*Bruiloft-De vreemdeling-De zomer-De val* van ALBERT CAMUS

Albert Camus, een leven tegen de leugen’ ***
Oorspronkelijke titel : " Noces " - Charlot Algiers -1938
Nederlandse titel : Bruiloft -1976 - De bezige Bij
Oorspronkelijke titel : "l'Etranger "-Editions Gallimard 1942
Nederlandse titel : De vreemdeling -1949 -De bezige Bij
Oorspronkelijke titel :"La peste " -Editions Gallimard -1947
Nederlandse titel : De pest -1948 - De bezige Bij
Oorspronkelijke titel : "L'Eté "-Editions Gallimard -1954
Nederlandse titel : De zomer -1976 -De bezige Bij
Oorspronkelijke titel : "La Chute "-Editions Gallimard -1956
Nederlandse titel : De val -1957 -De bezige Bij
***
De belangrijkste werken van Albert Camus, een van de Franse klassieken , zijn bijeengebracht in deze bundel.Het absurde van de twintig-eeuwse samenleving wordt in deze romans steeds afgezet tegen een persoonlijke moraal van vriendschap en menselijkheid. Een of meer hoofdpersonen blijkt altijd door de loop der gebeurtenissen, en nooit uit eigen vrije wil, schuldig aan een misdaad.
In De vreemdeling pleegt een jongeman, Meursault, een moord, waarvoor hij eigenlijk nauwelijks verantwoordelijk gesteld kan worden. Een aalmoezenier staat de weerloze Meursault bij nadat hij ter dood veroordeeld is.
De pest verhaalt over de ongelukkige Cottard die in de door de pest belegerde stad Oran zijn positieven verliest en, na een poging tot zelfmoord, op iedereen begint te schieten.De moraal wordt hier vertegenwoordigd door de hoofdpersoon, dokter Rieux, die meent dat ondanks alle ellende ' in de mens meer te bewonderen dan te verachten ' valt.
In De val zorgt een dramatisch voorval ervoor dat de advocaat en 'rechter-in-penitentie' Clamence , die zichzelf superieure oordelen over anderen aanmeet , al zijn zekerheden verliest.
Bruiloft en De zomer zijn lyrische essays waarin Camus op nostalgische wijze terugverlangt naar zijn moederland Algerije.In Bruiloft is het nog een wanhopig en mystiek verlangen, in De zomer is de tragiek complexer ; zijn terugkeer naar het Zuiden is dan ook een terugkeer naar zijn 'innerlijk landschap'.
Albert Camus-1913-1960
Albert Camus (Moldovi, Algerije,7 november 1913 - Villeblevin,4 januari 1960) was een frans filosoof en schrijver. Hij was naast Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir een van de leidende figuren van het existentialisme.
- De Franse schrijver Albert Camus (1913-1960) behoort tot de grote schrijvers en denkers van de twintigste eeuw
Er rijst een veelkleurig beeld op van een bewogen mens. Een mens die verre van volmaakt was. Een mens die wel deugde. Iemand die niet meehuilde met de wolven in het bos, die niet mee-fraudeerde met de onbenullen op het laagste of hoogste niveau. Die niet boog voor het nazisme, niet zweeg toen er gesproken moest worden.
Camus’ hartstocht weerspiegelt echter een zekere ‘tijdloosheid’ die van hem een levende Don Quichotte maakte. En dat laatste is bedoeld als een groot compliment want niet Don Quichotte was gek maar de wereld waarin hij ‘doolde’.
Albert Camus was een ‘ridder’, een gentilhomme, een gentleman, een aristocraat, zonder enig spoor van moreel of maatschappelijk feodalisme.
Hij was ‘realist’ omdat hij zag dat de wereld tegelijk een zwijnenstal en een slangenkuil is. Als schrijver en toneelspeler bracht dat hij dat meesterlijk onder woorden. Hij was echter wezenlijk begaan met de mens en uit alles blijkt dat hij een warm kloppend hart had. Dit komt literair gezien het best tot uiting in zijn werk "L’homme révolté’ (De mens in opstand) waarin hij het recht op – en de plicht tot! – opstand rechtvaardigt en het revolutionaire, totalitaire nihilisme onvoorwaardelijk afwijst. In zijn dagboek schrijft hij daarover:
‘De mens in opstand. Ik heb de waarheid willen zeggen zonder op te houden mild te zijn. Dat is mijn rechtvaardiging.’
Tijdens de oorlog voegde Camus zich bij een groepering in het Franse verzet genaamd Combat, die in het geheim een krant publiceerde met dezelfde naam. Deze groepering werkte tegen de Nazi's, en tijdens zijn lidmaatschap kreeg Camus de bijnaam "Beauchard". Camus werd redacteur van de krant in 1943 en toen de geallieerden Parijs bevrijdden, werd Camus geïnformeerd over de laatste gevechten. Hij verliet Combat in 1947, toen het een commerciële krant werd. Vanaf hier kwam hij in contact met Jean-Paul Sartre Na de oorlog maakte Camus deel uit van Sartre's omgeving en bezocht hij regelmatig Café de Flores op de Boulevard St. Germain in Parijs. Camus tourde ook door de Verenigde Staten om lezingen te houden over het Franse existentialisme. Hoewel hij op de linkse politiek leunde, verkreeg hij geen vrienden in de communistische partijen met zijn sterke kritieken op de communistische doctrine en vervreemdde hij uiteindelijk ook van Sartre.
Toen in 1949 zijn tuberculose terug keerde leefde hij 2 jaar in afzondering. In 1951 publiceerde hij De mens in opstand, een filosofische analyse over opstand en revolutie, waarmee hij zijn afkeer van het communisme verduidelijkte. Het boek zorgde voor veel controverse onder zijn collega's en tijdgenoten in Frankrijk en leidde tot de uiteindelijke breuk met Sartre. De strenge ontvangst maakte hem depressief en hij begon in plaats daarvan toneelstukken te vertalen.
Camus' meest kenmerkende bijdrage aan de filosofie was zijn idee van het absurde
Van 1955 tot 1956 schreef Camus voor L'Express. In 1957 werd hem de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend, officieel niet voor zijn roman De val, het voorafgaande jaar gepubliceerd, maar voor zijn schrijven tegen de doodstraf in het essay Réflexions sur la Guillotine. Toen hij met studenten van de Universiteit van Stockholm sprak, verdedigde hij zijn duidelijke inactiviteit in het Algerijnse vraagstuk en verklaarde dat hij ongerust was over wat er met zijn moeder kon gebeuren die nog in Algerije leefde.
Camus overleed begin 1960 bij een auto-ongeluk bij Sens toen hij onderweg was naar Nederland voor een lezing. De chauffeur van de Facel Vega was eveneens zijn uitgever en goede vriend Michel Gallimard die ook omkwam bij het ongeluk.
Zijn voortbestaan wordt verzorgd door zijn twee kinderen, Catherine en Jean, die de auteursrechten van zijn werk hebben.
‘Zijn koppige, eerlijke, zinnelijke humanisme moest het opnemen tegen de onoverzichtelijke, ingrijpende gebeurtenissen van deze tijd. Maar door zijn hardnekkig weigeren liet hij daarentegen opnieuw duidelijk merken, midden in onze tijd, tegen de machiavellisten in, tegen het gouden kalf van het realisme in, dat er zoiets als moraal bestond.’ - Jean-Paul Sartre.
Romans :
1942 - De mythe van Sisyphus (Le Mythe de Sisyphe) -Non Fictie
1947 - De pest (La Peste) -Roman
1950 - De rechtvaardigen (Les Justes)-Toneel
1951 - De mens in opstand (L'homme révolté)- Non Fictie
1956 - De val (La Chute) - Roman
1957 - Koninkrijk en ballingschap (L'exil et le royaume) - Kort Verhaal
1970 - De gelukkige dood (La Mort heureuse) (eerdere versie van De Vreemdeling, postuum gepubliceerd)




















