welkom mon ami !
laat me je een kopje tisanne inschenken en wat vertellen over de belevenissen van Poireau
Donderdag 13 augustus 2009
POireau in Montaigu
De mirakels zijn de wereld nog niet uit. La preuve, vandaag zat zowaar POireau in Scherpenheuvel. Niet op bedevaart weliswaar, maar dat konden de anderen ook niet zien.
Omdat POireau nogal van het curieuze type is, heeft hij even opgezocht waarover het allemaal gaat in Scherpenheuvel.
Ziehier de historie.
Niemand weet precies wanneer en hoe het allemaal begon. Zeker is dat op de scherpe heuvel tussen Diest en Zichem een eik stond die in de middeleeuwen voorwerp van verering was. Aan de schors werd geneeskundige kracht toegeschreven. Deze heidense verering werd verchristelijkt door een Mariabeeld aan de eik te hangen.
God is het die ons heelt en Maria brengt ons gebed om genezing bij Hem. Een grote toeloop naar dit beeld ontstond na verschillende mirakels. Vooral de legende over de herder die het beeldje wil meenemen maar als verlamd blijft staan tot het beeldje terug op zijn plaats staat, verklaart het belang dat Maria hier vereerd wordt.
De toeloop werd zo groot dat er een houten kapel gebouwd werd die twee jaar later door een stenen werd vervangen.
De Aartshertogen Albrecht en Isabella kwamen hier bidden om de overwinning op de protestanten in Oostende en \'s Hertogenbosch. Ze hielden hun belofte en lieten een kerk bouwen door architect Wenceslas Coberger, de huidige basiliek. De kerk werd ingewijd in 1627 en bevat kunstwerken van De Nole en schilder Van Loon.
Bij haar bezoek aan de voltooide kerk schonk Isabella goud en juwelen die ze op de altaartrappen plaatste. Hierdoor wilde ze aangeven dat aardse goederen niet de hoogste waarden zijn in het leven. In haar spoor offeren velen nog steeds geld. Tot zover deze lezing uit de website van de lokale parochie.
Als we nu een eventjes seriues blijven, wat Poireau altijd is nietwaar, dan mag het toch wel een mirakel genoemd worden dat dergelijke oorden hoegenaamd bestaan. Zeg nu zelf, in Scherpenheuvel of all places, in de middel of nowhere ( Diest is nowhere en Aarschot is nog nowhereder), planten ze een joekel van kaasstolp neer, met daar rond een serie kermiskramen waar allerhande pruliteiten worden verkocht, met recht voor de deur van de kaasstolp een winkelstraat zonder winkels et voilà ... meer is het niet.
En ondanks het gebrek aan het minste greintje 'schwung', blijven de mensen er naartoe komen.
Wanneer ik zeg de mensen, dan moet ik er onmiddellijk bijzeggen dat de gemiddelde ouderdom van de aanwezigen het ergste doet vermoeden voor de toekomst van de commerce in Scherpenheuvel, mais tout compte fait zijn dat ook nog altijd mensen.
Moesten er nu eens mensen op hun knieën drie keer den toer van de stupa maken of de steenweg komen opgekropen op hun buik, dat zou nog spektakel zijn. Maar nee, de moderne pelgrim,komt met zijn wagen Scherpenheuvel gereden, vloekt even omdat hij niet direct een parkeerplaats vindt en stapt dan een pateekeswinkel/annex tearoom binnen om er even te bekomen van de inspanning. Er wordt wat gezeverd, maar met mate, en dan begeeft men zich ingetogen naar de toegangsdeur van de stolp met een gezicht alsof men zopas de tour de flandre heeft afgelegd om tot daar te geraken.
Eenmaal binnen weegt het gewicht van de dubbele kinnen zwaar door want iedereen heeft er schijnbaar de neiging van naar zijn schoenen te staan kijken. Maar ook dat duurt niet lang. Op mirakelueze wijze vindt iedereen binnen de minuut het gebruik zijner nek- en halsspieren terug en begint rond te kijken waarbij de eerste blik gaat naar het plafond. Ah ja, als er in de stolp iest heiligs aanwezig is, dan moet het toch van boven komen ... allez, dat denk ik toch ... alhoewel ... als de aarde echt een bol is zoals er wel eens wordt gezegd ... Vermits er niets te zien is aan het plafond, toch niet op het moment dat ik er ben, wordt er dan maar horizontaal rond gekeken.
En dan zie je de andere mensen romdom u staan of zitten waarbij je onbewust gaat denken dat zij misschien wel iets weten of gezien hebben dat jij niet weet of gezien hebt. Aan de uitdrukkingen op hun gezicht te zien, zijn er toch wel enkele tussen die het schijnen te menen. Ofwel hebben ze krampen van hun pre-meditatieve pateekse ? Ik heb het hun niet durven vragen ...
Op het moment dat je niet meer weet wat je nu nog moet doen om er uit te zien als een kruisvaarder tussen de kruisvaarders, is er plotseling het overweldigende licht. Bij nader toezien zijn het de bougies.
Ik vrees dat het er vandaag ook weer niet van gekomen is ... POireau zal ook nooit in de hemel geraken ...
Naar het schijnt hangen er daar inderdaad een collectie kapotte onderdelen aan de muur, maar ik heb gezien dat er ook al een deel buiten op de parking liggen.
Die binnen heten ze ex-voto, die buiten ex-auto.
L
Lore23 augustus 2009 om 14:19
@ Ernst
Mijn vrouwelijke nieuwsgierigheid kan het niet laten : waarom zoekt gij toch op alle heuveltjes thuis te zijn? Trouwens op scherpe- en andere heuvels, overal valt hetzelfde te beleve, d' een zijn wat scherper, d' andere wat ronder. Voorkeuren en smaken verschillen, maar op de "heuveltjes van Erica" zou het zalig toeven zijn. 't Is maar een hint, al zou op uw sjik bijten evenzeer aan te bevelen zijn -weliswaar suikervrij- , het stimuleert de speekselklieren en is uitstekend tegen tandbederf!
Mr Poireau, met mijn inmenging wil ik geen afbreuk doen aan uw gezag, de vraag werd immers aan u gesteld. Ge begrijpt, die vrouwelijke neigingen ...
E
Ernst22 augustus 2009 om 15:25
Scherpenheuvel ..
is dat daar waar al die onder- en bovenbenen, voetjes, handen, ellebogen met en zonder tennis, hartjes, nieren enz in de witte of gele was naast autentieke krukken, rolwagentjes en panzerfausten hangen of is dat weer op een ander ? H.Geesttafelmeester ( soort OCMWvoorzitter) mijnheer Pwoiroo verlicht mij astemblieft of ik zal voor eeuwig op mijn sjik moeten bijten van onwetendheid. !
H
hercule18 augustus 2009 om 13:46
madam titi
ik kan uw irritatie begrijpen omdat POireau zich op het slechte pad begeeft, maar, madam, de wereld is wat hij is en zoals hij is.
Er zijn dus dames te vinden voor de boogie en andere dames voor de bougie. Sommige zijn zelfs te vinden voor beide, maar dat blijkt eerder een minderheid te zijn.
Maar POireau heeft geen vooroordelen. Als alles mag, dan mag ook alles, dat wat niet mag van diegenen die zeggen dat alles mag en ook dat wat niet mag van diegenen die zeggen die niets mag. Poireau is een groot voorstander van le respect mutuel, het respect voor de ziekenkas.
C
camille18 augustus 2009 om 00:42
Scherpenheuvel nog het meest bezocht,
hier dan in Daizle de minst bezochte. Tijdens de processie in september stappen nog welgeteld twintig mensen, achter de auto waaruit de pastoor via microfoon voorleest, van het ene mini kapelletje naar het andere. De verering tot Onze-Lieve-Vrouw dateert uit de
14e eeuw en gebeurt in de Basiliek of Rosariumkapel. In 1882 werd de kerk verheven tot de rang van Mindere Basiliek door
paus Leo XIII. Af en toe zie ik nog eens een bus met oudere mensen, vooral uit Frankrijk, halt houden aan de basiliek om er een paternoster te prevelen. Het is een mooi stukje geschiedenis die door uitsterven bedreigd wordt.
T
Titi17 augustus 2009 om 23:23
Astemblief zeg!
Cher ami, er zijn nog vrouwtjes zat in dit landje. De ene wat liever; mooier en populairder dan de andere. De Madonna met de zwarte ballen al gevisiteerd? Of die van Wittentak, Loreto, Kortenbos, Chèvremont, Steenberge, de la Fontaine, ten Traan, van den Oudenberg, enkele Dames der Smarten, De Maagd der armen en in Duffel is ze nog van Goede Wil bij.
Uit pure curiositeit heeft POireau nog wat verder gezocht naar het adres van de dépanneur die de tenhemelopneming zou hebben uitgevoerd.
Awel, t'is ni evident om daar achter te komen ...
De Maria in kwestie zou zijn overleden tussen de jaren 36 en 50, ofwel in Jerusalem ofwel in Ephese. En plus kreeg ze de nam van 'moeder van God' maar toegekend in 582 door een zekere 'keizer maurice', en dan nog in Byzantium. In het nieuwe testatment zou er met geen woord gerept worden over enige vorm van opstijging, in welke richting dan ook. Het is maar in 1950 dat Pius 12 officieel gezegd heeft dat ze effectief met lijf en leden werd vervoerd richting walhalla.
Ja zeg, vindt op die manier maar eens een factuur terug ...
H
hercule17 augustus 2009 om 15:24
we want more, we want more, ...
jaja, t'is al goed, ...
Voor de normale sterveling staat 15 augustus gelijk met het feest van halfoogst, waarbij de naam zichzelf verklaart. Feest omwille van de toch al half gelukte oogst.
Voor de calotijen staat halfoogts gelijk met Maria-hemelvaart, allè, zo dacht ik dat toch ... Awel nee ! Daar waar de zoon uit eigen beweging van de grond ging, bijkt nu dat de moeder naar boven werd getrokken op een remorque. Het is dus niet Maria hemelvaart maar wel Maria tenhemelopneming.
On en apprend tout les jours ...
En van waar weet POIreau dit ?
Awel, van het weredlwijde web. Jaja, dames en heren, ook dergelijke dingen zijn te vinden mits een beetje zoeken.
En zo kom je dan uit bij Charel, die alles schijnt te weten hierover. Laissez-moi vous présenter Charel van de Peluche. Vas-y Charel, zegt het jongen ...
Geraardsbergen - Karel De Pelsemaeker is dichter, natuurliefhebber en -kenner, verdiept zich in symboliek en voelt zich dus aangesproken door de viering van 'halfoogst' op 15 augustus.
Vijftien augustus of de Tenhemelopneming van Maria, is in het katholieke geloof een belangrijke hoogdag. Op sommige plaatsen, zowel in België als in het buitenland, wordt er dan Moederdag gevierd.
Maria, Jozef en ook Jezus worden vaak afgebeeld met een witte lelie in de hand, aan hun voeten, aan hun hoofd of ergens rondom hen. In het katholieke geloof symboliseert de lelie de barmhartigheid.
De witte (water)lelie of de lotusbloem verschijnt in legenden die van herkomst uit het oude Egypte komen. Deze plant die gelijktijdig zaad voortbrengt en bloemt, komt vanuit de oergrond van de diepste moerassen of verschijnt van diep uit het slijk en grind van de stromen. Ze staat symbool voor de ware ziel en de puurheid van een individu.
De lotus groeit vanuit zijn wortels, die in de modder ankeren, via een lange steel door het water naar het licht, en bloeit bovenop het water. Deze fases worden als het menselijke groeiproces aanzien.
De waterlelie staat in het hindoeïsme en het boeddhisme ook symbool voor de zon en de wedergeboorte. Dit omdat de bloem zich ’s nachts sluit, onder water zinkt en vandaar terug aan het oppervlak gaat bloeien.
De Kelten kenden een witte zwaan, Ker of Cher, die vanuit het mistige water verscheen. Heel wat riviernamen verwijzen hier nog naar: de Jeker (‘Geer’in het Waals), de Franse rivieren Gers, Gar, Cher, Chiers en de Schotse Carron.
Ook de Heilige Maagd die de moeder van Jezus is en het begin van alles, wordt vaak bij vijvers en rivieren vereerd o.a. in Geraardsbergen. Ook in Halle bij de Zenne, en O.L.V van de kapel aan de Zavel in Brussel is ook een beeldje dat aanspoelde aan de oevers van de Zenne. In Lourdes verscheen Onze-Lieve-Vrouw bij een bron.
Op vele plaatsen in Vlaanderen wordt er op 15 augustus ook kermis gevierd. Het feest van Maria werd ook gekoppeld aan de oogst. Dat evenement werd door heidense volkeren fel gevierd. Later werd het gebruik gekerstend.
Wanneer John Lennon Yoko Ono leerde kennen gingen ze samen het boeddhisme beleven, John schreef toen de song ‘The wonder of the lotus flower,’ ook dit lied stamt uit een Tibetaanse mantra uit het boeddhisme. ‘Om mani pad me hum’ komt uit het Tibetaans, en betekent in het Nederlands zoiets als ‘het juweel van de lotusbloem’. Van een mantra wordt beweerd dat het zien dezelfde werking heeft als het uitspreken ervan.
Merçi Charel voor uw verhelderende bijdrage.
Als ik het goed begrijp, is het dus weeral barak ... In Scherpenheuvel hebben de katholieken zich indertijd een boom toegeeigend, ... en op 15 augustus zelfs een compleet feest. Kerstenen noemen ze dat dan. Lenen en vergeten terug te geven noem ik dat.
Rond hoogdagen durven sommige geesten ontsporen .... Poireau met de auto op pseudo-bedevaart naar Scherpenheuvel in een poging de hemel te bereiken. Scherpenheuvel zien en sterven! Niet opgeven Poireau, misschien lukt het weleens, ooit! Beter iets doen dan niets te doen. De litanie en historie van Scherpenheuvel is een goeie opfrisser waar tijd en armkracht achter steekt. Liggen de juwelen van Isabelle nog steeds op de trappen van de basiliek? Zijn die 't bezichtigen waard, of zijn anderen al voor gegaan?
Hier bij Poireau voor elk wat wils: voor heiligen en schijnheiligen, voor steemens en plattelander, voor smulpapen en gezonde drinkers, .... maar om te kotsen zijn andere blogs meer aangewezen.... Amen!
C
Chielka14 augustus 2009 om 22:04
Wijs, heel wijs!
"Al wie in mijn omgeving nog met bourgondisch tafelen uitpakt, trek ik over tafel" zei ik zondag. Een mens die probeert te overleven met kraantjeswater, zoutloze bruine sneetjes en magere platte kaas heeft daar alle reden toe. Komt Poireau aanzetten met gemarineerde vuistdikke, gezwollen kalfsnieren ..etc.... Om van te kotsen! Anderen likken hun vingers.... Daarom Poireau, dat het heel wijs is dat ge ook aandacht hebt voor onze geestelijke welzijn en ge wordt er uiteindelijk zelf ook beter van. Scherpenheuvel bezoeken is meer dan heilzaam! Het verlicht het hoofd en het gewicht en als ge uitkijkt kost het zo goed als niets, tenzij ge, in een kaarskesverlicht visioen, scapulieren voor Ciboullet en babulutten en roze likstokken voor uw kroost wil kopen. Zeker niet te missen zijn de 15 staties, want die zijn de aanzet om ten hemel op te klimmen. Aangezien de mirakels nog in zijn ... Spoed u Poirau en laat u morgen niet inhalen door de vrouwen!
M
Mrs.Boogie-woogie14 augustus 2009 om 12:16
..
jawadde - weer een aanval van schrijfdiarree - acuut zelfs bij de reakties, daar krijgen we nog een uitgebreider, ingewikkelder versie.
Ik werd als kind door mijn uiterst godvruchtige bomma (die ik hoogstens één keer per jaar zag en die eruit zag als een heks in een verhaal van Andersen ) meegesleurd naar allerlei bedevaartsoorden om te bidden dat het ongoddellijk huwelijk van haar dochter met dieje ongoddelijke vreemdeling haar niet uit den heemel en de handen van onzen heer zou houden. Paternosterke tussen de vingers rollend prevelde ze vanalles, vraag me niet wat - een noveen of zo iets zeker? Ik zat daar inderdaad als kind verwonderd rond te kijken in den 'Basiliek' naar het plafond en vooral naar de krukken - die dankbetuigingen waren van geneezen menschen (according to my bomma). Wat ik me verder nog herinner waren koeken - specialité de Scherpenheuvel - en ze smaakten heerlijk. Ik heb ze sindsdien nooit meer gegeten want ik ben nooit meer in Scherpenheuvel geweest. Oftewel had ik die dag zo'n vreselijke honger oftewel waren de koeken lekker.
Totdaar het verhaal van een godvruchtige Scherpenheuvel bezoekster.
Cher Monsieur POireau, Ik wim nog een steentje bijdragen, geen duit in het zakje doen, omdat het over een hoop stenen gaat, namelijk de Maagdentoren in Scherpenheuvel-Zichem. Zoals veelal is de legende mooier dan de werkelijkheid. Zeer lang geleden zou ene Don Juan, echte naam, heerser over de mooie demervallei geweest zijn. Hij had een mooie dochter Rosita, waar hij de hoogste plannen mee had en moest trouwen met een heer liefst van hogere stand dan hijzelf. Zoals meestal werd de dochter verliefd op de zoon van een ordinaire wapenhandelaar, maar Don Juan zag dit niet zitten en verbood zijn dochter deze snoodaard nog te zien. Zij veegde hieraan echter vierkant haar laarzen en Don Juan probeerde in te grijpen door twee nonnen in te lijven om haar tot andere gedachten te brengen. Zij mislukten echter grandioos en Don Juan besloot de drie vrouwen op te sluiten in zijn wachttoren. Op een morgen liepen de drie vrouwen aan mekaar gebonden naar de Demer en zijn onder vreselijk geweeklaag in de Demer gesprongen en verdronken. Don Juan kon geen rust meer vinden en hoorde voordurend het geweeklaag van de drie vrouwen en is gek geworden. Tot zover de tweede duit
Cher Monsieur POireau; U hebt mij zeer verheugd door een bezoek te brengen aan de streek waar ik mij schuil hou. Vermits u blijk geeft van interesse aan de "petite histoire" van het Hageland, ja land, wil ik mijn duit in het zakje doen. Welk zakje weet ik niet, maar beschouw het als een duit in de offerblok van Scherpenheuvel. In mijn jeugd, enkele jaren gelden, gingen wij op zondag namiddag ook op bedevaart naar Scherpenheuvel. Er waren daar een paar ondernemende middenstanders die dancings geopend hadden en de zondag namiddag om 14.00 uur T-dancants organiseerden. Wij hebben daar zeer uitgebreid aan de verwildering der zeden meegewerkt, in zoverre zelfs dat de toenmalige pastoor vlammende preken hierover afstak. Ik hou nog een paar duitjes in reserve.
H
hercule13 augustus 2009 om 17:49
hoe een lezing een schrijving wordt
De Kempische bedevaarten naar Scherpenheuvel, vanaf hun ontstaan tot heden.
Samenvatting van de lezing, gehouden door dr. Marcel Gielis voor de Herentalse Geschiedkundige Kring op 16 november 2006 in het Fundatiehuis op het Herentalse Begijnhof.
De spreker.
Marcel Gielis werd geboren in Reet op 25 juli 1948. Hij volgde humaniora (Latijn - wiskunde) aan het Onze- Lieve - Vrouwcollege te Boom, werd licentiaat geschiedenis (KU Leuven, 1976), doctor in de godgeleerdheid (Theologische Faculteit Tilburg, 1994). Hij was godsdienstleraar aan diverse scholen van zowel rijks -, provinciaal en katholiek onderwijs van het bisdom Antwerpen, sinds 1976 universitair docent aan de Theologische Faculteit Tilburg (Vakgroep Geschiedenis van Kerk en Theologie) en daarnaast ook docent aan de Opleiding Toeristische Gids aan het Centrum voor Volwassenenonderwijs in Turnhout en aan het Departement Spiritualiteit van het 'International Institute Canon Triest', Broeders van Liefde te Gent. Hij publiceerde diverse werken over de religieuze geschiedenis van Noord - Brabant en de Kempen, de houding van de Kerk tegenover de religieuze volkscultuur, over christelijke iconografie en actuele problemen aangaande geloof en kerk. Hij is lid van diverse geschiedkundige, religieuze en culturele organisaties en ondervoorzitter van het Davidsfonds Turnhout.
De Kempische bedevaarten naar Scherpenheuvel, vanaf hun ontstaan tot heden.
a) Geschiedenis van de bedevaartsplaats.
De oorsprongslegende van het bedevaartsoord Scherpenheuvel - het verhaal van de herder die een Mariabeeld in een boom vindt - zou zich afspelen in het begin van de zestiende eeuw. Doch reeds in het begin van de 14de eeuw noteert Lodewijk van Velthem, die in 1304 kapelaan was in Zichem, in zijn 'Spiegelhistoriael'of 'Rijmspiegel' - een verderzetting van de rijmkroniek van Jacob van Maerlant - een legende over een boom in de streek tussen Zichem en Diest. Misschien moeten we eerder van een sage spreken, want behalve de kruisvorm van de boom zijn er geen christelijk - religieuze elementen in het verhaal te vinden. an Velthem beschrijft de gebeurtenissen vanuit het standpunt van 'verlicht' priester, die aanstoot neemt aan het volkse bijgeloof, waarin hij restanten van het heidendom ziet. De mensen die naar de eikenboom op bedevaart gaan en daar hopen van hun kwalen genezen te worden, zijn volgens hem dwaas. Van Velthem vertelt enkele verhalen met sprookjesachtige elementen over gebeurtenissen die zich aan de boom zouden afgespeeld hebben.
De Norbertijn Augustinus Wichmans, die in de zeventiende eeuw een groot naslagwerk over Mariale bedevaartplaatsen in het hertogdom Brabant publiceerde, kent een gewijzigde versie van de rijmkroniek van van Velthem. Hij is van oordeel dat de eik die in het begin van de 14de eeuw vereerd werd, dezelfde is als waar in de 16de eeuw het Mariabeeld aan hing.
Wanneer Philips Numan, de griffier van de aartsbisschop van Mechelen, in 1603 in de omgeving van Scherpenheuvel een onderzoek instelt naar de oorsprong van de verering van het beeld, vertellen zijn bronnen hem het verhaal van de herder die aan de oorsprong zou liggen van de verering. Omstreeks 1500 zou een herder op de plaats waar nu de basiliek van Scherpenheuvel staat, een Mariabeeld gevonden hebben dat van de eik, die daar stond, was afgevallen. De herder wilde het beeldje meenemen, maar kon zich plotseling niet meer bewegen zodra hij het beeld had opgeraapt. Toen zijn meester, die naar hem op zoek was gegaan, het beeld terug in de boom hing kon de herder zich weer bewegen. Het bovenstaande relaas wordt door Numan ook opgetekend in zijn boek 'Historie van de Mirakelen', dat echter volgens Numan een volksverhaal is, dat niet gestaafd kan worden met enig ander bewijs dan de mondelinge overlevering. In zijn boek doet Numan wel verslag van de kerkelijk erkende wonderen die plaatsvonden in Scherpenheuvel. Het mirakelboek werd vertaald in het Nederlands, Frans, Spaans en Engels en mede hierdoor wordt Scherpenheuvel in heel West-Europa een vermaard pelgrimsoord dat vele bedevaarders trekt. r ontstond een devotie tot het Mariabeeld aan de eik. Zelfs landvoogd Alexander Farnese ging op bedevaart naar de heuvel en de eik, voor hij in februari 1578 Zichem ging belegeren. Waarschijnlijk verdween het oorspronkelijke beeld in 1580, als de Geuzen de streek rond Zichem voor 3 jaar heroverden.
Vermoedelijk in de vasten van het jaar 1602 had pastoor Godfried van Thienwinckel van Zichem - die het initiatief nam voor een bedevaart naar Scherpenheuvel - een kapel (een houten gebouwtje) laten optrekken naast de eik. En in mei of juni 1602 deed zich de eerste genezing voor, die officieel door de Brusselse magistraat, als mirakel werd erkend. De blinde Petronella Ridders uit Diest, keerde na een bedevaart, met gezonde ogen terug.
De massale toeloop had ondertussen de aandacht getrokken van de hoogste kerkelijke en wereldlijke gezagsdragers van de Zuidelijke Nederlanden. Aartsbisschop Matthias Hovius stuurde in 1603, zijn suffragaan Johannes Miraeus van Antwerpen, voor een onderzoek ter plaatse. Beducht als de contrareformatorische leiders waren voor bijgelovige praktijken, die mogelijk nog samenhingen met de heidense bomenverering - men geloofde zelfs dat de schors van de Scherpenheuvelse boom geneeskrachtig was - gaf hij opdracht om de boom, waarin het beeldje tot in 1602 was bevestigd, om te hakken. De Mariadevotie in de houten kapel, liet hij echter ongemoeid.
Men geloofde dat Onze Lieve Vrouw van Scherpenheuvel de kracht heeft ernstig zieken te genezen en koorts te doen dalen. Ook kan zij boze geesten uitdrijven, zoals in 1603 gebeurt met Cathérine du Bois uit Rijsel. Na vele pogingen tot exorcisme laat men haar een stukje hout van de gekapte Scherpenheuvelse eik doorslikken , waarna de duivel haar lichaam verlaat.
Ook de aartshertogen Albrecht en Isabella en hun omgeving toonden belangstelling voor de gebeurtenissen in Scherpenheuvel. Van 19 tot 24 november 1603, verbleven ze met hun gevolg te Diest in het kasteel van de katholieke Filips-Willem van Oranje, heer van Zichem en Diest, op wiens grondgebied Scherpenheuvel lag en gingen ze samen met hun hofhouding regelmatig bidden op de bedevaartplaats. Albrecht vatte toen het plan op om de toen nog woeste heuvel om te vormen tot een 'besloten hof'. De bouw van een stenen kapel - gestimuleerd door de aartshertogen - werd beëindigd in 1604 en op 13 juni 1604 werd de stenen kapel ingewijd door Matthias Hovius. Op 8 september van dat jaar wordt de kapel echter geplunderd door Noordelijke troepen en Jezuïeten brengen het Mariabeeld in veiligheid. Nadat Ambrosius Spinola op 20 december 1604 Oostende had ingenomen - het laatste bastion van de Calvinistische Geuzen in de Zuidelijke Nederlanden - betuigden de aartshertogen O. - L. - Vrouw hun dank door haar ter ere, het bedevaartsoord uit te bouwen en krijgt Scherpenheuvel in november 1605 stadsrechten. Scherpenheuvel moest het katholieke bolwerk van de Zuidelijke Nederlanden worden, als tegenhanger van de protestantse vesting Willemstad in de Noordelijke Nederlanden. Dit plan sluit perfect aan op de ideeën van de Contrareformatie en de stad moet een allegorisch eerbetoon worden aan de Moeder Gods.
In 1607 gaven de aartshertogen aan hun hofarchitect Wenceslas (Wenzel) Cobergher, de opdracht om een plan te tekenen voor een nieuwe kerk in Scherpenheuvel en stelden ze Hendrik Meert aan als bouwmeester. Het ontwerp van Cobergher is bijzonder rijk aan symboliek en past binnen het concept van Scherpenheuvel als Mariale allegorie. Er leiden 7 wegen naar de kerk en het grondplan van de kerk is een zevenpuntige ster. Dezelfde symboliek past hij ook toe op de enorme koepel, die bezaaid is met 298 vergulde zevenpuntige sterren. Ook in het interieur komt het cijfer 7 telkens terug. Zo wordt de komst van Jezus aangekondigd door 6 oudtestamentische figuren (Mozes,Jesaja, Ezechiël, David, Jeremia en Daniël) en verwezenlijkt door Maria, de zevende figuur.
