De naam van de roos : van UMBERTO ECO


- Oorspronkelijke titel : " Il nome della rosa "
- een raadselachtige historische roman.
De roman speelt zich af in de Middeleeuwen.
Het is een misdaadroman, die de spanning heeft van een detective en waarin alles gebeurt binnen de muren van een Benedictijnerabdij.
Maar zoals wij dat van Eco gewend zijn bevat de roman onder het oppervlak van "het detective-verhaaltje " vele diepere lagen en literaire verwijzingen.
Alles komt in een geraffineerde gedetailleerdheid op de lezer af.
In november van het jaar 1327 wordt de Franciscaner monnik William van Baskerville door de Duitse keizer, Lodewijk van Beieren, naar een Benedictijner abdij in Noord-Italië gestuurd, met als opdracht een congres te organiseren waaraan Benedictijnen en Franciscanen zullen meewerken, in een poging een oplossing te vinden voor het voortslepende conflict tussen de Franciscaanse minderbroeders en de paus.
Een paar dagen voor hun aankomst , werd de monnik Adelmo er op geheimzinnige wijze dood aangetroffen en William begint op een discrete wijze een onderzoek.
Het verhaal wordt ons verteld door de jonge novice Adso van Melk, die als knecht met William meereist.
Op de eerste dag van hun verblijf bezoeken William en Adso het scriptorium en de bibliotheek. Die bibliotheek, die de trots is van het klooster en honderden manuscripten bevat, heeft de vorm van een labyrint en slechts de bibliothecaris, Malachias van Hildesheim, mag er binnengaan.
Maar de tweede dag van hun verblijf gebeurt er reeds een tweede moord : in een vat dat het bloed van een pasgeslacht varken bevat, wordt het lijk van Venantius van Salvemec ontdekt, een monnik die in het scriptorium werkte en ook Grieks kende.
William raakt er zo van overtuigd dat bibliotheek en scriptorium een centrale rol spelen in het mysterie.
Op de derde dag verdwijnt een andere monnik, een zekere Berenger. Zijn lijk wordt tegen de avond gevonden: verdronken, zo lijkt het althans, maar William komt erachter dat de monnik vergiftigd werd.
Als Adso alleen op onderzoek uitgaat in de bibliotheek,wordt hij bang en vlucht, in de keukens van het klooster en ontmoet daar een meisje uit het naburige dorp dat hem inwijdt in de geheimen van de liefde...
De vierde dag komen de Franciscaanse minderbroeders aan voor het congres.
Daarnaast wordt de knecht Salvatore samen met een meisje ontdekt dat eerder Adso had verleid; het meisje wordt beschuldigd van hekserij en terstond opgesloten.
Ondertussen vindt een nieuw delict plaats: de herborist Severinus wordt met ingeslagen schedel gevonden, nadat hij aan William verteld heeft over een geheimzinnig manuscript. De cellarius, Remigio van Varagine, wordt beschuldigd van de moord.
De volgende dag wordt de bibliothecaris Malachias dood aangetroffen.
Terwijl hij het lichaam onderzoekt, merkt William op dat drie vingertoppen van de rechterhand zwart gekleurd zijn.Hetzelfde
fenomeen had hij vastgesteld bij de andere doden; dit doet hem denken aan een vergif.
Terwijl hij naar andere aanwijzingen zoekt, ontdekt William een geheime doorgang die toegang geeft tot het centrale, geheime deel van de bibliotheek.
Tijdens de nacht gaan William en Adso naar de bibliotheek. Plots horen ze iemand die de verstikkingsdood sterft achter de wand: ze ontdekken een geheime kamer en de zesde dode blijkt de abt zelf te zijn.
Uiteindelijk slagen William en Adso erin het mysterie op te lossen.
In het geheime centrum van het bibliotheek-labyrint wordt een manuscript bewaard: het gaat om het tweede boek van de Poetica van Aristoteles, over de komedie, waarvan men dacht dat het verloren was gegaan. Jorge van Burgos, de ex-bibliothecaris, wilde niet dat de monniken op de hoogte waren van de inhoud van het (heidense) manuscript en had het ingesmeerd met dodelijk vergif. De oude Jorge wordt zo ontmaskerd maar probeert het manuscript uit de handen van William te redden door de in gif gedrenkte pagina’s van het boek op te eten en de bibliotheek in brand te steken. Zo gaat het aristoteliaanse manuscript definitief verloren en Jorge wordt de zevende dode.
Het boek eindigt als William en Adso de brandende abdij achter zich laten en ieder hun weg uit gaan, om elkaar nooit meer terug te zien.
De Italiaanse schrijver en hoogleraar in de semiotiek Umberto Eco werd in 1932 geboren in Alessandria in Piemonte. In de literaire wereld raakte Eco vooral bekend door zijn werk "Il nome della rosa" (De naam van de roos), dat ook als speelfilm met de acteur Sean Connery een groot succes werd.
Eco houdt zich als wetenschapper vooral bezig met semiotiek (de leer de tekens) en is een specialist in de middeleeuwse esthetiek. Ook bestudeert hij de verschijnselen van massacommunicatie en de consumptiemaatschappij (reclame, stripverhalen en speelfilms).










