Op het nippertje de poort uit


Na de voorstelling duik ik samen met Aike de kelderverdieping in: daar zijn de Damba-jongeren zich aan het verkleden. Aike wil hen gaan feliciteren: volgende keer mogen ze weer optreden in het voorprogramma, het is echt een geschikte gelegenheid om als speciale dansgroep naar buiten te komen. Ook het publiek heeft het gewaardeerd.
Wanneer we de trap afdalen, horen we hen al van ver: nu hebben ze toch hele verhalen te vertellen. Aike wenst iedereen proficiat: ze had nooit verwacht dat ze het zo goed zouden doen. Ook de docenten worden in de felicitaties betrokken. Een danser vertelt dat ze erg zenuwachtig was toen ze op de scène kwam. Ik kon alleen maar zeggen dat ze prachtig danste, dat niemand gezien heeft dat ze zenuwachtig was. Een andere danser weet van geen ophouden, hij herhaalt voortdurend het finale lied en danst alsof hij nog op de scène staat. Zijn enthousiasme werkt echt aanstekelijk, wie nog geen zin heeft om te dansen zou dat nu wel krijgen. Klaar om te vertrekken. Heeft iedereen zijn roos om mee naar huis te nemen, ’t zou jammer zijn mocht ze blijven liggen. Aike zamelt de kleding in en stopt ze in twee grote zakken. Dan naar boven met de groep. Trede na trede … sommigen hebben het moeilijk, maar iedereen is geduldig met elkaar … voor hen is tijd iets dat nauwelijks bestaat. Plots besef ik wat een krachttoer het is deze jongeren ‘in beweging’ te krijgen, wat het betekent met één voet op de grond te staan terwijl de andere voet in de lucht hangt.
We brengen de kleding naar de auto en dan gaan we naar de foyer iets drinken. Ik ontmoet een mama van een van de Damba-dansers. Ik feliciteer haar met haar dochter: ze heeft het zo goed gedaan. Ze vertelt dat ze de ganse tijd met tranen in de ogen naar haar dochter en de andere dansers gekeken heeft. Dat haar dochter ooit op een scène zou staan voor een enthousiast publiek: ongelooflijk. Ze heeft er intens van genoten.
Aike gaat overal een goede dag zeggen. Ik ken ook wel wat mensen … leuk om elkaar eens weer te zien. Eindelijk heeft Aike tijd om iets te drinken te halen: een glas cava om het eerste optreden van Damba en het Aira-ensemble te vieren. Daarna wil ze zo vlug mogelijk naar huis. In dit voorstel kan ik me vinden.
Wanneer we terug op de parking komen … is de straat afgesloten met verkeerslinten. Wat gebeurt er en hoe moeten we hier uit geraken? Ik stap op enkele mensen af die mij van de organisatie lijken. Ja, over een kwartier vertrekt een stoet, als we ons haasten kunnen we nog net weg, anders wordt het wachten tot na middernacht. Zij zullen de linten even omhoog houden en als we de eerste straat links inrijden kunnen we waarschijnlijk uit Leuven weg geraken. Aike start de wagen, met kloppend hart neem ik plaats, toch spannend. Het lukt ons tot de eerste straat links te geraken … maar die is ook afgespannen. Geen nood, ook daar staat iemand die het lint omhoog houdt en ons goede reis wenst. Neen, verder zijn er geen hindernissen meer.
Als het donker genoeg is vertrekt een stoet vol lichteffecten, prachtig om zien … maar dat zal voor een andere keer zijn. Opgelucht verlaten we Leuven en zijn festival. Richting dansschool. Nog even de kleding binnen zetten, afscheid nemen, ieder zijn auto in en naar huis. Van binnen voel ik me nog altijd een beetje aangeslagen, tien minuten langer blijven praten en we zaten voor uren vast. Ik zet het raam wijd open (ik heb geen airco, mijn enige optie bij de aankoop was dat de wagen kon rijden en er plaats genoeg was om wat grotere schilderijen in te vervoeren).
Ik zet geen nieuws op, thuis ook niet. Ik wil vanavond niet geconfronteerd worden met die verschrikkingen die mensen elkaar aan doen maar nagenieten, nog eens warm worden van de danser die naar mama en papa stond te wuiven: heb je mij gezien, ik sta op een echte scène, je mag fier zijn op mij.













