
Ik ben begonnen met het uitpluizen van de oorsprong en de geschiedenis van de aardappel in Europa en in België. Hier komt alvast het eerste deel.
Herkomst :
De aardappel is voor het eerst gevonden Zuid Amerika in Peru, dat is zeker.
Toch zou de aardappel in vele landen van Zuid Amerika in wilde of verwilderde staat hebben voorgekomen.
Ook Chili en Colombia worden genoemd als oorsprong van de aardappel evenals Ecuador.
Waarschijnlijk kwam de aardappel in Zuid Amerika op zeer veel plaatsen voor en is deze daardoor “ontdekt” op verschillende plaatsen.
Historici en wetenschappers zijn het er alleszins over eens dat de 'voorvaderen' van onze aardappel al 7.000 jaar geleden verbouwd werd op de flanken van de Andes, zuidelijk in Peru. De aardappel werd aangeplant door de precolumbiaanse beschavingen en kwam zo bij de Inca’s terecht. DNA testen hebben uitgewezen dat alle gekende aardappelrassen afkomstig zijn van één aardappelsoort afkomstig uit Peru. Er wordt ook beweerd dat de wilde vorm van de aardappel nergens meer terug te vinden is, dat alle aardappelen toen in Zuid Amerika reeds gecultiveerde gewassen waren.
Aardappelen werden reeds lang door de Inca’s verbouwd. Deze Inca’s kenden ook een methode om aardappelen te bewaren. Ze werden gevriesdroogd. De aardappelen werden daarvoor enkele nachten in de vrieskou gelaten en ondertussen tijdens de dag aan de zon blootgesteld . Dan werd er met de voeten op getreden om het vocht uit de aardappelen te persen. De aardappelen verloren daardoor een groot gedeelte water. Nadien werden ze ook gewassen zodat een zuiver product bekomen werd waar meel en dergelijke kon van gemaakt worden. Deze gevriesdroogde aardappelen worden ook nu nog gemaakt in verscheidene landen van Zuid Amerika. Ze worden chuño genoemd.
De ontdekker :
Er is niet één ontdekker. Verscheidene ontdekkingsreizigers hebben de aardappel bijna tegelijk ontdekt en meegebracht naar Europa.
Eveneens zijn er duidelijk twee stromen waar te nemen. De eerste lading ontdekte aardappelen ging richting Spanje en een volgende lading ging richting het Noorden, naar Engeland, Ierland en IJsland.
Het jaar dat de aardappelen meegebracht werden naar Europa is 1533, 1535, 1536.
Volgens Larousse Gastronomique is het Pizarro, die het gewas ontdekte in Peru in 1534.
Dit is onwaarschijnlijk, alhoewel?
Een oudere versie van deze eerbiedwaardige encyclopedie beweert dat de aardappel meegebracht werd uit Quito, de hoofdstad van Ecuador . Er wordt niet bij vermeld wie de ontdekker was.
Een andere bron beweert dat de aardappel ontdekt werd in Columbia en reeds in 1533 zou Pedro Ciega de Leon geschreven hebben dat aardappelen eetbaar zijn nadat ze gekookt worden in water, ze zijn dan bijna even zacht als gekookte kastanjes.
Nog een invoerder zou Diego de Amalya geweest zijn. Die vond de aardappelen in Chili of Peru. Verder is over deze persoon weinig of niets geweten.
Dit zijn de Spanjaarden, de conquistadores, die de aardappelen meebrachten naar Europa.
Een tweede stroom aardappelen gaat richting noorden, vooral Engeland en aanliggende landen.
Een goed gekende is Sir Walter Raleigh. Deze zou de aardappel in 1585 meegebracht hebben uit Virginia, in Noord Amerika en ze in Engeland op zijn landgoed geplant hebben.
Deze Walter Raleigh was de beschermeling van koningin Elisabeth I.
Walter Scott rapporteert dat tijdens een wandeling de koningin door een kleine slijkplas zou moeten stappen waarop Walter Raleigh zijn blauwe geborduurde mantel, bezet met parels voor haar voeten wierp.
Als beloning wordt hij tot admiraal benoemd.
De Engelse zeerover en kaper, Sir Francis Drake wordt ook genoemd als aardappelinvoerder. Hij zou ze ingeslagen hebben in Carthagena een Zuid Amerikaanse havenstad. Een Engelse wiskundige, Thomas Hariott, maakte de reis mee en schreef er een boek over. Hij schreef onder andere dat aardappelen een goed voedingsmiddel zijn en dat ze zowel gekookt als geroosterd kunnen gegeten worden.
