Naar de inhoud

Hercule Poireau

de overwegingen van een kleine grijze cel
akke.beakke.be
welkom mon ami ! laat me je een kopje tisanne inschenken en wat vertellen over de belevenissen van Poireau

au milieu de nullepart

Poireau is weer op stap geweest.

Ditmaal langs de kanten van Tournai, Doornik op zijn flemisch.

Ah le beau trou perdu ...

Effenaf, als je de bevlieging krijgt om er eens tussenuit te knijpen is dit een goede richting.

Poireau was onder de indruk van de rust die te vinden was in Molenbaix, deelgemeente van Celles. Niet zoals in Molenbeek ...

Als je er dan toch bent, op de baan tussen Tournai en Renaix, ter hoogte van de afslag naar Molenbaix, ga dan even binnen in café la Pinette.

De wereld zoals hij is en je kan je er vakkundig laten aflebberen door Eva, een schat van een ... hondje

Geschreven door Hercule Poireau om 19:34 Reageer op dit bericht

8 reacties op dit bericht

Titipoes6 september 2008 om 19:03

!!!

National trust? Hoeft niet. Particuliere initiatieven zat, mon ami. Waar? In mijn stad, in mijn straat meer bepaald. Op 150 m van mijn deur een weelde aan groen, zo’n vijftig meter lang. Om Mie Vogels te laten kirren van genot. Allemaal puur natuur, kameraad! Mossen van licht- naar diepgroen, bedekken de voetpaden. In de greppels en vooral net onder de ramen, tieren slanke groene stengels op. Een diversiteit nooit eerder daar gezien. Tot vóór enkele dagen  lichtjes gebogen onder het gewicht van  trosjes frêle bloempjes, wit en geel. Mooi was dat. Vraag me geen detail, want net zoals veel is ook mijn botanische kennis erg miniem. Verderop is er zelfs een openluchtmuseum. Beletage huizen met voortuintje werden opgekocht door een belegger en omgevormd tot studententehuizen. Academie voor Schone Kunstenstudenten, denken we, toekomstige SMAK exposanten te zien aan de creaties van liggende oude fietsen, vuilniszakken en GFT containers. Het enige voortuintje dat nog toehoort aan de eigenaar-bewoner, je kent toch die oerconservatieven tuinen met gemillimeterd gazon en perfect aangelegde waterpartij tussen witte kiezelstenen en salongekapte buxussen, dat is echt ridicuul tussen de ontwerpen van al dat jong creatief talent. Nog enkele jaren en mijn voorgevel samen met die van mijn buren links en rechts en aan de overkant passen niet langer in het straatbeeld. Kompleet gedemodeerd die voetpaden en greppels van ons, wij de Javelbrigade!

hercule5 september 2008 om 21:03

jawel

In belgenland zouden we ook moeten kunnen vertrouwen op een national trust.
maar ja, ...
wij zijn niet zo britisch nietwaar ... itsapitti
bojako5 september 2008 om 10:38

..

Je zag op mijn blog onlangs het kraak barakje waar ik gewoond heb in Engeland.
Die barakken waren tijdens de oorlog een militaire basis en stonden daarna leeg.
Soldaten die terugkeerden uit de oorlog vonden geen woning en gingen daarom in die barakken wonen.
Wat ik vroeger ooit verteld heb op mijn blog en nu niet : de omgeving in het Noord Oosten van Engeland is ongelooflijk prachtig en rond de basis van ons kamp leek het sterk op de omgeving op uw foto, maar dan wel zo ver het oog reikte en ook veel bossen.
Vele jaren later wou ik tijdens een rondreis in England onze zonen laten zien waar ik geboren was en hen het kamp tonen.
Maar ...alles was weg en de hele omgeving was terug puur natuur - uitgestrekte weiden, heide en bossen.
Zelfs de zuidelijker gelegen dorpen,  waar vroeger de mijnen waren en alles grijs en zwart zag en men van ver overal terrils zag - allemaal weg.  
Er stond nog slechts één mijn dat als museum werd opengehouden.
Mijn zonen keken vol ongeloof naar al dat moois.
Na het bekijken van mijn foto's en de verhalen uit mijn kindertijd hadden ze zich een heel andere voorstelling van de regio gemaakt.
Ik schrok er trouwens zelf van.
Engeland springt heel zuinig om met het groen dat er nog rest.  
Wanneer het enigzins kan,  wordt het terug in de originele staat gebracht.
Men plant niet lukraak overal nieuwe woonwijken.
Dat was waarschijnlijk toen ook de reden van de grote woningnood.
'The mansion" van de eigenaar van de mijn stond er nog wel in al zijn pracht en praal.
De mijnen in Engeland waren niet van de staat.
De kloof  tussen arm en rijk was onmetelijk.

