Naar de inhoud

Kort gescheerd. Met een ander oog bekeken door Ivo Vaes

Een korte scheervlucht langs allerlei onderwerpen, geschreven met een knipoog, of met een traantje, maar altijd naar waarheid ;-)
akke.beakke.be

Archief

bpost


Bpost

 

(uit het ware leven gegrepen – vrijdag 31 augustus 2012)

Al een paar dagen ontvangen wij onze post niet meer volledig.  Het is het volgende.  Op onze brievenbus hangt een sticker met de tekst: “Geen ongeadresseerd reclamedrukwerk – Geen huis-aan-huis bladen.”

Onze vertrouwde postbode is met verlof en er komt nu een tijdelijke vervanger.  De geburen kregen deze week de Gemeenteberichten van Hoeselt toegestuurd, een infoblad van het gemeentebestuur van Hoeselt.  Wij kregen dat  niet in onze brievenbus.  Ook het verkiezingskrukwerk, dat nu volop wordt rondgestuurd, krijgen wij niet meer.  Waarschijnlijk beschouwt onze tijdelijke postbode dit alles als reclamedrukwerk. 

Geen probleem dacht ik, een telefoontje naar het plaatselijk postkantoor, en opgelost de zaak.

Op internet gezocht, maar geen rechtstreeks telefoonnummer te vinden van het postkantoor van Hoeselt.  Alle sites die ik raadpleegde, verwezen me naar het nummer 022/012345, een algemeen Bpost nummer.  Dan maar naar dat nummer gebeld, die zouden me wel kunnen doorverbinden met postkantoor Hoeselt, dacht ik.

Dus belde ik, zonder argwaan, het nummer 022/012345.

Ik kom uit bij een automatisch antwoordapparaat: “Welkom bij bpost,  bienvenue chez bpost,  wilcommen bei bpost .
Pour continué en francais activé sur un ,  om verder te gaan in het Nederlands druk 2, weiter ghen in deutsch drukken sie drei,”

Ik druk 2 (even taal ingeven, veronderstel ik, en dan doorverbinden)

Bpost: “Voor Bank van de Post en andere financiële producten druk 1, voor brieven en pakjes druk 2, voor kranten druk 3, voor postmobile druk 4, voor vragen over postkantoren en postpunten druk 5, voor filatelie druk 6, voor andere vragen druk 7”

 

Ik dacht: mijn zaak gaat over brieven en zo,  dus ik druk 2 (nu zullen ze me wel kunnen doorverbinden)

Bpost: “Voor het doorsturen van briefwisseling bij verhuis of vakantie druk 1

Voor uw pakje, druk 2

Voor uw briefwisseling druk 3

Voor kranten druk 4

Voor andere vragen over tarieven en post druk 5”

 

Ik druk 3 (dat zal nu toch wel het laatste zijn zeker?)

 

Bpost: “Voor een aangetekende zending druk 1

Voor andere vragen over brieven of post druk 2”

 

Ik druk 2 (gaat dat hier nog lang duren, zeg?)

 

Bpost: “Wij verbinden u door.”

Ik denk: “Aha, eindelijk!”

Bpost, het antwoordapparaat: “Beste klant om de kwaliteit van onze diensten verder te verbeteren vragen wij om na het gesprek deel te nemen aan een telefonische tevredenheidsenquête.

Deze zal slechts 2 minuten van uw tijd in beslag nemen.

Indien u hieraan wenst deel te nemen druk 1,

Indien u niet wenst deel te nemen druk 2”

(Ik denk: ik wil geen enquête, alleen maar doorverbonden worden met postkantoor Hoeselt.)

Ik druk 2.

Niet geloven, maar dit keer kreeg ik een levende persoon aan de lijn van Bpost, en geen stem van een antwoordapparaat.

Bpost (vriendelijk): “Goedemiddag klantendienst Bpost, waarmee kan ik u helpen?”

Ik (vriendelijk): “Goedemiddag mevrouw, ik wilde eigenlijk het postkantoor van Hoeselt bellen, maar dit lukt blijkbaar niet meer rechtstreeks.  Kunt u me misschien doorverbinden met het postkantoor van Hoeselt?”

Bpost (vriendelijk): “Wat is precies uw probleem mijnheer.”

