Na het knokken naar Knokke


Aike en Carlo gingen, na een overdrukke laatste week in de dansschool, voor een paar dagen uitwaaien aan zee. Als geschenk voor mijn zeventigste verjaardag vroegen ze ons mee: na de verjaardagsfeesten en Tremartre zou het wellicht deugd doen.
Gisteren hadden we gewoon de auto uitgeladen en alles gedeponeerd in het atelier: de opruim zou later wel gebeuren. Na een nachtje goed slapen is de ergste vermoeidheid weg. Karel heeft gisteren al kaartjes gekocht naar Knokke via de pc. Als 65-plussers met de trein na 9 uur, kost een heen- en terugrit maar €5,20. Omdat de treinen naar de kust vaak overvol zitten bij goed weer, trakteerden we ons op een eerste klasse biljet voor €12.
Even na negenen nemen we de bus die ons vanuit Werchter naar Leuven brengt. Het is een bus die vanuit Tremelo vertrekt, we staan aan de tweede halteplaats. De bus is over tijd … en als hij komt aanrijden blijkt hij al vol te zitten. We proppen ons erbij. Er is jaarmarkt in Leuven, vandaar de overvolle bus. De volgende haltes stopt de bus niet maar rijdt verder richting Leuven. Ik zie de verbouwereerde gezichten van de mensen: zij moeten een uur wachten tot de volgende bus … of zou De Lijn een extra bus inleggen? Vanaf Rotselaar rijden er meerdere bussen, die mensen zullen wellicht vroeger weg kunnen, tenzij ook die bussen overvol zitten.
Het is warm in de bus, gelukkig zet de chauffeur een verluchtingsvenster open: de frisse wind werkt bevrijdend.
Daar we niet meer moeten halt houden op stopplaatsen, komen we ruim op tijd aan in het station. We vinden een plaatsje op een bank op het perron. Stilaan groeien de wachtende aan. Wanneer de trein komt aanzetten zoeken we ons een goed plaatsje in de eerste klasse coupé: het is er ruim zitten en er zijn niet veel reiziger. Na de ervaring van ‘haringen in een ton’ met de bus, is dit een hele verademing. We genieten ervan. Zeker als we merken dat op de andere halteplaatsen een massa volk de trein op moet.
Zoals gewoonlijk lees ik een boek. Karel kijkt liever naar buiten en laat zo zijn gedachten hun eigen weg volgen.
Ik bedenk hoe rotverwend we toch zijn. Ik herinner me nog als kind de stoomtrein met houten treinbanken, waar de toegangsdeur rechtstreeks in het coupé uitkwam. Vaak was het benauwend, zeker bij koud regenweer. De ramen bedompten en als kind had je soms de ervaring geplet te zitten tussen al die volwassenen. Nu zitten we op zetels met armleuningen, heel ruim. De deuren gaan mits een duwtje van een vinger open en toe. Op de stoomtrein moest je het treinraam openen en dan aan de buitenkant de deur openen. Wel vond ik die stoommachines prachtig, met die grote wielen en dat opgepoetste gele koper.
Het is ongeveer twee uren reizen. We sms-en naar Aike onze vermoedelijke aankomsttijd door. Ook dat is nu zo in een versnelling zich aan het uitbreiden: afstand bestaat niet meer, onwetendheid kan elk moment opgevuld worden.
Wanneer we uitstappen staan ze ons op te wachten. Ze zien er stralend uit. Was het weer niet zo denderend bij vertrekt, hier is het een zonnefestijn. Even ‘acclimatiseren’, elkaar bevragen naar de voorbije dagen en dan op weg. We zetten onze bagage binnen op het appartement van de ouders van Carlo, dan zijn we daarvan verlost. Later zullen we die ophalen, want het einddoel is Blankenberge: daar is een hotel en een plaats in een restaurant gereserveerd. Maar nu willen we de zee zien.