Fijn weekend en geniet van het beetje groen dat ons hier nog rest!:wink:



Ernst3 september 2008 om 09:23

Ik verschiet altijd

als ik langs die contrijen voorbijga hoeveel "plaats" daar nog is. In de minderheid zijn heeft zo soms zijn voordelen.  
hercule2 september 2008 om 20:25

nuance

Plat pays, plat pays, ...
soms toch ook wel een beetje een op en af pays
En "le nôtre ... " ?

camille1 september 2008 om 23:10

aaah

Qu'il est beau ce plat pays qui est le nôtre.
thea31 augustus 2008 om 07:31

...

Nou dat zou ik wel prettig vinden na een wandelingetje daar in die wijdse. Zeker wanneer het zo'n weer is als gisteren.
Toevallig ben ik gek op hondjes.
huismusje26 augustus 2008 om 22:50

*

Doornik (omdat ik Vlaming ben zou Will Tura zeggen) heeft ongetwijfeld zijn schone plekjes, net zoals zoveel steden, gemeenten en dorpen in ons kleine landje. En een "lebberke" ga je daar ook wel vinden zonder al te veel te moeten zoeken. Spijtig dat we zo vaak een rotweertje hebben, dat maakt voor mij de zoektocht al iets minder leuk.
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

een gat is niet noodzakelijk een gat

Poireau is nu niet bepaald van het soort de de brol van iemand anders in huis haalt maar zo nu en dan maakt hij een uitzondering.

Zoals u wellicht wel weet, willen echte mannen altijd de grootste en de zwaarste hebben, en om mijn confraters te volgen in hun streven had ik besloten om eens een zware boormachine te kopen.
Zo een rambo-ding.
Niet dat ik veel gaten te boren heb in mijn gruyère, maar het heeft wel iets om voor uw gevel te staan paraderen met een kalachnikov-boor.
Tot wanneer je natuurlijk de prijs ziet van een nieuwe kalachnikov ...
Niet getreurd cependant.

Er is nog altijd ebay.be en 2ehands.be voor belgiê en marktplaats.nl voor Nederland.

Et voilà, in Brugge vindt ik een rasechte Hilti machine, met stamboom, en in Utrecht vind ik dan weer de kogels om het ding te laden.
Et tout ça aan de prijs van een vulgaire Black und Decker.

Dat wordt een beetje rondrijden dit week-end, maar daar hebben we niets tegen, vu que mijne employeur zo vriendelijk is om jus voor mijn bedrijfslimousine ten laste te nemen. Merçi employeur.

Indien u dus in de volgende weken in de omgeving van Brussel een stofwolk ziet opstijgen, weet dan dat Poireau aan het oefenen is met zijn nieuw speelgoed.



Geschreven door Hercule Poireau om 19:56 10 reacties Reageer op dit bericht

amaai ni !

krijg ik op mijn gastenboek een example van een grand écart van hier tot ginder ...

Niet voor het één of het ander, maar dàt zie ik ons toch nog zo direct niet doen.
Alhoewel, met medewerking van een plaske lijnolie is er natuurlijk veel mogelijk  ...

Geschreven door Hercule Poireau om 21:41 2 reacties Reageer op dit bericht

een goede daad


Al zeg ik het zelf, ik ben veel te goedaardig ...

Neem nu, ik ga met mijn zakskes tuinafval naar het containerpark alwaar ik met veel ijver mijn restanten de metalen trap op draag om ze in de container te kieperen.

Komt daar een bejaard koppel aan die zich ook van twee zakken tuinafval willen ontdoen.

Madam moedigt mijnheer aan van beneden, en mijnheer bestijgt vol vuur en vlam de eerste treden van de trap, waar hij plotseling blijft staan, wellicht overweldigd door de aanblik mijner imposante musculatuur.

