Antwerpen ... daar komen we


Kris besloot om niet te wachten op een of andere uitvaartdienst om elkaar eens weer te zien. Wie? De studievriendinnen van de normaalschool. En zo ontstond een groepje van vrouwen, dat af en toe samen komt. Nu ik die studiegenoten van toen terug ontdekt heb, smolt mijn hart toen ze me met zoveel warmte uitnodigden voor de volgende samenkomst. Iemand neemt een initiatief, verstuurt een uitnodiging en daarop wordt gereageerd en concreet afgesproken hoe ter plaatse geraken. Nu was het Kris die de touwtjes aanspande. We zouden samenkomen in Antwerpen, ergens iets gaan eten en dan naar het instrumentenmuseum in het Vleeshuis. Dat bezoek zou afgesloten worden met een muziekuitvoering.
Het is wel spannend. Zal ik de vrouwen herkennen die ik op de oud-leerlingendag even ontmoette? Ik zit nog met vage beelden van zestienjarigen in mijn geheugen, terwijl we ondertussen allemaal zeventig worden of geworden zijn. Er zou een groepje in Antwerpen-Berchem afstappen en daar zou Kris ons komen ophalen. Ik neem de trein in Haacht, die me na een half uur af zet in Berchem. Wanneer ik uitstap kijk ik rond of ik niemand herken, neen. Ik vraag voor alle zekerheid naar de tramhaltes, want dit station heeft twee uitgangen. Met een klein hart op weg, want hier loop ik gegarandeerd verloren zonder hulp. Plots zie ik iemand zitten die me stralend toelacht. Ik laat vlug de herinnering passeren van op de oud-leerlingendag maar herken haar niet. We omarmen elkaar en dan moet ik vragen wie ze eigenlijk is. Natuurlijk Kris, dat ik daar niet op kwam, maar ze was er niet bij in Sint-Niklaas. De omarming herhaalt zich, maar nu intenser: plots rollen de herinneringen binnen. Wat straalt Kris sterkte en warmte uit, een pracht van een vrouw.
Het gesprek hoeft geen inleiding. Tussendoor nemen we de tram. Ik zie niets van mijn omgeving, hoeft ook niet en Kris zal wel zorgen dat we aan de juiste halte uitstappen. Het ene woord roept een ander op, een vloed van ervaringen stroomt tussen ons beiden. Alles voelt zo vertrouwd aan, kan het dat we elkaar de laatste vijftig jaar niet gezien hebben?
We trekken naar een restaurantje waar Kris gereserveerd heeft. Op dat moment komen Iris en Diane aan. Ik kan me in dit nogal koude weer geen betere opwarmer wensen. We trekken het restaurant binnen om daar op de anderen te wachten, want buiten regent het nu ook nog.
Daar het nog even kan duren voor de rest er is, bestel ik een koffie, heb ik vandaag nog niet gehad. Smaakt die heerlijk. Stilaan komen de anderen aanzetten. Wanneer we voltallig zijn kunnen we bestellen. Ik neem nu ook een glas wijn. Het is een ander samen zijn dan als je maar met zijn tweeën bent. Nieuwtjes worden uitgewisseld: waar een kleinkind bij, wie heeft welke operatie ondergaan. Iris omschrijft het als ‘zachte roddel’. De kwaliteit van het samenzijn ligt vooral in de warmte die men elkaar toedraagt. Omdat je elkaar maar een paar keer per jaar ontmoet, kunnen alle moeilijke punten worden weggerespecteerd. Ieder is blij samen te zijn … en die kleine kantjes, dat is voor manlief of de kinderen thuis.
Na het middagmaal trekken we naar het Vleeshuis. De toegang is gratis … maar zoveel volk hebben ze niet verwacht. Er worden verschillende kleuren van tickets uitgedeeld, zodat er vier groepen kunnen gevormd worden. Het Vleeshuis is niet zo groot, en met zoveel mensen is het niet comfortabel. Daarbij heeft onze gids een apparaatje bij om muziek te laten horen als illustratie … maar dat werkt niet.
Om drie uur begint een uitvoering op klavecimbel door Korneel Bernolet. Dat maakt de irritaties van het voorbije uur weer goed. Op elke stoel ligt het programma en de voorstelling van de uitvoerder en het werk dat hij gaat vertolken. Het wordt stil in de zaal: even rust in de drukke dag met klanken die zacht de ruimte veroveren. Na een extra nummer, stappen we even naar vier uur terug naar buiten waar het nog regent. De anderen hebben nog zin in een koffie, maar er is nog iemand die graag vertrekt en daar sluit ik me bij aan. Ik ben moe, de voorbije dagen waren ontzettend druk en de komende beloven niet veel beter. Jammer, ik mis mijn trein, ik ben enkele minuten te laat. Nu ja, ik heb een boek bij en installeer me in een wachtzaal.
Wanneer ik thuis kom kan ik nauwelijks nog verslag uitbrengen. Om half acht val ik gewoon in slaap, onderbreek nog even om echt naar bed te gaan en slaap door tot ’s anderendaags ’s morgen. Maar een blij gevoel blijft nazinderen en ik bedenk bij mezelf waarop ik die groep in deze streek zou kunnen trakteren. Met Leuven en Mechelen als nabije steden kan dit toch niet zo moeilijk zijn.


