Foto's nemen
Daar ik mijn fotoapparaat vergeten was tijdens de opening van de tentoonstelling wil ik er terug heen om wat foto’s te maken.
Ik kom er toe rond etenstijd. Enkele mensen zitten in de kleine living, waar een groot tv scherm gans de dag beelden geeft met nauwelijks klank, samen aan tafel: het eten zal zo opgediend worden.
Gelukkig moet ik hen niet storen, want ik moet in de gang zijn, waar op dat moment niemand is. Ik neem vlug wat foto’s op de drie verdiepingen en spoed me naar beneden.
Terwijl ik voorbij het groepje kom dat zwijgend aan tafel zit, wens ik de mensen smakelijk te eten. Er is één stem die ‘dank je’ zegt, een reflex uit een vroegere periode. Voor de rest stilte. Ze nemen een hap uit hun boterham, in zichzelf opgesloten. Toch zien ze er verzorgd uit, wat hen nog aantrekkelijk maakt om ze aan te raken. Ik hoop voor hen dat de familie het vol houdt om hen te komen bezoeken en dat dit bezoek toch nog doordringt tot het minimale bewustzijn dat ergens nog aanwezig is.
De confrontatie met die dementerende bejaarden grijpt me telkens erg aan. Ooit waren dat mensen in volle levensbloei, nu zitten ze dag na dag te verschrompelen, nog een schaduw van zichzelf.
Ik moet voorbij een eetzaal en een tiental loopwagentjes staan daar netjes in rij tegen de muur geparkeerd. Na het eten zullen die wagentjes weer vastgenomen worden en hulp bieden bij de verplaatsing.
Feitelijk ben ik blij weer in de buitenlucht te komen en terug naar huis te kunnen waar ik nog heel wat projecten wil realiseren terwijl Karel al of niet commentaar geeft. Samen oud worden zonder teveel problemen, geen beter geschenk te bedenken.





