Naar de inhoud

Hercule Poireau

de overwegingen van een kleine grijze cel
akke.beakke.be
welkom mon ami ! laat me je een kopje tisanne inschenken en wat vertellen over de belevenissen van Poireau

Archief

de brabantse mep.


Het volstaat dat ik enige vorm van nood of need vermoed bij een inwijkelinge om POreau op onderzoek te laten gaan naar de bronnen der kennis.

Na enkele omzwervingen op het wereldwijde web, ontmoet POireau een madam met bagage die hem volgend spannend verhaal vertelt:

Hanne Kloots:

Van toffelscène tot toefeling In Brabants (2005, nr.1) besprak Cor Swanenberg het werk van de nagenoeg vergeten schrijfster Marie Gijsen.
Hij beschreef o.a. hoe een van haar boeken eindigt op een zgn. toffelscène: "Met hels kabaal wordt er door de bewoners van de buurtschap opgetreden tegen de 'verdoemde' die door zijn deliriumaanvallen alles kapot maakt."

Wat "toffelen" precies inhoudt, werd op dezelfde pagina toegelicht door Wim van der Heijden van Heemkundekring De Plaets.
Het zou gaan om "een feodale maatregel als straf voor laakbare handelingen en wreking van openbare ergernis en gekrenkte gemeenschapseer".
Het gebruik wordt ook beeldend beschreven in een Brabantse woordenlijst uit 1882, verschenen in het tijdschrift Onze Volkstaal (p.228).
Volgens deze lijst werd er "getoffeld" als "een meisje, dat reeds ondertrouwd is" uiteindelijk besluit om toch nog van het geplande huwelijk af te zien.
Op een avond verzamelde zich dan bij haar huis "een groote volksmenigte, meest jonge lieden", waarna het toffelen een aanvang nam:
"men slaat het huisraad kort en klein, besmeert het huis met vuil enz.".

In het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vinden we dit volksgebruik terug als zesde betekenis van tafelen.
Het wordt daar omschreven als "Ketelmuziek maken, in 't bijzonder als een voorgenomen huwelijk op het laatste oogenblik door de schuld van een der partijen afspringt. In N.- Brab. en aangrenzende streken."

We weten nu wat het volksgebruik "toffelen" inhoudt, maar waar komt het woord precies vandaan?

De taalkundige literatuur biedt twee mogelijke verklaringen.
Enerzijds vinden we in diverse lexica een werkwoord toffelen, dat "slaan" betekent. Met het oog op onze toffelscène is dit zeker een plausibele verklaring: tijdens zo'n scène werd er immers flink wat afgemept.
Daarnaast is er ook het Woordenboek der Nederlandsche Taal, dat het volksgebruik verbindt met het woord tafel.
Hieronder zullen we beide benaderingen bespreken.

Volgens Van Dale is toffelen een gewestelijk woord dat (o.a.) "slaan, ranselen" betekent. Ikzelf – afkomstig uit het noordwesten van de provincie Antwerpen – ken niet zo zeer het werkwoord toffelen, maar wel het zelfstandig naamwoord toefeling.
Een toefeling is een pak slaag, een afranseling.
Dit woord wordt ook vandaag nog gebruikt in Noord-België, met name in verbindingen als "iemand een toefeling geven" en "een toefeling krijgen".

Volgens C. Hoeckx, auteur van verschillende publicaties in het Huijbergs (Zuid-West-Brabant), komt de vorm toefeling ook in zijn dialect voor. Toefeling is afgeleid van toefelen, een klankvariant van toffelen.

Volgens het WNT zou de vorm toffelen typisch zijn voor Nederland, terwijl toefelen vooral in Noord- België in gebruik (geweest) zou zijn. Het midden van West-Vlaanderen, de streek rond Kortrijk en mogelijk ook delen van de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant zouden nog een derde klankvariant kennen. Daar zou naast toefelinge namelijk ook taffelinge gebruikt worden.

Hoe de vormen toffelen resp. toefelen – in de betekenis "slaan" – precies ontstaan zijn, staat niet vast. In woordenboeken en dialectlexica vinden we verschillende verklaringen. Zo zouden toffelen en toefelen afgeleid kunnen zijn van toffel, de verkorte vorm van pantoffel. De (pan)toffel is natuurlijk vooral bekend als huisschoen, maar desgewenst kan er ook mee geslagen worden.
Een tweede mogelijkheid is dat toffelen en toefelen verwant zijn met het Middelnederlandse toeven, dat o.a. "onthalen, liefkozen, van het nodige voorzien" kon betekenen.
Dit Middelnederlandse toeven kon echter ook ironisch gebruikt worden ("iemand iets inpeperen"). Iemand "een toefeling geven" zou in dat geval zo veel betekenen als "ik zal hem/haar eens even van het nodige, zijnde een paar rake klappen, voorzien".
Ten derde zou het ook kunnen gaan om een klanknabootsend woord of onomatopee. Toffelen/toefelen zou dan het geluid van een afranseling nabootsen.

Een totaal andere verklaring vinden we in het Woordenboek der Nederlandsche Taal.
Daar wordt het Brabantse volksgebruik in verband gebracht met tafelen. Doorgaans spreken we van tafelen als een gezelschap geruime tijd samen aan tafel zit om te eten, met name op een feest.
Volgens het WNT zou de benaming van het volksgebruik toffelen een "bijzondere toepassing" kunnen zijn van het klassieke tafelen.
Over het hoe en waarom van die "bijzondere toepassing" blijft het WNT helaas nogal vaag.
Bij een afgelaste bruiloft zouden we eventueel nog kunnen denken aan een ironische interpretatie van tafelen: in plaats van een feestmaal naar binnen te werken aan de bruiloftstafel, wordt bij de "schuldige" partij de boel kort en klein geslagen. Het is echter zeer de vraag of we elke toffelscène in verband kunnen brengen met een (eet)tafel. Toffelen kan immers ook gebruikt worden voor een afranseling die niets te maken heeft met een bruiloft (of een andere gelegenheid waarbij flink gegeten wordt), zie bijvoorbeeld de toffelscène beschreven door Marie Gijsen. Bovendien is de WNT-verklaring eigenlijk alleen bruikbaar voor Oost-Brabant, waar tafel wordt uitgesproken als toffel (met korte klinker).
 In West-Brabant klinkt tafel als taofel (met lange klinker). Daar ligt een rechtstreeks verband tussen het volksgebruik toffelen en tafelen vanuit klankhistorisch perspectief dus veel minder voor de hand.
Hoe de WNT-redactie bij haar ietwat vage tafel-interpretatie is gekomen, valt moeilijk te achterhalen. De manier waarop de naam van het volksgebruik in het WNT gespeld wordt, nl. als tafelen, leidt tot de volgende hypothese. Omdat het blijkbaar om een typisch Brabants volksgebruik gaat, is de kans groot dat de benaming via een (Oost-)Brabantse redacteur of informant in het WNT terechtgekomen is. Die heeft bij toffelen waarschijnlijk spontaan aan een tafel gedacht, en spelde het woord daarom als tafelen. Vervolgens dook diezelfde tafel ook op in de verklaring van het volksgebruik toffelen. Of hoe de dialectachtergrond van een woordenboekredacteur soms voor onverwachte etymologische wendingen kan zorgen.

Geraadpleegde literatuur
•Bakema, P. e.a. [red.] (2003): Vlaams-Nederlands woordenboek. Van ambetanterik tot zwanzer. Antwerpen/Utrecht, Standaard Uitgeverij/Het Spectrum
• Claeys, H. (2001): Vlaams Dialectenwoordenboek. Antwerpen, Artus Uitgevers
• Debrabandere, F. (1999): Kortrijks woordenboek. Kortrijk, De Leiegouw. Brugge, Van de Wiele
• Debrabandere, F. (2002): West-Vlaams etymologisch woordenboek. De herkomst van de West-Vlaamse woorden. Amsterdam/Antwerpen, L.J. Veen • De Clerck, W. (1981): Nijhoffs Zuidnederlands woordenboek. 's- Gravenhage/Antwerpen, Martinus Nijhoff
• Schuermans, L. (1865-1870): Algemeen Vlaamsch Idioticon. Leuven, Gebroeders Vanlinthout, deel 2. Facsimile, 1985.
• Swanenberg, C. (2005): "Marie Gijsen, vergeten schrijfster (1856-1936)". In: Brabants, 2, nr.1, 17-19
• Teirlinck, I. (1921): Zuid-Oostvlaandersch Idioticon. Gent, W. Siffer, deel 3 • Van Dale (2005): Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal. Utrecht/Antwerpen, Van Dale Lexicografie, 14de, herz. uitg., 3 delen
• van den Brand, H. (1882): "Woordenlijst der Noord-Brabantsche Volkstaal". In: Onze Volkstaal, 1, 193-237
• Weijnen, A. (2003): Etymologisch dialectwoordenboek. Den Haag, Sdu Uitgevers
• WNT (1934, 1960): Woordenboek der Nederlandsche Taal. 's-Gravenhage/Leiden.



Voilà zie, we hebben weer eens iets bijgeleerd.
Waar dat web van die mondiale spinnekop toh zoal kan voor dienen ...
Geschreven door Hercule Poireau om 19:45 6 reacties Reageer op dit bericht

het begin van het begin


We hebben ze weer overleefd, de nieuwjaarsrecepties.

Mon dieu, mon dieu, wat een calvaire ... (zucht)

Nochtans, POireau probeert ze te ontwijken maar soms is er geen ontkomen aan. Noblesse oblige nu eenmaal.

Handjes geven aan wie je onder het jaar met veel plezier een toeffeling zou geven, en heel goed wetend dat dat plezier ook wederkerig is.
Speechen moeten aanhoren waarvan je heel goed weet dat het allemaal quatch is, omdat je ze ooit ook hebt moeten geven, die speechen.

Het jaar was moeilijk, met de nadruk op lijk, maar dit jaar zal het zeker beter gaan, maar alleen als jullie allemaal nog wat deftiger uw botten afdraaien.
En als jullie het onverhoopt toch zouden uithouden tot wanneer jullie helemaal geel en uitgeperst zijn, dan krijgen jullie allemaal een standbeeld in chocolat van de chinezen die tegen dan het bedrijf zullen overgenomen hebben.

Je prosose donc om vanaf nu geen nieuwjaarsrecepties meer te geven en ter compensatie met pasen aan iedereen een chocolatten ei cadeau te doen, een belgisch ei van bij Godiva,  en zonder speech.



Geschreven door Hercule Poireau om 17:53 2 reacties Reageer op dit bericht

het begin van het einde

van dit jaar is in zicht, en dus wordt het tijd voor een edele gedachte.

Que c'est difficile de trouver les mots qui conviennent ... POireau heeft niet veel ededele gedachten op voorraad ...
De plus moet deze gedachte gepersonaliseerd zijn voor elkeen, positief ingesteld, genereus, niet te straf en niet te flut, ... 


Na rijp beraad komt POireau tot het volgende:


Mesdames, messieurs,

POireau wenst u allen van harte net iets beters toe dan datgene wat u mij toewenst.

Geschreven door Hercule Poireau om 17:30 11 reacties Reageer op dit bericht

une affaire !!!


Ene madam, waarvan ik de identiteit niet zal bekend maken, stelt zich de vraag waarom men in het frankisch zegt : il est né, l'enfant divin (en uitspreekt 'divein') maar anderzijds in een kertliedeken zingt : il est né, le divin enfant (en het uitspreekt als 'divine')

POIreau denkt na en denkt na ...


Het heeft overduidelijk iets te zien met de plaatsing van het woord 'divin'.
De ene keer staat het voor het zelfstandig naamwoord waar het woord betrekking op heeft, en de ander keer er na.

Zoeken we nu even naar en ander woord van het genre 'divin' en kijken we wat er gebeurt ...

Il est né, l'enfant malin
Il est né, le malinnes enfant
Bon, dat klopt dus al niet want dat zegt meer iets over waar dat enfant terrible woont dan over zijn verstand.

Er moet dus ergens wel een regel zijn ... of een uitzondering op een uitzondering ....

Wat de dikke Vandaele voor het nederlands is, is de kleine Rosse (Larousse) voor het frans.

En wat zegt de kleine Rosse daarover ?

Prononciation:

Au masculin, se prononce (comme pour rimer avec fine) devant un mot qui commence par une voyelle ou un h muet : le divin enfant (se prononce comme la divine enfant).

Devant une voyelle, dat is het, wanneer het voor een gluurster staat wordt het anders uitgesproken.

Ik hoop dat dit voldoet aan uw vraag madam ? 

Maar er is nog beter ...

http://www.oddcast.com/home/demos/tts/tts_example.php?sitepal

Felix, Julie, Sebastien en Virginie (Canada en Europa)  zeggen het juist, althans volgens de regel, de anderen geven er een fantaisistische lap op of lappen de de regel gewoon aan hun fantasiebotten.

Maar er staat ook niet bij uit welke werelddeel zij dan wel komen.

Want jawel, er wordt ook frans gesproken buiten Frankrijk, Wallonie, Brussel, Kortrik, Antwerpen en Gent.

En dus kan het best zijn dat ergens anders ook andere regels gelden.

Bref madam, ik zou u voorstellen om iets anders te zingen;
bijvoorbeeld iets over aardappelen en tomaten in het engels,
en ik vermoed dat madame de Beau ter Ham  u hierbij met plezier zal kunnen verder helpen.


Geschreven door Hercule Poireau om 00:00 6 reacties Reageer op dit bericht

kwalitikontrol


POireau, kalmeert u !  ...

Ja POireau ....


Maar dat neemt niet weg dat Poireau zich de laatste tijd steeds meer begint te enerveren op onnozeliteiten. Het zou niet mogen , ik weet het ...

Allez, neemt nu de carwash ...
Ge komt aangereden met uw voituur en ge denkt: ik rijd tot aan de spuitlans en dan zal de spuitlanser wel naar mij komen om te doen wat hij verondersteld wordt van te doen.

Awel nee, meneer blijft staan waar hij staat en bekijkt je met een blik van:

allei mènneke,  komt voesh mi a voiteur want ik zaain vuil te meug vi ma te déplaseire.

Bon, iedereen is wel al eens moeder dan normaal en dus geef ik gedwee gevolg aan zijn gebiedende blik.
Spruit spuit spruit ... de borstels door, de guillotine onder ...

Staat daar aan de uitgang een madam die verondersteld wordt met een doek de restanten water weg te vegen en als ze daarmee gedaan heeft de deur van de bestuurder open te doen, de onderzijde van de deur en de deurstijlen af te kuisen en dan te ontvangen.

Ik veronderstel dat madam op stap is geweest met haar spruitcollega, want zij is ook duidelijk moeder dan normaal ... sloef sloef, wrijf van ver, wrijf van ver, .. ze doet de deur open, bukt zich om de onderzijde van de deur wat af te kuisen.
Wat zien ik ? Een klotteke moor dat is blijven hangen.
Wat ziet zij ? Datzelfde klotteke moor.
Wat doet zij ? Er gwoon rond wrijven !!!!

Dat is nu toch wel om uw bloot gat te laten zien ...
T'is tegenwoordig toch wel erg gesteld aan het worden ...

Dezelfde dag bij Veritas: rebelotte.
Ge komt er binnenen het volstaat dat ge nog maar de indruk wekt dat je iets gaat willen kopen opdat alle vendeusen gelijktijdig in het grote niets verdwijnen en gij daar blijft staan met uw onweerstaanbare drang.

C'est pas fini !

Nog dezelfde dag passeer ik bij Yves Rocher.
Patatra, t'is weer barak ! 
Staan ze daar te giechelen achteraan in de winkel en gij staat daar, en staat daar, en staat daar ...

Ik denk niet dat POireau een moeilijke mens is, mais parfois ils énervent vraiment mes nerfs ...




Geschreven door Hercule Poireau om 20:57 18 reacties Reageer op dit bericht

turks freud


Voortbordurend op de laatste opmerking ener Chielka aangaande de gevolgen van het leven op het leven, hierna de POireause zienswijze.

1e : je eet om te leven
2e : je leeft maar één keer
3e : je kan dus maar best lekker eten,

En als het zo moet zijn dat POireau hierdoor een paar jaar vroeger moet geplant worden, so be it.

Al bij al, die paar jaren die er dan af gaan zijn toch noodgewongen de laatste jaren, en bij velen zien die laatste jaren er toch ook niet zo schitterend uit.

Mais jusqu'à présent heeft POireau niet te klagen van klachten.

Zo monter als een haantje, of beter als en coq au vin, paradeert hij rond, denkend dat hij ondertussen toch te taai is gworden om hem nog in een casserol te steken.

Wat we al gehad hebben, kunnen ze ons niet meer afpakken.
Ooit zal de factuur gepresenteerd worden, dat is zeker want iedereen krijgt ze ooit voorgeschoteld, maar dan betaal ik toch nog altijd liever een factuur voor iets waar ik van genoten heb.







Geschreven door Hercule Poireau om 17:58 6 reacties Reageer op dit bericht

POireau in de put


Het kan de beste overkomen.

Vol koerazie naar de zee rijden met het idee van eens te gaan uitwaaien en net als je uitstapt begint het toch wel te regenen zeker, wat zeg ik, te draschen.

Een mens zou voor minder ambetant worden

Maar POireau zou POireau niet zijn indien hij hiertegen geen remedie zou hebben.
De homeopatische weg. Het kwaad met het kwaad bestrijden.

Dus, als je in de put zit, moet je in de put gaan zitten.
Alleen, vind aan de zee maar eens een helende put ...

Hij bestaat nochtans, en wel daar waar POireau hem het minst zou gaan zoeken, in de Bankenberghe.

Pas op, je moet hem wel weten te vinden.
De put ligt aan de 'verkeerde zijde' van de haven, dus niet langs de kant van de ligbatterijen met zes verdiepingen maar wel aan de andere zijde, waar ze, als het wat meevalt, drijvende caravans maken, of ze toch minstens proberen te onderhouden.
Voor diegenen die de parel aan de kust al wat beter kennen, richting 'den Aldi'.

Neen, niet de Aldi binnen rijden, maar aan de andere kant de 'industriezone' binnen rijden en blijven rijden tot wanneer je echt niet meer verder kan.
Ah ja, om eens deftig in de put te kunnen zitten moet je bereid zijn om tot het uiterste te gaan nietwaar.

Voilà, nu je de limiet van de beschaving hebt bereikt, ben je er klaar voor.

Laat u eens goed gaan aan uw linkerkant, en stap deemoedig de Oesterput binnen.
Bij het binnen komen wordt u verwelkomd door een frietwalm en vervolgens een ober die u meetrekt naar een Oberbayerentafel.
Laat u gaan, pruttel niet tegen, ook dit hoort bij de behandeling.

Aan de ene kant heeft u een open keuken en aan de andere kant een vluchtelingenlamp voor kreeften.
Alleen al het gedacht dat jij wel aan de goede kant van het glas zit is opbeurend ...

Indien u het echt goed zitten heeft, raad ik u aan te gaan voor de radicale oplossing:
de plat royal met de fles champagne.
108 euro voor twee personen.
Moest het zijn dat je maar een beetje in de put zit, dan kan "een versche zeetonge ut zeebreugge" ook soelaas bieden, veur den helft van de pris.

C'est pas donné gaat u zeggen, temeer dat er geen tussenkomst is van de mutualiteit, maar langs de andere kant is het wel zo dat je gegarandeerd een goed uur later voldaan uit de put zal geraakt zijn, letterlijk en figuurlijk.






 
Geschreven door Hercule Poireau om 21:37 5 reacties Reageer op dit bericht

Met de M van Vanderweyden


Dat POireau een kunstminnend wezen is, zal u inmiddels wel duidelijk zijn geworden.
Oui oui, al zegt hij het zelf, bescheiden als hij is.
Maar POireau is ook bijzonder vrijgevig als het hem niets kost, en dus hierna een linkadoortje:

vlaamsekunstcollectie.be

Plezant om er eens rond te dolen.
En je kan er echt vanalles vinden.

Allez, neem nu, zo maar op goed valt het uit, bijvoorbeeld ... euh ...
Andries Lens ...
Dan vind je vier werken van hem, waarvan er één zeker gebaseerd is op een waar gebeurd verhaal.

Hoe komt POireau op het lumineuse idee om dit met de wereld te delen ?

Awel, vandaag zijn Cibou en hijzelf naar Leuven getrokken om daar te gaan kijken naar het werk van een zekere Roger Duprez, door sommigen ook gekend onder de naam Rogier Vanderweyden.

Dat die sukkel nu juist in Leuven moet tentoongesteld worden, hij die de stadsschilder van Brussel was een goeie 500 jaar geleden.
Dat gaan die van de Meiboom niet echt appreciëren, ik zeg het maar ...

Maar het was toch de moeite.
Het gebabbel in de koptelefoons was verstaanbaar en begrijpbaar.
Geen echte overrompeling ook niet, je moest immers reserveren.

Alhoewel, ... het was vandaag precies de dag van de 93e leeftijd want er kropen daar verdorie een aantal antikwiteiten rond.
Ik peins dat er zelfs een paar tussen waren die Roger nog persoonlijk gekend moeten hebben.

Pas op, het is een goeie zaak dat die mensen nog de moeite nemen om naar een tentoonstelling te gaan, maar ze zijn miljaarde nog erger dan kleine kinderen.
Ongedurig zijn , voorsteken, elleboogwerken, ... jongens toch, moet je daarvoor zo oud geworden zijn.

En dan kunnen ze je bekijken met een blik van:
" ik mag dat want ik heb de slag van Waterloo nog meegemaakt ..."
Waarop ik dan terugkijk met een blik van: "t'is daarom nog niet dat ge u voor Napoleon moet pakken"

Het (nieuwe) M-museum vind ik wel een geslaagd gebouw.

Enige minpuntje: er zouden wat meer zitbanken moeten worden neergepoot of de aanwezige zitgelegenheden wat beter geplaatst.
Het hier zichtbare exemplaar maakt deel uit van de vaste collectie ... pas vraiment comfortable ...

Om in schoonheid te eindigen, een goede raad; blijf weg uit de lunsroem van de muzee.
Het is er veel te druk, te lawijterig en je gaat er toch geen plaats vinden om er uw platau deftig neer te kunnen zetten.
Ze hebben er trouwens ook geen tijd om de tafels af te ruimen.
Combineer dat met een inval van oudstrijders en je kan jezelf wel een beeld vormen van het slagveld.

Neen, dan zijn er in Leuven andere en betere plaatsen om u wel een comfortabel gat te gaan zetten.








Geschreven door Hercule Poireau om 21:52 3 reacties Reageer op dit bericht

basta cosi


dacht Poireau een paar jaren geleden toen hij, par malheur, op de place du Châtelain terecht kwam op een woensdagavond.

Maar POireau is altijd, of toch meestal, beducht voor vooroordelen en  naweeën en dus moest het er van komen dat een POireau een tweede onaangekondigd bezoek aflegdegde aan de pleestoobie van Elsene. 

Ditmaal niet op woensdag, maar wel op dinsdag, kwestie van niet terug mijn vitrioolspuit te moeten boven halen (cfr de bijdrage op dit eigenste blog in augustus 2007)

De zonen en dochters van hun vaders en moeders zijn blijkbaar nog steeds aanwezig in de wijk, te oordelen naar de geparkeerde Aston van Martin, de coupé sport décapotable GTI biturbo deluxe van Jean-Jacques-Gustave de Tronche-en-Bié en de Mini extra large van Véronique-Sylvie de Mesdeux.

Maar ja, tout comte fait, zijn dat ook mensen nietwaar.

Terwijl ik daar zo sta te staan, en bedenk dat mijn aanwezigheid inmiddels wel genoeg is geweeest, valt mij lodderoog op een restaurant met de toepasselijke naam  Basta Cosi.

Ik kijk naar Ciboulette, zij kijkt naar mij, bref, we bekijken mekaar met een begrijpende blik.

Daar gaan we weer ...

Eén antipasti misti voor twee ( een collectie van koude legummen op zijn italiaans )
Een saint-pierre (een zonvis) voor Ciboulette en een espadon (zwaardvis) voor mij, met een pichet huiswijn en een fles san pellegrino.
Een koffieke om het spel af te sluiten.
Awel, ik heb al veel slechter dingen in mijn molen geslagen ... ik zou zelf zeggen dat het mij goed is bevallen.
Ciboulette knikt instemmend, het is haar ook goed bevallen.

En il conto is al bij al ook nog redelijk.
Met 75 euro zijn we er van af.
En vermits het interieur  nogal intiem is, met veel hoeken en kanten, heb je ook niet te veel last van de pompeuze blabla van Jean-Jacques-Gustave of het gekakel Véronique-Sylvie.

U kan het misschien ook eens proberen ...



 
Geschreven door Hercule Poireau om 20:03 3 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Hercule Poireau

↑ Terug naar de berichten