De stenen kapel deed nog dienst tot in 1613, toen ze werd gesloopt om met het materiaal hiervan de Allerheiligenkapel van Diest ter herstellen.
In 1624 had de eerste pastoor van Scherpenheuvel Joost of Judocus Bouckaert - die verantwoordelijk was voor der eerste ontwikkeling van het bedevaartsoord - een groep priesters verzameld, die als oratorium werd erkend. De Oratorianen zouden tot aan de Franse revolutie de zielenzorg in Scherpenheuvel uitoefenen.
De nieuwe kerk werd door aartsbisschop Jacobus Boonen gewijd in 1627 en voor de inwijdingsplechtigheid komt aartshertogin Isabella te voet van Diest naar Scherpenheuvel. Tijdens de plechtigheid ontdoet ze zich van haar juwelen, die ze op de trappen van het hoogaltaar gooit, als offerande aan de Heilige Maagd en om aan te tonen dat aardse goederen niet de hoogste waarden zijn in het leven. Velen volgen haar voorbeeld.
In de loop der eeuwen blijft Scherpenheuvel een belangrijk bedevaartsoord. Tijdens de Franse revolutie wordt de kerk geplunderd en worden de Oratorianen voorgoed verdreven. Aan het einde van de 18de eeuw wordt de eredienst hersteld. In 1872 wordt het Mariabeeld plechtig gekroond en in de 19de en 20ste eeuw werden rond de kerk en op het domein van het vroegere Oratorianenklooster bouwwerken uitgevoerd, die het de bezoekers van het bedevaartsoord mogelijk moest maken in openlucht devotieoefeningen te doen. Zo werd een kruisweg met 15 staties aangelegd. In 1908 werd de Rozenkranskerk voltooid en op 2 mei 1922 verhief paus Pius XI de O. - L. - Vrouwkerk tot basiliek.
Naast de bedevaart ontstond er rond 1628 ook een ander jaarlijks hoogtepunt, de 'kaarskensprocessie', die gehouden wordt op de zondag na Allerzielen (2 november). Tijdens die processie wordt het genadebeeld in precessie om de kerk gedragen. Terwijl ze op het beeld wachten steken de bedevaarders brandende kaarsen in het zand van het voormalige kerkhof. Men doet dit voor de zielenrust van de overledenen. De processie komt waarschijnlijk voort uit een oud volkse gebruik om op Allerzielen, kaarsen te branden bij de graven van dierbaren.
b) Bedevaarten naar Scherpenheuvel.
De oudste bedevaart zou die van Zichem in 1602 zijn. Men neemt aan dat de traditie van de georganiseerde Scherpenheuvelbedevaarten vanuit een bepaalde parochie begint met de bedevaart die de Zichemse pastoor van Thienwinckel in 1602 organiseerde. In de eerste helft van de 17de eeuw ontstonden bedevaarten uit Roermond, Breda, Schaffen, Zonhoven, Diest, Attenhoven, Tienen en Landen. De beroemde bedevaart vanuit Keulen is in 1635 ontstaan. In 1670 kwamen 49 bedevaarten toe in Scherpenheuvel. Er waren in deze tijd relatief veel bedevaarten uit parochies uit de onmiddellijke omgeving van Scherpenheuvel en ook uit verschillende parochies van de Antwerpse Kempen. Uit Noord - Brabant kwam 's Hertogenbosch op bedevaart, maar ook uit de Antwerpse St. - Paulusparochie kwamen bedevaarders en er was er ook een Leuvense bedevaart. Op het einde van de 18de eeuw berokkenen bewindvoerders, die onder invloed van de Verlichting stonden, nogal wat moeilijkheden aan het bedevaartwezen. In 1876 reglementeerde keizer - koster Jozef II de processies; er mocht slechts één processie zijn per parochie en die moest overal op dezelfde dag uitgaan en hij verbood de bedevaarten. Zijn verbod leidde echter tot ongeregeldheden en na de Brabantse Omwenteling van 1789 werden bedevaarten terug mogelijk. In 1797 nam de Franse bezetter allerlei antigodsdienstige maatregelen die in de Zuidelijke Nederlanden de Besloten Tijd inluidden. Na het concordaat van Napoleon in 1801 konden opnieuw processiebedevaarten georganiseerd worden.
Over de organisatie en het verloop van de bedevaarten in het Ancien Régime is weinig bekend. Wel geweten is dat ten behoeve van de georganiseerde Scherpenheuvelbedevaarten er boekjes met devotieoefeningen en gezangen bestonden.
Voor de processiebedevaarten uit Noord-Brabant en de Kempen in de 19de eeuw is het 'Nieuwsblad van Geel' een rijke informatiebron. In 1803 wordt in Breda het broederschap van O. - L. - Vrouw opgericht, dat bedevaarten organiseert naar Scherpenheuvel. Vanaf 1853 brengt dit blad regelmatig verslag uit over de processies via Geel die naar Scherpenheuvel trokken. Zo schrijft het 'Nieuwsblad van Geel' in 1853: "Op donderdag 30 juni zijn alhier doorgetrokken een twaalftal karren met bedevaarders naar het miraculeuze beeld van O. - L. - Vrouw van Scherpenheuvel. Het is voorzeker een moedige daad van onze Hollandse geloofsgenoten (bedoeld wordt die van Breda), een zo lange reis, waarop zij 5 dagen onderweg zijn, aan te vangen". In 1863 kwamen de Bredaënaar met 300 man en 10 karren opzetten. Het 'Nieuwsblad van Geel' schrijft: "De gansche schare zong een loflied ter ere van Maria. Op één der karren bemerkten wij een doodskist die deze bedevaarders telkenjare meenemen om het eerste lid der bedevaart dat in het jaar komt te bezwijken daarin te begraven. Het is schoon om zien hoe moedig en wonderbaar die bedevaarders die lange godvruchtige reis, met vier overnachtingen, afleggen". Het is waarschijnlijk dat Felix Timmermans hier zijn inspiratie heeft gehaald voor zijn novelle 'De Kistprocessie', over een Antwerpse processie, waarin een doodskist wordt meegedragen. In 1865 verslaat het 'Nieuwsblad van Geel' voor de laatste keer de Bredase processie, omdat vanaf 1866, de Bredase bedevaarders - als eersten - beslisten, niet meer te voet en met paarden getrokken karren de bedevaart te maken, maar wel per trein. De Bredase bedevaarders die ook langs Turnhout kwamen en daar op de heen- en terugweg bleven overnachten, brachten een aantal Turnhoutenaars op het idee om in 1812, een gelijkaardige Broederschap van O. - L. - Vrouw van Scherpenheuvel op te richten. Uit de lokale pers blijkt dat dit initiatief een groot succes kende. In 1854 trokken 1065 bedevaarders met 37 karren naar Scherpenheuvel en in 1856 1147 bedevaarders met 38 karren en 3 koetsen. In 1859 was de Turnhoutse processie vergezeld van een groot koor dat meerstemmige zang uitvoerde. In 1861 zette toondichter J. Robson voor de bedevaart een litanie op muziek en het 'Nieuwsblad van Geel' meldde in 1862 dat het koor van de 60 zangers van de Turnhoutse processie, een fraaie nieuwe litanie zong. Op de terugweg namen de Turnhoutse bedevaarders het middagmaal in diverse afspanningen en hotels en vooraleer verder te gaan, woonden zij een lof bij in de St. -Amandskerk. Dat het gegeven uit Timmermans' 'Kistprocessie' van de Scherpenheuvelgangers die tijdens de bedevaart bezwijken niet volledig uit de lucht is gegrepen, blijkt uit de geschiedenis van de Turnhoutse processie. In 1870 was het tijdens de bedevaart snikheet en een achttienjarig meisje dronk te veel koud water. Ze werd te Scherpenheuvel ziek en overleed de daaropvolgende nacht. Ook in 1855 was een Turnhoutse bedevaarster schielijk in Veerle overleden "door het overtollig hete weder in de hersens geraakt". In datzelfde jaar werd echter ook een vrouw, die al 4 jaar op krukken liep en zo erge pijn had in haar been, dat de chirurgijn dacht het te moeten amputeren, tijdens haar gebed in de bedevaartkerk in Scherpenheuvel plots genezen, zodat ze haar krukken op het altaar kon leggen. De hele processie was getuige van dit mirakel en viel op de knieën om de Heilige Maagd te danken.
Het Turnhoutse voorbeeld vond navolging in de omliggende dorpen en in het decennium volgend op 1812, ontstonden ook daar Scherpenheuvelbedevaarten. In 1854 trokken 485 bedevaarders uit Kasterlee met 22 karren op bedevaart.
De eerste bedevaart vanuit Herentals naar Scherpenheuvel had plaats in 1839, toen een zestal vrome Mariavierders, het besluit namen alle jaren naar Scherpenheuvel te gaan met Guill Davidson als begeleider. Davidson bleef de bedevaarten begeleidden tot aan zijn overlijden in 1880. In 1840 zijn er 3 mannelijke en 20 vrouwelijke bedevaartgangers. In 1842 bestaat de groep bedevaarders reeds uit 100 mannen en vrouwen, in 1846 werden er voor de bedevaart 500 'beeldekens' gedrukt en in 1847 worden er speciaal voor de bedevaart 5 'vanen' gekocht. In 1848 staat de Herentalse processie onder de leiding van onderpastoor Smits. Tot in 1874 ging men te voet op bedevaart en werden de bedevaarders begeleid door huifkarren. Vanaf 1875 gaat men per trein op bedevaart. Men rijdt tot in het station van Zichem en gaat van daaruit te voet naar Scherpenheuvel. In 1876 zijn er 650 deelnemers, 700 in 1877, 750 in 1878 en van 1879 tot 1881 telkens 760. Van 1893 tot 1909 stijgt het aantal bedevaarders tot 800 à 900 personen. In 1911 viert men een jubileum: August Van Sande is 35 jaar muziekbestuurder van het bedevaartgenootschap en krijgt een 'pijp en een medalje' cadeau. In 1913 zijn er zelfs 1060 bedevaartgangers. In 1915 daalt omwille van de oorlogsomstandigheden het aantal bedevaarders, maar toch gaan 's zondags nog 40 mannen en vrouwen te voet naar Scherpenheuvel en op maandag gaan 2 bedevaarders met de tram tot in Westerlo en van daar te voet naar Scherpenheuvel. Ook in de volgende oorlogsjaren blijft het aantal bedevaartgangers beperkt, sommigen gaan te voet, andere per 'voituur'. In 1916 gaat August Van Sande alleen te voet op bedevaart en in 1917 gaat hij samen met zijn vrouw Mathilde Spoormans te voet, terwijl Mod. Heylen, Marie en Julie Van Doninck, L. Van Menzel en P. Wuyts met een rijtuig gaan. Ook in 1918 zijn August Van Sande en zijn vrouw de enige bedevaartgangers die te voet gaan en ook te voet terugkomen, terwijl Pol Tuerlinckx met zijn 'voituur' met drie man naar Scherpenheuvel rijdt. In 1919 is er weer een grote processie met 750 deelnemers, die per trein tot in Zichem gaan en dan te voet naar Scherpenheuvel. In 1923 bereikt men de kaap van 1000 bedevaarders. Tot in 1939 varieert het aantal deelnemers tussen de 998 (in 1929) tot 464 (in 1936). In 1939 zijn er 900 bedevaarders en August Van Sande neemt deel aan zijn 65ste bedevaart. Hij krijgt daarvoor '2 kaskes cigaren en een medalje'. In 1946 zijn er in totaal 1685 bedevaarders, waarvan er 80 per fiets gaan en 50 te voet. Tussen de 130 bedevaarders in 1949, gaat August Van Sande voor de 70ste keer mee, waarvan 64 keer als muziekbestuurder. Van de kerk krijgt hij 200 frank en van de muzikanten verschillende cadeaus o.a. 'pijp, cigaren, en een flesch Schiedam.'. In 1952 gaat Van Sande al voor de 78ste keer mee, zijn 68ste keer als muziekmeester. In 1953 zijn er 780 bedevaarders. En in 1955 en 1956 wordt August Van Sande per auto naar Scherpenheuvel gebracht, terwijl Frans Geeraerts de rol van muziekmeester heeft overgenomen. August Van Sande overleed op 21 augustus 1956. Vanaf 1957 wordt het St. - Waldetrudiskoor meer en meer betrokken bij de bedevaart, naast de zangers die traditiegetrouw op post zijn. E.H. Schroons leidt de repetities van het koor. Van 1957 tot 1960 leidt Frans Geeraerts de repetities en zang bij de Boeteprocessie naar de Herentalse Kruisberg en van de bedevaart naar Scherpenheuvel. Vanaf 1961 leidt Emiel Geeraerts de muzikanten. In 1961 had men de mis te Scherpenheuvel te laat aangevraagd, waardoor de bedevaarders genoegen moesten nemen met een latere mis om 11 uur. Voor de mis deden ze nog een rozenkrans.
In de 20ste eeuw ondergaan de bedevaarten een diepgaande transformatie. Een eerste factor is de opkomst van de moderne vervoermiddelen, waardoor de vele bedevaartorganisaties besloten om per trein, tram of bus op bedevaart te gaan. Vanuit Herentals ging men vanaf 1875 per trein op bedevaart, terwijl het bestuur van de Turnhoutse Scherpenheuvelbroederschap in 1907 beslist om voortaan per trein op bedevaart te gaan. Maar tot op vandaag blijft een groot aantal bedevaarders de tocht (soms gedeeltelijk) te voet maken. Twee andere factoren die hebben geleid tot een transformatie van de bedevaarten en ook een bedreiging inhielden voor het bedevaartwezen als zodanig, lieten van de jaren 1960 hun invloed gelden: de kerkelijke vernieuwing en de algemene modernisering.
