Dinsdag 16 maart.
Zo deze morgen was het dan zover, rond tien uur zouden we vertrekken naar ons vakantieadres in Blankenberge voor veertien dagen. Rond zeven uur waren we beiden wakker en sprongen als twee jonge veulens uit ons bed, enfin springen met het nodige zout te nemen natuurlijk. Gewoonlijk blijven we nog wat natafelen na het ontbijt, maar vandaag dadelijk aan de afwas begonnen.
Toen die gedaan was, de badkamer ingetuimeld om groot toilet te maken en me geschoren zoals in de tijd dat we op vrijersvoeten liepen. Zo fijn was m’n huid, een kinderpoepje had er niets aan. Met andere woorden geformuleerd, binnen de ons opgelegde tijdsspannen waren we beiden klaar en kon ik de auto uit de garage gaan halen.
De achterzetel platgelegd om de bagage te kunnen plaatsen, want Anita denkt altijd dat we kleding te weinig zullen hebben en dat arme beestje van een auto moet dat gewicht allemaal maar dragen. Vooraleer we ons op weg konden begeven, moest ik eerst nog gaan tanken want zonder benzine vallen moest voorkomen worden.
Om iets na tienen konden we de Waaslandtunnel inrijden en daar was de grote drukte alweer voorbij en we konden zonder problemen de expresweg nemen richting kust en met een gangetje van plus minus 100 kilometer per uur kon ik het traject afleggen. Natuurlijk rekening houdend met de wachtbeurten aan de verkeerslichten arriveerden we in Blankenberge twintig minuten voor twaalf. (word vervolgd)


