* Het lied en de waarheid* van HELGA RUEBSAMEN


Het lied en de waarheid
Uitgeverij : Contact -1997
396 blz.
***
Louise Benda woont tot haar vijfde jaar op Java met haar vader, haar moeder, tante Margot en oom Felix.
Het boek is vanuit de belevingswereld van een fantasievol kind geschreven,waardoor sommige gebeurtenissen moeilijk nauwkeurig te beschrijven zijn, maar het maakt het wel leuk om te lezen.
Het verhaal begint op Java.
Louise Benda groeit hier op en leeft als het ware in een sprookjeswereld, problemen zijn er nooit. Louise voelt een grote verwantschap met de natuur en is eigenlijk een beetje naïef, of het komt gewoon omdat ze nog klein is, omdat ze alle verhalen die men haar verteld gelooft en letterlijk interpreteert.
Louise leeft in een geheimzinnige wereld, waarin werkelijkheid en fantasie moeilijk van elkaar te scheiden zijn. Als zij er met volwassenen over praat leid dit vaak tot grappige situaties. Want meestal gaat het over hele onschuldige zaken. Louise kan 's avonds nooit slapen en maakt vaak nachtwandelingen. Als ze, in haar onschuld, een keer verteld over de raadselachtige taferelen die ze meemaakt, ontstaat er een opschudding die haar verbijstert.
Mensen, dieren en planten veranderen in het maanlicht en krijgen de gestalten van goden en demonen.
In 1939 verlaat het gezin tijdelijk de idyllische plek in de tropen en vertrekt naar Europa, gedreven door de onheilspellende berichten voor de joodse familie. Er reist een dertienjarig pleegkind mee, het half-Balinese meisje Tinka.
Het gedeelte van het boek dat zich op Java afspeelt schets ons de "goede" tijd, in het gedeelte wat erna komt zijn er heel veel problemen.
Samen weren de tropenkinderen zich in Den Haag tegen hun vreemde, ontredderde omstandigheden.
Dit doen ze bijvoorbeeld met behulp van goden die ze "kennen" uit de tropen, alle gebeurtenissen en problemen proberen ze te verklaren aan de hand van deze goden
Als de oorlog uitbreekt, duikt Louise met haar vader onder bij Aleida, in het waterland. Opnieuw is zij getuige van geheimzinnige taferelen, maar nu heeft zij haar lesje geleerd. Zij zal voorlopig haar mond niet meer opendoen.
Om de dingen die ze niet graag wil doen en problemen te vergemakkelijken verzint ze een tweede persoon voor zichzelf die altijd alles wil en goed luistert.
Na de bevrijding komt alles weer goed. de laatste zin van het boek is: "Achterom kijken deed ik niet meer, ik keek vooruit. Mijn terugtocht begon.".
Het hele boek was voor haar dus een reis en aan het einde komt alles goed omdat ze weer naar huis gaat.
De intensiteit van de belevenissen, de trefzekerheid van de karakteriseringen, de onderhuidse humor en de vaart van de vertelling maken deze roman tot een bijzondere belevenis.
Het lied van de waarheid werd in 1998 genomineerd voor de Gouden Uil en bekroond met de Bordewijkprijs 1998.
***
Helga Ruebsamen-1934
Helga Margot Erika Ruebsamen werd 4 september 1934 geboren te Batavia-Weltevreden, hoofdstad van het toenmalige Nederlands Indië waar ze haar eerste 5 levensjaren doorbracht.Helga is de dochter van een Nederlandse moeder en de joodse, Duitse arts Rübsamen. Zij groeide op in een welgesteld gezin met twee kinderen, van wie zij het oudste was,eerst in Nederlands Indië, later in Den Haag.
Vanaf 1940
, na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, woonde ze in het degelijke en keurige milieu van het Haagse Benoordenhout .Zij volgde korte tijd balletlessen bij Olga Preobajenskaja in Parijs en studeerde psychologie.
Terug in Nederland was zij als journaliste verbonden aan het Haagse dagblad Het Vaderland.Via deze krant leert ze niet alleen het journalistieke metier kennen, maar ook het Haagse nachtleven en de ietwat verlopen beau-monde die daarbij hoorde. Het zal de stof vormen voor veel van haar verhalen, die ze aanvankelijk voor haar eigen plezier schrijft.
Als verslaggever voelde ze zich aangetrokken tot de zwarte schapen onder de Haagse bohémiens.
Ruebsamen debuteert in 1964 met de verhalenbundel :"De Kameleon."
Al in haar eerste verhalenbundel,:"De kameleon," liet ze het vernis van het Haagse mombakkes springen.