Bij gebrek aan genoeg deelnemers werden sommige bedevaartorganisaties dan ook ontbonden. In de tijd van de kerkelijke vernieuwing raakte deze processie in een diepe crisis, die ze niet meer te boven zou komen.
Tot op vandaag blijft Scherpenheuvel nog steeds het meest bezochte bedevaartsoord in België.
Normalerwijze staat Poireau nogal weigerachtig om op "goovaltoït" ergens binnen te stappen. Meestal draait dat toch uit op een miskleun.
Seulement voilà, zo nu en dan zondigt hij ook tegen zijn eigen principes en zo kwam hij terecht bij Le petit boxeur in de Borgwalstraat in Brussel.
Waarom juist daar ? Zonder goede reden eigenlijk, waarschijnlijk omwille van de naam en omwille van de algemene indruk. Het ziet er inderdaad proper uit en het interieur is 'very cosy'. Veel houtwerk en spiegels, messen en verketten van Christophle en servietten en tafellakens in damast.
De enige ober (ook de patron ?) doet ons direct denken aan Basil uit Fawlty Towers, afgaand op zijn uiterlijk. Onder de middag ziet hij er evenwel nog rustig uit, althans in de verbruikszaal, ...
Kwestie van prijzen zit je in een categorie van tussen de 15 en de 20 euro voor een plat principal. En onder middag is er de onvermijdelijke luns aan 18 euro waarbij je dan een entrée en een plat krijgt. Weerom uit principe gaan Poireau en Ciboulette nagenoeg altijd voor de luns en de huiswijn. En zo geschiedde ...
De entrée: Twee soorten vis, een gestoomde saumon en een gegrilde snoek avec une salade mixte met een lichte vinaigrette. Niet om lyrisch over te worden maar ook niet vermassacreerd. Met de entrée alleen is je honger al grotendeels gestild. De witte huiswijn loopt goed binnen.
Le plat: Gezien de in vorige bijdrage vermelde 'viva mboma', en gezien een mens zo nu en dan eens moet durven te druven, gaat Poireau voor het orgaan, een rognon de veau, oftwel een klafsnier, à point gebakken. C'est un peu spécial tout de même ... Kwestie van smaak ik het best doenbaar maar er is iets in de weerstand van die nier dat mij niet bevalt, ça fait un peu michelin-binnenband ... Ligt het aan het kalf of aan de kok, ik weet het niet omdat ik geen vergelijkingsbasis heb, ik ken geen kalven persoonlijk en nog minder hun binnekant, maar ik zou die vuistdikke bal orgaan eerst hebben laten marineren kwestie van hem wat toegeeflijker te maken. De rode huiswijn is ook drinkelijk, geen opmerkingen.
Le dessert: (aan 7 euro) voor Ciboulette een glace au speculoos en voor Poireau een crème brulée à la vanille. Het ijs ziet er versgedraaid uit, en is het waarschijnlijk ook, met daarin stukskes speculoos. C'est bien. De crème brulée is wel goed van smaak maar Basil zou aan zijn kok moeten zeggen dat hij een crème brulée niet in een over mag zetten om te bruinen van boven want dan wordt de crème zelf ook warm en dat is niet de bedoeling. Ofwel stoemp je je crème onder een salamander ofwel neem je een vlammenwerper van camping-gaz.
Le compte: 63 euro voor ons twee. twee lunsen, vier glazen wijn, twee desserts en één café.
Uit een recent uitgevoerde studie van de reacties gegeven op onderhavig blog, stel ik vast dat er een deel van de reagerenden de flanellen bidder hebben, en een ander deel de rubberen daver, wanneer er ook maar een verwijzing wordt gemaakt naar hun al dan niet vermeende patrimoniële inhoud.
Sterker nog, zij proberen onderhavig blog te gebruiken om POireau eveneens doebberende rillingen te bezorgen.
Bij deze, ach zo stuntelige, pogingen om POireau zijn inmiddels legendarische kalmte te doen verliezen, dienen zij er toch wel rekening mee te houden dat POireau tegen grijpgrage belastingsambtenarenvingers een afdoend, wat zeg ik, een onfeilbaar verweer heeft opgebouwd en er dus geen enkele reden is waarom POireau zich ook maar de minste zorgen zou maken.
De plus wordt er met afgrijzen verwezen naar het laatste nieuwe wapen van minfin. De data-mining ...
Ze hebben jaren geleden al iets gelijkaardigs geprobeerd door te pogen iedereen een spionageplant te laten aankopen en deze in hun woonkamer te laten zetten, een fiscus benjamin, en dat heeft toen ook niet geholpen.
En nu dus de data-mining ...
POireau is ondanks zijn ietwat afstandelijk uiterlijk toch begaan met zijn medemens, voor zover er enige tekenen zijn van wederzijdse reciprociteit natuurlijk. En dus ben ik toch maar eens gaan opzoeken wat ons aller minfin zoal zinnens zou kunnen zijn.
Er is inderdaad enige grond tot ongerustheid ...
Tegen 07/09/2009 om 11 uur moeten de offertes binnen zijn bij madam nathalie.orban@minfin.fed.be voor de nieuwe data-mining tools.
Waarover gaat het ?
1.1.1.3
VOORWERP
De levering, de implementering, de programmering en het onderhoud van een complete omgeving voor Datamining en dit op de algemene technische architectuur van de FOD Financiën. Deze Datamining-omgeving zal een ICT-fundament vormen.
De analyse van de Datamining-modellen die momenteel bestaan bij de FOD Financiën, alsook hun eventuele aanpassing of migratie.
Deze opdracht omvat één enkel lot.
De diensten en leveringen zijn beschreven in deel B ‘Technische voorschriften’ van het bijzonder bestek.
U begrijpt er geen fluit van ?
Geen nood, Nathalie zal het u allemaal persoonlijk uitleggen. Deze informatiesessie zal plaatsvinden op 10 augustus 2009 om 10 uur op het volgende adres :
FOD Financiën
Stafdienst ICT
Toren C, 5e verdieping
Koning Albert II-laan, 33 bus 95
1030 BRUSSEL
U begrijpt er wel een fluit van en wenst nog meer fluit, zie dan hieronder (indien ik alles juist heb gedaan staat er een pdf-ke in bijlage)
Bij nader toezien is er geen reden tot ongerustheid ...
Er zullen offertes gemaakt worden en tijdig binnen gegeven maar vooraleer er een beslissing zal genomen worden over wie welke systeem mag leveren zal nathalie al lang op prepensioen zijn en gelukkig maar want dan zal weer blijken dat het ding niet werkt en eigenlijk al verourderd was van voor zijn geboorte.
Was er trouwens niet ergens gezegd dat België een belastingparadijs was ? En hoe onnozel zou je moeten zijn om je eigen paradijs om zeep te helpen ?
Mesdames en messieurs, recentelijk en niet zo lang geleden kreeg POireau een nogal gewichtige vraag voorgelegd, in stoemelings tussen mijn gouden register gestoken. De vraag gaat als volgt:
Noodkreet uit de geboortestreek van Eddy Merckx
Cher Monsieur H. POireau,
Ten einde raad zou ik uw hulp willen inroepen om mij te helpen in deze netelige kwestie. Het zit namelijk zo : ik woon al 25 jaar in de geboortestreek van de allergrootste wielrenner aller tijden en ben vanaf de eerste dag dat ik hier woon op zoek in Kiezegen naar een verwijzing, een gedenkplaat, een fietsoute misschien... Helaas, ik ben echter niet zo een goede speurneus en ben daarom zo vrij een beroep op uw intellekt en speurzin te doen om deze zaak voor eens en altijd op te lossen.
Zoals u ondertussen wel weet is POireau altijd bereid om belangeloos zijn grijze cel ter beschikking te stellen van de getormenteerde zielen.
Restons logique ...
Mijnheer of madam is dus op zoek naar een monument van een zekere Eddy Merckx en dit in Kiezegen, alwaar de eerder vernoemde Eddy Merckx zou geboren zijn. Mijnheer of madam is daar al 25 jaar ingezetene en is sinds die tijd op zoek.
Tout d'abord: wie is die Eddy Merckx en waar en wanneer is die juist geboren ? POireau zoekt effekes met zijn zoekmachien, et voilà:
Edouard Louis Joseph Merckx werd geboren op 17 juni 1945 in Meensel-Kiezegem.
U ziet zelf al waaromde mijnheer of de madam al 25 jaar vruchteloos op zoek is ... als je zoekt in KIEZEGEN terwijl uw target zich in MEENSEL - KIEZEGEM bevindt, dan is de kans groot dat je een groot gat in de lucht slaat natuurlijk.
Ik durf evenwel te veronderstellen dat het hier gaat om een missing die niet juist is of dat de mijnheer of de madam soms last heeft van een broebbellip bij het schrijven. Je présume donc dat de mijnheer of de madam na 25 jaar weet waar hij/zij woont en daarmee blijft de initiële vraag dus van toepassing.
Pourquoi woeveu is er geen statue van le roi de la pédale in Meensel-Kiezegem ...
POireau heeft ondertussen al geleerd dat het weinig zin heeft zich vragen te stellen waarop al een antwoord is gegeven en dus zoekt POireau nog eens op zijn zoekmachien en, taratata !!!, het antwoord zoals gevonden in de notulen van de gemeenteraad van Wolvertem-Meise, de huidige woonplaats van de genoemde Eddy Merckx.
32) OPRICHTEN KUNSTWERK VOOR NIEUW ADMINISTRATIEF CENTRUM - RAADSLID ROGER HEYVAERT.
Daar men reeds in de eindfase zit en er kortelings verhuisd wordt naar het nieuw administratief centrum stelt raadslid Roger Heyvaert en de Open VLD voor, om zoals voorzien de wetgeving, een kunstwerk op te richten van 2% van het kostenplaatje van het nieuw opgerichte gebouw waarover reeds vroeger een principiële beslissing werd genomen in het schepencollege. Hierbij kan volgens raadslid Heyvaert gedacht worden aan één van onze inwoners, de grootste wielrenner aller tijden en tevens ereburger van onze gemeente, nl. Eddy Baron Merckx. Hij stelt de gemeenteraad voor dat deze zich principieel akkoord zou verklaren als aandenken en eerbetuiging een kunstwerk op te richten voor onze “Ere Burger” Eddy Baron Merckx, om zijn wereldwijde buitengewone prestaties waardoor hij onze gemeente op de kaart heeft gezet.
Schepen Joos Vereertbrugghen antwoordt dat hij zeker niet minimalistisch wil doen over de verdiensten van Eddy Merckx. Hij heeft al veel eerbetuigingen gekregen, o.a. door uitgeroepen te worden als ere-burger. Maar er is nog een ere-burger in de gemeente. Gaan we die dan niet discrimineren vraagt de schepen zich af. En wat als er in de toekomst nog mensen uitgeroepen worden tot ereburger? Raadslid Heyvaert sprak over een eerdere principiële beslissing van het schepencollege. Volgens schepen Vereertbrugghen kunnen beslissingen altijd gewijzigd worden. Hij meent ook dat de verplichting van investering maar geldt als er subsidies verkregen zijn voor de bouw van het administratief centrum. Als schepen van Cultuur heeft hij een andere opvatting over kunstwerken voor het gemeentehuis. Hij pleit ervoor dat kunstenaars uit de gemeente een kunstwerk maken.
Raadslid Roger Heyvaert repliceert dat Eddy Merckx in het buitenland wel een monument van meters hoog krijgt en dat in zijn eigen gemeente sommigen al tevreden zijn met een ereburgerschap. Hij pleit ervoor toch een kunstwerk voor Eddy Merckx op te richten aan het nieuw administratief centrum.
Raadslid Emiel De Boeck stelt dat raadslid Heyvaert in zijn voorstel vermeldt “een kunstwerk op te richten van 2% van het kostenplaatje van het nieuwe gebouw, zoals voorzien in de wetgeving"
Hij vraagt hem op welke exacte wetgeving hij zich hiervoor baseert. Vervolgens vraagt raadslid De Boeck aan raadslid Heyvaert of het bestuur, toen raadslid Heyvaert nog burgemeester was, een aanvraag heeft gedaan voor het toekennen van toelagen, voor de bouw van het administratief centrum.
Raadslid Heyvaert heeft hiervan geen weet maar meent dat als er geen subsidie voorzien is de oprichting met eigen middelen moet gebeuren.
Raadslid Emiel De Boeck geeft vervolgens kennis van de inhoud van het decreet van 23 december 1986, dat o.a. bepaalt dat iedere publieke rechtspersoon die geheel of gedeeltelijk met ten minste 30 percent subsidie ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap een gebouw opricht of verbouwt, 2 percentage van de bouwkosten moet besteden aan in het gebouw geïntegreerde kunstwerken. Om reden dat raadslid De Boeck toen als secretaris werkzaam was aan het gemeentebestuur weet hij dat er voor het administratief centrum geen subsidies werden aangevraagd en er aldus ook geen bekomen werden, derhalve is de verwijzing van raadslid Roger Heyvaert naar "zoals voorzien in de wetgeving" fout. Vervolgens deelt raadslid Emiel De Boeck mee dat binnen de CD&V-fractie, naar aanleiding van de besprekingen i.v.m. een voorontwerp van het RUP Sint Laurentius, aandacht werd besteed aan de Eddy Merckx fietsroute en de idee is tot stand gekomen om langsheen de route een beeld aan te brengen ter herinnering aan het palmares en de verdiensten van Eddy Merckx, naar het voorbeeld van deze die zich op de Col du Stockeu bevindt. Raadslid De Boeck meent dat het beter is een beeld te plaatsen aan een fietsroute.
