*Hersenschimmen* van J. BERNLEF


" HERSENSCHIMMEN "
Uitgeverij :Em. Querido's Uitgeverij b.v., 1986
gebonden- 160 blz.
"Een mooie droom waar iedereen wordt ingewiegd en elk apart uit wakker wordt."
***
Hersenschimmen vertelt het tragische verhaal van de gepensioneerde Nederlander Maarten Klein, die in Noord-Amerika van zijn oude dag aan het genieten is. Maar dan begint zijn verstand weg te lekken.
Maarten raakt afwezig, heeft het gevoel te verdwalen, kan heden en verleden niet meer onderscheiden, verliest zijn greep op de taal en wil plotseling weer naar zijn werk.
Kortom : Maarten lijdt aan hersenschimmen.
Een veel voorkomend verschijnsel in Bernlefs boeken is het thema "vergeten". In 'Hersenschimmen' is het vergeten in de zin van verdwijnen: Het verleden van Maarten Klein (de hoofdpersoon) 'verdwijnt': hij kan het zich niet herinneren.
Het boek 'Hersenschimmen' werd voor het eerst in 1984 uitgegeven en is Bernlefs populairste werk.
'Hersenschimmen' is een roman die wordt verteld vanuit het ik-perspectief. Het is soms moeilijk te volgen doordat Maartens gedachten een beetje verward zijn. Het thema is het al eerder genoemde 'vergeten', maar ook het beginnen van dementie.
Het verhaal is geschreven vanuit de belevende ik-figuur. Je ziet alles door de ogen van Maarten. Het perspectief blijft de hele tijd hetzelfde, zodat je echt meemaakt hoe zijn geheugen langzaam aftakelt. In het begin heeft Maarten wel door dat hij (zijn geheugen) achteruit gaat, maar ziet ook in dat hij hier weinig aan kan doen. Naarmate het verhaal vordert, is hij zich steeds minder van dingen bewust, en realiseert zich dan ook niet (meer) dat er iets mis is met hem.
De hoofdpersoon van het verhaal is Maarten Klein, 72 jaar. Hij is geboren in Alkmaar, maar woont al 15 jaar in Amerika. Hij werkte bij een visserijorganisatie, IMCO als notulist. Hij is inmiddels gepensioneerd. Maarten is een round character, omdat we steeds meer over hem te weten komen, ook over zijn verleden.
Een ander, heel belangrijk persoon in het boek is Vera. Vera is de vrouw van Maarten, en ze moet hulpeloos toekijken hoe Maarten aan het dementeren is. Samen hebben ze twee kinderen: Kitty en Fred. (allebei typen, omdat dit het enige is wat we over ze te weten komen) Vera is ook een round character.
Twee andere personages die in het boek beschreven worden zijn dokter Eardly, de huisarts die Maarten ‘behandelt', en het probleem met medicijnen probeert op te lossen, en de gezinshulp; Phil Taylor.
Af en toe verwart Maarten haar met (een vriendin van) zijn dochter, of zijn oude piano lerares. Deze twee personages zijn allebei flat characters, omdat dit alles is wat we over ze te weten komen.
De beschreven tijd is acht dagen. Dit is opmerkelijk aangezien dementie normaal veel langer duurt om zulke drastische vormen aan te nemen als in het boek.
Er zijn ook flash-backs in het verhaal verwerkt, want Maarten leeft (af en toe) in gedachte nog in het verleden
Hersenschimmen is een hoogtepunt in de Nederlandse literatuur , een uiterst knap bouwwerk en een perfecte synthese van vorm en inhoud.
Want terwijl Maarten Klein steeds verder afglijdt, vertoont ook de taal waarin het verhaal gegoten is steeds meer gaten en dwalingen
Blijkbaar vindt de schrijver het menselijk geheugen een interessant fenomeen, want in zijn roman 'Eclips', die negen jaar na 'Hersenschimmen' verscheen, waagde Bernlef zich opnieuw aan een verhaal over een man die worstelt met geheugenproblemen.
In 'Eclips' gaat het in tegenstelling tot 'Hersenschimmen' niet over het langzaam kwijtraken van het geheugen, maar juist om het hervinden van het verdwenen geheugen.
J. Bernlef : 1937
pseudoniem van Hendrik Jan Marsman. 
***
Marsman (J. Bernlef) is geboren op 14 januari 1937 in St. Pancras, Noordholland. Na zijn jeugd in de hoofdstad gewoond te hebben verhuist hij in 1949 naar Haarlem.
Vijf jaar later gaat hij weer terug naar Amsterdam, waar hij de HBS afmaakt.
Op die school wordt hij door zijn leraar Nederlands geinspireerd om te gaan schrijven. Na zijn studie gaat hij in dienst waar hij zijn debuut als schrijver maakt. Na zijn dienstijd gaat hij op aandringen van zijn moeder naar het buitenland. Zodoende belandt hij in Zweden, een land dat een grote betekenis krijgt voor hem.