De verhalen vallen op door hun situering in het Haagse beetje-verlopen-bourgeois-milieu, de trefzekere stijl en de hoofdpersonen die allemaal in zekere mate hun eigen ondergang bewerkstelligen.
Haar eerste verhalenbundel kreeg een eervolle vermelding bij de Reina Prinsen Geerligsprijs in 1961.
Aan de liefde kleeft vrijwel altijd een zwart randje. Soms zijn haar verhalen ronduit absurd en herinneren ze aan de fantastische verhalen van F. Bordewijk of Belcampo. Haar werk blijkt dan ook veel overeenkomsten met de 'Gothic novel' te hebben. Zo wordt de scholier Vincent in het verhaal 'De kermisbruid' verliefd op een kermiscaissière die in 'De 8 Wereldwonderen' een hoofd zo groot als haar hele lichaam blijkt te hebben. Ook in :"De Heksenvriend "- haar eerste roman - lijkt het verhaal bijna een grimmig sprookje. Centraal in de losjes aan elkaar geknoopte verhalen staat een Cupidobeeld dat in een bos is achtergelaten door een kastheelheer. Het beeld wordt door de dorpelingen gebruikt om allerlei bijgeloof en volksverhalen aan op te hangen.
In 1971 verschijnt de verhalenbundel :"De ondergang van Makarov "en daarna blijft het stil rond Ruebsamen. Ze is wel aan het werk, schrijft, schaaft en schrapt, maar aan publiceren moet ze in die tijd niet denken - voor een groot deel veroorzaakt door haar zelfopgelegde literaire eisen en de vraag waarom ze eigenlijk schrijft.
.Een writer's block is iets dat de meeste schrijvers vroeg of laat wel eens overkomt. Maar zeventien jaar lang niet meer publiceren, zoals Helga Ruebsamen deed, is zeer uitzonderlijk.
'Toen ik in 1971 voorlopig ophield met publiceren, had ik me voorgenomen alleen nog Het Perfecte Verhaal te schrijven. Maar dat kwam niet.' Gelukkig begon ze in 1988 weer schoorvoetend aan haar carrière, die sindsdien juweeltjes als Het lied en de waarheid en Beer is terug opleverde.
In 1988 besluit ze alsnog een punt te zetten achter een aantal van haar vroegere verhalen en deze te bundelen. "Op Scheveningen "wordt met groot gejuich ontvangen. Ook in deze verhalen spelen de bekende Ruebsamen-elementen weer een grote rol: vrouwen die worstelen met drank, ouderdom en verval, absurde situaties, macabere humor. Bijna in al haar verhalen speelt het anti-burgelijke een rol. Deftige mensen hebben steevast boerse gewoontes, vloeken of doen aan smerige seks. Huwelijken zijn voor niemand een genoegen en overspel is aan de orde van de dag.
.'Ik vind Den Haag voornamelijk een schijnheilige stad. Mijn liefde geldt het verdrietige dat Den Haag heeft, het onvermogen dat blijkt uit veel dingen. Den Haag is een adellijke juffrouw uit het oeuvre van Couperus, een soort Eline Vere die niet mee kon met haar tijd.'
Begin jaren negentig wordt Ruebsamen docent aan de schrijversvakschool 't Colofon in Amsterdam.
In 1997 verschijnt Ruebsamens grote autobiografische roman :"Het lied en de waarheid", die zeer positief wordt besproken en genomineerd wordt voor de Gouden Uil en de Libris Literatuurprijs. Men roemt vooral het feit dat ze met deze roman ook heeft laten zien "een omvangrijk en samenhangend geheel" te kunnen schrijven - iets wat bij haar vorige romans nog wel eens ontbrak.
"De dansende kater" is van 1992, een bundel tragi-komische verhalen
Ruebsamen weet er ernorm veel in te suggereren, wordt nergens te expliciet, waardoor de krankzinnige gebeurtenissen hun raadselachtigheid bewaren.
In 1998 wordt zij met deze roman genomineerd voor de Gouden Uil en voor de Libris Literatuur Prijs.
Bibliografie :
De kameleon en andere verhalen-1964
De heksenvriend-1966
Wonderolie -1970
De ondergang van Makarov -1971
Pasdame-1988
Op Scheveningen -1988
Olijfje en andere verhalen-1989
De dansende kater-1994
Alleen met Internet -1996
Het lied en de waarheid-1997
Beer is terug -1999
De bevrijding-1999
Jonge liefde en oud zeer-2001
Les jardins de Bandung-2001
Zoet en zondig-2003
Holland zonder haast-2003


