Ik (vriendelijk), (moet ik dat ook nog eens gaan uitleggen, dacht ik): “Wel het is het volgende.  Al een paar dagen ontvangen wij onze post niet meer volledig.  Op onze brievenbus hangt een sticker dat wij geen deur aan deur reclame meer wensen te ontvangen.  Onze buren kregen gisteren de gemeenteberichten in de bus, wij niet.  Ook het verkiezingsdrukwerk wordt bij ons niet meer in de bus gestoken.  Dat is toch geen reclamedrukwerk, maar info.?  Dat zouden wij dus graag ontvangen”

Bpost (vriendelijk): “Uw probleem is dus dat u geen verkiezingsdrukwerk meer ontvangt.”

Ik (al wat geïrriteerd): “dat is nog het ergste niet, maar bijvoorbeeld, de gemeenteberichten van Hoeselt, die van huis tot huis worden bedeeld, hebben wij ook niet gekregen.  Wij denken dat onze postbode die dingen niet bij ons in de bus steekt, omdat hij denkt dat het reclamedrukwerk is.”

Bpost (vriendelijk): “Een ogenblikje meneer.”

muziekje (een mij onbekende componist en uitvoerder)

Na een tijdje: Bpost (vriendelijk): “Mijnheer;  Ja, ik heb even nagevraagd.  Het is zo dat voor verkiezingsdrukwerk een sperperiode geldt, vanaf 3 september moet alles in elke bus worden gepost.  Het is nu nog niet drie september, dus is er iets fout.”

Ik (al wat nerveuzer): “Dat dacht ik ook al mevrouw, kunt u mij niet eenvoudig het rechtstreeks telefoonnummer geven van het postkantoor van Hoeselt, zodat ik dat probleempje daar rechtstreeks kan melden, meer moet er echt niet gedaan worden.”

Bpost (vriendelijk): “Dat gaat niet mijnheer, dat nummer mogen wij niet doorgeven.”

Ik (kordaat, maar beleefd):  “Ja maar, dit gaat toch maar om een klein praktisch zaakje, dat is zo verholpen, als ik dat aan die mensen van Hoeselt rechtstreeks kan uitleggen.”

Bpost (vriendelijk): “Sorry mijnheer, dat mogen wij echt niet doorgeven.  Ik kan wel een dossier over uw zaak aanmaken.”

Ik: (niet meer zo heel vriendelijk): “Laat maar mevrouw, ik rijd zelf wel even naar het postkantoor van Hoeselt.  Ik vind de dienstverlening van Bpost nog altijd even slecht als vroeger.”

Bpost (vriendelijk): “Het spijt me mijnheer.  Nog een prettig weekend.”

Telefoon haakt af.

Naar het postkantoor van Hoeselt ben ik nog niet gereden.  Ga het nog een paar dagen aanzien, want wie weet wat ik daar aan het loket ga meemaken.

En zeggen dat bpost binnenkort, door de liberalisering van de postmarkt, de concurrentie met privébedrijven zal moeten aangaan. Dat gaat nog wat geven!


Voor bpost: vriendelijk en klantvriendelijk, dat zijn twee verschillende dingen.  Het één kan bestaan zonder het ander, maar toch liefst niet.

Geschreven door Ivo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Neil Armstrong


Groot nieuws deze morgen in de nieuwsberichten: Neil Armstrong is overleden.  Hij werd 82 jaar.  Op 21 juli 1969 zette Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan, en daarbij ook als eerste mens voet op een andere planeet dan de aarde.  Ik herinner me nog heel goed hoe ik destijds de rechtstreekse tv-uitzending over deze historische gebeurtenis heb gevolgd.  Toen al had ik duidelijk het gevoel dat ik getuige mocht zijn van een zeer belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid.   Eddy Merckx had enige uren daarvoor de Ronde van Frankrijk gewonnen, met bijna achttien minuten voorsprong op de tweede, en dat in de eerste tour die hij meereed.

Eddy Merckx had bovenmenselijke krachtinspanningen moeten leveren voor het binnenhalen van zijn eerste tourzege.  Neil Armstrong daarentegen moest maar van een klein laddertje afdalen om zijn plaats in de geschiedenisboeken op te eisen.

