Het goddelijke monster van : TOM LANOYE

Uitgeverij : Prometheus -Amsterdam 1998
"Het eigentijdse verdriet van Belgie met het elan van een goddelijke komedie."
***
De beeldschone Katrien Deschryver is de slaaf van haar tijd en haar omgeving.
Ze is de ultieme conformiste : zij wordt gedwongen te handelen volgens het beeld dat de wereld van haar heeft, en ze lijdt daaronder.
Vooral omdat de wereld maar twee soorten rollen voor haar in petto heeft : fee of feeks , heldin of heks , en niets daartussenin.
Maar ze wil enkel zijn wat ze is - zo goed als niets.
Katrien kan haar glorieuze leven dan ook niet anders zien dan als een stuk toneel , gespeeld door een ongetalenteerde actrice.
De ongewilde , zelfs potsierlijke moord op haar man zal haar echter een andere werkelijkheid laten zien.
Vanuit de plaats van het ongeval , Zuid-Frankrijk , trekt ze samen met de lezer terug naar haar geboortegrond en ontdekt wat ze voorheen nooit zag : een uiteenvallende familie in een uiteenvallend land in het hart van Europa.
Verziekt door zwijgzaamheid , verrot door gesjoemel , bedorven door hypocrisie. Maar ook gedrenkt in eindeloze treurigheid en bevolkt met menig mens van goede wil....
Wie is uiteindelijk het goddelijke monster ? Katrien , of de invloedrijke familie die haar heeft opgevoed ?
Katrien , of het land dat haar heeft voortgebracht ?
Deze roman is een onvoorspelbare parabel rond de vaste thema's : liefde en dood, het mystische Vlaanderen , de onmogelijkheid van communicatie.
In een trefzekere en laconieke stijl geschreven en met een onstuitbare verbeelding ,beinvloed door zowel Woody Allen, Hugo Claus als James Ensor.
Tom Lanoye :
Tom Lanoye is op 27 augustus 1958 geboren in Sint Niklaas als jongste zoon uit een slagersgezin.
Eind jaren zeventig vertrekt hij naar Gent om daar Germaanse filologie (taal- en letterkunde) en sociologie te studeren.
Lanoye studeert af met een scriptie over de poëzie van Hans Warren.
Zijn prozadebuut , " Een slagerszoon met een brilletje " een verhalenbundel (Bert Bakker, 1985). die opent met het autobiografische (en surrealistische )titelverhaal en verder ondermeer het fascinerende verhaal bevat over 'de man die alle boeken ter wereld had gelezen', groeit uit tot een bestseller en ontvangt lyrische kritieken.
Ondertussen trekt Lanoye langs de theaters van de lage landen met een even succesvolle theatershow onder dezelfde titel.
In 1987 verhuist Tom Lanoye van Gent naar Antwerpen.
Een jaar later verschijnt zijn romandebuut :"Alles Moet Weg" over een rechtenstudent die zijn leven als rijkeluiszoon en student wil ontvluchten en een bestaan als 'venter' (huis aan huis verkoper) probeert op te bouwen.
In maart 1989 gaat het toneelstuk De Canadese Muur in première, het resultaat van de samenwerking tussen twee 'jonge goden van de Vlaamse literatuur' , Lanoye en Brusselmans.
Het theater loopt als een rode draad door de loopbaan van Lanoye.
Ook zijn gedichten en romans lijken in eerste instantie voor het podium te zijn geschreven.
Zo bouwt hij eveneens rond zijn tweede roman, "Kartonnen Dozen "(1991), een theatershow.
In 1992 begaat Lanoye een opvallende stap voor een schrijver, hij sticht zijn eigen naamloze vennootschap, L.A.N.O.Y.E. N.V.
Lanoye beschrijft zichzelf " als een bedrijf dat zich reeds jarenlang specialiseert in literair spektakel'.
In 1996 tekent Tom Lanoye met Renee Los het eerste samenlevingscontract voor een homo-koppel in Antwerpen.
