Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 januari 2014 tot 31 januari 2014

Kinderen

Dan zie ik foto’s van kinderen. Ik denk aan mijn kinderen toen ze zo oud waren. Wat ging er in hem om? Wisten ze wat hen te wachten stond? Wat ging er bij de ouders om die niet bij machte waren hun kinderen te beschermen?

Ik teken maar, vervuld van droefheid om toen, om nu.

 

Het blijft maar in mij zeuren

De foto’s in het boek tonen concrete mensen: voor hun deportatie, tijdens, in de kampen, als lijken en bij de bevrijding. Beelden die in de tijd tot stilstand kwamen, toen. Is er verschil met de beelden die we dagelijks bij het nieuws meekrijgen, buiten de kleur en kwaliteit? Toen was er een führer, nu een president. De ideologie zal een andere formulering hebben, maar het grote gelijk … daar werden en worden levens voor geofferd, liefst die van een ander. Alles verpakt in woorden die het bloeddorstigste in een mens boven halen.

Ik kan alleen maar tekenen om de wanhoop in mezelf te bestrijden.

Koppen

Ik heb een boek over de Holocaust op mijn tekentafel gelegd. Bladzijde na bladzijde doorblader ik het boek. Foto’s van mensen: mannen, vrouwen, ouderen, jongeren, kinderen. Beeld na beeld grijpt me aan. Vaak denk ik: stel dat ik de vervolgde was, dat mijn familie door het politieke systeem werd gebrandmerkt tot de dood … mijn moeder die stierf toen ze 91 was, wat zou er met haar gebeurd zijn. Toch hebben hoogbejaarden de weg naar het gas moeten gaan. Het is allemaal zo onvoorstelbaar … hoewel, we moeten niet verder reizen dan Syrië of …

Vanuit die gegrepenheid begin ik aan een serie portretten. Het gaat er mij niet om of ze gelijken of niet. Maar ik wil de waanzin van toen in eigen beelden vastleggen. Woorden geven aan een gebeuren is een eerste stap naar herstel: beamen dat het gebeurd is. Hoeveel levens heb ik nodig om al die concrete mensen te herdenken, niet alleen van de Holocaust, maar van allen die gedood werden omwille van het geloof in een bepaalde overtuiging … ook een godsdienstige overtuiging, ook de Rooms-Katholieke?

Ik ben te oud om alles te bevatten, om alles te dragen. Hoe kan je echter proberen om die vernietiging te weerhouden, woorden en overleg te gebruiken om tot een humane samenleving te komen?

Eerst een compact dier, waar beweging niet direct een inspiratiebron is. De compactheid van de schildpad helpt me over mijn faalangst heen.

Ik wil wat een meer uitgesproken ‘dierlijkheid’. Iets dat doet denken aan een schreeuw uit het oerwoud.

Dan komt het beeld van iets katachtigs opzetten: mager, taai, niet te vernietigen.

Tussendoor nog een vogel, geen kanarie als je het mij vraagt.

Uiteindelijk vergeet ik alles en laat water en inkt uitdrukken wat zich uit zichzelf aanbiedt.

Water en inkt

Ondertussen ben ik voor tekenen gaan experimenteren met verdunde Oost-Indische inkt. Ik oefen met penseel, het is en heel andere manier van werken dan met een pen. Met penseel kan je niet anders dan losser werken, je moet meer risico nemen, meer op je intuïtie afgaan.

Ik maak een aantal tekeningen met de vraag: wat geeft dat als ik in verschillende grijstinten werk. Omdat ik karton voor taartendozen gebruik, kan ik me nogal vrijuit laten gaan: mislukt het, geen erg, het was toch maar op wegwerpmateriaal. Toch merk ik dat er iets in mij is, dat ook op dit minderwaardig tekenmateriaal, het allerbeste wil boven halen. Niet dat alles even goed lukt.

