
Met Aike en Carlo om 10 uur afgesproken voor het ontbijt. Maar het is nog geen negen uur en de zee wenkt.
Voor deze stad is het nog vroeg. Alleen de ochtendploegen zijn als ijverige mieren de stad aan het schoonmaken: stadspersoneel verwijdert het zwerfvuil, gebruinde strandwerkers plaatsen bedden en matrassen die de zonnekloppers over een paar uur zullen opvangen en poetsmannen en –vrouwen zemen ramen of dweilen de grond. Straks zullen die allemaal verdwijnen in de drukte van een zonnige kustdag.
Het is een prachtige morgen. De zon zet de zee in licht terwijl hier en daar lichte nevelsluiers zich nog even handhaven. Je merkt nauwelijks waar de zee eindigt en de lucht begint.
We stappen rustig door, blijven staan voor een gedicht gebeiteld in steen, passeren het beeld van Lippens en Debruyne die ‘een heldendood stierven voor onze beschaving’. Hoe kolonisatie hertaald kan worden als ‘beschaving brengen’. Zouden ze zo’n beelden niet beter verwijderen of een tekst meegeven waarin we de uitgemoorde en uitgebuite bevolking om vergeving vragen?
Maar het is heerlijk de zeelucht in te ademen op deze ochtend. We wandelen tot we de pier in zicht krijgen en keren dan om. Het is bijna tien uur als we in de eetzaal een tafeltje uitzoeken. Aike en Carlo komen een weinig later toe. We beginnen …, ja, inderdaad, met een glas cava. Van luxe gesproken. Daarna wacht ons een overvloedig ontbijtbuffet.
De planning voor vandaag? Zoals afgesproken naar Brugge, daar willen Aike en Carlo iemand gaan bezoeken die in Sint-Jans hospitaal aan het revalideren is. En daarna … Aike stelt voor om met de koets te gaan rijden; dat heeft ze nog nooit gedaan; ik ben direct voor dit voorstel te vinden: als echte toeristen Brugge rondrijden.
Vanmorgen werd ik wakker met een paar woorden van een gedicht over Brugge in mijn hoofd:
‘dan rennen de ratten
rennen de ratten
om me heen’
Ik heb dat altijd al een prachtig gedicht gevonden. Aike heeft een Ipad. Ze tikt de woorden in en een flits later staat het hele gedicht ter beschikking:
Brugge (Remy C. Van De Kerckhove)
Als bij valavond de bomen aan het minnewater geuren
- zo was de regen doordrenkt van Paradijzen -
dan rennen de ratten,
rennen de ratten
achter mij aan.
Een doffe plons rukt de lippen der verliefden vanéén:
de schim van Memlinc schaterlacht
want elke omhelzing is zo oud,
ouder dan het brood
der menselijke zwanen.
Guido Gezelle
staat in de nacht
alleen.
Het beeld is dood,
het beeld is koud.
Aan het Gruuthuuse
rennen de ratten, rennen de ratten
om mij
heen.
Als door de valavond de angst om mij schuift,
mij grijpt, mij kust, mij schudt,
mij fluistert dat ik sterven moet,
en dood zijn, dood zijn, dood zijn,
dan rennen de ratten, rennen de ratten
om mij heen.
Litterair voldaan kunnen we aan onze trip beginnen. Carlo vindt vlug een goede parkeerplaats, dicht bij het hospitaal. We spreken af dat we na een half uurtje elkaar terug zien.
Brugge is prachtig. Het is niet de eerste keer dat we er komen, maar telkens kunnen mijn ogen die vele indrukken niet volgen. Heerlijk om tussen die rijkdom te wandelen.
Een half uurtje later zien we elkaar weer. En we gaan eerst met de koets rijden.