het geheim van Roosje van Kamiel ....


Gisteren stond er bij mijn reakties een vraag van Kamiel of ik nog 'iets meer wou weten over de paters van West Vleteren aan tafel'.
Kamiel vraag dat aan mij, een vrouw met een meer dan gezonde dosis nieuwsgierigheid.
Natuurlijk wou ik weten wat hij me nog kon vertellen over de Paters.
Roosje, de vrouw van Kamiel zond me vandaag de volgende tekst toe en ik kreeg haar toestemming om dit op mijn blog te plaatsen.
Bedankt hoor Roosje en Kamiel.
Wat ik hier nu ga vertellen, komt niet van het Internet, maar wat wij zelf ondervonden hebben en ook vooral wat we weten via mijn pa zaliger.
Wij wonen niet ver van West-Vleteren. Voor ons zijn "De Paters" (zo worden ze hier genoemd) van kindsbeen af een begrip.
Kamiel en ik gingen er regelmatig eens langs samen met mijn pa en ma. We dronken er een pater en aten er een boterham met paterskaas. Want vroeger waren het niet alleen brouwers, maar maakten ze ook zelf kaas.
Dat waren nog tijden dat je er gewoon een bakske bier kon kopen, en ook kaas. Je moest er niet voor in de file staan, of op voorhand bestellen en je nummerplaat van je auto doorgeven, zoals nu het geval is. Ze brouwden (en dat is nog zo) enkel om in hun levensonderhoud te voorzien.
Vroeger maakten de paters dus zelf ook kaas, "Paterskaas". Dit weet ik heel zeker, want mijn pa was een "beestemarchand" en deed "commerce" met de paters. Koeien kopen en verkopen. Want ze hadden melk nodig voor de fabricatie van de kaas.
Het komieke van de zaak is, toen de paters al jaren geen koeien meer hadden, dus ook geen melk meer, en dat ze al jaren geen kaas meer maakten, er in het café recht tegenover de abdij nog steeds boterhammen besteld werden met kaas, de mensen er nog vast van overtuigd waren dat ze kaas aten die door de paters zelf gemaakt waren. Ze kochten er zelfs nog om mee naar huis te nemen. Mijn pa zei dikwijls als hij dat zag, "Moet je dit nu eens zien, ze denken dat de paters die kaas gemaakt hebben, en ze hebben al jaren geen koeien meer".
Kamiel en ik hebben jaren bij een kaasgroothandel gewerkt. De kaas die ze toen verkochten kwam doodgewoon van de Kaasmakerij van Lo, doch die werd verkocht zonder etiket. De mensen dachten dat ze speciale paterskaas kochten en het was doodgewoon dezelfde kaas die ze bij de plaatselijke kruidenier kochten. Dit mochten wij natuurlijk tegen niemand zeggen, soort beroepsgeheim.
Maar nu komt het verhaal van wat er aan tafel gebeurde. Of dit nu nog zo is weet ik niet. Ik denk van wel, want ik denk niet dat de regels van de orde veranderen. De abdij was altijd al "een stille orde".
Wat ik nu ga vertellen komt van wat mijn pa van de paters zelf vernomen heeft.
"Als ze aan tafel gaan mogen ze zichzelf niet bedienen. Je wordt steeds bediend door de pater die naast jou zit. Als je bv eens boos bent op je gebuur, wel dan geef je hem niet veel eten. Is er eens een gerecht dat je weet dat je gebuur het niet lust, wel dan geef je er hem veel van. Is er iets dat je weet dat hij het graag lust, dan geef je hem weinig."
Dat is nu misschien niet mooi van hen, het zijn paters, het zou misschien niet mogen, maar het zijn tenslotte ook mensen.
Dit zal wel niet te vinden zijn op Internet. Misschien hebben jullie hier nu een primeur. Dit dank aan mijn "Pa"
Roosje















5 reacties op dit bericht
euh..
..
*
Wij twee in dat klooster, gezeten naast chagrijnige paters die ons het eten niet gunnnen.
Maar ach, wiij zouden dat weeral oplossen door te beweren dat we niets lusten, en dan zouden we er hopen van krijgen.
En daarna stiekem naar de kelder om een paar pinten te pakken.
Nee, weer geen goede oplossing, deju toch.
..
paters!