Donderdag 3 april 2008
De Xavante Indianen part 13


Storyteller, Roberto en Maria-Carla
Acht uur in de avond.
De duisternis heeft het dorp in haar greep. De vuren zijn aangestoken en in de verte zie ik de tongen der vlammen. Er is mij verteld dat er een reünie zou plaatsvinden aan het andere uiteinde van het dorp, met zang en dans. Dit alles speciaal voor de gast. De hemel is donker, en eerst zie ik één grote ster, daarna verschijnen er ontelbare kleinere. De maan heeft haar laatste stadium bereikt en geeft samen met de sterren een gevoelig licht over het dorp. Ik heb mijn cassette recorder klaar om enkele unieke opnames te maken.
Rond het vuur begint het feest. Dit van de 'dansende vlammen'. Eerst een vader met kinderen die in een kringentje dansen en zingen, en niet veel later zijn het er een dertigtal. Het is vreemd, de schaduwschimmen, gekleed als blanken, die met monotone stemmen hun liederen zingen. Hun lichamen maken vibrerende bewegingen, het bovenlichaam wordt naar voren geworpen, terug, terwijl hun voeten pasjes naar voren maken. Reginaldo legt me uit dat dat de liederen en dansen vele betekenissen hebben, het weergeven van droefheid en voorspoed, maar ook een zekere regilieuze. Ik luister naar de gutterale klanken, in harmonie met de natuur, het vuur, de maan en sterren. Ik bevind me in een andere wereld, een bizarre, de wereld van de geesten der Xavantes.
Ik voel een immense sterkte door de kracht van hun gezang. De kinderen staan een een kring om me heen en leggen hun oortjes tegen mijn cassette-recorder, om te luisteren of er al iets uitkomt. Als ik hem afspeel staan ze verwonderd en zijn opgewonden, lachen en dansen.
Een klein jongen van een jaar of zes voelt aandachtig aan mijn baard en haren of ze wel echt zijn en knijpt af en toe in mijn buik. Want ik ben denkelijk een vreemd verschijning, misschien de eerste mens met gele haren die hij in zijn jonge leven ziet? Een persoon die van ergens moet gekomen zijn, maar onduidelijk vanwaar, het is verwarrend voor zijn kleine hersenen. Hij heeft gelijk, want hoe dan ook voel ik met een vreemdeling in het dorp, een zonderling, een soort zwerfkei, alsof ik naar hier geworpen ben door de immense tijd. Neergestort vanuit het heelal, opgezogen vanuit een dal, vol met alcohol meren. ja, het leven heeft een keerzijde.
Of waar waren we voordien? Had ik al reeds geleefd in een andere wereld? Het Déjà Vu. Ik voel een samenvoeging met de Xavante. Even vergeet ik de wereld, vergeet ik mijn verleden en denk niet aan de toekomst.
Er is niets, buiten de vlammen en de dansende en zingende mensen.
Sommige kleintjes liggen slapend onder een deken. De gezangen en dansen gaan nog zeker 2 uur verder. Dan ontsluit de kring zich en sommigen staan, anderen zitten rond het vuur.
Een oude man begint zittend te vertellen, een lang verhaal. De mensen luisteren aandachtig, terwijl hun blikken zich af en toe op mij richten.
Ook Reginaldo onderbreekt hem niet, om zijn woorden te vertalen. Hij wacht geduldig uit respect.
De man is de Cacique van het dorp.
De gé klanken van de man zijn als muzieknoten waar ik langer naar had kunnen luisteren. Hij sprak over de stam, het dorp en vele andere dingen, zoals hij af en toe mij aanhaalde.
Plotseling richt hij zich tot mij.
Reginaldo vertaald de woorden van de oude man in het kort, en ze verwachten dat ik een antwoordt hebt.
In mijn beste Portugees: 'Ik ben verheugd in jullie dorp te mogen zijn, te mogen luisteren nar jullie liederen, te kijken naar jullie dansen. De nacht is mooi, de maan, sterren. Ik voel me gelukkig hier onder jullie te zijn. Ik dank jullie voor de gastvrijheid, begrip en openheid.'
Ik zal de Xavante nooit vergeten.' Reginaldo vertaald mijn woorden en voegt er nog een heel verhaal aan toe. Hoe ik vanuit een ver land, de andere kant van de zee naar het dorp gekomen ben om hun te steunen.
Ja, de Xavante zijn goede vertellers. Van een jong meisje krijg ik een kralenketting met papegaaiveren, als geschenk, een teken van vriendschap. De Indianen gaan uit elkaar, terug naar hun hutten.
Ik kijk na de mensen, zij die van verre gekomen zijn, zij die zich móésten aanpassen aan de grillen van de indringers. Zij die hun woongebied moeten verdedigen tegen de grootgrondbezitter, de boeren, houtkappers en garimpeiros. Hoe het ook moge zijn, mijn steun hebben ze.
Wanneer ik terugkom in de hut krijg ik de slaapplaats van Roberto en zijn vrouw aangeboden. Weigeren is niet gepermiteerd. Ik ben hún gast.
Als ik op het bed ligt hoor ik ver weg, en ik vraag me af: hoe ver?, geluiden van een kleine transistorradio. Het is een voetbalverslag vanuit Sâo Paulo. een andere wereld.
Alles is extreem. Er is geen tijd om het te plaasten.
Dit is 1996.
Mijn gedachten?
Die zijn elders.
wordt vervolgd door het laatste deel... Het afscheid
Geschreven door Storyteller om 00:00
Reageer op dit bericht





