Vraagt hij mij uit de diepte of ik even kan helpen om zijn nogal groot uitgevallen plastic zak effekes tot boven te krijgen.

Natuurlijk wil ik dat ...

Ik neem dus met mijn linker hand de kwestieuse zak vast en trek, terwijl de antikwiteit aan de onderzijde duwt.
Maar op antikwiteiten kan je duidelijk niet betrouwen en plotseling stopt hij met zijn energieaanbreng.

Conclusie, ik sta wankel op de trap met aan met linker kant een verkeerd ingeschat gewicht.
Want ja, de zak bevat niet enkel het door mij voorziene en bovenop zichtbare snoeisel, maar ook een flinke overschot van madam haar opgeschoten pattatten ...

Patatra, Poireau verliest zijn evenwicht, een voet schiet van de trede en Poireau komt met zijn torso tegen de, gelukkiglijk wel aanwezige, reling terecht.

Dat wordt eventjes naar adem happen ...

Gaat het menier ? Hed u giene zier gedaan ?
Poireau houdt zich stijf. Ja ja madam, ça va ...

Miljaarde miljaarde,
Nu een week later is er nog altijd een bluts in mijn ribbenkast en elke keer als ik effekes wil kuchen, om nog niet spreken van niezen, lijkt het alsof er iets afscheurt binnenin ...
Maar, madam is van haar rotte pattatten vanaf en Poireau zal in het vervolg tweemaal nadenken vooraleer aan een onbekende zijn zak te trekken.



 


Geschreven door Hercule Poireau om 15:53 10 reacties Reageer op dit bericht

rol eens een steen

Nog zoiets ... de namen die muziekgroepen zichzelf geven ...

"De ke(i)vers" of "de rollende stenen" ... ge moet er maar op komen ...

Neem nu 'the rolling stones' bvb
Hoe komen die aan hun naam ?

Simpel:

Mickske en Keithje zaten samen op school en vonden blues, rithm and blues, wel goed klinken en dus waren ze grote fans van artiesten als bvb Muddy Waters.
Deze Muddy Waters, ook al zo een naam ... , schreef een lieken  met de titel  'Mannish boy' , een zot manneke dat nooit op plaats kon blijven en dus een 'rolling stone' was.
En voilà, ze hadden hun naam gevonden.

Maar waarom noemde Muddy Waters een vent met punnaisen in zijn schoenen dan een rolling stone ?
Een dichterlijke vrijheid van hemzelve ?

Begot nee, dat is een uitdrukking welke terug gaat tot bij de romeinen en wel naar een serie gedichten van Plubilius Syrus die leefde in de eerste eeuw VC en die daarin  iemand die geen wortel kan schieten een rollende steen noemt.
Zo is dit blijven bestaan en tot in de engelse taal verzeild geraakt als een uitdrukking.

Geschreven door Hercule Poireau om 23:26 7 reacties Reageer op dit bericht

terwijl we toch bezig zijn ...

Jazz !

Wazz ?

Jazz !!! 
Van waar komt het woord jazz ??

Awel, hieronder staat het ...

It’s a deceptively simple question. A mish-mash of colliding egos, conflicting claims and confused memories has led researchers down many false trails while searching for the origins of this American art form, not least where its name came from.
To pluck some examples from the many in the books:
people have pointed to Jasper,
the name of a dancing slave on a plantation near New Orleans in about 1825 whose nickname was Jazz;
to a Mississippi drummer named Chas Washington in the late nineteenth century or
to Chas, the nickname of Charles Alexander (of Alexander’s Ragtime Band) about 1910;
to a Chicago musician named Jasbo Brown;
to a band conductor in New Orleans about 1904 called Mr Razz; to the French chassé, a gliding dancing step that had already been turned into the archetypically American verb sashay as long ago as the 1830s;
to the French jaser, useless talk for the pleasure of hearing one’s own voice; or the Arabic jazib, one who allures.

The intimate association of jazz with American black culture has led others to look for an origin in African languages, such as the Mandingo jasi, become unlike oneself, Tshiluba jaja, cause to dance, or Temne yas, be extremely lively or energetic.

