Snijwerk V

Snijwerk V
RolstoelbasketDeepak heeft ons uitgenodigd om in het sportcentrum van ‘Ter Heide’ in Rotselaar een treffen te volgen van rolstoelbasket tussen zijn club en de nationale ploeg. Daar het maar enkele minuten rijden is gaan we er op af. Het is al erg lang geleden dat ik mijn zoon nog aan het werk zag en dit wil ik nu niet missen.
Ik ken niet zoveel van de rolstoelbasket, van gewone basket ook niet. Er zijn doelen waarin men moet proberen te scoren … maar voor de rest laat ik het aan het wijze oordeel van de scheidsrechters over om over fouten te oordelen. Weet je, het gaat allemaal zo vlug. Die mannen vliegen met hun rolstoel over de vloer, proberen de bal te bemachtigen of te houden, zijn op elkaar ingespeeld en gebruiken allerlei truken om de anderen te misleiden.
Het gaat er best hevig aan toe. Af en toe wordt er wel eens een atleet uit zijn rolstoel gewipt. Gelukkig zitten ze stevig vastgebonden. Ze kennen kneepjes om rap terug in de goede positie komen en als het alleen niet lukt is er wel een medespeler die een handje toesteekt. Toen Deepak op de vloer lag en niet makkelijk recht kon was er een tegenspeler die hem met één hand omhoog trok. Die rolstoel zit als gegoten aan hun lichaam en de spelers zitten echt goed ingesnoerd. Soms lijkt het of de spelers een ballet uitvoeren. En alles gebeurt zo snel dat ik moeite heb te ontdekken waar de bal zit.
Wat me ook verbaast is de handvaardigheid van die mannen. In volle vaart pikken ze een bal op of plukken ze de bal van de grond om hem dan even later in het net te deponeren.
Toen Deepak hier toekwam was hij een fragiel kereltje dat moest leren met mes en vork te eten i.p.v. met die fijne vingertjes van hem. Nu is hij uitgegroeid tot een stevige sportman met handen die een basketbal onderste boven kunnen vasthouden zonder dat die valt.
Een zoon om fier op te zijn, ook als hij niet basket.


Terug naar het gewone levenVandaag moet de tentoonstelling in de Mena opgeruimd worden. Opruimen is gemakkelijker dan opstellen en gaat veel vlugger. Ik heb alleen 12 werken mee te nemen en de 12 nagels uit te trekken die de werken gedragen hebben. Wanneer ik klaar ben met de klus ga ik verder op zoek naar nagels. Wanneer een nagel blijft steken kan die kwetsen wanneer de panelen afgebroken worden.
Het afbreken en versleuren van de panelen laat ik aan de jongeren over. Voor het middag is staan de panelen beneden te wachten op vervoer.
In de namiddag zijn we met de tekenklas afgesproken voor een etentje in de tuin van een collega. Wat een pracht van een tuin. De zon is van de partij, enkelen hebben gezorgd voor bijzonder lekkere hapjes: het samenzijn kan niet meer stuk.
Voor de afscheidnemende collega’s, zoals ik, heeft iemand kaartjes gemaakt en laten rondgaan, zodat iedereen er iets op kon schrijven. Een bloemetje voltooide de attentie. Leuk.
Ik vertrek nogal vroeg, ik ben gewoon te moe om langer mee te vieren. Ik ben aan vakantie toe.


Presentatie van mijn eindwerkIedereen die een eindwerk maakte kreeg een wand van 2,44 m op 2,44 m. Niet bijster groot van oppervlakte om een eindwerk te presenteren. Maar we maken van de nood een deugd en het lukt me om 12 werken te presenteren. Door te zorgen dat elk werk dezelfde afmetingen heeft en de werken mooi in het gelid te hangen verkrijgt mijn wand een zekere variëteit in het aanbod en iets dat de aandacht van de bezoeker trekt.
