
Wijzigingen - Aanvullingen
1964 – Septembernummer “De Band” : Ordonnans Eduard SPOELDERS
-Probsteierwald, 1964 : Hier een eerste briefje van een nieuwe soldaat. Ik ben wel al een maand binnen maar dit na een opleiding in Turnhout en het is er niet van gekomen om te schrijven. Hier is alles met mij goed en ben goed gearriveerd, begin nu aan een nieuwe maand opleiding en dan nog 10 maanden dienst en ik ben er van af (waar een mens durft aan denken hé !). Ik ben met Robert De Rooster binnengekomen, maar ik heb hem maar één keer gezien en van zijn adres weet ik ook niets af, het zou interessant zijn indien ik Robert zijn adres had. Hier op mijn kamer ligt nog een soldaat van Hombeek : Fierens Robert. Ik sluit dit briefje, want ik ga wat rusten en misschien wat slapen, want het is typisch voor een soldaat, want ze zeggen : ‘een soldaat ligt te velde, hetgeen ik al dikwijls ondervonden heb in Turnhout. Ik doe nog een goeie dag en bijzonder aan andere soldaten, dorpsgenoten en aan de K.W.B.-ers.”
-Probsteierwald, 1964 : “Hier weer wat nieuws van een ‘Bleuke’ die van zondag af ‘Ancien’ is, het is te zien, want we zijn van 5 h 30 op en heb nu 9 h en we hebben alleen nog maar gegeten, dat is natuurlijk een goed begin van onze 11 maanden dienst als serieuze militaire dienst. Dus zondag begint onze instructie, dit is een maand zwaar werk. Verleden week hebben we in de garage gewerkt, dit was natuurlijk ‘reuze’ (veel kijken en weinig werken-ook een kunst). Nu over de omgeving hier, we zitten tussen 2 stadjes, het ene Esweiller op 5 km van het kamp en Stalberg ook op 5 km afstand van hier, bijgevolg is er van uitgaan geen sprake maar toch zijn we zaterdag en zondag weg geweest. Resultaat : zondag zo stijf als een plank en niet veel plezier gemaakt. Met vieren hebben we besloten in het kamp te blijven en uit te slapen, een zaak waarmee ne soldaat zijn dienst moet doorbrengen. Over het eten, een bijzondere factor; dit is hier goed, zeer goed. Met mij zelf is het uitstekend, natuurlijk liever thuis, maar dat komt ook. Het programma van elke dag : 5h30 opstaan, appel, 6 h kopje koffie drinken en dan ochtendcross, t.t.z. wandelen, 6 h 30 eten, in militaire termen ‘boeffen’, dan karwei of bed opmaken. 7 h 30 begin dagtaak, 12h15 eten, 13h30 verder werken, 5 h eindigen? 6 h 15 eten, 6 h 30 vrij, 10 h avondappel, 10h30 lichten uit. Ik eindig, want ik schreef daar juist 10h30 lichten uit. Nog een goede dag aan alle vrienden en kennissen, vooral aan de soldaten.”
