Naar de inhoud

HUISMUJE'S TRIESTE JEUGD

IK HEB GEEN SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK DEED!
ENKEL SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK NALIET TE DOEN!
akke.beakke.be

Categorie: MIJN TRIESTE JEUGD

PUZZELSTUKJE 3

Toen ik weer eens voor een dag of twee bij mijn pleegouders ging slapen, wachtten er drie brieven op mij.
Twee kwamen van het gerechtshof , de andere kwam van de verzekering. Die laatste betrof mijn tweede auto-ongeval.
De eerste brief van het gerecht bevatte een uittreksel van mijn geboorteakte.
En op die akte las ik voor de eerste keer, de volledige naam van mijn moeder, haar geboortedatum en geboorteplaats.
Het was desondanks een ietwat emotioneel moment, het leek of ik nu pas een bestaansrecht had.
Het is moeilijk om te beschrijven wat ik voelde toen ik dat stukje papier in handen had. En het is waarschijnlijk nog veel moeilijker om vatten hoe het voelt voor iemand die niet in mijn situatie zit,

De tweede brief was een oproep om naar de jeugdrechter te komen.
Ook mijn pleegouders, Mon en mijn moeder moesten die dag aanwezig zijn.
Bij die brief had ik al een minder goed gevoel. Hoewel dat, zoals later bleek, geheel onterecht was.

De derde brief van de verzekering is een verhaal apart.
Het toonde nog maar eens wat ik werkelijk waard was in de ogen van mijn pleegouders. En vele onbeantwoorde vragen kregen klaarheid.

Zoals: de reden waarom ik voor de tweede maal geplaatst werd toen ik samen woonde met R...
en de reden waarom mijn pleegouders geen verzekeringspapieren wilden tekenen na het auto-ongeval met R. toen ik op het kantoor werkte van de drukkerij en daarom werd ontslagen op de drukkerij wegens ongewettigde afwezigheid...
en het het gesjoemel van mijn pleegouders met een toelage... en gesjoemel met verzekeringsgeld dat mij toekwam na mijn tweede auto-ongeval.

Het was geen fraai plaatje! en Ik was er dan ook  kapot van op dat Moment. Maar al bij al ben ik blij dat ik de antwoorden ken.
Wordt vervolgd…

©Huismusje

PUZZELSTUKJE 4

Bij de jeugdrechter:

In de gang van het Justitiepaleis zat ik weeral met knikkende knieën te wachten tot we werden binnengeroepen bij de jeugdrechter.
Het wachten leek wederom uren te duren. En ook wederom voelde ik mij schuldig.
Mij constant schuldig voelen aan van alles en nog wat was sinds jaren een tweede natuur geworden.
Tegelijk met het het dat ik mij moest wapenen

De jeugdrechter keek mij op zijn typische manier over zijn brillenglazen aan
Vroeg hoe het met me ging?
Wat kon ik daar nu op antwoorden?
Kon ik zeggen dat ik mij doodongelukkig voelde? Dat ik mij uitgebuit voelde? Wegwerpartikel nummer één?
Wat als hij mij dan weer zou plaatsen?
Ik nam het risico niet en zei hem dat het mij prima verging.
Hij keek mij zo lang stilzwijgend aan dat ik mij er ongemakkelijk ging bij voelen.
Hij had goed en slecht nieuws zei hij. Wat wilde ik eerst horen?
Opgevreten door de zenuwen kreeg ik geen woord over mijn lippen.
Het enige dat ik hoorde was dat hij slecht nieuws had, en ik kon geen slecht nieuws meer aan.

Op een paar luttele seconden speelde zich in mijn hoofd een ganse film af.
Ik was zodanig in paniek dat ik in eerste instantie niet hoorde wat hij zei.
Ik keek naar de gezichten van mijn pleegouders, zag mijn pleegvader stiekem op zijn horloge kijken. Zijn werkplaats lag vlakbij het gerechtshof en hij had daarom slechts een uurtje vrijaf gevraagd.
Dat uur was bijna om en daar maakte hij zich zichtbaar zorgen over, niet om mij.
Mijn pleegmoeder had een schamper lachje om haar mond. Allemaal geen goed teken concludeerde ik.