Ik had met de leraar afgesproken dat ik tafels zou meebrengen waarop ik mijn boeken en harmonica’s zou presenteren. Dat verruimt de mogelijkheden van werk te tonen. De jury is woensdag komen kijken en jureren. Vrijdag ben ik zelf aanwezig geweest op de tentoonstelling zodat ik kon vragen handschoenen te gebruiken bij het doorbladeren van wat op tafel aangeboden werd. ’s Avonds heb ik alles opgeruimd want mensen zijn erg slordig in het omgaan met zo’n boeken. Voor hen betekent dat wellicht niet zoveel, voor mij zijn het schatten. Ik kan niet verdragen dat ze achteloos een leeg glas op de tafel achterlaten of met niet al te propere handen bladeren.
Op het Egidius ben ik wel fier en vooral: het is een reeks vanuit mijn hart. Het verhaal van mijn zoon. Hem draag ik overal mee … ook tot in de Mena.



ZaterdagVandaag zou ik naar de tentoonstelling in Aarschot gaan … maar ik ben doodop. Ik verlang niets liever dan thuis te zijn, wat te lezen, verder te snijden aan het werk dat ik vorige dagen opgezet heb en als ik te moe word: in een zetel zitten en slapen.
Dus doe ik dat maar. Het is jammer dat ik de eindwerken niet zie van de mensen die afstuderen in kant want daarvoor wou ik speciaal gaan. Maar er zullen zich nog wel gelegenheden voordoen om zoiets te zien.
Ouder worden is meer en meer op zijn beperktheden botsen. ‘k Zal dat moeten aanvaarden, hoewel het tegen ‘heug en meug’ is. Ik moet bekennen dat het de laatste tijd erg druk is geweest … en alle tijd die er over was ging naar het snijden in papier.
Nog even volhouden en een rustige periode breekt aan: vakantie. Ik heb geen verdere reisplannen dan mijn atelier en tekentafel. Daar is zoveel te ontdekken. Tussendoor zal ik samen met Karel wel wat wandelen. En ook af en toe eens afspreken in Leuven voor een koffie: vriendschap is geen tijdverlies, integendeel, je leeft er intenser van.
VrijdagOm 13 uur gaat de tentoonstelling in de Mena open en ik heb me opgegeven om er permanentie te doen. Gelukkig heb ik wat vrienden verwittigd dat ik die namiddag aanwezig ben, zodat er toch wat bezoekers te noteren vallen. Vrijdagnamiddag is feitelijk geen dag om een tentoonstelling open te houden. De mensen gaan werken, winkelen, poetsen of vervoeren kinderen naar een sportclub.
Gelukkig heb ik mijn bezigheid: lezen. Omdat er in de tentoonstellingsruimte alleen de hoge krukken van de aanpalende bar kunnen gebruikt worden om te zitten heb ik een opplooibaar zeteltje meegebracht. Dat geeft meer comfort.
Eerst neem ik uitgebreid de tijd om rond te kijken en wat foto’s te nemen. Daarna duik ik in een eerste boek: ‘Het kantklosboek’. In een tweedehands boekenwinkel op de kop getikt. Er wordt uitgebreid over het moderne kantklossen gehandeld. Twee bezoekers later lees ik verder over Plantijn, een boek dat ik wil recenseren.
Tegen zes uur aan ruim ik op: ik pak mijn (teken)boeken en harmonica’s in en schik de plooitafels tot vervoerformaat. Alles via de lift de auto in. Zo, deze job zit er op. Meteen neem ik een beetje afscheid van de academie in Werchter.
‘s Avonds, om 20 uur is het in Werchter proclamatie van degenen die afstuderen en daarna rijden we terug naar de tentoonstellingsruimte in de Mena: de gemeente biedt de afstuderenden en hun genodigden (iedereen die wil is welkom) een drankje aan.