Francis Drake’s neef , Sir John Hawkins, die zou de aardappel ingevoerd hebben in Ierland, Schotland en IJsland. Hij zou de aardappels meegebracht hebben uit Santa Fé. Of dit in het huidige Santa Fé in de USA is, is niet duidelijk. Dat was in 1565. Deze Hawkins was eveneens een kaper en slavenhandelaar, maar stond in hoog aanzien aan het Engelse hof.
De aardappelen werden in Ierland totaal vergeten tot ene Hercott ze in 1585 opnieuw uit de vergetelheid haalde. Waarschijnlijk toen Raleigh de aardappel in Engeland invoerde.
De benaming :
De Inca’s noemden de aardappelen papas. Een afgeleid woord van 'papa' in de taal van de Quechua indianen.
Door de voortdurende spraakverwarring van de namen papa en bataat of batata doopten de Engelsen de knol tot potatoe en de Spanjaarden tot patata of battata.
De bataat, de zoete aardappel, was reeds gekend. Maar de nieuwe aardappel werd er dikwijls mee verward. De zoete aardappel of bataat (Ipomoea batatas) is geen aardappel, maar zijn soort behoort wel tot dezelfde orde van planten als de aardappel.
De Italianen, die de aardappel van de Spanjaarden gekregen hadden maakten er een tartuffolo van naar analogie met de eveneens ondergronds groeiende truffel.( tartufo)
Deze tartuffolo wordt later in het Duits verbasterd tot kartoffel en in het Russisch tot kartosjka.
Het Vlaamse en Nederlandse patat, is een resultaat van de Engelse of Ierse invloed.
Nu spreken de Italianen ook over “patate”...Het Nederlandse ‘aardappel’ en het Franse ‘pomme de terre’ duidt er op dat de aardappel ondergronds groeit.
De verspreiding over Europa :
De conquistadores en de Engelsen die de aardappelen meebrachten uit Zuid Amerika brachten niet zomaar twee patatjes mee maar grote ladingen zodat de bemanning er tijdens de terugreis kon van eten. Daarbij komen ze tot de vaststelling dat de aardappelen helpen tegen scheurbuik. Natuurlijk, want aardappelen bevatten heel wat vitamine C, waarbij aan gebrek scheurbuik ontstaat. Dat wist men toen nog niet.
Nadien werd de aardappel dan ook gekweekt als medicinale plant.
Later werd hij ook goed bevonden tegen jicht.
De heilige Theresa van Avilla at alle dagen aardappelen. Zij deed dat bij wijze van versterving. Misschien ook om haar visioenen te controleren, waar ze wel eens wat last van had...
Het waren de monniken die ervoor zorgden dat de aardappel vanuit Spanje zijn weg vond naar de andere Europese landen. Zij pootten de plant in hun kloostertuinen. De aardappelen werden in de 17de eeuw al snel de voeding van de armen. De eerste aanplantingen werden aangelegd in de buurt van Sevilla.
De meer gegoeden haalden er hun neus voor op .Ook de Russen moesten er aanvankelijk niet veel van hebben. Omdat hij ondergronds groeit, was hij 'vuiligheid' volgens hun tradities en bijgeloof. Zij spraken over de 'appels van de duivel'.
Later zouden Russen en Ukraïners dol worden op aardappelen omdat fermentatie van aardappelpulp alcohol opleverde en dus wodka. De drank wordt onder meer gestookt uit gerst, rogge of aardappels. Het zetmeel van de aardappelen kan omgezet worden tot enkelvoudige suikers en deze dan weer tot alcohol.
Reeds in 1570 worden in Genua in Italië aardappelen verbouwd om hun medicinale werking.
In 1580 krijgt paus Gregorius VIII een zending aardappelen van de Spaanse koning Felipe II om er zijn jicht mee te genezen.
Deze paus Gregorius heeft enkele aardappelen doorgestuurd naar zijn nuntius Bonomi in Mons ( Bergen) in Hengouwen. De arme Bonomi had eveneens last van jicht. Met de aardappelen hoopte hij van zijn jicht te verlost te raken.
De gouverneur van Henegouwen kreeg enkele zaden van de nieuwe plant in zijn bezit en gaf deze door aan Clusius. Carolus Clusius.
Clusius was een Vlaams botanicus die eigenlijk Charles de l’Ecluse heette. Hij studeerde aan verschillende universiteiten en was onder andere intendant van de keizerlijk tuinen in Wenen. Ook in Leiden heeft hij een tuin aangelegd.
Hij was duidelijk een zeer invloedrijk botanicus. Zijn naam wordt ook vernoemd in verband met Dodoens, een andere ondertussen beroemd geworden botanicus. Clusius mag terecht de verspreider van de aardappel in Europa genoemd worden. De eerste aardappelen heeft hij aangeplant in de botanische tuinen te Wenen. De aardappel, zoals ook de tulp, werd een gegeerde plant voor verzamelaars en kwam voor in de meeste botanische tuinen van de kloosters en de rijken.
Clusius plantte hier bij ons de eerste aardappelen, hij zal ze toen wel gezaaid hebben, in de tuin van Pitsemburg in Mechelen. België, daar was toen nog geen sprake van. Het waren toen de Nederlanden! Een andere bron vermeldt dat de aardappelen eerst in Nieuwpoort zouden geplant geweest zijn. Ook dat is twijfelachtig.
Samen met de zaden kreeg Clusisus een afbeelding van de “tartuffoli”, de oudste nu gekende afbeelding van de aardappelplant. Deze afbeelding, die gemaakt werd in 1588 bevindt zich nu in het Plantin museum in Antwerpen.
Stilaan verspreide de aardappel zich over Europa. Spanje, Italië, Oostenrijk, Duitsland, Vlaanderen, Zwitserland en Lotharingen.
In Lotharingen zijn bewijzen gevonden van een cijns, een tiendenbelasting, die geheven werd op de aardappeloogst. Ook in de Franse Vogezen, de streek van Lyon en dergelijke werden er in 1593 aardappelplantages aangelegd op aanraden van een zekere Gaspard Bauhin.
Maar ... In de streek Franche Comté, Besançon, Frankrijk, werd in 1630 door het parlement de aardappelteelt verboden omdat men daar vreesde dat de aardappel lepra zou veroorzaken !
Het kwaad was geschied, de aardappel viel in Frankrijk in ongenade en het zou lang duren vooraleer de aardappel er opnieuw als volksvoedsel zou aanvaard worden.
Terwijl Clusius in Mechelen zijn eerste aardappelen aan het zaaien was in 1590, is er de Zwitserse ( Basel ) Gaspard Bauhin ( 1596 ) die een ietsje sneller was en een eerste botanische beschrijving geeft van de aardappel. Het is deze Bauhin die als eerste de naam “Solanum Tuberosum” gaf aan de aardappelplant.
Daarmee was ook het verband gelegd met de nachtschaden. De giftige plantenfamilie waartoe ook de mandragora en de belladonna behoren. De mandaragora was verbonden met toverkunst en hekserij en de heksen gebruikten de kracht van de belladonna om te vliegen...
Inderdaad alle groene delen van de aardappelplant zijn giftig. Ze bevatten solanine, een alkaloïde dat buikkrampen veroorzaakt.
Zo kreeg de aardappel alweer een verdachte reputatie. Hij groeit ondergronds en zal dus ook wel in nauw contact staan met de duivel !
In Engeland is er een andere botanist, John Gerard, ( 1597 ) die eveneens de aardappel bestudeerde.
Een jaar na Bauhin publiceerde hij een lijvig werk over de aardappel met wel 2000 houtsneden. Hij noemt de aardappel “ Papus Orbiculatus” en vermeld erbij dat hij in Engeland ook ‘potatus’ of “potatoes’ wordt genoemd.
Ik heb ze in mijn tuin geplant. Men eet ze geroosterd in de asse. Als ze geroosterd zijn kan men ze in wijn dopen. Men kan ze ook koken met pruimen. Ze zijn voedzaam en versterkend en ze geven aanleiding tot ontucht.... wat horen we nou ???
Waarschijnlijk zat de analogie met de truffel er voor iets tussen. Deze laatste heeft nog steeds de reputatie om een afrodisiacum te zijn.
Enkele jaren na Bauhin en Gerard publiceerde Clusius zijn kruidboek: “Rarium Plantarum Historia”, uitgegeven bij Plantin in Antwerpen in het jaar 1601.
Hij beschrijft de aardappel zeer uitgebreid en nauwkeurig maar noemt de plant “Papa Peruvianorum”.
In 1619 is de aardappel reeds terug te vinden op de Engelse koninklijke tafels. Vanaf 1662 word de aardappel een gewoon import product.
De Engelsen zouden de aardappel in Vlaanderen binnen gebracht hebben tijdens de oorlogen met Lodewijk XIV.