Raadslid Roger Heyvaert pleit ervoor een herdenking aan het nieuw administratief centrum te plaatsen omdat daar iedereen van de gemeente langskomt.
Raadslid Johan Van Schel steunt raadslid Heyvaert en stelt dat in Meise-centrum wel een standbeeld voor Mgr. Daelemans werd gezet.
De voorzitter, burgemeester Marcel Belgrado antwoordt dat de gemeenschap dat wel niet betaald heeft, maar hijzelf.
Raadslid Steven De Ridder zegt dat Eddy Merckx toch nog niet overleden is. Je zet toch maar een standbeeld voor iemand die overleden is volgens het raadslid.
Raadslid Herwig Corenlis treedt dit standpunt bij door te verwijzen naar straatnamen, deze verwijzen toch ook niet naar in leven zijnde mensen.
Raadslid Roger Heyvaert vraagt het punt ter stemming voor te leggen.
Raadslid Emiel De Boeck vraagt of Eddy Merckx akkoord gaat met de oprichting van een kunstwerk dat aan hem herinnert, aan het nieuw administratief centrum.
Raadslid Roger Heyvaert antwoordt bevestigend.
De voorzitter vindt het ook beter eerst de mening van Eddy Merckx zelf te vragen en dit schriftelijk te laten bevestigen.
Raadslid Emiel De Boeck stelt als amendement op het voorstel van raadslid Roger Heyvaert voor om een herinnering aan te brengen langsheen de Eddy Merckxroute, zoals hij daarstraks uiteen zette.
Raadslid Roger Heyvaert zegt dat de mening van Eddy Merckx niet meer gevraagd moet worden en vraagt het punt ter stemming voor te leggen.
Het voorstel van raadslid Roger Heyvaert wordt met 10 stemmen voor, 12 stemmen tegen en 2 onthoudingen verworpen.
Voilà mijnheer of madam, het antwoord op uw 25-jarig probleem ... Er staat geen standbeeld of gedenkplaat van de genoemde Eduard Louis Joseph Merckx in Meensel-Kiezegem om de doodsimpele reden dat ze in uw gemeente, net zoals in Meise Wolwertem, al zolang op hun portemonnaie zijn blijven zitten dat hij ondertussen naar de mottebollen ruikt en er dus zeker geen gedenkplaat af zal kunnen, laat staan een monument.
Ik zou u dus aanraden, mocht u alsnog de hoop koesteren op een mooie dag een aandenken aan de genaamde ... (ja foert zeg, ik ga die serie namen niet blijven herhalen) wensen te aanschouwen, u voor sponsoring te wenden tot de lokale middenstand. Zo kan de bakker kramieken eddykes bakken, de beenhouwer merckxsaucis draaien, ... u ziet maar en als ze u willen tegen houden kan ik u de enkel volgende raad geven: laat u geen Stockeu in de wielen steken
Als de onweerstaanbare drang u zou bekruipen om eens hoog en soms droog naast een paard te gaan staan, dat ondertussen miljoenen al hebben gezien, maar onbereikbaar achtten, dan weet Poireau waar u naartoe moet.
C'est simple, u doet zoals ons aller polleke de tweede en u vertrekt het koninklijk paleis in Brussel, recht op recht richting het museum van Tervuren. Oftewel langs de rue Belliard met uw voertuig ofwel langs de rue de la Loi op uw zolen ( het zijn beide sens unique, een de berg af, een de berg op)
Dan komt u gegarandeerd uit aan de (half)-eeuwpaleizen met in het midden een arc de triomphe, en daar bovenop ... een paard.
So far so good, maar dan moet je nog aan dat paard zien te geraken ...
Niet moeilijk, u gaat het Legermuseum binnen, het is gratis maar ook gesloten op maandag. Ofwel gaat u eerst de afkooksels van de kanoone von navaroone bekijken ofwel gaat u éénmaal u binnen bent linksaf, tot aan de muur en dan terug linksaf waarbij u in een soort inkomhall terechtkomt waar opuw rechterhand een lift is. U neemt de lift tot op de hoogste verdieping (vierde). nog eefekens een trap op, en voilà, u staat in al uw glorie te pronken naast het paard op de arc de triomphe. Het uitzicht krijgt u er ook gratis bij evenals een plattegrond waarop u kan zien waar wat ligt in Brussel. En natuurlijk kan u ook even wuiven naar de onwetenden onder u.
Als u er dan toch bent, en u geen interesse zou hebben voor de overschotten van het belgisch leger, dan kan ik u nog altijd aanraden om de tijdelijke tentoonstelling " Vegetal City" te bezoeken. U zal wel moeten spoeiën want ik denk dat het niet meer al te lang zal duren.
Is ook dat u aan niet besteed dan kan u nog altijd naar Autoworld of naar het oudheidkundig museum.
En als ook dat u niet zegt ... trekt dan verdorie uw plan .
Omdat Poireau niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de binnen- en buitenkant van zijn broekspijpen kan onderscheiden, wordt er zomaar, uit de losse hand, geïnsinueerd dat hij niet zijn bijdrage zou hebben geleverd aan de bezettingsmacht.
Scheem on you !
Poireau heeft wel degelijk zijn lijf en leden en al de rest ten dienste gesteld van de patrie gedurende welgeteld 12 volle maanden. Pas op, niet zomaar ... Poireau heeft er zelfs nog de aanslagen van de Rose Armee Fraktion weten gebeuren. Jawel madam, POireau heeft er zelfs een virtueel schot gelost en de kogel vliegt nog altijd als je het mij vraagt.
Nadien hadden ze het begrepen en werd de dienstplicht afgeschaft.
Dat is de truuk van de sparadrap niet zou kennen ... waar halen ze het ...
Al een paar dagen voelde ik iets puntigs steken in de zit van mijn chesterfield.
Ik dacht zo bij mijzelf zo, Poireau, dacht ik zo, ge moet er toch eens naar kijken.
Na de knoppen van mijn voering te hebben ontknoppeld, zag ik subiet wat het was.
Jaren gewacht met het bekijken van de gegevens van mijn blog waardoor de punten van de statistieken traag maar zeker omhoog waren gekomen.
Ronduit verschietachtig is het ...
Neem nu vandaag:
Aantal pageviews vandaag tot nu toe: 21
Aantal bezoekers vandaag tot nu toe: 8
Aantal pageviews laatste uur (sinds 18:00u): 3
Aantal bezoekers laatste uur (sinds 18:00u): 0
Verwacht aantal pageviews voor vandaag: 36,2
Verwacht aantal bezoekers voor vandaag: 12,3
En ik heb begot niemand zien passeren ...
Niet alleen dat, maar als ik de cijfers mag geloven moeten er nog 4.3 bezoekers langskomen !
Ik dacht: ik zal maar vlug pateekes gaan kopen ...
Maar dan stelde zich al vlug de vraag : hoeveel pateekes ... want wie of wat gaat die 'comma drie' zijn.
Na wat overpijnzingen ben ik tot het besluit gekomen dat peilingen ook niet altijd juist zijn en dat die comma drie waarschijnlijk iemand is die nog maar voor een derde zeker is of hij/zij wel kan komen.
Dus, zeven pateekes in totaal ... allez acht, want je moet er toch altijd eentje op reserve hebben nietwaar.
Nu doe ik er alles aan om anoniem te blijven ... , et voilà, ze hebben me toch wel gevonden zeker. Merçi Angelique, van de madammen moet ge het hebben.
Op slag mijn trottoir vol fotografen, een hoop frisko's onder mijn neus geduwd, mijn vie privée zomaar gedévoileerd aan Jean en Allemand Mais enfin toch !
Vermits u het toch wel zal te lezen krijgen in de beter uitgewrongen pers, kan ik het geheim maar beter zelf bekend maken.
Waar is Poireau al die tijd mee bezig geweest ?
Kom eventjes wat dichter bij het scherm zodat ik het u in alle discretie kan vertellen
De bas-fond burger lijkt mij de vet-verzopen lap zweetvlees van bij het fritkot. Zoveel mogelijk afblijven ...
Dan zijn er de hygiënisch gecontroleerde lappen vermorzeld genetisch gemanipuleerd soepvlees van bij onze pseudo-amerikaanse vrienden, sauce chimique inbegrepen. Zie dat je quick buiten bent vooraleer je echt fluo uitslaat. Maar er moet gezegd, de smaak laat je niet meer los.
En dan is er de burger der burgers, wat zeg ik, de ere-burger. Waar, waar ? Daar, daar ! Aan de Place Rouppe, schuin rechtover de 'comme chez soi', op de hoek met de Zuidstraat. Onthoud het: in de Youtsiplou moet je zijn als je met enig gerust gemoed een echte hamburger wil eten.
Ni vet ni, ni brol ni, gewoon zoals het zou moeten zijn.
En als madam haar neus ophaalt (het zijn meestal de madammen die hun neus ophalen voor een hamburger), is er voor haar ook een talloor verse groensels te verkrijgen waar ze gegarandeerd konijntanden van krijgt.
Het is ook niet zo dat ze je van je stoel meppen met de rekening. één classic hamburger, één ferme talloor groensels, een halve lieter +/- wijn, en een koffieke voor 35 euro, alles inbegrepen.
Ik weet het, het is wat duurder van bij Mac Donalds Duck, maar er is dan ook geen vergelijking mogelijk wat betreft de kwaliteit.
Zo ziet u, dames, dat wanneer je iets niet meer hebt, je pas beseft dat je iets hebt gehad.
Miljaar, POireau wordt pojetisch. De bond zonder naam is er zowaar niets tegen. Niet zeemvellerig worden Poireau jongen, dat is niets voor jou ...
En dus dien ik terug te schakelen naar het laatste nieuws van het front. En het laatste nieuws is ... dat er geen nieuws is.
Figuurlijk ? Neen, ook letterlijk.
Hetzelfde veulen dat een paar weken terug reclame maakte voor ça-va-seul op de Heyzel is seders verleden vrijdag verschuwnden ergens te lande.
Madam heeft zich ingeschreven met een vriendin als 'survivors' in een week-end lang hunter/survivor spel. Voor zover u het niet zou kennen: De helft van deelnemers zijn 'hunter', de andere helft 'survivors'. Beide worden op vrijdagavond ergens in Belgenland, in the middel of nowhere, gedropt met een kaart. Bedoeling is dat de hunters de survivors kunnen 'pakken' vooraleer ze 'home' bereiken. Om home te kunnen bereiken hebben de survivors inlichtingen nodig die ze enkel kunnen bekomen door bepaalde check-points aan te doen. Alle middelen zijn goed, van beiden kanten, om het doel te bereiken. En het doel, home, doet maar zijn deuren open op zondagmiddag.
Bref, madam en madam moeten gedurende twee dagen en twee nachten compleet hunne plan trekken om onopgemerkt te worden terwijl ze richting 'home' gaan.
Nu moet u weten dat ik er mijn dochter van verdenk te kunnen verloren lopen in haar eigen appartement terwijl haar vriendin zelfs haar eigen appartement niet eens kan vinden, denk ik.
Voor hetzelfde geld ligt 'home' in Zwevezele en zijn zij inmiddels op weg naar Mardesous ...
Ik verwacht dan ook een oproep vanuit de landloperskolonie van Merksplas met de vraag of ik misschien twee losbollige freules, in rambo verkleed, asteblief wil komen ophalen.
Of mijn offspring een slag van de molen heeft gekregen ? Niet dat ik weet. Maar ze moet toch op iemand lijken nietwaar.
Soms vraag ik me toch af of of ik mijn broedsel wel goed heb groot gebracht ...
Terwijl ons jongste kuiken nog altijd met een manke poot rondloopt, komt mijn oudste kuiken, ondertussen al een kieken geworden, met een smile zeggen dat ze met haar kont van de bovenste bol van het atomium is gaan opblinken..
Figuurlijk ?
Neen, letterlijk ...
Madam is met de lift tot in de bovenste bol der bollen geraakt, de machinekamer door, een metalen trap op, een luik door, en daar stond ze dan bovenop het nationaal monument. Een koppel bretellen aangetrokken die aan een kabel zijn vastgemaakt. Op de kont gaan zitten en dan laten schuiven ... tot wanneer alle bolcontact is verdwenen en dan in vogelvlucht langs een kabel terug tot op de grond ... Een death-ride noemen ze dat dan.
Miljaarde miljaarde ...
Moest ik zelf genoeg atomium-onderdelen aan mijn lijf hebben, ik zou het ook doen, maar ik vrees dat dochterlief meer durft dan ik.
Als Poireau zegt dat hij met verlof gaat, dan gaat hij ook met verlof.
Concreet wil dit zeggen dat de pipo's even hun gang mogen gaan en, tijdelijk, niets te vrezen hebben van zijn alziend oog.
En wat doet een POireau dan zoal in zijn rustpauze ?
Een week lang heeft hij een oninneembaar zicht op het plafond en de muren van zijn eetkamer ...
Als Ciboulette zegt tapisseren, dan is POIreau binnen de kortste keren getapisseerd. Ladder op, ladder af. Maar dat stoort hem niet.
POireau beeldt zich dan in dat hij naar een klooster op de Athos berg klimt, en terug afdaalt, en ondertussen zingt hij psalmen ter ere van zijn papkwast.
Na een week blijven plakken, is hij op zondag een tevreden mens; zeker als Ciboulette ziet en zegt dat het het goed is.
Tot slot nog een dankwoordje aan Xavier van Paint@home uit Ninove, de verfwinkel met advies. Ik weet het, het is zijn werk, maar moest hij nu ook eens kunnen het advies geven om een behang gewoon te laten hangen zoals het hangt ... Het zou voor de POireau's en pak beklimmingen van Mount Athos schelen.
POireau neemt een weekske congé, zij het dan met enige zachte dwang van ons Ciboulette.
T'is toch wel bizar ...
Aan de ene kant besef je wel dat je er best efkens tussenuit moet en aan de andere kant is er de drang om toch altijd maar verder te doen.
Enkele jaren geleden is POireau door het te weinig rekening houden met het eerste en het teveel toegeven aan het tweede met zijn vier hoefijzers omhoog gevallen. (zie rubriek ' poireau valt om') Dat was eigenlijk geen mooi zicht en dus had ik mij voorgenomen om in het vervolg met de voeten op de grond te blijven.
En zie, hoe langer het geleden is, hoe meer je de neiging krijgt om toch maar terug wat meer, zelfs wat te veel, hooi op je vork te nemen daar waar men toch zegt dat een ezel zich geen twee keer ...
Maar Ciboulette waakt !
Als ze het bevel geeft "af", dan zit ik binnen de korste keren neer. Terug recht komen nadien neemt wat meer tijd in beslag en het is dus een kwestie van het bevel 'recht' tijdig te geven.
Blijkbaar zijn de heren van snit niet meer zo geneigd hun scalpel boven te halen.
To cut or not to cut, dat was de kwestion.
Nu gaan ze eerder voor de robocop-versie en wordt het slachtoffer een hightech hulpstuk aangemeten dat de functie van de knie tijdelijk over neemt, en dit in combinatie met een serie bepotelingen door een kine.
Pas als dochterlief zou tot het besluit komen dat ze zou blijven last hebben van een elephant-men-gang zijn ze bereid om hun gerief boven te halen en het één en ander terug aan mekaar te prutselen.
Zie, zoiets doet een mens terug vertrouwen krijgen in de heelkunde, denk ik dan maar. Het goede (?) oude principe dat wat vanzelf is gekomen en ook wel vanzelf terug zal verdwijnen. Après tout, ons eigenste lijf is dikwijls nog de beste genezer.
De gevallen engel is terug, in één stuk. Zelfs met twee bijkomende stukken, krukken. En een dubbeledikke knie. Apranax en coldpacks doen hun werk, tot maandag. Dan zal het een late spoed worden, bij de heren van snit en naad. Waarna ze de draad weer kan opnemen, hopelijk. Maar we houden onze glimlach hoog, als een gletsjer.
Vandaag heeft POireau bericht gekregen aus das schöne Austria ...
Dochterlief heeft zoveel spass gemacht dat haar knie nu in appelspaas ligt. 'T was te peinzen, t'was te peinzen.
Als pattotter was ze al niet al te straf in het zich recht houden en het is er duidelijk niet op verbeterd. Nog een geluk dat dat ze niet is doorgeschoven tot in de schönen blauen Donnau.
Enfin bref, Frtiz heeft ze moeten op sleeptouw nemen op een sleebrancard en zo heeft ze de rest van de piste van heel dichtbij, en horizontaal, zien passeren.
Voor hetzelfde geld, of voor net iets meer, hadden ze haar ook kunnen komen halen met een vliegende koffiemolen, want mijn nageslacht en bijhoorsel kennende, was het ook niet uitgesloten dat ze even van de normale weg zouden zijn afgedwaald.
Ik kan het mij niet laten de bedenking te maken dat dit voorval (ze is voorover gevallen), aantoont dat een mens niet gemaakt is om op 900 km van huis op twee planken een berg af te schuiven. Moest dit wel zo zijn, dan zouden we geboren worden met vleugels, of een onderstel met wielen, en een koppel voeten van 1m80.
Dochterlief en haar liefste lief willen absoluut gaan plankschuiven in Oostenrijk. Deze ochtend zijn ze dus met volle overtuiging, jodelend, richting opgaande zon vertrokken.
Nu moet u weten dat dochterlief en haar boddingguard enige tijd geleden het vernuftige idee hebben gehad om een auto aan te kopen. Het moest en zou iets speciaals zijn ...
En dus werd het een voormalige Poetintank, het vervoermiddel bij uitstek om de siberische taïga te doorkruisen, een monstertruck(ske), een 4,5 x 4.5 (reserveband bij ingerekend), een onvervalste Lada Niva dus, en op gas nog wel...
U glimlacht ? Ik ook.
Ze zijn met hun babouchka welgeteld tot in Holsbeek geraakt ... In volle invasie is hun versnellingsbak omgetoverd tot een vertragingsbak om uiteindelijk te ontaarden in blokkeringsbak. En daar stonden ze dan.
Gelukkiglijk had POireau het zien aankomen dat met dergelijk materiaal een blitzkrieg niet echt mogelijk zou zijn, en dus had hij hen wijselijk aangeraden om toch maar een abonnement te nemen op een tussenkomst van de genie-troepen. Drie kwartier later kwamen die inderdaad aan en werd hun babouchka naar een garage gesleept.
Machin kaput
Maar zaols ze zeggen: befehl is befehl en de schouw must go on Dus werd er in aller-heil een vervangtank gezocht welke uiteindelijk beschikblaar bleek te zijn in Zaventem. Een veel recenter exemplaar, maar zonder winter-rupsbanden weliswaar. De Oostenrijkers willen echter geen tanks zonder winter-rupsbanden in hun heimat ... Op hun wegen wird nicht gerodeld, das ist strengsten verboten !
En zeker fuur tzwaai belgische snotznoïzen, sinds herr Ludwig Michel gezaagd hast das er keine eustenraaichische bratwursten mehr wolst knabbelen oemdas die eustenraaichers nog immer ein bisschen ein bizar moustachken haben und ein staaive rechter arm.
Maar ook dat houdt twee gedecideerde vlokkenglijders niet tegen. En dus zijn ze toch maar met hun gehuurde Leopard ten aanval getrokken.
Kinderen, kinderen ...
POireau heeft hun nog een paar van zijn inoxen halskettingen meegegeven voor het geval ze zouden vast rijden.
Het is nu alleen maar te hopen dat ze geen te grote uitschuivers maken of aan de grens een raszuivere Nonkel Dolf tegen komen.
Alhoewel, dan kunnen ze nog altijd zeggen: wir haben het nicht gewoest ... Dat begrijpt hij zeker wel.
14 reacties op dit bericht
Ernest,
Die binnen heten ze ex-voto, die buiten ex-auto.
@ Ernst
Mr Poireau, met mijn inmenging wil ik geen afbreuk doen aan uw gezag, de vraag werd immers aan u gesteld. Ge begrijpt, die vrouwelijke neigingen ...
Scherpenheuvel ..
H.Geesttafelmeester ( soort OCMWvoorzitter) mijnheer Pwoiroo verlicht mij astemblieft of ik zal voor eeuwig op mijn sjik moeten bijten van onwetendheid. !
madam titi
ik kan uw irritatie begrijpen omdat POireau zich op het slechte pad begeeft, maar, madam, de wereld is wat hij is en zoals hij is.
Er zijn dus dames te vinden voor de boogie en andere dames voor de bougie. Sommige zijn zelfs te vinden voor beide, maar dat blijkt eerder een minderheid te zijn.
Maar POireau heeft geen vooroordelen.
Als alles mag, dan mag ook alles, dat wat niet mag van diegenen die zeggen dat alles mag en ook dat wat niet mag van diegenen die zeggen die niets mag.
Poireau is een groot voorstander van le respect mutuel, het respect voor de ziekenkas.
Scherpenheuvel nog het meest bezocht,
De verering tot Onze-Lieve-Vrouw dateert uit de 14e eeuw en gebeurt in de Basiliek of Rosariumkapel. In 1882 werd de kerk verheven tot de rang van Mindere Basiliek door paus Leo XIII.
Af en toe zie ik nog eens een bus met oudere mensen, vooral uit Frankrijk, halt houden aan de basiliek om er een paternoster te prevelen. Het is een mooi stukje geschiedenis die door uitsterven bedreigd wordt.
Astemblief zeg!
Cher ami, er zijn nog vrouwtjes zat in dit landje. De ene wat liever; mooier en populairder dan de andere. De Madonna met de zwarte ballen al gevisiteerd? Of die van Wittentak, Loreto, Kortenbos, Chèvremont, Steenberge, de la Fontaine, ten Traan, van den Oudenberg, enkele Dames der Smarten, De Maagd der armen en in Duffel is ze nog van Goede Wil bij.
Consulteer www.bedevaartweb.com/belgië.htm, je zit goed voor de eerstvolgende maanden. Bonne route et surtout …bon appétit!
ça ce complique ...
Awel, t'is ni evident om daar achter te komen ...
De Maria in kwestie zou zijn overleden tussen de jaren 36 en 50, ofwel in Jerusalem ofwel in Ephese.
En plus kreeg ze de nam van 'moeder van God' maar toegekend in 582 door een zekere 'keizer maurice', en dan nog in Byzantium.
In het nieuwe testatment zou er met geen woord gerept worden over enige vorm van opstijging, in welke richting dan ook.
Het is maar in 1950 dat Pius 12 officieel gezegd heeft dat ze effectief met lijf en leden werd vervoerd richting walhalla.
Ja zeg, vindt op die manier maar eens een factuur terug ...
we want more, we want more, ...
Voor de normale sterveling staat 15 augustus gelijk met het feest van halfoogst, waarbij de naam zichzelf verklaart.
Feest omwille van de toch al half gelukte oogst.
Voor de calotijen staat halfoogts gelijk met Maria-hemelvaart, allè, zo dacht ik dat toch ...
Awel nee !
Daar waar de zoon uit eigen beweging van de grond ging, bijkt nu dat de moeder naar boven werd getrokken op een remorque.
Het is dus niet Maria hemelvaart maar wel Maria tenhemelopneming.
On en apprend tout les jours ...
En van waar weet POIreau dit ?
Awel, van het weredlwijde web.
Jaja, dames en heren, ook dergelijke dingen zijn te vinden mits een beetje zoeken.
En zo kom je dan uit bij Charel, die alles schijnt te weten hierover.
Laissez-moi vous présenter Charel van de Peluche.
Vas-y Charel, zegt het jongen ...
Geraardsbergen -
Karel De Pelsemaeker is dichter, natuurliefhebber en -kenner, verdiept zich in symboliek en voelt zich dus aangesproken door de viering van 'halfoogst' op 15 augustus.
Vijftien augustus of de Tenhemelopneming van Maria, is in het katholieke geloof een belangrijke hoogdag.
Op sommige plaatsen, zowel in België als in het buitenland, wordt er dan Moederdag gevierd.
Maria, Jozef en ook Jezus worden vaak afgebeeld met een witte lelie in de hand, aan hun voeten, aan hun hoofd of ergens rondom hen. In het katholieke geloof symboliseert de lelie de barmhartigheid.
De witte (water)lelie of de lotusbloem verschijnt in legenden die van herkomst uit het oude Egypte komen. Deze plant die gelijktijdig zaad voortbrengt en bloemt, komt vanuit de oergrond van de diepste moerassen of verschijnt van diep uit het slijk en grind van de stromen. Ze staat symbool voor de ware ziel en de puurheid van een individu. De lotus groeit vanuit zijn wortels, die in de modder ankeren, via een lange steel door het water naar het licht, en bloeit bovenop het water. Deze fases worden als het menselijke groeiproces aanzien.
De waterlelie staat in het hindoeïsme en het boeddhisme ook symbool voor de zon en de wedergeboorte. Dit omdat de bloem zich ’s nachts sluit, onder water zinkt en vandaar terug aan het oppervlak gaat bloeien.
De Kelten kenden een witte zwaan, Ker of Cher, die vanuit het mistige water verscheen. Heel wat riviernamen verwijzen hier nog naar: de Jeker (‘Geer’in het Waals), de Franse rivieren Gers, Gar, Cher, Chiers en de Schotse Carron.
Ook de Heilige Maagd die de moeder van Jezus is en het begin van alles, wordt vaak bij vijvers en rivieren vereerd o.a. in Geraardsbergen. Ook in Halle bij de Zenne, en O.L.V van de kapel aan de Zavel in Brussel is ook een beeldje dat aanspoelde aan de oevers van de Zenne. In Lourdes verscheen Onze-Lieve-Vrouw bij een bron.
Op vele plaatsen in Vlaanderen wordt er op 15 augustus ook kermis gevierd. Het feest van Maria werd ook gekoppeld aan de oogst.
Dat evenement werd door heidense volkeren fel gevierd.
Later werd het gebruik gekerstend.
Wanneer John Lennon Yoko Ono leerde kennen gingen ze samen het boeddhisme beleven, John schreef toen de song ‘The wonder of the lotus flower,’ ook dit lied stamt uit een Tibetaanse mantra uit het boeddhisme. ‘Om mani pad me hum’ komt uit het Tibetaans, en betekent in het Nederlands zoiets als ‘het juweel van de lotusbloem’.
Van een mantra wordt beweerd dat het zien dezelfde werking heeft als het uitspreken ervan.
Merçi Charel voor uw verhelderende bijdrage.
Als ik het goed begrijp, is het dus weeral barak ...
In Scherpenheuvel hebben de katholieken zich indertijd een boom toegeeigend, ... en op 15 augustus zelfs een compleet feest.
Kerstenen noemen ze dat dan.
Lenen en vergeten terug te geven noem ik dat.
Madam, mag ik uw saccoche eeens kerstenen ?
Merçi madam ...
Wat is hier gaande?
Poireau met de auto op pseudo-bedevaart naar Scherpenheuvel in een poging de hemel te bereiken. Scherpenheuvel zien en sterven! Niet opgeven Poireau, misschien lukt het weleens, ooit! Beter iets doen dan niets te doen.
De litanie en historie van Scherpenheuvel is een goeie opfrisser waar tijd en armkracht achter steekt.
Liggen de juwelen van Isabelle nog steeds op de trappen van de basiliek? Zijn die 't bezichtigen waard, of zijn anderen al voor gegaan?