Een jaar later lanceert Lanoye zijn voorlopig meest opzienbarende theaterstuk, Ten Oorlog Dit is een moderne bewerking , in opdracht van de Blauwe Maandag Compagnie, van Shakespeare's War Of The Roses.
Ondertussen begint hij aan een romantriologie over 'het verval van België', waarvan het eerste deel de titel "Het goddelijke monster "droeg.
In interviews verklaarde hij:"Ik schat dat Belgie nog tien jaar bestaat, en dat is nog lang".
Tegelijk pareert hij de vaak in Nederland geuite kritiek op maatschappelijk geëngageerde Vlaamse literatuur.
In Nederland wordt mij een burleske fantasie verweten.
Dat verwart me." Mijn fantasie schiet juist tekort bij de Belgische realiteit" aldus Lanoye.
Hij is echter niet bang om anderen tegen zich in het harnas te jagen, ook al loopt hij daarmee het risico ongenadig in de pan te worden gehakt.
Lanoye's stukken staan vol briljante taalvondsten, die moeiteloos lijken te zijn bedacht en geschreven. Wars van literaire pretenties, wars van alles wat naar ijdeltuiterij, opgeblazenheid en geposeerdheid zweemt, brengt Tom Lanoye het dodelijkste wapen in stelling: humor
Het tweede deel van de trilogie, Zwarte Tranen (1999), zorgt voor een verbluffend bewijs van de realiteitswaarde van Lanoye's werk.
In deze roman , over de familie Deschryver, komen twee broers voor die respectievelijk bankier (en politicus) en eigenaar van een tapijttoko zijn.
Zij zeulen de hele roman door met pakken zwart geld.
Twee dagen voor het verschijnen van deze roman, werd er uitgerekend in Lanoye's geboorteplaats Sint Niklaas een echtpaar opgepakt uit een machtige Vlaamse familie die mede model had gestaan voor 'de familie Deschryver'. Het bleek op dat moment met vuilniszakken vol zwart geld over straat te lopen, van hun textielfabriek naar de lokale bank.
Wie bekend is met het oeuvre van Lanoye, begrijpt dat veel van zijn nevenactiviteiten, met name in de politiek en het theater, direct uit zijn werk ontstaan.
Het zijn de logische consequenties van de boeken die hij schrijft.
En dan maakt het hem niet uit of die consequenties nou horen bij een literair schrijver of niet. Zijn teksten vragen om een podium en een publiek.
Iemand die anderen oproept om in actie te komen tegen misstanden, kan moeilijk zichzelf dag-in-dag-uit opsluiten in zijn schrijfkamer.
- Boze tongen (2002) heet de nieuwste roman van Tom Lanoye.
Het is een grootse finale van een familie-epos dat alles zegt over de Vlaming, de Belg, de Grote en de Kleine mens.
Het einde van een meesterlijke Monstertrilogie.
Bibliografie :
1983 De glazen klomp (poëzie)
1983 Rozegeur en Maneschijn (essays)
1984 In de piste (poëzie)
1984 Bagger (poëzie)
1985 Een slagerszoon met een brilletje (verhalen)
1986 Het cirkus van de slechte smaak (satirische kritieken)
1988 Alles moet weg (roman)
1989 Vroeger was ik beter (essays)
1989 De Canadese Muur (toneel) samen met Herman Brusselmans
1990 Hanestaart (poëzie)
1991 Kartonnen dozen (roman)
1991 Komieken (toneel), naar Comedians van T. Girffiths
1992 Doen! (columns/essays)
1993 De schoonheid van een total loss (toneel)
1994 Spek en bonen (satirische kritieken)
1994 Onweer in de tropen (toneel)
1994 Maten en gewichten (kritieken)
1997 Het goddelijk monster (roman)
1997 Ten oorlog (toneel), samen met Luk Perceval. Zes stukken naar The wars of the roses van Shakespeare. In Duitsland opgevoerd onder de naam Slachten!
1999 Zwarte Tranen, publieksprijs Gouden Uil 2000
2002 Boze Tongen




