One early jazz player, Garvin Bushell, was sure it had a fragrant origin.
In his 1988 book Jazz From the Beginning, he remembers his early days in music, around 1916:
“The perfume industry was very big in New Orleans in those days, since the French had brought it over with them. They used jasmine — oil of jasmine — in all different odors to pep it up. It gave more force to the scent.
So they would say, ‘let’s jass it up a bit,’ when something was a little dead.”
John Philip Sousa suggested in the 1920s that jazz slid into our vocabulary by way of the vaudeville stage, in which all the acts would come back on to the stage at the end of a performance to give a rousing, boisterous finale called a jazzbo, a type of low physical comedy. (This one looks plausible; however, jazzbo isn’t recorded before 1917 and might be from jazz plus bo, an abbreviation of boy.)
If you weren’t confused before, I suspect you are now.

There are more folk etymologies around this word than almost any other, many of them vehemently held in defiance of the evidence.
What we do know, as the result of research by Gerald Cohen, is that the word suddenly starts to appear in the San Francisco Bulletin in March 1913 in a series of articles about baseball by E T “Scoop” Gleeson (it’s recently been found that an isolated example appeared about a year earlier in the Los Angeles Times, but this is also in a baseball context).
Early examples had nothing to do with music but referred to an intangible quality possessed by baseball players, what another writer in the newspaper, Ernest Hopkins, described in April that year as “life, vigor, energy, effervescence of spirit, joy, pep, magnetism, verve, virility, ebulliency, courage, happiness — oh, what’s the use? — JAZZ. Nothing else can express it”.

Gleeson later said that he had got it from another newsman, Spike Slattery, while they were at the training camp of the local baseball team, the San Francisco Seals.
Slattery said he had heard it in a crap game.
Art Hickman, an unemployed local musician, was at the camp to make contacts among the newsmen but took on the job of organising evening entertainments.
Among these was a ragtime band he created from other out-of-work musicians, including a couple of banjo players. It was this band that developed a new sound that started to be described in the training camp as jazz.
This name went with Hickman to engagements in San Francisco and later to New York, though his type of syncopated rag, later to be called sweet jazz, turned out to be a dead end musically.

By the following year, it seems that the word had spread to Chicago, most probably through the efforts of another bandleader, Bert Kelly. In 1916 it appeared there in a different spelling in the name of the New Orleans Jass Band. Despite this band’s name, the word wasn’t known in New Orleans until 1917, as early jazz musicians attested.
It is said to have arrived through the medium of a letter from Freddie Keppard in Chicago to the cornet player Joe Oliver. Oliver showed the letter to his protégé Louis Armstrong and the name soon became applied to the New Orleans style that became dominant and which was later called hot jazz to distinguish it from the Art Hickman sort.

The big question remains: where did those San Francisco crapshooters of 1913 get their word from?

This is the point where we step off the path and run the risk of disappearing into an etymological quicksand.
Scoop Gleason said that when they rolled the dice players would call out “Come on, the old jazz”.
It looks as though they were using the word as an incantation, a call to Lady Luck to smile on them.
It’s commonly said that the word had strong sexual associations, being a low slang term among blacks for copulation.
This may be so, though it’s odd that the worldly-wise journalists on the San Francisco Bulletin didn’t realise it at the time.
If they had, they would surely have stopped using it, at least in their newspaper columns.

The first direct sexual associations date only from 1918, at a point by which the word’s musical sense had become firmly established.
We have no knowledge of the racial background of those crap shooters in San Francisco, so there’s even doubt whether the word has any associations with black English at all.
The most plausible sexual origin is in the word jism, also known as jasm.
This has a long history in American English, being known in print from 1842 and probably a lot earlier still in the spoken language.
It could have the same sense of spirit, energy or strength later associated with jazz, but the primary idea seems to have been semen or sperm, a meaning jism still has, one that has obvious associations with vitality and virility.
It may be relevant that one of the earlier examples, in the Daily Californian in February 1916, writes the word as jaz-m.
It doesn’t seem too implausible to suggest that jasm lost its final letter, turned into jass and then into jazz.

It’s likely that Gleeson and his fellow newspapermen didn’t connect their new word jazz with jism, not knowing about the intermediate steps.
Of course, that just takes the whole matter back another step in this never-ending dance of word history.

The English Dialect Dictionary records the eighteenth-century form chissom, to bud, sprout or germinate, which looks possible.

Others have pointed to an origin, via black slaves, from words like Ki-Kongo dinza, the life force, or from other African languages.
So at least some of those folk etymologies may be nearer the truth than one might have thought.
Geschreven door Hercule Poireau om 22:28 8 reacties Reageer op dit bericht

boem boem, boem boem, pwèèt pwèt pwèt

Dixieland-jazz

U kent het wel, de heren met hun hoedje op die de volksfeesten opluisteren met hun charlestonachtige-muziek.

Maar waarom noemen ze dit Dixieland ?

Wie dixieland zegt, zegt New Orleans in Louisiana-America en dus moeten we het daar gaan zoeken.

In Louisiana spreken de oudsten onder de ouderen nog een soort frans.
Denk bvb maar even aan de naam van hun carnaval ... le mardi-gras ...de vetten dinsdag dus.

Hoe komt dat ?

Omdat een zekere meneer de la Salle in 1682 de bron van de Mississippi vond en daarmee dan ook maar in eenzelfde beweging alle land dat door deze rivier bevloeid werd, inclusief de bijrivieren opeiste voor sa partie, la France.

En wie was er toen the big chief in Frankrijk ?
Lowie de veertiende.
 
Dus werd het land Louisiana gedoopt en begon men er frans te spreken.

De neef van Lowie 14, le Duc d'Orléans, kon dan weer zijn naam geven aan de eerste grote stad in de nieuwe kolonie, zijnde ... Nouvelle Orléans ... New Orleans.

Na wat oorlogen hier en daar, wat inmenging van de engelsen en de spanjaarden, bleef er van het originele Louisiana maar een stuk meer over, dat uiteindelijk in de portefeuille van ons aller Napoleon belandde.

Nappy had dringend geld nodig voor zijn oorlogskes, en verkocht promt zijn overzeese tuin voor de ronde prijs van 15 miljoen dollar aan de Amerikanen.

Maar in Louisiana betaalden de mensen niet met dollars maar met frans geld, ah ja natuurlijk.
En wat was er het meest courant geldstuk ?
Dat van dix sous waar in het groot dix op stond geschreven.

En zo werd het stuk van Louisiana dat door Napoleon werd verkocht gekend als dix-land, dixie-land en vervolgens ging ook zijn uitbundige muziek bekend worden onder deze naam.






Geschreven door Hercule Poireau om 22:20 Reageer op dit bericht

boogie woogie en rokkenrol

Toevallig krijg ik een muziek cd in handen met de korte maar toepasselijke titel:

Rock before Elvis, before Little Richard, before Chuck Berry, Bo Didley or Bill Haley.
Een mond vol om te zeggen dat het om originel opnames gaat uit de jaren vanachter in de 40, vanvoor in de 50.

Nu zit er bij zo een cd, als het een originele is natuurlijk, nagenoeg altijd een boekje.
En wat leezekik in dat boekje:


Het woord 'boogie' is afkomstig uit de 14 eeuwse engels 'bugge', ook gespeld als bogy, bogey, booger en met als afgeleide woorden bugaboo, bugbear en bogeyman met als betekenis een geest, een spook, een angstverschijning.

In de 17e eeuw gaven de engelse kolonisten in de America's de naam 'booger dance' aan een nogal wilde ceremonie van de Cherokee-indianen.
De indianen werden later verspreid in reservaten over de vier windstreken maar de naam booger of  booger dance bleef bestaan en werd ook overgezet naar de voodoo muziek en dans uit het zuiden.

Als het er wat wild aan toe ging, was het booger.
En zo kwam het dat de zwarte blues-muzikanten, begin 1900, de blues met een 'wild' ritme en een 'evil sound' boogie gingen noemen.

In 1917 komt voor de eerst keer de titel "The Boogie Rag" voor in een een song van een zekere Wilbur Sweatman
In 1926 neemt Blind Lemon de "Boogie Rooger " op.
In 1927 volgt dan een opname van Jimmy Blythe bij Chicago Capital Music Roll C° onder de titel "Boogie Woogie Blues", maar het betrof een opname zonder zang.
In 1928 komt dan de opname van mijnheer Pinetop, met zang, onder de titel "Pinetop's Boogie Woogie"

En voilà, de Boogie-Woogie is geboren als muziekgenre.


De 'rock en roll'  komt rond dezelfde periode tot leven.
De blues muzikanten van Memphis en omstreken begonnen de term "rock" en "rocking" toe te voegen aan de term boogie waarbij 'rocken' een werkwoord is voor ritmisch heen en weer bewegen zoals in "to rock a boat" of een "rocking chair"

De roll was een andere affaire, want dat was al sinds de jaren 1800 een lichtjes crapuleuse  uitdrukking voor het vrouwelijke geslachtsdeel, en als afkorting van 'the jelly roll'.

Rock your roll kwam dus eigenlijk neer op het volgende:
waggelt met uw vagina ... wat de meeste dames ook inderdaad doen wanneer ze een rock and rolleleke dansen nietwaar.

Om het allemaal toch een beetje deftig te houden werd er nog een andere uitleg gegeven namelijk dat bij het spelen van boogie-blues de linker hand van de pianist 'rockt' (constant heen en weer gaan voor de lage tonen) en 'rollt' met zijn rechterhand (de hand 'rolt' vliegensvlug over de toetsen)

De term 'rock and roll' als 'muziekgenre' komt de eerste keer voor begin jaren 30 en meer bepaald bij de opname uit 1937 van Ella Fitzgerald van de song 'Rock it for me' (wat er dan zoal moest gerockt worden wordt er niet bij gezegd ...)


En als ge dat allemaal niet gelooft, dan maak ik u  wel iets anders wijs.




Geschreven door Hercule Poireau om 18:24 5 reacties Reageer op dit bericht

Kermis bij Poireau.

Of eerder Poireau op de kermis, op Brusselkermis.
Een eeuwigheid geleden dat ik daar nog geweest was.
Tot voorbije vrijdag, wanneer een nieuw avontuur mij richting Zuidstation dreef.

Ik moet zeggen dat de algemene indruk die ik kreeg eentje was van déjà-vu, oftwel: het is eigelijk allemaal nog hetzelfde.

Toegegeven, de paademolen staat niet meer op dezelfde plaats waar hij in mijn ver en kort geheugen altijd al had gestaan en dan is een mens al vlug zijn oriëntatie kwijt.
Toegegeven, er is geen 'lutteursbarak' meer waar de overmoedigen een paar flinke muilperen konden in ontvangt nemen, voor zover natuurlijk dat de muilen inderdaad toebehoorden aan onbekende waaghalzen en de peren inderdaad echte peren waren.
Toegegeven, een groot deel attracties zijn enkel bestemd voor in kindsheid vervallen of kinds gebleven volassenen.
En toegegeven, het kost je een klein fortuin om je te laten dooreenschudden als een fleske Orangina op één of ander flikkerend marteltuig.

Maar

Vandervaeren verkoopt nog altijd zijin smoutebollen en de paardemolen draait nog altijd, inclusief zijn boemlala orgel.
En er is nog altijd een spuukekot waar je nieuw lief in je binnezak kruipt bij het zien van een pop in Elviskostuum.

Ah, c'est bien.
Content dat ik nog eens de geur van verbrande koutchoe heb kunnen opsnuiven.

 
Geschreven door Hercule Poireau om 17:21 1 reactie Reageer op dit bericht

constructitis

hierbij dien ik u te informeren over een epidemie welke ranzendsnel uitbreiding schijn te te nemen, de constrcutitis.

Het betreft een vennijnig virus dat verwonderlijk genoeg uitsluitend de familieleden van aannemers schijnt te treffen. Heel bizar ...

Het is al de tweede maal dat ik kennis krijg van dit fenomeen op een paar weken tijd.
Aannemers nemen een afspraak en de dag voordat ze moeten langskomen blijkt een naast famillielid, totaal onverwacht, te zijn opgenomen in de kliniek, waardoor de afspraak spijtig genoeg niet kan doorgaan.

Ik begin nu toch echt wel een diep medelijden te krijgen met de bouwsector ...
Temeer dat ik moet vaststellen dat de getroffen aannemers ook allemaal al een of meerdere faillisementen achter de rug hebben.

Wat een mens toch allemaal kan overkomen.

Misère de misère ...






Geschreven door Hercule Poireau om 11:22 3 reacties Reageer op dit bericht

Komkommertijd



Komkommertijd is een periode van het jaar waarin weinig nieuws te melden is omdat politici en veel anderen op vakantie zijn.
Inhoud
* 1 Herkomst
o 1.1 Uit het Engels?
o 1.2 Uit het Duits?
o 1.3 Uit het Jiddisch?
o 1.4 Handel in komkommers?

* 2 Komkommertijd in het Nederlands
* 3 Verschijningsvormen

Herkomst

De herkomst van woord komkommertijd is niet helemaal zeker [1].

Uit het Engels?

Het is mogelijk dat dit woord een leenwoord is uit het Engels, waar kleermakers de term cucumber-time gebruikten. Dit woord is in 1700 voor het eerst opgetekend, in een Bargoens woordenboekje, met als betekenis 'Taylers Holiday, when they have leave to Play, and Cucumbers are in Season' [2]. Komkommers worden in de zomer geoogst, de adel verliet in de zomer de stad, waardoor er voor de kleermakers niet veel te verdienen viel. Volgens enkele Engelse slangwoordenboeken schijnt cucumber-time aanvankelijk vooral te zijn gebruikt door Duitse kleermakers in Londen, maar of die het woord uit Duitsland hebben meegebracht is twijfelachtig. De Duitsers spreken wel van Sauregurkenzeit ('augurkentijd’), maar pas sinds het begin van de negentiende eeuw. In elk geval is de term in Engeland in onbruik geraakt.

Uit het Duits?

De Duitse term voor komkommertijd is Sauregurkenzeit (Zure-augurken tijd; Gurke is het Duitse woord voor "komkommer"). Dit woord stamt uit Berlijn, waar het voorkwam vanaf het eind van de achttiende eeuw. Ook voor dit Duitse woord bestaan verschillende mogelijke verklaringen over de herkomst. Enerzijds zou het kunnen verwijzen naar de verse aanvoer van zure augurken in de zomermaanden (Gewürzgurke is het Duitse woord voor "augurk").

Uit het Jiddisch?

Een andere verklaring is dat het woord uit het Jiddisch komt, en een verbastering is van Zóres- und Jókresszeit (afkomstig van de Hebreeuwse woorden zarót en jakrút), hetgeen betekent "de tijd van nood en treurnis". In de zomerperiode wordt Tisja Beav herdacht, de verwoesting van de tempel. Hieraan vooraf gaan drie weken van rouw.

Handel in komkommers?

Een andere verklaring is dat het woord komkommertijd afkomstig is uit de handel [3]. Volgens F.A. Stoett is de komkommertijd een slappe tijd, waarin weinig zaken gedaan worden, dus in de maand augustus, als er veel komkommers zijn en de handel over het algemeen niet zeer levendig is. Komkommers werden in het verleden vooral in de zomermaanden geoogst. De kranten schreven dan onevenredig veel over de komkommeroogst en over de prijs van de komkommers.

Komkommertijd in het Nederlands

In het Nederlandse taalgebied is komkommertijd pas relatief laat opgetekend. In 1871 schreef het Nieuws van den Dag ‘Wanneer begint de Komkommertijd? [...] Ik heb maar niet te weten kunnen komen op welken datum dit vijfde jaargetijde in den almanak opgeteekend staat.’ En Multatuli had het in 1877 over ‘het hartje van den komkommertyd.’ Aan het begin van de twintigste eeuw schijnen kranten in de komkommertijd vooral graag te hebben geschreven over zeeslangen. Althans, in 1914 schreef de woordenboekmaker M.J. Koenen bij het woord zeeslang, dat in de voorgaande druk nog zeer zakelijk was behandeld: ‘Zeeslang, ook monsterslang, die, naar men wil, in den oceaan verblijf houdt en nu en dan gezien wordt, vooral in den komkommertijd.’ Twee jaar later schreef de volkskundige Jos Schrijnen: ‘Fabelachtige sprookjesdieren zijn de meerkat, de beruchte zeeslang - óók bekend uit onzen komkommertijd en eveneens de zeeslang der lucht.’ In het West-Vlaams werd de komkommertijd ruim honderd jaar geleden ook wel plattebonentijd genoemd, maar dat woord is inmiddels in onbruik geraakt. Overigens wordt komkommertijd geregeld fout geschreven, en wel als kommertijd. Soms gebeurt dat opzettelijk, bij wijze van woordspeling (in de komkommertijd is er meer plaats in de media voor kommer, ellende), maar geregeld gebeurt het ook geheel onopzettelijk. Deze verbastering heeft voeding gegeven aan het idee dat komkommertijd is afgeleid van kommertijd - een periode waarin er slechts armoedig nieuws te melden valt - maar dat is onjuist.

Verschijningsvormen

In de serieuzere kranten verschijnen in de komkommertijd berichten over kleine diefstallen en andere voorvallen, die in de rest van het jaar nooit gepubliceerd zouden worden. Bovendien zijn de kranten gedurende deze tijd dunner dan normaal. De weinige sportevenementen, zoals de Ronde van Frankrijk, worden breed uitgemeten. Dat is niet alleen het geval voor de kranten, maar ook voor radio en televisie. De televisie vertoont in deze periode meestal geen nieuwe series en de gebruikelijke soapseries zijn met een cliffhanger tijdelijk gestopt. Vaak worden oude films herhaald. Berucht zijn de herhalingen van F.C. De Kampioenen op de Vlaamse televisiezender één. Op de Nederlandse televisie wordt ingespeeld op de komkommertijd door middel van luchtige programma's en het programma Zomergasten, dat veel zendtijd reserveert om diep in te gaan op het werk van één persoon.
Geschreven door Hercule Poireau om 00:00 5 reacties Reageer op dit bericht

seconde opinion

Poireau slaat op zijn bavet.

Bij mijn laatste bezoek aan Haspengouw, meer bepaald het kasteel van Hex, heb ik mij misschien wat ongelukkig uitgelaten over Borgloon.

Gezien het aan mij bleef knagen, en gezien ik toch een misterie moest gaan oplossen in de streek, heb ik het wijze besluit genomen om mij persoonlijk te gaan vergewissen van de toestand.

Wel

Poireau was aanwezig op dinsdagnamiddag en wat is er op dinsdagnamiddag in Borgloon ?
Just, markt.
Allé, markt ... een kraam of vijf op het centrale plein.

Wat de parkingproblemen betreft kan ik u bevestigen dat, zelf met deze bijkomende aktiviteit, Poireau zijn wagen toch kwijt kon knal op het plein, naast de kerk.
Misschien stond ik op de gereserveerde plaast van een autochtoon, waarvoor dan mijn posterieure verontschuldigingen.

Mooi plein by the way. Deed mij direct denken aan Toscane. Vooral de doorkijk naast de gemeentelijke bibiotheek.

Nochtans meen ik begrepen te hebben waar het 'parking'probleem in werkelijkheid zit.
Op gans het plein zijn maar twee cafés met een terras, en het is volstrekt juist dat om uw billen te parkeren op deze terrassen je er verdomd vroeg moet bij zijn.

Dan maak je maar van de nood een deugd en je begeeft je naar het enige echte bruine café van Borgloon genaamd ... t' bruin café.

Awel, dat is nog een echt bruin café, inclusief de kleur.
De patron loopt blijkbaar al vijftien jaar rond met dezelfde peuk in zijn mond en is er nog nimmer toe gekomen om ze ook effectief aan te steken.

Aan de toog zat ook nog iets met een pet op.
En het maakte geluid alsof het sprak ... soms dacht ik iets te verstaan als "verstodje ??" .
Eh, neen, ik vertod er begot geen knijt van ...
De patron daarentegen bleek er zo nu en dan wel wat van te begrijpen want soms antwoorde hij "joajoa" aan het iets.

Bref, ik heb tamelijk vlug mijn Jupiler binnen gegoten (uit pure dorst, Poireau drinkt normaal geen bier maar ik durfde niets anders te vragen ... wie weet immers wat de reactie van het iets zou geweest zijn ...)

Bij het verlaten van Borgloon kwam ik terecht op op een splinternieuw aangelegde ringweg.

Poirau moet dus zijn mening herzien.

Borgloon IS de moeite waard.
Het IS er mooi en het IS er aangenaam.
Leve Borgloon !

Maar blijf er astublieft weg, zodat het ook kan blijven wat het is.








Geschreven door Hercule Poireau om 22:30 6 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Hercule Poireau

↑ Terug naar de berichten