-Eduard Spoelders, BSP 2 BSD (in “De Band” van november 1964) : “Hier weer wat nieuws van de “verdediger” van het vaderland. Ik schrijf verdediger, ja, ik heb dat woord al dikwijls gehoord van de officieren, dus ik gebruik het ook, ik ben toch ook militair. Wel, met mij gaat alles goed, zelfs heel goed, want ik heb hier goed eten en slapen, het laatste bijzonder, ge weet het wel hé ! Mijn tweede maand opleiding is ook weeral achter de rug, dus het zwaarste van het leger is voorbij, daar ben ik vast van overtuigd. Nu sta ik alle dagen, behalve zaterdag en zondag, in de garage. Ik heb al heel wat bijgeleerd, zoals b.v. ergens onder of achter liggen te “maffen” in ABN “slapen”. En hoe gaat het daar bij jullie in Leest, het verre, kleine maar in mijn ogen het grote, heerlijke Leest ? U kunt het wel begrijpen wanneer men twee maanden van huis weg is, dat men zo iets of wat (veel) heimwee begint te krijgen. Maar kom. Eens komt de tijd van het weerzien, dan kom ik terug om rustig mijn avonden te slijten rond de haard van het ouderlijk huis en terugdenken aan de tijd van “Geef acht ! Voorwaarts mars!” Ja die tijd die komt en het begin daarvan is 19 oktober wanneer ik voor 8 dagen naar huis kom, om even uit te blazen van twee en halve maand soldaat spelen. Ik schrijf “soldaat spelen”, misschien in uw oren niet erg juist, maar naar mijn mening is het hier dikwijls een speeltuin, en vooral de vorige maand in onze opleiding, men noemde dat “de maand om van een jongen, een stevige soldaat te maken”, nochtans bij mij zijn ze daar niet in gelukt en zal het ook niet lukken, want eens dat ik thuis zal zijn zal ik het terug rap gewoon worden, daar ben ik van overtuigd. Nu ben ik uitgeschreven het is 09u15, ik ga mijn bed opmaken, nog een beetje eten en dan slapen tot morgenvroeg 06u15 ; ze wekken ons wel om 6 uur maar dan draai ik me nog eens om, ’t is te goed in ’t bed na de zware dagtaak (schoon hé) en ’s morgens is het nog beter onder de dekens. Robert De Rooster liet me ook weten content te zijn. Beste vrienden, ik sluit, wens u nog allen het beste, aan de redactie hartelijk dank voor de weekbladen die me regelmatig toegezonden worden. Soldaten, vrienden en K.W.B.-ers een goede dag.”
-BPS 2 BSD (datum onbekend) : “Eindelijk weer wat nieuws van een ‘arme soldaat’ die zijn vaderland zo goed mogelijk moet dienen. Van het vaderland te dienen zal wel niet veel in huis komen, want we kosten toch maar 12,5 fr. Als er in Leest kandidaten zijn, ze zijn altijd welkom. De condities : 12,5 fr per dag, sigaretten goedkoper, schoon volk in Stolberg en nog meer van die voordelen. Doch wanneer men soldaat is weet men dat het best, ik heb nu al een beetje ondervinding, doch rechtuit gezegd, in het leger leert men man worden, men wordt er gehard tegen het ongure weder, dat laatste hebben we al een beetje ondervonden, zo een beetje (1/2 h) in de regen rondlopen, resultaat ’s anderendaags een verkoudheid. Voorts wordt men hier niet ‘echt’ ziek, zodat men ‘altijd’ bereid is het vaderland te dienen, schoon gezegd hé ! Maar daar denk ik niet te veel aan, ik doe mijn plicht goed, hetgeen van een soldaat verwacht wordt, en daar blijf ik ook bij, want wie werkt er nu graag voor 12,5 fr per dag, van 6 h tot 18 h, ik toch niet, u ook wellicht niet. Och ja, we hebben hier weer iets speciaals voor amusement, een hond, de adjudant van de Cie, heeft die verleden week van kleine Duitse jongens gekregen. Resultaat, elke avond met die hond gaan wandelen, zodat hij zijn behoefte zou kunnen voldoen. Amaai ! Die bomen !”
-Probsteierwald, 1965 : “Hier komt eindelijk weer wat nieuws van een ordonnans, niet van Napoleon, noch van de kapitein, doch wel ordonnance onderhoud van wagens. Zelf werk ik niet aan de wagens, doch wel aan de onderdelen, o.a. carburators, delco’s en dergelijke. Ik had nog nooit aan zulke onderdelen gewerkt, dus het was me volkomen vreemd ; de eerste dagen ging het moeilijk, doch nu na 2 à 3 maanden is dit alles kinderspel geworden. Ik kan dus een besluit trekken, ik heb het hier goed. Echt, het is hier goed, weinig tucht, koper kuisen hoeven we niet te doen, alleen om een defilee te doen moet alles natuurlijk zuiver zijn. Nu dinsdag hebben we bataljonsfeesten, we zijn al een week bezig met te drillen, ’s morgens een half uurtje, elke dag dus dat is ook geen erg. Nog iets, over veertien dagen waren we van piket, en het wilde juist lukken dat er brand uitbrak in de keuken, en dat om elf uur ’s avonds. We werden uitgenodigd om zo vlug mogelijk bij de brand te zijn. Dat uitnodigen werd natuurlijk met groot lawaai gedaan, en we waren dan ook verplicht in een minimum van tijd op de plaats des onheils te zijn. Natuurlijk was rond de keuken algemene paniek, veel volk, zodanig dat de massa, de brandweerlieden ons duchtig in de weg liepen. Nu hetgeen brandde waren twee ovens waarin vlees aan het ‘bakken’ was, natuurlijk was het vet vlees zodanig dat het veel vuur en rook maakte, en in de omgeving er een onaangename reuk waar te nemen was. Maar kom, alle krachten bij mekaar genomen en na een half uur, drie kwart uurs konden we ons terug ter ruste leggen. Van slapen kwam er echter niets meer in huis, het piepen van het bed hoorde ik nog lange tijd. Dat is ongeveer al het nieuws dat te melden was. Ja…wist ge al, dat we tijdens de nacht eruit moesten, zo om de maand. Daarmee ga ik maar sluiten met de wens, dat heel Leest het goed maakt, ik kom jullie vervoegen op 22 december, dus weer iets van het beste. Nog de goede dag aan al de vrienden en kennissen alsmede aan al de K.W.B.-ers.”
-Probsteierwald, 1965 : “Ik stel het goed hier in Prob, want er wordt van een verdediger van het vaderland gevraagd dat hij alle uren van de dag het vaderland moet kunnen dienen, dus het besluit is ‘alles O.K.’. Het is vandaag zondag, en meteen de tweede rustdag van de drie, want de 15 november, naamdag van de koning, heeft er nog een dagje bijgedaan. Ge kunt nu wel zeggen, drie dagen niets doen ? Wel dan ben u volkomen mis; gisteren hebben we met de ganse compagnie een erehaag moeten gaan vormen in de kerk van Stolberg voor de hogere pieten die naar een plechtigheid kwamen ter ere van de koning ; onze opdracht was in de kerk op twee rijen te gaan staan, in geef acht (maar een vol uurtje), op het hoofd de helm, om de schouders ons wapen, gelukkig was het een Vigneron, d.i. een licht automatisch wapen, doch het was niet zo licht meer om dragen na een uur recht te staan. Maar kom, alles is normaal verlopen en we hebben dan nog de gelukwensen gekregen van de kapitein. Die plechtigheid was voor de middag, ’s namiddags wachtte dus de wacht op, 24 uur aub, ook gene vette hoor ! En deze wacht was nogal zwaar, vermits er in het kamp gisteren een grote diner was. Ik had wacht van 3 tot 5 uur verleden nacht en dan reden er nog wagens buiten natuurlijk… Ik zou bijna iets vergeten. Gisteren middag hebben we een speciale diner gekregen, luister welk menu : kip met kroketten en appelmoes, hesp met witloof, en…een heildronk op de koning. De voorziene drank was wijn, maar met tafelbier was het ook wel. Binnen anderhalve maand kom ik naar huis, en nu sluit ik met de beste groeten aan alle vrienden en kenissen en zeker mijn collega’s soldaten niet te vergeten. Tot een volgende maal.”
-Probsteierwald, (datum niet vermeld ) : “Terug heb ik een beetje tijd gevonden, hm ! Om jullie wat nieuws en soldatennieuws voor te schotelen. Met de ordonnans, dus met mij is het goed, hoe kan het anders, want het leger heeft onlangs weer meer subsidies gekregen voor de soldatenkost. Nu het nieuws hé : eergisteren zijn er hier in onze compagnie, dus de 21 Ord. Zeventig heropgeroepenen binnengekomen, een deel soldaten, om juist te zijn 58, 10 onderofficieren dus KROO en 2 officieren K.R.O. dit alles in het teken van de ‘compagnie op oorlogsvoet’. Natuurlijk die wederopgeroepenen trekken het zich niet erg aan, ik zou ook zo zijn, nu loopt de ene soldaat de andere omver in onze compagnie. Nu nog wat anders : deze morgen, en dit om 5 h 30 komt de sergeant van de week met het verheugende nieuws op de kamer : ‘jongens opstaan, quik-terrain’. Ge moet niet vragen hoe we lachten, hm, amaai mijn voeten. Het schoonste was nog zonder eten te gaan werken, natuurlijk, want alle wagens moesten nog geladen worden en dus was alles gedaan om 7 h en dan konden we met de voertuigen, nog steeds zonder eten, naar het munitie-depot rijden, waar we tevergeefs gewacht hebben op verdere orders. Ja, dan de camions afladen en daarna eindelijk konden we gaan eten ; het was iets na 10 h. Ge moet nu niet vragen hoe al die jongens hongerig waren, en die lege magen op het eten ‘gevlogen’ zijn. Nu om terug te komen op de oorlogsoefeningen van volgende week; schieten met M 50 Blenderside en Energa, en dit naar Vogelsang, waar een groot terrein is waar tanks op crossen. Dan verplaatsing naar een klein dorpje op een 100 tal km van hier. ’t Zal weer plezant worden. Zo, dit is weer alles voor vandaag, ik wens heel Leest nog het allerbeste en vooral mijn medemakkers, amigo’s, confraters.”