Het is leuk om doen. Wel vraagt het enorme concentratie. Abstract werken wil niet zeggen er zo maar wat opgooien. Dat hoor je vaak als reactie bij een abstract werk: zoiets kan iedereen, je kliedert maar wat aan. Telkens denk ik: je moet het maar eens proberen.

Dit wordt een start voor vele uren tekenplezier: de ontdekking van water met inkt.

 

Eerst probeer ik gewoon wat te spelen met water en daarin inktlijnen te trekken om voeling te krijgen met penseel, water en inkt.

Na wat oefenen probeer ik een vorm in het experiment te ontdekken.

 

Kokoschka IV

De broodjes hebben gesmaakt. We hangen onze jassen weer aan de touwen en gaan nu de vaste collectie bezichtigen. We kunnen niet alles bezichtigen, daarvoor is het museum te uitgebreid en onze tijd te kort. We kiezen voor de afdeling van 19de eeuw tot heden.

Bekende kunstenaars komen aan bod. Zaal na zaal schuiven we voorbij aan werken die we soms al op een reproductie gezien hebben. Ik voel me ontroerd als ik enkele ‘echte’ werken van Van Gogh zie. Ook minder bekende en onbekende namen komen aan bod.

Het is alleen jammer dat de werken soms zo dicht opeen hangen. Zo wordt een Rodko getoond. Wellicht niet zijn meest aangrijpende werk. Maar het hangt echt verloren tussen de schilderijen die ernaast hangen. Sommige werken hebben toch ademruimte nodig om tot hun recht te komen.

Als afsluiter wippen we nog even de afdeling ‘design’ binnen. Leuk om zien, maar het zijn vooral oudere stukken. Natuurlijk ontbreekt Rietveld niet.

We voelen ons stilaan ‘uitgekeken’ geraken. We besluiten eerst nog even langs de winkel te passeren en dan hebben we tijd voor een koffie, voor de bus ons weer komt oppikken. In de winkel laat ik me verleiden om een cd van Gerhard Richter te kopen. Ik had graag nog een postkaart gevonden van een schilderij van een voor mij onbekende schilder, maar dat me enorm aansprak. Jammer genoeg vind ik het niet als kaart of bladwijzer.

Dan maar naar de koffie, na zo’n dag een welkome afsluiter.

 

Waner de bus ons om vijf uur komt oppikken, ben ik toch wel blij terug naar huis te kunnen. Ik installeer we weer met mijn boek … en als we terug de parking in Aarschot oprijden is het al donker.

Afscheid nemen, morgen zien we elkaar weer in de schilderklas. Ondertussen nagenieten en bekomen.

 

Kokoschka III

Wanneer de inkomkaarten verdeeld zijn, kunnen we vertrekken. Thuis had ik al op internet naar Kokoschka gezocht, op de bus had de lerares schilderen ons nog wat informatie bezorgd die we snel konden lezen en voor we de werken echt gaan bekijken, geeft ze ons nog even wat bijkomende uitleg. Vooral de aspecten van zijn werken waarop we moeten letten komen aan bod. Goed voorbereid betreden we dan de expositieruimte.

Toch word ik verrast door wat ik te zien krijg. Ik blijf niet bij de groep, ik wil de werken op eigen houtje verkennen. Wat me vooral grijpt is de veelzijdigheid van deze kunstenaar. Hij tekent, schildert, is ook literair bezig. Blijkbaar is hij daardoor een gevaarlijk man: hij moet Duitsland ontvluchten wanneer de nazi’s het voor het zeggen krijgen.

Ik word enorm gegrepen door zijn tekeningen. Niet allemaal hebben dezelfde kwaliteit. Met veel fantasie in zijn grafische vormgeving zet hij vooral portretten op papier. En juist daardoor wordt een portret zo ‘sprekend’.

Na een tijdje voel ik me licht in een roes komen: de overvloed van kleuren bedwelmt me.

Wanneer ik me terug aansluit bij de groep lijkt het enthousiasme zich daar ook genesteld te hebben.