De jeugdrechter sprak: "Je krijgt de toestemming om te huwen en de rechtbank heeft beslist dat je de volledige beschikking krijgt van je loon tot aan je trouwdatum. Dat is het goede nieuws."
"Het slechte nieuws is, je wettelijke moeder moet haar toestemming geven voor je huwelijk en zij weigert dat te doen.
Daarom heeft de rechtbank een gerechtsdeurwaarder aangesteld die voor jou de lopende zaken zal afhandelen.
En dat was het. Hij wenste mij proficiat met mijn aanstaande huwelijk en veel geluk in mijn verdere leven.

Mijn pleegmoeder had de ganse tijd niets gezegd. Iets dat mij vreselijk bang en onzeker maakte.
Want als ze schold wist ik tenminste waaraan of waaraf. Maar als ze zweeg was ze pas echt gevaarlijk.
Ik vroeg me af waarom ze niet had geprotesteerd toen de jeugdrechter besliste dat ik mijn loon mocht houden.
Want ik wist dat ze daar niet akkoord mee ging.
Heel waarschijnlijk gooit ze mij vanavond al de straat op, zo meende ik. Want hoewel ze beiden een papier hadden getekend voor akkoord, had dit hen nog nooit tegengehouden om alle wetten aan hun laars te lappen.
De jeugdrechter kende hen  niet zoals ik hen kende.
  Mijn pleegmoeder in de eerste plaats, zou zich bij dat vonnis niet neerleggen zonder slag of stoot.
Ik wist toen nog niet waarom ze het wel deed, maar al gauw zou de ganse puzzel volledig zijn.
Wordt vervolgd.....

©Huismusje

PUZZELSTUKJE (5)

Na de zitting:

Gedrieën stapten we zwijgend achter elkaar het Justitiepaleis uit.
Mijn pleegvader ging terug naar zijn werk, mijn pleegmoeder stapte naar de tramhalte en ik sjokte er verward achteraan.
Verward, omdat mijn hoofd nog niet alles kon vatten wat de jeugdrechter had gezegd. Bang, voor wat mij te wachten stond wanneer mijn pleegmoeder eindelijk haar mond zou opendoen.
Hoewel ik ook vlakbij het gerechtshof werkte, had ik, in tegendeel tot mijn pleegvader, een ganse dag vrijaf gevraagd.
Plots sprak pleeg-ma mij aan en ik schrok me bijna een hartinfarct, zo diep was ik in gedachten verzonken.
"Wat ga je doen?" vroeg ze me bits. Here we go, dacht ik.
"'k Weet niet, wat moet ik doen", vroeg ik?
"Wel, ga je naar de kamer van Mon, of ga je mee naar huis?"

"Euh, 'k weet niet" was alles wat ik kon uitbrengen. Ik wist voor mezelf dat ik het liefst naar het café van mijn Moederke wou gaan om haar gerust te stellen. Want zij was de dag voordien heel bezorgd geweest.
Toen ik mijn pleegmoeder dat zei, reageerde ze tegen alle verwachting in heel gelaten: "Je doet maar, maar vanavond wil ik dat je naar huis komt want we moeten praten" was haar antwoord.

's Avonds ging ik dik tegen mijn zin naar huis.
Mijn pleegouders zaten aan tafel te eten. Er was voor mij niet gedekt.
Hier gaan we weer, dacht ik, en ik zat er vlak op.
Ik zou vanaf nu mijn eten en alle andere kosten, tot in het kleinste detail, zelf moeten betalen.  En ik zou maar beter zo snel mogelijk trouwen.

Het verwonderde mij dat ze geen kostgeld vroegen! Maar ik repte er wijselijk niet over. Zij ook niet. Maar al vlug zou blijken waarom.

Wordt vervolgd...

©Huismusje

PUZZELSTUKJE 6

Een opdoffer:

Mon en ik maakten een afspraak met de gerechtsdeurwaarder. We mochten nog diezelfde week komen.

De deurwaarder bezorgde ons al meteen een opdoffer.
Hij begon met te zeggen dat hij zijn best ging doen maar dat mijn moeder uiteindelijk niet kon gedwongen worden om haar toelating te geven voor ons huwelijk.
In het slechtste geval kon zij het huwelijk tegenhouden tot aan mijn eenentwintigste.
Temeer daar de procedure zelf al veel tijd in beslag zou nemen.
Zo zou de deurwaarder eerst een normale brief moeten schrijven naar mijn moeder.
Op die brief moest zij niet reageren als ze dat niet wou. Daar zouden al drie maanden overheen gaan.
Vervolgens zou er een aangetekende brief worden verzonden. Maar ook op die brief was ziet verplicht te reageren. Weer enkele manden kwijt.
Vervolgens, ging hij verder, ga ik ter plaatse met een dringend verzoek. "Maar let wel" zei hij "dit is een verzoek en geen dwangbevel". Je moeder hoeft hierbij evenmin een reden op te geven waarom zij gekant is tegen het jullie huwelijk. Haar njet voldoet.
Daarna moeten we een gerechtelijke procedure opstarten. Ondertussen is er bijna een jaar verlopen, liet de deurwaarder ons weten.
In die gerechtelijke procedure kan dan een rechter beslissen om over de beslissing van je moeder te gaan, en de toelating voor jullie huwelijk geven. "Maar let wel", zei de deurwaarder weer, er is geen 100% zekerheid dat de rechter dit zal doen.
Komt bij dat je moeder drie maanden de tijd krijgt om tegen zijn beslissing in beroep te gaan. Wanneer zij zulks doet zijn we nog een jaar verder en ben je ondertussen eenentwintig jaar.
Conclusie van ons en hem, een langdurige en kostelijke nutteloze zaak.

Tot slot gaf hij ons nog een goede raad mee. Hoewel ik tot op vandaag nog altijd twijfel aan die raad wanneer ik op mijn leven terug kijk?
"Zorg dat je zwanger wordt, zei hij, en ga dan rechtstreeks een verzoek naar je toeziende voogd, Dan heb je de toelating van je moeder niet meer nodig en kun je huwen nog voor de geboorte van het kind. Want rechters zien liever geen onwettige kinderen geboren worden.

Zo formuleerde hij het en het klonk ons als muziek in onze oren.
Oefenen om zwanger te geraken zou geen probleem zijn, :-) ). De pil nam ik niet want de dokter weigerde om me die voor te schrijven wegens veel te jong en nog geen kinderen. (Vele dokters waren toen nog categoriek wegens hun geloofsovertuiging tegen  die anticonceptiepil die toen nog vrijwel in haar kinderschoenen stond.)

Wanneer ik er nu op terug denk was het in feite een wonder dat ik nog niet zwanger was! Waarschijnlijk lag dat aan het gelukkige toeval dat Mon vaak lang van huis was en mijn vruchtbare periode er net middenin viel.
Maar vanaf nu zouden we niets meer aan het toeval overlaten.
We schroefden de frequentie van onze "oefeningen" nog wat op, rekenden en maakte de som. En hoera! Na drie maanden van hard maar plezierig labeur, was ik zwanger. Ondertussen moest Mon weer vertrekken en ik af en toe slapen bij mijn pleegouders.
Van mijn biologische moeder kreeg ik taal nog teken, en dat vond ik best was  best zo.

Op een vrijdagavond was het ouderavond in de school van mijn pleegbroer.
Mijn pleegvader moest werken tot 22u, en dus ging mijn pleegmoeder alleen.
Dat maakte dat ik het rijk voor mij alleen had, iets dat heel zelden voorkwam.
Maar nu zag ik de kans schoon om de brief van de verzekering te zoeken.
De brief met betrekking op mijn auto-ongeluk en die vlug werd opgeborgen door mijn pleegouders zonder dat ik hem had kunnen lezen......
Wordt vervolgd...

©Huismusje

PUZZELSTUKJE 7

De verzekerinsbrief:

Het kwam zeer zelden voor dat ik het rijk voor mij alleen had ten huize van mijn pleegouders. Maar nu was het even zo.
Ik wist dat alle papieren, net zoals alle foto's, bewaard werden in blikken koekjes dozen. Die dozen stonden op de bodem van de ouderlijke kleerkast.
Het was een oude kleerkast waarvan het sleutelgat veel te groot geworden was voor de bijpassende sleutel, en daarom was het heel eenvoudig, zelfs wanneer ze op slot was om de deur open te krijgen.
Met je vinger in het sleutelgat gestoken even een korte stevige ruk aan de deur geven, en open was de kleerkast.
Ik moest wel voortmaken want wist niet hoelang de ouderavond zou duren.
Na in enkele dozen gesnuffeld te hebben vond ik de brief van de verzekering. Tevens ik vond nog veel meer dat mij met verbijstering sloeg.

Ik vond brieven van de jeugdrechtbank waarvan de inhoud mijn mond liet openvallen en mijn bloed deed koken.
Hoe vaker ik die bewuste brieven las, hoe furieuzer ik werd.
Wat waren mijn pleegouders smeerlappen! Gore vieze laag bij de grondse smeerlappen!
Het beetje liefde en respect dat ik voor hen bezat, verdween bij deze als sneeuw voor de zon. Tegelijk met mijn boosheid kwam verdriet. Een onpeilbaar verdriet. Had ik altijd nog een beetje geloofd dat zij ergens toch van me hielden... dan gaf het mij bij deze de zekerheid dat dit totaal niet zo was.
Ik was in hun ogen geen mens van vlees en bloed. Enkel en alleen maar een inkomen, niets meer of minder. En hoewel ik dit vaak genoeg had ondervonden en diep in mijn achterhoofd ook wel besefte, wou ik toch kost wat kost geloven dat ik het verkeerd voor had.
Maar nu lagen de bewijzen hier zwart op wit voor me.

Even overwoog ik om mijn pleegmoeder met dit alles meteen te confronteren, maar ik besloot om het niet te doen.
Zij zou de brieven uit mijn handen hebben gegrist om ze vervolgens te laten verdwijnen. En dan zou ik geen bewijzen meer hebben.
Daarom stak ik ze in mijn handtas en besloot om ze in bewaring geven aan mijn Moederke.
Bij haar zouden die brieven veilig zijn enn ik zou meteen getuigen hebben indien ik die ooit nodig zou hebben.

Het moeilijkste moment voor mij was om het stilzwijgen te bewaren toen mijn pleegmoeder terug thuis kwam.
Wel tien keer was ik nagegaan of ik de blikken dozen op dezelfde plaats had teruggezet. En of de kleerkast deur terug gesloten was en de sleutel in dezelfde positie als voorheen in het sleutelgat stak.
Allemaal overbodige stress weet ik nu, want mijn pleegmoeder vermoedde in de verste verte niet dat ik op zoek zou gaan.
Ik had het trouwens ook nog nooit geavontuurd om in hun laden of kasten te gaan snuffelen.

Toen mijn pleegmoeder weer thuis kwam stond ik klaar om te vertrekken. De brieven brandden in mijn handtas.
Het viel haar op dat ik heel nerveus was.
Venijnig vroeg ze mij of ik zo ongeduldig was om  naar die vieze kroeg te gaan. Ik antwoordde niet, deed mijn mantel aan en ging er als een haas van door. M in plaats van naar mijn Moederke te gaan stapte ik op de tram en reed naar de kamer van Mon.
Daar kon ik de brieven lezen op mijn gemak
Onderweg besloot ik om nooit meer weer te keren naar het huis van mijn pleegouders.
Een ondoordachte en emotionele beslissing. Eén waar ik later noodgedwongen op terug moest komen. Maar ik had door de brieven een grote troef in handen. Mijn pleegouders konden mij niks meer maken.
Ditmaal hield ik de touwtjes in handen.

Wordt andermaal vervolgd....

©Huismusje

PUZZELSTUKJE 8

Inhoud van de brieven:

Pas wanneer ik op mijn bestemming aankom valt de gejaagdheid van mij af.

Op de kamer van Mon zet ik eerst koffie en doe wat huiselijk werk. Ik stel het lezen van de brieven zolang mogelijk uit. Omdat ik bang ben om al die dingen te lezen waarvan ik geen vermoeden had.
Ook bang voor de represailles van mijn pleegmoeder wanner ze het verdwijnen van die brieven ontdekt. Ik vroeg mij af of mijn pleegvader van die brieven op de hoogte was? Pleeg-ma hield wel meer voor hem verborgen. Maar op zijn hulp zou ik toch niet kunnen rekenen. Hij zou, zoals steeds, de andere kant op kijken en knikken als een marionet als mijn pleegmoeder hem gebood te knikken.

Uiteindelijk zette ik mij toch neer en opende de brief van de verzekering.
Daarin kon ik lezen dat, (kort samengevat) vermits ik geen schoonheidsoperaties wilde om de littekens in mijn aangezicht te laten verwijderen, er mij een som zou worden uitgekeerd van -84000BF. voor geleden pijn en smarten. Exclusief alle medische kosten en werkonbekwaamheid. Daarvoor wachtte men op de nodige facturen en uittreksels.
Ingesloten in de enveloppe stak nog een andere brief van de verzekering advocaat die mijn verdediging op zich had genomen op het proces in voege het ongeval.
In die brief kon ik lezen dat de tegenpartij correctioneel veroordeeld werd voor het toebrengen van onvrijwillige slagen en verwondingen door het rijden onder invloed en dat hij veroordeelt was om mij een vergoeding te betalen van -20.000BF. vermeerderd met procenten... en nog wat van die gerechtelijke poespas.

Het duizelde mij een beetje in het hoofd want zoveel geld had ik nog nooit bij elkaar gezien. En dat was allemaal voor mij?!
Net als elke andere jonge bruid begon ik te dromen van een sprookjeshuwelijk met wit kleed en dito sleep
Van een leuk appartementje met mooie meubeltjes en snuisterijen.
Ik las de brieven nog eens door. Toen viel mij op dat het geld zou worden gestort met een post-assignatie, en daarachter de datum van verzending.
Toen vervloog meteen mijn mooie droom. De vooropgestelde datum was al enkele maande oud.
Toen ik nog wat beter keek kon ik zien dat de cheques niet waren verzonden op mijn naam, maar op de naam van mijn pleegouders!

Dat vroeg om uitleg, maar eerst de andere brieven nog lezen, de brieven van de jeugdrechtbank.
En die sloegen mij met nog meer verstomming en ongeloof.
Wordt nog steeds vervold....

©Huismusje

PUZZEL BIJNA AF (1)

Inhoud brieven jeugdrechtbank:

Toen ik de brieven van de jeugdrechtbank had gelezen, was het maar goed dat ik alleen op Mon's kamer zat. Ik weet niet of ik anders mijn woede in de hand had kunnen houden wanneer ik voor mijn pleegouders had gestaan.

In die brieven kon ik lezen dat er een vergoeding betaald zou worden aan mijn pleegouders ten bate van mijn schoolopleiding. Een schoolopleiding die de jeugdrechter vooropgesteld had voor mijn vrijlating uit het internaat.
Elke maand kregen zij -200bf bovenop de wettelijke kinderbijslag.
Bovenop hadden zij een school toelage gekregen van 500bf, en dat zouden ze elk jaar weer krijgen bij het begin van elk schooljaar.
Eveneens hadden ze 500bf kledinggeld gekregen, en ook dat kregen ze jaarlijks zolang ik in hun midden was.

Het waren misschien geen grote sommen, maar wanneer ik bedacht dat er nooit één cent aan mij besteed was, begon mijn bloed te koken.
Zelfs op mijn eten werd beknibbeld want elk stom voorval werd aangegrepen om mij zonder eten te zetten.
In de klas had ik amper een pen om te schrijven, laat staan dat ik het andere nodige schoolgerief had.
Het verklaarde ook het feit dat ze er geen graten in zagen wanneer ik noodgedwongen de school verliet en ging werken.
Het verklaarde waarom er op de drukkerij geen verzekeringspapieren konden worden ingevuld na mijn auto-ongeluk met R, Ze hadden mij doodgewoon niet ingeschreven als werkende, want dan zouden ze de toelage verliezen. Nu hadden ze een dubbel inkomen van mij, want ze hadden mijn bovenop de toelage ook mijn loon.
Het verklaarde eveneens waarom zij geen protest uitten wanneer ik met R op een appartement ging wonen want ook dan zouden ze de toelage zijn kwijtgespeeld.
En het zou later ook verklaren welke stok de moeder van R gebruikt had om onze relatie kapot te maken, (Maar daarover later meer).

Bij het lezen van al die brieven werden er voor mij heel veel dingen duidelijk.
Vragen die ik mezelf vaak had gesteld en waar ik nooit een antwoord voor kon vinden.
Ik doe hierbij mijn pleegvader misschien onrecht aan, want hij lag ook onder ijzeren plak van mijn pleegmoeder.
Hij was even bang van haar als ik.
Maar evengoed was hij een stukje van mijn levens puzzel.
Een puzzel, die wanneer hij af was, geen bevredigend gevoel gaf en geen fraai plaatje bood.
Maar beetje bij beetje viel elk puzzelstukje in elkaar.
Wordt andermaal vervolgd...

©Huismusje

PUZZEL BIJNA AF (2)

Mijn leven ging zo normaal mogelijk zijn gangetje. Maar 'normaal' was een understatement in mijn jonge leven.
Ik vertoefde bijna voltijds op de kamer van Mon, maar ging toch nog tweemaal in de maand op bezoek bij mijn pleegouders. Niet echt uit liefde of volle goesting, maar de bruggen volledig opblazen durfde ik niet. Tenslotte was ik nog altijd minderjarig.
Mon had mij ook laten beloven dat ik tegenover mijn pleegouders zou zwijgen als het graf over de brieven die ik gevonden had.
Dat was makkelijker gezegd dan gedaan! Want ik was, toen ook al, een notoire flapuit. Onrecht verdroeg ik niet, en wanneer ik het zag gebeuren kon ik niet anders dan er wat van zeggen, ook al brak mij dat vaak zuur op.
Bij elk bezoek dat ik hen bracht zat ik op mijn stoel te draaien en te keren van de zenuwen.
Telkens ik binnenkwam was ik er op voorzien dat ik donder en bliksem over mij heen zou krijgen omdat men de verdwijning van de brieven had ontdekt.
Maar zij waren zich van geen kwaad bewust. In hun gedachten waren de brieven veilig opgeborgen voor mijn ogen opgeborgen.
Uiterlijk was ik rustig en vriendelijk naar hen toe en hielp mijn pleegmoeder bij de huishoudelijke klusjes. Dit laatste enkel om mijn zenuwen te baas te kunnen blijven, toch mijn pleegmoeder interpreteerde dit anders. Volgens haar bevestigde dit dat haar harde aanpak jegens mij de juiste bleek te zijn.

Mon had een plan bedacht opdat ik misschien toch nog aan het mij rechtmatige verzekeringsgeld kon komen, of tenminste een deel ervan.
Maar dat moest stiekem gebeuren zodat mijn pleegouders al geen maatregelen zouden kunnen treffen nog voor we ons plannetje konden uitvoeren. Maar Mon was op zee en zou pas binnen drie weken terug aan wal zijn. Dus doen alsof en zwijgen als vermoord was essentieel.

Mon was goed bevriend met een adjunct commissaris van de rijkswacht.
Ik had de man een keer gezien tijdens een bezoekje aan een dancing gingen in Brasschaat.
Mon vertelde toen zo'n beetje mijn verhaal aan die man en hij beloofde om het nodige te doen om het tij te doen keren.
Hij gaf ons toen afspraak op zijn kantoor. maar door de vele huwelijks beslommeringen waren we dat een beetje uit het oog verloren. Na het bezoek aan de deurwaarder in voege met ons huwelijk en dat in feite op niets was uitgedraaid, had M. hem gebeld.
Op de dag van die afspraak zaten wij te wachten. Tot zolang moest ik de komedie volhouden.
Ook mijn pleegouders zwegen over het feit dat ik op de kamer van Mon logeerde. Zij rijfde tenslotte nog altijd mijn toelage binnen en wisten niet dat ik daarvan op de hoogte was.

Meestal ging ik op zaterdag bij hen op bezoek want van daaruit ging ik naar het café van mijn Moederke.
Op zaterdag bakte mijn pleegmoeder meestal frieten. Zo van die lekkere echte frieten die eerst werden voorgebakken in een echte ouderwetse gietijzeren frietketel om daarna kort te worden afgebakken. Maar ik ving dan steeds bot. Voor mij er nooit een portie.
"We kunnen toch niet weten dat je komt" was steeds haar uitvlucht. Dan trok ik maar naar de frituur. Maar dat viel niet in goede aarde bij mijn pleegmoeder, want dan begon mijn pleegbroer te zeuren dat die frituur frieten vele lekkerder waren en hij er ook wou. Dus werd mij bevolen om geen frieten meer mee te brengen. "Je eet maar na je bezoek" of je eet maar in die vieze kroeg.

Trouwens, ik at heel lekker in het restaurant waar Mon zijn kamer huurde.
Er bleef vaak genoeg over van de dagschotel op het menu zodat ik gratis mocht mee eten met het personeel van de zaak. In ruil hielp ik dan met opdienen tijdens een drukke zondag of stak in de keuken een handje toe.
Het was allemaal fijn geregeld vond ik, en stilaan kwam ik tot rust.
Maar voor de zoveelste keer in mijn leven zou ook dat niet blijven duren.

©Huismusje

MIJN EEUWIGE NOODLOT.

Alles liep weer op rolletjes... in zoverre er rolletjes aanwezig waren in mijn leven dan toch.
Een ideale situatie was het niet, maar ik stelde mij er tevreden mee.
Door de week overdag werken op de fabriek en 's avonds naar de kamer van Mon. Elke vrijdagavond werken in het café in het statie kwartier en om de twee weken 's zaterdags op bezoek bij mijn pleegouders. Wel elke zaterdag naar mijn Moederke natuurlijk want die kon ik geen twee weken missen.
Op zondag soms helpen in het restaurant, anders lekker onderuit gezakt een boek lezen of luisteren naar muziek.
Lezen was mijn favoriete bezigheid want ik had er vrijwel nooit de kans toe gekregen
Boeken waren er in het huis van mijn pleegouders niet en voor de bibliotheek kreeg ik geen geld. Uiteraard!
Het enige leesvoer waren de kinderboeken en stripverhalen van mijn pleegbroer of de week en maandbladen van mijn pleegmoeder.
(Jaren later kon ik merken ik dat mijn pleegvader ook een verwoed boeken lezer was. Toch gedurende zijn leven samen met mijn pleegmoeder heb ik hem nooit een boek weten vasthebben. De krant was al wat hij toen las, en dan most dat nog op de wc gebeuren, anders was het boel.)
Ik was mijn gezapige leventje al danig gewend toen de zoveelste tegenslag als een donderslag bij heldere hemel uit de lucht kwam vallen.

Op een dag werd ik op de fabriek omgeroepen omdat er telefoon voor me was.
Dat was al heel uniek want ik bezat zelf geen telefoon, mijn pleegouders ook niet, en Mon telefoneerde enkel op zondag naar het restaurant. Als hij al telefoneerde want dat scheen super duur te zijn en ook niet altijd mogelijk van op zee.
Maar het was de baas van het restaurant zelf die me belde met ontstellend nieuws.
Of ik onmiddellijk kon komen want er was brand uitgebroken in de keuken van het restaurant. Onze kamer lag daar vlak boven.
Of er iets was dat hij zeker uit de kamer moest redden?
Ja, mijn brieven! Ik vertelde hem waar hij ze kon vinden. Raar aan wat op zulk moment denk, en aan  wat je vergeet te denken.
Die brieven was mijn hoogste prioriteit. Dat ik ook nog een som geld in de la had liggen kwam op dat moment niet in me op.
Toen werden lonen nog cash uitbetaald. Zichtrekeningen bij de bank waren voor ons gewone arbeiders vrijwel onbekend.
Trouwens, ik zou in die tijd toch geen rekening hebben kunnen openen wegens minderjarig.
Maar ik dacht niet aan het geld, enkel aan mijn brieven. Gelukkig vond de baas ook mijn geld in de la.
Ik vertelde aan de baas van de fabriek wat er gebeurd was en mocht meteen stoppen met werken.
Maar het duurde nog bijna een uur voor ik aan onze kamer aankwam.

Daar aangekomen kreeg ik een hallucinant beeld voor ogen.
Een massa volk op de straat, brandweer en politieauto's, de straat onder water, een vieze brandgeur en een hoop rook.
(Ik kan mij die brandgeur nu nog voor de geest halen).
Op de stoep voor het restaurant lag een wirwar van meubelen en huisraad die gered waren geworden.
Het duurde even voor ik de baas tussen de ramptoeristen vond. (Hij moest mij de doorgang toezeggen want de politie hield mij tegen en ik kon en mocht natuurlijk niet zeggen dat ik daar woonde).
Met begeleiding van een brandweerman mocht ik dan toch naar de kamer om wat spullen te halen.

De kamer was om te huilen, alles  zag zwart van de rook, het water liep van de murenen het behang hing in flarden naar beneden.
Men gaf mij enkele kartonnen dozen en ik pakte zo goed en zo kwaad als het kon zoveel mogelijk van onze spullen in. Maar veel was onze kleding niet meer waard, alles stonk naar de rook en die geur het is er ook nooit meer uitgegaan.
De eigenaar had ook reeds de waardevolste spullen van Mon, zoals meet materiaal, studieboeken en waardevolle souvenirs meegebracht van zijn reizen, uit de brand gesleept.

Maar wat moest ik nu? Waar moest ik slapen?
En waar moest ik die spullen opbergen? De brieven, mijn geld?
Maar mijn Moederke bracht nog maar eens redding, ik kon alles bij haar bergen, enkel een slaapplaats had zij niet voor mij, ze had zelf drie grote kinderen, elk met een lief. Het was daar in het kleine appartement boven het café al overbevolkt.
Dus ging ik node nog maar eens aankloppen bij mijn pleegouders.
Het ging hen niet van harte, maar in feite hadden zij geen andere keuze dan mij weer op te nemen.
En zo was ik weer terug bij af!

©Huismusje

SNELTREINVAART

Mijn negentiende verjaardag ging voorbij zonder noemenswaardige feiten. De daarop volgende maanden echter zouden voortrazen met een sneltreinvaart.
Allereerst kreeg ik bericht dat Mon zijn reis zou onderbreken wegens de brand. Hij moest enkel wachten tot zijn plaatsvervanger aan boord was. En ik wachtte vol ongeduld op hem.

De laatste tijd zat ik vaak afwezig te dromen. Ik merkte weinig of niets van mijn omgeving en dat was ook maar best zo. De noodgedwongen logeerpartij bij mijn pleegouders was zoals vanouds immers geen pretje. Ik kon voor mezelf die droomtoestand echter niet verklaren. Meestal was ik immers de nuchterheid zelve.

Ik werkte op een koffiebranderij.
Wanneer ik iets te vroeg was dan stapte ik een halte vroeger van de tram en wandelde op mijn gemak naar de fabriek toe.
Je hoefde enkel je neus te volgen om de fabriek te vinden want de geur van gebrande koffie kwam je al van ver tegemoet. Het een geur die mij anders niet meer opviel, maar nu nam ik hem duizendmaal meer waar en ik vond hem hoe langer hoe onaangenamer.
Die geur werd zo onaangenaam dat ik er letterlijk kotsmisselijk van werd.
Eens ik op de fabriek was werd het er niet beter op,.en ik bracht het eerste uur dan ook meestal op het toilet door.

Toen Mon eindelijk thuis kwam bekeek hij me met pretlichtjes in zijn ogen.
" Jij bent zwanger" zei hij. Ik antwoordde dat hij getikt was.
Hoe hij het bij het eerste moment dat hij me zag kon weten is mij nu nog een raadsel. Maar hij had het wel bij het rechte eind.
Ik was zwanger!

©Huismusje

Meer van HUISMUJE'S TRIESTE JEUGD

↑ Terug naar de berichten