Omdat de lucht er nogal onweersachtig uitziet, houdt men de proclamatie binnen. Gelukkig kunnen we eerst buiten de mensen begroeten die we kennen. Dat is wel leuk: collega’s die vorige jaren afstudeerden komen nog even terug. Wat woorden over en weer om feitelijk te zeggen dat het leuk is elkaar weer te zien. Dan naar binnen: niet te overleven. Teveel mensen in een ruimte die daarvoor niet bedoeld is. Eerst worden de kinderen van de lagere school afgeroepen. Die verdwijnen meteen na het overhandigen van hun diploma, een kus van de juf of leraar en sommige van de leraren of leraressen hebben nog een kleine attentie voor hun leerlingen. Dat zal wellicht gekoesterd worden.
Volgt de middelbare graad en wanneer de volwassenen aan de beurt komen is er al wat meer ademruimte. Ook ik word naar voren geroepen om mijn attest en kussen van de leraar in ontvangst te menen. Ondertussen is Ludo in de weer om foto’s te nemen, zodat het voor de eeuwigheid vastligt … als tenminste de pc niet crasht.
De auto in … en weer naar de Mena. Later vertelt Karel me dat er toch heel wat mensen waren die mijn werk waardeerden. Leuk dat te horen. Voor de meeste mensen is abstract werk nogal moeilijk te benaderen. Ook ik heb het maar langzaam aan leren waarderen.
De mensen kijken naar de ten toon gestelde werken en drinken een glas. Omdat ik alles al uitgebreid gezien heb kan ik me toeleggen op ‘praten’: mijn ‘sociaal’ zijn eens ruimte geven. Ik geniet.
Opstellen tentoonstelling eindwerkDe eindwerken worden ten toon gesteld in de Mena, het vrije tijdscentrum in Rotselaar, een tiental minuten met de auto bij ons vandaan.
Met Brigitte afgesproken dat we elkaar zouden helpen bij de opbouw van de tentoonstelling, want haar eindejaarsleerlingen konden beiden niet komen: de ene wegens op vakantie, de andere moest werken. Nu, we werken graag samen en hebben al heel wat tentoonstellingen samen opgebouwd.
Zondag heb ik de auto geladen en toen bleek dat ik nog heel wat plaats had in de koffer. Ik belde Brigitte met het voorstel om maandagmorgen naar de academie te komen en daar onze auto te laden met de werken die moesten vervoerd worden. Brigitte kon dan verder rijden naar de Mena waar ze verwacht werd om samen met haar collega’s de panelen te plaatsen waarop in de namiddag de leerlingen hun werken kwamen ophangen. Ik zou dan met mijn werken en een deel van de schilderwerken van anderen na de middag komen.
En zo gebeurde. Na de middag kwam ik aan in de Mena en even later kwam Brigitte naar beneden. Auto’s leegmaken en met de lift naar de tweede verdieping. De lift ging nogal bibberend naar boven, echt geen leuke ervaring. Wellicht vond men dat hier een normale bedoening, maar ik zou voortaan zo weinig mogelijk de lift gebruiken.
De panelen waren nog niet allemaal geplaatst, maar de plaats die ik toegewezen kreeg was reeds in orde.
Eerst de plooitafeltjes in orde maken, zodat mijn boeken op hun plaats konden gelegd worden. Dan de mij toegewezen panelen afmeten zodat de nagels om de schilderijen op te hangen op de juiste plaats kwamen te zitten. Gelukkig had ik thuis reeds berekend waar de nagels moesten zitten, zodat ik niet ter plaatse moest beginnen rekenen. Ook het ophangsysteem van de schilderijen had ik bekeken: de werken die met een draad omhoog werden gehangen had ik voorzien van een extra draad zodat ze op dezelfde hoogt aanhaakten als de werken met een vast ophangsysteem. Eventueel kon ik die extra draad wat aandraaien als het resultaat niet bevredigde. Maar behalve één werk, klopte de rest als een bus. ’t Verwonderde me dat alles zo ‘paste’ en met een extra draai werd ook het werk dat even uit de rij dreigde te vallen op de goede plaats gedwongen.
Ik had ruimte genoeg op de tafels om mijn ‘boeken’ aan te bieden. Zo had ik het me gedroomd en dan is het ontzetten leuk als het ook zo uitkomt zonder dat er zich problemen stellen.