De woorden die Neil Armstrong uitsprak terwijl hij het trapje van de maanlander afdaalde en voet op de maan zette, vormen één van de beroemdste uitspraken aller tijden, en zullen voor altijd in de geschiedenisboeken blijven staan: "That's one small step for a man, one giant leap for mankind."   Inderdaad, was het maar een klein stapje voor een mens, maar een geweldige sprong voor de mensheid, die eerste stap van een man op een andere planeet dan de aarde.  Het maakte hemellichamen buiten de aarde bereikbaar voor menselijke wezens.

De mooiste uitspraak van Neil Armstrong, volgens mij, deed hij tijdens een interview, lang nadat hij terug op aarde was: "Plots realiseerde ik me dat die kleine, mooie blauwe 'erwt' de aarde was. Ik stak mijn duim op, sloot één oog, en mijn duim bedekte de aarde volledig. Ik voelde me niet als een reus; ik voelde me heel, heel klein!"

 


 


Geschreven door Ivo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Genoeg is genoeg


Genoeg is genoeg


Genoeg is genoeg, nu was het zij of ik
mij krijgen ze niet rap kwaad
doch deze keer ging ze te ver
Ik bekeek haar met een kwade blik
en zocht naar geschikt huisraad
om te kloppen op die onruststookster

Mijn motto is "leven en laten leven"
daar kan ik heel ver in gaan
Ik moei me niet met andermans zaken
ben de eerste om iets te vergeven
en gedaan is voor mij gedaan
maar met dit kunnen ze mij raken

Mijn besluit stond dan ook vast
ik kon niet meer tegen haar gedrag
Hier was geen weg meer terug
Ze bezorgde me immers niets dan last
En met één welgemikte, harde slag
was ze er geweest, die vervelende mug

Geschreven door Ivo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Nostalgie


Nostalgie

Facebook is een sterk fenomeen, het brengt ons terug in contact met vrienden, die we jaren niet meer hadden gesproken of gezien.  Zo is mijn vrouw, dankzij facebook, terug in contact gekomen met een jeugdvriendin.  Die woonde zelfs in ons dorp, en is vandaag al even op bezoek gekomen.  Ze had een dertigtal foto’s bij uit hun tienerjaren.

Eén foto trok mijn aandacht, en ik had meteen het gevoel: hoeveel nostalgie kan een foto uitstralen.  De jaren zestig in beeld.  Vier vriendinnen, met in hun midden de vriend, bezitter van de auto, assorti gekleed met zijn voiture.  Samen poseren ze, toch wat fier, voor zijn blauwe Volkswagen kever.  Je moet geen kenner zijn om te zien dat deze foto uit een ander tijdperk komt.  Mode was toen nog een abstract begrip, als het maar hip was.  Op de brede pijpen na, waren er geen vaste regels.  Sigaretten waren een vanzelfsprekendheid, ook bij het maken van een foto. 

De auto was gepakt en beladen, gereed om er een grote tocht mee te maken. In elk geval was er iets speciaals op komst, dat zie je zo.  De juffrouwen hadden zich daarvoor behoorlijk opgetuigd.  Als een hechte vriendengroep staan ze arm in arm voor de fotograaf.  De jongen mocht er waarschijnlijk alleen maar bij omdat hij eigenaar was van de blauwe kever.  Hij laat het zich merkelijk welgevallen en grijpt zover zijn armen kunnen reiken.  Niet veel later na het nemen van de foto, zijn ze ongetwijfeld  samen in de auto gestapt, met drie achteraan en iemand naast de chauffeur.  Het zal zeker een plezante tocht geweest zijn.  Op de radio zal uiteraard, op hoog volume, muziek hebben weerklonken van de Beatles, de Rolling Stones, Elvis of Bob Dylan.  En reken maar dat ze met zijn allen uit volle borst hebben meegezongen.

Het is een foto om uit te vergroten, in te kaderen, en aan een grote muur op te hangen.  Een aandachttrekker, ongetwijfeld.

(PS: mijn vrouw in haar flower-power tijd, tweede van rechts op de foto ;-)

Geschreven door Ivo om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Spaarboekje


Spaarboekje

Eerst en vooral wil ik zeggen dat ik naast Vlaming,  zeker ook een Belg ben.  En waarom ik dat zo duidelijk zeg, zal ik hier eens uit de doeken doen.

Het stond in alle kranten en kwam in het nieuws op radio en tv: eind januari 2012 hadden de Belgen 221,737 miljard euro op een spaarboekje staan. Dat is een recordbedrag.  Er zijn rond de 10 miljoen Belgen, waarvan ik er dus één ben.  Een Belg heeft dus zo’n slordige 22.174 euro op zijn spaarboekje geparkeerd.  Mijn vrouw en ik, dat maakt dan samen 44.348 euro.

Nog volgens de kranten stond eind mei iets meer dan 47,2 miljard euro op de zichtrekeningen van de Belgische gezinnen.  Dat is dus ongeveer 4.720 euro per Belgisch gezin.  Samen met onze spaarboekjes maakt dat voor ons bijgevolg 49.068 euro op onze rekeningen.

Ik weet wel dat we niet alles moeten geloven wat in de kranten staat, helemaal niet zelfs.  In de weekendkrant stond bijvoorbeeld dat het vanaf vandaag eindelijk zomer zou worden, en nu geven ze weer een week buien en regen.  Maar voor alle zekerheid ga ik straks toch eens langslopen bij onze bank, je weet maar nooit. 

Geschreven door Ivo om 12:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Goed voor de studenten


Goed voor de studenten

Het regende op 8 juni, de dag van patroonheilige Sint Medard.  En zoals de volkswijsheid het wil, is het sinds die dag blijven regenen, overvloedig zelfs en met veel wateroverlast.  Want, zegt de weerspreuk: “Als het regent op Medardusdag, regent het zes weken alle dagen.”  Bijkomend is het nog veel te koud voor de tijd van het jaar, en worden streken in ons kleine landje getroffen door zware onweders en zelfs een tornado.  De mensen lopen er maar treurig bij.  Dit is het seizoen dat de zon zou moeten schijnen, dat we zouden moeten puffen van de warmte, de tijd van de topjes, de korte rokjes en de bermudabroeken.

De weermannen en –vrouwen kunnen niet anders dan de ene depressie na de andere aankondigen.  Om niet voor uiterst negatieveling te worden bestempeld, blijven die weervoorspellers zoeken naar een positieve kant van de zaak.  Daarom dat de laatste weken bijna elk weerbericht wordt beëindigd met de opmerking: “Goed voor de studenten.”

En de studenten zelf?  Ik heb er mijn twijfels over of die wel zo tevreden zijn bij dit aanhoudend regenweer.  Ze kunnen immers niet meer van de studeerkamers afkomen met het excuus dat het te heet is om te studeren, en dat ze ommetje gaan maken met de fiets.   Het kunnen niet anders dan uitstekende puntenkaarten worden bij de komende eindexamens, de studieomstandigheden zijn ideaal, en iedereen weet het nu: het is goed weer voor de studenten.

Misschien een idee voor het eindwerk van een universiteitsstudent: speelt het weer een rol bij de uitslag van een schoolrapport?  Is regenweer werkelijk beter dan goed zomerweer om te studeren?  Als die studie mocht uitwijzen dat dat helemaal niet zo is, wat toch een mogelijkheid is, dan wil ik het nooit meer horen bij een weerbericht op radio of tv: “Goed voor de studenten.”

Geschreven door Ivo om 11:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Regen


Regen

Voorbije zaterdag was een prachtige, vroege zomerdag.  Het zonnetje scheen, maar niet te fel, af en toe een wolkje en een zeer aangename temperatuur.  Het gonsde buiten van de bedrijvigheid.  Op straat kwamen de wielertoeristen met trosjes na elkaar aangereden.  Wandelaars gingen uit in alle richtingen.  In de verte hoorde ik het vrolijk geluid van spelende kinderen.  De kippen lagen tegen de dennenbomen, vleugels gespreid, te genieten in het zonnetje.  Vogels vlogen af en aan op zoek naar een hapje.  Grasmachines zoemden, en tegen de avond rook ik de eerste barbecue van de buren.  Kortom, een heerlijke dag, om van te genieten.

Evenwel, de weermannen hadden gewaarschuwd.  De volgende dag zou het gaan regenen, al van op het einde van de nacht,  en het zou koud worden.  Toen ik zondagmorgen opstond, was alles nog droog.  Bij mezelf dacht ik dat de weermannen zich hadden vergist.  Terwijl ik bezig was aan mijn ontbijt, zag ik door het keukenvenster de eerste druppels vallen.  Eerst twijfelachtig, hier en daar een drup, maar al vlug was het stevig aan het regenen, net zoals ze hadden voorspeld.  En het heeft die dag niet meer opgehouden met regenen.  In de voormiddag echt striemende regen, in de namiddag druilerige regen, afgewisseld met hevige regenvlagen.  De temperatuur ging in vrije val.  Het viel op dat er negens beweging was waar te nemen buiten.  Op straat was het opvallend stil.  Geen auto’s, geen fietsers, geen wandelaars, niets.  De kippen hielden zich ik weet niet waar verborgen, geen vogels te zien.  Bij een tasje koffie op ons overdekt terras hoorden we alleen maar het eentonig, eenzaam geluid van de regen.

Laat in de namiddag zei mijn vrouw op een moment: “Ge ziet geen kat op straat.”  Zo was het ook, zelfs geen kat, niets of niemand.  Het enige wat er te zien was, was de regen.  Die viel onophoudelijk troosteloos neer, maakte alles even grijs en grauw.  Het moet een dag zijn geweest waarop niets is gebeurd, een dag waarop het leven is stilgevallen.  Zondag 3 juni 2012, ze zouden die dag uit de geschiedenisboeken moeten schrappen, ofwel tenminste er de notitie bij zetten dat het die dag alleen maar heeft geregend, en anders niets.

Geschreven door Ivo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Rekenfout?


Rekenfout?

Grote titel in mijn krant op woensdag 30 mei 2012: “Roken doodt 18.600 Belgen per jaar.” Het artikel vertelt dat uit een gerenommeerd onderzoek van OIVO (ik heb er niets mee te maken), is gebleken dat in België jaarlijks 18.600 mensen sterven aan de gevolgen van tabaksverbruik, wat neerkomt op 350 doden op één week, 50 per dag, of één elk half uur.

De kritische geest in mij heeft bij zoiets argwaan.  Niet dat ik wil beweren dat roken niet ongezond zou zijn, maar het exact aantal rookdoden van 18.600 per jaar, roept bij mij vraagtekens op.  Zeker als ik zelf het rekensommetje van de studie eens overdoe.  50 per dag X 7 dagen = 350 per week.  In een jaar zijn 52 weken.  52 X 350 doden = 18.200 doden.  2012 is een schrikkeljaar met 366 dagen.  366 dagen X 50 doden per dag = 18.300 doden in 2012.

Het rekensommetje in de krant, overgenomen van de studie van OIVO, klopt dus niet.  In de statistieken zijn om onverklaarbare redenen 400 doden door roken bijgekomen, zomaar uit het niets.  Waren het er nu nog 400 minder geweest, dan had je kunnen denken:  die zijn in rook opgegaan.  De logische vraag is dan ook hoe betrouwbaar de studie is, en hoe zorgvuldig het onderzoek is uitgevoerd.   Cijfers zijn cijfers, en rekensommen moeten kloppen, daar kan niemand onderuit.  Hoe is men tot het resultaat van 18.600 doden gekomen?  Werd een andere berekeningsmethode gebruikt, ultramoderne wiskunde misschien?  Achterdochtige personen denken dan nog verder.  Bijvoorbeeld: wat heeft men gedaan met de randgevallen, mensen die onderhevig zijn aan meerdere risicofactoren op kanker.  Bijvoorbeeld iemand die rookt, woont in een gebied met veel smog,  zwaarlijvig is en veel alcohol drinkt.  Bij welke categorie van doden heeft men die ingedeeld?

Was de titel in krant geweest: “Roken doodt 18.200 Belgen per jaar,”  dan was er bij mij geen enkele argwaan geweest.  Maar nu?  Kuch, kuch!
Geschreven door Ivo om 20:54 Reageer op dit bericht Stuur door

Column


Column

Een goede column moet kernachtig, bondig, treffend, to the point zijn.  Mijn haren gaan overeind staan als ik bepaalde commentaarstukken lees in dag- en weekbladen.  Sommigen kunnen zo langdradig zijn en uitweiden over dingen die niet bij het stuk horen.  Schrijven moet een beetje in het bloed zitten.  Door oefening kun je veel leren, maar van een ezel ga je nooit een springpaard maken.

Het doet me denken aan mijn schooltijd toen we bijna wekelijks een opstel moesten schrijven van onze leraar Nederlands.  Een klasgenoot van mij, Robert, was een echte crack daarin.  Die had het ook een beetje van thuis meegekregen.  Zijn vader was namelijk de verantwoordelijke uitgever en drijfkracht achter een  reclameblad, waarin ook veel plaatselijk nieuws stond.   Die man werkte zich echt uit de naad om dat weekblad telkens klaar te krijgen, het was dikwijls vechten tegen de tijd, maar hij haalde telkens de deadline.  Het is wel spijtig dat die man een ernstige ziekte kreeg op het moment dat het weekblad op haar hoogtepunt was.  Hij was toen wel verplicht om een medewerker in dienst te nemen om hem te helpen.  Die hulp had evenwel het schrijven niet in zijn bloed en was ook niet zo ordelijk.  Langzaam maar zeker werden de reclame-inkomsten minder en uiteindelijk is dat blad ter ziele gegaan.   Maar zoals ik reeds zei, was Robert zeer goed in het opstellen.  Hij kon als geen ander tot de kern van de zaak doordringen en het treffend verwoorden.  Robert zei altijd dat het bij hem allemaal vanzelf kwam.  Het moeilijkste vond hij de eerste zin, als die er stond dan vloeide al de rest vanzelf uit zijn pen.  Op een dag moesten we een opstel schrijven over de lente.  Robert zat na te denken over zijn eerste zin en hij keek daarbij dromerig naar de jongen naast hem, Staafke.   Staafke was niet zo goed in het opstellen, maar bij het sporten was hij altijd bij de besten.  Als het voetballen was, dan werden twee kapiteins aangeduid, en die mochten uit de groep medeleerlingen telkens om beurt een speler voor hun ploeg uitkiezen.  Staafke werd dan altijd als eerste uitgekozen.  Die jongen was zo rap en kon dribbelen, niet te geloven.  Als die langs de zijlijn naar voor liep, gaf hij iedereen het nakijken.  Op een dag  was er een wedstrijd van de leerlingen tegen de leraars.  Staafke stond rechtsbuiten en tegenover hem stond de leraar wiskunde, mijnheer Pierre.  Dat was al een oudere man, laat ons zeggen ergens begin de vijftig.  Niet dat dat nu oud is, maar op voetbalgebied toch wel.  In eerste klasse zul je niet veel spelers van boven de vijfendertig meer tegenkomen, dus mag je stellen dat begin de vijftig voor een voetballer al oud is.  Alhoewel, ik me herinner dat Wilfried Van Moer op vijfendertigjarige leeftijd door Guy Thys werd heropgevist voor de nationale ploeg.  Guy Thys was op zoek naar een creatieve middenvelder voor de nationale ploeg, nadat hij een volledig nieuw elftal had gevormd.  Uiteindelijk kwam hij bij de ‘oude’ Van Moer terecht, en die ontgoochelde niet.  Al in zijn eerste match voor de nationale ploeg bij zijn comeback, was hij goed voor een doelpunt en een assist.  Waar was ik nu weer gebleven?  Oh ja, bij die leraar wiskunde, mijnheer Pierre.  Die was door zijn leeftijd natuurlijk niet meer zo kwiek als Staafke, die hem keer op keer voorbij liep op de flank en dan een perfecte voorzet afleverde voor de spitsen.  Nadien werd gezegd dat mijnheer Pierre weerwraak heeft genomen op Staafke door hem te buizen voor wiskunde.  Heel zeker is dat evenwel niet, want wiskunde was sowieso niet de sterkste kant van Staafke.  De broer van Staafke wel, die zat twee studiejaren hoger, en dat was een echte bolleboos in wiskunde, maar in talen was die dan weer niet zo goed.  Zoals ik schreef zat Robert dromerig te kijken naar Staafke, en na een tiental minuten begon hij te schrijven, aan een stuk door tot het einde.  Dat opstel over de lente heeft nog lang aan de muur van de klas opgehangen als voorbeeld voor een goed opstel.  Als je dat opstel las, dan was het alsof je midden in een bos stond en de natuur voelde opleven.

Robert beheerste dan ook als geen ander de kunst van het schrijven van een goed opstel: kernachtig, bondig, treffend, to the point!

Geschreven door Ivo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Zekerheden


Zekerheden

Het was bijna een zekerheid, de twee Spaanse topploegen Real Madrid en Barcelona zouden de finale spelen van de UEFA Champions League, algemeen beschouwd als de topcompetitie van het wereldvoetbal.  Toch slaagde geen van beide ploegen hierin, na onverwachte nederlagen in de halve finales.  Weinig voetballiefhebbers zullen getipt hebben op een voetbalfinale Bayern Munchen – Chelsea.

De laatste weken kon niemand er naast kijken.  Zowel op radio, tv, als in de dagbladen werd uitvoerig verslag uitgebracht over de Titanic.   In de nacht van 14 op 15 april was het precies honderd jaar geleden dat dit onzinkbaar verklaarde luxe passagiersschip op zijn eerste trans-Atlantische reis zonk, na een aanvaring met een ijsberg.  Niemand die de eerste berichten over de ramp wilde geloven.  De Titanic kon niet zinken, dat was een zekerheid.

Zeer verrassend nieuws de voorbije week over Jos Ghysen, het alom gewaardeerd en gerespecteerd radio- en tv-monument.  Jos Ghysen was voor velen de verpersoonlijking van eerlijkheid, rechtschapenheid en rechtvaardigheid.   Jarenlang presenteerde hij op zaterdagmorgen het druk beluisterde radioprogramma ‘Te bed of niet te bed’ bij de regionale Omroep Limburg, nu Radio 2.  Voor velen is hij onvergetelijk door zijn uit het leven gegrepen cursiefjes, die hij wekelijks voorlas in ‘Het schurend scharniertje.’  Enkele dagen voor zijn zesentachtigste verjaardag haalde hij alle krantenkoppen en headlines in de nieuwsberichtgen.  Jos Ghysen werd door oud-collega’s afgeschilderd als een tiran, die mensen tot wanhoop dreef.  Ook zou hij een collega omroepster jarenlang seksueel hebben misbruikt.  Zware beschuldigingen worden nu over hem uitgesproken, zoals: “Ik zag sommigen breken onder zijn schrikbewind,” en “‘Hij brak carrières en levens. Niet alleen die van vrouwen. Hij gebruikte ook bij mannen zwaar machtsmisbruik. Zijn grote angst was dat anderen populairder werden dan hem.”  Daarbij komen nog eens meerdere beschuldigingen van gedwongen seksuele handelingen en verkrachting.

We kunnen ons afvragen: wat is nog zeker?  Niets! Tenminste als we de wetenschappers mogen geloven die aan bod kwamen in de prachtige vierdelige BBC-reeks “Wonders of te universe.”  Volgens deze geleerden is alles een evolutie van verandering.  Dat geldt zowel in de natuur, in de cultuur, in het verouderingsproces van elke mens, als ook in de geschiedenis van het heelal.  Onvermijdelijk zal volgens hen ooit ook aan het heelal een einde komen.  Dan zal het gedaan zijn met de mens, met de aarde, met alle materie en met de tijd zelf.  Er zal dan niets meer zijn, helemaal niets.  Als we de theorieën mogen geloven, is ooit alles ook zo begonnen uit het niets.  Dat heb ik altijd al een onwaarschijnlijk straffe truc van God gevonden, zo een oneindig groot heelal scheppen uit het niets.  Als Hij er dan ook nog zal in slagen om al die materie, alles wat nu bestaat, in het niets te doen verdwijnen, zodat er zelfs geen stofje van overblijft, dan zou ik dat een even straffe toer vinden als Zijn eerste, toen Hij alles schiep uit het niets.

Het is bijna een zekerheid dat God zich dan vlug gaat doodvervelen, als Hij niets meer omhanden heeft, geen universum meer om op te passen, geen mensen meer om te belonen of te straffen.  Het zal volgens mij dan niet lang meer duren vooraleer God zijn oude truc weer gaat bovenhalen.  Hij zal uit het niets alles opnieuw scheppen,  zoals het nu bestaat: miljarden sterrenstelsels met elk miljarden sterren en nog meer planeten errond.  En ergens op een kleine planeet, blauw van kleur, zal hij uit materiaal van die planeet een man en een vrouw scheppen en die laten leven in een hemels paradijs.  Daar zal Hij een appelboom planten met heerlijke vruchten, waar ze niet van mogen eten, want God houdt van spelletjes.   Die twee eerste mensen zullen in dat paradijs gelukkig leven, tot een slang de vrouw zal verleiden en die toch van de verboden vrucht zal eten.  Zij zal de appel doorgeven aan de man, die er ook niet zal van kunnen afblijven.  En dan begint heel de misérie weer van voor af aan.

Geschreven door Ivo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Kort gescheerd. Met een ander oog bekeken door Ivo Vaes

↑ Terug naar de berichten