Hier bij Poireau voor elk wat wils: voor heiligen en schijnheiligen, voor steemens en plattelander, voor smulpapen en gezonde drinkers, .... maar om te kotsen zijn andere blogs meer aangewezen.... Amen!
Wijs, heel wijs!
Een mens die probeert te overleven met kraantjeswater, zoutloze bruine sneetjes en magere platte kaas heeft daar alle reden toe. Komt Poireau aanzetten met gemarineerde vuistdikke, gezwollen kalfsnieren ..etc.... Om van te kotsen! Anderen likken hun vingers....
Daarom Poireau, dat het heel wijs is dat ge ook aandacht hebt voor onze geestelijke welzijn en ge wordt er uiteindelijk zelf ook beter van.
Scherpenheuvel bezoeken is meer dan heilzaam! Het verlicht het hoofd en het gewicht en als ge uitkijkt kost het zo goed als niets, tenzij ge, in een kaarskesverlicht visioen, scapulieren voor Ciboullet en babulutten en roze likstokken voor uw kroost wil kopen.
Zeker niet te missen zijn de 15 staties, want die zijn de aanzet om ten hemel op te klimmen. Aangezien de mirakels nog in zijn ... Spoed u Poirau en laat u morgen niet inhalen door de vrouwen!
..
Ik werd als kind door mijn uiterst godvruchtige bomma (die ik hoogstens één keer per jaar zag en die eruit zag als een heks in een verhaal van Andersen ) meegesleurd naar allerlei bedevaartsoorden om te bidden dat het ongoddellijk huwelijk van haar dochter met dieje ongoddelijke vreemdeling haar niet uit den heemel en de handen van onzen heer zou houden.
Paternosterke tussen de vingers rollend prevelde ze vanalles, vraag me niet wat - een noveen of zo iets zeker?
Ik zat daar inderdaad als kind verwonderd rond te kijken in den 'Basiliek' naar het plafond en vooral naar de krukken - die dankbetuigingen waren van geneezen menschen (according to my bomma).
Wat ik me verder nog herinner waren koeken - specialité de Scherpenheuvel - en ze smaakten heerlijk. Ik heb ze sindsdien nooit meer gegeten want ik ben nooit meer in Scherpenheuvel geweest.
Oftewel had ik die dag zo'n vreselijke honger oftewel waren de koeken lekker.
Totdaar het verhaal van een godvruchtige Scherpenheuvel bezoekster.
Steentje bijdragen
Ik wim nog een steentje bijdragen, geen duit in het zakje doen, omdat het over een hoop stenen gaat, namelijk de Maagdentoren in Scherpenheuvel-Zichem. Zoals veelal is de legende mooier dan de werkelijkheid. Zeer lang geleden zou ene Don Juan, echte naam, heerser over de mooie demervallei geweest zijn. Hij had een mooie dochter Rosita, waar hij de hoogste plannen mee had en moest trouwen met een heer liefst van hogere stand dan hijzelf. Zoals meestal werd de dochter verliefd op de zoon van een ordinaire wapenhandelaar, maar Don Juan zag dit niet zitten en verbood zijn dochter deze snoodaard nog te zien. Zij veegde hieraan echter vierkant haar laarzen en Don Juan probeerde in te grijpen door twee nonnen in te lijven om haar tot andere gedachten te brengen. Zij mislukten echter grandioos en Don Juan besloot de drie vrouwen op te sluiten in zijn wachttoren. Op een morgen liepen de drie vrouwen aan mekaar gebonden naar de Demer en zijn onder vreselijk geweeklaag in de Demer gesprongen en verdronken. Don Juan kon geen rust meer vinden en hoorde voordurend het geweeklaag van de drie vrouwen en is gek geworden.
Tot zover de tweede duit
Montaigue
U hebt mij zeer verheugd door een bezoek te brengen aan de streek waar ik mij schuil hou. Vermits u blijk geeft van interesse aan de "petite histoire" van het Hageland, ja land, wil ik mijn duit in het zakje doen. Welk zakje weet ik niet, maar beschouw het als een duit in de offerblok van Scherpenheuvel.
In mijn jeugd, enkele jaren gelden, gingen wij op zondag namiddag ook op bedevaart naar Scherpenheuvel. Er waren daar een paar ondernemende middenstanders die dancings geopend hadden en de zondag namiddag om 14.00 uur T-dancants organiseerden. Wij hebben daar zeer uitgebreid aan de verwildering der zeden meegewerkt, in zoverre zelfs dat de toenmalige pastoor vlammende preken hierover afstak.
Ik hou nog een paar duitjes in reserve.
hoe een lezing een schrijving wordt
De Kempische bedevaarten naar Scherpenheuvel, vanaf hun ontstaan tot heden.
Samenvatting van de lezing, gehouden door dr. Marcel Gielis voor de Herentalse Geschiedkundige Kring op 16 november 2006 in het Fundatiehuis op het Herentalse Begijnhof. De spreker. Marcel Gielis werd geboren in Reet op 25 juli 1948. Hij volgde humaniora (Latijn - wiskunde) aan het Onze- Lieve - Vrouwcollege te Boom, werd licentiaat geschiedenis (KU Leuven, 1976), doctor in de godgeleerdheid (Theologische Faculteit Tilburg, 1994). Hij was godsdienstleraar aan diverse scholen van zowel rijks -, provinciaal en katholiek onderwijs van het bisdom Antwerpen, sinds 1976 universitair docent aan de Theologische Faculteit Tilburg (Vakgroep Geschiedenis van Kerk en Theologie) en daarnaast ook docent aan de Opleiding Toeristische Gids aan het Centrum voor Volwassenenonderwijs in Turnhout en aan het Departement Spiritualiteit van het 'International Institute Canon Triest', Broeders van Liefde te Gent. Hij publiceerde diverse werken over de religieuze geschiedenis van Noord - Brabant en de Kempen, de houding van de Kerk tegenover de religieuze volkscultuur, over christelijke iconografie en actuele problemen aangaande geloof en kerk. Hij is lid van diverse geschiedkundige, religieuze en culturele organisaties en ondervoorzitter van het Davidsfonds Turnhout.
De Kempische bedevaarten naar Scherpenheuvel, vanaf hun ontstaan tot heden.
a) Geschiedenis van de bedevaartsplaats.
De oorsprongslegende van het bedevaartsoord Scherpenheuvel - het verhaal van de herder die een Mariabeeld in een boom vindt - zou zich afspelen in het begin van de zestiende eeuw.
Doch reeds in het begin van de 14de eeuw noteert Lodewijk van Velthem, die in 1304 kapelaan was in Zichem, in zijn 'Spiegelhistoriael'of 'Rijmspiegel' - een verderzetting van de rijmkroniek van Jacob van Maerlant - een legende over een boom in de streek tussen Zichem en Diest.
Misschien moeten we eerder van een sage spreken, want behalve de kruisvorm van de boom zijn er geen christelijk - religieuze elementen in het verhaal te vinden.
an Velthem beschrijft de gebeurtenissen vanuit het standpunt van 'verlicht' priester, die aanstoot neemt aan het volkse bijgeloof, waarin hij restanten van het heidendom ziet. De mensen die naar de eikenboom op bedevaart gaan en daar hopen van hun kwalen genezen te worden, zijn volgens hem dwaas.
Van Velthem vertelt enkele verhalen met sprookjesachtige elementen over gebeurtenissen die zich aan de boom zouden afgespeeld hebben.
De Norbertijn Augustinus Wichmans, die in de zeventiende eeuw een groot naslagwerk over Mariale bedevaartplaatsen in het hertogdom Brabant publiceerde, kent een gewijzigde versie van de rijmkroniek van van Velthem.
Hij is van oordeel dat de eik die in het begin van de 14de eeuw vereerd werd, dezelfde is als waar in de 16de eeuw het Mariabeeld aan hing. Wanneer Philips Numan, de griffier van de aartsbisschop van Mechelen, in 1603 in de omgeving van Scherpenheuvel een onderzoek instelt naar de oorsprong van de verering van het beeld, vertellen zijn bronnen hem het verhaal van de herder die aan de oorsprong zou liggen van de verering.
Omstreeks 1500 zou een herder op de plaats waar nu de basiliek van Scherpenheuvel staat, een Mariabeeld gevonden hebben dat van de eik, die daar stond, was afgevallen. De herder wilde het beeldje meenemen, maar kon zich plotseling niet meer bewegen zodra hij het beeld had opgeraapt. Toen zijn meester, die naar hem op zoek was gegaan, het beeld terug in de boom hing kon de herder zich weer bewegen.
Het bovenstaande relaas wordt door Numan ook opgetekend in zijn boek 'Historie van de Mirakelen', dat echter volgens Numan een volksverhaal is, dat niet gestaafd kan worden met enig ander bewijs dan de mondelinge overlevering. In zijn boek doet Numan wel verslag van de kerkelijk erkende wonderen die plaatsvonden in Scherpenheuvel.
Het mirakelboek werd vertaald in het Nederlands, Frans, Spaans en Engels en mede hierdoor wordt Scherpenheuvel in heel West-Europa een vermaard pelgrimsoord dat vele bedevaarders trekt.
r ontstond een devotie tot het Mariabeeld aan de eik. Zelfs landvoogd Alexander Farnese ging op bedevaart naar de heuvel en de eik, voor hij in februari 1578 Zichem ging belegeren. Waarschijnlijk verdween het oorspronkelijke beeld in 1580, als de Geuzen de streek rond Zichem voor 3 jaar heroverden.
Vermoedelijk in de vasten van het jaar 1602 had pastoor Godfried van Thienwinckel van Zichem - die het initiatief nam voor een bedevaart naar Scherpenheuvel - een kapel (een houten gebouwtje) laten optrekken naast de eik. En in mei of juni 1602 deed zich de eerste genezing voor, die officieel door de Brusselse magistraat, als mirakel werd erkend.
De blinde Petronella Ridders uit Diest, keerde na een bedevaart, met gezonde ogen terug.
De massale toeloop had ondertussen de aandacht getrokken van de hoogste kerkelijke en wereldlijke gezagsdragers van de Zuidelijke Nederlanden. Aartsbisschop Matthias Hovius stuurde in 1603, zijn suffragaan Johannes Miraeus van Antwerpen, voor een onderzoek ter plaatse.
Beducht als de contrareformatorische leiders waren voor bijgelovige praktijken, die mogelijk nog samenhingen met de heidense bomenverering - men geloofde zelfs dat de schors van de Scherpenheuvelse boom geneeskrachtig was - gaf hij opdracht om de boom, waarin het beeldje tot in 1602 was bevestigd, om te hakken. De Mariadevotie in de houten kapel, liet hij echter ongemoeid.
Men geloofde dat Onze Lieve Vrouw van Scherpenheuvel de kracht heeft ernstig zieken te genezen en koorts te doen dalen. Ook kan zij boze geesten uitdrijven, zoals in 1603 gebeurt met Cathérine du Bois uit Rijsel. Na vele pogingen tot exorcisme laat men haar een stukje hout van de gekapte Scherpenheuvelse eik doorslikken , waarna de duivel haar lichaam verlaat.
Ook de aartshertogen Albrecht en Isabella en hun omgeving toonden belangstelling voor de gebeurtenissen in Scherpenheuvel. Van 19 tot 24 november 1603, verbleven ze met hun gevolg te Diest in het kasteel van de katholieke Filips-Willem van Oranje, heer van Zichem en Diest, op wiens grondgebied Scherpenheuvel lag en gingen ze samen met hun hofhouding regelmatig bidden op de bedevaartplaats.
Albrecht vatte toen het plan op om de toen nog woeste heuvel om te vormen tot een 'besloten hof'. De bouw van een stenen kapel - gestimuleerd door de aartshertogen - werd beëindigd in 1604 en op 13 juni 1604 werd de stenen kapel ingewijd door Matthias Hovius. Op 8 september van dat jaar wordt de kapel echter geplunderd door Noordelijke troepen en Jezuïeten brengen het Mariabeeld in veiligheid. Nadat Ambrosius Spinola op 20 december 1604 Oostende had ingenomen - het laatste bastion van de Calvinistische Geuzen in de Zuidelijke Nederlanden - betuigden de aartshertogen O. - L. - Vrouw hun dank door haar ter ere, het bedevaartsoord uit te bouwen en krijgt Scherpenheuvel in november 1605 stadsrechten.
Scherpenheuvel moest het katholieke bolwerk van de Zuidelijke Nederlanden worden, als tegenhanger van de protestantse vesting Willemstad in de Noordelijke Nederlanden.
Dit plan sluit perfect aan op de ideeën van de Contrareformatie en de stad moet een allegorisch eerbetoon worden aan de Moeder Gods.
In 1607 gaven de aartshertogen aan hun hofarchitect Wenceslas (Wenzel) Cobergher, de opdracht om een plan te tekenen voor een nieuwe kerk in Scherpenheuvel en stelden ze Hendrik Meert aan als bouwmeester.
Het ontwerp van Cobergher is bijzonder rijk aan symboliek en past binnen het concept van Scherpenheuvel als Mariale allegorie.
Er leiden 7 wegen naar de kerk en het grondplan van de kerk is een zevenpuntige ster. Dezelfde symboliek past hij ook toe op de enorme koepel, die bezaaid is met 298 vergulde zevenpuntige sterren.
Ook in het interieur komt het cijfer 7 telkens terug.
Zo wordt de komst van Jezus aangekondigd door 6 oudtestamentische figuren (Mozes,Jesaja, Ezechiël, David, Jeremia en Daniël) en verwezenlijkt door Maria, de zevende figuur.
De stenen kapel deed nog dienst tot in 1613, toen ze werd gesloopt om met het materiaal hiervan de Allerheiligenkapel van Diest ter herstellen.
In 1624 had de eerste pastoor van Scherpenheuvel Joost of Judocus Bouckaert - die verantwoordelijk was voor der eerste ontwikkeling van het bedevaartsoord - een groep priesters verzameld, die als oratorium werd erkend.
De Oratorianen zouden tot aan de Franse revolutie de zielenzorg in Scherpenheuvel uitoefenen.
De nieuwe kerk werd door aartsbisschop Jacobus Boonen gewijd in 1627 en voor de inwijdingsplechtigheid komt aartshertogin Isabella te voet van Diest naar Scherpenheuvel.
Tijdens de plechtigheid ontdoet ze zich van haar juwelen, die ze op de trappen van het hoogaltaar gooit, als offerande aan de Heilige Maagd en om aan te tonen dat aardse goederen niet de hoogste waarden zijn in het leven.
Velen volgen haar voorbeeld.
In de loop der eeuwen blijft Scherpenheuvel een belangrijk bedevaartsoord. Tijdens de Franse revolutie wordt de kerk geplunderd en worden de Oratorianen voorgoed verdreven.
Aan het einde van de 18de eeuw wordt de eredienst hersteld.
In 1872 wordt het Mariabeeld plechtig gekroond en in de 19de en 20ste eeuw werden rond de kerk en op het domein van het vroegere Oratorianenklooster bouwwerken uitgevoerd, die het de bezoekers van het bedevaartsoord mogelijk moest maken in openlucht devotieoefeningen te doen.
Zo werd een kruisweg met 15 staties aangelegd.
In 1908 werd de Rozenkranskerk voltooid en op 2 mei 1922 verhief paus Pius XI de O. - L. - Vrouwkerk tot basiliek.
Naast de bedevaart ontstond er rond 1628 ook een ander jaarlijks hoogtepunt, de 'kaarskensprocessie', die gehouden wordt op de zondag na Allerzielen (2 november).
Tijdens die processie wordt het genadebeeld in precessie om de kerk gedragen. Terwijl ze op het beeld wachten steken de bedevaarders brandende kaarsen in het zand van het voormalige kerkhof.
Men doet dit voor de zielenrust van de overledenen.
De processie komt waarschijnlijk voort uit een oud volkse gebruik om op Allerzielen, kaarsen te branden bij de graven van dierbaren.
b) Bedevaarten naar Scherpenheuvel.
De oudste bedevaart zou die van Zichem in 1602 zijn. Men neemt aan dat de traditie van de georganiseerde Scherpenheuvelbedevaarten vanuit een bepaalde parochie begint met de bedevaart die de Zichemse pastoor van Thienwinckel in 1602 organiseerde.
In de eerste helft van de 17de eeuw ontstonden bedevaarten uit Roermond, Breda, Schaffen, Zonhoven, Diest, Attenhoven, Tienen en Landen. De beroemde bedevaart vanuit Keulen is in 1635 ontstaan.
In 1670 kwamen 49 bedevaarten toe in Scherpenheuvel.
Er waren in deze tijd relatief veel bedevaarten uit parochies uit de onmiddellijke omgeving van Scherpenheuvel en ook uit verschillende parochies van de Antwerpse Kempen.
Uit Noord - Brabant kwam 's Hertogenbosch op bedevaart, maar ook uit de Antwerpse St. - Paulusparochie kwamen bedevaarders en er was er ook een Leuvense bedevaart.
Op het einde van de 18de eeuw berokkenen bewindvoerders, die onder invloed van de Verlichting stonden, nogal wat moeilijkheden aan het bedevaartwezen.
In 1876 reglementeerde keizer - koster Jozef II de processies; er mocht slechts één processie zijn per parochie en die moest overal op dezelfde dag uitgaan en hij verbood de bedevaarten. Zijn verbod leidde echter tot ongeregeldheden en na de Brabantse Omwenteling van 1789 werden bedevaarten terug mogelijk.
In 1797 nam de Franse bezetter allerlei antigodsdienstige maatregelen die in de Zuidelijke Nederlanden de Besloten Tijd inluidden.
Na het concordaat van Napoleon in 1801 konden opnieuw processiebedevaarten georganiseerd worden.
Over de organisatie en het verloop van de bedevaarten in het Ancien Régime is weinig bekend. Wel geweten is dat ten behoeve van de georganiseerde Scherpenheuvelbedevaarten er boekjes met devotieoefeningen en gezangen bestonden.
Voor de processiebedevaarten uit Noord-Brabant en de Kempen in de 19de eeuw is het 'Nieuwsblad van Geel' een rijke informatiebron.
In 1803 wordt in Breda het broederschap van O. - L. - Vrouw opgericht, dat bedevaarten organiseert naar Scherpenheuvel. Vanaf 1853 brengt dit blad regelmatig verslag uit over de processies via Geel die naar Scherpenheuvel trokken. Zo schrijft het 'Nieuwsblad van Geel' in 1853: "Op donderdag 30 juni zijn alhier doorgetrokken een twaalftal karren met bedevaarders naar het miraculeuze beeld van O. - L. - Vrouw van Scherpenheuvel. Het is voorzeker een moedige daad van onze Hollandse geloofsgenoten (bedoeld wordt die van Breda), een zo lange reis, waarop zij 5 dagen onderweg zijn, aan te vangen".
In 1863 kwamen de Bredaënaar met 300 man en 10 karren opzetten. Het 'Nieuwsblad van Geel' schrijft: "De gansche schare zong een loflied ter ere van Maria. Op één der karren bemerkten wij een doodskist die deze bedevaarders telkenjare meenemen om het eerste lid der bedevaart dat in het jaar komt te bezwijken daarin te begraven. Het is schoon om zien hoe moedig en wonderbaar die bedevaarders die lange godvruchtige reis, met vier overnachtingen, afleggen". Het is waarschijnlijk dat Felix Timmermans hier zijn inspiratie heeft gehaald voor zijn novelle 'De Kistprocessie', over een Antwerpse processie, waarin een doodskist wordt meegedragen.
In 1865 verslaat het 'Nieuwsblad van Geel' voor de laatste keer de Bredase processie, omdat vanaf 1866, de Bredase bedevaarders - als eersten - beslisten, niet meer te voet en met paarden getrokken karren de bedevaart te maken, maar wel per trein. De Bredase bedevaarders die ook langs Turnhout kwamen en daar op de heen- en terugweg bleven overnachten, brachten een aantal Turnhoutenaars op het idee om in 1812, een gelijkaardige Broederschap van O. - L. - Vrouw van Scherpenheuvel op te richten.
Uit de lokale pers blijkt dat dit initiatief een groot succes kende.
In 1854 trokken 1065 bedevaarders met 37 karren naar Scherpenheuvel en in 1856 1147 bedevaarders met 38 karren en 3 koetsen.
In 1859 was de Turnhoutse processie vergezeld van een groot koor dat meerstemmige zang uitvoerde.
In 1861 zette toondichter J. Robson voor de bedevaart een litanie op muziek en het 'Nieuwsblad van Geel' meldde in 1862 dat het koor van de 60 zangers van de Turnhoutse processie, een fraaie nieuwe litanie zong.
Op de terugweg namen de Turnhoutse bedevaarders het middagmaal in diverse afspanningen en hotels en vooraleer verder te gaan, woonden zij een lof bij in de St. -Amandskerk. Dat het gegeven uit Timmermans' 'Kistprocessie' van de Scherpenheuvelgangers die tijdens de bedevaart bezwijken niet volledig uit de lucht is gegrepen, blijkt uit de geschiedenis van de Turnhoutse processie.
In 1870 was het tijdens de bedevaart snikheet en een achttienjarig meisje dronk te veel koud water. Ze werd te Scherpenheuvel ziek en overleed de daaropvolgende nacht.
Ook in 1855 was een Turnhoutse bedevaarster schielijk in Veerle overleden "door het overtollig hete weder in de hersens geraakt". In datzelfde jaar werd echter ook een vrouw, die al 4 jaar op krukken liep en zo erge pijn had in haar been, dat de chirurgijn dacht het te moeten amputeren, tijdens haar gebed in de bedevaartkerk in Scherpenheuvel plots genezen, zodat ze haar krukken op het altaar kon leggen. De hele processie was getuige van dit mirakel en viel op de knieën om de Heilige Maagd te danken.
Het Turnhoutse voorbeeld vond navolging in de omliggende dorpen en in het decennium volgend op 1812, ontstonden ook daar Scherpenheuvelbedevaarten. In 1854 trokken 485 bedevaarders uit Kasterlee met 22 karren op bedevaart.
De eerste bedevaart vanuit Herentals naar Scherpenheuvel had plaats in 1839, toen een zestal vrome Mariavierders, het besluit namen alle jaren naar Scherpenheuvel te gaan met Guill Davidson als begeleider. Davidson bleef de bedevaarten begeleidden tot aan zijn overlijden in 1880. In 1840 zijn er 3 mannelijke en 20 vrouwelijke bedevaartgangers. In 1842 bestaat de groep bedevaarders reeds uit 100 mannen en vrouwen, in 1846 werden er voor de bedevaart 500 'beeldekens' gedrukt en in 1847 worden er speciaal voor de bedevaart 5 'vanen' gekocht. In 1848 staat de Herentalse processie onder de leiding van onderpastoor Smits. Tot in 1874 ging men te voet op bedevaart en werden de bedevaarders begeleid door huifkarren. Vanaf 1875 gaat men per trein op bedevaart. Men rijdt tot in het station van Zichem en gaat van daaruit te voet naar Scherpenheuvel. In 1876 zijn er 650 deelnemers, 700 in 1877, 750 in 1878 en van 1879 tot 1881 telkens 760. Van 1893 tot 1909 stijgt het aantal bedevaarders tot 800 à 900 personen. In 1911 viert men een jubileum: August Van Sande is 35 jaar muziekbestuurder van het bedevaartgenootschap en krijgt een 'pijp en een medalje' cadeau. In 1913 zijn er zelfs 1060 bedevaartgangers. In 1915 daalt omwille van de oorlogsomstandigheden het aantal bedevaarders, maar toch gaan 's zondags nog 40 mannen en vrouwen te voet naar Scherpenheuvel en op maandag gaan 2 bedevaarders met de tram tot in Westerlo en van daar te voet naar Scherpenheuvel. Ook in de volgende oorlogsjaren blijft het aantal bedevaartgangers beperkt, sommigen gaan te voet, andere per 'voituur'.
In 1916 gaat August Van Sande alleen te voet op bedevaart en in 1917 gaat hij samen met zijn vrouw Mathilde Spoormans te voet, terwijl Mod. Heylen, Marie en Julie Van Doninck, L. Van Menzel en P. Wuyts met een rijtuig gaan.
Ook in 1918 zijn August Van Sande en zijn vrouw de enige bedevaartgangers die te voet gaan en ook te voet terugkomen, terwijl Pol Tuerlinckx met zijn 'voituur' met drie man naar Scherpenheuvel rijdt.
In 1919 is er weer een grote processie met 750 deelnemers, die per trein tot in Zichem gaan en dan te voet naar Scherpenheuvel.
In 1923 bereikt men de kaap van 1000 bedevaarders.
Tot in 1939 varieert het aantal deelnemers tussen de 998 (in 1929) tot 464 (in 1936).
In 1939 zijn er 900 bedevaarders en August Van Sande neemt deel aan zijn 65ste bedevaart.
Hij krijgt daarvoor '2 kaskes cigaren en een medalje'.
In 1946 zijn er in totaal 1685 bedevaarders, waarvan er 80 per fiets gaan en 50 te voet. Tussen de 130 bedevaarders in 1949, gaat August Van Sande voor de 70ste keer mee, waarvan 64 keer als muziekbestuurder.
Van de kerk krijgt hij 200 frank en van de muzikanten verschillende cadeaus o.a. 'pijp, cigaren, en een flesch Schiedam.'.
In 1952 gaat Van Sande al voor de 78ste keer mee, zijn 68ste keer als muziekmeester. In 1953 zijn er 780 bedevaarders.
En in 1955 en 1956 wordt August Van Sande per auto naar Scherpenheuvel gebracht, terwijl Frans Geeraerts de rol van muziekmeester heeft overgenomen. August Van Sande overleed op 21 augustus 1956.
Vanaf 1957 wordt het St. - Waldetrudiskoor meer en meer betrokken bij de bedevaart, naast de zangers die traditiegetrouw op post zijn. E.H. Schroons leidt de repetities van het koor. Van 1957 tot 1960 leidt Frans Geeraerts de repetities en zang bij de Boeteprocessie naar de Herentalse Kruisberg en van de bedevaart naar Scherpenheuvel. Vanaf 1961 leidt Emiel Geeraerts de muzikanten.
In 1961 had men de mis te Scherpenheuvel te laat aangevraagd, waardoor de bedevaarders genoegen moesten nemen met een latere mis om 11 uur.
Voor de mis deden ze nog een rozenkrans.
In de 20ste eeuw ondergaan de bedevaarten een diepgaande transformatie.
Een eerste factor is de opkomst van de moderne vervoermiddelen, waardoor de vele bedevaartorganisaties besloten om per trein, tram of bus op bedevaart te gaan. Vanuit Herentals ging men vanaf 1875 per trein op bedevaart, terwijl het bestuur van de Turnhoutse Scherpenheuvelbroederschap in 1907 beslist om voortaan per trein op bedevaart te gaan.
Maar tot op vandaag blijft een groot aantal bedevaarders de tocht (soms gedeeltelijk) te voet maken.
Twee andere factoren die hebben geleid tot een transformatie van de bedevaarten en ook een bedreiging inhielden voor het bedevaartwezen als zodanig, lieten van de jaren 1960 hun invloed gelden: de kerkelijke vernieuwing en de algemene modernisering.
Bij gebrek aan genoeg deelnemers werden sommige bedevaartorganisaties dan ook ontbonden. In de tijd van de kerkelijke vernieuwing raakte deze processie in een diepe crisis, die ze niet meer te boven zou komen.
Tot op vandaag blijft Scherpenheuvel nog steeds het meest bezochte bedevaartsoord in België.