-Probsteierwald, 1965 : “Hier komt weer eens (en eindelijk is het er van gekomen) een brief uit het verre Duitsland, van een eenzame soldaat doch een soldaat die zijn plicht vervult zoals het hoort (hetgeen ik denk is, dat er al vijf maand achter de rug zijn, en dat zonder straffen, nogal een soldaat hé ?) en vooral aan heel Leest een Zalig en Gelukkig Nieuwjaar, en nog heel veel voorspoed voor de gemeente. Met mij gaat het hier goed, ik ben nu al bekomen van Nieuwjaar te vieren, het is de eerste maal in mijn leven dat ik zo een Nieuwjaar meemaak, echt zoveel plezier (en drank met sterren). Ik had het mij heel anders voorgesteld, echt, onder soldaten kan men plezier beleven. Zo nog iets gisteren avond hebben er twee, de ene van hier, en de andere van Mechelen, hun haren laten knippen, kom, we hebben het zelf gedaan. Alles moest er af en proper dat ze waren, hun hoofd blonk er van, het schoonste, we hadden de toelating van de officier van wacht en de sergeant van weekdienst, dus waren we gedekt. Hebben we gisteren avond gelachen. U kunt het zich wel indenken, iedereen was haarkapper, het stak toch niet nauw, met drie man aan één hoofd was geen aardigheid, en het komt in de gazet. We hebben van die mannen een foto gemaakt met daarbij een machtige titel : ‘Anti-Beatle actie’ te Probsteierwald, mooi hé ? Ja, vrienden, zo’n zaken komt men alleen bij het leger tegen, zoals ge nu wellicht weet, er is kameraadschap op onze kamer. Nu, wat anders, en niet zo heel grappig ! ‘Ik sta op wacht’ zegt het soldatenliedje. Maar nu sta ik op wacht en wel voor 27 uur, natuurlijk kan ik wel slapen, maar toch, dikwijls moeten we naar buiten om de voertuigen te controleren, en het regent hier al heel de dag, dus ‘gene vette’. Maar kom, morgen namiddag slaap ik dan heel rustig in mijn bedje of zoals u noemen wilt, bij ons heet het ‘strozak’ of ‘vlooiennest’. Nu eens wat anders : het eten of ‘den boef’ wel die is hier goed, dat is ook alles, maar nu de volgende 2 of 3 maanden zal het niet zo vet meer zijn, want dan komen er bleukens binnen om hun opleiding te doen, en die moeten ook eten en ze zijn dan nog niet veel gewoon, daarbij die jongens (wij noemen ons mannen) moeten werken, wij ook moeten werken, maar wat ik doe is heel interessant voor mij, dus ik heb er alle nut bij mijn werk goed te doen. Leestenaren, ik ga nu sluiten, het is 11 h 30. Ik wens jullie nog het beste, nog de goeiendag aan iedereen en vooral aan de K.W.B.-ers. Tot ziens.”
-Probsteierwald, 1965 : “Nu ik een beetje bekomen ben van twee dagen oorlog voeren voor het behoud van de vrede in de wereld, zal ik hier een reportage schrijven over de manier waarop een ordonnance oorlog voert. Verleden donderdag, dus de eerste april, een mooie dag om op oorlogspad te gaan niet ? zijn we vertrokken om onze makkers te helpen in de wrede strijd. Ikzelf was bij de voorhoede, en ben vertrokken met een camion met nog acht personen om 7 h 30 ongeveer. Ons doel was Jülich waar we op de kolonne moesten wachten die er een half uur na onze aankomst doorkwam. Ge moet niet vragen welke indruk we gaven op de bevolking, om ons zo te laten bekijken, want we waren tof hoor ! In volledige gevechtskledij, dus smoke, rugzak, gasmasker, wapen en helm. Dus wanneer de colonnes gepasseerd waren ‘crosten’ wij daarachter, naar onze tweede bestemming, een dorpje op 4 km van Düren, we moesten het dorpje innemen en beschermen tegen de vijand, echt leuk hoor. Dan een lekker zonnetje op ons, van innemen en beschermen was natuurlijk niet veel sprake, alleen slapen, rusten en eten. Alleen hadden we een beetje veel last van de ‘Deutsche Jügend’. Ik stond ‘pardon’ ik zat op wacht, doch ik heb meer in de camion gezeten en geslapen dan de wacht te verzekeren, ja, en niemand heeft er iets van gezegd. We zijn in het dorpje gebleven tot ’s avonds om dan naar onze bestemming te rijden, ergens over de Rijn, à 5 km voorbij Keulen ; het was daar goed, alleen een beetje last van de everzwijnen die het stro ongeveer uit onze strozakken kwamen eten, enfin, zo erg was het niet, doch die lieve beestjes liepen toch gedurig rond de tenten. In de tenten was het alles behalve warm en veel kans hadden we niet om te slapen, want om 5 h ’s morgens werden we met het alom bekende wijsje gewekt : ‘alarm’, we stappen uit ons bed, pardon, we stonden recht en natuurlijk waren we aangekleed en dan maar lopen naar onze put…Ja, zo heeft het dan een voormiddag geduurd, gedurig werden we aangevallen en schoten we terug, natuurlijk was alles los poeder, doch het maakt veel lawaai en dat geeft toch de indruk. ’s Namiddags zijn we dan teruggetrokken, na de vijand zegevierend verslagen te hebben, want, echt, we lagen in goede stellingen, want normaal konden we maar verslagen worden door grote overmacht van de vijand, en het was dan ook voorzien dat de vijand niet sterk was. Zo, nu weten jullie ook uit de eenheidstest wat het te betekenen heeft, want dat was het of wat dachten jullie wel ? Ook geen aprilgrap, neen, neen, alles wat u leest is echt gebeurd, alhoewel ik wel eens graag fantaseer. Ik sluit nu en hoop dat iedereen het goed stelt in mijn dorp. Nog de beste groeten aan alle K.W.B.-ers en collega’s soldaten of concurrenten, want ik ben alleen geloof ik van heel Leest die ordonnance ben. Dat is nogal een eer hé ? Nog 114 dagen.”
-Probsteierwald, 1965 : “Jullie kunt zich nu wel de vraag stellen, die ene uit de Kouter is zeker gesneuveld ! Bijlange niet, want ik ben stillekens goed aan ’t aftellen (nog 70). Dat betekent voor mij dat er al 10 maanden voorbij zijn en nog twee maand voor de boeg. Voorts gaat hier alles zijn gewone gang, evenwel zal de dag van gisteren (een zaterdag in mei) een grote dag blijven in onze compagnie. Ja, gisteren heeft de C.S.M. eenheidscommandant ons een grote opdracht gegeven, wellicht te zwaar voor onze jonge schouders. Nog eventjes geduld mensen, wat meer uitleg zal u wijzer maken. In en rond onze blokken heerst er een grote reinheid, die wel door ons gewaardeerd wordt doch niet door de ‘groentjes’, die hier in ons kamp hun opleiding volgen…ja, die mannen vonden niet beter dan regelmatig over de grasperken te lopen, net of er was anders geen plaats. Natuurlijk valt zulks niet in de smaak en onze vriend C.S.M. zegde ons, ‘ieder die over het gras loopt geeft ge maar een doping’. En zo komt het dat we reeds 11 dopingen hebben moeten uitvoeren, en of die nu in werk of uitgangskledij zijn dat is voor ons om ’t even. En dat was het weer voor ditmaal…tot ne volgende keer, maar alvorens afscheid te nemen, nog de beste groeten aan de Leestenaren, vooral de K.W.B.-ers en mijn wapenbroeders en De Band, die ik nog veel succes toewens en bedankt voor de post die steeds welkom is.”
Foto’s :
-De kazerne van Plobsteierwald.
-De kazerne anno 2017 (Foto Bruno Verschaeren)
















































