet aan de voorwaarden inzake hygiëne en bewoonbaarheid.(zie art.24 § 2-6° van de wet van 29.5.1959)

    De ouderraad van de schoolgemeenschap had niet vermoedt dat het al zijn energie zou moeten steken in vervelende onderhandelingen met de gemeente en haar pedagogisch opdracht maar de tweede plaats kwam . Toch werden alle hens aan dek gezet om haar rol goed te vervullen.  Vooral nu mocht de moed niet worden opgegeven aangezien de school de aandacht kreeg van de hogere overheid.

    Tussendoor hadden de leden van de ouderraad de handen vol met het opstellen van haar statuten, het mede organiseren van de jaarlijkse kaarting in november, helpen bij het sinterklaasfeest of bij de leeruitstappen. Tot de jaren 85 was de jaarlijkse schoolreis van eind juni een grootse bedoening. Leerlingen, leerkrachten, schoolhoofd, ouders, grootouders trokken er op uit. Was dat in de jaren 68-70 met één bus, al gauw werden dat er 2 en was “de schoolreis” een aangename én leerrijke dag voor de hele schoolgemeenschap. Zulke gebeurtenissen stak een hart onder de soms strakke riem.

    Op de ouderraad van 9 maart 1977 werd de Schepen van Onderwijs uitgenodigd. Het enige punt op de dagorde was “de verbeteringswerken aan de school.” Het verslag meldt “een vergadering welke volgende positieve punten gaf: nieuwe ramen, verbouwingswerken eetzaal, centrale verwarming, nieuwe aansluiting toiletten, toilet voor kleuters.

    De vergaderingen  van 5 oktober en 19 oktober ‘77 werden resp. gewijd aan de organisatie van de kaarting en aan de verkiezing van een nieuwe ouderraad.

    Op woensdag 16 november ’77 organiseerde de voorzitter in afspraak met de hoofdonderwijzer een leeruitstap naar de suikerfabriek in Frasnes (Sucrerie de Frasnes-les-Buissenal)

    Over de titel “schoolhoofd”. De verslaggever meldde toen nog “hoofdonderwijzer”, ook “schoolhoofd” werd veel gebruikt;Na verloop van jaren werd de algemene aanspraaktitel “directeur”. Eind 1900 was dat nog “oppermeester”.

    Nog over leeruitstappen: wie herinnert zich nog het bezoek aan de ”Melkerij” van Horekebeke, aan de Centrale te Ruien, aan de Melkinrichting in Kruishoutem, aan de toneeluitvoering in de Beursschouwburg in Brussel (18 mei ’77), aan de Straalbronnen, aan de Brouwerij Roman, aan de Efteling…. Het was nog de tijd dat de inrichtende macht geen heil zag in het bekostigen van de zwemlessen voor de leerlingen van de gemeenteschool. Dan maar met eigen middelen verder roeien want ondertussen was er een schoolkas waaruit zorgvuldig werd geput. Om een idee te geven; de kaarting van 18 november 1978 bracht netto 28 200,5 Bfr op. Een busrit naar het zwembad kostte de school toen 300 Bfr en het inkomgeld voor het gebruik van het zwembad bedroeg 10 Bfr per kind. Dankzij de schoolkas bezat de school  een zekere vrijheid en kon zich verder zelfstanden ontplooien.

    De ouderraad van woensdag 18 januari 1978 handelde o.a. over lessen Vernieuwde wiskunde voor de ouders en over lessen seksuele opvoeding. (Ja, toen moesten de ouders nog hun toestemming geven)

    Een van de hoogtepunten voor de school was de uitstap met 2 volle bussen naar de Efteling op 1 mei 1979. Bewijs van goede sfeer en verstandhouding tussen ouders en schoolteam.

    Tijdens de ouderraad van 28 februari 1979 werd in het kader van “Het jaar van het Kind” een sportraad opgericht en werd de schepen van onderwijs verwacht om uitleg te geven over de stand van zaken betreffende de verbeteringswerken. De schepen stuurde echter zijn kat, zo meldt het verslag, en na een telefoontje van het schoolhoofd naar de schepen bleek dat deze plots wegens beroepsreden niet aanwezig kon zijn.

    Nochtans lag er weer een belangrijke vraag op tafel. Namelijk, wegens het feit dat de speelplaats een hellend vlak was en ongeschikt was om veilig aan sport te doen, stelden de ouders en het schoolteam voor om de boomgaard achter het schoolgebouw in te palmen om het als sportterrein te kunnen inrichten. Er moest eerst worden uitgevist of de boomgaard bij de school of bij het schoolhuis hoorde. Het schoolhoofd kon meedelen dat na lang aandringen er eindelijk een zandbankje werd aangelegd op het grasveldje vóór de kleuterklas. De paar schommeltjes op dat pleintje had de school zelf bekostigd. De toestellen werden geplaatst door het schoolhoofd. Ja, zo ging dat toen nog.

    Op 28 juni nam de voorzitter van de ouderraad afscheid van de school. “Dit gebeurde in een aangename natte sfeer”, als je begrijpt wat ik bedoel. In het dagboek van de ouderraad schreef Marcel Moreau het volgende mooi verslag. Het lijkt wel een hommage aan de school.

    ”Werking gedurende de drie voorbije jaren.”

    “De Ouderraad werd gesticht op 26 maart ’76. Na drie jaar kan worden gesproken van zeer positieve resultaten, van een nauwe samenwerking met de leerkrachten en van een zekere positieve weerslag tot ver buiten de grenzen (van de gemeente, sic). Onze gemeenteschool is nu gekend. Van de Heer Vanderlinden , Schepen van Onderwijs, mag worden gezegd dat hij nauw samenwerkte met de leerkrachten en de ouderraad. Dankzij een goede samenwerking tussen deze drie organen mag worden gesproken van een echte bloei van deze school. Er is nog veel te doen ! Samen met de leerkrachten kan de ouderraad er voor zorgen dat de school tot een modelschool groeit. De ouderraad kan er toe bijdragen dat dit doel wordt bereikt.”

    Tijdens deze bijeenkomst werd de datum van de kaarting vastgelegd op 17 november 1979 en met een streefdoel om  2000 kaarten aan 10fr aan de man de brengen.

    Ouderraad van 30 oktober 1979. Een nieuwe ploeg start met als voorzitter Dany Provost onder het motto: “Wij hopen met onze nieuwe ploeg evenveel prestaties te kunnen leveren als onze voorgangers.” Het steeds weerkerend punt op de dagorde is de hygiëne (toiletten). “Na veel beloftes schijnt er niets of weinig gerealiseerd. Hierop wordt terug gekomen en we zullen niet nalaten voldoende hardnekkigheid aan de dag te leggen om tot een billijke oplossing te komen.”

    Andere bedenking: ”een heersend ongenoegen door door een vorm van tweestrijd gevoerd door “niet de school zelf” doch door buitenstaander allerhande om hun eigen blazoen te poetsen… vorm van chantage…. Waar gaan we naar toe ?

    Tijdens de vergadering van 11 december 1979 werden volgende punten behandeld: balans kaarting met netto-inkomen van 29 423,25 Bfr, leeruitstappen en nabespreking van de beperkte bijeenkomst met de leerkrachten en schoolhoofd, vertegenwoordigers van de ouders, schepen Vanderlinden en de uitgenodigde gast Urbain Heysse pastoor te Nukerke. Onderwerp: tweestrijd tussen de twee scholen en de rol van de pastoor die een bedenkelijke rol speelde.

    De schepen werd herinnerd aan zijn belofte de sanitaire uitrusting op te nemen in het budget van 1981 en dit voor te leggen aan het schepencollege.

    Ouderraad van woensdag 23 april 1980 met gesprek over leeruitstap naar de drukkerij in Nukerke en een bezoek aan het museum/archief, de materiële toestand van de school, parking vóór de school.

    Knelpunt. De afdeling Maarke-Kerkem en Etikhove tellen minder leerlingen zodat in september a.s. een klas minder kan worden gesubsidieerd. De bloeiende afdeling Nukerke zou zo een klastitularis, de jongste i

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (3 Stemmen)
    31-10-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Reliëfkaart van Nukerke
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Deze reliëfkaart duidt om de 5m de hoogtelijnen aan. In het zuiden merk je duidelijk de heuvelrug die in oost/westelijke richting loopt. De uitlopers dalen zacht af  richting Oudenaarde, naar de scheldevallei.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    31-10-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    29-10-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tekst bij de tekeningen

      Korte historische uitleg bij de tekeningen

    1.Gemeentehuis met pui of bordes, onderpastorie en pastorie te Nukerke. De eerste twee gebouwen werden in de beginjaren 70 jammerlijk gesloopt om plaats te maken voor een parking. Sindsdien is het dorpsplein een kale plaats. Velen zullen met heimwee terugdenken aan de tijd toen onze geüniformeerde veldwachter, Kamiel Verdonckt,  iedere zondag na de hoogmis, de trappen van de pui besteeg , met een armbeweging de aandacht van de menigte vroeg en vervolgens op een statige wijze de “berichten aan de bevolking” kond maakte terwijl groot en klein, opkijkend in de richting van de veldwachter, met aandacht en respect voor het gezag in stilte luisterden. Nadat  “en ieder zegge het voort “ weerklonk verbrak het geroezemoes de stilte van de “plaatse”.

    Over dit gemeentehuis met pui wist Paul Hoffmann, die gemeentesecretaris was tijdens en na de oorlogsjaren , met zekerheid te vertellen dat dit gebouw reeds in 1772 bestond. De beschrijving komt immers voor op het eerste perkament van het “Landboeck der Prochie van Nukerke Lande van Aelst”. Men weet echter niet wanneer het gebouwd is aangezien het “Landboeck” (1772) het oudste document is dat  vroeger in Nukerke berustte. Het gebouw was vroeger, dus minstens vanaf 1772, de pastorie en is pas in 1903 of 1904 gemeentehuis geworden. Naast het gemeentehuis met pui stond het huis van de onderpastoor. Het klein, muf kantoortje van de secretaris zou de vroegere slaapkamer geweest zijn. Het gemeentehuis zelf was vanaf 1770 ondergebracht in de herberg “In ’t oud gemeentehuis” (zie beschrijving bij nr 6) , schuin tegenover  de pastorie. Later heeft men het secretariaat verplaatst naar het huis waar nadien de koster Deriemaeker woonde (nu drukkerij). Eerst rond 1903 of 1904 is de pastorie gemeentehuis geworden, terwijl iets verderop een nieuwe pastorie werd gebouwd  (zie gebouw links). Aan de oude pastorie bracht men enkele veranderingen aan zoals  de ingang en de toegangstrap. Rond 1905 plaatste men in de hoek van de voorgevel en de westelijke zijgevel een O-L-Vrouwbeeld. Dit beeld was een geschenk  van de toenmalige dorpsonderwijzer van de katholieke school, “meester Jan”, aan zijn gemeente.  (Zie de klasfoto van 1914). Meester Jan woonde op het dorpsplein in de woning waar nu de familie Georges Aelvoet-Restiaens woont. Jarenlang gaf meester Jan aan zijn oud-leerlingen ‘s zondag  na de mis les in de “zondagschool”. De Ontvanger van Belastingen had zijn kantoor tot 1912 naast het gemeentehuis, nadien werd zijn bureel verhuisd naar de herberg “In den Engel” om nadien te verhuizen naar de woning naast de brouwerij ‘T Sjoen.

     

    2.        Zicht op de oude dorpskom van Nukerke, gezien vanuit de vroegere Boelaardstraat. Met zicht op de kerk Onze-Lieve-Vrouw Ten Hemelopneming. Dit dorpszicht is sinds de eindjaren 70 onherroepelijk verdwenen; de oude woningen moesten plaats maken voor parkeerplaats. Links zie je nog de herberg “In ’t oud gemeentehuis”, omdat deze woning het oorspronkelijk gemeentehuis was bij het ontstaan van Nukerke. In het bijhorend kruidenierswinkeltje, konden we, in onze jeugdjaren,voor 5 fr een pakje Belga kopen. Eerst moest je nog 2 treden afdalen. Deze herberg was tot de afbraak eigendom van de familie Ryckbosch. Rechts bevond zich de woning “Blommaert” . In deze woning  werden in de jaren 70, en dit tot aan de fusie van de 4 gemeenten op 1 januari 1977, de gemeentelijke diensten ondergebracht. Sinds die tijd ziet de dorpskern er verlaten en leeg uit en dit bij gebrek aan visie bij het toenmalige gemeentebestuur.

     

    3.        Hospice of  “Oudemannenhuis” te Nukerke, gesloopt begin jaren 70 toen de werken aanvingen voor de bouw van het nieuwe verpleeg- en rustoord, de Samaritaan. In het hospice werden zowel oude vrouwen als mannen opgenomen die niet meer zelfstandig konden leven. De plaatselijke oudjes hadden natuurlijk voorrang. De dagelijkse zorgen waren in handen van enkele zusters van Barmhartigheid. De enkele ongezellige kamers hadden hoge plafonds. Aan het hospice was een grote boomgaard en moestuin verbonden waarin de meest valide bewoners van het tehuis konden werken. De zusters hadden ook de zorg van gerechtskinderen en wezen op zich genomen. De meisjes verbleven in de kloosterwoning, gelegen op de speelplaats van de vrije school terwijl de jongens in een bijgebouw van het hospice verbleven. Niet te verwonderen dat zij de “kinderen van het hospice “ genoemd werden. Dagelijks kwamen zij onder begeleiding van een zuster naar de jongensschool, gelegen naast de meisjesschool.

     

    Ontwikkeling van het hospice “Vóór 1890 bestond er te Nukerke een vreemdsoortig hospice. Oude mannen en vrouwen werden er verzorgd door het echtpaar Antoon de Vos-Theresia Van der Steen, mensen van goeden wil, maar zonder bestuurlijke bevoegdheid, zodat de zaak dreigde ten gronde te gaan. Dit wilden de E.H. Pastoor Files(Fivez) en het Gemeentebestuur van Nukerke ten alle prijzen verhoeden, en dus werden er Zusters van  Barmhartigheid van Ronse gezonden om het vervallen gesticht terug in bloei te brengen. Den 15de december deden de Zusters er hun intrede en werden verwelkomd aan het huis van Therisie Van der Steen met een peperkoek. Toen waren er reeds twintig oudjes opgenomen. Het zogezegd hospice bestond uit een boerenwoning langs de Pontstraat, rechtover de huidige Glorieuxstraat. Het gebouwtje was met stro bedekt en was lang niet waterdicht, maar de Gemeente had plannen om een nieuw hospice te bouwen. Van Ronse kwam de tijding dat Moeder Felicitas Nukerke moest verlaten om in Heldergem een nieuw huis te beginnen. Zuster Venantia werd den 21ste september 1894 als jonge overste in het Hospice aangesteld. Rond die tijd werd de aanvang begonnen van een nieuw Hospice te bouwen dank zij de krachtdadigheid van E.H. Pastoor de Boe. Einde augustus 1897 was de bouw voltooid. Volgens overeenkomst  moesten de Zusters de ouderlingen kost en inwoon geven tegen 0,45 F daags. De kostkopers betaalden 1 F.In 1901 werden de eerste weesjongens geplaatst: het was een schuchter begin, van een werk dat later zou groeien en bloeien. Tijdens de oorlog 1914-1918 werd van 1915 tot op het einde van de oorlog  een deel  van het hospice in lazaret herschapen In 1923 moest Moeder Venantia, reeds 33 jaar in Nukerke, naar Durmen verhuizen, en werd slechts na twee maanden vervangen door Moeder Aveline. De overste was reeds 20 jaar  werkzaam in het hospice. Onder haar bestuur nam het hospice verdere uitbreiding en werd de eigendomskwestie definitief opgelost door de oprichting van een Associatie in 1928, zonder winstgevend doel. De Parochiale werken van Nukerke. In 1932 mocht het H. Sacrament in het hospice blijven. Op 10 augustus celebreerde Eerwaarde Vader Akkerman  de eerste H Mis.Het gesticht had zulk een grote bijval dat het te klein werd, en aldus werd  een tweewoonst, grenzend aan het gesticht aangekocht. Deze woning richtte men in voor de jongens. Het gebouw kreeg de naam van “Palviljoen St-Vincentius”. Langzamerhand werd de inrichting steviger en groter. Op 2 Juli 1939 vierde het hospice een 100 jarige, nl. Madame Justine Segers. Tijdens de oorlog 1940-45 bedroeg het aantal inwoners, 98 nl. 10 zusters, 48 ouden van dagen en kostdames en 40 weesjongens.”(tekst  overgenomen uit een oude kroniek)

    Een andere tekst uit het Gedenkboek gaat als volgt verder. We citeren. “Met de dag steeg het bevolkingsaantal. Ouden van dagen wilden de zorgen  der Zusters genieten, kostkopers vonden er hun gading tegen lage prijzen, weeskinderen werden er flink en vroom opgevoed. Er zat vaart in het Hospice, maar het werd veel te klein.. Gelukkig kon in Juni 1935 een tweewoonst, grenzend aan aan het Gesticht, aangekocht worden. De bewoners echter mochten voorlopig blijven. Doch in September stelde de gewezen eigenaar een deel terbeschikking. Dadelijk sloeg men de hand aan het werk, want werk was er bij de vleet. Metsers, schrijnwerkers, loodgieters, ververs waren allen druk in de weer., en in Februari  1936 was de transfiguratie gebeurd; van een krotwoning hadden ze een keurig jongenstehuis gemaakt, dat met recht den glorieuzen naam droeg van “Paviljoen St Vincentius”. De jongens waren niet weinig tevreden met hun nieuwe inrichting.

    Nu was er meer ruimte in het hospice. De zitkamer der jongens werd ingericht als grote spreekplaats; hun slaapplaats werd beschikbaar gesteld voor latere noodwendigheden. Want toen in Juni 1937 negen oude vrouwtjes van het Moederhuis te Ronse, wegens afbraak der oude gebouwen, naar Nukerke werden overgebracht, konden ze plaats vinden in het leegstaande lokaal.

    En steeds verder ging de uitbreiding. Weldra kwam ook het overige deel van de in 1935 gekochte tweewoonst in handen van het hospice. De zoon van de gewezen eigenaar Merchiers, die volgens een bepaling van den verkoopakt nog drie jaar zijn woning mocht betrekken, tekende den 23 October 1937 een verklaring, waarbij hij afstand deed van zijn voorrecht. Ook dit huisje werd duchtig onder handen genomen en even smaakvol en gerieflijk ingericht als het vorige deel.

    Dit zelfde jaar kocht de Associatie een groot stuk land dat het sinds lang huurde van Mr H. Van Wassenhove. Het grenst onmiddellijk aan den eigendom van het Hospice en is beste labeurland.

    Zoo werd de inrichting immer steviger en groter. De reputatie van het Hospice te Nukerke was voortaan gemaakt: steeds zit het barstensvol. Voortdurend komen er aanvragen, voortdurend moet er geweigerd worden. Want de oudjes leven er lang! Een onder hen, Madame Justine Segers, bereikte zelf de 100 jaar. De eeuwelinge werd plechtig gevierd op 2 Juli 1939., met een solemnele Jubelmis, een gepaste toespraak van den E.H. Pastoor Ryns en een huldezitting op het Gemeentehuis. Daar werden haar een zilveren beker, geschenk van de Koning, en een leunstoel, geschenk van de gemeente, aangeboden.

    In de namiddag trok een prachtige stoet door de straten van de gemeente; hij werd door de honderdjarige in oogenschouw genomen van de eretribune, die bij het gemeentehuis was opgericht. Naast haar had Mr Aveline plaats genomen, die op verzoek van Madame Justine, deze overal vergezelde.

    ’s Avonds werden grote volkspelen en allerlei vermakelijkheden ingericht, die een massa volk lokten. Nukerke beleefde een zijner schoonste dagen.

    Doch nu waren donkerder dagen in ’t verschiet. Met September werd de algemene mobilisatie afgekondigd, en heel den winter 1939-40 werden we telkens opgeschrikt door dringend oorlogsgevaar. Den 10 Mei had de vreselijke uitbarsting plaats en reeds den 20 Mei deden Duitse soldaten hun intrede in het vreedzame Nukerke. Ze legden beslag op alle mogelijke plaatsen en stelden hun kanonnen op rond het hospice voor den slag aan de Schelde. En zo geraakte het Gesticht in de volle branding. Projectielen kwamen terecht in stallingen en op het verdiep in huis,  met  betrekkelijk weinig stoffelijke schade. Drie dagen en drie nachten duurde het bombardement.

    Op Sacramentsdag, 23 Mei  waren de Duitsers over de Schelde. Nu trad rust in. De E.H. Pastoor zou de H. Mis lezen in de kapel van het Gesticht, maar was opgesloten. Toen verzon men een list: er werd aan de Duitsers gemeld dat een grote zieke een priester vroeg. Aanvankelijk bleef alles vruchteloos doch weinige tijd nadien, meldde zich de E.H. Onderpastoor aan, onder bewaking van een Duits soldaat. Zr Suzanne die ziek lag in haar ligstoel, speelde perfect haar rol van zware zieke, biechtte in ’t bijzijn van de schildwacht en ontving de H. Communie.

    ’s Namiddags waren de geestelijken vrij. Daarmee had het Hospice zijn beroerde oorlogsdagen beleefd. Het werd nu stiller en normaler. Enkel de bevoorrading van de 98 inwoners – 10 Zusters, 48 ouden van dagen en kostdames, 40 weesjongens – leed last. Maar dank aan het wijs beleid van Moeder en de ijverige medewerking van de Zusters, was de voeding verzekerd. Het Hospice heeft de oorlogsjaren flink doorgemaakt.”

     

    De “weeskinderen”

    In het hospice werden vanaf 1901 tot 1936 kinderen opgenomen. In Nukerke sprak men van weeskinderen hoewel er ook kinderen verbleven uit ontwrichte gezinnen. In 1936 herstelde men de woning naast het hospice en werd de binneninrichting aangepast om er kinderen in op te nemen. De inrichting kreeg de naam Paviljoen St-Vincentius.

     

     

    4.        In de verte de houten “Snibbemolen” te Nukerke, op een hoogte van 125 m. Omer Wattez vermeldt deze molen in zijn werk “De Vlaamsche Ardennen” voor het eerst gepubliceerd in 1913, maar op een kaart van 1862 staat hij vermeld als  ’t Snibbe molen. De houten windmolen, in de verte, op de hoek van de Staatsbaan (nu Rijksweg) en de Molenstraat (nu Zeelstraat), is .afgewaaid rond 1940 op het ogenblik dat de molenaar pas de molen had verlaten. Het molenaarshuis (nu huisnummer 195) staat tot heden nog aan de overzijde van de Rijksweg . De laatste twee molenaars waren Theofiel Bostijn die opgevolgd werd door zijn zoon Julien. Zijn dochter, Simone, woont nu bij haar dochter, Marie-Paule Deschamps in Ronse. In hoofdzaak werd hier notenolie geproduceerd. Nadat de molen onbruikbaar was werd het vele hout tijdens de oorlogsjaren links en rechts als brandhout aan de man gebracht. Richard De Bisschop heeft jarenlang samen met zijn vrouw, Irma Decuyper, de herberg “In ‘t molenhuis” open gehouden. De woning met bijgebouwen staat op de hoek van de huidige Rijksweg en Zeelstraat. De handboogschutters van de Nukerkse schuttersmaatschappij schoten er naar de liggende wip. De staande wip stond op de terp waarop vroeger de molen stond. In de jaren tachtig verhuisde de staande wip naar het sportterrein langs de Kortekeer. Tot in de jaren 50 waren de vier stenen voeten, op de terp, de enige getuigenissen van de molen. Ook in die periode werd de terp afgegraven om er zavel te ontginnen maar na enkele jaren werd de zavelput gedempt met allerlei afval. Op het voorplan ziet u de stenen windmolen “Ten Kruissens” in volle glorie, honderd meter verder eveneens op het grondgebied van Nukerke. Zie verder bij molen “Ten Kruissens”. Alleen al in Nukerke stonden 4 windmolens wat een bewijs is van de toenmalige rijkdom van de streek.

     

    5.        De witgekalkte stenen windmolen “Ten Kruissens” te Nukerke, ontdaan van de wieken. Deze molen bestond met zekerheid reeds in 1556, als eigendom van de familie Ladeuze te Etikhove. In 1831 werd hij eigendom van de zout- en zeepzieder Desclée-Van Malderd te Ronse. In 1864 ging de molen over naar de familie Willems uit Zulzeke en in 1899 werd de molen dan doorverkocht aan Richard Maes. Op een kaart van 1862 staat de molen aangeduid zonder naam. Tot op heden is de molen in het bezit van de familie Maes A. Een storm vernielde de wieken en in 1929 werd elke activiteit gestopt. De stenen kuip bleef staan terwijl het interieur tot woonhuis werd ingericht. In het “Landboeck der Prochie van Nukerke Lande Van Aelst” staat deze molen vermeld als “De hoogmeulen ter Crycen”.

     

     

    6.        Stenen graan- en oliewindmolen “Ten Hengst”, gelegen langs de Ommegangstraat te Nukerke, 112,5m boven zeeniveau op een afgeplatte heuveltop, een getuigenheuvel. Deze molen stond reeds vermeld in het “Landboeck der Prochie van Nukerke Lande Van Aelst” van 1772 als “De wint Meulen ten hingst”. Hij zou dateren uit 1571. Deze molen werd in de volksmond zo genoemd omdat de wieken wild konden te keer gaan. Hij stak immers hoog boven het landschap uit en had steeds de wind in de zeilen. De molen werd door een blikseminslag volledig vernield in 1831. Deze graan- en oliemolen werd nadien herbouwd door Constant Kervyn. Meer dan eens werden de wieken tijdens een storm afgerukt. Deze windmolen vormt een mooi decor met de gerestaureerde molenaarshoeve. Sinds K.B. van 30-12-60 is de molen een beschermd monument en kan hij weer lustig met zijn wieken zwaaien. De laatste restauratie gebeurde in 2004. Dat er destijds, alleen al in Nukerke, 5 windmolens en 2 watermolens actief waren getuigt van een zeer grote rijkdom aan graangewassen en een zekere welstand voor de bevolking. Zie ook het Nukerkse wapenschild. De gemeente Nukerke kreeg bij koninklijk besluit van 1843 een mooi wapen toegekend waarvan de beschrijving als volgt luidt: “achtergrond van lazuur(blauw) met de godin Ceres van goud, ze slaat de hand aan de ploeg en draagt een bundel korenhalmen”. Ceres was de Romeinse godin van de landbouw(vruchtbaarheid) en door haar beeltenis wordt dus deze tak van bedrijvigheid, eigen aan de gemeente, op zinnebeeldige manier voorgesteld.

     

     

    7.        Oud schoolhuis behorend bij de eerste gemeenteschool langs de Pontstraat te Nukerke. Om de historiek rond de perikelen - de plaatselijke schoolstrijd - van die gemeenteschool beter te begrijpen is de geschiedenis op nationaal vlak heel belangrijk en verhelderend.

     

     

    8.        Oud, verlaten hoevetje langs de Pontstraat. Afgebroken in 1999. In dit hoevetje woonde jarenlang Richard Van Coppenolle, in de volkmond “ ’t cabineurke”. Deze was immers aangesteld om  de “compteur” of de elektriciteitsmeter in de woningen op te nemen. Omdat Richard  bij een stroomonderbreking naar de elektriciteitescabine moest (met de fiets, in weer en wind)  om de panne te herstellen en omdat hij bovendien niet te groot van gestalte was noemde men hem met een verkleinwoordje. Richard was steeds opgewekt en een graag geziene figuur, potlood achter het oor, sigaartje in de mond en een lederen diensttas aan de zij.

     

     

    9.        Typische Vlaamse hoeve gelegen langs de straat Ruitegem. Dit beeld is in de loop van 2002 iets of wat gewijzigd.

                                                                                                                                                                                                     

     

     

    10.     Stenen korenwindmolen “Molen Ter Slepe” ook genaamd “Molen Ten Nieuwennest” langs de Weitstraat te Nukerke op een hoogte van amper 56 m. Verklaring voor de eerste naam: de molenwieken sleepten traag wegens het feit dat ze weinig wind vingen. Hij prijkt immers niet bovenop een heuvelrug maar op een lage uitloper van de getuigenheuvels. Tweede verklaring: de naam  van het café dat de naam droeg “In de Nieuwennest”. De molen dateert uit de periode 1795-1800. Hij werd gebouwd door mulder Devos.

    Op een kaart van 1862 staat hij aangeduid als Slepe molen, gelegen langs de Wijkstraat. De molen werd verscheidene keren van de hand gedaan. De laatste eigenaars, die de molen als schenking verkregen, waren Octavie-Sidonie De Langhe en Victor De Langhe die hem ten slotte door verkochten in 1910 aan Rafaël Maes-Vandenhende. Vanaf 1938 werd de molen in het kadaster ingeschreven als puin. Tot overmaat van ramp sloeg de bliksem op de molen en werden de wieken totaal vernield. Een roemloos einde stond hem te wachten. Gilbert Stockman uit Etikhove heeft later de molen opgekocht om hem volledig te restaureren, wat maar gedeeltelijk is gelukt. Nu staat hij weer te koop.

    In 1968 verscheen in “De Ronsenaar” volgend artikel van AVH onder de titel “Nieuwe toekomst voor de molen ter Slepe te Nukerke”. “Wie een beetje de streek van de Vlaamse Ardennen met zijn typische bezienswaardigheden kent, weet dat het gebied Etikhove-Nukerke-Louise-Marie kan omschreven worden als een verrassende oase van pittoreske heuvelachtige natuurpracht. Midden dat deinend landschap prijken - zoals overal trouwens in de Vlaamse Aedennen - een stel oude windmolens die het landelijk karakter van ’t gebied nog meer affirmeren en die omwille van hun aanlokkelijkheid en hun antieke waarde trouw bewaard blijven. Een van deze merkwaardige molens is stellig de windmolen “Ter Slepe” aan de Wijtstraat te Nukerke, dicht bij de spoorweg Oudenaarde-Ronse en slechts een boogscneut verwijderd van de wijk “Donderij” te Etikhove. De molen Ter Slepe is laag gebouwd en prijkt niet zoals vele andere op een heuvel. Zijn naam heeft hij te ontleend aan het feit dat zijn wieken regelmatig op de grond sleepten. (De schrijver bedoelde hiermee dat de wieken meestal traag draaiden omdat ze weinig westenwind vingen . De wind uit de andere richtingen gaven geen probleem.(six)). De niet opgehoogde plek waarop de windmolen “Ter Slepe” in stenen werd opgetrokken wan niet ideaal om veel wind te vatten, vandaar het slepen van de wieken.In feite droerg deze windmolen eerste de naam van een nabij gelegen herberg met uitsteekbord “Nieuwennest”. De molen “Ter Slepe” dateert uit de jaren 1795-1800. Hij werd gebouwd door mulder Devos en door deze laatste uitgebaat tot 1835. Op 15 december 1847 verkocht  notaris Platteau van Ro,nse de molenmet bijhorende molendam aan Louis Vindevogel. In 1848 veranderde de molen terug van eigenaar. Door schenking werd hij de eigendom vanAlbib De Vos uit Elzele. In 1865 werde de molen terug verkocht en kwam in handen van Vital De Langhe uit Schorisse. Deze laatste herbouwde de molen gedeeltelijk in 1880. In 1897 komt de molen toe aan de weduwe en kinderen van de Langhe en wordt een jaar later als schenking toevertrouwd aan Octavie Sidonie De Langhe en Victor De Langhe. In 1910 wordt landbouwer Maes-Vandenhende uit Ronse de nieuwe eigenaar. Vanaf 1938 wordt de molen in het kadaster ingeschreven als puin. Rond die periode sloegde bliksem in op Ter Slepe en de wieken waren totaal vernield. Nooit werden er nog andere wieken op geplaatst. Tijdens de naoorlogse periuode heeft niemand zich meer om het instand houden of om een eventuele restauratie van de molenpuinen bekommerd. De molen stond letterlijk te vergaan en scheen geduldig te wachten op ’n roemloos en stil einde. Door allerlei omstandigheden veranderde de molen ter Slepe tijdens de naoorlogse periode nogmaals van eigenaar. Hij werd aangekocht door Willem Vandereecken-Baeke uit Nukerke. Bij die aankoop bleek het echter dat de heer Gilbert Stockman uit Etikhove zich om tal van redenen voor de puinen van de molen Ter Slepe begon te interesseren. Terecht had de heer  Stockman ingezien dat het zeer spijtig zou zijn de molen volledig teniet te laten gaan én omwillle van zijn passende schilderachtige versieringsrol in het landschap én omwille van zijn antieke en folkloristische waarde. De heer Stockman nam kontakt met de eigeaars Vandereecken-Baeke en slaagde er in de molen in zijn vervallen toestand aan te kopen. Onmiddellijk liet de heer Stockman de restauratie van de molen aanvangen. Het dak in alpenmutsvorm werd volledig vernieuwd. De buitenmuren van de molen werden hersteld engedeeltelijk hermetst. Het interieur van de molenwerd bijgewerkt en inzijnoorspronkelijke toestand herschapen. De restauratie van de molen TerSlepe is thans nog volop aan de gang. De onderkeldering werd ontruimd en alles wordt thans in gereedheid gebracht voor het plaatsen van nieuwe deuren en ramen. Vermoedelijk zal de molen in de loop van de komende zomer tot een juweeltje herschapen zijn enbewoonbaar gemaakt worden. Voor de windmolen Ter Slepe is heel onverwacht ’n nieuwe toekomst begonnen.Hij werd gered vande ondergang. Het is ‘n nieuwe aanwinst voor een heerlijk landschap midden de Vlaamse Ardennen.”

    Tot zo ver het artikel. Maar, geachte schrijver, wij moeten u zwaar teleurstellen. Dat programma werd amper verwezenlijkt, de zaak sleept nog aan, en de molen staat er nu (in 2008) nog even triestig en verlaten bij als toen die tijd…

    Aanvulling: In een plaatselijke krant van mei 2006 verscheen volgend artikel.

    Kunstenaar Piet Van Praet, die al enkele jaren in de vroegere molen Te Slepe aan de Weitstraat in Nukerke woont, ziet zich gedwongen om zijn “woonmolen” te verkopen. Sinds enkele maanden krijgt de man namelijk geen leefloon meer van het OCMW. Na een val drie jaar geleden, zat de kunstenaar maandenlang in een rolstoel. Volgens het OCMW is hij nu echter niet meer arbeidsongeschikt. Voor Van Praet, die de molen zelf restaureerde en inrichtte met kunstwerken uit recuperatiematerialen, is de noodgedwongen verkoop een harde dobber.(CVO)

    Aanvulling mei 2011 uit Plusmagazine

    Kunstenaar Piet Van Praet richtte de stenen molen Ter Sleepe (1795) in Maarkedal (tussen Oudenaarde en Ronse) als vakantiewoning in met knipogen naar Gaudi. Logeren op vijf etages tot onder de molenkap en met schitterend uitzicht op de omgeving.

     

     

    11.     Onze-Lieve-Vrouw Tenhemelopneming, parochiekerk te Nukerke. Deze eenvoudige classicistische dorpskerk van ca 1775 ligt op een hoogte van 87m boven de zeespiegel. De oudste vermelding van de parochie gaat terug tot 1116. Parochies bestonden lang voor er soms sprake was van een stad of gemeente. Het staat met zekerheid vast dat de naam Nukerke betekent “Nieuwe kerk”,  “Nova Ecclesia”. “Dit kan verklaard worden door het feit dat de kerk van Nukerke, wiens patronaat toebehoorde aan  het kapittel van Kamerrijk ( Cambrai, nu Noord-Frankrijk), omwille van het groot aantal gelovigen dat er de godsdienstige plichten   kwam vervullen, tot afzonderlijke parochie werd verheven  en aldus werd afgescheiden van Melden. Nukerke vormde reeds lang met Melden een “vierschaere”(1)  en maakte met zeven andere localiteiten , deel uit van de baronie die de grondeigendommen, gelegen tussen de twee beken “de Marcke en de Ronne” groepeerde. Deze baronie in de kasselrij van Aalst was leenplichtig tegenover het feodaal hof van de hertog van Kleef te Heinsberg nabij Aken. In 1647 behoorden de dorpen, Nukerke, Edegem, Leupegem, Volkegem, Elst, Melden en Kerkem aan de Baron van Pamele toe. De Nederlandse regering kende op 4 augustus 1818 aan de gemeente Nukerke een wapen toe van lazuur (blauw) met de godin Ceres van goud. Ceres was de Romeinse godin van de vruchtbaarheid. Daarom stond ze op het wapenschild afgebeeld met een bundel korenaren in de linkerarm en de rechterhand aan de ploeg geslagen. Op die wijze wordt deze tak van bedrijvigheid (landbouw) eigen aan de gemeente op een zinnebeeldige manier voorgesteld. Dit wapen werd bekrachtigd bij KB van 11 september 1843. Interessant om weten is het feit dat de gemeenten Voorde en Zulzeke hetzelfde wapen kregen toegewezen op 4 augustus 1818. In oude documenten werd de volgende schrijfwijze van de gemeentenaam teruggevonden: 13 en 14de eeuw Neukirchen, 1538 Nieukerke, 1618 Nova Ecclesia – 1657  Neukercke – 1678 Nieukerk – 1679  Neukerk – 1689 Nieukercke – 1733  Neuféglisse – 1736  Nuyckercke – 1746  n’oeuf es-glisse – 1748 Nukerke  - 1767 Nukercke –1779 Nieuwkercke ,in het jaar negen  en tien van de  Franse Revolutie achtereenvolgens Nieuwerkerken en Neuwkerke ook nog Nukercke, in het jaar 1851 Nukerke en sindsdien ongewijzigd.

    (1) Een vierschaar was oorspronkelijk de plaats waar in de middeleeuwen recht werd gesproken in open lucht. Op een uitgekozen plaats stonden vier banken als een vierkant opgesteld.De vier banken waren respectievelijk de plaats van de schout, de schepenen, de aanklager en de beschuldigde.

     

    12.     Binnenzicht van de dorpskerk te Nukerke. Het meubilair van  de portiekvormige hoofd- en zijaltaren zijn 18° eeuws als ook de twee biechtstoelen en de marmeren doopvont met koperen deksel, waarop de Slang van de bekoring is afgebeeld. De doopvont werd in de jaren 70 vooraan in de kerk geplaatst. Het overige meubilair is 19° eeuws zoals de communiebank in smeedijzer en koper, het hek van de doopkapel, het koorgestoelte, de kerkmeesterbank en de kansel. De orgelkast, met muziektrofeeën, dateert van ca 1850. De schilderij “De Heilige Familie” is 17° eeuws.

     

     

    13.     Herenhuis langs de Louise-Mariestraat in Louise-Marie.

     

     

    14.     Houten windmolen “Ter Gheynst” prijkte op de hoek tussen de Pontstraat en Ruitegem te Nukerke. Dat het een oude molen betrof bewijst volgende tekst: “De wintmolen Ter Gheinst toebehorend hebbend dehoirs van wylent Colaert Pot is verbleven op 13.8.1582.” En verder “ geeft toelating aan Pieter van Butsele Pieters en Lieven Vandevelde om een nieuwe molen te mogen bouwen op den ouden molendam, waar vóór de troubles nog een molen heeft gestaan binnen de parochie van Nukerke op het cauterken ter gheynst ofte cauborrevelt  die van tevoren ghenaemt es gheweest t’meuleken ter  gheynst…(1690). De laatste eigenaar was Emiel De Vos-Hots. In de volksmond gebruikte men de naam “Vossenmolen”. De molen werd volledig afgebroken in 1949, maar de molenstenen werden bewaard.. De mechanische graanmaalderij naast de windmolen werd gebouwd in 1911 door de familie Moreels. Na Gaston Moreels zette zijn dochter Annie de zaak  verder samen met haar echtgenoot, Paul Aelgoet. De activiteit in de mechanische maalderij hield op in 1993. In het “Landboeck der Prochie van Nukerke Lande Van Aelst” staat deze molen bekend als “De wint Meulen ter Geynst”. De terp werd in september 2007 volledig afgegraven om plaats te maken voor een woning.

     

     

    15.     Verdwenen zicht op de kerktoren van Nukerke met vooraan het O.-L.-Vrouwbeeldje dat jarenlang prijkte op de hoek van het gemeentehuis, dat op zijn beurt verdween in de jaren 70. Dit beeldje prijkt nu in het perkje op het dorpsplein.

     

     

    16.     De kerk La Salette te Louise-Marie, gelegen op het grondgebied van Ronse, ligt op een hoogte van 112,5 m. Louise-Marie is een schilderachtig gehucht en kerkdorp in de Vlaamse Ardennen gelegen op de noordelijke flank van de Muziekberg (hoogte 147m). Het grondgebied van de parochie Louise-Marie  behoort tot de stad Ronse en de vroegere gemeenten Nukerke, Etikhove en Schorisse in de provincie Oost-Vlaanderen en tot de gemeente Ellezelles in Henegouwen. Naar verluidt zou de naam van de eerste Belgische koningin Louise-Marie (geboren in Palermo op  3 april 1812 en overleden in Oostende op 11 oktober 1850) , dochter van de Franse koning Lodewijk Filips, aan de oorsprong liggen van de naamgeving van dit gehucht. Immers de eerste steenlegging van deze neo-romaanse parochiekerk in 1851 viel samen met de eerste verjaardag van haar overlijden. Deze kerk is bekend om haar Sint-Apolloniaverering. Rond 9 februari worden hier jaarlijks, tijdens de noveen tegen tandpijn, de alom gekende geutelingen gebakken. De kerk is toegewijd aan O.L.Vrouw van La Salette. Het kerkelijk interieur is 19de eeuws behalve het altaar aan de noordzijde dat 17de en 18de eeuws is. Het schilderij “Verschijning van O.L.Vrouw van La Salette” is 19de eeuws.

    In zijn “Historiek van Etikhove” beschreef A. Van Nieuwenhuyze het ontstaan van de “parochie O-L-Vrouw La Salette als volgt.” Voor de bewoners van de wijk Louise-Marie was het ruim een uur lopen naar de kerken van Etikhove, Nukerke, Ronse of Schorisse om er de goddelijke diensten te kunnen bijwonen.Ten einde deze mensen tegemoet te komen werd besloten in het centrum van de wijk een kerk op te richten met een eigen parochie.

    In zitting van 4 november 1851 aanvaardt de Gemeenteraad de gift, gedaan door de hh Albert Marie Van Hool-broeck de Moorleghem en door Frederic Napoleon Platteau, gewezen notaris, bestaande uit 11a 64 ca grond. bestemd voor het oprichten van de nieuwe kerk. E.H. Glorieux uit Ronse ontgon “de Witte Palmen”. Dit was een gedeelte van het Muziekbos. Hij zette er een steenoven en liet kalk halen(cement was nog niet gebruikelijk) om de werken aan te vangen. Anno 1852 legde deken Liedts van Ronse de eerste steen en wijdde de kerk toe aan O-L-Vrouw La Salette. In 1853 had reeds de plechtige inwijding plaats door Mgr Delbecque. Ditzelfde jaar werd te Leuven een bronzen klok gegoten door Van Aerschottaine en in de toren aangebracht: het gewicht van de klok bedraagt 800 kg: zij heeft een hoogte van 86 cm en een basisdoorsnede van 1,10m. In 1858 worden herstellingswerken uitgevoerd aan de kerk voor de som van 457 359 fr.”

    L’abbé Francis Cambier liet ons in november 2006 het volgende weten. «Je possède la copie d'une lettre que le curé de Louise Marie Vanderooms (?) adressait à Emmanuel Degand, secrétaire communal d'Ellezelles, le 20 décembre 1893 et où il lui fait le récit de la fondation de la paroisse et de l'érection de l'église.»

     

    17.     Dorpszicht van Nukerke.  Zicht vanaf het Lindeke.

     

     

    18.   Oude hoeve op de hoek van de Fonteineweg en de Keizerrei. Volgens historische bronnen zou  Karel V (Keizer Karel), vóór zijn huwelijk met Isabella van Portugal, bij “Johanna van der Gheynst “ een dochter verwekt hebben, nl. de latere landvoogdes Margaretha van Parma (1522-1586). Tijdens zijn huwelijk werden nog volgende kinderen geboren : Filips, Maria, en Johanna . Ten slotte had hij nog een zoon, Don Juan, buiten zijn huwelijk en na de dood van zijn vrouw Isabelle. Gedurende haar bestuursperiode verbleef Margaretha te Oudenaarde in het “Huis van Margaretha van Parma”, naast de “Boudewijnstoren”. De jonge Karel verbleef wel eens in  Oudenaarde bij de familie de Lalaing  (huis aan de Schelde) en juist daar zou de jonge Johanna dienster zijn geweest. Haar ouders woonden in de boerderij te Nukerke, op de hoek van de Fonteineweg en de Keizerrei. De ouders van Johanna waren tapijtwevers. Omer Wattez beschreef als volgt het feit:” Te Oudenaarde werd in de zestiende eeuw geboren:Margaretha van Parma, natuurlijke dochter van Keizer Karel en Johanna van der Gheenst, dochter van eenen tapijtwever uit Nukerke”. In een voetnota meldt de schrijver nog: “Dit wordt door sommigen echter betwist.”De naam Keizerrei zou kunnen afgeleid zijn van het woord keizer. Wie weet heeft de jonge vorst meermaals, te paard, de bossen van Nukerke doorkruist. Tot heden leven nog nazaten, in rechte lijn, van Johanna van der Gheynst. Het gezin Vandergeynst heeft de boerderij verlaten in 1968. Er waren in het gezin 4 meisjes en 1 jongen, waar van geen enkele het landbouwbedrijf voortzette. Eind 2010 lag de boerderij volledig in puin. Van een renovatie van het oorspronkelijk gebouw was geen sprake meer.

     

     

    19.     Het Sint-Leonardusinstituut in het kerkdorp Louise-Marie In 1892 verwierf de Heer Scribe uit Gent vanwege de eigenaar van het Hof van Fiennes 160 ha grond op de wijk Louise-Marie. In 1905 werd op een deel van die grond een verplegings- en rusthuis opgericht, nl het “Sint-Leonardusinstituut”. Het gebouw was oorspronkelijk eigendom van Mw Liefmans uit Oudenaarde De Zusters van Barmhartigheid uit Ronse oefenden er hun apostolaat uit. Het gebouw is 70m lang op een breedte van 15m. De kostprijs bedroeg toen 150 000 frank. De put die drinkwater verschafte was 57m diep en er moest geboord worden door verscheidene rotslagen. Het waterdebiet was echter ontoereikend zodat er moest overgegaan worden tot nieuwe boringen en tot het gebruiken van bronwater – in de streek zeer voorhanden. De aansluiting op het waternet kwam er pas in 1976. Het instituut kan een 40-tal ouderlingen opnemen die verzorgd werden door 10 kloosterlingen. In de jaren 90 werden meer en meer leken aangeworven en kreeg het interieur een verdiende opknapbeurt.

    Een volgende beschrijving geeft meer uitleg. We citeren letterlijk.

    “Louise-Marie  St. Leonardus Gesticht. De Eerwaarde Vader Van Melle, die in Holland de Zusters van Barmhartigheid aan het werk had gezien in de psychiatrische inrichtingen had het plan opgevat te Louise-Marie een dergelijk gesticht te bouwen. Het mocht echter de goedkeuring van Monseigneur Stillemans, Bisschop van Gent, niet wegdragen. Omdat de reeds bestaande krankzinnigeninstituten in de behoeften voorzagen. Na lange onderhandelingen kwam men tot het besluit een sanatorium te bouwen voor rustbehoevende dames.

    Maar vooraf begonnen de Zusters met het onderwijs. In September 1899, kwamen op aanvraag van den E.H. Van den Abeele, Pastoor, twee Zusters naar Louise-Marie om de lagere school te doen. Zr Placide en Zr Leona. Wat later kwam Zr Begga voor de bewaarschool. Ze bleven voolopig te Ronse overnachten tot in 1901 het huis was voltrokken dat bestemd was tot woonst van den E.H. Onderpastoor, of eventueel van een rustend priester, en nu in gebruik werd genomen door de Zusters. Ondertussen was de bouw begonnen van het gesticht. Moeder Idalie had er in Mei 1900 den eersten steen van gelegd. Doch het werk vorderde maar langzaam; twee volle jaren werden er aan besteed en eerst in 1904 namen de Zusters met enige Dames hun intrek in het Gesticht.

     

     

    20.     “Huis Van Malleghem” in Nukerke-dorp met links van de woning een gebouwtje dat dienst deed als parochiale bewaarschool. We kunnen voorlopig aannemen dat de familie Van Malleghem de grond afstond en er op eigen kosten het gebouwtje betaalde. Op een grafsteen lezen we “Geloofd zij Jezus Christus Amen.Ter Zaliger gedachtenis van Petrus Augustinus Van Malleghem geboren te Nukerke Den 29 november 1775 aldaar overleden den 15 maart 1858 van zijne echtgenote Anna Theresia Van De Putte geboren te Nukerke Den 30 september 1795 van hun kinderen Amelia Clemence geboren te Nukerke 17 December 1821 en aldaar overleden 7 april 1903 Victor Geneesheer en Oud-Burgemeester der gemeente Nukerke geboren den 22 dec 1827 en overleden De 2 mei 1900 en zijne echtgenote Rosalie De Tollenaere 1835-1905  De Zeer Eerwaarden Desiderius-Augustinus Titularis Kannunnik van S.Baafs Hoofdkerk geboren Nukerke Den 14 januari 1831 en overleden te Gent De 29 januari 1890. Deze familie was blijkbaar zeer invloedrijk en bezat veel gronden. Ze was tevens weldoener en geldschieter voor de katholieke gemeenschap te Nukerke. En zo komen we aan de “ontwikkeling van de parochieschool”. Aldus een oude tekst.” In 1877 deden de Z.E.H. Kan. Désiré Van Malleghem en zijn zuster Clémence, een klooster en een school bouwen te Nukerke. De E.H. Pastoor De Groote vroeg Zusters van Barmhartigheid om klooster en bewaarschool te bedienen. De eerste Zusters: Moeder Raphaël, Zr Felicitas en Zr Birgitta kwamen er den 8 Juli 1877 toe, en werden er aan de goede zorgen van de E.H.Pastoor toe vertrouwd, die aan de Zusters het aller nodigste bezorgde en ieder jaar 100 fr per Zuster aan het Moederhuis zou betalen. De Zusters van de bewaarschool kenden groten bijval: na 8 dagen waren er al 81 kinderen. In 1879 werd een jongensklas naast het klooster gebouwd, waar een onderwijzer fungeerde. Tijdens den schoolstrijd 1879-1884 stond het klooster tweelokalen af aan de school. In één dier klassen gaf Zr Reinilde, later Algemene Overste, het onderricht. In 1884 worden Lagere- en Bewaarschool aangenomen. Het leven der school heeft nu een normaal verloop: uitbreiding en verbetering naarmate de schoolbevolking toeneemt of de eisen der hygiëne en gerieflijkheid zich deden gelden. Mei 1940 bracht over ’t klooster de grote beroerte. Reeds den 12 Mei kwamen de eerste vluchtlingen. De scholen werden ontruimd en ingericht als nachtverblijf. Den 20 Mei waren de Duitsers daar. Ze vertrokken slechts op 1 juni. Gauw werd echter alles in orde gebracht. Verder verliep alles rustig.”

     

     

    21.     Watermolen van het hof “Goet ten Broecke “, Kapoenstraat 18 te Zulzeke-Kluisbergen. Het bakstenen watermolenhuis dateert van 1870. Zie studie van P.H.

     

     

    22.     Hof “Goet ten Broecke” , Kapoenstraat 18 te Zulzeke-Kluisbergen.

    Uit treksel uit het Ministrieel Besluit van 14 juli 2004 :

    Wordt beschermd, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumente, stads- en dorpsgezichten…

    Wegens  “De artistieke, historische en industreeelarcheologische waardeva n de hoeve genaamd “Ten Broecke” met inbegrip van het erf met toegangspoortje , de oude molenvijver, het aanpalend deel van de Molenbeek met oevers en flankerende bomenrij, de aangrenzende gekasseide toegangsweg met twee bruggen, het watermolenhuis met strekdam, woelkom, drie bijhorende linden en het sluiswerk met uitsluiting van de recente bedrijfsgebouwen) gelegen Kapoenstraat 18 te Kluisbergen (Zulzeke)

    De grote hoeve “Ten Broecke” is als site met walgrachten een voormalig foncier (hoeve).van de gelijknamige heerlijkheid, die minstens opklimt tot het derde kwart van de 16de eeuw, cultuurhistorisch een belangrijke getuige voor de landelijke bewoningsgeschiedenis in de regio. Expliciete materiële resten van deze historische oorsprong zijn onder meer de terp en oude overwelfde kelders.waarop in 1729 de kern van de hudige woning werd opgericht, het toegangspoortje ter hoogte van de oude  toegang, de omgrachting gevormd door het deel van de Molenbeek met zijn twee gemetste bruggen en de aanpalende oude spaarvijver.

     

    23.      De Molen Ten Hotond staat langs de Zandstraat te Zulzeke, deelgemeente van Kluisbergen, waarvan sinds generaties enkel de stenen kuip overblijft want hij is ontdaan van wieken en kap. Sinds jaren doet hij dienst als uitkijktoren. Een oriëntatietafel maakt je wegwijs bij de studie van het wijds panorama. De molen staat immers op een pracht van een getuigenheuvel 140m boven de zeespiegel. Het hoogste punt van de heuvel is 150m hoog en ligt een paar honderd meter verder oostwaarts in het bos (aan het waterreservoir). Insiders beweren dat men van op de toren tot 107 kerktorens kan waarnemen, uiteraard bij zeer uitgeklaard weer. In het molenhuis baadt de familie Vande Wiele een taverne uit waar steeds een gezellige sfeer heerst. Deze site nodigt uit om aan een prachtige wandeling te beginnen.

     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (7 Stemmen)
    29-10-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    28-10-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tekst bij de tekeningen- vervolg

    24.    Verblijfplaats van de schrijver Hugo Claus. 

    De schrijver kocht de gesloten hoeve, typische bouwtype voor Zuid-Vlaanderen, in 1960. Tot dan was de boerderij een bloeiend bedrijf in eigendom van de familie René Tonniau-Verhellen. Het was toen nog heel uitzonderlijk dat bij het op rust gaan van de landbouwer de boerderij niet werd verder gezet door een van de kinderen. Meer nog deze boerderij werd verkocht aan “stadsmensen” zoals dat toen werd gezegd. Het neerhof ligt in Tenhole nr 3, een oase van rust en groen, in een klein dal tussen twee uitlopers van de getuigenheuvel. De bron geeft het jaar door overvloedig drinkbaar water. Mensen uit de buurt en stadslui kwamen zich hier bevoorraden. Tot de jaren 70 was de weg Tenhole zelfs niet gekasseid  Het merendeel van de wegen in de gemeente waren dat wel (macadam of asfalt kende men hier blijkbaar nog niet); de weg was gewoon met grind verhard en voldoende breed voor stro- of hooiwagen. Hugo Claus liet de oude boerderij opknappen, zeg maar stevig verbouwen. Die karwei nam enkele jaren in beslag. Het woonhuis werd mooi ingericht en schuren en stallingen, met rieten dak, kregen elk hun functie. Deze plek werd voor het gezin Claus een vaste stek vanaf 1963. Algauw werd vrouw Elly een graag geziene dame die vlot met de mensen van “den buiten” kon opschieten. Zo liep zoontje Thomas vanaf de 1ste kleuterklas school in de “Gemeenteschool”. Meermaals liet vrouw Elly haar ongenoegen blijken over de hygiënische toestand van het schooltje. De toiletten waren “vertrekken” zonder waterspoeling en je weet wel … een plank met een rond gat…. Maar, het moet gezegd, … het onderwijs was naar de wens van de ouders want de knaap kon er later zedenleer volgen. En of hij naar zijn zin had. Een dorpsschool midden de velden en weiden met toffe buren… Het jonge kind was verknocht aan de tuinman Georges die hem meermaals van school meenam naar Tenhole, soms achter op de fiets. Hij beleefde er een heerlijke tijd.

    Dat de nieuwe woonst van de schrijver ergens verscholen lag daar in het rustige Nukerke blijkt uit een krantenbericht waarin Hugo Claus liet optekenen dat hij ging wonen “op een plaats in Nukerke waar Christus nog niet voorbij gekomen was”, dit tot ergernis van heel wat mensen. En placht hij niet te zeggen tegen zijn bezoekers:”… volg de gids want anders komt u in de bled (van het Frans le bled, wat zo veel kan betekenen als de woestijn) terecht !”. Hoe je er wel terecht kon bij hem? Ergens langs de Staatsbaan (nu Rijksweg) nam je de Dierickstraat, een kronkelende, wagenbrede kasseiweg. Vóór de klim draaide je rechts het straatje Tenhole in .

     

     

    25.   Villa van Leo Piron te Nukerke.

    Leo Piron werd in 1899 in Marcinelle geboren en overleed in Nukerke in 1962.

    Leo Piron huwde met Marie-Josèphe, een van de drie dochters van de landschapsschilder Valerius de Saedeleer, van wie hij de knepen van het vak leerde. Hij werd dus ook landschapschilder. Na de dood van Valerius in 1937 bleef hij in de villa Tynlon op de Bossenaar wonen tot 1945

    Kort na de Tweede Wereldoorlog kocht hij in Nukerke, langs de Staatbaan, een lapje grond naast het Daelbosch. Op dit uitverkoren plekje met uitzicht op de wijdse scheldevallei liet hij er in 1948 zijn villa bouwen waarin hij voor de rest van zijn leven zou wonen en werken. De villa kreeg de naam “Daelbosch”. Zijn werkkamer op de eerste verdieping had een groot raam op het westen én een heel groot raam ving het noordenlicht op. Hij hield van dat zuiver en fel licht. Vanuit zijn werkkamer had hij een prachtig en wijds vergezicht en volgde gretig het spel van de wolken en het licht. Het panoramisch uitzicht vanuit zijn werkkamer werd door niets gehinderd, geen boom, geen huis. De weiden doken stijl de diepte in richting Donderput, Zulzeke, de scheldevallei… De einder was eindeloos.

    Vele buren zullen hem nog herinneren als een gemoedelijke, stille en rustige man die tijdens zijn vele wandelingen contact zocht met mens en natuur. Na zijn dood werd de los (de landweg) die hij honderden keren bewandelde naar hem genoemd. Het Leo Pironpad duikt vanaf de Smisstraat nog steeds de mysterieuze Donderput in. De schilder genoot van dat panoramisch en schilderachtig landschap, het mooiste hoekje van Nukerke! Hij wandelde omzeggens in zijn eigen schilderijen.

    De schilder is echter tot heden niet terug te vinden op de lijst van de grote Vlaamse kunstenaars.

     

    26.   Watermeulen te Meulebroecke

     

    Deze tekening stelt de watermolen voor zoals hij er uit zag in 1974. Het molenhuis stond langs de Molenbeek en behoorde tot de aanpalende boerderij. Na de W.O.-II was deze watermolen niet meer in functie. Het gebouwtje verviel en werd weldra een ruïne. De afbraak volgde.         

     

     

    27.     Verblijfplaats van de schrijver Hugo Claus.
    De schrijver kocht de gesloten hoeve, typische bouwtype voor Zuid-Vlaanderen, in 1960. Tot dan was de boerderij een bloeiend bedrijf in eigendom van de familie René Tonniau-Verhellen. Het was toen nog heel uitzonderlijk dat bij het op rust gaan van de landbouwer de boerderij niet werd verder gezet door een van de kinderen. Meer nog deze boerderij werd verkocht aan “stadsmensen” zoals dat toen werd gezegd. Het neerhof ligt ”in Tenhole nr 3”, een oase van rust en groen, in een klein dal tussen twee uitlopers van de getuigenheuvel. De bron geeft het jaar door overvloedig drinkbaar water. Mensen uit de buurt en stadslui kwamen zich hier bevoorraden. Tot de jaren 70 was de weg Tenhole zelfs niet gekasseid  Het merendeel van de wegen in de gemeente waren dat wel (macadam of asfalt kende men hier blijkbaar nog niet); de weg was gewoon met grind verhard en voldoende breed voor stro- of hooiwagen. Hugo Claus liet de oude boerderij opknappen, zeg maar stevig verbouwen.Die karwei nam enkele jaren in beslag. Het woonhuis werd mooi ingericht en schuren en stallingen, met rieten dak, kregen elk hun functie. Deze plek werd voor het gezin Claus een vaste stek vanaf 1963. Algauw werd vrouw Elly een graag geziene dame die vlot met de mensen van “den buiten” kon opschieten. Zo liep zoontje Thomas vanaf de 1ste kleuterklas school in de “Gemeenteschool”. Meermaals liet vrouw Elly haar ongenoegen blijken over de hygiënische toestand van het schooltje. De toiletten waren “vertrekken” zonder waterspoeling en je weet wel …een plank met een rond gat…. Maar, het moet gezegd, … het onderwijs was naar de wens van de ouders want de knaap kon er later zedenleer volgen. En of hij naar zijn zin had. Een dorpsschool midden de velden en weiden met toffe buren… Het jonge kind was verknocht aan de tuinman Georges die hem meermaals van school meenam naar Tenhole, soms achter op de fiets. Hij beleefde er een heerlijke tijd.

    Dat de nieuwe woonst van de schrijver ergens verscholen lag daar in het rustige Nukerke blijkt uit een krantenbericht waarin Hugo Claus liet optekenen dat hij ging wonen “op een plaats in Nukerke waar Christus nog niet voorbij gekomen was”, dit tot ergernis van heel wat mensen. En placht hij niet te zeggen tegen zijn bezoekers:”… volg de gids want anders komt u in de bled (van het Frans le bled, wat zo veel kan betekenen als de woestijn) terecht !”. Hoe je er wel terecht kon bij hem? Ergens langs de Staatsbaan (nu Rijksweg) nam je de Dierickstraat, een kronkelende, wagenbrede kasseiweg. Vóór de klim draaide je rechts het straatje Tenhole in .

     

     

    28.  Villa van Leo Piron te Nukerke.

    Leo Piron werd in 1899 in Marcinelle geboren en overleed in Nukerke in 1962.

    Leo Piron huwde met Marie-Josèphe, een van de drie dochters van de landschapsschilder Valerius de Saedeleer, van wie hij de knepen van het vak leerde. Hij werd dus ook landschapschilder. Na de dood van Valerius in 1937 bleef hij in de villa Tynlon op de Bossenaar wonen tot 1945

    Kort na de Tweede Wereldoorlog kocht hij in Nukerke, langs de Staatbaan, een lapje grond naast het Daelbosch. Op dit uitverkoren plekje met uitzicht op de wijdse scheldevallei liet hij er in 1948 zijn villa bouwen waarin hij voor de rest van zijn leven zou wonen en werken. De villa kreeg de naam “Daelbosch”. Zijn werkkamer op de eerste verdieping had een groot raam op het westen én een heel groot raam ving het noordenlicht op. Hij hield van dat zuiver en fel licht. Vanuit zijn werkkamer had hij een prachtig en wijds vergezicht en volgde gretig het spel van de wolken en het licht. Het panoramisch uitzicht vanuit zijn werkkamer werd door niets gehinderd, geen boom, geen huis. De weiden doken stijl de diepte in richting Donderput, Zulzeke, de scheldevallei… Zijn einder was eindeloos.

    Vele buren zullen hem nog herinneren als een gemoedelijke, stille en rustige man die tijdens zijn vele wandelingen contact zocht met mens en natuur. Na zijn dood werd de los (de landweg) die hij honderden keren bewandelde naar hem genoemd. Het Leo Pironpad duikt vanaf de Smisstraat nog steeds de mysterieuze Donderput in. De schilder genoot van dat panoramisch en schilderachtig landschap, het mooiste hoekje van Nukerke! Hij wandelde omzeggens in zijn eigen schilderijen.

    De schilder is echter tot heden niet terug te vinden op de lijst van de grote Vlaamse kunstenaars.

     

    29.   Watermeulen te Meulebroecke

     

    Deze tekening stelt de watermolen voor zoals hij er uit zag in 1974. Het molenhuis stond langs de Molenbeek en behoorde tot de aanpalende boerderij. Na de W.O.-II was deze watermolen niet meer in functie. Het gebouwtje verviel en werd weldra een ruïne. De afbraak volgde.
     


    30. Een veldkapelletje

     

    Dit volledig bakstenen kapelletje tref je aan op de hoek van de Weitstraat en de Keistraat. Het is een typisch klein veldkapelletje, gedeeltelijk gebouwd in de hoge berm, met een hoogte van 1,99m, een breedte van 1,18m en een diepte van 98cm.Een eiken deurtje met vertikale balkjes sloot de nis af. Het werd gebouwd op het land van een zekere Goedgebuer uit Gent. Charles Vander Eecken, een landbouwer die zijn bedrijf runde op de hoek van de Keistraat en de Holandstraat pachtte het van de eigenaar Goedgebuer. Volgens hem heeft de eigenaar de kapel zelf laten bouwen. De juiste datum is echter onbekend. Wel zou het vóór 1900 zijn gebouwd.

    Een andere versie luidt als volgt;

    Het kapelletje werd gebouwd op vraag van Virginie Laurier, echtgenote van Francis Van Maelsaeke (overgrootmoeder van Marie-Odette). Volgens haar zou het daar gespookt hebben. Het land behoorde toen aan de familie Planchon , brouwer te Ronse). Francis en Virginie hadden samen 9 kinderen; 4 zoons en 5 dochters.

    De veldkapel werd juist daar gebouwd, op deze hoek, niet enkel omdat ze eigenaar van het perceel grond waren maar tevens omdat de familie diep gelovig was. Het werd niet samen met een ander gebouw gezet (b.v. een woning) .Het werd toegewijd aan O.L.Vrouw, want er heeft steeds een oud beeldje van O.L.Vrouw in gestaan. Lange tijd heeft de familie Van Maelzaeke de kapel onderhouden. Er werden regelmatig bloemen bijgezet en af en toe brandde er binnen een kaars. Vooral tijdens de meimand gingen de buren regelmatig de bloemen verversen en werden er nieuwe kaarsen op de kandalaars geplaatst.. Het kapelletje heeft geen naam. Volgens Charles is dat te wijten aan het feit dat hier nooit een bedevaart naar de kapel plaats had. “Als het nodig was dan ging nonkel Ernest destijds het kapelletje witkalken.” Maar, na vele generaties begon de kapel te verkommeren. Meer nog, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kapel getroffen tijdens een luchtaanval en bijna volledig verwoest. Nadien werd het min of meer hersteld. Maar na het verbreden en betonneren van de Weitstraat in de jaren 80 werd er niet veel meer naar omgekeken, op het plaatsen van enkele veldbloemen en een kaarsje na. Hoewel, het bakstenen kapelletje werd al eerder gerestaureerd door Ernest Everaert. De ouders van Bertha Van Maelzaeke hebben toen het werk en de materialen bekostigd.

    Tot in de lente van 1980 door de Koning Boudewijn Stichting de actie “Met open oog op weg” op touw werd gezet. De bedoeling ervan was plaatselijke besturen, scholen, verenigingen, buurtcomités,… aan te sporen om kleine projecten in de onmiddellijke omgeving in handen te nemen en de nabije leefwereld aangenamer te maken door o.m. klein historisch erfgoed te herstellen en/of te restaureren. T.g.v. van deze actie hebben de leerlingen van de derde graad van de Gemeentelijke Basisschool zich ingezet om het kapelletje op te smukken.. Maar hoe troffen ze het bouwwerkje aan? Het voegsel verpulverden tot zand en de voegen zaten vol aarde. Niet te verwonderen, want cement was er bij de bouw niet aan te pas gekomen. Toen bouwde men nog met kalk en zavel. Ook hoekstenen kwamen los en nog erger, de natuur ging zijn gang en weldra drongen de wortelen van gras en netels zich in de voegen. Aan de achterzijde groeide een vlierstruik wiens wortelen in de voegen vastzaten. De linker zijkant vertoonde een scheur. Het dak was al eens hersteld want er staken rode bakstenen tussen. Een groot deel van het gebouwtje zat onder de aarde die de berm was afgegleden.

    Gedurende 10 dagen, van 18maart tot 4 juni 1980 werkten groepjes kinderen aan de verfraaiing. Er werd geklopt en geschuurd, gemetseld, gevoegd, geverfd en geplaveid  Na het binnensturen van het dossiertje ontving de school een subsidie van 2000 fr. Daarmee werd het materiaal bekostigd; 145 kg cement, 130 kg zavel, 40 kg glaskorrel, 15 bakstenen, witte verf, kasseistenen,, schuurpapier, een drankje voor de werkers, foto’s, administratie…

    Zo werd het oude kapelletje in een nieuw kleedje gestopt en kon het weer een paar generaties verder… tot een jaar later op een zonnige dag een maaimachine van de gemeente het kapelletje tijdens het maaien raakte en neerlegde. De gemeentewerkman Fernand Ruelle heeft dank zij de plannetjes, die de leerlingen van de school hadden gemaakt met de juiste afmetingen, de kapel in haar oorspronkelijke vorm kunnen heropbouwen.. Sindsdien staat het weer te pronken in een vergeten hoekje.

    Verhalen

    Een overlevering wil dat er heel lang geleden rond de kapel werd gespookt.

    En een waar gebeurd verhaal vertelt dat een zekere Deruyver , een pelsjager (of is het pensjager) hier zou verongelukt zijn door een schotwonde veroorzaakt door zijn eigen karabijn.

     

    In 1980 schreef een plaatselijke reporter in de krant volgend artikeltje.

    Een vervallen kapel te Nukerke

    Maarkedal.- Keurig onderhouden, door bereidwillige buren, zo was ruime tijd de kapel langs de Weitstraat te Nukerke. Vroegere meimaanden stond het veldkapelletje te pronken, Maria ter ere en Nukerke ten bate. Witgekalkt beheerste het de rust van de omgeving aan de hoek van de Keistraat. Maar nu schijnt niemand zich nog over het kapelletje te ontfermen.De belangloze inzet van zovele jaren, is er niet meer. Het mag niet zijn dat aangelanden de kapel laten verkommeren. Een zeker respect dringt zich op voor de landelijke kapellen, tastbare getuigen van betere en vromere tijden. Wegenwerken hebben het kapelletje lelijk verminkt, met uiteindelijke herstellingswerken kreeg het weer een dak. Het werd een kapel zonder kruis. Overgeleverd aan wie ook, heeft de kapel er een zieltogende aanblik gekregen. –(D.R.)

    Even een rechtzetting: het veldkapelletje heeft nooit een kruis.gehad.

     

    31.     ’t Lindeke in zijn wintertenue

    Deze Hollandse linde(v. en m.) is reeds lang een uit de kluiten gegroeid lindeke.  Met zekerheid werd hij aangeplant in de 18de eeuw. De oudste autochtone Nukerkenaren hebben de boom er altijd weten staan. Na al die jaren noemen wij hem nog steeds “het lindeke” ondanks zijn hoge leeftijd en zijn stoer uitzicht. Het is niet enkel een boom maar tevens een plaatsnaam, ja zelfs een groen monument. Zuster Gula begeleidde jarenlang haar leerlingen tot aan de boom. Daar scheidden de wegen want twee voetwegen kruisten mekaar. In omzeggens elke windrichting vertrok een wegje. Geen mens heeft tot heden de linde zijn geheimen kunnen ontfutselen.Teder en zacht zoals hij is heeft hij talrijke verliefde koppeltjes uit voorgaande generaties in zijn brede mantel van jonge groene fluwelen blaadjes omarmd. Geen woordje geen verloren, geen zoentje of smakje werd gehoord. En het onze-lieve-vrouw-beeldje daar boven tegen de dikke stam keek vanuit het kapelletje liefelijk toe en wenste de jonge mensen veel geluk. Hoeveel kerkgangers op weg naar de dienst troffen mekaar hier ‘s zondags. Tijd dus om nieuwtjes door te geven. En dan: “Allez tot volgende week!” Maar menigmaal was ’t lindeke ontroerd telkenmale hij de oude pastoor met grote schreden zag voorbijkomen, lichtjes voorovergebogen, Ons Here dragend, op weg naar een berechting. Zijn dienaar droeg een lantaarn en rinkelde de bel als ze een woning naderden.

    Het was reeds lang gebruikelijk bij onze voorouders dat lindebomen werden geplant bij de boerderijen, op kruispunten van steen- en aardewegen, langs dreven, op dorpspleinen, aan een herberg (bij de stamenie “In de sterre” stonden er zelfs 3 lindebomen). Het mocht al eens meer lukken dat we drie linden bij mekaar zagen aanleunen. Eenvoudige huisjes stonden al eens in de schaduw van een lindeboom. Op vele plaatsen stond de veldkapel onder de beschermende kruin van een stoere linde. En in de hoek van menig boomgaard waakte een linde. Veelal werd aan de boom een godsdienstig beeldje of kapelletje gehangen, toegewijd aan  O.-L.-Vrouw. Soms werd aan de voet van de boom een kruisbeeld geplaatst.  Al deze Vlaamse gebruiken stammen uit de tijd van onze Germaanse voorouders. Toen was de lindeboom toegewijd aan de godin Freia. En was zij niet “de godin der minne”. De mooie lindeboom bracht immers liefde, huwelijkstrouw en …geluk in het huisgezin. Ook in de middeleeuwen speelde de linde een belangrijke rol in het volksleven en in de volksoverleveringen.

     

    32.     De Spoorwegtunnel

    Deze tekening is een weergave van de noordelijke ingang (kant Nukerke) van de spoorwegtunnel.

     

    TUNNELVERHAAL

    “Gaston Devos woonde in die jaren op het Holand, nu huisnummer 17, hij was beroepsmilitair. Zoals velen waren ook zij in 1944 de oorlog grondig beu. Er waren de opeisingen, het voedseltekort, het gebrek aan steenkolen... Vader en zoon bereidden een snood plannetje voor.

    In 1942 werd de omgeving van de tunnel door de Duitsers afgezet. Later werd gezegd dat Hitler zich in de tunnel had opgehouden. In werkelijkheid zou het Goebbels geweest zijn. Niemand mocht toen de sector binnen. ’t Is in die periode dat ons huis werd doorzocht en dat ze in de kelder enkele vaten bier vonden.’t Was toen nog gebruikelijk dat de brouwerij T’Sjoen ,van aan Den engel (het mooie woonhuis werd in de jaren ’70 onteigend en afgebroken) bier uitvoerde met paard en bierwagen..

    De Duitsers vonden niet beter dan al ons bier uit te drinken; ze zeiden dat het toch allemaal van hen was.

    Op een mooie morgen in augustus 1944 werd de tunnel gesaboteerd. Ik weet het nog zo goed als ware het gisteren gebeurd. We hoorden vanuit onze slaapkamer zoals gewoonlijk de eerste trein passeren om vijf vóór vier. Het was de “koolmijnerstrein” (Gent-Blaton) die met onze Vlaamse mijnwerkers naar de “fosten” reed. Zoals gewoonlijk reed de trein ons huis voorbij maar kort nadien hoorden we het knarsen van de remmen. De trein stopte. We vonden dat al eigenaardig. Enkele uren later vernamen we wat er gebeurd was. Gaston Devos en zijn zoon Michel hadden hun plannetje uitgevoerd. De familie Devos woonde toen op het Holand nu huisnummer 7. Tijdens de nacht hadden ze halfweg de tunnel enkele rails losgemaakt. Dat was op de plaats waar de tunnel een lichte bocht maakt. Zij lieten de trein stoppen en verplichtten de machinist de locomotief af te koppelen. Dadelijk werd hij weer onder stoom gezet. De machinist sprong eruit terwijl de machine langzaam op dreef kwam en het donkere gat binnen reed, richting Louise-Marie. Na enkele ogenblikken hoorden ze een schurend geluid gevolgd door zwaar gedonderd. De locomotief was gekanteld en de tunnel was geblokkeerd.

    Maar wat was de bedoeling van die gevaarlijke onderneming. Wel het zat vele burgers hoog dat de goede, vette steenkolen uit de Borinage en andere rijkdom van ons land voor hun neus voorbijreden richting Duitsland. Wij moesten ons tevreden stellen met kolen van heel slechte kwaliteit. Bovendien waren de geallieerden op 6 juni geland in Bretagne en ze maakten snel vooruitgang. Deze sabotage kon alleen maar de aftocht van de bezetter vertragen.

    Wij en alle buren profiteerden van de gelegenheid om de steenkolen uit de tender te halen. Volle kruiwagens werden naar huis gevoerd. De volgende winter zal het feest zijn rond de warme kachel. De tunnel werd pas vrijgemaakt door de Engelsen na de bevrijding.

    Al bij al een gevaarlijke onderneming die sabotage want gewoonlijk waren de Duitsers na een aanslag uit op weerwraak. Dorpen en buurten waar de bezetter een duidelijke weerstand ondervond werden steeds zwaar aangepakt. In een handomdraai werden dorpelingen verzameld en een vuurpeloton deed de rest. Gelukkig voor onze dorpbewoners hadden de Duitsers in augustus dringender zorgen. Zo niet…!”

    De 410 m lange spoorwegtunnel werd gegraven deels onder de Spichtenberg (105m) en de Kafhoek, onder een uitloper van de getuigenheuvel.  Het station van Etikhove ligt op een hoogte van 42,5m. De ingang van de tunnel in Nukerke ligt op 82,5m. De uitgang in Louise-Marie, op grondgebied van Ronse, ligt op 72,5m en op 420m van het station van Louise-Marie.

     

     

     

    33. Zicht op Nukerke

    De kerk van Nukerke gebouwd op het uiterste einde van een uitloper van de getuigenheuvel met een zandlemige ondergrond. Vanop de omliggende heuvels zoals de Eikenberg in Edelare, de Ommegangstraat, de Hotond, ja zelfs vanuit de vallei in Melden merk je de spitse kerktoren die als een baken hoog boven het bosrijke heuvelland uitsteekt, gebouwd op een omzeggens strategische plaats. Want vanaf hier zakt het terrein de diepte in, noordwaarts naar de scheldevallei. Het gehucht “De zak” heeft hier zijn naam verdiend.

    De Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk is gebouwd in een eenvoudige classicistische stijl en dateert uit ca 1775 De altaarwijding had plaats in 1777. In de loop van de geschiedenis is de kerk menigmaal verbouwd want een eerste kerkje stond er reeds in 1116 en staat in de kronieken vermeld al  “Nova ecclesia”, wat nieuwe kerk betekent. De nederzetting kreeg algauw de naam Nukerke. In de omgeving van Nukerke werden pre-historische en Gallo-Romeinse vondsten gedaan, wat wijst op oude woonkernen. Tijdens de middeleeuwen hing Nukerke af van de heerlijkheid “'t land tussen Marke en Ronne” die op haar beurt toebehoorde aan de baronie van Pamele (Oudenaarde). De Hervorming kon in Nukerke op tamelijk veel aanhangers rekenen. De bevolking leefde vooral van de bosontginning en de landbouw en nog steeds is Nukerke  een typische landbouwgemeente. Na de grote pestepidemie van 1667 tot 1669 nam de bevolkingsgroei weer snel toe.

    Het inwonersaantal groeide aan tot begin 19de eeuw.

    Was Nukerke een deelparochie van Melden tot aan de Franse Bezetting de inwoners kregen pas hun zelfstandigheid tijdens Het Hollands Bewind toen het zijn wapenschild kreeg in 1843.

    Laatste pastoors: Fivez, De Boe, De Groote, Dutordoir, Reyns (tot 1951), Clément Tirez, Joseph Van Poeck de Knyf, Moras (tot 1968), Naessens, Ghys, Heysse, Remi Godefroid (laatste parochieherder van Nukerke).

     

     

    34. Het hospice met het huis van de zusters, de stallingen en in de verte het “wezenhuis” St-Vincentius. De woning waar later de weeskinderen zullen worden ondergebracht dateert van 1918.

    In het woonhuis waren een paar kamers voorbehouden voor de betere lui. Zo woonde Mevr. De Backer, moeder van zuster Susanne, lange tijd in de kamer onderaan links. Rechts van de voordeur was de spreekkamer met daar achter achter het verblijf van de zusters. Op de eerste verdieping links was er een kapel. De sacristie was boven de voordeur. Het verblijf van de ouderlingen bevond zich in het gebouw, met verdieping, dat dwars opde woning stond.

    De woning in de verte het oorspronkelijk gebouw dat werd ingericht als verblijfplaats voor de weeskinderen. In de jaren 50 werd de woning opgetrokken met één verdieping. Tussen de woning en het hospice zie je de stallingen van de hoeve.

     

    35. Kerkje van Zulzeke

    Kleine deelgemeente van Kluisbergen met een opppervlakte van  562 ha en 627 inwoners in ‘70. De landelijke dorpsplaats bezit een gezellige taverne “In ’t oud gemeentehuis” uit 1841. Het is de laatste van de vier herbergen die er waren tot de jaren 80. Verder is de mooie St-Janskerk een bezoekje waard. Het is een driebeukige hallenkerk met oude vierkante westentoren met harstenen onderbouw. Het voorkomen van de kerk is 18de eeuws maar er zijn talrijke oude sporen. De kerk, het omringend kerkhof en de kerkhofmuur zijn beschermd als monument en als landschap (K.B. van 29 oktober 1975). De binnendecoratie is 17de en 18de eeuws met toch nog een zuideraltaar in de renaissance stijl (ca 1600). Het hoofdaltaar is 18de eeuws. Boven het altaar prijkt het schilderij “Jezus verschijnt aan Maria-Magdalena (Vlaamse school, einde 17de eeuw).

    De pastorij, aan de noordzijde van de kerk, is in 2007 verkocht aan een particulier

    De inwoners van Zulzeke en Nukerke leefden vroeger nauw verbonden met elkaar. Men zocht er al eens zijn partner en beide gemeenschappen namen deel aan elkaars feesten. Zo was de jaarlijkse geitenkeuring, een echte volkstoeloop. En met Sint-Jan in ‘t water was het kermis. Veel inwoners van Zulzeke sloten aan bij het verenigingsleven van Nukerke. We denken hier aan BGG, het Werk van den akker, het davidsfonds… Niet te verwonderen dat bij de fusie van de gemeenten in 1976 men plannen had om het deel van Nukerke ten westen van de Rijksweg bij Kluisbergen aan te sluiten.



    36.  De laatste suisse in de kerk te Nukerke

    De laatste suisse in de O.-L.H.-Hemelvaartkerk te Nukerke was Richard Couvreur die in een klein boerderijtje woonde langs de Mellinckstraat nr 5 te Nukerke waar nu reeds de vierde generatie woont. Een suisse is een ordebewaarder die aangesteld werd in sommige katholieke kerken. Ze droegen een uniform met vermelding “politie” (zonder politiönele macht natuurlijk) met staf of hellebaard (hier in de betekenis van een strijdbijl aan een lange spies) en een bandelier, een brede draagriem of band over schouder en borst. Hun taak bestond erin o.a. praters en telaatkomers terecht te wijzen en oneerbiedige houdingen te verbieden, o.a. het dragen van hoed of klak. Zatteriken werden zonder veel onthaal naar buiten verwezen. Kinderen keken met heel veel ontzag die strenge man aan en durfden geen vin te verroeren. Dat fel blinkend koperen strijdbijl gaf geen vredig gevoel. Athans, zo heb ik het beleefd.

    Richard Couvreur werd “geboren te Etichove den 18 September 1878 en godsvruchtig in den Heer ontslapen te Nukerke den 14 Mei 1933, voorzien van deHH. Sacramenten der stervenden. Hij was lid van de confreriën van het Allerheiligste Sacrament,- het H.Hart,- de Derde Orde van den H. Franciscus en van den H. Franciscus-Xaverius.”

    Uit het doodsprentje of bidprentje vernemen wij dat Richard weduwenaar was in een eerste huwelijk met Odile de Catelle en bij het sterven de echtgenoot was van Adèle Aelvoet.

    De tekst op zijn doodsprentje luidt verder als volgt:

    “Gelukkig den mensch die de dood steeds voor ogen heeft en zich dagelijks bereidt om te sterven. Nav.Christi X.

    Hij gaf luister aan de feesten en verheerlijkte de hoogtijden tot het einde van zijn leven, opdat men den Heiligen Naam der Heeren zoude prijzen en in den vroege morgen Gods heiligheid verkondigen. Eccl.XLVII,12.

    Vaarwel, Beminde Echtgenoote, Kinderen en Kleinkind, troost u, we zullen elkandr wederzien. Duurbare vrienden, lange jaren was ik voorU in de kerk op mijnen post, gedenkt U mijner, Gij, die daar missen of goddelijke diensten bijwoont. Mijne zusters en dochters den Heer in ‘t klooster toegewijd, op uw aandenken in ’t gelid betrouw ik het meest.

    H. Hart van Jezus, wees mijn heil. 500 dag. afl.

    Zoet Hart van Maria, wees mijn toevlucht. 800 dag. afl.”

    Het bidprentje werd gedrukt in de Drukkerij P.Hoffmann te Nukerke.

    Zijn tweede kleinkind, een jongen, kreeg zoals toen gebruikelijk was, bij zijn geboorte in 1934, de naam van grootvader, nl. Richard.

    We begrijpen best waarom Richard die voorname taak kreeg toebedeeld van pastoor Reyns. Hij stamde uit een diep christelijke familie; hij had immers twee zussen en 2 dochters die kloosterzuster waren.

    De kerk van Nukerke gebouwd op het uiterste einde van een uitloper van de getuigenheuvel met een zandlemige ondergrond. Vanop de omliggende heuvels zoals de Eikenberg in Edelare, de Ommegangstraat, de Hotond, ja zelfs vanuit de vallei in Melden merk je de spitse kerktoren die als een baken hoog boven het bosrijke heuvelland uitsteekt, gebouwd op een omzeggens strategische plaats. Want vanaf hier zakt het terrein de diepte in, noordwaarts naar de scheldevallei. Het gehucht “De zak” heeft hier zijn naam verdiend.

    De Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk is gebouwd in een eenvoudige classicistische stijl en dateert uit ca 1775 De altaarwijding had plaats in 1777. In de loop van de geschiedenis is de kerk menigmaal verbouwd want een eerste kerkje stond er reeds in 1116 en staat in de kronieken vermeld al  “Nova ecclesia”, wat nieuwe kerk betekent. De nederzetting kreeg algauw de naam Nukerke. In de omgeving van Nukerke werden pre-historische en Gallo-Romeinse vondsten gedaan, wat wijst op oude woonkernen. Tijdens de middeleeuwen hing Nukerke af van de heerlijkheid “t’ land tussen Marke en Ronne” die op haar beurt toebehoorde aan de baronie van Pamele (Oudenaarde). De Hervorming kon in Nukerke op tamelijk veel aanhangers rekenen. De bevolking leefde vooral van de bosontginning en de landbouw en nog steeds is Nukerke  een typische landbouwgemeente. Na de grote pestepidemie van 1667 tot 1669 nam de bevolkingsgroei weer snel toe.

    Het inwonersaantal groeide aan tot begin 19de eeuw.

    Was Nukerke een deelparochie van Melden tot aan de Franse Bezetting de inwoners kregen pas hun zelfstandigheid tijdens Het Hollands Bewind toen het zijn wapenschild kreeg in 1843.

    Laatste pastoors: Fivez, De Boe, De Groote, Dutordoir, Reyns (tot 1951), Clément Tirez, Joseph Van Poeck de Knyf, Moras (tot 1968), Naessens, Ghys, Heysse, Remi Godefroid (laatste parochieherder van Nukerke).

     

     

    37. Het hospice met het huis van de zusters, de stallingen en in de verte het “wezenhuis” St-Vincentius.

    In het woonhuis waren een paar kamers voorbehouden voor de betere lui. Zo woonde Mevr. De Backer, moeder van zuster Susanne, lange tijd in de kamer onderaan links. Rechts van de voordeur was de spreekkamer met daar achter achter het verblijf van de zusters. Op de eerste verdieping links was er een kapel. De sacristie was boven de voordeur. Het verblijf van de ouderlingen bevond zich in het gebouw, met verdieping, dat dwars opde woning stond.

    De woning in de verte dateert uit 1918, is het oorspronkelijk gebouw dat werd ingericht als verblijfplaats voor de weeskinderen. In de jaren 50 werd de woning opgetrokken met één verdieping. Tussen de woning en het hospice zie je de stallingen van de hoeve.

     

     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (11 Stemmen)
    28-10-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    27-10-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Nukerkse Breydelszonen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    De Nukerkse Breydelszonen

     

    Voorwoord

    Alles begon zowat in de lente van 1959. Er was in onze parochie “ n’n  nieuwe zondagonderpaster” aangesteld n.l. E.H. Willy D’Haenens, afkomstig uit Overboelare.  Een piepjonge priester vol levenslust en idealisme met vurig Vlaams bloed in de aderen zoals ze in Nukerke nog niet hadden gezien. In de kerk was hij priester met hart en ziel, er buiten een actieve parochiaan die mensen kon begeesteren. Zijn brede glimlach en die spontane openhartigheid en eenvoud deed de rest. Het niveau van de Nukerke plattelandsjeugd wilde hij optillen en het Vlaamse vuur in hun hart brandend houden. De jeugd was de toekomst ! De Vlaamse beweging was in volle opmars. Wie student was droeg zijn Vlaamse fierheid uit. De studerende  jeugd kende toen alle mooie Vlaamse strijdliederen.

    De meisje hadden hun Chiro maar er was geen jeugdbeweging voor de jongens. Willy D’Haenens droomde van een scoutsgroep met aansluiting bij het VVKS of Vlaams Verbond van Katholieke Scouts. Daartoe zocht hij contact bij de groep van Ronse maar vooral bij de groep van Etikhove. Al zijn vrije tijd stak hij in het afleggen van huisbezoeken om te zien of er voldoende medewerking was. Algauw kon hij rekenen op een groep voortrekkers waaruit later de leiders konden worden gerekruteerd. Er werd snel werk gemaakt van de vorming van de leiders. De officiële naam  van de groep werd “Breydelszonen” en stond in het district Vlaamse Ardennen Berg-en-dal stam ingeschreven onder nummer 44/14. In de aanloopperiode sloot Nukerke aan bij de groep van Etikhove. E.H.W. D’Haenens werd aalmoezenier en André Cardon werd de eerste VTL (voortrekkersleider) en Gilbert Stockman was AVTL. Voorlopig kon nog niet volop worden gestart met de Verkenners omdat de meeste toekomstige leiders hun studies eerst moesten beëindigen. De eerste districtvergadering waaraan Nukerke deelnam ging door te Ronse op vrijdag 27 september 1959 om 10u30. Op een gouwvergadering te Gent in de parochiekring St-Pieter waren W. D’Haenens, André Cardon en Edith de Merlier aanwezig want er zou ook een welpengroep worden opgericht, maar voorlopig werd er gewerkt rond de voortrekkerij. Zie hier een eerste uitnodiging origineel gedrukt op een alcoholrol.

     

    Briefwisseling en activiteiten

    “Nukerke postdatum      Beste vriend voortrekker,  Met deze nodigen wij U uit op de steunvergadering, welke doorgaat in de parochiale zaal op zaterdag 24 october a.s. Als thema van behandeling zal het “Davidsfonds” ter sprake komen door de Heer E. Delbaere. Voor de eerste maal zal ook de groep van Etikhove aan de vergadering deelnemen. Verder kunnen zich  nog een totale ommekeer in de vergadering aanmelden. Neem pen en papier mee alsook uw beste glimlach om dan om 20 uur stipt te beginnen.  Namens de leiding  E.H.W.D’Haenens  aalm.  A Cardon VTL   G. Stockman AVTL  er waren 24 aanwezigen 

    Hierna volgt het voortrekkersgebed. Heer Jezus, geef ons een jong hart en een open ziel, help ons dienen vol geestdrift, zonder moeite te sparen. Laat ons vreugde uitstralen om ons heen en breng ons, die voortrekken langs éénzelfde weg als broeders te samen om samen U te vinden. Amen

     

    De voortrekkers hadden ook hun voortrekkerswet. Lees maar even mee!

     

    Een voortrekker is fier en op zijn eer te vertrouwen. Een voortrekker is trouw aan God, Kerk, Koning en Vaderland.

    En voortrekkers heeft tot plicht zich nuttig te maken en anderen te helpen

    Een voortrekker is een vriend voor allen en een broeder voor ieder ander voortrekker.

    Een voortrekker is hoffelijk. Een voortrekker leeft met open oog in Gods natuur.

    Een voortrekker kan zonder tegenspreken gehoorzamen.

    Een voortrekker glimlacht en fluit onder alle moeilijkheden.

    Een voortrekker is sober en spaarzaam.

    Een voortrekker is rein in gedachten, woorden en daden.

    (… en wat zegt de huidige jeugd van zo’n reglement ?)

     

    De eerste activiteit van de Breydelszonen had plaats te Ronse. Hier volgt de uitnodiging.

    “Berg-en-dal-stam. Beste broer voortrekker, wij nodigen U uit om op zaterdag 29 nov. a.s. met onze vrienden voortrekkers van Ronse kennis te maken en samen een adventstocht te doen. Dit ware voor ons een uitstekende voorbereiding op het kerstgebeuren in ons leven. Deze tocht vangt aan in Ronse om 8 uur. Wij vertrekken dus om 19u30 uit Nukerke. Er is beloofd dat deze tocht tijdig zal gedaan zijn om zodanig fris te zijn op zondag in Ronse ( anti-talentellingsdag). We doen tevens een oproep om zoveel mogelijk in uniform aan te treden. Die er nog geen heeft kome in burgerpak. Met onze beste voortrekkersgroeten, namens de leiding A.Cardon”

     

    Uitnodiging rond het kerstgebeuren.

    “Nukerke 22-12-59 Beste zuster en broers, op initiatief van de leidsters en de leiders van al onze jeugdbewegingen, wordt U uitgenodigd op een gezellig samenzijn rond het Kerstgebeuren, op zaterdag 26 om 19 uur in de parochiale zaal te Nukerke. Met het oog op dit aangenaam samentreffen van onze oudere jeugd, zorgt elkeen voor een klein geschenk (niet te kostelijk !) waarmede we mekaar zullen verrassen.”Kunstenaars”(-sters) van groot en klein formaat krijgen de gelegenheid om de gezelligheid te verhogen. Warme drank en een stukje voor de tand zullen ook van de partij zijn. In afwachting dat we mekaar terug vinden, wensen we U een weldoend Kerstfeest! Berg-en-dal-stam

    Beste Broer voortrekker, benevens dit gezellig vieren is er voor Ons een vóórgaande Kersttocht belegd, die we inzetten te 17 uur stipt, daar we om 19 uur moeten terug zijn. Wees dus tijdig! Gelieve in uniform te komen of met een niet-zondagspak, alsook een paar goede marsschoenen aan te trekken ! Met genegen groeten van uw oubaas  A. Cardon”

     

    Aanvraag voor lidzegels voor het jaar 1959/1960 opgemaakt op 9/12/60 voor werkjaar 1961

    Eerste lijst van de tak leiding

    Cardon André                      GrL

    Glibert Dirk                           VL

    Hantson André                    AGrL

    Vandenabeele Hedwig       JVL

     

    Eerste lijst van de tak jong verkenners (Jvk)

    De Molenaere François

    De Vos Fernand

    De Weer Roger

    Eykerman Marc

    Kartens Freddy

    Lodens Germain

    Maes Fernand

    Vandenbossche Alex

    Van Herreweghe Willy

    Van Huffel Willy

    Van Impe Theo

     

    Eerste ledenlijst van de tak verkenners opgemaakt op 2 november 1959

    Claus Werner Pl                                                                                

    De Riemacker Edwin Vk

    Geenens André Vk

    Hantson Ignace Vk

    ’t Kint Etienne      Vk

    Vandenabeele Emiel Pl

    Waelraet Gilbert   Pl                                            

    Ysebaert André   Pl                                           

    Ysebaert Jean-Pierre Pl

    Ysebaert Marcel  Vk

     

     Jongverkenners

     

    De Paepe Etienne               

    De Molenaere François

    De Weer Roger   

    Eykerman Mark

    Kortens Freddy

    Lodens Germain

    Vandenbossche Alex

    Van Impe Theo

    Geenens André

    Vandenabeele Emiel

    Ysebaert André  

    Ysebaert Jean Pierre

    Ysebaert Marcel

     

    Leden van de tak welpen

    Eyckerman Pascal                               Heuvick Stijn

    Brugge Jean-Luc                                 Walraet Norbert

    Heynssens Pierre                                               De Catelle José

    Verstaeten Liban                                 De Bock Norbert

    Verstraeten Christiaen                       Dhondt Noël en Lucien

    Capiau Gilbert                                      Edward Vercauteren

    Aelvoet Jaen-Luc

    Aelvoet Jean-Paul

    De Baere Marnix

    Ceuteric Ivan

    De Riemacker Marnix

     

    Die eerste aansluiting bij het Verbond kostte de Nukerkse groep 2826 fr. Voor die tijd veel geld. Elk lid van de leiding betaalde 200fr  als lidgeld,  verzekering inbegrepen. Soldaten betaalden minder. Verkenners betaalden 120fr en welpen 100fr.

    De officiële documenten werden mee ondertekend door de pastoor Van Pouck de Knijf als verantwoordelijke voor de parochiegroep.

     

    Aanvraag van een gemeentelijke toelage

    Hier volgt het oorspronkelijk schrijven, taalfouten inbegrepen.

    Nukerke, 28 juli 1960. Aan het College van Burgemeester en Schepenen,

    Geachte Heren, Hierbij vragen wij de heren van het college van Burgemeester en Schepenen om een subsidie voor de plaatselijke V.V.K.S. groep. Als opkomende jeugdbeweging op onze gemeente hebben wij tot taak in wekelijkse bijeenkomsten onze jongens een opleiding te geven die past bij hun toekomst in het nationaal belang van het volk. Wij zijn dan ook zo vrij een beroep te doen op het College van Burgemeester en Schepen en hopen op hun medewerking te kunnen rekenen. Aanvaard intusschen, geachte Heren onze beleefde Scouts groeten. Getekend de aalmoezenier  E.H.W. D’Haenens en de groepsleider

    De eerste gemeentelijke toelage aan de scoutsgroep van Nukerke werd als volgt meegedeeld:

    Nukerke 11 augustus 1960

    Mijnheer de Aalmoezenier, Wij hebben de eer U gevolgd gevend aan Uw schrijven van 28 juli l.l. ter kennis te brengen dat de gemeentelijke zitting van 5 augustus 1960 een toelage verleend heeft van vijfhonderd franken voor de plaatselijke V.V.K.S. groep

    U moogt deze toelage doen afhalen bij dhr. Hoffmann Pierre, Dorp 4, alhier. Met de meeste hoogachting

    Getekend                 André Hubeau   burgemeester       Paul Hoffmann gemeentesecretaris

    Adres:  Aan de Eerwaarde Heer W. D’Haenens  Aalmoezenier V.V.K.S. groep   Hospice te Nukerke

     

     

    0ns eerste groot kamp in 1961

     

    De uitnodiging tot het eerste kamp klonk als volgt:

    “Beste verkenner, Met dit schrijven,hebben wij de eer U uit te nodigen, tot de deelname van ons groot kamp ,welk dit jaar doorgaat te Herchies (xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />10 km over Beloeil) van 17 tot 24 juli. Slechts enkele bijzonderheden delen wij mede: Het kampterrein is gelegen in een enig mooi decor, tussen de rozenperken van een park binnen de muren van een eeuwenoud kasteel omringd door de slotgracht. Vandaar uit hebben we in een straal van 10 km, zéér leerrijke exploratietrekken die zullen bekoren, en u kunnen helpen om uw kennis in vaderlandse geschiedenis bij te werken. Er is geen dropping: geen vermoeiende karwijtjes. Rust hebben we nodig na de zenuwslopende examens. De kostprijs bedraagt 200fr (zichtkaarten zijn ter plaatse te bekomen). U moet mede brengen: kleding: pyjama, 2 paar kousen, trui, zakdoeken, strozak, 1 of 2 dekens, regenmantel, jas, ondergoed. Eetgerief: eetketel, lepel, vork, scoutsmes, 2 keukenhanddoeken, drinkbeker, veldfles. Toiletgerief: waskom, washandje, zeepdoos met zeep, handdoeken, tandenborstel en pasta, kam, spiegel, badpak .Allerlei: zangboekje, notaboekje + potlood, lidboekje, kerkboek, 10m touw, veters, zaklamp, naaigerief, schoengerief,. Hopende op uwe medewerking en deelname aan het kamp bieden wij U onze oprechte scoutsgroeten aan. Namens de leiding en groepsleider André Cardon. Schrijf zo vlug mogelijk in a.u.b., persoonlijk meebrengen: 1 brood +1/4  Kgr margarine. We vertrekken per fiets.” In totaal waren er 22 scouts onderverdeeld in de patrouilles Reebokken, Herten en Vossen.

     

    Groot kampvuur te Nukerke

    Op 2 juni 1960 schrijft het gemeentebestuur volgend Getuigschrift geschreven door burgemeester André Hubeau.

    “De Burgemeester dezer gemeente bevestigt dat het ter gelegenheid van een V.V.K.S. Cursus, aan André Cardon, groepsleider der Scouts, toegelaten is een kampvuur in te richten op het plein dicht de dorpsplaats, op Zaterdag 4 Juni van 20 tot 22 uur.”

     

    Mogelijke dagindeling tijdens een welpenkamp

    Minimum rust :                                     welpen 9 u.

                                                    O.W.8 u.

    7.00 opstaan O.W.

    7.30 opstaan welpen                            - 3 weesgegroetjes en morgenopdracht

                                                    - L.O. stonde – wasbeurt – korte schouwing

    8.00 Angelus – H. Mis

    8.45 Ontbijt – O.W. bedienen de welpen

    9.15 Opruimen slaapzaal – luchten nachtkledij – handdoeken droegen, enz. 

    9.45 Schouwing – horderoep – wet –vlaggegroet – meesterwoord – karweitjes bepalen

    10.00 Kampkledij

              Karweitjes: aardappelen ,boodschappen, water, hout, terrein

    10;45 Hordevergadering

    12.30 Angelus- handen wassen – middagmaal

    13.00 Rust – Halve rust – kaartje schrijven – verhaal – stille proeven in oefenen

    13.45 Tocht – huttenbouw – zandspelen – themaspelen(waaronder vieruurtje)

    18.30 Schoenen poetsen –Grote wasbeurt

    19.00 Angelus – Avondmaal – Slaapplaats klaar voor de nacht

    19;30Avondaktiviteit: Rode bloem – Vertellen – zangavond – avondwandeling

    20;30 Horderoep – vlag breken – avondgebed

    21.00 Stilte

     

    Oproep tot vernieuwde culturele werking  (1960)

    Pastoor Van Poecke De Knijf  zond volgend schrijven naar de jeugdbewegingen.

    “Beste …., met de bedoeling een vernieuwde kulturele werking op touw te zetten op ons dorp wordt U uitgenodigd op een samenkomst van alle belangstellenden op Zaterdag 19 Maart te 19 uur in de Parochiale zaal. De Heer Burgemeester zal deze stichting vereren door zijn aanmoedigende aanwezigheid zoals nog veel andere personaliteiten van ons dorp.

    Graag mochten wij op Uw daadwerkelijke medewerking hopen voor die mooie taak ons volk te verheffen en te verrijken tot een betere samenleving. Dit zou dan tevens de grondslag zijn van een hernemen van ons Davidsfondswerking. Op het programma van de avond staan volgende aktiviteiten: opmaken van een breed bestuur, verkiezen van een voorzitter, opstellen van een werkprogramma volgens ieders wens en tenslotte een goede ontspanning waardoor iedereen met een opgeruimd gemoed huiswaarts zalkunnenkeren. Laten we onze handen samenleggen dan krijgen  we zeker onze wagen terug aan het rollen? Uw dorpsherder Van Poecke De Knijf en onderpastoor D’Haenens     namens het Davidsfonds A. Cardon sekr”

     

     

     

    Wijding van de scoutsvlag in 1960

    Nukerke, postdatum 

    Beste Broer in de V.V.K.S. Met deze nodigen wij U uit deel te nemen aan de plechtige wijding van onze scoutsvlag; welke plaats heeft op zondag aanstaande 18 september om  8.15 uur. Gelieve te vergaderen aan het lokaal om 8;45 uur; vertrek naar de pastorij voor de overhandiging va,n de vlag. Na de vlaggewijding leggenverkenners hun plechtige gelofte af, gevolgd door de plechtige hoogmis. Daarna is er gezellig samenzijn in het lokaal. Voor de verkenners dringen wij ten stelligste aan dat zij de vergadering bijwonen op zaterdag 17 september om 4.30 stipt. Niemand wordt verontschuldigd zonder wettige reden. Intussen groeten wij U met een stevige linker. De Voorzitter-aalmoezenier   De groepsleider

    N.B. Iedereen, V.T., Verkenners en Welpen treden aan in UNIFORM

     

    Het scoutslokaal in 1960 reeds in gebruik.

    In een verslag van 10 spetember 1959 door DS Van Belle lezen we dat Nukerke over een eigen heem beschikte en kon rekenen op een sterke voortrekkersploeg van 11 man. ”De stamwerking van die ploeg is ter bespreking”. In overleg met de pastoor Joseph Van Poecke De Knijf en mits zijn akkoord mocht de scoutsgroep De Breydelszonen een lokaaltje bouwen in de boomgaard aan de westkant van de parochiezaal. Ook de buurman Michel Langie gaf zijn toestemming mits voldaan werd aan een paar voorwaarden qua hoogte en veiligheid van het lokaal. Links en rechts werden goede zielen aangesproken om te komen helpen met raad en daad. Het grootste deel van de ruwbouw werd verricht door Sylvain Devos, een gepensioneerd mijnwerker. Nu klusjesman avant la lettre. De betonvloer werd gegoten door Gilbert Vandenabeele. De voordeur en een paar ramen was “van de krijg” als ook een klein ”duveltje”waarmee we het lokaal verwarmden. Het houtwerk werd geleverd door de gebroeders Aelvoet. De binnenruimte was voorzien van een paar hoeken waar de patrouilles konden afspraken maken. Er was ook een zolder waar het karig, maar kostbaar materiaal, zoals kookgerief, bijltjes en schopjes, werd bewaard. Vóór het lokaal werd een pleintje geëffend en werd een primitieve vlaggenmast geplant. De sleutel van het lokaal werd bewaard door de pastoor.

    Het kostenplaatje voor de bouw werd laag gehouden. Er waren giften en de scouts hadden een papierslag georganiseerd. Het papier werd opgehaald met de camion van Gaston Moreels.

    We vonden een paar facturen terug betreffende de bouw van het heem. Factuur  bij Decordier’s  Bouwmaterialen Oudenaarde voor parochiale werken: 500 kg cement   550 fr  -  1000kg zand    180 fr  -   1000kg gravier      300fr   met taks aan 6 % maakt 1063 fr contant betaald op 31augustus 1961. We vonden nog een rekening gericht aan Eerwaarde Heer Schoorens Maurice voor een bestelling van houtwerk bij Omer Aelvoet voor het dakwerk (unalit, pannelatten en isomo) met een bedrag van 975,80 fr. Een deel van de kosten werd betaald met de opbrengst van een papierslag. Gaston Moreels leende gratis zijn vrachtwagen uit om het papier op te halen. We waren hem daar zeer dankbaar voor.

     

    Aktiviteiten

    De vergaderingen en andere activiteiten konden nu doorgaan in het scoutsheem. Voordien kwamen de scouts samen in de parochiezaal. Onder de leuze “Trek uw spoor” verbleven de scouts meestal in volle natuur. De samenkomst begon om 16u30 en eindigde om 18u30 in de zomer en om 17u30 in de winterperiode van november tot einde februari. Veel activiteiten gingen door in de parochiezaal, de speelplaats van de dorpsschool en natuurlijk in de wijde natuur voor de talrijke natuurexploraties. Vooral het ’t bos De Spijker op ‘Heidje was in trek en dus een geliefkoosd oord om sporen te leggen en bosspelen te organiseren. De Breydelszonen  waren dus veel in het straatbeeld te zien en kregen bij sommigen de naam van straatlopers. Dit werd echter gezegd door diegene die de scouts niet gezind waren. Ja, niet alle ouders wilden hun kinderen aansluiten bij de scouts. Zij te dachten beter te zijn hielden hun kinderen liever thuis om werkjes op te knappen o.a. op de boerderij.

    Het leergehalte bij de scouts was belangrijk. De kinderen leerden over dieren en planten, over de zon,de maan en de sterren. De scouts gebruikten stafkaarten en het kompas en konden de afstand en de richting bepalen. Ze kenden knopen en konden deftige houtconstructie bouwen. Er werden beginselen van hygiëne en eerste hulp bijgebracht  enz. … Voor de kinderen van “den buiten” een hele belevenis.

     

    De aalmoezenier neemt ontslag

    Zoals we schreven in het voorwoord, was Willy D’Haenens een bezielend priester; jong en Vlaams. Hij was leraar aan het Sint-Antonius College te Ronse met toen nog een Franstalige afdeling. In een stad aan de taalgrens was de taalgevoeligheid ook in Ronse sinds decennia een aspect van de samenleving. Ronse was Vlaams, moest Vlaams blijven en moest dat uitstralen. Het werd grote vakantie en mensen hebben al eens wat tijd en krijgen rond 11 juli al eens een ideetje. Op een mooie 11 juli 1960 voerde D’Haenens het woord bij de daad. Hij nam zijn leeuwenvlag onder de arm, beklom wat krakende treden van het collegegebouw en hees de Vlaamse leeuw op het dak. De gele en zwarte kleuren wapperden boven Ronse, toch een Vlaamse stad.  Willy  glunderde zoals nooit te voren . Maar algauw kwam deze typische Vlaamse jongensstreek aan de oren van ene superior Elias Couvreur, een man uit de Ronsische burgerij. Die schoot in een Franse colère en verzocht zijn jonge leraar onmiddellijk een einde te maken aan deze misplaatste grap. En het zou nog een staartje krijgen…Ja, en op 18 september 1960 ontvingen de Breydelszonen van hun aalmoezenier volgende brief.

    “Schorisse 17-9-60  Mijn beste Oubaas, Opman en scouts,

    Het heeft mij zeer verheugd uw  voort bloeiende werking vast te stellen in de uitnodiging die ik kreeg voor de vlaggewijding en belofteaflegging. Ik feliciteer van harte Mark en Theo en hoop dat zij de sporen zullen volgen van hun vrienden naar Kristus toe. Het spijt me enigszins bij U niet te kunnen vertoeven op dit schone ogenblijk maar ik verzeker U van mijn dagelijks gebed voor uw schone jeugd en verwachte hetzelfde van U. In afwachting U nog wel eens hier of daar te ontmoeten wens ik U beste moed en een fiere volharding in de schone opbouw van een jong kristelijk leven. Goede moed en Were Di!

    God zegene en beware U. Uw oud-almoezenier.” Getekend  D’Haenens

    Waar was onze aalmoezenier gebleven. Wel, na het verwijderen van de leeuwenvlag werd hij staandevoets ontslagen als leraar in het college en aangesteld als onderpastoor in Schorisse. De groep zat zonder aalmoezenier want op de pastoor, oud scoutsleider, moest de groep niet veel rekenen. Ondertussen was Maurice Schoorens reeds een paar jaar seminarist maar veel tijd kon hij niet aan de jeugdwerking besteden. In de volgende moeilijke jaren werd aan de pastoor gevraagd van op de predikstoel eens een oproep te doen naar de jeugd van Nukerke. Maar dat wees hij af. Dat had geen nut meer!

     

    De scouts gaan op IJzerbedevaart

    Het plaatselijke Davidsfonds bestuur bestaan uit de voorzitter Henri Gottigny, secretaris André Cardon en medewerker Hedwig Vandenabeele organiseerden op 21 augustus 1960 een reis naar de IJzertoren. De bus vertrok op het Dorpplein om 6u30. Na de plechtigheid op de ijzervlakte bezochten de bedevaarders het kerkhof van Adinkerke om dan te pauzeren in de Panne. Om 18u45 vertrok de bus naar Torhout waar een “T.V.-Blaaskapelle” de groep een gezellige Oberbayeravond bezorgde.

    De deelnemingsprijs bedroeg 95fr en je kon inschrijven via de plaatselijke jeugdbewegingen.

     

    V.T. Distriktdag te Nukerke

    Verslag.” De Distriktdag die in het teken stond van de Voortrekkerij mag zeer goed geslaagd heten, ondanks het slechte weer die we in de voormiddag gehad hebben. De exploratie op sociaal gebied, heeft ten zeerste geboeid en bracht soms in bepaalde gevallen verschillende strekkingen naar voor. Na een smakelijk middagmaal en een gezond ontspanningshalfuurtje werd dan met veel sympathie aan de instruktorenopleiding begonnen die rond 17 uur eindigde met een plechtig lof en een slotformatie. De groepen waren vertegnewoordigd met: Oudenaarde 10 man,   Zottegem   7 man,   Nukerke   7 man,    Ronse    3 man. Ontvangst van de dag 870 fr  middagmaal betaald   400 fr. De rest of 470 fr werd gestort op rekening van de D.S G. Verschoore”

    .

    Ledenlijst 1961 voor werkjaar 1962

    Zie volgende rubriek.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    27-10-2006, 00:00 geschreven door Hedwig
    Reacties (0)
    Archief per maand
  • 01-2017
  • 04-2013
  • 12-2012
  • 12-2008
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !
    Archief per week
  • 16/01-22/01 2017
  • 29/04-05/05 2013
  • 17/12-23/12 2012
  • 25/12-31/12 2006
  • 18/12-24/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Blog als favoriet !
    Startpagina !
    Categorieën
    Hoofdpunten blog Maarkedalinbeeld
  • VOORWOORD
  • Enkele tekeningen
  • Enkele tekeningen
  • Enkele tekeningen
  • Vervolg tekst
  • Volledige tekst
  • Sint-Antonius in de Sint-Vincentiuskapel in Maarke-Kerkem
  • 57. Hoeve De Donder.
  • 55. Pastorie te Nukerke
  • 54. De negenkoten te Nukerke
  • 53. Ter Borchtmolen
  • 52. Huisje van Lea Baert
  • 51. Protestants kerkje in Etikhove
  • 50. Evangelisch huis in Horebeke
  • 48. Omer Wattez aan zijn geboortewoning
  • 49. Dorpsplein te Mater (Oudenaarde)
  • 47. Woonhuis van Hugo Claus in Nukerke
  • 45. Kapel van Kerselare
  • 43. Goet ten Broecke
  • 46. Gemeentehuis van Sint-Maria Horebeke
  • 42- Valerius De Saedeleer - Villa te Ethikove
  • 41- Huis Van Malleghem
  • 39 - Molen ten Hengst
  • 44. Goet Ten Broecke
  • 40 - Rustoord Sint-Leonard
  • 43-Molen Ten Hotond
  • 36 - Kerktoren van Etikhove
  • 46. Palet
  • 16 - Werkmanshuisje
  • 1 - Gemeentehuis te Etikhove
  • 37 - Huidig dorpszicht van Nukerke
  • 35 - Kerk te Etikhove
  • 34 - Parochiekerk van Louise-Marie
  • 33 - Kerkje van Kerkem
  • 32 - Kerkje te Kerkem
  • 31 - Ladeuzemolen
  • 30 - Kloosterwoning te Louise-Marie
  • 29 - Kerktoren te Nukerke
  • 28 - Kerk te Schorisse
  • 32 - Kerk van Maarke-Kerkem
  • 26 - Hof te Cattebeek
  • 25 - Vroegere windmolen Ter Geynst
  • 24 - Sint-Vincentiuskapel Maarke-Kerkem
  • 23 - Herenhuis te Louise-Marie
  • 21 - Kerk te Nukerke
  • 20 - Windmolen Ter slepe
  • 19 - Pastorie te Schorisse
  • 18 - Oude hoeve te Etikhove
  • 17 - Kasteelmolen te Schorisse
  • 15 - Oude hoeve
  • 14 - Hoevetje te Nukerke
  • 13 - Oud schoolhuis te Nukerke
  • 12 - Huidige windmolen Ten Bossenaere
  • 11 - Windmolen Ten Hengst
  • 9 - Windmolens Ten Kruissens
  • 10 - Molens Ten Kruissens
  • 8 - Vroegere houten windmolen te Etikhove
  • 7 - Hospice te Nukerke
  • 2 - Vroeger dorpszicht te Nukerke
  • 5 - Mooie hoeve langs de Bossenaarstraat
  • 4 - Hof te Cattebeek
  • 3 - Vroeger spoorwegstation te Etikhove
  • 6 - Oude dorpskom van Nukerke
  • 60. Het Schaliënhof
  • 56. Genot op den Berg in Maarke-Kerkem
  • 62. Werkmanshuisje in Brakel
  • 61. De hut van Sylvie
  • 58. Veldkapel te Ronse
  • Over Sylvie, de kluizenaarster.
  • 63. Lemen huisje
  • Burgemeester André Hubeau
  • Een hoekje van Zuid-Vlaanderen
  • 59. Valerius De Saedeleer
    Hoofdpunten blog Nukerke
  • Reliëfkaart van Nukerke op 1/10 000
  • Linde langs de Pontstraat.
  • Voorwoord
  • Molens
  • Louise-Marie
  • Dorpskern
  • Nukerke, aan de voet van de getuigenheuvels
  • Opkomst van het protestantisme (vervolg)
  • Vanaf het Oostenrijks Bewind
  • Naar de 20ste eeuw
  • Perikelen over de Tweede Wereldoorlog
  • Schilderspalet
  • Wapenschild van Nukerke
  • 1.Oud-gemeentehuis te Nukerke
  • 4.De snibbemolen
  • 3.Hospice
  • 2.Oude dorpskom
  • 5. Windmolen ten Kruissens
  • 6. Windmolen Ten Hengst
  • 7. Oud-schoolhuis
  • 8. Oud hoevetje
  • 9. Gesloten hoeve
  • 10. Windmolen ter Slepe
  • 11. Kerk te Nukerke
  • 12. Binnenzicht van de kerk
  • 14. Windmolen Ter Geynst
  • 13. Herenwoning te Louise-Marie
  • 15.Kerktoren te Nukerke
  • 16. Louise-Marie - woonhuis
  • 17. Kerk La Salette
  • 18. Huidig dorpszicht
  • 19.Molen ten Hotond
  • 20. De Keizerrei
  • 23. De Paepscheure in Zulzeke
  • 22. Klooster te Nukerke
  • 21- Kerkje van Melden
  • 24. Tijdelijk verblijf van Hugo Claus
  • 25. Leo Piron
  • 26. Watermolen Ten Meulebroecke
  • 33b. Huisjes van de negenkoten
  • 33a. De negenkoten
  • 33. De negenkoten
  • 32. De oude steenweg
  • 31. Hospice en St-Vincentius
  • 3O. De spoorwegtunnel
  • 29. Aan 't lindeke
  • 28. De laatste suisse in de kerk te Nukerke
  • 27. Veldkapelletje langs de Weitstraat
  • 39. Ingang tot het Muziekbos in Louise-Marie
  • 38. Woning van de familie Van Malleghem
  • 34. Het kerkje te Zulzeke
  • 37. Aan Den Engel
  • 36. Molen ten Hengst met bijgebouwen
  • 35.Pastorie te Nukerke
  • 48.Goet ten Broecke met watermolen
  • 47. Goet ten Broecke
  • 46. Boerderij van oud-burgemeester Francis Vander Eecken.
  • 42. Kapel van mere.
  • 41. De site rond het Waterkasteel
  • 40. Kapel de Rode Haan
  • 71. In de sterre
  • Hoevetje van Merke Verbruggen
  • 55. De Nedermolen in Zulzeke
  • Zulzeke dorp
  • 52. Maison de commune de Nukerke
  • 51. Windmolen Ter Geynst
  • Linde aan de Lesborre
  • 43. Hoeve Schoorens
  • 50. Sint-Antonius-abt
  • 49. Lemen schuur op den Dries

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!