Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 oktober 2012 tot 31 oktober 2012

Het einde van 'Kunst in eigen huis'

Terwijl we naar Leuven rijden zakt het gegrepen zijn door de begrafenis stilaan weg. We springen even binnen in het Danscentrum, een koffie drinken en ondertussen wat bijpraten met Aike en Carlo. Zoals altijd zijn ze druk in de weer.

 

Dan naar Leuven. Ik parkeer de auto in de parkeergarage in de Naamsestraat, dan hoef ik geen omweg te maken om vanavond de schilderijen te gaan ophalen, want Leuven is één groot lussenspel, je moet het stadsplan goed in je hoofd hebben om er met de wagen doorheen te rijden.

 

Zoals gewoonlijk gaan we naar het restaurant dat we blijven uitverkiezen: niet groot, prettig om zitten en vooral een lekkere keuken. Het is vrijdag, marktdag in Leuven, en bijna alle tafeltjes zijn bezet. We nemen plaats en met een glas wijn zetten we de middag in. Op het einde van de maaltijd maken we kennis met onze rechterburen. Ja, de mosselen smaakten uitstekend en ze komen van Vilvoorde. Af en toe stappen ze op de bus, de halte is om de hoek, en zakken ze af naar Leuven. Dan gaan ze wat rondwandelen en komen eten in dit restaurant. Omdat ze met de bus zijn kunnen ze een glas wijn extra drinken. Ze hebben gans hun leven gewerkt en nu profiteren ze op hun manier van hun pensioen. Er komen ook wat gekende verhalen over de ‘vreemdelingen’. We luisteren maar want het lijkt niet het beste moment om die verhalen in vraag te stellen. De man geeft nog wat extra verhaalkunst ten beste wanneer hij het over de fiscus heeft: de officiële maffia. Die komt je niet afdreigen maar pakt het gewoon. Er is nog wat wijn over … naarmate die geconsumeerd wordt zullen de verhalen wellicht straffer worden. Onze wijn is echter op en de tentoonstelling wacht. We zullen daar wel koffie drinken.

 

De tentoonstelling is wel een succes. Gisteren meer dan 300 personen en nu is het weerom druk. Ik doe nog eens mijn ronde terwijl Karel bij mijn werken blijft zitten. Wanneer Karel nadien rond gaat, heb ik moeite mijn ogen open te houden. Ik haal me koffie en hoop dat de nood aan een middagdutje snel overgaat. Af en toe komen er mensen langs die ik ken. Sommigen heb ik in jaren niet meer gezien. Je merkt wederzijds het ouder worden. Maar het gesprek is er niet minder leuk om.

 

Ik besef dat ik nu al tien jaar weg ben van de universiteit … en dat dit toch wel een hele tijd is. Neen, ik heb geen heimwee naar vroeger, hoewel het ouder worden soms wat moeilijk ligt.

 

Karel gaat even de stad in, frisse lucht opdoen. Hij belooft tegen 17u terug te zijn. Ik hou me bezig met wat rondslenteren, nog eens kijken naar de foto’s en tekeningen van de standjes naast mij. Gelukkig is het boeiend wat ze aanbieden. Ik heb ook een boek meegebracht en tussen door lees ik wat, want echt er zomaar bijzitten is niets voor mij. Karel is vroeger terug dan verwacht. Hij kocht twee boeken … over Spinoza natuurlijk.

 

Even na 17u stap ik op om de wagen te halen. Ik wil op tijd in de smalle straat kunnen parkeren, voor de grote vloed komt, zodat ik tijdig kan vertrekken naar huis.

 

Wanneer ik tegen 17u30 de straat indraai (achterste voren, want het is daar enkele richting) ben ik de eerste. Ik parkeer me tegen de deur aan die we gebruiken om de werken op te halen. Ik bel Karel om mee te delen dat ik aangekomen ben … maar die reageert niet. Later zal blijken dat er op dat moment een nogal luidruchtige groep studenten een optreden bracht en hij het daardoor waarschijnlijk niet gehoord heeft. Ik heb gelukkig mijn boek meegebracht en kan nu mijn lectuur ongestoord verder zetten. Even voor 18u ga ik naar boven. Samen haken we de schilderijen af. Ik verontschuldig me bij de organisator dat ik vertrek midden een optreden, maar dat ik tijdig thuis moet zijn voor een afspraak.

 

De lift is vrij, daar kunnen we dus gebruik van maken. Ook het regenen is bijna opgehouden, daar boffen we mee. Want het is niet zo goed voor de schilderijen om natgeregend te worden en nadien terug in de droogte te hangen. Zelfs doeken en lijsten van goede kwaliteit kunnen last hebben van krom trekken door het vocht.

 

Het is druk bij het uitrijden van de stad. Ze zijn al een paar weken aan het werken aan de ring rond Leuven en wij moeten de versmalling gebruiken. Gezien we goed op tijd konden vertrekken kan ik rustig aanschuiven zonder zenuwachtig te worden omdat het zo traag voortschuift. We vermijden de autosnelweg want daar kan het rond deze tijd erg druk zijn, zeker op een vrijdagavond. Langs de gewone baan rijden we naar Werchter en komen daar uitgebreid op tijd toe. Ik kan de schilderijen nog uitladen en mijn mails lezen.

 

Tegen 19u sta ik klaar voor de volgende activiteit: de vernissage van de IGCS (inter gemeentelijke culturele samenwerking) in ‘Den Egger’ in Scherpenheuvel.

De begrafenis

Vrijdag rijden Karel en ik samen naar Leuven. Eerst een paar boodschappen doen, dan iets gaan eten en proberen tussen 13 en 14 uur in de tentoonstellingsruimte te zijn. Als Karel zin heeft zal hij wat gaan wandelen. Wel wil hij helpen bij het afhaken van de werken, naar beneden halen en ze in te laden in de auto. Daar ik om 19 uur wordt opgehaald betekent dit dat we juist 1 uur tijd hebben om eens de werken ingeladen, in het vrijdagse spitsuur naar huis te rijden.

 

Eerst moeten we even langs bij de bank, rechtover de kerk in Rotselaar. Wanneer ik het straatje indraai komt er een begrafenisstoet af. Ik parkeer me zo smal mogelijk tegen de stoep aan. Vooraan stappen twee meisjes: ongeveer 12 en 15 jaar. De twee kinderen kunnen hun tranen niet tegenhouden, ze lijken verdwaald in een wereld die onwezenlijk is. Het grijpt me enorm aan: waarom moeten die kinderen zo ondergedompeld worden in verdriet? Omdat de andere deelnemers aan de begrafenis allemaal nogal jonge mensen zijn, dertig- veertigers, vermoed ik dat de moeder van de meisjes begraven wordt. De stoet is niet zo groot maar erg stil. Dat een jonge vrouw sterft en twee kinderen moet achterlaten is vreselijk.

 

Wat me een paar minuten terug nog een vrolijke uitstap naar Leuven leek, verliest plots zijn aantrekkingskracht. Met tranen in de ogen zet ik de auto in gang. Karel heeft geld opgehaald en is er terug bij komen zitten. Ik krijg niets tegen hem gezegd.

 

Verdriet en woede vragen in mij om aandacht. Woede om het verdriet dat die kinderen moeten ondergaan, verdriet om de snijdende pijn van het afscheid nemen. Ik weet dat daaraan niet te ontkomen is. Leven betekent ook dit leven verlaten, ook als er mensen nablijven die rouwen.

 

Ik kan alleen maar verhopen dat allen die ik daarjuist voorbij zag gaan opnieuw hun draai vinden en kunnen genieten van dit leven, vooral die twee meisjes.

Genieten van het aanbod

Donderdag ga ik alleen naar de tentoonstelling. De zaal is open van 13 tot 18 uur, maar ik blijf maar tot 16 uur want ik wil ’s avonds nog gaan schilderen in de academie.

 

Ik neem de tijd om rond te kijken. Sommige kunstenaars ken ik of vanuit de vroegere werksituatie of omdat ik ze bij andere gelegenheden reeds ontmoette. Dus een praatje is leuk meegenomen. Ik neem ook wat foto’s. Het doet deugd mensen te ontmoeten die plezier hebben in hun bezig zijn, fier zijn op hun werk en blij zijn dit ook te kunnen tonen, vooral in deze prachtige ruimte.

 

Er is ruim aanbod: fotografie, keramiek, modeltekeningen, schilderijen, patchwork … en studenten die vanaf 16 uur optredens verzorgen. Er is in de grote ruimte een klein podium voorzien met stoelen ervoor. Jammer dat ik er niet zal kunnen bijzijn.

 

Wanneer er interesse is voor mijn werk geef ik wat uitleg. Ik krijg ook een paar complimenten. Sommigen appreciëren de doeken niet alleen om de inhoud maar om de uitgesproken kleuren. Het is leuk om je werk gewaardeerd te weten.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Jong en oud geweld

Kunst in eigen huis is een tentoonstelling van gepensioneerde werknemers en studenten van de KU Leuven. Het is wel boeiend om die jongeren aan het werk te zien.

Met een student maak ik wat uitgebreider kennis. Ik werd getroffen door een tekening van hem. Met een paar lijnen zet hij een model neer. Het heeft waarschijnlijk geen 5 minuten geduurd, maar de lijnen zijn zo raak, zo sprekend, zo sober … en is één en al leven. Het maakt me gewoon blij zoiets te zien.

 

Hij studeert ingenieur- architect (een zeer zware studierichting). Elke week gaat hij in Gent modeltekenen volgen. Op dit moment loopt er nog een tentoonstelling van hem in het Museum van Design in Gent. Met een groep jongeren werd hij gevraagd een visie op designkunst weer te geven. Voor hen is het niet: afblijven en niet aanraken omdat anders er sporen van ‘leven’ zouden achterblijven op de meubels. Neen, voor die groep jongeren mag je objecten wel aanraken, ook als er een vingerafdruk achterblijft, je mag de zetel wel uitproberen en er in gaan zitten.

 

Ik ben een paar jaren terug in het Design museum te Gent geweest: heerlijk om zien. Het moet voor zo’n jong iemand wel boeiend zijn aan een project in dat museum mee te doen. Tijdens de tentoonstelling in de Museumhallen hier zal ik ergens een plaatje vinden dat verwijst naar de discussie die de jongeren voerden rond designkunst: aanraken. Ik zal de aangeboden schetsboeken ook doorbladeren.

 

Het geeft een aparte sfeer jong en oud samen te zien exposeren. Bij de jongeren is uitproberen troef, bij de ouderen merk je vaker meer kundigheid, stielkennis.

 

De inrichters vroegen ons zoveel mogelijk aanwezig te zijn. Het is leuk als mensen je kunnen aanspreken om een vraag te stellen, wat uitleg te krijgen over je werk of de visie daarop. We worden ook wel verzorgd: de zaal is verwarmd en je kan steeds iets fris drinken of voor koffie kiezen. Zo hou ik het wel vol.

 

jong geweld II

jong geweld I

jong geweld III

Opbouw 'Kunst in eigen huis'

 

Vandaag wordt de tentoonstelling ‘Kunst in eigen huis’ opgebouwd in de Museumzaal van de Universitaire Hallen. Omdat die Hallen in het centrum van Leuven liggen, heeft elke deelnemer een bepaald uur gekregen om zijn werken af te leveren en dan verder te rijden naar een parking, ook van de universiteit.

 

Vannacht weinig geslapen, deels omdat ik nadenk over de parkeerproblemen: zal ik tijdig op de afspraak zijn, welke parking moet ik opzoeken. Maar er is nog iets dat me belet in te slapen. Samen met een vriendin heb ik doeken besteld via internet bij ‘Het Verkooppunt’ in Nederland. Die zijn geleverd. Karel is gewoontegetrouw gans de dag thuis … maar als hij even een frisse neus gaat halen, staan de verpakkingen aan de voordeur hun opwachting te maken. Alleen heb ik twee verpakkingen van een bepaald formaat besteld en betaald … en is er maar één verpakking geleverd. Zo’n verpakking van drie grote doeken kost bijna honderd euro. Dus een e-mail naar de firma.

 

Om mijn verbeelding in bedwang te houden, zodat ik rustig word om in te slapen, probeer ik ontwerpen te construeren voor nieuwe schilderijen… maar rustig word ik er niet van en … slapen, neen, dat lukt niet.

 

Deze morgen de auto geladen. Toch een prachtig karretje, biedt veel plaats om te laden. Voortdurend ga ik de e-mailbox controleren of er nog geen reactie komt van de Nederlands firma. Tot nu toe niks.

 

Na de middag, zonder middagslaapje, onmiddellijk naar Leuven.

 

We komen 5 minuten voor de afgesproken tijd toe. Het uitladen gaat vlot. Met de lift de schilderijen naar de Museumzaal, plaats opgezocht, Karel uitgelegd hoe ik de schilderijen zou willen ophangen terug naar mijn auto om naar de parking te rijden. Op weg ontdek ik nog een parkeerruimte (betalend, maar overal in Leuven moet je betalen) dicht bij de Hallen, dus die gebruik ik maar, lang zal het ophangen niet duren.

 

Wanneer de schilderijen hangen, ga ik nog eens rondkijken, nieuwsgierig wat de anderen te bieden hebben. De meesten zijn nog volop aan het uitpakken, dus nog geen tijd voor kennismaking of een praatje, dat zal voor morgen zijn.

De wagen heeft ook ruimte voor wat grotere doeken

Karel in actie

Reenactment

Christel had nog een aankondiging gevonden van een andere tentoonstelling in Haacht: ‘Reenactement’ in het gemeenschapscentrum ‘De Breughel’. Omdat we nu toch in Haacht waren en tijd hadden gingen we ook daar eens kijken.

 

Het verschil kan niet groter zijn dan met de Haachtse kunstenaars. Het is een vernieuwd gebouw, pas geopend: licht, ruim, waw! De omgeving moet nog aangelegd worden, maar binnenin is het een complex om enthousiast over te zijn. Er zijn, naast de vele bureaus, ruimtes voorzien voor culturele activiteiten, o.a. tentoonstellingen. Een groep (beroeps)kunstenaars heeeft enkele zalen afgehuurd. De huurprijs zal wel iets hoger liggen dan die van het parochiecentrum (is gratis).

 

In de enorme inkomhal staan beelden opgesteld. Er is genoeg ruimte om er rond te wandelen. Op de tweede en derde verdieping zijn twee ruime zalen met grote ramen die voor een overvloed van licht zorgen. De schilderwerken krijgen ademruimte om tot hun recht te komen.

 

Zowel Christel en ik genieten van wat aangeboden wordt, vooral de aquarellen spreken ons aan. Toevallig is de kunstenares aanwezig, dat zorgt voor een praatje bij het plaatje.

 

Wanneer we rond zijn gaan we terug naar het gelijkvloers waar zich een koffieruimte bevindt. Bij een koffie praten we bij, enthousiast over wat we gezien hebben.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Haachtse kunstenaars

251012  Haachtse Kunstenaars

 

Met Christel afgesproken om een bezoek te brengen aan de tentoonstelling ‘Haachtse Kunstenaars’. Ze komt me om twee uur halen: dan is bij haar de vaat gedaan en heb ik even wat kunnen rusten.

 

Van de zeven Haachtse kunstenaars kennen we er twee vanuit de academie. Ik ben benieuwd hoe hun werk zich aanbiedt, want een doek toont heel anders op een schildersezel tussen de drukte van mensen en schildersgerief dan in een zaal die voor tentoonstellingen uitgerust is. Ik ken de zaal niet waar het werk getoond wordt, dus ben ik wel nieuwsgierig.

 

Als we de zaal binnenkomen komt een gevoel van ontmoediging opzetten: het is een parochiecentrum waarvan de muren kunnen gebruikt worden om schilderijen op te hangen … maar de donkere tafeltjes en stoelen trekken alle aandacht naar zich toe, van de schilderijen weg. De verlichting is op café-niveau, niet echt geschikt voor een tentoonstelling. Daardoor krijgt de ruimte een sombere indruk en lijken de werken te verdwijnen. Vooral daar de werken meestal klein van formaat zijn.

 

Maar ik laat me niet intimideren en bekijk de schilderijen een voor een. Jammer dat je tussen de tafels moet manoeuvreren om een beetje van op afstand te kunnen kijken. Vier kunstenaars schilderen. met acryl of  olieverf, een kunstenaar werkt met aquarel. Er is ook een glaskunstenaar bij. Hij brengt wat kleur in de ruimte. Een fotograaf zorgt niet alleen voor mooie foto’s maar heeft een techniek ontwikkeld waardoor, mits een aangepast brilletje, de foto’s driedimensioneel gezien worden.

 

Jammer dat deze zaal geen recht doet aan de werken, de kunstenaars verdienen beter. Alleen nog maar de tafels en stoelen eruit zou een heel ander ervaren worden, zeker als de muren wat extra licht zouden krijgen.

 

Wel ontroert het me hoe mensen hun creativiteit vorm geven, hoe ze er mee naar buiten komen. Ze mogen best tonen wat ze realiseerden.

 

Hieronder wat foto’s.

.

.

.

.

.

.

.

.

Voorbereiding van de komende tentoonstellingen

Vanmiddag besefte ik plots dat volgende week ‘Kunst in eigen huis’ plaats vindt. Dat betekent dat ik op 24 oktober netjes mijn werken inlever … maar die moeten voorzien zijn van een behoorlijk ophangsysteem. Dus op zoek naar mijn doos waarin ik de oogjes om de draden (is een speciaal soort nylon-ijzerdraad) te bevestigen en schroeven daarvoor gelaten heb.

 

Kom ik in mijn atelier terecht. En voor ik het besef verhuis ik de kasten, dozen, nog niet beschilderde doeken, enz. enz., want op 4 november zet ik, naast onze tuinkamer ook het atelier open voor het publiek. Ik wil daar de zes doeken hangen van ‘Bewustwording als vrouw’, maar daarvoor heb ik minstens 5 meter ruimte nodig waar doeken van 100 op 70 kunnen hangen. Ik wil dat ze echt kunnen gezien worden, want voor mij hebben die doeken veel betekenis. Het is een nadenken geweest over mijn ‘vroeger’, hoe ik als kind en jonge vrouw ingekapseld werd in een denken dat in feite mijn ervaren tegensprak. Wat vond ik de kerkelijke rituelen fantastisch … een sprookje gelijk … ik gaf me daar aan over, strooide met bloemen en kleurrijke papiersnippers in de processie. Heerlijke momenten uit de kindertijd. Dat men naast die beeldrijke rituelen een denken en moraal meegaf dat een mens ontkende in zijn mens-zijn … het heeft jaren geduurd voor ik dat alles door kreeg.

 

Bij het uitschilderen van die reeks is dat allemaal door mij heen gegaan. Ik neem die serie mee naar ‘Kunst in eigen huis’ en nadien zullen  ze te zien zijn in mijn atelier. Ik ben zelf benieuwd hoe die werken op mij af zullen komen.

 

Wanneer alle kasten en dozen een plaats in een hoek hebben gekregen, neem ik de doos met het materiaal waarvoor ik naar het atelier gekomen ben en ga aan de slag in de tuinkamer. Drie grote doeken voorzien van een handig ophangsysteem. En terwijl ik toch bezig ben vraag ik Karel of hij de doeken meteen op hun plaats wil hangen. Hij neemt de doeken van vorige kunstroute weg en hangt de nieuwe in de plaats. Er moeten wel een paar extra schroeven in de muur bevestigd worden. Gelukkig is Karel handig. De doeken doen het goed waar ze hangen. Het geeft een heel ander beeld wanneer de doeken wat ruimte krijgen dan dat je met je neus erop geplakt zit. Ook Karel vindt de werken goed. Meestal heeft hij moeite met abstracte werken, maar nu krijg ik toch een schouderklop.

 

Mijn gevecht met de materie is plots helemaal vergeten, nu is het genieten geblazen.

Een lading erbij

Wanneer de vrienden vertrokken zijn is het tijd voor de academie. Na het intens gesprek van deze dag is schilderen wel een welkome afleiding. Bij de discussie probeer je de eigen ervaringen met rationeel onderbouwde argumenten in een visie te plaatsen. Schilderen is voor mij eerder een duik in het onderbewuste nemen en laten bovenkomen wat zich aanbiedt.

 

Ik voel me erg ‘geladen’. ‘k Voel eerder nood om aan te klagen, want hadden we het niet over incest, doodslag, witteboordcriminaliteit … en daar zou de concrete mens geen keuze hebben in het al dan niet uitvoeren van zijn misdaad? Slachtoffers zouden dus niet kunnen aanklagen, ter verantwoording roepen, zeggen dat het onrecht moet stoppen maar uitgeleverd zijn aan misdaden die niet te voorkomen waren? Zou dat een juiste interpretatie van Spinoza zijn?

