Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 april 2014 tot 30 april 2014

Borremans

Na Zurbaran is het de beurt aan Michel Borremans. Feitelijk gaan de twee tentoonstellingen erg goed samen met als bindend thema de menselijke figuur. Borremans werkt zijn figuren heel nauwgezet uit, met enorm veel vakmanschap zoals Zurbaran, maar hij realiseert wel een vervreemdend effect. Hij nodigt uit om empathisch in zijn wereld te treden maar tevens roept hij dat empatische een halt toe: de toegang tot zijn wereld lijkt verboden.

Er zijn ook ingekaderde bladen uit zijn schetsboeken. Wat kan die man tekenen. Schetsboeken kunnen vaak boeiend zijn, soms laten ze zien hoe een bepaald idee uitgewerkt wordt. Hier krijg ik de indruk dat de financiële kant om de hoek komt gluren: het schetsboek als belegging. We leven nu eenmaal in dergelijke wereld. In alle geledingen van de samenlevingen worden er goudhaantjes ontworpen, denk maar aan de sport, de CEO’s, filmwereld …

Na de tentoonstellingen zijn we toe aan koffie … hoewel, het is zowat etenstijd. We besluiten naar het restaurant boven het museum van muziekinstrumenten te gaan. Je hebt er een heerlijk uitzicht over Brussel.

En dan komt onze eigen wereld aan bod: twee oudere vrouwen die elk afzonderlijk een heel apart leven leiden, uiteindelijk toch veel gemeenschappelijk hebben en elkaar daarin erg goed verstaan.

Inderdaad het leven is mooi.

 

 

Zurbaran

Samen naar Borremans en Zurbaran gaan kijken leek ons wel een aantrekkelijk idee. Voor Borremans hadden we wel nog even tijd, maar de tentoonstelling van Zurbaran sloot eind mei. We spraken dan maar af om zo vlug mogelijk te gaan. De ingang van Bozar is de plaats van afspraak. Bozar ligt uitnodigend tegen Brussel-Centraal aan, dus spoorden we elk vanuit onze streek naar Brussel. Eerst de twee tentoonstellingen bekijken en dan iets gaan eten en bijpraten.

Ik stel voor eerst met Zurbaran te beginnen: die ouwe schilders vragen toch wel wat inspanning om in hun wereld te komen. Dus met een frisse geest de entreetickets laten afscheuren en wat aangeboden wordt op me laten afkomen.

Natuurlijk zijn de onderwerpen van religieuze aard. De opdrachtgevers waren veelal kerkelijke figuren, en wiens brood men eet, diens …Toch zie ik niet zozeer de religieuze onderwerpen, wel gewoon prachtige schilderijen. Vaak heb ik de indruk naar een hedendaags schilderij te kijken.

Wat me wellicht het meest aanspreekt is een kleiner schilderij (60 x 60cm): de extase van Sint-Franciscus. Ik voel me zo intens vervuld worden van … ja, van wat? Zoiets van: kijkt toch hoe mooi de wereld is.

Voor mij kan de dag al niet meer stuk. Ik geniet.

 

Sieraden maken

Christel heeft L. (10 jaar) en C. (12 jaar) uitgenodigd om samen sieraden te maken. De kinderen zelf voelen zich wat onzeker: ze hebben Christel nog nooit gezien en weten niet wat ze zich moeten voorstellen bij het sieraden maken.

Christel komt de kinderen rond half tien ophalen en na de kennismaking, wat uitleg wat er die dag gaat gebeuren, een koffietje en de laatste berichten, trekt ze met de kinderen naar haar thuis.

Eerst gaan ze nog naar de bakker langs: broodjes halen om tijdens de middag hotdogs te maken. Dat is wel een boeiend vooruitzicht.

Wanneer Christel de kinderen ’s avonds terugbrengt, zijn ze meer dan enthousiast. Eerst hebben ze tattoos op hun armen geschilderd, dan parels en andere vormen voor de sieraden gekneed: met ‘fimo’ rollen ze bolletjes of verweven ze slingers tot de gewenste vorm. Dat gaat dan de oven in en als het gebakken is, kan het niet meer breken.

Ze maken allerlei dingetjes: een paasei, een sleutelhanger, sieraden voor henzelf of iemand anders. Christel heeft de nodige attributen om de sleutelhanger of de halsketting af te werken, zodat ze met een echte sleutelhanger of halsketting naar huis kunnen. Er was geen tijd om tv te kijken, trouwens de poes eiste teveel aandacht.

Een dag die aarzelend begon is nu uitgeroepen tot: wanneer een volgende keer.

Heerlijk zelf een tattoo maken!

Het Hagelands wijncentrum

Het Hagelands wijncentrum wil de bezoeker laten kennis maken met het Hageland en de Hagelandse wijn die tot de beste wijnen behoort van de Belgische productie.

Het bezoekerscentrum is ingericht in een prachtig gerestaureerd, negentiende-eeuws, neo-gotisch gebouw, gelegen in de dorpskom van Wezemaal. In 2013 werd het interieur volledig vernieuwd.

De cultuurdienst van Rotselaar vroeg kunstenaars om hun werken gedurende twee maanden ten toon te stellen in het Hagelands Wijncentrum. De aangeboden ruimte is niet groot, maar de ruimte waarin de werken kunnen hangen is wel aantrekkelijk.

Ik was een van de eersten die enkele werken mocht ophangen. Dit gebeurde zaterdag voor Pasen. Na Pasen start het toeristisch seizoen. Naast informatie over de wijnteelt kunnen de bezoekers dan kennis maken met enkele werken van kunstenaars uit de regio.

Op de ene muur hangen twee schilderijen, acryl op doek, van 70 x 100.

Aan de andere muur heb ik vier tekeningen gehangen, Oost-Indische inkt, 40 x 50.

De rest van de muren vertellen de bezoeker wetenswaardigheden. Kijk even mee.

De hofkes van Lokeren

Een tijdje terug kwamen we met een groep studievriendinnen weer eens samen: iemand van Lokeren had de dag georganiseerd. ’s Middags in een hotelschool lekker gaan eten, ’s namiddags naar het stadsmuseum.

Met de trein was ik vroeg vertrokken. Eerst naar Dendermonde waar Iris me kwam ophalen. Ik had voorgesteld ergens een koffie te drinken … maar Dendermonde is nog niet wakker op dit vroege uur, er zijn nog geen gelegenheden open waar je rustig bij een kop koffie kan bijpraten. Dus reden we naar haar thuis in Hamme.

Tegen de middag zorgden we ervoor in Lokeren te zijn. We kwamen terecht in een school waar men leerde wat men in de Horeca zoal moet kennen. Heerlijk gegeten. Bij elke samenkomst probeer ik naast iemand te zitten die ik nog niet echt gesproken heb sinds we elkaar opnieuw leerden kennen. Ik was echt benieuwd naar het verhaal van L. Gek hoe je na vijftig jaar, en ondanks dat je een heel andere weg gegaan bent, elkaar weer vindt in de intimiteit van vriendschap. Als je soms gebruikt maakt van de buienradar … dan is dat dank zij o.a. haar zoon. Nu denk ik steeds aan haar wanneer ik even kijk hoe het weer hier boven Werchter er de komende uren uit gaan zien: ga ik in de tuin werken of zoek ik binnen iets om doen.

Daarna was het verzamelen geblazen in het stadsmuseum. Hier wordt de geschiedenis van Lokeren aanwezig gesteld. De haarsnijderij-industrie krijgt aandacht: een voorbereidende industrie waarbij konijnen- en hazenvellen bewerkt worden tot vilthaar voor hoedenfabricatie over de hele wereld. Lokeren was voor deze vuile en vervuilende industrie in de 20e eeuw het wereldcentrum. Foto’s roepen wel iets op … maar wat kunnen ze overbrengen van de stank, ongezonde werksituatie, armoede … onmacht van de betrokkenen.

Uitgebreid komen de ’hofkes’ aan bod. De ‘hofkes’ zijn de woningen van de armen. Wonen op een oppervlakte van 12 m², kan dat? Vroeger in Lokeren wel. Nu moet een studentenkamer minstens die oppervlakte hebben. Er wordt een ‘kamer’ getoond waarin een gezin leefde: kachel, tafel, bed … alleen man en vrouw en kinderen ontbreken … maar waar vonden die nog een plaats.

Dan komen mijn herinneringen los. Ik herken die ‘huizekens’. Die bestonden nog in mijn kindertijd. Een groep huisjes, eerder krotten, een gezamenlijk toilet, een gezamenlijke ‘pomp’, modder als het regende, vuile kinderen … en armoede.

Wanneer ik zo’n ‘hofke’ uitgebeeld zie, komt een soort schaamte over mij. Nu kijken we er naar als iets bijzonder, een vorm van sensatie, een curiositeit. Toen leefden de mensen daarin en de samenleving toen vond dat acceptabel. Armoede was de schuld van de armen: ze waren lui, dronken, vloekten, verzorgden zich niet … volk om te mijden.

Om de bittere smaak weg te spoelen kregen we op het einde van de rondleiding nog een beenhouwerij en een bakkerswinkel uit de goede oude tijd te zien. Toch had ik geen zin meer om samen iets te gaan drinken en de dag af te ronden. Wat ik gezien had bleef nawerken. ’t Was trouwens een mooi uur om naar huis te gaan, want ik moest de trein nog op.

Toch is het goed dat die vorm van samenleven ergens aan bod kan komen. Die ‘goede ouwe tijd’ had toch ook een paar donkere kanten en dat mag geweten worden.

 

 



 

Spinoza

Karel heeft een boek van Spinoza uit het Latijn vertaald en dit is onlangs verschenen bij uitgeverij ‘Wereldbibliotheek’.

Spinoza. Staatkundige Verhandeling. Uit het Latijn vertaald en toegelicht door Karel D’huyvetters

Eerst verscheen deze vertaling in een voorlopige versie op zijn website https://blog.seniorennet.be/spinoza_in_vlaanderen/. Toen eraan gedacht werd die vertaling in boekvorm uit te geven, is er in samenspraak met de uitgeverij, nog hard aan gewerkt en zo kreeg het boek uiteindelijk zijn definitieve vorm.

Het is wel even een ontroerend moment als dit concrete boek dan in je handen ligt. Het is een mooie en verzorgde uitgave. Een juweeltje om in je boekenkast te hebben.

De laatste vertaling in het Nederlands dateert van 1902. De nieuwe vertaling hanteert een modern en verstaanbaar Nederlands voor hedendaagse lezers. Inhoudelijk gaat het over staatsstructuren en de democratie als te verkiezen bestuursvorm, gebaseerd op Spinoza’s filosofische inzichten.

Voor de hedendaagse mens is dit boek nog altijd even boeiend: ook nu nog zoeken we naar democratische oplossingen voor het politieke bestuur van het land: hoe meer democratie, hoe rechtvaardiger een samenleving kan georganiseerd worden.

Niet dat ik dagelijks in het denken van Spinoza duik… hoewel. Omdat Karel dit boek vertaalde heb ik het doorgenomen. Maar Karel is wel elke dag met Spinoza bezig, en bijvoorbeeld aan tafel komt er vaak een of ander aspect van het denken deze filosoof ter sprake. Dan krijg ik enorme bewondering voor deze man. Misschien zouden we hem nu plaatsen binnen het autisme-spectrum. Maar wat een inzicht heeft dit genie in het mens-zijn. Terwijl hij zich maanden kon afzonderen van de buitenwereld formuleerde hij een benadering van de realiteit die, meer dan driehonderd jaar later, nog als modern aandoet. Ik geloof niet dat hij vrouwonvriendelijk was toen hij de vrouw als ‘onmondig’ vaststelde. In zijn tijd (1632 – 1677) had de vrouw geen stem in het politieke bestel. Nu ja, bij ons kreeg de vrouw pas stemrecht na de Tweede Wereldoorlog...

Ondertussen formuleerde hij een filosofie die heel bevrijdend werkt. God is voor hem geen buiten- of bovennatuurlijk iets of iemand, maar de natuur zelf en kan daardoor niets anders dan de realisatie van die natuurwetten zijn. Geen mirakels of een bestraffend godsbeeld, geen ‘uitverkorenheid’ of verworpenheid van ongedoopten en heidenen. Godsbeelden zijn mensbeelden en onderworpen aan de natuur van het menselijk zijn.

Je kan dan op ontdekkingstocht gaan via je eigen ervaren: wat is het leven (de natuur) mooi en wat is het ook onmenselijk tragisch. Er is geen god nodig om dat te verklaren. Willen we deze wereld menselijker maken: niet wachten op een god, zelf doen. Dat is de duidelijke boodschap van Spinoza voor vandaag.

Buiten werken

Schrijf alvast in je agenda: op 17 en 18 mei organiseren we met acht kunstenaars een soort kunstmarkt in onze tuin. Niet alleen de tuinkamer en het atelier laten zich inpalmen door allerlei kunstwerken, er zullen ook tentjes verschijnen op het gazon en tussen de bomen … vandaar de titel van het evenement ‘Tussen de bomen’.

Natuurlijk vraagt dit heel wat voorbereiding. Eerst en vooral de tuin een beetje fatsoeneren. Ik rij het gras af, Karel zorgt dat de coniferen worden bijgewerkt, ik zorg dat de afgewaaide takken en sparrenappels tussen de bomen worden opgeruimd, Karel zorgt voor het hakselen van de afgezaagde takken. Coniferen geven een doordringende zoete geur af bij het vermalen. Heerlijk. Net of vreemde landen op me afkomen. Er moet gewied en geplant worden. Natuurlijk kan dit niet allemaal in een keer gebeuren … maar oudere mensen mogen hun tijd nemen, elke dag een beetje, dan breekt de rug niet en blijft het genieten om buiten te werken.

Na de grijsheid van een winter is het genieten van de kleuren in het lentelicht;

 

Karel zal nog even moeten doorwerken om alle takken gehakseld te krijgen.

Blauweregen

Toen Arne een jaar gestorven was, kwamen we met de familie en enkele vrienden samen om hem te gedenken. Om te zeggen dat we dat voorbije jaar, dat zo verscheurend was, niet alleen hadden overleefd maar dat we ook de moed verkregen hadden om ieder de eigen weg verder te gaan. Er werden enkele teksten voorgelezen, een stukje muziek beluisterd en op het einde van de viering hebben we een boom geplant in onze tuin: de blauweregen (eerder een klimplant) die tegen het huis aangeleund staat … alsof Arne voor altijd dicht bij ons aanwezig is.

Elk jaar is het opnieuw uitkijken of hij bloemen draagt. Dit jaar is het overvloed alom. De boom bloeit in drie fasen: het eerste deel tegen de muur die op de zuidkant gericht is krijgt nawarmte van de muur en bloeit het eerst, het tweede deel wordt ook beschenen door de middagzon, maar groeit verder van de muur af en het derde deel is naar het westen gericht en komt het laatst tot bloei. Zo blijven we lang plezier beleven aan de blauweregen.

De finale

De finale is elk optreden een ware belevenis. Nu komen de dansers, op de zang van Alegria, de scene op en de zaal binnen door alle deuren die open kunnen. Het is heel aangrijpend als al die dansers op hetzelfde moment dezelfde beweging maken (en daar is echt op geoefend): op de scene, tussen het publiek.

De dansers zijn allemaal in het wit gekleed en hebben een wit masker op waarvan de ogen en mond een gekleurd accent kregen, waardoor ze aan een pierrot doen denken, de tragi-komische figuur uit de circus wereld.

Eerst wordt Alegria in de gekende versie uitgevoerd, maar dan volgt, na even een stilte een disco-versie waarbij de dansers huppelen en springen zodat de ontlading tot in de zaal voelbaar is. Even bekruipt me de angst dat de scene het gaat begeven.

De choreografen komen groeten, krijgen bloemen, dansers en publiek worden bedankt … en dan valt het doek. Tot volgend jaar wellicht.

De kleding voor de finale hangt klaar.

De maskers liggen klaar aan de deur om opgezet te worden bij de finale.

Het optreden

De titel van de voorstelling ‘Descobrir’, betekent in het Portugees ‘ontdekken’,’onthullen’, ‘openbaren’. Op muziek van ‘Cirque du soleil’ dansen de kinderen en jongeren rond het thema van de ontdekking van de wereld. Een kind, onervaren, maakt kennis met al het mooie en minder mooie, het blije en droevige, het harmonieuze en verscheurende in de ervaring.

Geflankeerd door de eindverantwoordelijken van licht en geluid volgt Aike wat er op en achter de scene gebeurt en geeft ze richtlijnen indien nodig. Soms zie ik haar iets op een blad schrijven: dat zal ter sprake komen in het voorbereidend gesprek voor het volgende optreden.

Er is een rustig hoekje ingericht waar dansers zich even kunnen terugtrekken als ze moe zijn. Er staat ook een scherm dat de evolutie op de scene laat zien.

In afwachting van hun optreden zitten de dansers gezellig bijeen. Voor hen is dit een feest: ze genieten van de spanning, het optreden en de ontlading erna.

Wie honger heeft kan in de artiestenbar terecht voor een croque of een broodje;

Schminken, kappen ... en de rest

Voor het kappen en schminken krijgen de betrokken medewerkers een opleiding. Voor het optreden plannen ze een weekend waarop ze de kunst van het schminken en kappen kunnen aanleren onder begeleiding van deskundigen. Ook tijdens de doorlopen in het danscentrum wordt er telkens geoefend. Bij zo’n doorloop gaat het niet alleen om de dansuitvoering, maar ook om de overgang van de ene groep naar de andere aan te leren, zodat dit ook boeiende momenten oplevert. Ondertussen wordt al eens wat kledij aangetrokken, hier en daar een kapsel uitgeprobeerd en sommigen krijgen een laagje schmink op. Niets wordt aan het toeval overgelaten.

Foto’s van de verschillende kapsels hangen tegen de muur, zodat elke medewerk(st)er goed weet wat er dient te gebeuren.

Ook voor de schmink hangen foto’s tegen de muur.

De naaigroep blaast even uit na een drukke interventie.

Achter de scene ligt alles klaar voor een vlugge klerenwissel, maar ook om eventuele ongelukjes te verhelpen: veiligheidsspelden indien de kledij het zou laten afweten, plakkkers voor wie zich bezeert, haarspelden om een kapsel bij te sturen … aan alles is gedacht.

Voor wie honger heeft of dorst kan in de artiestenbar terecht.

Een droogrek is niet meegekomen … maar dan zoek je een andere oplossing.

Een mierennest

Wanneer ik de eerste keer in CC Den Amer binnen kom zijn de medewerkers van de productie er al enkele dagen aan het werk: decor, verlichting, geluid, organisatie achter de schermen. De kinderen zijn nog maar enkele uren terug door hun ouders gebracht. Het is enorm druk, net een mierennest : iets meer dan 350 kinderen zoeken hun plaatsje. Maar dat lijkt prima te lukken.