Daarna Brigitte gaan helpen maar die was ook aan haar laatste schilderijen bezig.
Met een gerust gevoel naar huis: mijn werk kon gezien worden.
Hiernaast een eerste foto. Omdat er teveel spiegeling op de werken zit stel ik het fotograferen uit tot een beter moment.
Snijwerk IV
Met dit snijwerkje heb ik een wenskaart gemaakt. Hopelijk is de betrokkene er blij mee. Ik vermoed van wel.
Snijwerk III

De uitgesneden werkjes plak ik in boekjes of in een harmonica, zo blijven ze mooi bewaard. Bij de harmonica’s beplak ik beide kanten. Je kan dan beginnen bladeren en blijven bladeren, een soort draaimolensysteem. Voor dit harmonica heb ik de ene kant met wit snijwerk beplakt en de andere kant met zwart snijwerk.
Snijwerk II
Ik heb verschillende afmetingen papier op mijn tafel liggen om te snijden. Ik neem maar wat mij het aantrekkelijkst lijkt. Ik dacht aan knollen: ajuin, look … ach het resultaat moet geen keukendienst doen, dus maak ik er maar wat van.
Snijwerk INiet al mijn aandacht gaat naar het eindwerk. Eens wat ik wil ten toon stellen klaar staat, kan ik daar mijn aandacht van terugtrekken en weer achter mijn tekentafel gaan staan die nu een snijtafel is geworden. Ik weet niet meer wat ik eerst maakte en wat volgde. Ik toon maar wat. Een eerste werkje is iets speciaal. Een vriendin had pas behangen en ik vond het behang zo mooi dat ik een overschot vroeg. Daarmee ging ik aan de slag. Ik volgde de lijn en de kleur. Wat dezelfde kleur had kreeg eenzelfde bewerking: wegsnijden, horizontale lijnen maken of gewoon laten zoals het was. Nu weet ik waarom dat behangpapier mij zo aansprak: het is ontzettend mooi van lijn. De ontwerper moet wel een goede dag gehad hebben: sierlijkheid oproepen en plezier hebben daarin.
Woord en beeldBij het verzamelen van de werken worden ze op de grond uitgespreid zodat er gemakkelijk kan gekozen worden welke werken geëxposeerd worden. Van elke leerling komen er minstens drie werken aan de muur of op het paneel.



Opeens klinkt er een prachtige stem: iemand verrast ons met haar zangtalent tussen het verven door. Blues om kippenvel van te krijgen. Er wordt om meer gevraagd. Ineens vibreert de ruimte alsof een zon alles opwarmt.



De grote opruimEn dan is het weer zo ver: het einde van het jaar betekent de lokalen in de academie klaar maken voor de eindejaartentoonstelling. Elke klas moet zorgen voor de toegewezen ruimten: ezels, tafels, stoelen en kasten wegbergen. Meestal wordt alles opgestapeld achter panelen die jaarlijks worden aangebracht. Muren en panelen schilderen … en dan de tentoonstelling opbouwen.
In de tekenklas ben ik met enkele collega’s de ‘foto’s’ ingedoken. Het zijn foto’s die gebruikt werden bij het uitvoeren van een opdracht. Normaal worden die dan terug op hun plaats in de farde gestoken … maar heel vaak vergeet men de terugbergactie. Op het einde van het jaar worden dan vrijwilligers gezocht om die foto’s te ordenen. Ik doe dit werkje al een paar jaren. Nu zal ik het voor de laatste keer helpen doen. Eerst de foto’s die samen horen op eenzelfde stapeltje leggen en dan ze in de juiste farde steken. Het is een werkje dat eerst om analyse van de chaos vraagt en dan om de synthese van de georganiseerde verspreiding. Ik doe het graag, vraag me niet waarom. Trouwens, ik ben niet meer in staat om met de jongeren te sleuren met de het materiaal.
Ook in de schilderklas ontsnap ik aan het gezeul van de meubelen: de lerares vroeg me om passe-partouts te snijden voor schilderijen op papier. Dat is leuk om doen: door een passe-partout krijgen de werken meer uitstraling. Ik denk dan aan de collega’s die die werken maakten: ze zullen verrast zijn met het resultaat. Net of je helpt de wereld een beetje blijer en mooier te maken.
Daarna wordt er geverfd. Omdat alles al klaargezet werd en verschillende vrijwilligers zich aanmelden, is die karwei nogal vlug geklaard.
In de tekenklas is men reeds begonnen met het ophangen van de tekeningen terwijl we met de foto’s doende waren. In de schilderklas werken we er met de groep aan. We werken met twee ploegen. De ene groep, een mannengroep (twee in totaal, nummer drie is niet komen opdagen wegens te oud) hangt werkjes rond WOI omhoog, terwijl Brigitte en ik zorgen voor de andere werken, onder luide aanmoedigingen van de anderen. Die moeten kijken of alles recht hangt, geven commentaar als ze vinden dat een bepaalde presentatie niet zo best is of zwaaien lof toe als een groep werken het weer samen uitstekend doet. Het is een samenwerking waar je hoorndol van wordt maar tevens bindt die werkwijze de groep aaneen.
Als wat kan gedaan worden gedaan is, heb ik maar één verlangen: de stilte van thuis.
En nu maar snijden
Heel voorzichtig haal ik wat ik aankocht uit de verpakking alsof het om een rituele handeling gaat. En dan natuurlijk is het moment aangebroken waarop ik met dit materiaal aan de slag ga.
De nieuwe snijdmat is heerlijk. Gewoon mijn hand er over laten gaan voelt zacht aan. Van die zachtheid zal na intens gebruik niet veel meer van overschieten. Het nieuwe snijmesje doet het prima: het papier voelt als boter wanneer ik er in snij. Met het aangekochte papier heb ik nog wat moeite: het is opgerold en blijft moeilijk plat liggen. Dus zet ik er een strijkijzer op of hoe huishoudelijke karweitjes kunnen helpen om problemen een praktische oplossing te geven. Nu blijft het plat liggen en kan ik aan mijn snijwerk beginnen.
Uren ben ik intens bezig. Ik snij tot mijn vingers verkrampen. Het is zo heerlijk om doen. Ik wil nog wat klaar hebben voor de eindejaarstentoonstelling. Niet dat het nog noodzakelijk moet … maar ik heb zo’n zin om mezelf uit te dagen.
Nieuw materiaalIk blijf me volop uitleven met het snijden in papier. Alleen merk ik wel waar de tekorten zitten: teveel braam en vaak moeilijk om de juiste lijn te realiseren.
Ik wil het materiaal dat ik gebruik onder de loep nemen. Een breekmes van goede kwaliteit verhoogt een zuivere snede, maar voor fijn werk is het niet zo ideaal. Het papier is ook een voorwaarde voor zuiver werk. Dus naar de winkel om te zien of er iets op de markt is dat beter aan mijn wensen voldoet.
Omdat mijn snijdmat ook al doorkerfd is en dit soms aanleiding geeft dat mijn snijden een andere kant uitgaat dan ik wil, ga ik op zoek naar een nieuwe snijdmat. Gelukkig is dat allemaal nogal te betalen. Bij die snijdmat vind ik ook een houder met een zeer scherp snijmesje, ook vervangmesjes worden aangeboden. Dan ontdek ik bij het papier een nieuwe soort. Op rol wordt papier aangeboden waarop men graffiti kan spuiten. Dat papier lijkt me geschikt en wil ik ook eens uitproberen.
Met mijn wagen vol opwindende uitdagingen rij ik naar huis: ik ben echt benieuwd wat het nieuwe materiaal me zal aanbieden.
KunstenaarsboekenbeursOp 7 en 8 juni ging in Tour & Taxis de zevende editie door van de kunstenaarsboekenbeurs. Daarin kwamen alle facetten van het kunstenaarsboek aan bod: zowel boeken over kunstenaars, als boeken als kunstobject. Prachtig ingebonden boeken in een foedraal als miniboekjes met alleen een lint om te sluiten.
Catherine vroeg of ik niet mee ging. Eerst eens op internet gekeken wat die beurs precies inhield … maar dan moest ik niet meer overtuigd worden. Omdat Catherine graag rijdt en je tegenwoordig via GPS je weg ook in Brussel kan vinden, gingen we met de wagen. We vertrokken om 9 uur, zodat we op tijd terug zouden zijn om nog wat van het zonnige weer te genieten en te rusten voor de nieuwe week begon. Helaas bleek die beurs veel boeiender dan de zon en rond de middag belde ik naar Karel dat ons bezoek het wat uitliep.
Ik werd er bijna gek van het aanbod. Nog maar vanuit het standpunt van papier als pure materie verzoop je in het veelsoortige en maar kijken en witte handschoenen aantrekken om heel voorzichtig te bladeren. Puur zintuiglijk genot. Er waren boeken over kunstenaars met een normale oplage, maar ook boeken met een beperkte oplage of boeken die gewoon uniek zijn. Aan een tafel zat een kunstenaar een uniek boek te maken: met allerlei tekenmateriaal was hij een harmonica aan het samenstellen. Ik weet niet of hij mijn aanwezigheid merkte: zo werken vraagt enorme concentratie want er kan niets ongedaan gemaakt worden. Aan het resultaat zag je dat er ‘plezier’ in het werk stak: heel kleurig en gebruik makend van verschillende technieken. Geen betere manier om je helemaal te laten gaan in het spel van de fantasie.
Toevallig was ik thuis een boek over Plantijn aan het lezen. Daarin werd uitgelegd hoe men vroeger drukte. Dat deed me oog hebben voor de praktische kant van de getoonde werken.
Ik kon het niet laten: ik kocht twee boeken. Het ene boek gaat over een kunstenares: Lignes van Pierrette Bloch. Wat me aantrok was o.a. haar werken met een heel naïef lijnenspel, maar vooral dat ze, geboren in 1928 tot op vandaag, als 86-jarige, actief is als kunstenares. Het andere is een dun boekje: Mémoires de papier van Nadège Moyart. Elke bladzijde is ingesneden met een ovaalachtige vorm die groter en groter wordt. Onderaan staan dan enkele woorden die met herinneren verband houden. Wanneer je op het einde van het boekje komt merk je dat de insnijdingen de jaarringen van een boom oproepen … de boom waaruit het papier gemaakt is. Kippenvel kreeg ik toen ik het boekje in mijn hand had.








Aquarel
Christel vroeg of ik geen zin had om met aqaurel aan de slag te gaan. Vroeger heb ik al eens met aquarel gewerkt. Voor mij is het ontzettend moeilijk om er een goed resultaat mee te bekomen. Toch wil ik die techniek opnieuw uitproberen. Ik vind aquarel iets heel poëtisch hebben. Christel moest het me geen twee keren vragen.
Met een paar vrouwen komen we samen in het atelier van de kunstenaar. De anderen ken ik ook: ze zijn ook van Werchter.
De leraar is vooral gespecialiseerd in portretkunst, zowel in olie, acryl als in aquarel. Ik heb wat foto’s meegenomen waarmee ik aan de slag wil gaan. Hij legt me uit waarom die foto’s geen goede basis zijn: te abstract, geen goede lichtinval. Onmiddellijk krijg ik les over warm en koud licht. Hij stelt me voor met de basis te beginnen: een witte kom op een witte ondergrond. Eerst doet hij het voor en dan kan ik aan de slag.
Na een paar uur intens werken, wel met tussendoor een koffietje, heb ik de indruk nog nooit zoveel bijgeleerd te hebben. Het is niet mijn bedoeling om stillevens te produceren, maar nu wil ik me strikt aan die basisopleiding houden. Thuis kan ik dan experimenteren zoveel ik wil. Ik droom van abstracten waarin aqaurel en Oost-Indische inkt samen op weg gaan. Maar eerst het ‘ambachtelijke’ onder de knie krijgen … wie zei ook weer dat kunst niet alleen bestond uit inspiratie maar voor het grootste deel uit transpiratie?
De oorlogstentoonstellingNaast de tentoonstelling van Kunst Loco Motief, liep in hetzelfde Mixx centrum een tentoonstelling over WOI en WOII. Nu we daar toch waren, konden we het niet nalaten daar ook ruim de tijd voor te nemen.
Een eerste deel van de tentoonstelling was gewijd aan WOI: veel foto’s die een aangrijpend beeld oproepen hoe het voor de ‘gewone’ mens was, ook al stak hij soms in een legeruniform. Oorlog brengt alleen vernietiging voort: gebouwen die nog nauwelijks overeind staan, mensen op de vlucht … Feitelijk kunnen we ons dat nu niet meer inleven hoe het ‘toen’ was.
Een vrouw sprak me aan: toch erg hé. Ik zei haar dat ik me zo triestig voelde bij die foto’s. Ja, zei ze … en er is nog niets veranderd. We begrepen elkaar. Oorlog bracht alleen maar rouwen voort: toen en nu. Alleen is het nu wat verder van ons comfortabele bed. Wij keren niet terug naar een huis in puin, naar toekomstplannen die niet meer kunnen omdat de geliefde afwezig is, vreugde om kinderen die omdraaide in de nachtmerrie van hun dood. Familie als een geschonden illusie. Na elk bombardement, als je het overleeft, zich afvragen: hoe stellen de anderen het? Leven ze nog?
Een tweede deel betrof WOII. Enkele relicten uit die tijd werden getoond: vooral moto’s en wapens, Uniformen rond wassen soldaten moest het geheel wat ‘echter’ doen lijken. Die objecten kwamen uit privé-verzamelingen. Aan de toog stonden enkele mensen in uniform. Even dacht ik: waarom kruipen ze in zo’n uniform en staan ze aan de toog te drinken? Zijn dat mensen die graag oorlogje spelen?
Op het einde van de tentoonstelling stond een heel pakkende enscenering: wassen poppen droegen de gestreepte pyama’s van de gevangenen in de kampen. Ik liet me vooral meevoeren door een ‘klein’ formaat van pyama: dat moet wellicht nog een puber gedragen hebben die nauwelijks de kinderjaren ontgroeid was.
Ik had die avond genoeg gezien. Ik had geen zin meer om in de andere tentoonstelling nog met vrienden of bekenden te gaan praten. Christel en Ludo wilden ook naar huis. Oorlogsbeelden vragen zwijgen.





Kunst Loco Motief
Kunst Loco Motief is gekend van de kunstroutes langs Begijnendijk en Betekom en heeft als slogan ‘Een artistiek spoor door het dorp’.
Verschillende van de 15 aangesloten kunstenaars ken ik en toen ik een uitnodiging kreeg voor hun expositie in ‘de Mixx’ wou ik hun huidig werk wel eens bekijken. Christel en Ludo gingen mee, Karel bleef liever thuis.
Een opening van een tentoonstelling is altijd heel ontspannen, zeker voor de bezoeker: je wordt verwelkomd met een drankje, je treft altijd mensen die je kent … en je kan leuke dingen zien. Nu was er echt overvloed. Het ene werk spreekt je meer aan dan het andere, dat heeft met persoonlijke voorkeur te maken. Natuurlijk verwacht je hier geen niveau van werken die zich internationaal een naam verwerven. Ik ervaar het als erg waardevol dat zoveel mensen creatief bezig zijn, op zoek gaan naar hun eigen mogelijkheden en die vorm geven. Sommige werken raken me of inspireren. Soms is het puur genieten.
Hieronder een paar foto’s. Ik weet niet meer van welke kunstenaar (m/vr). Ik kan alleen maar hopen dat ze hun weg verder gaan. Creatief bezig zijn doet deugd en brengt een positieve energie in de samenleving.