 

En de verfborstel verplaatst zich over het doek met een snelheid die me laat zweten: ik wil zoveel zeggen maar mijn uitdrukkingsmogelijkheden zijn zo beperkt. En weer gaat er een streep verf over het doek.

 

De figuur die verwijst naar ‘De schreeuw’ blijft aanwezig, maar de basis wordt grillig, weinig toegankelijk. Ik voel mijn opstandigheid in mijn bewegingen kruipen. Nu wil ik geen interpretatie meer horen van wat Spinoza ooit schreef. Ik wil hier en nu mijn ‘neen’ uitschreeuwen, maar gekanaliseerd in een veilig medium, waardoor niemand beschadigd wordt.

 

Wanneer ik uitgeraasd ben, was ik mijn borstels uit. Waarschijnlijk zal dit ongeveer de definitieve versie worden, misschien hier of daar iets verbeteren dat technisch niet zo goed is uitgevoerd. Bij kunstlicht verandert de kleur, daarom Ik wil het doek ook nog eens bij daglicht bekijken. Ik twijfel of ik geen warme kleur in het doek moet verwerkten om het af te maken, ik mis precies iets. Maar dat zien we volgende keer wel.

Met Spinoza aan tafel

Woensdag komen er vrienden langs. Het was al een tijdje vastgelegd. Karel zal koken. De voorbereiding voor het bezoek heeft al iets feestelijk, je verheugt je al op voorhand.

 

En natuurlijk gaat het gesprek over Spinoza. Wat zou je willen: de twee mannen zijn toch wel wat meer dan liefhebbers, ze bestuderen de boeken van en over Spinoza met veel toewijding. Wij vrouwen volgen op afstand. Proberen hun standpunten te begrijpen… en vooral te toetsen aan de ervaring. Voor mij moet een filosofische interpretatie verband houden met de ervaren werkelijkheid.

 

Tot we op het punt komen van: is een mens ’bepaald’ door de samenhang van zijn cellen, de omgeving, noem maar op… of heeft een mens toch voldoende autonomie om niet louter resultaat van gegevens in en buiten hem/haar te zijn. De kernvraag is: kan een mens, binnen de context die hem bepaalt, toch beslissen om kwaad te doen of te laten. Voor mij als criminologe is dat toch erg belangrijk. Als een misdadiger niet verantwoordelijk kan gesteld worden voor zijn daden… wat zitten we dan te knoeien met een rechtssysteem waarin gewikt en gewogen wordt naar die verantwoordelijkheid. Wat bazelen we dan over re-integratie in de maatschappij.

 

Van actieve psychopaten is geweten dat ze recidiveren, dat de samenleving tegen hen beschermd moet worden. Een seriemoordenaar zal bij zijn eerste moord wellicht nog een aarzeling voelen, en is bij die aarzeling geen beslissing meer mogelijk om het niet te doen? Is ons antwoord op die problematiek juist? Mag een Marc Dutroux of een Ronald Janssen nog vrij komen of moeten we een wettelijk systeem oprichten waarbij zo iemand maatschappelijk dood (daardoor ongevaarlijk) wordt gemaakt door hem echt levenslang op te sluiten? Maar zijn andere misdadigers, de kleine en grote criminelen overgeleverd aan hun ‘lot’, of kunnen we hen na een straftijd terugplaatsen in de gemeenschap in de hoop dat ze andere keuzes maken?

 

Ik kan me moeilijk neerleggen bij de visie over de mens dat hij het ‘resultaat’ is van factoren en dat hij geen mogelijkheden heeft om een deel van zijn daden zelf te bepalen. Ik droom de mens niet als ‘totaal vrij’, dergelijk beleven treffen we bij psychotici aan. Sommige momenten staan ze dan boven de natuurwetten en denken ze te kunnen vliegen als een vogel. Niet iedereen die ‘defenestreert’ zoals het in de psychiatrie genoemd wordt (uit het venster springt) beleeft dit als totale vrijheid. Ook uit diepe wanhoop of angst kan het gebeuren en in sommige totalitaire landen wordt er wel eens een duwtje gegeven na een ondervraging door de politie.

 

Toch beschikt de mens, indien niet ‘psychisch onbekwaam te handelen’ in mijn ogen over een vorm van vrijheid die hem losrukt van zijn onafwendbare voorbestemming, die hem ruimte geeft om na te denken, een autonome beslissing te nemen of na het handelen, bv. spijt te hebben, schuldgevoel te ervaren na iets gedaan te hebben dat niet zo goed was.

 

De maatschappij leert van kinds af wat goed en niet goed is: afblijven van de warme kachel, zindelijk worden, beleefd zijn, op school goed leren… tot een morele houding van omgaan met mensen. Niet alles wat we zo aangereikt kregen kan je als juist beoordelen. Hoe dachten we vroeger over bv. seksualiteit, over de joden, over…? Ondertussen is er een hele evolutie op gang gekomen Ook als individu evolueer je al dan niet mee. Elke samenleving heeft zo normen ontwikkeld waaraan elk lid zich dient te houden. Maar ‘moord’, in niet-‘rituele’ omstandigheden, blijft overal verboden. Rituele omstandigheden zijn bv. oorlog, zelfverdediging, godsdienstige offers, strafuitvoering. Daar is het doden van een mens gekanaliseerd binnen bepaalde voorwaarden. Dan is de concrete soldaat, zelfverdediger, priester of beul niet schuldig (zij voeren maar uit) maar ligt de verantwoordelijkheid bij het politieke, de rechtsopvatting, het godsdienstige of strafrechtelijke systeem. Wel kan de vraag gesteld worden of de geformuleerde voorwaarden moreel verantwoord zijn.

 

Nadenken over wat moreel kan of niet kan is wat mensen altijd al gedaan hebben. Daardoor is er een evolutie merkbaar. Vroeger moest je eerst gaan biechten als je gemasturbeerd had voor je ter communie ging. Hopelijk zijn die psychische martelpraktijken achter de rug. In 1914 trokken de soldaten feestvierend naar de oorlog, nu denkt men anders over de waarde van ‘oorlog voeren’. De doodstraf is in veel landen afgeschaft, omdat er toch bezwaren tegen deze vorm van definitieve bestraffing te vinden zijn.

 

De mens valt niet automatisch samen met zijn ‘zo in de wereld zijn’. Er is evolutie merkbaar. Op een gegeven moment hebben we ons als mens onderscheiden van het dier. Die evolutie is doorgegaan. Een dier is overgeleverd aan zijn instincten: bv. bij honger een prooi doden. De mens is geëvolueerd naar een wezen dat nadenkt over zijn in de wereld zijn, is niet meer overgeleverd aan zijn instincten, zijn fysische en psychische constitutie, zijn individuele en maatschappelijk verleden, hoewel dat allemaal een grote rol speelt. Er zijn momenten dat een mens beslissingen neemt waarin duidelijk gekozen wordt voor goed of kwaad. Waarom bereiden moordenaars en verkrachters zo vaak hun misdaad voor? Telkens stellen ze daden die hen dichter bij hun misdaad brengt. Bij elke stap die ze ondernemen, stemmen ze toe met de uitvoering van hun voornemen.

 

Ook dit is een keuze: pleiten voor de autonomie van de mens. Dat stelt de mens aanwezig in zijn grootheid.

 

Waar een vriendenbezoek toe leiden kan: dagenlang nog bezig blijven met nadenken, een innerlijke dialoog aangaan. Maar is dat niet kenmerkend voor echt samenzijn: elkaar uitnodigen om zichzelf in vraag te stellen?

 

 

 

Als 'De Schreeuw' van Munch

Maandagavond kwamen we met andere ouders samen die een kind verloren door zelfdoding. Zo’n avond grijpt toch altijd aan, zeker als er ouders aanwezig zijn waarvan zoon of dochter nog niet zoveel tijd terug uit het leven stapte. Daar is de verbijstering nog zo in volle intensheid aanwezig, pijn nog zo verscheurend, het zoeken naar het waarom zo ondragelijk. Het confronteert ieder met zijn/haar  ervaren: je weet uit ervaring wat die woorden betekenen. Maar je ziet ook hoe moedig mensen dit rouwen aangaan. Dat werkt troostend.

 

Wanneer ik dinsdag voor mijn groot doek sta kan ik bijna niet wachten om aan de slag te gaan. Ik schilder als het ware blind weg, vanuit het diepste van mezelf. Iets in mij weet wat dit doek moet uitzeggen. Ik zou willen dat ik vlugger met de verf kon werken, de materie houdt me als het ware gevangen in zijn traagheid.

 

Wanneer ik op het einde van de les het doek bekijk doet het me denken aan ‘De Schreeuw’ van Munch, alleen is die schreeuw nog opgesloten. Ik denk aan gisteravond. Daar gaat dit werk over.

 

Ik voel me een beetje onderste boven … en vooral heel moe. ‘k Ben blij dat ik het schilderen een dag mag laten rusten: morgenavond zal ik het doek proberen afwerken.

Een week later

Wanneer ik een volgende keer aan mijn groot doek werk is er een week verlopen. Vol goede moed haal ik het doek van achter de bescherming van plastiek.

 

Het is een heel ritueel voor ik aan het schilderen begin: verf uitpakken, borstels klaarleggen, water halen en niet vergeten: de keukenrol en vodden voor als ik aan de slag ga. Ook zet ik de muziekinstallatie klaar. Van Karel kreeg ik een koptelefoon met afstandsbediening. Mijn walkman had het plots begeven. Het verschil is enorm. Nu zit ik net in een concertzaal. Meestal begin ik met Shostakovich, liefst zijn achtste symfonie. Als alles klaar ligt ga ik naar de automaat een koffie halen. ’t Is wel in een plastieken bekertje, maar toch smaakt het. Daardoor is het vertrekpunt gegeven: ik zet mijn koptelefoon op en zoek naar de gewenste verf.

 

Maar het vlot niet zo goed. Soms kan ik er in vliegen en evolueert een doek snel onder de intensheid van het moment, dan weer kan ik me nauwelijks opladen om me te concentreren op mijn werk. Ik probeer me te laden leiden door de opzet van vorige week. Ik zal wel zien waar ik uitkom. Een beetje ontevreden spoel ik na de les mijn borstels uit: soms zit het mee, soms niet. Nu niet dus.

Grote doeken

En af en toe moet ik ook naar de tandarts. Zijn er mensen die dat graag doen? Ik niet en daarbij regent het, daardoor wordt de hindernis die ik moet overwinnen nog eens zo zwaar. Maar eens de behandeling voorbij, geef ik mezelf een pluim: goed gedaan en de volgende afspraak ligt reeds vast. Weldra sta ik weer met een goed verzorgd gebit … te schilderen en te zwijgen.

 

Komen gedachten bij mij op: hoe deden de mensen dat vroeger. Nu hebben we goede pijnstillers wanneer de tanden protest aantekenen, een tandarts heeft een ruime behandelkamer met allerlei tangetjes en materiaal waarvan ik de naam niet ken, een boormachine die me toch wel afschrikt en nog wat ditjes en datjes. Wat deden ze vroeger? Pijn lijden tot de tand het uit eigen beweging begaf?

 

Maar ondanks de tandverzorging zorg ik om tijdig de academie te halen. Ik wil aan een groot doek beginnen: 2m op 2m.

 

Het systeem dat ik bedacht heb om het doek bruikbaar te maken om te beschilderen klopt: op platen die aanwezig zijn in de academie hang ik eerst een laag plastiek, daarop bevestig ik met een stevig nietjesmachine het doek … en dan aan het werk.

 

Ik heb een ontwerp in mijn hoofd en heb dit al op klein formaat met stift uitgeprobeerd. Maar eens voor dat grote doek, lijkt dat ontwerp niet erg bruikbaar. Dus hou ik in mijn achterhoofd de cirkelende figuren bij en vooral de kleur blauw.

 

Eer overal een lik verf op ligt is mijn arm lam. Maar dapper werk ik door tot de tijd om is. Morgenvroeg zal ik het doek, als het droog is, komen afdekken met plastiek om te vermijden dat andere gebruikers van de ruimte het met verf of ander materiaal besmeuren.

 

‘k Ben wel tevreden eens op dat formaat te kunnen werken, hier moet je niet voorzichtig uitkijken om een veeg verkeerd neer te schilderen. Ik ben echt benieuwd wat het uiteindelijke resultaat gaat opleveren;

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten