Vrijdag 11 april 2008
DE ORIXAS VAN DE UMBANDA Deel 4

In trance
Het dansen gaat verder en ik zie een hoe een jonge vrouw, bevangen door 'Oxumara', de slang, dienaar van 'Xango, over de vloer kronkelt. Als een cobra gaat de schoonheid richting Mai do Santo, die haar omarmt. Steeds meer geraken de mensen in extase. Ze komen langs het muurtje waar de gasten als beelden zitten, om hun te begroeten. Ik sta op en moet mijn onderarmen tegen die van het medium drukken en een omhelzing geven. Dit gebeurde steeds frequenter en niet reageren is kwetsend. Nu breekt het moment aan dat men een kring vormt om de vloer, waar ook de bezoekers deel van kunnen zijn. Ik sta in de kring, de handen van mijn buren vasthoudend. De mannen en vrouwen in hun witte gewaden staan wankelend op hun benen. In het midden van de cirkel staat de zwarte Pai, kalm als een geestelijke vader, die zijn kinderen tot sereniteit oproept.
Een voor een loopt hij langs de gasten.
Ik moet mijn naam, adres en opdracht in het leven uitspreken. Dan breekt het moment aan van het 'raadplegen', dat wil zeggen, de bevangen mediums zitten in een kring en ieder kan met hem of haar een gesprek aangaan. Het is een soort consult.
Ik besluit te rade te gaan bij een Indiaan.
Het is voor mij een interessante, maar mysterieuze gedachten wisseling. De drums gaan verder en ik voel me ergens in een groot bos, nabij een waterval.
De indiaan: 'Voor we beginnen te converseren, mijn naam is Antonio Mineiro da Salma.' Hij neemt mijn handen beet en blaast er de rook van zijn palha-sigaret over, trekt aan mijn vingers en blaast rook in mijn gezicht. Hij neemt mijn armen en maakt met zijn handen trekkende bewegingen van boven naar beneden, hij blaast ook hier rook overheen. Dan maakt hij me duidelijk dat ik moet ronddraaien, en blaast rook over mijn lichaam.
Dit alles heeft te maken met het zuiveren van het lichaam, het verdrijven van de boze geesten.
Dan zegt hij, niet tegen mij, maar tegen mijn vriendin: 'Hij moet mij drie'cigaros de palha' brengen, mijn naam is Antonio Mineiro, drie palha-sigaretten moet hij me brengen... Zijn weg zal in de toekomst goed zijn.'
Mijn vriendin zegt hem dat ik muzikant ben en hij antwoordt: 'Eh, eh... dat weet ik, hij is muzikant... hij is een rustig iemand, eens zal hij welslagen.'
Dan vraagt hij plotseling: 'Heeft 'Pena Branca' (witte veer) met je gesproken in het dorp van de Indianen?'
Hoe wist hij dat ik de Xavantes of Indianenstam bezocht had?
Later hoor ik dat 'Pena Branca' de geest van een oude Indiaan is, die in een 'aldeia' (dorp) woont en Antonio zoekt steeds weer contact met hem.
Misschien is het wel zijn voorvader, want een Orixa kan oud zijn, verdomme oud!
Zijn contact met de geest is is in hoogste vorm, en nogmaals wordt ik met rook beneveld, terwijl hij nu woorden spreekt die ik niet helemaal kan volgen.
Ik neem afscheid en hij keert weer terug naar de zang en dans.
Het is een vreemde gewaarwording, een andere wereld, waar je niet denk aan je verleden en toekomst. Het is een grote droomwereld waar geesten in rond zweven, die moeilijk waar te nemen zijn als je niet het inlevings vermogen hebt.
Dan rinkelt de Pai do Santo met zijn belletje en de mensen staan stil, als beelden, maar sommigen wankelen nog, als elastieken poppen.
Ze moeten nog ontwaken uit een droomland.
wordt vervolgd...
Geschreven door Storyteller om 00:00
Reageer op dit bericht

