In de jaren '58 - '60 is hij veel in Zweden (hij werkt er in een hotel) en hij begint er te schrijven. In Zweden gebruikt hij ook voor het eerst de naam J. Bernlef.
Op 23-jarige leeftijd trouwt hij met Eva Hoornik, familie van schrijver Ed. Hoornik.
Hij schrijft Stenen Spoelen en Kokkels, voor beide werken krijgt hij de Reina Prinsen Geerligsprijs (1959).
Samen met G. Brands en K. Schippers richt hij het tijdschrift Barbarber op.
Voor zijn dichtbundel Morene (1961) krijgt hij in 1962 de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam.
Zijn beroep als schrijver/dichter wordt in 1965 definitief. Zijn beroep omvat voor hem ook het vertalen van Zweeds naar Nederlands en het schrijven van kritieken .
Vanaf 1970 is Bernlef betrokken bij het toneel en worden er enkele toneelstukken van hem opgevoerd (Sterf de moord 1973, In verwachting 1974).
In 1977 is hij een van de oprichters van het tijdschrift Raster.
Hij publiceert nog enige romans: Sneeuw (1973), Meeuwen (1975), De Man in het Midden (1977), Onder IJsbergen (1981) en Hersenschimmen (1984).
Voor zijn totale oeuvre krijgt Bernlef in 1984 de Constantijn Huygensprijs.
In 1993 wint Bernlef de PC Hooft prijs voor zijn proza, terwijl hij zichzelf vooral als dichter ziet.
BIBLIOGRAFIE :
1963 Onder de bomen (verhalen)
1965 Wat zij bedoelen (met K. Schippers
1965 Stukjes en beetjes (roman)
1966 De schoenen van de dirigent (poëzie)
1966 Paspoort in duplo (roman)
1967 De schaduw van een vlek (verhalen)
1967 Een cheque voor de tandarts (met K. Schippers, documentaire)
1968 Bermtoerisme (poëzie)
1969 De verdwijning van Kim Miller (verhalen)
1970 Wie a zegt (essays)
1970 Hoe wit kijkt een eskimo (poëzie)
1971 Het verlof (roman)
1971 Rondom een gat (een winterboek)
1972 De maker (roman)
1972 Grensgeval (poëzie)
1973 Sneeuw (roman)
1974 Brits (poëzie)
1975 Meeuwen (roman)
1976 De man in het midden (roman)
1976 Zwijgende man (poëzie)
1977 Gedichten 1960-1977
1978 Anekdotes uit een zijstraat (verhalen)
1979 Stilleven (poëzie)
1979 Nachtrit (toneel)
1980 De ruïnebouwer (verslag en schouwspel)
1980 De kunst van het verliezen (poëzie)
1981 Onder ijsbergen (roman)
1982 Alles teruggevonden/niets bewaard (poëzie)
1984 Hersenschimmen (roman)
1985 Verschrijvingen (prozagedichten)
1986 Wolftoon (poëzie)
1987 Publiek geheim (roman)
1987 Drie eilanden (roman)
1988 Gedichten 1970-1980
1988 Geestgronden (poëzie)
1989 Vallende ster (novelle)
1990 De noodzakelijke engel (poëzie)
1990 Doorgaande reizigers (verhalen)
1991 Verborgen helden (bloemlezing)
1991 Ontroeringen (essays)
1992 De witte stad (roman)
1993 Niemand wint (poëzie)
1993 Eclips (roman)
1994 Vreemde wil (poëzie)
1995 Alfabet op de rug gezien (poëzievertalingen)
1995 Cellojaren (verhalen)
1997 Achter de rug. Gedichten 1960-1990
1997 Verloren zoon (roman)
1997 Schijngestalten (bevat tevens Hersenschimmen, Vallende ster en Eclips)
1998 De losse pols (essays)
1998 Aambeeld (poëzie)
1999 Meneer Toto-tolk, ter gelegenheid van de jaarwisseling 1998-1999
1999 Haalt de jazz de eenentwintigste eeuw?
1999 Tindeman's Dilemma, verhalen



























De schrijver werd geboren in
In zijn totaliteit is Wie Niet Horen Wil weer een klassieke Patterson geworden. Verplichte aanschaf dus voor alle liefhebbers van zijn boeken en dat zijn er inmiddels heel erg veel. Het lijkt ook wel of zijn boeken de laatste jaren steeds beter gaan worden en die stelling kan met dit achtste deel zeker weer onderschreven worden. Mijn advies is dan ook simpel: ga naar de dichtstbijzijnde boekwinkel, koop dit boek, begin snel met lezen
