Parmentier :
Het laatste West Europese land waar de aardappel niet doordrong was Frankrijk. In sommige delen was de aardappel wel gekend maar zoals reeds vermeld was de teelt ervan in de Franche Comté verboden. De aardappel had een kwalijke reputatie, men zou er lepra van krijgen, ze zou verzwakkend werken op het organisme enz...
Het verhaal doet ook de ronde dat men aan het Franse hof ooit de vruchten van de aardappel zou gegeten hebben in plaats van de knollen en dat was hun natuurlijk niet goed bevallen want zoals ook reeds vermeld zijn alle delen van de plant giftig, behalve de knollen.
In een geschrift uit de hogere kringen vinden we het volgende : “ Door de melige smaak, zijn natuurlijke flauwheid en ongezonde eigenschappen is deze flatulente en onverteerbare spijs terug gestuurd naar het volk. Zij hebben een grover gehemelte en eten alles wat de honger maar kan stillen.”
Parmentier zou hier verandering in brengen.
Antoine-Augustin Parmentier werd geboren in 1737 in Montdidier, Somme, Frankrijk. Hij was economist en werd landbouwdeskundige. Hij werd apotheker bij het leger. Tijdens de Zevenjarige oorlog werd hij door de Duitsers krijgsgevangen genomen en weggevoerd naar Hannover. Daar leerde hij de aardappel kennen.
Bij zijn terugkeer in Frankrijk brak kort nadien de hongersnood uit omdat de graanoogst mislukt was. Parmentier herinnerde zich de aardappelen uit Hannover en probeerde om ze te promoten als volksvoedsel. Doch zonder al te veel succes.
Na een tweede jaar van mislukte graanoogst liet hij met medeweten van Louis XVI, aardappelen aanplanten in de buurt van Parijs. Hij kreeg hiervoor een veld in de vlakte van “Les sablons”. Een stuk onvruchtbare grond. Toen de teelt tot iedereen’s grote verbazing toch lukte liet Parmentier het veld bewaken door soldaten. De nieuwsgierigheid van de bevolking was gewekt. Toen de aardappelen gerooid werden, liet men ze opzettelijk slecht bewaken en men gaf de Parijzenaars de kans om de aardappelen te stelen.
Parmentier deed ook allerlei opzoekingen om van aardappelmeel brood te bakken. De Fransen zijn broodeters. Daarin is hij niet geslaagd.
Lodewijk XVI apprecieerde de ijver van Parmentier om de bevolking van de honger te verlossen en stak een aardappelbloem in zijn knoopsgat als bewijs van zijn sympathie.
Hiervan werd een schilderij gemaakt, zij het wel honderd jaar nadien.
De aardappelen werden populair en speciale borden werden gemaakt, versierd met aardappelbloempje. Zeer gezochte items nu.
Parmentier kreeg eveneens een speciale vermelding omdat hij “het brood der armen” gevonden had. Parmentier vermelde wijselijk niet dat Clusius 180 jaar vroeger de aardappel reeds genoemd had als “een goedkoop voedsel tijdens de hongersnood”. Dat hield hij voor zichzelf.
Later werd er een groot banket aangericht waarbij alle groten van het land werden uitgenodigd . Bij elk gerecht werden aardappelen geserveerd.
De Parijzenaars planten de gestolen aardappelen en de opmars van de aardappel kon nu beginnen . Parmentier kreeg een standbeeld te Montdidier!
Het eerste kookboek waarin aardappelen vermeld staan werd uitgegeven in 1793 door een mevrouw Méridiot.
Tijdens de Franse revolutie, Parmentier werd door de revolutionairen een beetje schuin bekeken, maar hij werd met rust gelaten, werd achter de Tuileries een aardappelveld aangelegd. De Tuileries was voorheen de woning van Louis XVI. De aardappelen die daar groeiden kregen de naam van “ Oranges Royales”...
Lodewijk XVI was gesneuveld op het schavot...de guillotine!
Vele aardappelgerechten zijn genoemd naar Parmentier, maar de uitvinder van de patat is hij zeker niet ! Wel is hij het die de Fransen gered heeft van de hongersnood door de aardappel te propageren ten voordele van het graan waar men brood kan van maken.
Ook Benjamin Franklin, die van de bliksemafleider, die toen ambassadeur was van de Verenigde Staten in Frankrijk heeft hierin een rol in gespeeld. Tijdens deze periodes van hongersnood probeerde hij om Amerikaanse maïs als volksvoedsel te promoten. Amerika had een overvloed aan maïs, maïs zou een waardige vervanger zijn voor brood.
De aardappel heeft het gehaald !