Pannenkoeken


Het was gisteren Lichtmis, maar ’t is weeral voorbij.
... Er is geen vrouwke nog zo arm, of ze maakt haar panneken warm...is een oud gezegde.
Maar dit is, of was een goed moment om het even te hebben over pannenkoeken.
Pannenkoeken bakken is vrij eenvoudig. Het meest spectaculaire er aan is het omhoog wippen van de pannenkoek om hem zo om te draaien. Maar ook zonder dat trucje onder de knie te hebben lukt het wel.
Eerst en vooral moeten we een onderscheid maken tussen enkele soorten.
Er bestaan flensjes en pannenkoeken...
Flensjes, dat zijn de dunne pannenkoekjes geserveerd in de restaurants en cafetaria’s. Al dan niet geflambeerd. Liefst een kopje koffie er bij.
En de dikke, echte pannenkoeken, de Veurnse, Diksmuidse of Brugse pannenkoeken. Dikwijls verkocht in de supermarkten in een vacuümverpakking.
Eerst het deeg, excuseer, het beslag, want pannenkoeken worden gemaakt van een beslag.
Voor flensjes is een standaard recept :
500 g Bloem, gewone, geen zelfrijzende.
1 Liter melk, ongeveer, bij benadering.
5 of 6 eieren.
25 Gram suiker, dit is een opgehoopte eetlepel.
1 deciliter olie of gesmolten boter. Minder mag en kan ook...dit voor de lijners.
Een snuif zout, zowat, een beetje. Half koffielepeltje...
Een pakje vanillesuiker of meer. In oudere recepten gebruikt men rum.
Er mag gevarieerd worden met suiker, zout en vanille en eieren maar de verhouding bloem en melk moet juist zijn!
Om het beslag te maken moet alles gewoon gemengd worden. Praktisch kan men best eerst de bloem in een kom doen, dan de eieren daar op breken en de helft van de melk toevoegen.
De suiker en de vanille er bij en nu roeren maar, met een klopper: sauszweep zou Dirk de Prins zeggen.
Zo bekomt men een stevig, vrij dik beslag zonder klontertjes. Nu de rest van de melk er bijvoegen. Normaal moet het beslag hiermee goed zijn. Het kan zijn dat naargelang het soort bloem dat men gebruikt nog een ietsje meer melk mag gebruikt worden.
Best laat men dit beslag nu een uurtje rusten vooraleer men aan het bakken gaat.
Juist voor het bakken zal men de pas vetstof toevoegen en daarbij het beslag nog eens goed doorroeren.
Voila, klaar om te bakken !
Voor luchtige pannenkoeken gebruikt men zelfrijzende bloem of gewone bloem met bakpoeder. Dat deeg levert dikkere pannenkoeken op maar met luchtige structuur.
Het deeg hier laten rusten is niet zo een goed idee want het bakpoeder verliest zijn kracht na enige tijd.
Echte grootmoeders pannenkoeken maakt men door gist aan het beslag toe te voegen.
De gist eerst oplossen in een beetje lauwe mek of gewoon een pakje gedroogde gistkorreltjes gebruiken. Voor bovenstaande recept is één pakje korrels of één blokje ( 40 g) gist voldoende.
Het beslag moet wel een uurtje rusten vooraleer er kan gebakken worden.
Zorg er ook voor dat de kom waarin het beslag gemaakt word groot genoeg is want het volume van het beslag kan verdubbelen, het rijst als het ware....
Een doek over het beslag leggen en het in een warme omgeving laten rijzen.
Nu het bakken zelf.
Tegenwoordig worden bijna uitsluitend antikleef pannetjes gebruikt. Toch is dit niet het juiste type pan, maar de evolutie is toch niet te stoppen. De echte plaatijzeren pannen zijn ook bijna nergens meer te vinden.
De flensjes of koekenpannen moeten zeer heet zijn en roken om een goede pannenkoek te bakken.
Een beetje vetstof, boter, margarine of zelfs varkensvet in het pannetje smelten of smeren, een schep, meestal een kleine pollepel, opscheplepel voor de Nederlanders, in het pannetje gieten en onmiddellijk draaien zodat het beslag zich goed verspreid en de ganse bodem van de pan bedekt word zonder gaten in de pannenkoek te maken.
Als de bovenkant van het deeg er opgedroogd uit ziet, de pannenkoek of het flensje omdraaien. Een beginneling kan dit best doen met een spatel. De gevorderden wippen de pannenkoek omhoog en doen hem terwijl een slag draaien.
Niet zo moeilijk maar het vergt enige ervaring.
Pannenkoeken die tegen het plafond plakken en die terug op de bakker zijn hoofd vallen komen alleen maar voor in stripverhalen...
De pannenkoeken op een stapel leggen tot alles gebakken is of het kroost aan tafel roepen en ieder zijn pannenkoek serveren als hij gebakken is....
Opwarmen gaat zeer gemakkelijk in de microgolfoven. ( Toch iets waarvoor zo’n ding goed is ...)
Zelfs zo op een stapel blijven pannenkoekjes lang warm !
Opwarmen is ook al geen probleem, even terug in een lichtjes ingevette pan en omhoog gooien maar. Ze worden er een ietsje droger door, maar , geen zorgen daarover.
Ze kunnen perfect in de diepvriezer bewaard worden. Dan de microgolfoven in ...
Nu nog :
Bruine suiker, kandijsiroop, confituur, boter, poedersuiker...Kies maar.
Flamberen kunnen we later eens doen !
Of “Crêpe Suzette” maken...



















1 reactie op dit bericht
pannenkoeken warm houden
Hartelijke groeten,
Carl