Ondertussen is de tijd niet blijven stilstaan en hebben we honger gekregen. We besluiten buiten het museum iets te gaan eten en in de namiddag de vaste collectie te bezichtigen.

Kokoschka II

Terwijl we wachten op de inkomkaarten, kijken we wat rond. In de hoek de museumwinkel. Dat is voor het einde van de dag. In een andere hoek wordt mijn aandacht getrokken door iets speciaal. Zou dat een kunstwerk zijn? Rode en witte koorden die vertrekken van tegen de grond, over het plafond lopen en terug naar beneden gaan. Ik zie enkele kinderen en volwassenen met die koorden aan het werk. zou het een actief kunstwerk zijn dat je als bezoeker mag aanraken. Tot ik ontdek wat het echt is: de vestiaire.

Ik ga er ook mijn jas hangen. Elke koord glijdt in een slotje. Alle koorden komen samen in een cirkelvorm. De koorden lopen recht omhoog, tot tegen het plafond en via een paar katrollen gaan ze terug naar beneden waar er drie kapstokken aan hangen. Om je jas op te hangen zoek je een koord uit die nog niet benomen is. Je laat die koord naar beneden zakken, hangt je jas eraan en trekt dan de koord naar boven tot er een soort verdikking onder het slotje terecht komt en je dat slotje kan sluiten zodat de koord niet terug naar beneden komt. Op de sleutel staat een nummer, die ook op het slotje staat. Je jas hangt dan zo’n vier tot vijf meter hoog, veilig opgeborgen.

Gewoon fantastisch! Degene die dat bedacht heeft verdient een eredoctoraat.

Ik blijf er even naar kijken. Het geeft me een gevoel van ‘spelen’, het lijkt wel een kermismolen. Ik zie dat de anderen er ook plezier in hebben. Twee medewerksters van het museum helpen bezoekers die niet direct hun draai vinden. Wanneer we ’s middags onze jas komen terughalen om buiten het museum iets te eten, hangt de vestiaire vol.

Maar eerst duiken we het museum in.

Kokoschka I

 

 

Met de academie gaan we richting Rotterdam, naar het Boijmans van Beuningen museum. Daar loopt een tijdelijke tentoonstelling met werken van Kokoschka.

We vertrekken om 7u30 stipt op de parking Demervallei in Aarschot. Dit betekent dat we er liefst wat vroeger zijn, zodat de leerkrachten de leerlingenlijst kunnen nakijken. Ik vertrek om kwart voor zeven thuis, zo heb ik ruim de tijd om zelfs verloren te rijden en mijn weg terug te zoeken, want ik weet ongeveer waar de parking gesitueerd is, maar echt de weg weten is iets anders. Ik kan natuurlijk de GPS gebruiken. Toch wil het eerst zo proberen, mijn oriëntatievermogen wat ontwikkelen.

Om kwart voor zes ben ik opgestaan, dat is erg vroeg voor een gepensioneerd iemand. Douchen, boterhammetjes klaarmaken voor het geval dat we lang onderweg zijn. Praten op de bus zit er voor mij niet in: er is veel teveel achtergrond lawaai. Daarom neem ik een boek mee. Ik zit graag te lezen op reis en dan maak ik me ook niet zenuwachtig als we staan aanschuiven in een of andere file. Trouwens, de rit naar Rotterdam duurt gemakkelijk twee uren. Je kan die tijd toch niet laten verloren gaan.

Wanneer ik thuis vertrek valt het me op hoeveel gerij er reeds op de baan is, tot ik besef dat ik vroeger ook midden dat verkeer zat. Hoewel, het was wel een uurtje later dat ik aanzette. Voor mensen die richting Brussel moeten vraagt dat forenzen toch een serieuze inspanning. Ik probeer me te verbeelden hoe in Vlaanderen de wegen vol zitten met wagens die van huis naar het werk rijden. We lijken wel een mierenmaatschappij.

Wanneer ik de wagen parkeer, zijn er al een paar medereizigers aanwezig. Stilaan duiken dan de anderen op. Gelukkig is het niet koud om te wachten op de bus, die is wel over tijd … en wij maar zorgen dat we goed op tijd toekomen.

Instappen. Ik zoek me een plaatsje aan het raam en voor de bus vertrokken is ben ik al verdwenen in mijn boek (De bevrijding van Alex Kershaw). Na twee uren rijden en een 120 pagina’s verder n mijn boek, komen we toe aan het museum. Dat gaat maar open om 11u.

We hebben nog tijd voor een koffie en in de cafetaria van het museum gaan we daar met het groepje van de schilderklas van genieten. Heerlijk.

Om 11 uur gaan de deuren open. Terwijl de verantwoordelijke de inkomstkaarten aankoopt, kunnen wij wat rondkijken en acclimatiseren. Ik ben benieuwd naar wat de dag gaat brengen.

 

De tuin in

Iets meer dan een week terug kon ik me niet meer houden: ik moest de tuin in.

Normaal wordt bij ons de tuin in het vroege voorjaar gesnoeid. We laten de planten groeien en bloeien zoals ze het in hun genen hebben en in de herfst, wanneer alles van zijn overdaad ontdaan wordt, laten we de natuur op zijn beloop. In de winter, wanneer rijm of sneeuw zich aandient, geeft dat ‘natuurlijke’ uitzicht prachtige beelden.

Nu echter lijkt de lente zich reeds aan te dienen. Struiken botten uit, de toverhazelaar staat in volle bloei (in onze tuin veel te vroeg) … tijd dus dat we ingrijpen en snoeien.

Vandaag heeft het gevroren. Het gazon knarst bijna van stijfheid. Met een warme jas en tuinhandschoenen ga ik grenzen stellen aan de uitbloei, zodat ik, over een paar maanden, het nieuwe groen niet moet wegsnijden. De lucht is helder. Ik geniet er van.

’s Namiddags gaan Karel en ik nog even wandelen. Hier de Japanse kers in bloei, daar al de volle pracht van de gele brem, ginds forsythia die hartverwarmend naar buiten treedt.

Het is even wennen: wanneer komt de winter? Alhoewel: ik klaag niet. Kou en sneeuwwegen, neen, dan liever een winterslaap.

De moed niet verliezen

Het is wel boeiend om uit te proberen hoe de grafische vormgeving er uit kan zien van de afdrukken.

Eerst probeer ik één afdruk uit op de oppervlakte. Ik laat de lijnen van de afdruk verder lopen op de achtergrond. Ik gebruik een kleur acryl om het geheel in de verf te zetten. Zo komt de grafische vormgeving tot zijn recht. Is dit boeiend genoeg om aan te houden?

De afdruk blijft, de tekening zal min of meer hetzelfde blijven, maar het schilderen zal veranderen. Dat wordt een hele opgave.

Wanneer ik twee afdrukken gebruik en ze met elkaar verbind, ontstaat er een zekere spanning in het werk. Ik merk dat ik al uitkijk naar de verdere uitsnijding van de lino mat. Dat zal de spanning nog opvoeren.

Maar eerst moet ik proberen van deze linosneden een goede afdruk te maken, maar ook schilderkundig tot een goed einde te brengen. Er staan me enkele spannende momenten te wachten.

 

Overschilderen

Ik neem alles terug mee naar huis. Eerst een nachtje slapen en dan bekijken wat ik ga doen.

En die nacht slapen brengt een oplossing. Ik ga proberen die mislukte afdrukken te overschilderen. Als dat lukt, kan ik opnieuw proberen afdrukken te maken. Wellicht met wat meer geduld en nu vertrouwd met de nieuwe drukinkt, slaag ik er wellicht in een goede afdruk te verkrijgen.

Ik overschilder de afdrukken. Na het drogen merk ik dat een tweede laag nodig is. Zo is de achtergrond voldoende hersteld om me aan een tweede afdrukpoging te wagen.

Ondertussen heb ik de afdrukken op papier uitgesneden en op een taartenkarton gelijmd dat dezelfde afmetingen heeft als de doeken. Zo kan ik al eens uitproberen waar ik heen wil.

Een tegenvaller

Vol enthousiasme vertrek ik naar de academie met twee beschilderde doeken en het materiaal om te drukken. Er zijn nog maar weinig collega’s, dus heb ik alle ruimte om me te installeren in het kleinere lokaal tegenover de ruimte waar de drukpers staat.

Benieuwd open ik een verpakking met drukinkt. Een stroperige massa pakt zich samen op het inrolblad, een wit stuk plexiglas, ergens in een doe-het-zelf zaak op de kop getikt. Bij het uitrollen van de inkt bemerk ik dat mijn handen vol inkt hangen. Niet zo’n beste manier om proper te werken. Dus handen wassen en dan verder werken. Gelukkig lost de inkt gemakkelijk op in water.

Verder werken. De rol van de drukpers laat teveel ruimte voor het afdrukken. Ik wil vermijden dat, door de rol aan te draaien tot de juiste hoogte, er iets mis loopt. Dus stapel ik wat papier op de pers, zodat de juiste stand verkregen wordt. Dan het papier waarop de afmetingen van het te bedrukken papier staan aangeduid en de plaats van de lino mat. Vervolgens nog eens kijken of er voldoende inkt is op de lino mat, de lino mat op de drukpers leggen, vlug nog eens handen wassen en dan het te bedrukken papier op de juiste plaats. Het afdekkend viltdoek over het geheel spreiden en de pers laten rollen.

De eerste afdruk ziet er goed uit, alleen aan de zijkanten wat te weinig inkt en er zijn wat strepen op het uitgesneden vlak die er niet mogen staan. Ik maak drie afdrukken. Ondertussen zijn de collega’s toegekomen die in het lokaal werken waarin ik de afdrukken voorbereid. Om hen niet te storen hol ik naar het toilet om daar mijn handen te wassen. De volgende afdrukken zijn niet zo goed en ik voel de stress stijgen: teveel bijkomende strepen, geen mooi afgedrukte randen.

Dan komen de doeken aan de beurt. Om een iets dunnere inkt te verkrijgen probeer ik de nieuwe drukinkt te mengen met mijn oude, maar dat is niet de ideale oplossing. Het wordt eerder een smotsige boel. Voortdurend loop ik naar het toilet om mijn handen proper te krijgen.

De eerste afdruk op het doek is niet zo denderend. Op papier was het beter. Strepen waar het niet hoort en drukplaatsen die niet goed uit de verf komen. Wel is de plaats waar de afdruk moet komen in orde … toch iets goed. Een tweede afdruk levert niet zoveel beter resultaat op.

Ik voel me echt ontgoocheld in mezelf … waarom kon het niet goed lopen? Technisch zie ik het wel zitten, maar de uitvoering laat het afweten. Ik probeer mezelf te troosten dat het om een leerproces gaat, een volgende keer zal het wel beter lukken.

Het nieuwe ontwerp

Ik verknip een rol schildersdoek van 70 cm breedte tot een lengte van 90 cm. Wanneer ik aan de vier kanten 5 cm wit laat, bekom ik een te bewerken oppervlakte van 60 x 80 cm, een standaardmaat waarvan ik een aantal lijsten heb. Als ik het resultaat van mijn drukwerken ooit wil inkaderen hoef ik die wisselkaders maar boven te halen.

Een zestal doeken verf ik met acryl. Bij de afdruk van ‘Het Dorp’ leek de drukinkt op een acryl ondergrond het goed te doen. Met die ervaring kan ik nu weer een stap verder.

Ondertussen heb ik een bestelling van drukinkt toe gekregen. De samenstelling is wel iets anders dan de inkt die ik gewoonlijk gebruik. Deze inkt is op basis van olie maar toch met water afwasbaar. Ik hoop dat die inkt de flexibiliteit van een doek aankan. Pas als het resultaat goed is kan ik denken aan inkaderen of het werk op een spieraam spannen.

Terwijl ik de doeken klaarmaak voor druk, laat ik mijn fantasie de vrije loop. Ik wil de lino plaat drie keer bewerken. In een eerste uitsnijden geef ik de basis van het ontwerp: een kern en de lange tentakels. Na het afdrukken ervan ga ik nog verder uitsnijden: naast de lange tentakels komen kleinere inkepingen en tenslotte ga ik die kleinere inkepingen vergroten zodat de afdruk erg levendig wordt. Elke fase krijgt twee afdrukken op doek. Een eerste afdruk met het ontwerp waarrond ik dan ga schilderen. Een tweede afdruk met twee keer een afdruk, of een halve afdruk en wat verder de andere helft. Beide afdrukken probeer ik dan met elkaar te verbinden, waardoor een spanning ontstaat die leuk om bewerken is.

Grafisch zie ik het al voor mij. Hoe ik er een ‘schilderij’ van ga maken: dat zal een avontuur worden. Nu zit ik echt te wachten om naar de academie te gaan om met afdrukken te beginnen.

Doek als achtergrond

Op schilderdoek werk ik met sterk verdunde acryl, zodat een waterverfachtige achtergrond ontstaat. Een ander achtergrond bestaat uit op papier gelijmde stof. Een overschotje dat ik uit de dansschool meenam voor het in de afvalbak terecht kwam.

Aan het droogrek hangt alles nu te drogen. Wat ik er ga mee doen? Moet er een antwoord komen op die vraag? Ik heb er van genoten, veel geleerd. Wellicht kan ik er iemand plezier mee doen bij een of andere gelegenheid: in plaats van een bloemetje een gans dorp aanbieden. Ieder heeft zijn of haar herinneringen aan dat ‘dorp van vroeger’, want zelfs de stad van ‘toen’ lijkt nu bijna een dorpse aangelegenheid. De revolutie van de paardentram is vervangen door een ondergrondse metro en een lief zoek je nu niet meer op fietsafstand maar via internet ligt de hele wereld aan je voeten.

Maar mij hoor je niet klagen over die verandering: ‘vroeger’ heeft voor mij geen aantrekkingskracht, ik zou tijdens de winter vergaan van de kou en in de zomer bedolven worden onder het wecken van groenten. Een vrouwenleven betekende kinderen baren, grootbrengen, wellicht de fabriek of anders de armoede in, tenzij je tot de hogere kringen behoorde.

Olieverf als achtergrond

Ik probeer dan ook eens met olieverf als achtergrond. Dit is niet zo denderend. Op een spiegel strijk ik sterk verdunde olieverf uit en druk daar een papier op dat als achtergrond gaat dienst doen, zoals je een monotype maakt. Daarna moet dit drogen. Het is dat aspect dat nogal tegenvalt: na een week is het nog niet echt helemaal droog. Ik druk dan ook die achtergrond als laatste exemplaren.

Acryl als achtergrond

Ik maak achtergronden van verschillende kleuren in acryl en experimenteer met de inkt.

Eerst maak ik een proefdruk met zwarte inkt op taartenkarton. Dat lukt, dus waag ik me aan de achtergronden die op bedrukking liggen te wachten. Het is boeiend bezig zijn. Steeds nieuwsgierig wat er van onder de pers komt gerold. Sommige afdrukken vind ik wel geslaagd, anderen komen niet zo goed uit de verf, letterlijk dan.

 

Feesten met de schilderklas

Met de schilderklas vieren we het eindejaarsfeestje na Nieuwjaar. Voor we in vakantie vertrokken konden we een lijst invullen met wat we op dat feest zouden meebrengen, zodat niet iedereen met een zelfgebakken cake zou afkomen. In de klas zitten er enkele collega’s die enorm goed zijn op gebied van koken. Elk jaar heeft dit feestje dan ook een culinaire aantrekkingskracht.

Ik schrijf me als eerste in en engageer me voor de aperitief met enkele flessen cava. Zo moet ik niet aan de slag voor een slaatje of een quiche. Sinds Karel bekende dat hij graag kookt, laat ik met veel plezier die opdracht aan hem over. Ik zal af en toe inspringen in de keuken, maar dan beperkt mijn bijdrage zich nogal vaak tot een pizza. Dan zet ik de oven in de juiste stand, haal de pizza uit de diepvries, de doos eraf en schuif de pizza in de oven wanneer die warm genoeg is. Als het belletje rinkelt dat de pizza klaar is voor consumptie gaan we aan tafel en bedankt Karel me voor mijn bijdrage aan de warme maaltijden in ons gezin. Ik heb geen probleem om mijn bijdrage in de keuken heel beperkt te houden, zo kan Karel schitteren … en ik uitgebreid genieten van wat op me afkomt.

Wanneer iedereen met zijn bijdrage de academie binnen komt, lijkt het wel of de drie koningen zich vermenigvuldigd hebben: het is gewoon overvloed.

De emming zit er al in voor de cava geschonken wordt. We zijn wel voorzichtig met de drank, iedereen wil nog veilig naar huis kunnen.

Voor het dessert voel ik de vermoeidheid toeslaan … zou dat de leeftijd zijn?

Ik verlaat als eerste het samenzijn. De laatste dagen zijn erg druk geweest, beter dat ik toegeef aan mijn behoefte aan rust. Zo kan ik wellicht nog een tijdje meedraaien.

 

Nog even de sfeer van kerstmis bovenhalen … bij gebrek aan een kerstboom gebruiken we de schildersezels

De grote afdrukken

Voor de afdrukken van ‘Het dorp’ dien ik de pers in de academie te gebruiken. Gelukkig functioneert ze prima. Ik ben erg benieuwd hoe de afdrukken het gaan doen op de achtergronden die ik voorbereid heb.

Een eerste achtergrond bestaat uit een collage van ’cadeautjes papier’. Eerst papier verscheuren, zodat een licht gekartelde rand ontstaat. Ik scheur de zijrand zo, dat die schuin afzakt en daardoor erg dun wordt. Dit verlijmt mooier dan met de schaar verknipt papier: je merkt nauwelijks waar een stuk eindigt en een ander stuk begint. Dan dit papier schikken op een wit blad van goede kwaliteit, zodat door het vocht van de lijm de ondergrond niet gaat krullen. De stukken van de collage, die tegen de rand aanliggen, verknip ik wel met een schaar, zodat de buitenlijn mooi recht oogt. Ik maak de collage even groot als de uitgesneden lino.

Bij het drukken lukt het me de afdruk van de lino op de juiste plaats te krijgen. Dat geeft me het gevoel al wat vakkennis veroverd te hebben. De afdruk was beter tot zijn recht gekomen als de drukinkt wat meer in contrast zou gestaan hebben met de achtergrond. Ook dat is een leerproces.

Hier heb ik de lucht en de boom van een collage voorzien.

Met wit zijdepapier heb ik de ondergrond wat structuur gegeven en daarna met acryl lichtblauw geschilderd.

Hier is de collage gemaakt met recht af gesneden stukken uit een of ander blad. Ik had beter geen donkere kleuren gebruikt, want die contrasteren onvoldoende met de afdruk.

Weer iets anders

Met de lino plaat met visjes maak ik ook wat afdrukken. Een deel gebruik ik om kaartjes te maken. Hier ook probeer ik te experimenteren met achtergrond en inkt.

Daarmee komt een einde aan mijn eerste drukperiode. Ik kijk al uit om in de academie aan de slag te gaan met de grotere lino.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten