Een Franse
vriend vroeg me mee om champignons te gaan zoeken. Drie uur lang hebben we
gezocht om slechts een handjevol te vinden. Mijn Franse vriend was verrukt: Die
gaan we vanavond heerlijk klaarmaken met een omelet. Hij maakte ze met
enthousiasme klaar en zat heerlijk te smullen, een feest vond hij het. Ik keek
het verbaasd aan. OK het smaakte, maar om nu te zeggen dat het zo geweldig was.
We hebben er wel drie uur voor moeten zoeken en uit de supermarkt smaken ze net
zo goed. Dit aldus een Nederlandse gast die onlangs bij ons was. Hoe duidelijk
komt hier het cultuurverschil naar voren tussen Nederlanders en Fransen. Voor
Fransen is het de gewoonste zaak om in september en oktober op zoek te gaan
naar champignons en je koopt ze misschien op de markt, maar zeker niet in de
supermarkt. Op de gekste plekken langs het bos zie je autos geparkeerd staan
en is het ineens voor mannen geoorloofd om met rieten mandjes rond te lopen. De
dagelijkse gesprekjes gaan er over. Je vraagt naar elkaars vangst of het wel
of niet een goed seizoen is en je houdt angstvallig je beste vindplek geheim.
Het heeft wel wat vind ik. Wij leren nu veel over paddestoelen. En ik geef
eerlijk toe dat ik daar in Nederland geen interesse voor had. Ik ben een echte
stadse. Maar hier is alles anders. Nu we op het platteland wonen leren we
meer over het echte leven, zoals ik altijd zeg. Dus zoeken wij ook naar
paddestoelen (is in Nederland trouwens verboden) en leren welke het lekkerst
zijn en ook vooral welke je niet moet eten. Laatst hadden we girolles
gevonden. We hebben vriend Laurent uitgenodigd ze te komen eten, met een omelet
natuurlijk. Eigenlijk een beetje laf, want we dachten als hij het durft, dan
zullen ze wel goed zijn. Maar toch, in een dorpje even verderop wonen Engelsen,
gespecialiseerd in de ecologie (de relatie tussen een organisme en zijn
omgeving). Vorig jaar was er grote hilariteit omdat de hele Engelse familie was
opgenomen in het ziekenhuis na het eten van giftige paddestoelen. Het zal je
maar gebeuren.