Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

Het einde van 'Kunst in eigen huis'

Terwijl we naar Leuven rijden zakt het gegrepen zijn door de begrafenis stilaan weg. We springen even binnen in het Danscentrum, een koffie drinken en ondertussen wat bijpraten met Aike en Carlo. Zoals altijd zijn ze druk in de weer.

 

Dan naar Leuven. Ik parkeer de auto in de parkeergarage in de Naamsestraat, dan hoef ik geen omweg te maken om vanavond de schilderijen te gaan ophalen, want Leuven is één groot lussenspel, je moet het stadsplan goed in je hoofd hebben om er met de wagen doorheen te rijden.

 

Zoals gewoonlijk gaan we naar het restaurant dat we blijven uitverkiezen: niet groot, prettig om zitten en vooral een lekkere keuken. Het is vrijdag, marktdag in Leuven, en bijna alle tafeltjes zijn bezet. We nemen plaats en met een glas wijn zetten we de middag in. Op het einde van de maaltijd maken we kennis met onze rechterburen. Ja, de mosselen smaakten uitstekend en ze komen van Vilvoorde. Af en toe stappen ze op de bus, de halte is om de hoek, en zakken ze af naar Leuven. Dan gaan ze wat rondwandelen en komen eten in dit restaurant. Omdat ze met de bus zijn kunnen ze een glas wijn extra drinken. Ze hebben gans hun leven gewerkt en nu profiteren ze op hun manier van hun pensioen. Er komen ook wat gekende verhalen over de ‘vreemdelingen’. We luisteren maar want het lijkt niet het beste moment om die verhalen in vraag te stellen. De man geeft nog wat extra verhaalkunst ten beste wanneer hij het over de fiscus heeft: de officiële maffia. Die komt je niet afdreigen maar pakt het gewoon. Er is nog wat wijn over … naarmate die geconsumeerd wordt zullen de verhalen wellicht straffer worden. Onze wijn is echter op en de tentoonstelling wacht. We zullen daar wel koffie drinken.

 

De tentoonstelling is wel een succes. Gisteren meer dan 300 personen en nu is het weerom druk. Ik doe nog eens mijn ronde terwijl Karel bij mijn werken blijft zitten. Wanneer Karel nadien rond gaat, heb ik moeite mijn ogen open te houden. Ik haal me koffie en hoop dat de nood aan een middagdutje snel overgaat. Af en toe komen er mensen langs die ik ken. Sommigen heb ik in jaren niet meer gezien. Je merkt wederzijds het ouder worden. Maar het gesprek is er niet minder leuk om.

 

Ik besef dat ik nu al tien jaar weg ben van de universiteit … en dat dit toch wel een hele tijd is. Neen, ik heb geen heimwee naar vroeger, hoewel het ouder worden soms wat moeilijk ligt.

 

Karel gaat even de stad in, frisse lucht opdoen. Hij belooft tegen 17u terug te zijn. Ik hou me bezig met wat rondslenteren, nog eens kijken naar de foto’s en tekeningen van de standjes naast mij. Gelukkig is het boeiend wat ze aanbieden. Ik heb ook een boek meegebracht en tussen door lees ik wat, want echt er zomaar bijzitten is niets voor mij. Karel is vroeger terug dan verwacht. Hij kocht twee boeken … over Spinoza natuurlijk.

 

Even na 17u stap ik op om de wagen te halen. Ik wil op tijd in de smalle straat kunnen parkeren, voor de grote vloed komt, zodat ik tijdig kan vertrekken naar huis.

 

Wanneer ik tegen 17u30 de straat indraai (achterste voren, want het is daar enkele richting) ben ik de eerste. Ik parkeer me tegen de deur aan die we gebruiken om de werken op te halen. Ik bel Karel om mee te delen dat ik aangekomen ben … maar die reageert niet. Later zal blijken dat er op dat moment een nogal luidruchtige groep studenten een optreden bracht en hij het daardoor waarschijnlijk niet gehoord heeft. Ik heb gelukkig mijn boek meegebracht en kan nu mijn lectuur ongestoord verder zetten. Even voor 18u ga ik naar boven. Samen haken we de schilderijen af. Ik verontschuldig me bij de organisator dat ik vertrek midden een optreden, maar dat ik tijdig thuis moet zijn voor een afspraak.

 

De lift is vrij, daar kunnen we dus gebruik van maken. Ook het regenen is bijna opgehouden, daar boffen we mee. Want het is niet zo goed voor de schilderijen om natgeregend te worden en nadien terug in de droogte te hangen. Zelfs doeken en lijsten van goede kwaliteit kunnen last hebben van krom trekken door het vocht.

 

Het is druk bij het uitrijden van de stad. Ze zijn al een paar weken aan het werken aan de ring rond Leuven en wij moeten de versmalling gebruiken. Gezien we goed op tijd konden vertrekken kan ik rustig aanschuiven zonder zenuwachtig te worden omdat het zo traag voortschuift. We vermijden de autosnelweg want daar kan het rond deze tijd erg druk zijn, zeker op een vrijdagavond. Langs de gewone baan rijden we naar Werchter en komen daar uitgebreid op tijd toe. Ik kan de schilderijen nog uitladen en mijn mails lezen.

 

Tegen 19u sta ik klaar voor de volgende activiteit: de vernissage van de IGCS (inter gemeentelijke culturele samenwerking) in ‘Den Egger’ in Scherpenheuvel.

De begrafenis

Vrijdag rijden Karel en ik samen naar Leuven. Eerst een paar boodschappen doen, dan iets gaan eten en proberen tussen 13 en 14 uur in de tentoonstellingsruimte te zijn. Als Karel zin heeft zal hij wat gaan wandelen. Wel wil hij helpen bij het afhaken van de werken, naar beneden halen en ze in te laden in de auto. Daar ik om 19 uur wordt opgehaald betekent dit dat we juist 1 uur tijd hebben om eens de werken ingeladen, in het vrijdagse spitsuur naar huis te rijden.

 

Eerst moeten we even langs bij de bank, rechtover de kerk in Rotselaar. Wanneer ik het straatje indraai komt er een begrafenisstoet af. Ik parkeer me zo smal mogelijk tegen de stoep aan. Vooraan stappen twee meisjes: ongeveer 12 en 15 jaar. De twee kinderen kunnen hun tranen niet tegenhouden, ze lijken verdwaald in een wereld die onwezenlijk is. Het grijpt me enorm aan: waarom moeten die kinderen zo ondergedompeld worden in verdriet? Omdat de andere deelnemers aan de begrafenis allemaal nogal jonge mensen zijn, dertig- veertigers, vermoed ik dat de moeder van de meisjes begraven wordt. De stoet is niet zo groot maar erg stil. Dat een jonge vrouw sterft en twee kinderen moet achterlaten is vreselijk.

 

Wat me een paar minuten terug nog een vrolijke uitstap naar Leuven leek, verliest plots zijn aantrekkingskracht. Met tranen in de ogen zet ik de auto in gang. Karel heeft geld opgehaald en is er terug bij komen zitten. Ik krijg niets tegen hem gezegd.

 

Verdriet en woede vragen in mij om aandacht. Woede om het verdriet dat die kinderen moeten ondergaan, verdriet om de snijdende pijn van het afscheid nemen. Ik weet dat daaraan niet te ontkomen is. Leven betekent ook dit leven verlaten, ook als er mensen nablijven die rouwen.

 

Ik kan alleen maar verhopen dat allen die ik daarjuist voorbij zag gaan opnieuw hun draai vinden en kunnen genieten van dit leven, vooral die twee meisjes.

Genieten van het aanbod

Donderdag ga ik alleen naar de tentoonstelling. De zaal is open van 13 tot 18 uur, maar ik blijf maar tot 16 uur want ik wil ’s avonds nog gaan schilderen in de academie.

 

Ik neem de tijd om rond te kijken. Sommige kunstenaars ken ik of vanuit de vroegere werksituatie of omdat ik ze bij andere gelegenheden reeds ontmoette. Dus een praatje is leuk meegenomen. Ik neem ook wat foto’s. Het doet deugd mensen te ontmoeten die plezier hebben in hun bezig zijn, fier zijn op hun werk en blij zijn dit ook te kunnen tonen, vooral in deze prachtige ruimte.

 

Er is ruim aanbod: fotografie, keramiek, modeltekeningen, schilderijen, patchwork … en studenten die vanaf 16 uur optredens verzorgen. Er is in de grote ruimte een klein podium voorzien met stoelen ervoor. Jammer dat ik er niet zal kunnen bijzijn.

 

Wanneer er interesse is voor mijn werk geef ik wat uitleg. Ik krijg ook een paar complimenten. Sommigen appreciëren de doeken niet alleen om de inhoud maar om de uitgesproken kleuren. Het is leuk om je werk gewaardeerd te weten.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Jong en oud geweld

Kunst in eigen huis is een tentoonstelling van gepensioneerde werknemers en studenten van de KU Leuven. Het is wel boeiend om die jongeren aan het werk te zien.

Met een student maak ik wat uitgebreider kennis. Ik werd getroffen door een tekening van hem. Met een paar lijnen zet hij een model neer. Het heeft waarschijnlijk geen 5 minuten geduurd, maar de lijnen zijn zo raak, zo sprekend, zo sober … en is één en al leven. Het maakt me gewoon blij zoiets te zien.

 

Hij studeert ingenieur- architect (een zeer zware studierichting). Elke week gaat hij in Gent modeltekenen volgen. Op dit moment loopt er nog een tentoonstelling van hem in het Museum van Design in Gent. Met een groep jongeren werd hij gevraagd een visie op designkunst weer te geven. Voor hen is het niet: afblijven en niet aanraken omdat anders er sporen van ‘leven’ zouden achterblijven op de meubels. Neen, voor die groep jongeren mag je objecten wel aanraken, ook als er een vingerafdruk achterblijft, je mag de zetel wel uitproberen en er in gaan zitten.

 

Ik ben een paar jaren terug in het Design museum te Gent geweest: heerlijk om zien. Het moet voor zo’n jong iemand wel boeiend zijn aan een project in dat museum mee te doen. Tijdens de tentoonstelling in de Museumhallen hier zal ik ergens een plaatje vinden dat verwijst naar de discussie die de jongeren voerden rond designkunst: aanraken. Ik zal de aangeboden schetsboeken ook doorbladeren.

 

Het geeft een aparte sfeer jong en oud samen te zien exposeren. Bij de jongeren is uitproberen troef, bij de ouderen merk je vaker meer kundigheid, stielkennis.

 

De inrichters vroegen ons zoveel mogelijk aanwezig te zijn. Het is leuk als mensen je kunnen aanspreken om een vraag te stellen, wat uitleg te krijgen over je werk of de visie daarop. We worden ook wel verzorgd: de zaal is verwarmd en je kan steeds iets fris drinken of voor koffie kiezen. Zo hou ik het wel vol.

 

jong geweld II

jong geweld I

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten