En tot slot…
Dan zit ze t’huys; schier t’enden raed,
En zwart van armoe, lyk het gaet;
En als den koster middag luydt,
Dan haalt ze vooze rapen uyt.
Ze kookt ze maer met pel en groes,
En stampt het al te saêm in moes.
Dat is nu waerlyk een “fricot
A la façon de ro to to”.
Al is ‘t schapraeytje nog zo net,
‘k En zie geen brood, geen beetje vet,
Noch hutsepot, noch schenkelsop :
“’t Is alles, alles, op, op!
En als ik met m’n vingers tel,
Het duert vier maenden nog, dat spel!
Vier maenden moet zy nog haer brood
Gaen beedlen of zy sterft van nood.
Ik zeg, eer ik myn liedje sluyt,
Trekt, meysjes, daer uw voordeel uyt ;
En denkt al eens aen ’t lotgeval
Van Anastasia De Bal.
Met zulke liedjes speelde men op het “gemoed” van de kantwerkstertjes.
“ Ze moesten zich gelukkig wanen met het leven dat ze leidden want elders was het al “kommer en kwel”!!!!!

4 reacties op dit bericht
Iets totaal anders
Verrassend
U bent niet alleen een "echte kantdame" maar ook een "crack" in de informatica.
Een kijkje op uw blog..... het behoort bij iedere dag. Het beste!
mooi
Hallo Gisela en jongeman!