Dinsdag 1 april 2008
De Xavante Indianen part 11

Samen met Maria Carla Pedzowé Tseretomodzatsé breng ik een bezoek aan de kleine dorpsschool. We worden vergezeld door mijn vriend, het vrolijk knorrende bosvarken Ohü, die zijn snuit tegen mijn benen drukt, of probeert in mijn broekspijp te bijten. Eerst moeten alle leerlingen bijeen geroepen worden, een snelle klus in het kleine dorp. Er zijn 25 kinderen, ook een jonge vrouw die haar baby de borst geeft en enkele ouderen. De klein Xavantes lachen als ik mijn naam op het bord schrijf.
Ik zeg een foto te willen maken en iedereen werkt mee, doch het vergt enige tijd om iedereen in gewenste positie te krijgen. De kleinen vinden het geweldig, en staan erbij of het een serieuze aangelegenheid is. Anderen maken grapjes en lopen rond me heen. Verdomme ik ben een slechte fotgraaf. Ik had honderden foto's willen maken, maar ik voelde me een soort pottenkijker, en had moeite met het vastleggen van de mensen. De kinderen worden onrustig en maken dat ze weer buiten komen. Maria Carla legt uit dat zij en een ander meisje de lessen geven, en de vakken zijn de Jé-taal, Portugees, schrijven en rekenen.
Over de taal is het volgende te zeggen: de Braziliaanse Indianen worden ondergedeeld in 4 taalgroepen: Tupi, Carib, Aruak en Gé, waar de Xavantes onder vallen. Er wordt aangenomen dat de Gé sprekende stammen langs de kust van de Atlantische oceaan geleefd hebben, waar ze werden verdreven, eeuwen vóór de blanken kwamen, door Tupi sprekende stammen.
Ik bekijk het schooltje, waarvan men zei dat het een geschenk was geweest van de stad Barra do Garças. Het idiote is dat er zelfs lampen hangen, terwijl er geen stroom is. Merkwaardig, net als de watertank op de heuvel, verstoken van stroom om het water op te pompen vanuit de rivier.
Er wordt voor mij gezongen. Dit gaat in het Portugees en ik dacht nog dat de taal de jongeren in de toekomst van pas kon komen, ook om een verbale srtijd te kunnen leveren tegen de mensen die, hún taal niet begrijpen.
Er is nog een aangrenzend kamertje dat als kantoor moet doorgaan. Er staat in oude versleten schrijfmachine, waarop ik een brief samenstel voor een project aanvraag. Het is warm en duizenden kleine muggen vaallen weer aan. Ze dringen mijn neus binnen, oren en mond, en geregeld moet ik mijn ogen zuiveren van de plaaggeesten. Met het zweet op mijn aangezicht schrijf ik een brief voor de Xavantes en laat Maria Carla en Roberto ondertekenen.
Ik denk, alhoewel naiëf: als God onder de xavantes leeft, zal hij hun zeker helpen, ook tegen indringers, tegen de onbetrouwbare overheid, die met nieuwe decreten de Indianen in Brazilië bedriegen. Ik hoop dat er nieuwe leiders opstaan onder de stammen, die ook politiek bedreven zijn, om zo de blanke regering bescheid te geven.
Het zal niet gemakkelijk worden.
wordt vervolgd...
In het schooltje fotoWayn

Kinderen

Geschreven door Storyteller om 00:00
Reageer op dit bericht


