Voor het optreden is het verzamelen geblazen in de zaal: Aike zal de laatste mededelingen doen. Dit zal telkens voor een optreden plaatsvinden. De dansers nog eens wijzen waarop ze zeker moeten letten, maar vooral: hen aanmoedigen het beste van zichzelf te geven.

Op de foto is de ganse groep dansers verzameld in de zaal om te luisteren naar Aike, ergens in het midden.

De kleedkamer van de kleinsten (7-8 jarigen): straks, na het kappen en schminken mogen ze dan die mooie pakjes aantrekken.

De kleedkamer van groteren: die zijn ondertussen naar Aike aan het luisteren

Overal hangen berichtjes die het vlotte verloop garandeert. Voor wie betrokken is weet waarover het gaat.

De kleinsten treden maar drie van de zes voorstellingen op. Dan wordt de cast omgewisseld met een andere groep van dezelfde leeftijd, die dezelfde dansjes aangeleerd kregen. Ze kunnen net genoeg lezen om dit bericht te ontcijferen of anders zal de begeleiding het wel voorlezen

Descobrir: de voorbereiding

Met al dat oorlogsgeweld zou ik nog vergeten verslag te doen van het optreden van het Danscentrum Aike Raes.

Omdat er teveel leerlingen les volgen om samen in één keer op het podium te staan, verdeelt het danscentrum de groepen: dit jaar komen ze naar buiten met hun klassieke en hedendaagse dansers en een deel van de jazzdansers plus de verschillende productiegroepen.

Het danscentrum vindt moeilijk een gepaste locatie in het Leuvense. Waar is er ruimte om een 400-tal deelnemers kleedruimte te geven, waar ze ook nog een spelletje kunnen doen in afwachting van het optreden op de scene, voor haar- of schminkbehandeling. Hoe vinden de medewerkers hun plaats om datgene te doen waarvoor ze zich opgegeven hebben: opbouw decor, klank en licht, regie, kleding, retouches (gauw die naad even opnieuw stikken), kassa, begeleiding dansers … en wellicht vergeet ik er nog. Al die mensen willen af en toe iets eten (dus staat er een ploeg klaar voor de catering) en iets drinken (dus een ploeg die de frigo’s op tijd bijvult).

De enige plaats waar de groep terecht kan is de stadsschouwburg in Leuven. Daar is echter de tijd voor decoropbouw en repetities beperkt, om te zwijgen van het parkeerprobleem: hoe worden 400 dansers afgezet in de Bondgenotenlaan, de hoofdstraat van Leuven en terug opgehaald op hetzelfde moment zonder een verkeerschaos te veroorzaken.

Daarom is voor het optreden CC Den Amer in Diest afgehuurd: van maandag 7 april tot zondagnacht 23 april. Een heerlijk ruime parking, binnenin voldoende ruimte om aan alle noden te voldoen en voor het publiek comfortabele zitplaatsen waarbij je van op elke plaats een mooi zicht hebt op de scene (wat in Leuven niet altijd het geval is)

Maar voor alles naar CC Den Amer kan vervoerd worden, is er heel wat voorbereidend werk geleverd met heel veel bereidwillig handen. Na die maanden van voorbereiding kan dan het feest of de stress beginnen, afhankelijk van je plaats in het geheel. Het is echter de bedoeling dat het uiteindelijk voor iedereen een feest wordt: van de jongste dansertjes tot de eindverantwoordelijken die voor een vlot verloop van de show moeten zorgen.

 

 

Cultureel Centrum Den Amer: een modern en uitnodigend gebouw

Zij aan zij, naaimachine naast naaimachine: de kleding van de show krijgt vorm.

 Een van de elementen in de voorbereiding is het zoeken naar een camion die groot genoeg is om alle materiaal in een keer te vervoeren, vooral na de show, dan is het inpakken en wegwezen.

De Groote Oorlog XII

Met de schilderklas nemen we deel aan de herdenking van WO I in Rotselaar, waarvan Werchter een deelgemeente is. De leerkracht heeft ons daarvoor een speciale techniek aangeleerd: het papier of doek bewerken met was, zodat het buiten kan hangen, ook als het regent. En inderdaad, op een proeflapje (proefkader) lopen de waterdruppels ongegeneerd naar beneden. Weer iets dat we bijgeleerd hebben.

Samen met de ‘groep’ iets doen is toch wel leuk. Iedereen is meteen bezig om de opdracht uit te werken. We gebruiken allemaal dezelfde grootte van lijst waarop we ons ontwerp lijmen en bewerken met was. Later zullen alle werken, zij aan zij, als één grote verzameling ten toon gesteld worden. Een soort lappendeken van WO I. Een paar jaren terug hebben we ook nog zo iets gedaan: een foto van mensen die naar Amerika afvaarden om daar hun geluk te zoeken, in stukken verdeeld. Ieder werkte zijn gekozen stuk uit en alle werken werden tenslotte weer samengebracht tot één groot geheel. Toen moest je wel zorgen dat je eigen werk natuurlijk overvloeide in het werk van boven, onder en naast je. Bij zo’n manier van werken worden ego’s opzij gezet en streeft men naar één gemeenschappelijk doel. Het werkt heel enthousiasmerend en brengt de groep samen … zonder dat het kapitalen kost om deskundigen te vergoeden.

Iedereen is enthousiast. We komen naar de academie met boeken of fotokopieën over WOI.

Voor mij is het wel even wennen: vertrekkend van een foto proberen iets presentabel op papier te zetten. Ik vertrek normaal vanuit een idee en probeer dat in zijn essentie weer te geven met lijnen, vlakken, kleuren … voor een fotografische weergave voel ik me onbekwaam. Toch probeer ik iets in die richting uit want ik wil aansluiten bij het grote geheel.

Wat me erg aangrijpt zijn de verwoeste landschappen … die staan voor mij symbool voor de verwoesting van mensen. Het is net of die bomen met hun geknakte en afgescheurde takken, symbool staan voor mensen die tot in het diepste van hun wezen gekwetst werden.

Ik probeer zo’n landschappen uit. Telkens blijf ik in verbijstering kijken hoe verwoestend een oorlog is. De oorlogswapens doorklieven de aarde die normaal oogst moet opbrengen om de mensen te voeden en een volgende generatie te laten leven. Maar die volgende generatie, kinderen van … zullen sneuvelen voor God en Vaderland. De ouders van toen waren niet minder liefhebbende ouders dan ouders van nu. De dood van hun zoon of dochter verwoestte ook het leven van de ouders. Dan worden ‘voor God en Vaderland’ lege woorden.

Toen (1914) gingen de soldaten juichend de oorlog in, overladen met bloemen, drank. De soldaten lieten zich beroezen aan de mythe van: ‘we gaan de vijand verslaan’. Tot enkele jaren later de ontnuchtering kwam als men de balans opmaakte: te veel doden, teveel vernietiging … en wat veranderde er? Zou de hedendaagse samenleving dit nog zo kunnen beleven? Ik hoop van niet.

Voor wie, voor wat, stierf men toen? De verwoording ‘helden’ is zo makkelijk in de mond genomen … als men er zelf niet bij betrokken is. ‘Sneuvelen’ voor het vaderland lijkt me alleen in oude verhalen te kunnen. Wie nu sterft voor een opgezweept ideaal, sterft zinloos … honderd jaar later ‘eert’ men wel die namen, maar wat heeft hun dood teweeg gebracht in de samenleving, dat niet met onderhandelen kon opgelost worden. Dan moet wellicht het egoïsme opzij geschoven worden: de economische voordelen willen delen met anderen als individu, als samenleving.

 

De Groote Oorlog XI

Mijn opbergruimte staat er netjes bij, de tekentafel is proper gemaakt en alle tekengerief staat weer op zijn plaats. Niets kan me nu nog als verontschuldiging dienen om het tekenen uit te stellen.

Ik heb een vaag idee van wat ik papier wil zetten. Ik probeer een eerste lijn uit en van die ene lijn komt een andere en na wat gommen en bijsturen begint de tekening zichzelf vorm te geven.

Ik wil die drie mensen, waaronder Staf Michiels en de massagraven aanwezig stellen. Ook het branden van de huizen. En ergens wil ik de geëxecuteerden erbij betrekken. Vooral wil ik het sober houden, weg van het anekdotische en theatrale.

Ik werk het ontwerp uit met Oost-Indische inkt. Zo ontdek ik de technische problemen en mogelijkheden. En wanneer ik lijntjes mag trekken voel ik me gelukkig.

Het zullen zes delen worden. De bovenste zullen in kaders van 70 X 50 cm steken, de onderste in kaders van 50 X 40 cm. De kaders geef ik weer met zwarte lijnen. Zo krijg ik reeds zicht hoe het geheel er uit zal zien.

In het midden heb ik drie figuren gezet: de drie mannen die werden neergeschoten. Die figuren lopen uit op een soort berg: de massagraven, met daarin de zee van tranen die geweend en wellicht nog meer niet geweend werden. Links verwijzen de cirkelvormen naar het branden van de huizen. Rechts in de bovenhoek een soort vogelvlucht: de slachtoffers die verdwijnen van deze ruimte.

Ik ben tevreden met het resultaat. Er moet nog wat nagedacht worden over elk onderdeel. Daarom hang ik het ontwerp tegen d emuur. Zo kan ik er dagelijks naar kijken en proberen preciezer te bepalen wat ik wil zeggen en hoe.

De Groote Oorlog X

150414 De Groote Oorlog X

 

Even iets over de schrijver van ‘Woensdag 19 augustus 1914 Aarschot’.

Jozef De Vroey ijverde ervoor dat de meest pijnlijke bladzijde uit de Aarschotse geschiedenis niet vergeten wordt. 'Op 19 augustus 1914, aan het begin van de oorlog, werden meer dan honderd vijftig Aarschottenaars gefusilleerd. Hendrik De Vroey, de vader van Jozef, was een van de slachtoffers. Jozef was toen pas twee jaar en heeft de vreselijke dag niet bewust meegemaakt, maar op basis van ooggetuigenverslagen kon hij zich wel een scherp beeld van het gebeuren vormen. Het leven van Jozef werd overheerst door de tragische gebeurtenissen en hij heeft zich steeds ingezet om de herinneringen aan de oorlogsmisdaad levend te houden.'
Onder zijn impuls werd het Sint-Rochusmemoriaal gebouwd op de plaats waar zijn vader werd neergeschoten. Daarnaast schreef De Vroey een boek over het gebeuren en tekende hij zijn traumatische herinneringen van zich af. Een selectie hiervan werd vorig jaar nog tentoongesteld in het Stedelijk Museum Aarschot.
Jozef De Vroey stierf in 1999. Hij werd 87 jaar. De Vroey was leraar aan het Sint-Lievenscollege in Antwerpen en het Koninklijk Atheneum in Leuven.
(via internet)

Jozef Devroey was even oud als mijn vader en stierf twee jaar later. Voor mij is WO I een gebeurtenis die meer aanwezig is in mijn leven dan ik vermoedde. Tegen die verzwegen achtergrond, wellicht ook voor mijn vader, groeide ik op in een kleine dorpsgemeenschap.

Jozef Devroey moet wel een begenadigd creatieveling zijn geweest. Hij tekende (zie de tekeningen vorige dagen en nu), ging als een geschiedkundige op zoek naar verhalen van mensen en beschreef dit in een boek over de plaatselijke geschiedenis.

Tevens was hij priester-leraar. Wellicht heeft hij vele van zijn leerlingen geïnspireerd met zijn humor en gevoel voor ‘vrede’, zonder te vergeten wat de ’feiten’ waren. Dat stelt hij in zijn boek wel duidelijk: vergeven wel maar vergeten niet.


 

De Groote Oorlog IX

Om me goed voor te bereiden, ruim ik eerst eens grondig op. Net of ik door uiterlijk orde te scheppen, innerlijk ruimte maak om me intens met deze opdracht bezig te houden.

Nu, ’t was nodig. Het laatste jaar had ik maar vlug alles uit mijn zicht verbannen en gewoon maar opgestapeld. Met het zoeken naar werken voor mijn eindwerk tekenen, kwam alles nog eens boven. Wat niet meer dienst kon doen of werken die ik niet zo gelukt vond, maakte ik klaar om te deponeren in het containerpark.

Ondertussen laat ik mijn gedachten maar hun eigen gang gaan. Soms komt paniek opzetten: hoe kan ik dat gebeuren in Aarschot in een tekening omzetten? Want dat heb ik al beslist: ik wil er een tekening in zes delen van maken.

Ik probeer me zelf dan rustig toe te spreken dat alles op zijn tijd wel in orde zal komen: nu verstand op nul en de boel in orde brengen en later, terug achter mijn tekentafel, iets op papier zetten. En lijn na lijn zal de inspiratie zich wel aandienen … of niet?

'k Mag niet denken aan het blanco papier want dan komt de faalangst me overspoelen. Ook dat hoort erbij en er is maar één remedie die dit kan verhelpen: er aan beginnen.

De Groote Oorlog VIII

Na de executie van Staf Michiels en zijn buren, begint in Aarschot een massaslachting. In totaal worden 173 slachtoffers omgebracht, de laatste groep op 20 augustus. De lijken worden in meerdere ‘putten’ gestopt. Wanneer later de lijken opgegraven worden, blijkt dat sommige beroofd zijn.

Ik probeer me voor te stellen hoe ik zou reageren. Na het moorden worden de lijken in een massagraf gelegd, zonder de minste mogelijkheid om op een of andere manier afscheid te nemen. Je wordt niet alleen geconfronteerd met je vermoorde man of zoon (in sommige families meerdere personen), je wordt niet alleen geconfronteerd met verminkte lichamen door kogels en bajonetten … maar dan moet je nog eens vaststellen dat ze van hun laatste bezittingen beroofd zijn. Voor wie is dat horloge van vader of de portemonnee van de zoon geen relikwie?

Het was de invallende troepen niet genoeg dat ze 173 weerloze burgers executeerden, daarna staken ze ongeveer 400 huizen in brand. Waar moesten de verjaagde bewoners heen toen ze bij terugkomst ontdekten dat er geen huis meer stond?

Het was niet alleen een individueel drama voor de getroffen families, maar de ganse gemeenschap werd getekend. In elke straat waren personen van het ene moment op het andere ‘weg’, huizen onbewoonbaar en veel vrouwen verloren hun man en kinderen hun vader. Veel mensen kregen iets meer dan 30 jaar later nog eens een oorlog over zich heen.

Natuurlijk heb je dan geen woorden meer om wat er gebeurde te vertellen. Het was allemaal zo verschrikkelijk. Liefst wou men vergeten en alleen aan de toekomst denken met ‘nooit meer oorlog’ als slogan.

De Groote Oorlog VII

Ik duik in het familiearchief. Ik wil Staf Michiels en zijn familie situeren t.o.v. mijn familiegeschiedenis.

Mijn grootvader langs vaderskant werd geboren in 1877, de grootvader langs moederskant in 1883. Staf Michiels was even oud als mijn grootvader langs moederskant en zes jaar jonger dan mijn grootvader langs vaderskant. Mijn vader werd geboren op 08.08.1912 en was twee jaar en drie weken toen in Aarschot die moordpartij plaatsvond. Even oud als Mariette, het kind dat op de grond gegooid werd en levenslang de gevolgen zou dragen. Het dochtertje van Staf Michiels was zeven maanden oud toen haar vader geëxecuteerd werd … dan moet ze in februari 1914 geboren zijn … een maand later dan mijn moeder die op 02.01.1914 ter wereld kwam.

Staf Michiels was treinoverste, mijn grootvader langs vaderskant werkte bij de spoorweg als arbeider. Ik dacht dat hij voor het onderhoud van de sporen instond.

Plots komt dat drama heel dichtbij. Onze familie woonde gelukkig niet in de Amerstraat in Aarschot, want dat was op 19 en 20 augustus 1914 een verkeerde plaats.

Ik heb in onze familie nooit over WO I horen spreken. Hebben zij alles overleefd zonder enig probleem of deed men er liever het zwijgen toe omdat proberen vergeten wellicht de beste manier van overleven was.

Ik begin na te denken hoe ik mijn ‘geladenheid’ ga vorm geven. Het lijkt me nu een onmogelijke opgave.

De Groote Oorlog VI

De getuige die van op de zolder de drie mannen heeft zien doodschieten vertelt verder:

‘Zo wat voor de middag waren ook mijn moeder en mijn zuster uit het klooster naar huis gekomen. Bij ons thuis troffen wij onze buurvrouwen schreiend aan. Die ochtend waren hun echtgenoten doodgeschoten, nadat ze uit hun huizen waren gehaald. Opmerkelijk dat dit alleen aan onze kant van de straat het geval was geweest, terwijl aan de overkant de mensen met rust waren gelaten. Een van onze buurvrouwen is met haar zuster opnieuw naar de executieplaats gaan kijken en kwam na enige tijd met het bebloede horloge van haar man terug. Wij hebben het mens bij ons binnen genomen.

Dat was allemaal reeds gebeurd toen wij van de Markt thuis kwamen. Rond 16u probeerden we te eten, maar met de uitmoording van onze naaste buren, kreeg geen enkel van ons een beet naar binnen.’

Als slot van deze trieste bladzijde over de Amerstraat kunnen wij er nog aan toevoegen dat de toenmalige kleine Mariette, die door de moordenaars op de straatstenen was gegooid, nog steeds en na zoveel jaren in bestendige behandeling verblijft in het Psychiatrisch Instituut in Duffel. Wellicht heeft mevrouw Chapeauville nooit geweten dat er over haar in het Duitse Witboek staat te lezen dat de mensen de Duitse soldaten aan trokken met hun op vriendelijke wijze wijn aan te bieden die vergiftigd was en ze hierdoor laffelijk om het leven te brengen’

Plots krijgt die onbekende man heel concreet leven: gehuwd, een kindje. Daarachter verschijnt de vrouw van die man. Daarna de buurt … en ik voel me kwaad worden. Oorlog voeren betekent dat zonen en dochters, broers en zussen, partners, vaders, vrienden … andere zonen en dochters, broers en zussen, partners, vaders, vrienden doden … Er zijn de Geneefse afspraken i.v.m. oorlogvoering … maar als het er op aankomt … wie houdt er zich aan? Ik weet dat men elke mens kan opfokken totdat men de andere als vijand ziet die moet vernietigd worden. Doden als ‘job’.

Als men nu eens leerde ‘praten’ met elkaar, inkomen in het standpunt van de ander en van daaruit een oplossing zoeken. Veel goedkoper dan een leger … maar dan moet men openstaan voor ‘de ander’, ‘het vreemde’, het ‘niet gekende’, een conflict durven aangaan zonder gebruik van geweld en het eigen grote gelijk in vraag durven stellen;

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten