Kokoschka II

Terwijl we wachten op de inkomkaarten, kijken we wat rond. In de hoek de museumwinkel. Dat is voor het einde van de dag. In een andere hoek wordt mijn aandacht getrokken door iets speciaal. Zou dat een kunstwerk zijn? Rode en witte koorden die vertrekken van tegen de grond, over het plafond lopen en terug naar beneden gaan. Ik zie enkele kinderen en volwassenen met die koorden aan het werk. zou het een actief kunstwerk zijn dat je als bezoeker mag aanraken. Tot ik ontdek wat het echt is: de vestiaire.
Ik ga er ook mijn jas hangen. Elke koord glijdt in een slotje. Alle koorden komen samen in een cirkelvorm. De koorden lopen recht omhoog, tot tegen het plafond en via een paar katrollen gaan ze terug naar beneden waar er drie kapstokken aan hangen. Om je jas op te hangen zoek je een koord uit die nog niet benomen is. Je laat die koord naar beneden zakken, hangt je jas eraan en trekt dan de koord naar boven tot er een soort verdikking onder het slotje terecht komt en je dat slotje kan sluiten zodat de koord niet terug naar beneden komt. Op de sleutel staat een nummer, die ook op het slotje staat. Je jas hangt dan zo’n vier tot vijf meter hoog, veilig opgeborgen.
Gewoon fantastisch! Degene die dat bedacht heeft verdient een eredoctoraat.
Ik blijf er even naar kijken. Het geeft me een gevoel van ‘spelen’, het lijkt wel een kermismolen. Ik zie dat de anderen er ook plezier in hebben. Twee medewerksters van het museum helpen bezoekers die niet direct hun draai vinden. Wanneer we ’s middags onze jas komen terughalen om buiten het museum iets te eten, hangt de vestiaire vol.
Maar eerst duiken we het museum in.


